CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2-6 - Karterend onderzoek 20220115

Raadsvergadering 20 juli 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Bestimmingsplan Hichtum-Schwartzenbergweg5.037 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hichtum, Schwartzenbergweg (Gemeente Súdwest-Fryslân, Fr.)

Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase definitief Steekproefrapport 2022-01/15

Hichtum, Schwartzenbergweg (Gemeente Súdwest-Fryslân, Fr.)

Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase definitief Steekproefrapport 2022-01/15

Hichtum, Schwartzenbergweg (Gemeente Súdwest-Fryslân, Fr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase Een onderzoek in opdracht van Maatschap Kroondijk Steekproefrapport 2022-01/15 ISSN 1871-269X Status: definitief Auteur: drs. J.M.G. Bongers, fysisch geograaf / senior KNA-prospector. Autorisatie dr. J. Jelsma, senior KNA-archeoloog/prospector. Actorregistraties respectievelijk: 92394548 en 35453178 Goedgekeurd door de bevoegde overheid gemeente Súdwest-Fryslân mevr. Y. Boonstra d.d. 25 januari 2022 De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en SIKB-BRL 4000. Voor dit onderzoek gelden protocollen 4002 & 4003. Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, 21 januari 2022 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau adres Hogeweg 3, 9801 TG Zuidhorn telefoon 050 – 5779784 internet www.desteekproef.nl e-mail info@desteekproef.nl kvk 02067214

Inhoud

Samenvatting Administratieve gegevens van het plangebied 1. Inleiding........................................................................................................................... 1 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01).............................................................................1 1.2 Beleidskader (KNA 4.1: LS01)......................................................................................2 1.3 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02).....................................................................................3 2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06)......................................................................................5 2.1 Bronnen..................................................................................................................... 5 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)..............................................................................5 2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04).......................................................................................6 2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03)..........................................................................8 2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05)......................................................11 3.

Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05).......................................................................................12 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01)...................................................................12 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03).................................................................13 4. Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07)..............................................................................14 Gebruikte bronnen Lijst van figuren en tabellen Archeologische periodes Appendix: Boorstaten en Laagbeschrijvingen boringen volgens Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode

Samenvatting In verband met de geplande bouw van twee woningen en de mogelijke aanleg van een paardrijdbak is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd bij de Schwartzenbergweg te Hichtum, gemeente Súdwest-Fryslân, provincie Fryslân. Voor de plannen is graafwerk nodig dat mogelijk een bedreiging vormt voor archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (protocol 4002) en een veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O; protocol 4003). Bij het bureauonderzoek zijn bronnen geraadpleegd op het gebied van fysische geografie, archeologie en historische geografie. Tijdens het veldonderzoek zijn zeven boringen geplaatst om de opbouw en gaafheid van de bodem te bepalen. Hichtum ligt in het Friese zeekleigebied in de regio waar de inhammen Marne en Middelzee samenkwamen. Het maaiveld in het gebied lag rond -0,7 meter NAP terwijl in rondom gelegen percelen het maaiveld rond NAP ligt. Zuidwestelijk grenst aan het plangebied de dorpsterp van Hichtum waarvan de oudste delen mogelijk teruggaan tot in de ijzertijd (zie Appendix). De Schwartzenbergweg bij het plangebied is aangelegd tijdens de achttiende of het begin van de negentiende eeuw. De bodem in het plangebied is waarschijnlijk ruim een meter diep vergraven.

Hoogstwaarschijnlijk is kleiwinning ten behoeve van bijvoorbeeld dakpan- of baksteenindustrie de oorzaak. Door de diepe verstoring zullen eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem sterk zijn aangetast. selectie-advies door senior KNA-prospector drs. J.M.G. Bongers Aangezien eventuele archeologische resten sterk zullen zijn aangetast, adviseren wij voor het plangebied aan de Schwartzenbergweg geen nader archeologisch onderzoek te laten uitvoeren en het terrein op archeologische gronden vrij te geven voor de benodigde bodemingrepen voor de bouw van de twee woningen en de mogelijke aanleg van een paardrijdbak. Wel wijzen wij erop dat voor al het graafwerk geldt dat als onverhoopt toch archeologische waarden worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Súdwest-Fryslân. De gemeente Súdwest-Fryslân, mevrouw Y. Boonstra, heeft op 25 januari 2022 laten weten dit advies over te nemen.

