Bijlage 2 - Begrotingswijziging 2024 FUMO
Tekst van het document
Begrotingswijziging 2024 De impact van de Omgevingswet
1
Inleiding
Per 1 januari 2024 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft grote impact op de taakuitvoering van de FUMO. Om inzichtelijk te maken wat deze impact is zijn diverse werkgroepen in het leven geroepen, met elk een eigen aandachtsgebied (zoals bodem, zuivel en overdracht taken). Deze werkgroepen bestaan uit een vertegenwoordiging van zowel de FUMO als van deelnemers, onder leiding van onafhankelijke projectleiders onder regie van de deelnemers. De primaire begroting 2024 is opgesteld zonder de effecten van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hier is, in afstemming met het algemeen bestuur van de FUMO, bewust voor gekozen. Op het moment van het opstellen van de primaire begroting waren de gegevens die nodig waren om de financiële impact te berekenen nog niet beschikbaar. De wettelijke termijnen voor het indienen van een begroting maakten dat het daarom niet haalbaar was de effecten van de Omgevingswet mee te nemen in de primaire begroting. Op basis van de informatie die door de eerder genoemde werkgroepen is verzameld, is het nu wel mogelijk om de effecten van de Omgevingswet financieel te vertalen. Deze effecten zijn opgenomen in voorliggende begrotingswijziging 2024. De FUMO wil graag benadrukken dat de werkelijke impact van de Omgevingswet nog onzeker is.
In de begrotingswijziging 2024 is gewerkt met aannames en inschattingen die door de werkgroepen zijn gedaan. De werkelijkheid kan hiervan afwijken. Aangezien in de financieringssystematiek van de FUMO wordt afgerekend op basis van de werkelijk bestede uren, betaalt een deelnemer uiteindelijk alleen de uren die ook daadwerkelijk besteed zijn aan producten en diensten. De totale financiële impact van de Omgevingswet die in deze begrotingswijziging is opgenomen bedraagt circa € 2 miljoen. De begrotingswijziging is opgebouwd op basis van drie onderdelen: 1. Verschuiving van taken (ca € 0.9 mln.) 2. Impact van het werken onder de Omgevingswet op de huidige taken (ca € 0.8 mln.). 3. Impact op de bedrijfsvoering van de FUMO (ca € 0.3 mln). Het uurtarief in voorliggende begrotingswijziging daalt met 6.8% ten opzichte van de primaire begroting 2024. Het integrale uurtarief wordt € 109,19. Dit was € 117,14. Deze daling wordt veroorzaakt door het feit dat er meer werkzaamheden bij de FUMO worden ondergebracht, waardoor de overheadkosten in een groter aantal uren verdisconteerd kunnen worden.
2
Overheveling en verschuiving van taken
Onder de Omgevingswet vindt een verschuiving van taken plaats. Om de taakverschuiving te realiseren zijn de bevoegd gezagen en FUMO gezamenlijk project24 1 gestart. Binnen het project24 heeft de werkgroep Financiën de opdracht om de financiële impact in beeld te brengen voor de bevoegd gezagen en FUMO. Bij vijf onderwerpen zijn financiële effecten voorzien. • •
• •
•
Milieubelastende activiteiten2: milieubelastende activiteiten (MBA’s) zijn – op enkele uitzonderingen na – aangemerkt als basistaak. Gevolg hiervan is dat bij een groot aantal locaties de uitvoering van de VTH-taken overgaan van het bevoegd gezag naar FUMO. Bodemactiviteiten: FUMO voert voor de gemeente Leeuwarden en de Provincie Fryslân bodemactiviteiten volgens de Wet bodembescherming uit. Door de Omgevingswet worden deze activiteiten een basistaak, waarvan het bevoegd gezag voor een groot deel bij de gemeenten komt te liggen. Ontgrondingsactiviteiten: bij het overgrote deel van de activiteiten blijft het bevoegd gezag de provincie. In specifieke gevallen gaat het bevoegd gezag over van provincie naar gemeenten. De provincie behoudt in dat geval echter advies- en instemmingsrecht. Zuivelbedrijven: dit betreft een basistaak waarvan het bevoegd gezag verschuift van provincie naar gemeenten. Door de verschuiving van bevoegd gezag, verschuift de verantwoordelijkheid voor de Briks-taken3 van FUMO naar gemeenten. Voor de provincie zijn de Briks-taken een basistaak; voor gemeenten niet. Collectieve taken: met de overdracht van de MBA’s groeit het inrichtingenbestand dat FUMO beheert met circa 6.300 bedrijven. Daarnaast is er tijdelijk in 2024 extra inzet nodig om nieuwe medewerkers op te leiden en in te werken.
Op totaalniveau heeft de verschuiving van taken een impact van 11.25 fte op het primaire proces van de FUMO. Per onderwerp wordt hieronder een toelichting gegeven van de manier waarop het effect berekend is. Milieubelastende activiteiten Onder de Omgevingswet verschuiven taken die nu door gemeenten zelf worden uitgevoerd richting de FUMO. Het gaat hierbij om 6.329 bedrijven. Het huidige bestand waarvoor de FUMO taken uitvoert, bedraagt ca 3.600 bedrijven. Het totaal aantal bedrijven wordt dus bijna verdrievoudigd. Wel zijn het veelal minder complexe en minder risicovolle bedrijven die als gevolg van de Omgevingswet verschuiven richting de FUMO. Deze nieuwe bedrijven vragen gemiddeld genomen een lagere ureninzet dan de reeds bij de FUMO ondergebrachte bedrijven. Voor deze 6.329 bedrijven zijn in de werkgroep kentallen en frequenties opgesteld. Voor vergunningverlening wil dit concreet zeggen dat aannames zijn gedaan hoe vaak deze bedrijven gemiddeld genomen een melding doen en hoeveel tijd er met het afhandelen van een melding is gemoeid. Voor toezicht zijn afspraken gemaakt hoe vaak de FUMO deze bedrijven gaat controleren en hoeveel tijd hiermee is gemoeid. In onderstaand schema zijn de gehanteerde normen en frequenties opgenomen. Hierbij is ook een vergelijking gemaakt met de normen die voor het huidige takenpakket worden gehanteerd.
