CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Bestemmingsplan 'Sneek - waterwoningen Houkepoort'

Raadsvergadering 11 mei 2023, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Wizige bestimmingsplan ‘Sneek – waterwoningen Houkepoort’18.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Tot slot is tegen de vaststelling van het bestemmingsplan beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

31/146

Overzicht voorstel aanpassingen De gemeente ziet aanleiding om op basis van de ingebrachte zienswijzen een wijziging in de regels aan te brengen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. De wijziging heeft te maken met dat in artikel 3.1 'Bestemmingsomschrijving' nu geen mogelijkheid is opgenomen voor 'parkeervoorzieningen' en 'verblijfsgebied'. Deze twee bijhorende functies moeten wel in artikel 3.1 van de regels worden opgenomen, omdat op de wal openbaar gebied met parkeervoorzieningen zullen worden gecreëerd. Deze komen deels in de plaats van de parkeerplaatsen die vervallen door de plaatsing van de gemeenschappelijke berging op de wal. Daarnaast zal naar aanleiding van een ingebrachte zienswijze een extra bijlage met onderbouwing in de toelichting van het bestemmingsplan worden opgenomen inzake het cumulatieve geluid van warmtepompen.

6.2

Economische uitvoerbaarheid en grondexploitatie

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het initiatief betreft de bouw van maximaal zes waterwoningen in Sneek. De woningen worden tegen marktconforme prijzen aangeboden. In paragraaf 3.1.2 is aangetoond dat hier behoefte aan is. Voor de uitgifte wordt gerekend met een verkoopprijs welke passend is bij de markt voor Sneek en vergelijkbaar is met ontwikkelingen in omliggende gemeenten. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. De gronden in het plangebied zijn in eigendom van de gemeente. De gemeente zorgt voor de uitgifte van de bouwkavels.

Met deze uitgangspunten is er sprake van een sluitende grondexploitatie. Omdat de gronden in het plangebied waar het nieuwe woonmilieu wordt ontwikkeld in eigendom is van de gemeente, is het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk en zal hier van worden afgezien.

32/146

Bijlagen bij de toelichting

33/146

34/146

Bijlage 1

35/146

Beeldkwaliteitsplan

BEELDKWALITEITSPLAN WATERWONINGEN HOUKEPOORT UITGANGSPUNTEN Temidden van het nieuwe wooneiland Houkepoort voorziet het stedenbouwkundig plan in de realisatie van enkele waterwoningen en een bijgebouw. De hoofduitgangspunten van het dit plan zijn: • hoog ambitieniveau; • de woningen zijn vrij van elkaar; • de woningen hebben een eenvoudige rechthoekige plattegrond; • de woningen hebben een onderlinge hoekverdraaiing; • de woningen zijn in het water gesitueerd; • de bouwhoogte van de woningen bedraagt maximaal 7,6m boven de waterlijn en zijn plat afgedekt; • de waterwoningen en het bijgebouw zijn in architectuur ‘familie’ van elkaar.

Terras/buitenruimte Het terras/de buitenruimte(n) van de woningen zijn in de architectuur geïntegreerd, waarbij de inrichting van (dak)terrassen niet storend zijn of (kunnen) worden in de architectuur. Aan- en uitbouwen

Aan- en uitbouwen zijn niet gewenst.

Bijgebouw

Het bijgebouw is ondergeschikt aan de waterwoningen en plat afgedekt.

AANZICHTEN Oriëntatie

De individuele woningen en het cluster met woningen hebben een alzijdig beeld. De bebouwing richt zich sterk op het water.

Geleding

De gevels aan het water zijn transparant (met veel glas).

Gevelopeningen

Door te spelen met inhammen en verspringende lijnen kan met een simpele vorm een spannende compositie ontstaan.

PLAATSING Situering

De woningen zijn in het water gesitueerd. Een woning dient ten opzichte van een aangrenzende woning een hoekverdraaiing van minimaal 5° en maximaal 15° te kennen. Het cluster met drijvende woningen vormt een hofje rond een steiger.

Bijgebouwen/erfafscheidingen

Aan- en uitbouwen

Geen aan- en uitbouwen toegestaan. De hoofdvorm dient prominent te zijn.

Bijgebouw

In samenhang met de architectuur van de waterwoningen.

OPMAAK Algemeen

Terughoudend, natuurlijk kleur- en materiaalgebruik

Materiaal De woningen hebben een materialisatie die past bij het drijvende karakter van de woning (bakstenen passen hier in mindere mate

Losstaande bijgebouwen dienen geclusterd te worden op de daarvoor

bij). Aan de waterzijde bij voorkeur overwegend glas of lichte gevelmateria-

bestemde ruimte op de wal. De bijgebouwen dienen mee-ontworpen te

len.

worden en sluiten aan op de vormgeving en materialisatie van de waterwoning.

Kleur

Een gedekte kleurstelling, geen zeer lichte en felle kleuren.

De woningen en hun percelen hebben geen erfafscheidingen.

Detaillering

Ondersteunend aan de architectuur.

Aan- en uitbouwen

Kleur en materiaal is in afstemming met de woning.

Bijgebouw

Kleur en materiaal is in afstemming met de waterwoningen.

HOOFDVORM Bouwvorm

De woningen hebben een smalle, diepe, rechthoekige plattegrond.

Dak

Alle woningen hebben een plat afgedekt dak.

Bouwhoogte

De bouwhoogte is max. 7,6 meter en de diepgang mag niet meer dan 1,5 meter bedragen.

BEELDKWALITEITSPLAN WATERWONINGEN HOUKEPOORT DIVERSEN Erfafscheidingen

INSPIRATIE De woningen en hun percelen hebben geen erfafscheidingen. In de zone op de wal dient een integraal ontwerp te worden gemaakt van bijgebouwen en parkeervoorziening.