Administratieve gegevens van het plangebied Tabel 1: Hichtum, Schwartzenbergweg: administratieve gegevens. Provincie

Fryslân

Gemeente

Súdwest-Fryslân

Plaats

Hichtum

Toponiem

Schwartzenbergweg

Kaartblad

10E

Hoekcoördinaten plangebied

noord: west: oost: zuid:

Kadastrale perceelnummers

C353 en C352 (deels)

Bestemmingsplan Dorpen Noord / West gemeente Súdwest-Fryslân 2017

enkelbestemming: agrarisch dubbelbestemming: waarde archeologie 2

Oppervlak

0,38 hectare

NAP-hoogte maaiveld

-1 meter NAP

Huidig grondgebruik

grasland

Soort onderzoek

bureauonderzoek & veldonderzoek verkennende fase

Opdrachtgever

maatschap Kroondijk

Uitvoerder

De Steekproef drs. J.M.G. Bongers (senior KNA-prospector)

Bevoegde overheid

gemeente Súdwest-Fryslân

Steekproef projectcode

2022-01/15

Onderzoeksmeldingsnummer

5150606100

Datum veldwerk

18 januari 2022

Maximale diepte onderzoek

250 centimeter onder maaiveld

Beheer en plaats documentatie

De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / DANS / Noordelijk Archeologisch Depot / DINO-loket (boorgegevens)

164,376 / 566,155 164,307 / 566,108 164,418 / 566,116 164,378 / 566,096

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01) In opdracht van Maatschap Kroondijk is een inventariserend archeologisch veldonderzoek uitgevoerd aan de Schwartzenbergweg te Hichtum, gemeente Súdwest-Fryslân, provincie Fryslân (zie Figuur 1). Aanleiding voor het onderzoek is de geplande bouw van twee woningen en de mogelijke aanleg van een paardrijdbak (zie Figuur 2). Voor de aanleg van onder meer funderingen en een kruipruimte voor de woningen is graafwerk nodig tot een diepte van ongeveer een meter beneden maaiveld. Voor de aanleg van de paardrijdbak is naar verwachting minder diep graafwerk nodig en zal vooral zand worden aangevoerd. Mogelijk leiden de bodemingrepen tot aantasting van archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische resten. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek verkennende fase (IVO-O). Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Tijdens het veldonderzoek is dit verwachtingsmodel getoetst. Daartoe zijn de opbouw en gaafheid van de bodem bepaald en is gezocht naar archeologische materialen.

Figuur 1: Hichtum, Schwartzenbergweg: uitsnede van de topografische kaart 1:25.000. Het plangebied is rood omlijnd. Bron: Topografische Dienst Kadaster 2022.

1

Figuur 2: Hichtum, Schwartzenbergweg: plankaart van WPBouwidee, 16 januari 2021.

1.2 Beleidskader (KNA 4.1: LS01) Op www.ruimtelijkeplannen.nl heeft het plangebied een enkelbestemming 'agrarisch' en een dubbelbestemming 'waarde archeologie 2'. Hiervoor geldt dat bij ingrepen dieper dan 40 centimeter beneden maaiveld in plangebieden groter dan 500 m² archeologisch onderzoek gevraagd wordt. Op de advieskaart ijzertijd – middeleeuwen van de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE, zie Figuur 3) staat het plangebied als 'karterend onderzoek 1'. De toelichting daarop is: 'In deze gebieden kunnen zich archeologische resten bevinden uit de periode ijzertijd - middeleeuwen. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer dan 500 m² een karterend archeologisch onderzoek uit te laten voeren. Dit archeologisch onderzoek moet bestaan uit minimaal zes boringen per hectare, met een minimum van zes boringen per plan, waarbij duidelijk wordt of er vindplaatsen in het plangebied aanwezig zijn. De resultaten van het karterend onderzoek kunnen ook uitwijzen dat de voorgenomen ingreep niet bezwaarlijk is, of met welke randvoorwaarden in het plan rekening dient te worden gehouden. Mocht het plangebied een bebouwde kom betreffen, dan dient in de onderzoeksstrategie rekening te worden gehouden met recente verstoringen die zich kunnen hebben voorgedaan.

Worden er een of meerdere vindplaatsen aangetroffen, dan zal uit nader (waarderend) onderzoek moeten blijken hoe waardevol deze vindplaatsen zijn. De aard van dit waarderend (vervolg)onderzoek hangt af van het type aangetroffen vindplaats.'