1 In Project24 worden de effecten van de Omgevingswet in kaart gebracht. Dit gebeurt in nauwe samenwerking tussen de
FUMO en haar deelnemers, onder de aansturing van een onafhankelijke projectleider. 2 Onder de Omgevingswet komt het begrip milieubelastende activiteiten centraal te staan. De Omgevingswet definieert een milieubelastende activiteit als: 'een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken.’ 3 Briks-taken zijn taken op het gebied van Bouwen, Reclame, Inrit, Kappen en Slopen.
- 3 / 19 -
In de bijlage is het aantal inrichtingen per deelnemer opgenomen. Bodemactiviteiten In de Omgevingswet zijn gemeenten bevoegd gezag voor verontreinigingen in de bodem. In de Wet bodembescherming (Wbb) waren dat de provincies en 29 grotere gemeenten, waaronder de gemeente Leeuwarden. De bodemactiviteiten zijn onder de Omgevingswet voor het grootste deel aangemerkt als basistaak De provincies blijven bevoegd gezag voor saneringen die vallen onder het overgangsrecht. Dit zijn saneringen die gestart zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, maar wel doorlopen in 2024. Onderdeel van de taak die FUMO voor de provincie uitvoert is het bodemloket. FUMO beheert het bodemarchief en beantwoordt vragen over bodemverontreiniging waarvan het dossier in het archief aanwezig is. Bij dossiers die alleen nog op papier aanwezig zijn, worden bodemonderzoeksrapporten en beschikkingen gedigitaliseerd en in het bodeminformatiesysteem Nazca gezet op het moment dat er vragen binnenkomen. Bij de berekening van de impact zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Inschatting is dat circa 12,5% van alle uren betrekking heeft op bodemactiviteiten die onder het overgangsrecht vallen en waarvoor de provincie bevoegd gezag blijft. Deze inschatting sluit in omvang aan bij inschattingen die andere Omgevingsdiensten in den lande hebben gemaakt.
• Voor het beoordelen van aanvragen voor open bodemenergiesystemen (BES) wordt binnen de provincie circa 350 uur (0,25 fte) aan capaciteit ingezet. • Voor de activiteiten van het bodemloket is binnen FUMO 1 fte (1360 uur) aanwezig. Bovenstaande uitgangspunten leiden tot de volgende verschuiving van uren voor het uitvoeren van de Wbb-taken.
- 4 / 19 -
Uit deze tabel blijkt dat er sprake is van een verschuiving van provinciale uren naar uren voor gemeenten. Bovenstaande uren zijn meegenomen in de begrotingswijziging 2024 van de betreffende deelnemers. De plustaken inzake het bodemloket zijn opgenomen onder het kopje vergunningverlening, in de categorie Bodem V. In de bijlage is een specificatie van alle gemeentelijke plustaken opgenomen.
Ontgrondingsactiviteiten De Ontgrondingswet gaat op in de Omgevingswet. Bij een groot deel van de ontgrondingsactiviteiten blijft de provincie bevoegd gezag. Aangezien er inhoudelijk slechts beperkte wijzigingen voordoen, is het voorstel van de werkgroep om ook de financiële stromen zo veel mogelijk gelijk te houden. Er vindt in voorliggende begroting op het gebied van ontgrondingen dan ook geen verschuiving plaats die impact heeft op de begroting van FUMO en de deelnemersbijdrage van bevoegde gezagen. Zuivelbedrijven Onder de huidige wetgeving (Bor)4 valt een zuivelfabriek onder het bevoegd gezag van de provincie. Onder de Omgevingswet vallen de zuivelfabrieken onder de milieubelastende activiteit ‘Voedingsmiddelenindustrie’ en daarmee onder het bevoegd gezag van de gemeenten. Zij blijven vergunningplichting. Er zijn zes bedrijven waarvan het bevoegd gezag verschuift van provincie naar gemeenten. Hieronder staat welke gemeenten onder de Omgevingswet het bevoegd gezag worden.
4 Besluit omgevingsrecht
- 5 / 19 -
Bevoegd gezag Achterkarspelen De Fryske Marren Heerenveen Súdwest-Fryslân Totaal
Aantal zuivelbedrijven 1 1 2 2 6
De urenbesteding voor zuivelbedrijven kan niet binnen de bestaande kentallen worden uitgevoerd. Daarom zijn hierover met de provincie maatwerkafspraken gemaakt. Vanuit de werkgroep Financiën wordt voorgesteld om de maatwerkafspraken te continueren bij overgang van de bedrijven naar de gemeenten, aangezien de opgave voor FUMO gelijk blijft. FUMO verwacht de komende jaren geen wijziging in de benodigde inzet. Dit leidt tot onderstaande verschuiving van uren, die in voorliggende begrotingswijziging als maatwerkuren zijn meegenomen bij de betreffende gemeentelijke deelnemers.