Beplanting

De beplanting bestaat uit inheems sortiment

Steigers

De ontsluitingssteigers zijn geïntegreerd in het totaalbeeld van de woningen (zowel in kleur als materialisatie) en functioneren daarbij als ontsluiting (verbinding met de oever) en als ‘voortuin’. De reling is transparant waardoor het een slanke verbinding is tussen de oever en het cluster met woningen. Steigers en vlonders zijn mee-ontworpen met/geïntegreerd in de woning. Er dient dus geen sprake te zijn

Afbeelding 1: lange en smalle vormgeving van het hoofdvolume

Afbeelding 2: een transparante voorgevel, met veel glas

Afbeelding 3: nutsleidingen zijn geïntegreerd in de steigers in aansluiting op de oever.

Afbeelding 4: Terrassen zijn mee-ontworpen

van losse steigers. De steigers hebben daarnaast een openbaar karakter. De steiger dient minimaal 1,80 m breed te zijn, met een obstakelvrije doorgangsbreedte van 1,50 meter. Parkeren

Het parkeren dient plaats te vinden op de reeds aanwezige parkeervoorziening. Geen toevoeging of afbakening toegestaan.

Installaties De nutsleidingen zijn, niet zichtbaar, geïntegreerd in de steigers in aansluiting op de oever. Zonnepanelen zijn geintegreerd in het ontwerp, of zijn aan het zicht onttrokken.

BEELDKWALITEITSPLAN WATERWONINGEN HOUKEPOORT

Bijlage 2

39/146

Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling

WATERWONINGEN GEMEENTE SÚDWESTHOUKEPOORT FRYSLÂN Vormvrije m.e.r.-beoordeling 12 december 2022

Rho adviseurs voor leefruimte

20211163

12 december 2022 DATU 20211163 KENMER M K Waterwoningen Houkepoort PROJEC drs.ing. T. de Jong PROJECTLEIDE T R OPDRACHTGEVE Gemeente Súdwest-Fryslân R MSc W. Timmerman AUTEU R

Rho adviseurs voor leefruimte

20211163

Rho adviseurs voor leefruimte

2021163

Inhoud 1.

INLEIDING

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in?

4

1.3

Leeswijzer

4

2.

PLAATS EN OMVANG VAN HET PROJECT

6

2.1

Plaats van het project

6

2.2

Kenmerken van het project

11

3.

KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN

13

3.1

Verkeer

13

3.2

Geluid

13

3.3

Bodem en water

14

3.4

Natuur

14

3.5

Luchtkwaliteit

15

3.6

Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid

15

3.7

Cultuurhistorie en archeologie

16

3.8

Aanlegwerkzaamheden

16

3.9

Mitigerende maatregelen

17

4.

CONCLUSIE

18

BIJLAGEN

19

Bijlage 1 – Beeldkwaliteitsplan

19

Bijlage 2 – Watertoets

20

Bijlage 3 – Memo Stikstofdepositie

21

Bijlage 4 – Quickscan Ecologie

22

Rho adviseurs voor leefruimte

20211163

1. INLEIDING

1.1 Aanleiding In de nieuwe woonwijk Houkepoort te Sneek (gemeente Súdwest-Fryslân) bevindt zich aan de Noorderrak een bouwvlak voor een 25 meter hoge woontoren met 15 appartementen. De realisatie van de woontoren is door te weinig belangstelling niet haalbaar gebleken. Daarom is gekeken naar andere ontwikkelingsmogelijkheden. Het planvoornemen is nu om ter plaatse van de beoogde woontoren 6 waterwoningen met één gezamenlijk bijgebouw op de vaste wal te realiseren. Deze ontwikkeling is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is in onderdeel D 11.2 van de bijlage opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling bestaat uit maximaal 6 woningen. Hiermee blijft de ontwikkeling ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Dit document bevat deze beoordeling.

1.2 Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: de plaats van het project; •

de omvang van het project;

•

de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria).

Het bevoegd gezag (gemeente Súdwest-Fryslân) dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

1.3 Leeswijzer Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: •

4/22

beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project;

•

licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling.

geeft ten slotte

Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeken welke te vinden zijn in de bijlagen.

5/22

2. PLAATS EN OMVANG VAN HET PROJECT

2.1 Plaats van het project Het plangebied ligt in de nieuwbouw wijk Houkepoort in het oosten van Sneek buiten de Stadsrondweg-Oost. De wijk Houkepoort is omringd door water en ligt tussen de Stadsrondweg-Oost, de Grienedyk en de Houkesloot. De wijk ontleend zijn naam aan de vaarverbinding tussen Sneek en het Sneekermeer en bestaat uit ongeveer 180 woningen. Het plangebied ligt in het midden van de nieuwe woonwijk en ligt grotendeels in het water. Ten oosten van het plangebied liggen parkeerplaatsen. In afbeelding 2.1 is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de directe omgeving en ten opzichte van Sneek.

Figuur 2-1 Ligging van het plangebied in Sneek (Bron: Pdok viewer)

Het plangebied is momenteel onbebouwd en bevindt zich in het water met de planologische mogelijkheid voor de bouw van een woontoren met 15 appartementen. Het plangebied bestaat in de huidige situatie grotendeels uit water en een deel kade dat in de huidige situatie bestraat is. In afbeelding 2.2 geeft een luchtfoto de huidige situatie ter plaatse weer.

6/22

Figuur 2-2 Luchtfoto plangebied (bron: Pdok viewer)

Bijzondere gebieden en het opnamevermogen van het natuurlijk milieu De planlocatie bevindt zich niet in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status (figuur 2.2-2.4).Het plangebied is geen onderdeel van een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Sneekermeergebied op een afstand van circa 1,4 kilometer (figuur 2.3) en het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is Alde Feanen (16 kilometer). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op circa 150 meter van het plangebied (figuur 2.4). De planlocatie en de omgeving maken geen onderdeel uit van een stiltegebied of grondwaterbeschermingsgebied (figuur 2.5).