2

Figuur 3: Hichtum, Schwartzenbergweg: uitsnede van de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE), periode ijzertijd – middeleeuwen. Het onderzoeksgebied is zwart omlijnd. De oranje kleur staat voor 'karterend onderzoek 1'. De rode terreinen staan voor 'streven naar behoud', de paarse terreinen staan voor 'waarderend onderzoek terpen'.

1.3 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02) Hichtum ligt een kilometer ten noorden van Bolsward (zie Figuur 1). Het plangebied ligt zuidoostelijk van de Schwartzenbergweg tussen huisnummers 26a en 36. De eerstgenoemde is een transformatorhuisje dat door een lage gaasconstructie gescheiden wordt van het perceel waar de twee huizen gepland zijn. De paardrijdbak komt op een perceel ten zuidoosten van de bouwlocatie. Tijdens het onderzoek waren beide percelen nog in gebruik als grasland (zie Figuur 4). Volgens informatie van het Kabels en Leidingen InformatieCentrum (KLIC) lopen er geen leidingen door het gebied.

3

Figuur 4: Hichtum, Schwartzenbergweg: foto genomen in westelijke richting. Rechts op de voorgrond boorlocatie 3.

4

2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06) 2.1 Bronnen Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het onderzoek staan aan het eind van dit rapport. Eén van de bronnen is ARCHIS 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin onder meer een archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)

Figuur 5: Hichtum Schwartzenbergweg: hoogtekaart gemaakt met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland 4 uit 2020. Het plangebied is rood omlijnd. Tijdens het veldonderzoek bleek het perceel langs de weg, dat het grootste deel van het plangebied vormt, bijna een meter te zijn opgehoogd (zie Paragraaf 3.2).

Hichtum ligt in een relatief vlak zeekleigebied met een maaiveld dat rond NAP ligt. Het plangebied aan de Schwartzenbergweg ligt in een lager gelegen deel met een maaiveldhoogte van ± -0,7 meter NAP (zie Figuur 5). Zuidelijk van het plangebied ligt een gebied waar het maaiveld nog een halve meter lager ligt. Op de FAMKE maakt dat gebied deel uit van een terp die blijkbaar diep is afgegraven (zie Figuur 3). Voor het plangebied zelf zijn geen aanwijzingen voor terpafgraving. Mogelijk is de lagere ligging hier het gevolg van kleiafgraving voor de dakpan- en baksteenindustrie die in het noordwesten van Friesland vooral actief was van de zestiende tot en met de negentiende eeuw (Schroor 1989). De top van het pleistocene zand ligt op een hoogte tussen -4 en -6 meter NAP (Vos & De Vries 5

2013). Op paleogeografische reconstructies van Vos et al. (2018, zie Figuur 6) ligt het plangebied vanaf ongeveer 1500 vC in de kwelders van een zeekleigebied. Aanvankelijk reikte de zee vanuit het noorden tot in het gebied, vervolgens kwam de zee via de Marne vanuit het westen en omstreeks 800 nC lag het gebied ook in de invloedssfeer van de Middelzee die vanuit het noordoosten kwam. Op de geomorfologische kaart (niet afgebeeld) maakt het plangebied deel uit van een vlakte van getij-afzettingen. Op de bodemkaart (niet afgebeeld) ligt het plangebied in een knippige poldervaaggrond in klei.

Figuur 6: Hichtum, Schwartzenbergweg: paleogeografische reconstructies van het westen van Friesland. Het plangebied is de stip in het midden van de cirkel. Bron: Vos et al. 2018.

2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04) Het plangebied grenst aan de zuidwestelijk gelegen dorpsterp van Hichtum (AMK-nummer 9913, zie Figuur 7). Als datering hiervan geeft ARCHIS ijzertijd-midden tot en met nieuwe tijd. Ook andere archeologische waarden in de omgeving zijn uit deze periode (zie Tabel 2). 6

Tabel 2: Hichtum, Schwartzenbergweg: AMK-terreinen en vondsten zoals weergegeven in Figuur 7 zaaknummer

omschrijving

datering

8150

Wibranda state met grachten, boomsingel en dobbe

middeleeuwen laat

8157

dorpsterp Burgerd

ijzertijd midden – nieuwe tijd

8171

overslibde terp Schettens-noordoost

ijzertijd laat – romeinse tijd midden

9913

dorpsterp Hichtum

ijzertijd midden – nieuwe tijd

9979

terp Marnestate

ijzertijd midden – nieuwe tijd

9984

terp en Ugoklooster

middeleeuwen laat

9999

terp

ijzertijd midden – middeleeuwen

2097133100

2 scherven terpaardewerk

neolithicum – middeleeuwen

2278866100

5 scherven terpaardewerk

late ijzertijd – midden romeinse tijd

3242943100

ondergronds watertoevoerkanaal en put

late middeleeuwen

4576244100

enig baksteenpuin

middeleeuwen – nieuwe tijd

Figuur 7: Hichtum, Schwartzenbergweg: archeologische waarden rondom het plangebied. Groene stippen zijn vondstlocaties, paarse terreinen staan op de Archeologische MonumentenKaart, gele terreinen zijn in ARCHIS aangemeld als onderzoeksgebied. Het plangebied is rood omlijnd. Bron: Archis3.