Collectieve taken De verschuiving van taken leidt ook tot een uitbreiding van de collectieve taken van FUMO. Dit heeft betrekking op twee onderdelen. 1. Beheer inrichtingenbestand
• •
Met de overdracht van de aanvullende milieubelastende activiteiten, krijgt FUMO ook de taak erbij om het inrichtingenbestand actueel te houden. Voor het beheer van het huidige inrichtingenbestand van 3.600 bedrijven heeft FUMO 500 uur beschikbaar in de collectieve taken (AB, 21 april 2021). Het voorstel is om dezelfde verhouding aan te houden. Uitgaande van ca. 6.700 nieuwe bedrijven komt de aanvullend benodigde inzet uit op afgerond 800 uur.
2. Opleiden en inwerken Als gevolg van de krappe arbeidsmarkt is de FUMO genoodzaakt minder ervaren medewerkers aan te trekken. Deze medewerkers hebben gemiddeld genomen meer opleidings- en inwerkuren nodig. In de collectieve taken is er budget beschikbaar voor het opleiden en inwerken van nieuwe medewerkers. Dit betreft een budget van circa 200 uur per nieuw te werven medewerker. Op basis van de berekening van het aantal benodigde FTE en rekening houdend met het kengetal van 200 uur, is voor opleiden en inwerken bijna 2.088 uur meegenomen. In totaal zijn er op basis van bovenstaande onderwerpen 2.888 uren opgenomen onder de collectieve uren.
- 6 / 19 -
3
Impact werken onder de Omgevingswet
Inleiding Op grond van meerdere onderzoeken naar de mogelijke financiële effecten van de Omgevingswet op omgevingsdiensten (zie ook Seinstra&Partners en het Cebeon-rapport aangegeven bij AB van oktober 2022), is de inschatting dat het werken met en conform de Omgevingswet leidt tot een verhoging van circa 5 á 10% ten opzichte van de huidige (WABO) begroting van de FUMO. Uitgaande van 8% gerekend over de begroting van 2023 leidt dit tot een uitzetting van bijna € 1.4 mln. Voorgaande betreft een benadering op hoofdlijnen, die een globale financiële impact aangeeft. In voorliggende begrotingswijziging 2024 heeft de FUMO deze benadering verfijnd, door per aandachtsgebied een indicatie te geven van de verwachte impact van de Omgevingswet op de taakuitvoering. Ook hier is het belangrijk te benoemen dat hierin een grote mate van onzekerheid schuilt. Pas wanneer er echt gewerkt gaat worden onder de Omgevingswet wordt duidelijk wat de impact is. Daarom is in samenspraak met de deelnemers afgesproken dat 2024 een overgangsjaar wordt en dat de financiële effecten incidenteel in de begroting worden verwerkt. Inhoudelijke onderbouwing Het werken onder de Omgevingswet kost in de beginfase meer tijd. Dit heeft verschillende oorzaken. • De Omgevingswet is een nieuwe wet.
Bij elke nieuwe aanvraag zal het daarom tijd kosten om precies uit te zoeken waar in de wet de betreffende regels zijn opgenomen. Dit zorgt ervoor dat er gemiddeld meer tijd nodig is voor het afhandelen van een melding, vergunning of toezichtscontrole. • Er is sprake van een grotere diversiteit per casus. Onder de huidige wetgeving staat het begrip inrichting (bedrijf) centraal. Onder de Omgevingswet komt het begrip milieubelastende activiteit centraal te staan. Elke inrichting heeft één of meerdere milieubelastende activiteiten, die elk op zichzelf beoordeeld moeten worden. Dit leidt tot een grotere diversiteit. • Er is sprake van een grotere diversiteit per deelnemer. Onder de Omgevingswet kunnen deelnemers, binnen de vastgestelde kaders, zelf invulling geven aan normen en grenswaarden binnen omgevingsplannen. Dit leidt er naar alle waarschijnlijk toe dat er voor de 18 Friese gemeenten ook 18 verschillende beleidskeuzes worden gemaakt. Per aanvraag zal de FUMO dus goed moeten kijken welk beleidskader van toepassing is. • Er zal sprake zijn van intensiever vooroverleg. Onder de Omgevingswet wordt gevraagd om een meer integrale benadering van een aanvraag. Daarnaast wordt de doorlooptijd van een vergunning ingekort van 26 naar 8 weken. Dit leidt ertoe dat er meer vooroverleg nodig is tussen de ketenpartners (zoals brandweer, GGD, gemeente, provincie).
• Naar verwachting zal het aantal meldingen onder de Omgevingswet stijgen. Dit komt omdat meer bedrijven onder de meldingsplicht vallen en er bovendien per milieubelastende activiteit gemeld moet worden. • Naar verwachting zullen aanvragers in de beginfase meer vragen hebben dan nu. Ook voor aanvragers is de Omgevingswet nieuw en zal er in de beginfase sprake zijn van onduidelijkheden. De verwachting is dat er daarom meer vragen aan de FUMO worden gesteld. • Er zal sprake zijn van meer terugkerende aanvragen, omdat aanvragen sneller niet ontvankelijk zullen worden verklaard. Om de wettelijke doorlooptijd van 8 weken te kunnen realiseren, is het van groot belang dat een vergunningaanvraag direct juist en volledig wordt ingediend. Binnen het proces is nauwelijks ruimte voor het telkens opnieuw opvragen en
- 7 / 19 -
•
beoordelen van aanvullende informatie. Hoewel in het DSO5 duidelijk wordt aangegeven welke documentatie benodigd is bij een vergunningaanvraag, is de verwachting dat aanvragen eerder als niet ontvankelijk worden beoordeeld en dat wordt verzocht de aanvraag opnieuw in te dienen. Dit kost de FUMO meer tijd, omdat er per saldo sprake is van meer aanvragen. Wel zal de FUMO kijken in hoeverre indieners op voorhand meegenomen kunnen worden, zodat aanvragen vaker juist en compleet worden gedaan. De verwachte impact op het aantal vergunningen wordt als klein bestempeld. Er gaan weliswaar meer situaties onder algemene regels vallen, maar er zijn ook situaties die nu niet vergunning plichtig zijn en dit wel worden.