7/22

Figuur 2-3 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: Aerius Calculator)

Figuur 2-4 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland (bron: Provincie Fryslân)

8/22

Figuur 2-5 Ligging plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van grondwaterbeschermingsgebieden en stiltegebieden (bron: Provincie Fryslân)

Archeologie en cultuurhistorie Op basis van de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) zijn de mogelijke archeologische waarden van het plangebied inzichtelijk gemaakt. De provincie beveelt in het plangebied aan om te streven naar behoud en om bij ingrepen van meer dan 500 m² een karterend archeologisch onderzoek te verrichten voor de periode ijzertijd - middeleeuwen. Voor de periode steentijd-bronstijd adviseert de provincie een archeologisch onderzoek bij ingrepen groter dan 5.000 m². Voor het geldende bestemmingsplan is onder andere ter plaatse van het plangebied door RAAP Archeologisch Adviesbureau een inventariserend archeologisch onderzoek verricht (RAAP-rapport 854, september 2004). Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatsen van het plangebied geen archeologische vindplaats is. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. In het plangebied (de rode cirkel op figuur 2.6) zijn geen cultuurhistorische waardevolle elementen benoemd op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Fryslân aanwezig. Wel lagen er in het verleden twee onverharde paden en een boerderij plaats nabij het plangebied.

Deze relicten uit het verleden zijn niet meer zichtbaar aanwezig. Gelet hierop zijn er geen cultuurhistorische waardevolle elementen meer aanwezig in en rond het plangebied.

9/22

Figuur 2-6 Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart (Bron: provincie Fryslân)

10/22

2.2 Kenmerken van het project Het planvoornemen voorziet in de realisatie van zes woningen op het water (waterwoningen). Daarbij wordt op de kade een bijgebouw gerealiseerd. Ook bevindt zich op de kade een parkeerterrein. Daarnaast wordt ook de openbare ruimte ingericht. De positionering van de waterwoningen en gezamenlijk bijgebouw is weergegeven in figuur 2.7.

Figuur 2-7 Inrichtingstekening nieuwe situatie (bron: gemeente)

Parkeren In de gemeentelijke 'Parkeernormennota Súdwest-Fryslân 2018' is opgenomen dat voor woningen in het koopsegment (> € 150.000 of woonoppervlak > 100 m2) een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning geldt. De parkeernorm is inclusief bezoek. Voor de zes waterwoningen is op basis van de gemeentelijke Parkeernormennota een parkeerbehoefte van twaalf parkeerplaatsen. De aanwezige parkeerplaatsen binnen de woonwijk Houkepoort zijn voldoende om de parkeerbehoefte van het voorgenomen project op te vangen want de huidige 20 parkeerplaatsen aan de Noorderrak naast nummer 25 worden beperkt gebruikt en kunnen daarmee voorzien in de parkeerbehoefte. Er wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via het wegennetwerk van de wijk Houkepoort (Noorderrak – Houkeweg). De wijk ligt op korte afstand van de stadsrondweg-Oost en is daarmee goed bereikbaar voor het gemotoriseerde verkeer. Voor de verkeersgeneratie wordt aangesloten op de CROW cijfers waarbij voor de gemeente Súdwest-Fryslân uitgegaan wordt van een stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk' (bron: CBS Statline). Gezien de ligging van het plangebied in de woonwijk van de kern Sneek kan het gebied aangemerkt worden als 'rest bebouwde kom'. Waarbij voor de waterwoningen aangesloten wordt op een vrijstaand koophuis en voor de toegestane appartementen Koop, appartement, midden.

Op basis van de CROW cijfers dient voor de waterwoningen rekening gehouden te worden met een toename in de verkeersgeneratie van afgerond 51 vervoersbewegingen (8,4*6).

11/22

Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Afvalstromen zullen zoveel mogelijk worden gescheiden ten behoeve van hergebruik. Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk. Cumulatie met andere projecten Het plangebied is onderdeel van de nieuwe wijk Houkepoort. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 6 woningen in plaats van een woontoren met 15 appartementen. De verkeersgeneratie van de woontoren is 90 verkeersbewegingen. De waterwoningen genereren 39 verkeersbewegingen minder dan de woontoren. De beoogde ontwikkeling resulteert dan ook niet in een verhoging van de verkeersgeneratie of andere milieueffecten ten opzichte van de beoogde ontwikkeling zoals opgenomen in het bestemmingsplan Sneek-Houkepoort (2017). Als gevolg van de beoogde ontwikkeling veranderen de conclusies van de effect beoordelingen van de gehele gebiedsontwikkeling Houkepoort dan ook niet. Om deze reden en gezien de kenmerken van de milieueffecten (zie hoofdstuk 3) zal de beoogde ontwikkeling ook in cumulatie niet lijden tot significante negatieve effecten.

12/22

3. KENMERKEN VAN DE MILIEUEFFECTEN

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie uit het bestemmingsplan dat voor de beoogde ontwikkeling is opgesteld.

3.1 Verkeer Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 is de verkeersgeneratie 51 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag (licht verkeer). De omliggende wegen hebben voldoende capaciteit om deze geringe toename op te nemen. Als gevolg van de beoogde ontwikkelingen zullen dan ook geen verkeersknelpunten ontstaan.

3.2 Geluid De beoogde ontwikkeling voorziet in zes woningen. Woningen zelf worden niet gezien als geluidhinderlijk. Wel zijn woningen geluidsgevoelig. Voor het geldende bestemmingsplan 'Sneek- Houkepoort' is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Daaruit komt naar voren dat ter plaatse van het plangebied de geluidskwaliteit redelijk is. Als gevolg van de Stadsrondweg Oost treedt wel bij het bouwvlak een overschrijding op van de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. De maximaal toelaatbare hogere grenswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Voor het bouwvlak is een hogere waarden van 52 dB vastgelegd ten gevolge van de Stadsrondweg Oost. Tenslotte ligt rondom het plangebied woningen waardoor het afgeschermd is van de Stadsrondweg Oost en ligt het plangebied aan een 30 km/uur-weg, waardoor op basis van de Wet geluidhinder geen akoestisch onderzoek noodzakelijk is. Ten aanzien van de Wet geluidhinder zijn geen belemmeringen voor het bestemmingsplan te verwachten. Gezien het niet gaat om een drukke weg en de woningen niet direct aan de weg liggen kan overlast uitgesloten worden. Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de woningen een aanvaardbaar akoestisch klimaat gegarandeerd kan worden. Uitstralingseffect Voor toetsing van het uitstralingseffect bestaat geen wettelijk kader.

Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat bij een toename van de verkeersomvang met meer dan 40% sprake is van een geluidstoename van meer dan 1,5 dB (wat voor het menselijk oor hoorbaar is). Gezien de beperkte bijdrage aan verkeer op de omliggende wegen zal de extra bijdrage van 51 mvt/etmaal minder zijn dan 40% van de totale verkeersintensiteit over deze wegen. Relevante negatieve uitstralingseffecten naar de omgeving zijn dan ook uitgesloten.

13/22

3.3 Bodem en water Bodem De bestemming ter plaatse van het plangebied is een woonbestemming deze bestemming sluit aan op het gewenste toekomstige gebruik. Daarnaast blijkt uit het bodemloket dat de locatie voldoende is onderzocht. De bodem is dan ook geschikt voor de beoogde functie. Water Het plangebied maakt geen deel uit van een grondwaterbeschermingsgebied. Verder bevindt het plangebied zich niet in de kern- of beschermingszone van een watergang of waterkering. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem worden milieuvriendelijke bouwmaterialen gebruikt gedurende de bouwfase. Door de beoogde ontwikkeling neemt de theoretische verharding af doordat het appartementengebouw wordt ingeruild voor een zestal waterwoningen. Hierdoor wordt het water niet gedempt en wordt er minder oppervlakte aan bebouwing gerealiseerd. Bij de bouw van de gehele wijk heeft al reeds watercompensatie plaats gevonden. Met de bouw van de zestal waterwoningen zal de verharding ten opzichte van het originele plan van de wijk afnemen. Negatieve effecten op de waterhuishoudkundige situatie als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen uitgesloten worden.

3.4 Natuur Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de omvang van de ontwikkeling kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De geplande ontwikkeling zou kunnen leiden tot een toename in stikstofdepositie. In AERIUS calculator is voor dit plan de depositie berekend. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 3. Hieruit blijkt dat significante negatieve effecten op beschermde gebieden tijdens de gebruikfase kunnen worden uitgesloten. Soortenbescherming Voor de ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Hieronder is de conclusie uit het rapport opgenomen. In Bijlage 4 is het gehele onderzoek bijgevoegd. Algemene broedvogels Binnen en vlak buiten het plangebied kunnen enkele vogelsoorten tot broeden komen. We adviseren om de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt over het algemeen de periode van 15 maart-15 juli aangehouden. Afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden kunnen soorten echter eerder of later in het jaar tot broeden komen. Wat voor deze soorten van belang is, is of er sprake is van een broedgeval. Zo ja, dan is deze altijd beschermd.

Zorgplicht Er kunnen soorten voorkomen in het plangebied waarvoor een vrijstelling geldt voor ruimtelijke ingrepen. De zorgplicht van de Wnb (art. 1.11) schrijft echter voor dat men verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld tot uiting worden gebracht door altijd zo te werken, dat dieren kunnen ontsnappen en/of deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop in de directe omgeving. Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland. Mits eventueel aangetroffen dieren de kans krijgen om te vluchten of eventueel aangetroffen dieren worden verplaatst naar een plek in de omgeving die niet onder invloed staat van werkzaamheden, wordt naar ons inzien voldaan aan de zorgplicht. Voor de voorwaarden waaraan

14/22

de vrijstellingen moeten voldoen in het kader van de soorten waarvoor een vrijstelling geldt. Gelet op het advies worden de werkzaamheden vooralsnog buiten het broedseizoen van de algemene broedvogels gepland. Daarmee kan een significant negatief effect op deze soorten uitgesloten worden. Indien de werkzaamheden eerder uitgevoerd zullen worden zal nader onderzoek plaatsvinden zoals geadviseerd is. Maatregelen die uit dit onderzoek volgen zullen dan uitgevoerd worden om een significant negatief effect op deze soorten uit te sluiten. Conclusie Met betrekking tot de aspecten soorten- en gebiedsbescherming worden geen negatieve effecten verwacht, mits maatregelen worden genomen.

3.5 Luchtkwaliteit De ontwikkeling van 6 woningen valt onder de categorie die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden voor het Besluit NIBM. De beoogde ontwikkeling draagt dan ook niet in betekende mate bij aan de luchtverontreinigende stoffen in de lucht. Aan de hand van de NSL-monitoringstool 2021 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort is de luchtkwaliteit ter plaatse bepaald. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Stadrondweg-Oost. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

3.6 Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Externe veiligheid In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: 1. zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); 2. zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; 3. niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; 4. niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Risico’s op rampen door klimaatverandering Bij de uitwerking van het ontwerp wordt gekeken hoe andere klimaatadaptieve maatregelen kunnen worden toegepast. Ten gevolge van de beoogde ontwikkeling nemen risico’s op rampen door klimaatverandering niet toe. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, bodem, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Een significant negatief effect op de risico’s voor de menselijke gezondheid is daarmee uitgesloten.

15/22

3.7 Cultuurhistorie en archeologie Cultuurhistorie Zoals beschreven in hoofdstuk 2 zijn binnen het plangebied en in de omgeving geen specifieke cultuurhistorisch aanwezig. De beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de cultuurhistorische waarde in Sneek. Archeologie Zoals beschreven in hoofdstuk 2 is het binnen plangebied niet aannemelijk dat er archeologische waarden in de grond aanwezig zijn. De beoogde ontwikkeling heeft naar verwachting geen negatief effect op de archeologische waarden in de grond.

3.8 Aanlegwerkzaamheden Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.

16/22

3.9 Mitigerende maatregelen De volgende mitigerende maatregelen dienen genomen te worden: in verband met mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels is het van belang om werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten of te werken op een manier dat vogels niet tot broeden komen.