7

2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03) Op een kaart uit de Atlas van Schotanus van 1718 loopt niet noordwestelijk een weg langs het plangebied maar op grotere afstand zuidelijk ervan (zie Figuur 8). Op de kadasterkaart van 1811-1832 is de tegenwoordige Schwartzenbergweg een feit (zie Figuur 9). Op een kaart van 1854 wordt een deel van de oude weg zuidelijk van het plangebied nog weergegeven (zie Figuur 10). Op de kaart van Schotanus staan zuidelijk van het plangebied langs de toenmalige weg twee woningen / boerderijen. Op de twee negentiende-eeuwse kaarten ontbreken deze. Mogelijk stonden ze op de terp zoals die op de FAMKE staat getekend (zie Figuur 3). Opvallend is dat op de kadasterkaart van 1811-1832 van de twee woningen / boerderijen niets meer te zien is en het slotenpatroon er al op hoofdlijnen overeenkomt met de tegenwoordige situatie. Dit vormt een aanwijzing dat de terp toen al was afgegraven. Op een kaart uit 1931 komt de topografie op hoofdlijnen overeen met de tegenwoordige (zie Figuur 11). Op een kaart uit 1986 is ligging van de hoogtelijn van nul meter NAP volledig aangepast vergeleken met de voorgaande kaart uit 1974. Aanwijzingen dat dit het gevolg is van grootschalig grondwerk zijn er niet, dus vermoedelijk waren de hoogtes in die tijd opnieuw gemeten.

Op een kaart uit 2005 staat de sloot die zuidelijk langs het plangebied loopt voor het eerst getekend (zie Figuur 11). Volgens de heer R. Kroondijk uit Witmarsum is deze sloot gegraven tijdens de jaren '90.

Figuur 8: Hichtum, Schwartzenbergweg: uitsnede uit de Atlas van Schotanus van 1718. Het plangebied is rood omlijnd. Bron: www.frieslandopdekaart.nl

8

Figuur 9: Hichtum, Schwartzenbergweg: uitsnede van de kadastrale kaart 1811-1832 ingekleurd door hisgis.nl. Het plangebied bestond uit weiland. Het plangebied is rood omlijnd.

Figuur 10: Hichtum, Schwartzenbergweg: uitsnede uit de Atlas van Eekhoff van 1854. Het plangebied is rood omlijnd. Bron: www.frieslandopdekaart.nl

9

Figuur 11: Hichtum, Schwartzenbergweg: uitsnedes van topografische kaarten uit 1931, 1974, 1986 en 2005. Het plangebied is rood omlijnd.

10

2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) Hichtum ligt in zeekleigebied waar het maaiveld een hoogte heeft van rond NAP. In het plangebied aan de Schwartzenbergweg ligt het maaiveld met ongeveer -0,7 meter NAP relatief laag. Vanaf de bronstijd bevond zich ter plaatse een kwelder. Zuidwestelijk aan het plangebied grenst de dorpsterp van Hichtum die mogelijk al dateert van de midden-ijzertijd. Ook archeologische waarden in de wijdere omgeving dateren vanaf die periode. De Schwartzenbergweg is aangelegd tijdens de achttiende of begin negentiende eeuw. In het plangebied kunnen archeologische waarden aanwezig zijn vanaf de middenijzertijd. De lage ligging van het maaiveld kan het gevolg zijn van afgraving waardoor eventuele archeologische resten sterk zullen zijn aangetast. Wel kunnen nog diepere delen van sporen aanwezig zijn. Van een eventuele archeologische vindplaats kunnen onder meer scherven aardewerk, puin en stukken bot gevonden worden. Tabel 3: Hichtum, Schwartzenbergweg: specificatie archeologische verwachting. datering:

ijzertijd-midden – middeleeuwen

diepteligging:

vanaf het maaiveld

locatie:

hele terrein

complextype:

nederzetting

omvang:

vanaf enkele tientallen meters diameter

gaafheid en conservering:

kans op organische conservering

uiterlijke kenmerken:

scherven aardwerk, puin, stukken bot

mogelijke verstoringen:

mogelijk afgraving

11

3. Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05) 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01) Het veldwerk is uitgevoerd op 18 januari 2022. Er zijn zeven boringen gedaan die op onderlinge afstanden liggen van ongeveer vijfentwintig meter (zie Figuur 12). De gemiddelde boordichtheid is achttien boringen per hectare. De boringen zijn uitgevoerd met een edelmanboor met een diameter van zeven centimeter en een guts met een diameter van drie centimeter. De boringen reiken tot dieptes van 200 of 250 centimeter. De opgeboorde grond is onderzocht door het laagsgewijs af te snijden in de boorkop en de guts. De boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB). De locaties zijn ingemeten met een GPS met een maximale onnauwkeurigheid van drie meter. De hoogtes zijn gemeten met een waterpasinstrument en gerelateerd aan het NAP met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland. De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de Appendix in de vorm van boorstaten en laagbeschrijvingen. Er is geen veldkartering uitgevoerd, omdat de grond aan het maaiveld bleek te zijn aangevoerd van elders.

Figuur 12: Hichtum, Schwartzenbergweg: boorpuntenkaart. De genummerde punten zijn de locaties van de boringen.

12

3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03) De boringen zijn geëindigd in zandige klei die is afgezet in een open getijdengebied met niet alleen de werking van eb en vloed, maar ook van golven. Hierop volgt zware klei die is afgezet onder rustiger omstandigheden. In de onderste decimeters van deze zware klei komen nog zandlagen voor die zijn afgezet tijdens stormvloeden. Naar boven toe verdwijnen de zandlagen wat betekent dat het gebied op grotere afstand van de open zee kwam te liggen, hetgeen waarschijnlijk gebeurde door kustuitbreiding en dichtslibbing van de Marne en de Middelzee. Bij boring 7 in het westen van het plangebied is een afwijkende sedimentologische opbouw vastgesteld, doordat daar een geulafzetting ligt. Het perceel van boringen 3 tot en met 7 dat langs de Schwartzenbergweg ligt bleek kort geleden flink te zijn opgehoogd met klei en zand dat van elders is aangevoerd. Daardoor ligt het maaiveld niet meer rond -0,7 meter NAP zoals op de hoogtekaart van Figuur 5, maar rond +0,1 meter NAP. Op het zuidelijk ervan gelegen perceel was geen sprake van recente ophoging (zie Appendix Boorstaten). De basis van de geroerde bovengrond ligt bij boringen 1 tot en met 7 op respectievelijk -140, -139, -116, -146, -141, -130 en -129 centimeter NAP. Dit ligt ruim een meter beneden het niveau van percelen in de omgeving waar het maaiveld rond NAP ligt (zie Figuur 5).

Dat betekent dat de bodem in het plangebied sterk verstoord is. Bij boringen 1 tot en met 5 is een bouwvoor aangetroffen. Bij boringen 1 en 2 op het zuidelijke perceel ligt deze aan het maaiveld, bij boringen 3, 4 en 5 op het noordelijke perceel ligt deze onder een dik pakket recent opgebrachte grond. Bij boringen 6 en 7 is de bouwvoor door recent graafwerk niet meer aanwezig. De bouwvoor van boringen 1 tot en met 5 vormt de top van een dikkere laag geroerde grond die bij deze vijf boringen diktes heeft van respectievelijk 58, 44, 38, 40 en 60 centimeter. De overgang van deze grond naar de onderliggende natuurlijke klei is zeer abrupt (zie Figuur 13). Het onderste deel van de grond is redelijk homogeen met plaatselijk herkenbare brokken, hetgeen wijst op graafwerk dat langere tijd geleden heeft plaatsgevonden. Dit vormt een bevestiging dat in het plangebied klei is gewonnen. Volgens de heer R. Kroondijk uit Witmarsum werd in het verleden vanuit de Harlingervaart baggerspecie aangevoerd ter ophoging van percelen die door kleiwinning laag waren komen te liggen. Bij het onderzoek is niet actief gezocht naar archeologische indicatoren. Wel zijn in de oude bouwvoor en in de geroerde laag eronder spikkels baksteen, spikkels houtskool en een klein fragment bot aangetroffen. Er bestaat een kans dat dit materiaal afkomstig is van bijvoorbeeld middeleeuwse bewoning.

