Bijlage 2 - Beantwoording zienswijze
Tekst van het document
Reactienota zienswijzen ontwerpvergunning UV20220848 Mardyk 3 te Sibrandabuorren
1.Inleiding
1.1
Algemeen
In dit document wordt de zienswijze beschouwd die is ingediend tegen de ter inzage gelegde ontwerp-omgevingsvergunning voor het project voor het (her)bouwen van een boerderij voor wonen, het verplaatsen van de werktuigenberging en het realiseren van twee recreatieappartementen in de voormalige ligboxenstal op het perceel Mardyk 3 te Sibrandabuorren. De omgevingsvergunning is geregistreerd onder het nummer: UV20220848.
1.2
Ontvangen zienswijzen
De ontwerp-omgevingsvergunning heeft met ingang van 9 maart 2023 voor de duur van 6 weken ter inzage gelegen. Tijdens deze inzageperiode is er één zienswijze ingediend gedateerd van 13 april 2023.
1.3
Planologisch kader
Voordat er inhoudelijk wordt ingegaan op de ingebrachte zienswijze, is het wenselijk om de strijdigheid met het bestemmingsplan te omschrijven. Er wordt middels een afwijking op het bestemmingsplan medewerking aan het bouwplan gegeven. Uitsluitend voor het deel waarvoor een afwijking op het bestemmingsplan wordt verleend, kan er sprake zijn van een belangenafweging waarbij de ingediende zienswijze eventueel een rol kunnen spelen. Het tijdens de ter inzage legging van toepassing zijnde bestemmingsplan op het perceel Mardyk 3 te Sibrandabuorren was ‘Buitengebied Boarnsterhim 2008’. Het perceel had hierbinnen de bestemming ‘Agrarisch gebied’ met de nadere aanduiding ‘kampeerterrein’. Conform dit bestemmingsplan was het niet toegestaan om binnen de bestemming ‘Agrarisch gebied’ regulier te wonen. Daarnaast zijn de twee recreatie-appartementen in de voormalige ligboxenstal in strijd met dit voormalige bestemmingsplan. Ten tijde van de behandeling van deze aanvraag is het ‘Bestemmingsplan Buitengebied SúdwestFryslân II’ vastgesteld op 28 september 2023. Dit betekent dat het ‘Bestemmingsplan Buitegengebied Buitengebied Súdwest-Fryslân II’ thans het geldende toetsingskader is.
Het perceel heeft hierbinnen de bestemming ‘Wonen-Woonboerderij’ met dubbelbestemmingen ‘WaardeArcheologie 2’ en ‘Waarde -Landschap verkaveling’ en functieaanduidingen ‘specifieke vorm van recreatie – kleinschalig kampeerterrein’ en ‘specifieke vorm van recreatie – stacaravans toegestaan’. Het realiseren van twee recreatieappartementen is binnen dit bestemmingsplan niet toegestaan omdat de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – recreatieappartementen’ ontbreekt. Gelet op het feit dat de aanvraag is ingediend onder het voormalige geldende bestemmingsplan en op grond daarvan (ook) de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing was en is opgestart, wordt deze aanvraag afgehandeld conform de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Onder het bestemmingsplan ‘Buitengebied Boarnsterhim 2008’ had de aanvraag overigens ook niet via de reguliere procedure kunnen worden afgedaan. Zowel de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden als de zogenoemde kruimelregeling bieden geen mogelijkheden om medewerking te verlenen aan het initiatief.
2. Reactie op zienswijzen Hieronder worden de gronden uit de zienswijzen benoemd.
2.1
De uitgangspunten betreffende de verkeersgeneratie zoals genoemd in de aanbeveling van RHO-adviseurs zijn onjuist
Er wordt gesteld dat Mardyk onvoldoende is uitgerust om de werkelijk verwachte verkeersbewegingen af te wikkelen. De weg is een zwakke veendijk dat niet voldoende is uitgerust voor het aantal verkeersdeelnemers dat toeneemt ten opzichte van huidige situatie. Aangestipt wordt ook de verwachte verkeersdrukte van campers/ caravans en boottrailers. Vooropgesteld merken wij op dat in de huidige situatie reeds een bedrijfswoning en een kampeerterrein met 15 standplaatsen aanwezig is. Op grond van het voormalige en het daarna vast gestelde bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitegengebied Buitengebied Súdwest-Fryslân II’ was en is dit ook toegestaan. Het kampeerterrein met 15 standplaatsen zal na het realiseren van het plan blijven bestaan. Uitsluitend voor het deel waarvoor een afwijking op het bestemmingsplan wordt verleend, kan er sprake zijn van een belangenafweging waarbij de ingediende zienswijze eventueel een rol kunnen spelen. Het kampeerterrein met 15 standplaatsen maakt hier geen onderdeel van uit. Met het plan worden (voor zover het ziet op de verkeerstoename) 2 recreatieappartementen toegevoegd, in principe hoeft er dan ook alleen gekeken te worden naar de verkeerstoename van deze 2 recreatiewoningen. Naar ons oordeel is de verkeerstoename door de realisatie van 2 recreatiewoningen niet zodanig dat er geen medewerking aan het bouwplan kan worden verleend.