17/22

4. CONCLUSIE

Uit de informatie in deze notitie blijkt dat het plangebied niet gelegen is in een kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en beperkte omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen mits de genoemde mitigerende maatregelen worden uitgevoerd. Met inachtneming van deze maatregelen is het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure niet noodzakelijk.

18/22

BIJLAGEN Bijlage 1 – Beeldkwaliteitsplan

19/22

Bijlage 2 – Watertoets

20/22

Bijlage 3 – Memo Stikstofdepositie

21/22

Bijlage 4 – Quickscan Ecologie

22/22

62/146

Bijlage 3

63/146

Geluid warmtepompen

Inleiding In het bestemmingsplan Houkepoort – Houkemar is een bouwvlak opgenomen voor de realisering van een woontoren met 15 appartementen. In het bestemmingsplan Sneek – waterwoningen Houkepoort wordt het mogelijk gemaakt om 6 waterwoningen te realiseren op de locatie waar oorspronkelijk de woontoren was gepland. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is naar aanleiding van de ingediende zienswijze een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke gevolgen voor de omgeving van het inwerking zijn van warmtepompen van de waterwoningen. Bouwbesluit Sinds april 2021 zijn in het Bouwbesluit voorschriften opgenomen voor installaties voor warmte- of koudeopwekking. In artikel 3.8 lid 2 is hierover het volgende aangegeven: Een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, veroorzaakt op de perceelgrens met een perceel voor een andere woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB, bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai. Deze geluidsnorm geldt voor een warmtepomp bij een enkele woning ten opzichte van de perceelsgrens met een andere woonfunctie.

Goede ruimtelijk ordening Bij het vaststellen van een bestemmingsplan om meer dan 1 woning mogelijk te maken zal ook gekeken moeten worden naar de cumulatie van het geluid van de warmtepompen bij de woningen ten opzichte van omliggende woningen. Dit betekent dat het bevoegd gezag zorgt voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit gebeurt in het kader van een "goede ruimtelijke ordening" (art 3.1 Wro). Het beginsel van een goede ruimtelijke ordening blijft van toepassing voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. Voor de omgeving waar de waterwoningen gerealiseerd worden is sprake van rustige woonwijk. Voor een dergelijk omgeving kan van een grenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde uitgegaan worden. Wanneer deze grenswaarde niet wordt overschreden is er sprake van een goede ruimtelijke ordening voor het aspect geluid. Warmtepompen Het geluidsvermogen is sinds 2012 geregeld in de Europese Ecodesign Requirements. Voor warmtepompen tot 6 kW geldt in de hele Europese Unie dat ze een maximaal geluidsvermogen van 65 dB(A) mogen hebben. Voor grotere warmtepompen tot 12 kW is dit maximaal 70 dB(A). Het geluidsvermogen van elke warmtepomp staat sinds 2015 op het verplichte CE-label. In de berekeningen is uitgegaan van een worst-case benadering. Uitgegaan is dat de warmtepompen een bronvermogen van 70 dB(A) hebben en 24 uur per dag in werking zijn.

Verder is er vanuit gegaan dat de warmtepompen op het dak van de water woningen komen te staan. Er is van een bronhoogte van 8 meter boven het wateroppervlak uitgegaan. In figuur 1 is een overzicht gegeven van de ligging van de warmtepompen en de ontvangerpunten. Uitgangspunten rekenmodel Om de geluidsbelasting van de warmtepompen inzichtelijk te maken is een akoestisch rekenmodel opgesteld. Daarbij is gebruik gemaakt van de module ‘Industrielawaai’ van het softwarepakket Geomilieu (versie 2022 versie 4) van DGMR Raadgevende Ingenieurs B.V. De bebouwing op en in de directe omgeving van het plangebied zijn nader gedetailleerd c.q. gemodelleerd en afgestemd op de werkelijkheid. Het bodemgebied voor onder andere het water en wegen is uitgegaan dat deze akoestisch “hard” is. Bij de omliggende woningen is uitgegaan dat het

bodemgebied half absorberend is. Een overzicht van de situatie en ligging ontvangerpunten is weergegeven in figuur 1. De invoergegevens zijn weergegeven in bijlage 1 en 2. De berekeningen zijn uitgevoerd in overeenstemming met de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai’ (HMRI). Er zijn ontvangerpunten bij een aantal omliggende woningen gelegd. De ontvangerhoogte bedraagt 1,5 en 5,0 meter boven maaiveld. Berekeningsresultaten In onderstaande tabel zijn de cumulatief berekende waarden op de omliggende woningen weergegeven ten gevolge van de warmtepompen van de waterwoningen. Tabel 1: Berekende waarden op woningen in dB(A) Ontvangerpunt Punt 01 Punt 02 Punt 03 Punt 04 Punt 05 Punt 06 Punt 07

Dag 33 30 29 27 24 27 31

Avond 34 31 30 28 27 29 32

Nacht 34 31 30 28 27 29 32

Etmaalwaarde 44 41 40 38 37 39 42

Uit de berekeningsresultaten valt af te leiden dat de cumulatieve geluidsbelasting in de worst-case situatie op de omliggende woningen ten hoogste 44 dB(A) etmaalwaarde bedraagt. Conclusie Naar aanleiding van een zienswijze dat er geen onderzoek is verricht naar het geluid van de warmtepompen van de waterwoningen op de omliggende woningen is dit nader onderzocht. Bij dit onderzoek is uitgegaan van een worst-case situatie. Uitgaande van de worst-case situatie bedraagt de cumulatieve geluidsbelasting, ten gevolge van de warmtepompen, ten hoogste 44 dB(A) etmaalwaarde op de omliggende woningen. Hiermee wordt de grenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde voor een rustige woonwijk niet overschreden. Hiermee kan gesteld worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het Bouwbesluit regelt de geluidgrenswaarden waar de warmtepompen aan moeten voldoen voor de waterwoningen onderling. Figuur 1: overzicht situatie

Bijlage 4

71/146

Watertoets

Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 09-09-2021

Digitale watertoets in De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .

VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IN DE GEMEENTE IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.

Korte procedure

2.