Maar door de kleiwinning is de bodem in het plangebied zo sterk verstoord dat eventueel aanwezige archeologische resten sterk zullen zijn aangetast.

Figuur 13: Hichtum, Schwartzenbergweg: gutsmonster boring 5 van 70 (rechts) tot 130 centimeter (links). Het monster vertoont een scherpe kleurovergang op 105 centimeter. Links daarvan ligt grijze, ongeroerde, natuurlijke klei. Rechts van de kleurovergang is de daarop liggende geroerde, bruingrijze klei zichtbaar.

13

4. Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07) belangrijkste resultaten Hichtum ligt in het Friese zeekleigebied in de regio waar de inhammen Marne en Middelzee samenkwamen. Het maaiveld in het gebied lag rond -0,7 meter NAP terwijl in rondom gelegen percelen het maaiveld rond NAP ligt. Zuidwestelijk grenst aan het plangebied de dorpsterp van Hichtum waarvan de oudste delen mogelijk teruggaan tot in de ijzertijd. De Schwartzenbergweg bij het plangebied is aangelegd tijdens de achttiende of het begin van de negentiende eeuw. De bodem in het plangebied is waarschijnlijk ruim een meter diep vergraven. Hoogstwaarschijnlijk is kleiwinning ten behoeve van bijvoorbeeld dakpan- of baksteenindustrie de oorzaak. archeologisch verwachtingsmodel Eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem zullen door de kleiwinning sterk zijn aangetast. Daarom kan de archeologische verwachting zoals opgesteld in Paragraaf 2.5 naar beneden toe worden bijgesteld. selectie-advies door senior KNA-prospector drs. J.M.G. Bongers Aangezien eventuele archeologische resten sterk zullen zijn aangetast, adviseren wij voor het plangebied aan de Schwartzenbergweg geen nader archeologisch onderzoek te laten uitvoeren en het terrein op archeologische gronden vrij te geven voor de benodigde bodemingrepen voor de bouw van de twee woningen en de mogelijke aanleg van een paardrijdbak.

Wel wijzen wij erop dat voor al het graafwerk geldt dat als onverhoopt toch archeologische waarden worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Súdwest-Fryslân.

14

Gebruikte bronnen

AHN-Viewer. www.AHN.nl. Actueel Hoogtebestand Nederland. Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geo-informatie en ICT. ARCHIS 3. www.test.zoeken.cultureelerfgoed.nl Bosch, J.H.A. 2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Deltares-rapport 2008-UR0881/A. Hisgis, Historisch Geografisch Informatiesysteem. www.hisgis.nl Fryske Akademy Kadata via kadaster.nl, 2019. Topografische Kaart 1:25.000 van Topografische Dienst Kadaster, Emmen. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1. www.SIKB.nl. 2018. Centraal College van Deskundigen Archeologie. www.ruimtelijkeplannen.nl Schotanus 1664. Beschrijvinge van de Heerlyckheydt van Frieslandt Schroor, M. Friese kleiverwerkende industrie. Noorderbreedte. 30 november 1989 www.topotijdreis.nl Vos, P. & S. de Vries 2013. Tweede generatie paleogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam (Prometheus).

Lijst van figuren en tabellen Figuren 1 Topografische kaart 2 Plankaart 3 FAMKE ijzertijd - middeleeuwen 4 Foto plangebied 5 Hoogtekaart 6 Paleogeografische reconstructies 7 Archeologische waarden in de omgeving 8 Atlas Schotanus 1718 9 Kadastrale kaart 1811-1832 10 Kaart Atlas Eekhof 11 Topografische kaarten uit de twintigste eeuw 12 Boorpuntenkaart 13 Gutsmonster

Tabellen 1 Administratieve gegevens 2 Archeologische waarden in de omgeving 3 Specificatie archeologische verwachting

Archeologische periodes

paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B:

ijzertijd: tot 300.000 BP 300.000 - 35.000 BP 35.000 BP - 8.800 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP - 8.800 vC

mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat:

8.800 - 7.100 vC 7.100 - 6.450 vC 6.450 - 4.900 vC

neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B:

5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC 4.900 - 4.200 vC 4.200 - 2.850 vC 4.200 - 3.400 vC 3.400 - 2.850 vC 2.850 - 2.000 vC 2.850 - 2.450 vC 2.450 - 2.000 vC

bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:

2.000 - 1.800 vC 1.800 - 1.100 vC 1.800 - 1.500 vC 1.500 - 1.100 vC 1.100 - 800 vC

pleistoceen: elsterien saalien weichselien holoceen:

2,5 miljoen - 10.000 BP 475.000 - 410.000 BP 200.000 - 130.000 BP 116.000 - 10.000 BP 10.000 - heden

vC nC BP

= = =

voor Christus na Christus before present; present = 1950

ijzertijd vroeg: ijzertijd midden: ijzertijd laat:

800 - 500 vC 500 - 250 vC 250 - 12 vC

romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: romeinse tijd vroeg A: romeinse tijd vroeg B: romeinse tijd midden: romeinse tijd midden A: romeinse tijd midden B: romeinse tijd laat: romeinse tijd laat A: romeinse tijd laat B:

12 vC - 70 nC 12 vC - 25 nC 25 - 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 - 450 nC 270 - 350 nC 350 - 450 nC

middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: middeleeuwen vroeg A: middeleeuwen vroeg B: middeleeuwen vroeg C: middeleeuwen vroeg D: middeleeuwen laat: middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B:

450 - 1.050 nC 450 - 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 - 1.500 nC 1.050 - 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC

nieuwe tijd: nieuwe tijd vroeg: nieuwe tijd midden: nieuwe tijd laat:

1.500 - 1.650 nC 1.650 - 1.850 nC 1.850 – heden

Algemeen Steentijd (tot 2000 vC) De steentijd is opgedeeld in het paleolithicum, mesolithicum en neolithicum. Het paleolithicum (oude steentijd) wordt vooral gekenmerkt door de ijstijden. Na het laatpaleolithicum verbetert het klimaat. Vindplaatsen uit het late paleolithicum zijn vooral te herkennen aan concentraties vondstmateriaal (bewerkt en/of verbrand vuursteen, houtskool) met weinig en moeilijk te herkennen grondsporen zoals kuilen, paalgaten en houtskoolconcentraties die mogelijk wijzen op haardplaatsen. Vondsten uit het mesolithicum of midden steentijd, gekenmerkt door sporen en vondsten van rondtrekkende jagers en verzamelaars, bestaan voornamelijk uit bewerkt vuursteen, verbrande hazelnootdoppen en houtskoolfragmenten. Mesolithische grondsporen zijn vooral oppervlaktehaarden en haardkuilen. In een natte omgeving kunnen ook werktuigen van gewei of hout bewaard zijn gebleven. Voorbeelden hiervan zijn geweibijlen, bogen, visfuiken, etc. In het neolithicum (nieuwe steentijd) werden dieren gehouden en in het neolithicum werd eveneens akkerbouw bedreven. Grondsporen uit deze periode kunnen bestaan uit paalgaten van bijvoorbeeld boerderijen, resten van beschoeiingen, greppels, (afval)kuilen en haardplaatsen. Aardewerk komt in deze tijd voor, evenals bewerkt (vuur)steen en geslepen bijlen.

Metaaltijden (2000-12 vC) In de bronstijd en ijzertijd kwam bemesting en wisselbouw binnen de akkerbouw voor. Sporen uit de bronstijd en ijzertijd kunnen bestaan uit kuilen, paalgaten van boerderijplattegronden, bijgebouwen of spiekers, waterkuilen of -putten, erf- ofakkerafscheidingen en sporen van akkerbewerking zoals de kruiselings getrokken voren van een eergetouw. Houtskool kan duiden op de aanwezigheid van haarden voor voedselbereiding of het bakken van aardewerk. Ook kunnen er restanten gevonden worden die duiden op metaalbewerking, zoals stukken ovenwand, brons- of ijzerslakken, sintels, mallen, smeltkroezen, metaal bedoeld voor omsmelten, etc. Vondsten kunnen verder bestaan uit bijvoorbeeld metalen voorwerpen of voorwerpen van aardewerk zoals vaatwerk, maar ook slingerkogels, rammelaars, spinklosjes en weefgewichten. Romeinse tijd (12 vC-450 nC) In de romeinse tijd vormde de Rijn de noordelijke grens van het romeinse rijk. Langs deze grens, de limes, werden grensposten, nederzettingen en wegen gebouwd. In het noorden van Nederland zijn ook romeinse vondsten gedaan, maar dit zijn voornamelijk losse vondsten als romeinse munten, mantelspelden en scherven romeins aardewerk. Middeleeuwen en nieuwe tijd (450 nC-heden) Na een afname in de bevolkingsdichtheid aan het einde van de romeinse tijd en de periode erna, steeg deze weer in het begin van de middeleeuwen.