Effect op de formatie Hierboven is in kwalitatieve zin aangegeven wat de impact is op de taakuitvoering van de FUMO. Om deze effecten in de begrotingswijziging op te kunnen nemen, is het nodig deze te kwantificeren in termen van uren. Op dit moment zijn er geen objectief vastgestelde normen beschikbaar voor de hiervoor genoemde oorzaken van de verwachte urenstijging. Daarom heeft de FUMO ervoor gekozen om binnen de afdelingen van het primaire proces uit te vragen wat de verwachte impact op de urenbesteding voor basistaken is. Deze verwachte impact is vertaald in een opslag op de totale uren voor de basistaken vergunningverlening, toezicht en bodemtaken. De verwachte impact op de basistaken is als volgt: • Afdeling VSA (Vergunningverlening & Specialistisch Advies) verwacht in het eerste jaar ca 10.000 uren (7.5 fte) extra nodig te hebben om de taken onder de Omgevingswet uit te kunnen voeren. Dit betreft uren voor vergunningverleners, juristen en specialisten op het gebied van geluid, lucht en geur. Deze inschatting is gebaseerd op de oorzaken voor de stijging, die genoemd zijn op de vorige pagina. • Afdeling Toezicht en Handhaving verwacht ruim 4.000 aanvullende uren (3 fte) nodig te hebben. Hiervan heeft 2.5 fte betrekking op toezicht bij inrichtingen en 0.5 fte op niet inrichting gebonden taken (Bbk). In totaal is de verwachte impact voor het overgangsjaar 10,53 fte.
Deze formatie is opgenomen in de begrotingswijziging 2024 middels een opslag op de basistaakuren. Er is uitgegaan van de volgende opslagen: Taak Inrichting gebonden vergunningverlening Inrichting gebonden toezicht Bbk
Gehanteerde opslag 25% 18% 3%
Voor de plustaken, die per deelnemer verschillen in aard en omvang waardoor een uniforme opslag hier niet passend is, is een uitvraag gedaan richting de deelnemers. Hierbij is toen nog geen rekening gehouden met de eerder genoemde plusuren inzake het bodemloket. Deze informatie was op dat moment nog niet beschikbaar. Per deelnemer is de verwachte impact van de Omgevingswet op de plustaken in samenspraak bepaald en verwerkt in voorliggende begrotingswijziging. 5
Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt de uitvoering van de Omgevingswet. Het digitaal stelsel bestaat uit de landelijke voorziening die wordt ontwikkeld door het programma Aan de slag met Omgevingswet en lokale systemen bij overheden. Digitaal Stelsel Omgevingswet - Ontwikkelaarsportaal (aandeslagmetdeomgevingswet.nl)
- 8 / 19 -
4
Impact op bedrijfsvoering
Op basis van de uitkomsten van de berekeningen van de overheveling van taken en het werken onder de Omgevingswet, stijgt de formatie in het primaire proces met 22,46 fte. Op de totale formatie betekent dit een stijging van 14,3%. Deze 22.46 fte is als volgt opgebouwd: • • •
11,25 fte als gevolg van overheveling taken 10,53 fte als gevolg van impact werken onder de Omgevingswet 0,68 fte overige effect. Dit betreft bijvoorbeeld de mutatie van de plustaken als gevolg van de uitvraag richting de deelnemers. Ook zijn de verwachte uren met betrekking tot Briks-taken verlaagd als gevolg van de verschuiving van het bevoegd gezag van zuivelbedrijven naar gemeenten. Per saldo hebben deze mutaties een effect van 0,68 fte.
Deze stijging heeft ook invloed op de bedrijfskosten, zoals de kosten voor het wagenpark en ICTkosten. In dit hoofdstuk wordt inzichtelijk gemaakt wat deze invloed is en op welke wijze dit verwerkt is in voorliggende begrotingswijziging. Dit wordt gedaan per kostensoort. Kostensoort Overige personeelskosten
Impact Omgevingswet Hieronder vallen de volgende budgetten: • Scholingskosten: deze zijn genormeerd op 2% van de loonsom en bewegen dus automatisch mee • Secundaire arbeidsvoorwaarden: Ook een afgeleide van de loonsom en beweegt dus automatisch mee • Reiskosten woon-werk/ thuiswerkvergoeding: Stijging mee genomen naar rato stijging fte • Werving en selectie: Ongewijzigd • Outplacement: Ongewijzigd • DVO gemeenten Leeuwarden: betreft kosten salarisadministratie en overige P&O diensten: Stijging mee genomen naar rato stijging fte. • DVO provincie: Betreft kosten voor ICT en financiën. De kosten voor financiën zijn gelijk gehouden. Voor de kosten voor ICT (zoals laptops en telefonie) is een stijging meegenomen naar rato van de stijging van het aantal fte.