Advies Vrij voor de boezem

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

09-09-2021, 14:43

P agina 1 van 6

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.

Gaat het plan uits luitend over de functiewijziging van bes taande bebouwing zonder fys ieke aanpas s ing van bebouwing en ruimte? nee

2.

Verwacht je een toename van verharding in het plan? nee

3.

Is er s prake van een toename van lozing van verontreinigd water op het oppervlaktewater? nee

4.

Wordt het oppervlaktewaterpeil in het plangebied ook gewijzigd? nee

5.

Wordt er oppervlaktewater gegraven en/of gedempt? nee

6.

Ga je tijdelijk of permanent op de ingetekende locatie grondwater onttrekken? nee

7.

Raak je de laag primaire waterkeringen? nee

8.

Raak je de laag regionale en/of lokale waterkeringen? nee

9.

Raak je de laag hoofdwateren? nee

10.

Raak je de laag rioolwaterpers leidingen? nee

11.

Raak je de laag Grondwaterbes chermings gebied? nee

09-09-2021, 14:43

P agina 2 van 6

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 12.

Raak je de laag Kaderichtlijn water? nee

13.

Raak je de laag vrij voor de boezem? ja

14.

Raak je de laag waterzuiverings object? nee

09-09-2021, 14:43

P agina 3 van 6

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 1.

Korte procedure Voor je plan moet je de korte procedure met advies volgen. We verzoeken je het plan kenbaar te maken bij Wetters kip Frys lân via de knop ‘Direct aanvragen’.

Wat moet ik doen? Wij vragen je om het plan bij ons kenbaar te maken. Dit kun je doen via de knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht, in te loggen en hiermee de procedure af te ronden. Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt dat je plan mogelijk invloed heeft op het water of de wateras pecten (zoals dijken, gemalen, s tuwen of pers leidingen) in de omgeving. Onder ‘details ’ van de s amenvatting aanvraag s taat aangegeven waar je per onderdeel rekening mee moet houden. Dit moet je verwerken in je ruimtelijk plan of bes luit in de waterparagraaf. Daarnaas t moet je in je plan een onderdeel opnemen over de ‘toename verharding’. Kijk bij ‘Achtergrondinformatie’ wat wij van je verwachten.

Waar moet ik op letten? Voor s ommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een s loot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevings loket online www.omgevings loket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunningcheck). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.

Achtergrondinformatie Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt bes teed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets . Hierin s taat voor alle wateras pecten uitgangs punten oms chreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wetten-enregels /online-watertoets -voor-nieuwe-plannen

Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende pas s age op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een vers nelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze vers nelde afvoer te compens eren om de waterberging in een gebied in s tand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van 09-09-2021, 14:43

P agina 4 van 6

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets oppervlakteverharding die wel pas t binnen het bes temmings plan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompens eerd is . Het is niet toeges taan zonder watervergunning neers lag vers neld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in s tedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijs telling van de vergunnings plicht wanneer wordt voldaan aan de compens atieregels genoemd in dit wateradvies . De mees t voorkomende manier van compens eren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compens atienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Fries e boezem; Polder 10%, Vrij afs tromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepas s en van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Z ie de ‘Leidraad watertoets ’ voor meer informatie over compens erende maatregelen of neem contact op met ons .

Indien er niet wordt gecompens eerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovens taande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeens temming plaats vindt in de watertoets procedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waters chap te worden gevraagd. Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets ’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compens eren. Als je niet compens eert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het s nel afvoeren van regenwater.

Klimaat Om ook in de toekoms t prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten s teden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekoms t. Z o is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bes tand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overs troming. Meer informatie hierover kun je vinden op ‘De Fries e klimaatatlas ’: www.fries eklimaatatlas .nl

Privacyverklaring Nadere informatie over de verwerking van je gegevens en je rechten vind je op https ://www.wetters kipfrys lan.nl/over-de-s ite/privacyverklaring

09-09-2021, 14:43

P agina 5 van 6

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 2.

Advies Vrij voor de boezem Het plangebied ligt vrij voor boezem.

Wat moet ik doen? Wij advis eren je om toekoms tige wateroverlas t tegen te gaan door voldoende hoog te bouwen.

Waar moet ik op letten? Je ingetekende locatie ligt vrij voor de boezem. (s treefpeil: -0,52 m NAP). Dit betekent dat het plangebied niet door een boezemkade is bes chermd tegen hoge waters tanden in de Fries e boezem. Je moet daarom rekening houden met hoogwater in het kader van regionale wateroverlas t. Het is van belang om rekening te houden met de droogleggings norm (Leidraad watertoets , paragraaf 4.3.7) of het maatgevend boezempeil (MBP) (op te vragen bij Wetters kip Frys lân). Het MBP, behorend bij een s ituatie met een kans van voorkomen van 1/100 per jaar, mag tot 1 meter voor de gevel voorkomen. Wij advis eren de nieuwe bebouwing/infras tructuur voldoende hoog aan te leggen. De hoogte van het plangebied kun je ins chatten op https ://www.ahn.nl/. We advis eren u echter om dit in te laten meten omdat hoogtemetingen een moment opname beteffen en er kans is dat dit niet helemaal accuraat is . Let op: wij zijn niet de bevoegde ins tantie voor de aanleghoogte, maar advis eren je hierin.

Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.2.4) https ://www.wetters kipfrys lan.nl/documenten/vergunningen-wettenen-regels /leidraad-watertoets _2013.pdf

09-09-2021, 14:43

P agina 6 van 6

https://dewatertoets.nl

78/146

Bijlage 5

79/146

Memo Stikstofdepositie

- MEMO Memo

DATUM KENMERK VAN

16 maart 2023 20211163 M. van Putten

PROJECT OPDRACHTGEVER

Bestemmingsplan Houkepoort - Waterwoningen Gemeente Sudwest-Fryslân

STIKSTOFEMISSIE EN DEPOSITIE INLEIDING In opdracht van gemeente Sudwest-Fryslân is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en exploitatiefase van woningbouw. De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van zes waterwoningen, de steiger(s) en een gezamenlijk bijgebouw. De woningen worden aan de Noorderrak in de woonwijk Houkepoort in Sneek gerealiseerd. Het projectgebied betreft momenteel water wat reeds planologisch bestemd is voor de realisatie van een appartementengebouw. In deze berekening is rekening gehouden met de inzet van dieselmaterieel en verkeersbewegingen als emissiebron. Daarbij is ervanuit gegaan dat het voornemen binnen één jaar gerealiseerd wordt.