Bovendien zal het aantal zware verkeersbewegingen van bijvoorbeeld vrachtwagens en tractoren afnemen, nu het agrarische bedrijf beëindigd wordt. Dat er sprake zal zijn van een aanzienlijke toename van verkeersbewegingen door de omgevingsvergunning is niet nader onderbouwd. De ontwikkeling voldoet aan de toepasselijke CROW normen. In deze normen is al specifiek rekening gehouden met een situatie voor een kampeerterrein en voor een recreatiewoningen. Het verkeeraspect is in de ruimtelijke onderbouwing beschreven en onderbouwd. In de ruimtelijke onderbouwing is voorts uiteengezet dat Mardyk voldoende capaciteit heeft en voldoende is uitgerust om de toename in verkeersgeneratie (6 mvt/etmaal) af te wikkelen. Indiener van de zienswijze geeft daarbij aan dat zijn woning niet meer veilig bereikbaar is (Mardyk 5). De woning van de indiener van de zienswijzer blijft, ook met de realisatie van het bouwplan, goed bereikbaar. Het laatste deel van de Mardyk is een doodlopende weg en er geldt een parkeerverbod. Ook nu al is sprake van een relatief smalle weg waar rustig gereden dient te worden en het passeren behoedzaam dient te gebeuren. Dat zal in de nieuwe situatie niet wijzigen. De zienswijze geeft geen aanleiding om de beschikking te wijzigen.
2.2
Het plan is in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Door het weer in gebruik nemen van de camping en de realisatie van 2 recreatieappartementen neemt de verkeersdrukte ontoelaatbaar toe waardoor er geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening
Zoals onder 2.1 is aangegeven zijn wij niet van mening dat met het bouwplan een onevenredige druk op de verkeerssituatie ontstaat. De zienswijze geeft geen aanleiding om de beschikking te wijzigen.
2.3
De kampeerterrein is in ieder geval al sinds 2009 niet nooit in gebruik geweest, bezwaar tegen verlengen van de vergunning voor een kleinschalige camping
Zoals eerder is opgemerkt maakt de kampeerterrein met 15 standplaatsen geen onderdeel uit van de aanvraag en is daarmee ook geen onderdeel van de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning ziet alleen op het mogelijk maken van een woning in de voormalige boerderij, het verplaatsen van de werktuigenberging en het realiseren van 2 recreatieappartementen in de voormalige ligboxenstal. Daarbij merken wij op dat onder het thans geldende, maar ook het voormalige, planologische regime een kampeerterrein met 15 standplaatsen voor kampeermiddelen reeds mogelijk is. Of dit kampeerterrein de afgelopen jaren al dan niet in gebruik is geweest is planologisch gezien niet relevant. Het geldende bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitegengebied Buitengebied SúdwestFryslân II’ staat het toe om hier een kampeerterrein met 15 standplaatsen te realiseren. De zienswijze geeft geen aanleiding om de beschikking te wijzigen.
2.4
In tegenstelling tot de conclusie in de ontwerpbeschikking worden er wel negatieve milieueffecten als gevolg van het plan voorvoornemen verwacht
De indiener van de zienswijze stelt, kort samengevat, dat er sprake is van het opnieuw opstarten van een camping en elementaire sanitaire en milieu hygiënische voorzieningen ontbreken. De planlocatie is niet aangesloten op het gemeentelijk rioleringsnet. De omgevingsvergunning voorziening voorziet niet in voorzieningen om negatieve milieueffecten te vermijden. Vooropgesteld merken wij wederom op dat de aanvraag en daarmee ook de omgevingsvergunning niet voorziet in de realisatie van een kampeerterrein. Dit laat onverlet dat op grond van het geldende (en voormalige) bestemmingsplan een kampeerterrein met 15 standplaatsen wel is toegestaan op het perceel. De kampeerterrein maakt alleen geen onderdeel uit van deze omgevingsvergunning. Dat er door de ruimtelijke ontwikkeling geen negatieve milieueffecten worden verwacht blijkt uit het onderzoek in de Ruimtelijke Onderbouwing. In 4.11. van de RO is een vormvrije m.e.r. toets uitgevoerd en onderbouwd. Een stikstofberekening is toegevoegd. Voor wat betreft het afvalwatersysteem is het volgende opgenomen in de ruimtelijke onderbouwing: ‘Afvalwater en regenwatersysteem: Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In het projectgebied wordt daarom gekeken of een gescheiden rioolstelsel mogelijk is.
Daarnaast wordt gebruik gemaakt van milieuvriendelijke en duurzame materialen, zodat afstromend hemelwater niet verontreinigd wordt.’ Voor het overige zal de initiatiefnemer zich uiteraard - bij het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling - moeten houden aan de geldende regelgeving voor milieu.
De zienswijze wordt niet overgenomen.
2.5
De minicamping in de planlocatie is in strijd met de intentie van het bestemmingsplan
Zoals herhaaldelijk aangegeven maakt het kampeerterrein met 15 standplaatsen geen onderdeel uit van deze aanvraag en daarom ook niet van de omgevingsvergunning. Een vergunning voor een minicamping en toetsing aan het bestemmingsplan is – in het kader van deze omgevingsvergunning – dan ook niet aan de orde. De zienswijze wordt niet overgenomen.
2.6
In de stikstofberekening is geen rekening gehouden met het regelmatig varen van bootjes van de geplande camping naar het Sneekermeer en terug
Op grond van het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitegengebied Buitengebied Súdwest-Fryslân II’ is al een kampeerterrein met 15 standplaatsen voor kampeermiddelen toegelaten. Deze omgevingsvergunning ziet niet op het kampeerterrein. De zienswijze wordt niet overgenomen.