Kapitaallasten Wagenpark Huisvesting Administratie ICT
Blijft ongewijzigd Stijging naar rato van stijging fte. Blijft ongewijzigd Blijft ongewijzigd Stijging naar rato van stijging fte. Het grootste deel van de ICT-kosten is gebaseerd op licenties. De licentiekosten zijn afhankelijk van het aantal gebruikers. Daarom is hier een stijging doorgevoerd als dekking voor de kosten voor deze extra gebruikers. Blijft ongewijzigd
Overige kosten
De Omgevingswet heeft impact op de FUMO organisatie door het uitbreiden van takenpakketten. Onze organisatie groeit aanzienlijk omdat bij de primaire afdelingen extra personeel instroomt om de nieuwe taken onder de Omgevingswet te kunnen bedienen. Gegeven de kaders voor opbouw en functioneren van onze organisatie is het niet langer hanteerbaar en houdbaar dat bij de afdeling Bedrijfsvoering de span of control en span of attention op 25 tot 30 medewerkers is ingericht. Het risico is te groot dat de ontwikkeling en de dienstverlening ten behoeve
- 9 / 19 -
van de primaire afdelingen verder op spanning komt te staan met de mogelijkheden die de afdeling bedrijfsvoering in ondersteuning en kwaliteit kan bieden. Daarom is de functie teamleider (1fte) opgenomen in de begroting van bedrijfsvoering. Als bron wordt genoemd het onderzoek en rapport van Ten Have (THCM, 2020). Op basis van dit rapport is in 2021 begonnen met de beoogde nieuwe organisatie opzet zoals een nieuw MT en met nieuw aangestelde teamleiders. Daarbij is de focus in eerste instantie beperkt geweest op de inbedding van deze organisatie opzet en principes bij de primaire afdelingen. De afdeling bedrijfsvoering is toentertijd niet in deze doorontwikkeling meegenomen.
- 10 / 19 -
5
Begrotingswijziging 2024
In onderstaande tabel is de specificatie van de begrotingswijziging per kostensoort opgenomen. Begroting Begroting 2024 Mutatie Verschil 2024 wijziging
Begroting (Bedragen x € 1000)
%
Lasten Personeelskosten Overige personeelskosten Kapitaallasten Wagenpark Huisvesting Administratie ICT Overige kosten Onvoorzien Ontwikkelkosten Implementatie omgevingswet Totale lasten
16.997 1.010 85 171 695 56 438 250 100 257 75 20.134
1.853 79 0 25 0 0 63 0 0 0 0 2.020
18.850 1.089 85 196 695 56 501 250 100 257 75 22.154
1.853 10,9% 79 7,8% 0 0,0% 25 14,6% 0 0,0% 0 0,0% 63 14,4% 0 0,0% 0 0,0% 0 0,0% 0 0,0% 2.020 10,0%
Baten Baten uit extra opdrachten Specifieke uitkeringen Deelnemersbijdrage Totale baten
732 555 18.847 20.134
-50 0 2.070 2.020
682 555 20.917 22.154
-50 -6,8% 0 0,0% 2.070 11,0% 2.020 10,0%
In totaliteit is de impact van het opnemen van de effecten van de Omgevingswet in de begroting van de FUMO ruim € 2.0 mln. Hiervan is ca € 1.2 mln. structureel en € 0.8 mln. incidenteel. Het grootste deel hiervan heeft betrekking op personeelskosten als gevolg van de effecten van de overheveling van taken en het werken onder de Omgevingswet. Het effect op de bedrijfsvoering zit zowel in de personeelskosten, als in de bedrijfskosten (overige personeelskosten, wagenpark en ICT-kosten). Hieronder is een specificatie per onderdeel opgenomen. Overheveling taken (11,25 fte) Impact Omgevingswet op huidige taken (10,53 fte) Effect op bedrijfsvoering Overige effecten (zoals wijziging inbreng plusuren, 0,68 fte) Totaal
€ 860.324 (structureel) € 805.514 (incidenteel) € 331.625 (structureel/incidenteel) € 22.637 (structureel) € 2.020.000
Uurtarief Als gevolg van de overheveling van taken en het werken onder de Omgevingswet is 22.46 fte aan formatie in het primaire proces opgenomen in de begrotingswijziging. Omgerekend zijn dit ruim 30.000 uren. De overheadkosten zijn verhoudingsgewijs minder gestegen dan de uren in het primaire proces. Dit heeft een positief effect op het uurtarief van de FUMO. Het uurtarief in voorliggende begrotingswijziging daalt met 6.8% ten opzichte van de primaire begroting 2024. Het integrale uurtarief wordt € 109,19. Dit was € 117,14. De tarieven voor plustaken zijn als volgt: Omschrijving
Uitvoering
Ta ri efgroep 1