WETTELIJK KADER Algemeen Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. De vervallen Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Op 2 november 2022 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over de bouwvrijstelling in relatie met stikstofdepositie die per 1 juli 2021 via de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) in werking is getreden. De Wsn en de Bsn regelden een vrijstelling voor de vergunningsplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Met de uitspraak van 2 november 2022 komt deze bouwvrijstelling (zgn. aanlegfase) te vervallen. Voor ruimtelijke plannen en projecten dient daarom de aanleg- en exploitatiefase meegenomen te worden om te bepalen of er een stikstofdepositie is. In het voorliggende onderzoek zijn de aanleg- en exploitatiefase meegenomen in de berekening.

AERIUS CALCULATOR EN UITGANGSPUNTEN AERIUS Calculator, release 26 januari 2023 Met behulp van het geldende rekenprogramma AERIUS Calculator (release 26 januari 2023) is gekeken naar de stikstofdepositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS Calculator is vervolgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 1 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. Meerdere Natura 2000gebieden zijn binnen 25 kilometer van het plangebied gelegen. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn Sneekermeergebied, Witte en Zwarte Brekken en Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is Alde Feanen (op circa 16 km afstand).

Figuur 1: Plangebied met meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (bron: Aerius Calculator)

Aanlegfase Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Voor het dieselverbruik is uitgegaan van ervaringsgegevens elders. De volgende uitgangspunten voor de aanlegfase zijn gehanteerd: 1. De waterwoningen worden in een fabriek gebouwd en vervolgens per vrachtwagen naar het plangebied vervoerd. Voor het maken van de waterwoningen komt dan ook in de aanlegfase voor het gebruik van machines geen stikstofemissie in het plangebied vrij. Ter plaatse komt wel stikstofemissie vrij voor het realiseren van de steiger(s) en het gezamenlijke bijgebouw. Voor het plaatsen van de waterwoningen, bouwen van de steiger(s) en het bijgebouw wordt uitgegaan van 120 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar voor de aan- en afvoer van materiaal en machines. Dit zijn 20 verkeersbewegingen per woning per jaar. Voor het vervoer van personeel zijn 14 verkeersbewegingen per etmaal aangehouden. Voor de rijroute van het wegverkeer is uitgegaan van een rijroute vanaf het plangebied richting de Groenedijk. Dit is de dichtstbijzijnde doorgaande weg, waar het verkeer vanaf het plangebied opgaat in het heersende verkeersbeeld. 2. De aanlegfase van de woningen bestaat uit het voorbereidende werk en het plaatsen van de waterwoningen met een hijskraan.

Vanuit een worst-case scenario wordt aangenomen dat de voorbereidende werkzaamheden inclusief de realisatie van de steiger en het bijgebouw 12 werkweken duurt met werkdagen van 6 uur waarbij machines worden ingezet. Voor het plaatsen van de waterwoningen wordt aangenomen dat 1 waterwoning per werkdag van 8 uur kan worden geplaatst. In tabel 3 is de specificatie van het dieselmaterieel weergegeven.

2/4

Tabel 1: specificatie van het dieselmaterieel activiteit

klasse

dieselverbruik

uren

totaal dieselverbruik [liter]

voorbereiding

stage IV, 75-560 kW

35

360

12.600

mobiele hijskraan

Stage IV, 420 kW

40

48

1.920

[liter/uur]

Omdat het materieel verspreid over het bouwterrein wordt ingezet is de emissie ingevoerd als vlakbron in het plangebied. Exploitatiefase Voor het plan wordt uitgegaan van gasloze waterwoningen. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de woningen. Bij de woningen mogen geen vaartuigen worden aangelegd er is dan ook alleen sprake van verkeersbewegingen met auto’s van de toekomstige bewoners. Op basis van zes waterwoningen bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 51 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen (publicatie 381), zie tabel 2. De verkeersgeneratie op basis van de CROWkentallen is deels gebaseerd op de omgevingseigenschappen van de locatie en de directe omgeving. De gemeente SudwestFryslân betreft een ‘weinig stedelijke’ gemeente en de locatie ligt in ‘de rest van de bebouwde kom’. Tabel 2: verkeersgeneratie exploitatiefase Woningtype Koop, huis, vrijstaand Totaal (afgerond)

Aantal wooneenheden

Kencijfer CROW per woning

Verkeersgeneratie per etmaal

6

8,4

50,4 51

Voor de rijroutes en -richtingen is het heersende verkeersbeeld van belang. Het wegverkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld als het qua rij- en stopgedrag en intensiteit niet meer te onderscheiden is van het overige wegverkeer. Voor wat betreft de rijroute is uitgegaan van een route vanaf het plangebied naar de aansluiting met de Groenedijk, waar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. De route is terug in de bijgevoegde AERIUS-berekening te vinden in bijlage 1.

RESULTATEN EN CONCLUSIE

In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. De aanleg- en exploitatiefase zijn worst-case in dezelfde berekening meegenomen. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb).