Vondsten uit de middeleeuwen en later bestaan voornamelijk uit scherven aardewerk, waaronder importaardewerk, munten en metalen voorwerpen (zoals mantelspelden, spijkers), resten van aardewerkproductie, metaalbewerking, wolbewerking etc. Belangrijke gebouwen (bijvoorbeeld kerken en borgen) werden van baksteen / kloostermoppen gebouwd.

Appendix Hichtum, Schwartzerbergweg: Boorstaten

(cm)

(cm)

4 6 3

0

7

0

5 -50

-50

1 BV -100

BV

2

BV -100

BV BV

-150

-150

-200

-200

-250

-250

= basis geroerde bovengrond BV = bouwvoor -300

-300

Appendix Hichtum, Schwartzenbergweg: Laagbeschrijvingen 1 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)

: 164380 : 566110 : -82

Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 20 klei sterk siltig, 2,5y3/1, basis scherp, bouwvoor, Opm.: Concentratie puin onderin 20 - 45 klei matig siltig, 5y4/1, homogeen, basis scherp, Opm.: Enkele spikkels baksteen en houtskool 45 - 58 klei matig siltig, 2,5y5/2, homogeen, basis scherp 58 - 80 klei matig siltig, 5y6/1, Opm.: Zandlagen 80 - 150 klei matig zandig, 10y4/1, homogeen 150 - 200 klei zwak zandig, 10y4/1, Opm.: Enige gelaagdheid 2

X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)

: 164395 : 566130 : -95

Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 12 klei sterk siltig, 2,5y3/1, bouwvoor, Opm.: Enig puin onderin 12 - 44 klei matig siltig, 5y4/1, homogeen, basis scherp, Opm.: Enig zandigheid rond 30 centimeter 44 - 52 klei matig siltig, 10y6/1, Opm.: Enkele zandlaagjes 52 - 65 klei matig zandig, 10y6/1, Opm.: Gelaagd 65 - 200 klei matig zandig, 10y4/1 3

X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)

: 164380 : 566150 : 12

Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 90 klei matig siltig, mix, Opm.: Zandbrokken 90 - 107 klei sterk siltig, 2,5y3/1, basis geleidelijk, bouwvoor 107 - 128 klei matig siltig, basis scherp, vergraven, Opm.: Brokken 128 - 145 klei matig siltig, spoor fosfaatconcreties 145 - 200 klei matig siltig, Opm.: Zandlagen 4

X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)

: 164365 : 566130 : 34

Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 140 klei matig siltig, mix, opgebrachte grond, Opm.: Zandbrokken 140 - 150 klei sterk siltig, 2,5y3/1, basis scherp, bouwvoor 150 - 180 klei matig siltig, 10y3/1, basis scherp 180 - 210 klei matig siltig, 10y5/1, Opm.: Zandlagen 210 - 250 klei matig zandig, 10y4/1, Schelpen: spoor schelpmateriaal, Opm.: Wadzand 5

X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)

: 164349 : 566115 : -36

1/2

Appendix Hichtum, Schwartzenbergweg: Laagbeschrijvingen Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 45 klei matig siltig, mix, opgebrachte grond

45 - 63 63 - 105 105 - 115 115 - 130 130 - 200

klei sterk siltig, 2,5y3/1, basis geleidelijk, bouwvoor klei matig siltig, homogeen, basis scherp klei matig siltig, 5y4/1, homogeen klei matig siltig, 10gy5/1, Opm.: Zandlagen klei matig zandig, 10y4/1, Opm.: Wadzand 6

X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)

: 164335 : 566130 : 23

Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 153 klei matig siltig, mix, opgebrachte grond, Opm.: Zandbrokken 153 - 170 klei matig siltig, 10y5/1 170 - 180 klei matig siltig, 10y5/1, Opm.: Zandlagen 180 - 250 klei matig zandig, 10y4/1, Opm.: Wadzand 7

X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)

: 164320 : 566110 : -11

Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 55 klei matig siltig, MIX, opgebrachte grond 55 - 65 klei sterk siltig, 2,5y3/1, bouwvoor 65 - 110 klei matig siltig, vergraven, Opm.: Grote brokken 110 - 140 klei matig siltig, 5y4/1, Opm.: Zandlagen 140 - 180 klei sterk siltig, 5y4/1, basis scherp, Opm.: Geulafzetting met enige gelaagdheid, onderin veenbrokken en zwarte vlekken 180 - 200 klei matig zandig, 10y4/1, Opm.: Wadzand

2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12897946/1