Scha a l 6-7
Tarief
Ta ri efgroep 2
Scha a l 8-9
€ 97,00
Ta ri efgroep 3
Scha a l 10
€ 112,50
Ta ri efgroep 4
Scha a l 11
€ 123,50
€ 86,00
- 11 / 19 -
Bijlagen Specificatie bijdrage per deelnemer Deelnemer
Totale bijdrage
Basistaken
Plustaken
Overige opbrengsten
Collectieve opdrachten Implementatie incl ketentoezicht omgevingswet 86.144 2.714
Abonnement NAZCA 1.616
Totaal reguliere begroting 659.530 118.110
Achtkarspelen
659.530
508.021
61.035
-
Ameland
118.110
76.600
31.095
-
9.572
343
500
Dantumadiel
363.212
275.072
41.388
-
44.173
1.482
1.097
363.212
1.315.257
1.042.217
104.192
-
160.516
5.332
3.000
1.315.257
Harlingen
630.824
422.089
143.152
-
62.611
2.057
915
630.824
Heerenveen
969.438
774.681
75.968
-
111.887
3.969
2.933
969.438
Leeuwarden
1.550.795
1.215.502
174.527
-
155.383
5.383
-
1.550.795
Noard-East Fryslân
1.408.727
1.035.706
182.952
-
181.859
5.576
2.634
1.408.727
Ooststellingwerf
718.541
588.592
27.440
-
97.978
3.057
1.475
718.541
Opsterland
500.623
408.232
18.331
-
70.110
2.222
1.726
500.623
Schiermonnikoog
65.390
47.779
10.608
-
6.259
245
500
65.390
Smallingerland
821.096
587.410
136.007
-
91.291
3.143
3.246
821.096
Súdwest-Fryslân
De Fryske Marren
2.365.838
1.976.735
56.677
-
316.990
10.224
5.212
2.365.838
Terschelling
197.660
121.978
53.566
-
20.954
661
500
197.660
Tytsjerksteradiel
615.722
464.267
75.744
-
71.353
2.501
1.857
615.722
Vlieland
85.683
45.497
32.816
-
6.639
230
500
85.683
1.254.219
953.124
125.764
-
167.658
5.000
2.673
1.254.219
Waadhoeke Weststellingwerf
620.768
510.138
20.122
-
86.189
2.806
1.513
620.768
Subtotaal
14.261.433
11.053.639
1.371.385
-
1.747.567
56.945
31.897
14.261.433
Provincie Fryslân
14.900
6.459.032
6.459.032
3.009.231
2.988.440
-
428.405
18.055
Wetterskip
46.753
-
46.753
-
-
-
46.753
Brikstaken
148.501
-
-
148.501
-
-
148.501
Specifieke uitkeringen
554.925
Overige opdrachten incidenteel
682.448
-
-
682.448
-
-
22.153.092
14.062.869
4.406.578
1.385.874
2.175.973
75.000
Eindtotaal
554.925
- 12 / 19 -
554.925 682.448 46.797
22.153.092
Ontwikkeling deelnemersbijdrage a Deelnemer Achtkarspelen
b
c = b -/- a
Totale bijdrage Totale bijdrage begroting 2024 begrotingswijziging 2024 480.142 659.530
Mutatie 179.388
37,4%
Ameland
87.972
118.110
30.138
34,3%
Dantumadiel
285.958
363.212
77.254
27,0%
De Fryske Marren
919.963
1.315.257
395.294
43,0%
Harlingen
565.124
630.824
65.701
11,6%
Heerenveen
661.235
969.438
308.204
46,6%
Leeuwarden
1.414.325
1.550.795
136.470
9,6%
Noard-East Fryslân
1.179.391
1.408.727
229.336
19,4%
Ooststellingwerf
548.630
718.541
169.911
31,0%
Opsterland
378.351
500.623
122.271
32,3%
Schiermonnikoog
51.935
65.390
13.455
25,9%
Smallingerland
651.534
821.096
169.562
26,0%
Súdwest-Fryslân
1.664.699
2.365.838
701.140
42,1%
Terschelling
187.005
197.660
10.654
5,7%
Tytsjerksteradiel
470.912
615.722
144.810
30,8%
Vlieland Waadhoeke Weststellingwerf
84.505
85.683
1.177
1,4%
1.087.587
1.254.219
166.632
15,3%
484.819
620.768
135.949
28,0%
Subtotaal
11.204.087
14.261.433
3.057.346
27,3%
Provincie Fryslân
7.278.524
6.459.032
- 819.492
-11,3%
Wetterskip
46.753
46.753
-
0,0%
Brikstaken
318.619
148.501
- 170.119
0,0%
Specifieke uitkeringen
554.925
554.925
-
100,0%
Overige opdrachten incidenteel Eindtotaal
732.122
682.448
- 49.673
-6,8%
20.135.030
22.153.092
2.018.062
10,0%
- 13 / 19 -
Mutatie deelnemersbijdrage
Deelnemer
Mutatie
Basistaken regulering en toezicht
Asbest
Oorzaken mutatie deelnemersbijdrage WBB Plustaken Collectieve gemeente opdrachten
Bbk
Implementatie omgevingswet
Overige opbrengsten
Abonnement NAZCA
Achtkarspelen
179.388
132.005
- 1.354
- 2.897
26.206
12.541
12.533
356
-
Ameland
30.138
13.626
- 85
- 386
15.724
- 78
1.312
25
-
Dantumadiel
77.254
64.915
- 1.625
- 2.736
12.011
- 1.363
5.920
133
-
De Fryske Marren
395.294
273.588
- 2.624
- 5.634
95.608
6.541
27.021
794
-
Harlingen
65.701
53.327
- 593
- 1.610
56.998
- 46.462
4.074
- 35
-
Heerenveen
308.204
219.645
- 3.386
- 5.859
70.057
4.818
22.252
677
-
Leeuwarden
136.470
174.177
- 5.417
- 11.267