3/4

Bijlage 1 Projectberekening

4/4

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Aanlegfase en gebruikfase - Beoogd

Resultaten

Aanlegfase en gebruikfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

S5FJyw4uvq2x (17 maart 2023)

Rho Adviseurs Noorderrak, - Sneek Houkepoort Sneek Realisatie zes waterwoningen S5FJyw4uvq2x 17 maart 2023, 12:15 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 -

3,6 kg/j

483,6 kg/j

2/7

Projectberekening

Aanlegfase en gebruikfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Woningen | Plangebied 4 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | inzet machines  Verkeersnetwerk

S5FJyw4uvq2x (17 maart 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

3,5 kg/j 481,2 kg/j 0,2 kg/j 2,4 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

S5FJyw4uvq2x (17 maart 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase en gebruikfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

S5FJyw4uvq2x (17 maart 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Aanlegfase en gebruikfase, Rekenjaar 2023 1

Wonen en Werken | Woningen

Naam Plangebied Uittreedhoogte Warmteinhoud Locatie X:175194,15 Spreiding Y:560157,13 Oppervlakte 0,30 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2

Wegverkeer | Weg

Aanleg zwaarverkeer X:175169,16 Y:560308,39 387,74 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Links Rechts NOₓ 0,2 kg/j Type scherm - NO₂ 50,5 g/j Hoogte - NH₃ 3,5 g/j Afstand tot de weg - -

Max. snelheid

aanleg lichtverkeer X:175169,53 Y:560308,91 386,35 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Aantal voertuigen

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

4

1,0 m 0,000 MW 1m

0 p/jaar 0 p/jaar 120 p/jaar 0 p/jaar

Links Rechts NOₓ 0,5 kg/j Type scherm - NO₂ 0,1 kg/j Hoogte - NH₃ 32,4 g/j Afstand tot de weg - -

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Aantal voertuigen

14 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

inzet machines X:175194,25 Y:560157,02 0,30 ha

Voorbereiding/inzet hijskraan

S5FJyw4uvq2x (17 maart 2023)

Stageklasse

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

481,2 kg/j 3,5 kg/j

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik

14520 l/j

408 u/j 0 l/j

NOₓ 481,2 kg/j NH₃ 3,5 kg/j

6/7

Projectberekening

5

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

gebruikfase X:175169,16 Y:560308,39 387,74 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 1,7 kg/j Type scherm - NO₂ 0,4 kg/j Hoogte - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

51 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230315_cd85399aac Database versie 2022_cd85399aac Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

S5FJyw4uvq2x (17 maart 2023)

7/7

Bijlage 6

91/146

Quickscan flora en fauna

2022 1

Quickscan Wet natuurbescherming Realisatie Waterwoningen Houkepoort te Sneek

++

COLOFON BUREAU FAUNAX B.V. Tijnjedyk 89 8936 AC Leeuwarden 0683772548 info@faunax.nl www.faunax.nl Lid van Netwerk Groene Bureaus

Quickscan Wet natuurbescherming Realisatie Waterwoningen Houkepoort te Sneek Leeuwarden, juli 2022 In opdracht van: RHO Adviseurs Uitvoering: Bureau FaunaX B.V. Veldwerk en rapportage: Dhr. R. Fokker Autorisatie: Dhr. J. Groen

Foto’s voorpagina: Impressie van het plangebied.

© Bureau FaunaX B.V.. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX B.V. (2022). Quickscan Wet natuurbescherming/Realisatie Waterwoningen Houkepoort te Sneek. Rapport 22127. Bureau FaunaX B.V., Leeuwarden.

Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX B.V. heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Wanneer deze rapportage, op wat voor manier dan ook, wordt aangepast en/of aangevuld door een partij anders dan Bureau FaunaX B.V., verliest deze rapportage zijn validiteit en geldigheid. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.

INHOUDSOPGAVE 1.

2

INLEIDING ..................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding ..................................................................................................................... 1

1.2

Doel ...............................................................................................................................2

1.3

Onderzoeksopzet ..........................................................................................................2

1.4

Karakteristiek plangebied en planvoornemen ............................................................. 3

RESULTATEN QUICKSCAN ...........................................................................................4 2.1

Flora .............................................................................................................................. 4

2.2

Vogels ........................................................................................................................... 4 Jaarrond beschermde vogelnesten .............................................................................. 4

2.3

Zoogdieren ................................................................................................................... 6 Vleermuizen ................................................................................................................. 6 Overige zoogdieren .......................................................................................................7

2.4

Reptielen........................................................................................................................7

2.5

Amfibieën ..................................................................................................................... 8

2.6

Vissen ........................................................................................................................... 8

2.7

Ongewervelden ............................................................................................................ 8

2.8

Gebiedsbescherming .................................................................................................... 8 Stikstofgevoeligheid ..................................................................................................... 9

2.9 3

Houtopstanden ............................................................................................................ 9

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................. 10 3.1

Overzicht beschermde soorten .................................................................................. 10

3.2

Effectbespreking en aanbevelingen ............................................................................ 10 Algemene broedvogels ................................................................................................ 10 Zorgplicht .................................................................................................................... 10

3.3 4

Overzicht vervolgstappen ........................................................................................... 10

LITERATUUR EN BRONNEN ........................................................................................ 11

BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING ................................................................................. - 1 Wnb Soortbescherming ......................................................................................................- 1 Vogels en verstoring .................................................................................................- 1 Vrijgestelde soorten Provincie Fryslân.....................................................................- 1 Voorwaarden vrijstellingen ..................................................................................... - 2 Zorgplicht art 1.11 Wnb............................................................................................. - 3 Wnb Gebiedsbescherming ................................................................................................ - 3 Natura 2000-gebieden ............................................................................................. - 3 Wnb Houtopstanden ......................................................................................................... - 3 NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur ............................................. - 4 -

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Men is voornemens een zestal waterwoningen te realiseren langs een bestaande wal in de buurt Houkepoort te Sneek. Ruimtelijke plannen zoals deze dienen te worden beoordeeld op uitvoerbaarheid, onder meer in relatie tot de natuurwetgeving. Zo dient te worden onderzocht of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden (Natura 2000), alsook in het kader van houtopstanden. Om hierin inzicht te krijgen wordt in eerste instantie een ecologische Quickscan uitgevoerd. Bij dit onderzoek wordt een inschatting gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer van het project aanwezige beschermde natuurwaarden en de effecten van de voorgenomen plannen op deze waarden. Voor meer informatie over de Wet natuurbescherming (Wnb) en de handelswijze wordt verwezen naar Bijlage I.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12597613/1