118.672
- 153.954
14.194
67
-
Noard-East Fryslân
229.336
187.754
- 4.300
- 7.630
45.861
- 7.244
14.741
154
-
Ooststellingwerf
169.911
106.995
- 2.438
- 1.288
45.861
11.598
9.053
130
-
Opsterland
122.271
96.468
- 2.624
- 1.610
13.758
7.298
8.772
209
-
Schiermonnikoog
13.455
9.076
- 254
- 483
4.368
- 112
849
11
-
Smallingerland
169.562
136.170
- 4.063
- 2.608
29.482
- 2.571
12.862
289
-
Súdwest-Fryslân
701.140
487.377
- 5.925
- 10.463
161.669
20.713
46.497
1.272
-
Terschelling
10.654
15.973
- 948
- 773
4.586
- 9.139
981
- 26
-
Tytsjerksteradiel
144.810
121.374
- 2.015
- 4.153
20.310
- 2.841
11.823
311
-
1.177
7.977
- 119
- 129
4.586
- 11.878
730
9
-
Waadhoeke
166.632
158.276
- 3.386
- 6.181
65.515
- 59.455
11.784
78
-
Weststellingwerf
135.949
110.557
- 1.625
- 2.189
12.011
6.945
10.051
199
-
Provincie Fryslân
- 819.492
- 192.659
-
-
- 586.649
- 35.530
- 4.654
-
-
-
-
- 170.119
-
-
- 49.673
179.917
-
- 219.792
Vlieland
Wetterskip
-
Brikstaken
- 170.119
Specifieke uitkeringen Overige opdrachten incidenteel Eindtotaal
-
-
- 49.673 2.018.062
2.176.622
- 14 / 19 -
- 42.779
- 67.894
803.282
- 811.294
-
Overzicht aantal inrichtingen Specificatie inrichtingen type b-
Specificatie inrichtingen Gemeente
Categorie B-
Categorie B
Categorie C
Gemeente
Industrie
Agrarisch
Totaal
Achtkarspelen
333
103
Categorie Provinciaal Totaal IPPC 24 15 475
Achtkarspelen
236
97
Ameland
35
12
5
-
-
52
Ameland
10
25
35
Dantumadiel
233
72
22
1
-
328
Dantumadiel
136
97
233
De Fryske Marren
690
262
75
7
-
1.034
De Fryske Marren
69
621
690
Harlingen
93
69
41
3
-
206
Harlingen
79
14
93
Heerenveen
420
118
46
8
-
592
Heerenveen
235
185
420
Leeuwarden
541
148
99
4
-
792
Leeuwarden
358
183
541
Noard-East Fryslân
534
389
72
12
-
1.007
Noard-East Fryslân
309
225
534
Ooststellingwerf
241
95
50
13
-
399
Ooststellingwerf
77
164
241
Opsterland
287
87
43
5
-
422
Opsterland
92
195
287
Schiermonnikoog
28
9
1
-
-
38
Schiermonnikoog
14
14
28
Smallingerland
448
139
34
4
-
625
Smallingerland
323
125
448
Súdwest-Fryslân
1.258
333
1.258
669
111
16
-
2.054
Súdwest-Fryslân
629
629
Terschelling
34
21
21
-
-
76
Terschelling
29
5
34
Tytsjerksteradiel
427
79
30
4
-
540
Tytsjerksteradiel
226
201
427
Vlieland
20
6
5
-
-
31
Vlieland
20
-
20
Waadhoeke
419
408
53
13
-
893
Waadhoeke
253
166
419
Weststellingwerf
288
90
53
6
-
437
Weststellingwerf
92
196
288
Provincie Fryslân
-
-
-
-
55
55
Provincie Fryslân
-
-
-
6.329
2.776
785
111
55
10.056
3.187
3.142
6.329
Totaal
- 15 / 19 -
Totaal
Begroting na wijziging per programma
Programma 2024 2024 Vergunningverlening en Specialistisch advies Begroting Mutatie Begrotingswijziging Lasten 6.018.600 1.163.405 7.182.005 Baten - Reguliere bijdragen 5.493.229 1.273.302 6.766.531 - Brikstaken 159.310 (85.060) 74.250 - Incidentele opbrengsten 366.061 (24.837) 341.224 Saldo -
Programma Toezicht en handhaving Lasten Baten - Reguliere bijdragen - Brikstaken - Incidentele opbrengsten Saldo Programma Bedrijfsvoering Lasten Baten - Reguliere bijdragen
Saldo
2024 2024 Begroting Mutatie Begrotingswijziging 6.112.756 504.590 6.617.346 5.587.385 159.310 366.061 -
614.487 (85.060) (24.837)
6.201.872 74.250 341.224 -
2024 2024 Begroting Mutatie Begrotingswijziging 8.003.674 350.066 8.353.740 8.003.674 -
- 16 / 19 -
350.066 -
8.353.740 -
Specificatie plustaken gemeenten Toezicht
Deelnemer Achtkarspelen
Niet basistaak Piket Plus bedrijven + handhavingscontroles p.m.
Ameland
Vergunningverlening BOA
Toezicht Bodem
Dantumadiel
40
De Fryske Marren Harlingen
Niet Bodem V Juridisch V Administr basistaak atief bedrijven
66 264 95
p.m.
Geluid
REV
39
300
6
84
23
54
1
12
80
4
47
350
20
161
416
5
76
450
10
117
980
20
178
100
370
18
65
142
264
50
Heerenveen
85
120
104
Leeuwarden
264
Noard-East Fryslân
160
Juridisch Toezicht
Shared service
100
9
EED
Bodem Lucht
BeleidsDiversen** ondersteuning
538
3 65
9
10
121
280
27
365
9 125
Totaal
946
9
75
1.320
9
690 1.542
15
189
285
27
68
11
110
50
9
248
Opsterland
20
9
73
50
9
161
66
7
1
8
264
44
8
107
12
Smallingerland
50
p.m.
Súdwest-Fryslân Terschelling
66
7
p.m.
Vlieland
45
Waadhoeke
180
66 p.m.
82
30 7
264
120
Weststellingwerf
Tariefgroep
450
241 6
Tytsjerksteradiel
Totaal uren per jaar
285
EV
Ooststellingwerf Schiermonnikoog
68
Totaal
SPA
30
98
388 2
-
1.584 2
3
2
168
3 214
25
250
9
2
27
3
335
10
74
35
2
8
250
20
100
5
200
50 48
1.196 60
12
537
75
464
9
658
3
100
100
9
20
94
50
9
296 -
1.161 176
370
1.019
432
150
4.158
174
1.714
1.339
147
50
123
50
180
403
2
2
4
1
3
3
3
4
3
2
3
4
4
3
- 17 / 19 -
1.607
97
9
88
18
40
12.281
Risicoanalyse Omschrijving risico
Beheersmaatregelen
Bedrag
Kans
Impact
(Hoog, Middel, Laag)
1.
2.
In de begroting is rekening gehouden met een indexering van 3,2%. Dit is gebaseerd op de Middellange termijn raming van het CPB van maart 2022. Vanaf het najaar van 2021 is de inflatie echter sterk opgelopen. Hierdoor ontstaat het risico dat de indexering ontoereikend is. Met name CAO-effecten kunnen tot extra kosten leiden. Een stijging van 2% boven op de indexering van de loonkosten, betekent een extra kostenpost van circa € 300.000.
Om de financiële effecten van de Omgevingswet in de begrotingswijziging 2024 te vertalen is gebruik gemaakt van aannames. Een risico is dat deze aannames te ruim zijn, waardoor het aantal begrote uren te hoog is en als gevolg daarvan het uurtarief te laag. Wanneer dit risico optreedt, en er dus minder uren worden gerealiseerd dan begroot, ontbreekt er een stuk dekking voor overheadkosten. Indien 95% van de begrote uren wordt gerealiseerd, betreft dit een onderbesteding van 10.000 uren. Dit risico kan zich ook voortdoen als FUMO er niet in slaagt om de benodigde formatie ook daadwerkelijk in te vullen. Uitgaande van € 40.- per uur dekking voor overhead, is het risico € 400.000. (10.000 uur x € 40.-)
3.
De productiviteitsnorm bedraagt vanaf 2022 1.360 uur per fte. Ondanks het feit dat deze in 2022 is gehaald, bestaat dat we deze norm in toekomstige jaren niet gaan halen. Uitgaande van een realisatie van 1.330 uur en een formatie van 148 fte, schatten we het risico in op € 375.000.
4.
Het ICT-landschap, waaronder het zaaksysteem LEEF, dient te worden aangepast aan de veranderende wet- en regelgeving. Daarnaast vereist de aansluiting op het digitale stelsel een organisatie die geheel digitaal kwalitatieve, hoogstaande informatie verzamelt en opmaakt. Dit betekent dat (interne) processen en systemen opnieuw ingericht moeten worden. Ook zullen er aanpassingen moeten komen om nieuwe data, noodzakelijk als gevolg van de Omgevingswet, te kunnen registreren. Omvang van het risico is moeilijk te bepalen. In 2023 zal een visie op het ICT-landschap worden opgesteld. Schatting risico is € 400.000.
• Geen beheersmaatregelen mogelijk
• •
Opstellen van een zo realistisch mogelijke begroting. Tijdig bijsturen indien onderbesteding dreigt
€ 300.000
H
€ 240.000
€ 400.000
M
€ 200.000
€ 375.000
M
€ 187.500
€ 400.000
H
€ 320.000
* Sturing op het behalen van de productiviteitsnorm. Hierbij kan gekeken worden naar de wijze van tijdsregistratie. • Met de deelnemers en het bestuur in gesprek gaan over de haalbaarheid van de productiviteitsnorm en deze eventueel bijstellen.
• Werken met een gedegen projectplanning, waarin prioriteiten worden gesteld op basis van beschikbare uren/budget. • Goed verwachtingsmanagement richting de deelnemers.
- 18 / 19 -
5.
De Omgevingswet vraagt om een nieuwe manier van (samen)werken. Aandachtspunt hierbij is de aansluiting tussen het huidige personeelsbestand en de transitie naar het werken onder de Omgevingswet, inhoudelijk en/of op houding en gedrag. Het risico bestaat dat er sprake zal zijn van suboptimaal werken door deze verandering. Dit risico wordt ingeschat op € 400.000.
• Uitvoeren van strategische personeelsplanning • Heroriëntatie van de inzet van het personeel
€ 400.000
M
€ 200.000
6.
In de begroting wordt rekening gehouden met een flexibele schil van 20%. Wanneer er naar verhouding meer moet wordt ingehuurd, is het risico dat de kosten van in inhuur hoger worden dan begroot. Wanneer de verhouding 75/25 wordt in plaats van 80/20, levert dit verhoudingsgewijs 8 fte meer inhuur op. Inhuur kosten gemiddeld € 35.000 per jaar meer (per fte), waardoor het totale risico € 280.000 bedraagt.
Via het project Strategische Personeelsplanning wordt getracht om op een andere manier de werving en selectie te doen. Hierbij wordt ingezet op een steviger verbinding met opleidingsinstituten en het verleggen van de koers naar het meer zelf vormen en opleiden van personeel.
€ 280.000
M
€ 140.000
€ 2.155.000
Totaal
- 19 / 19 -
€ 1.287.500