CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 - Bijlage bij toelichting BGB-II - Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III. September 2018

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Bestimmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân II’20.467 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

26

gegevens te analyseren. De ecologische gebiedsanalyse vergelijkt dorpen/huisartspraktijken in een gebied waarin blootstelling aanwezig is met vergelijkbare dorpen en huisartspraktijken in een gebied zonder zo’n blootstelling. Op beschrijvend niveau geeft een dergelijke vergelijking informatie over het al dan niet vaker voorkomen van bepaalde gezondheidsproblemen in het studiegebied en vormt erna het startpunt voor het toevoegen van informatie over blootstelling voor nadere analyses. In dit specifieke onderzoek kunnen de verschillende gebieden op meer kenmerken van elkaar verschillen dan voor veehouderij alleen. Verschillen in het voorkomen van longontsteking tussen gebieden kunnen daarom ten onrechte worden toegeschreven aan de aanwezigheid van veehouderijen. Er kunnen systematische verschillen bestaan tussen praktijken in de registratie van longontsteking. Een multilevel analyse houdt rekening met de verschillen in prevalentie tussen praktijken die ten dele het gevolg kunnen zijn van verschillen in registratie. Deze multilevel correctie kan echter ook associaties ‘over-corrigeren’. Dit kan het geval zijn als er grote verschillen bestaan tussen praktijken voor wat betreft de aanwezigheid van geiten- of pluimveebedrijven, maar weinig contrast in blootstelling binnen praktijken. In zo’n geval is een ‘single-level’ analyse mogelijk een betere methode.

Hier worden personen vergeleken die op korte en langere afstand van veehouderijen wonen, waarbij niet wordt gecorrigeerd voor praktijkeffecten. Deze single-level analyse is daarentegen weer gevoeliger voor ‘ecological bias’, bijvoorbeeld als een hoge geiten- of pluimveedichtheid in de omgeving van bepaalde praktijken correleert met een hoge incidentie van longontsteking, terwijl er geen causale samenhang is, maar er andere onderliggende verschillen bestaan (die ook oorzaak zijn van het risico op longontsteking zoals rookgewoonte of beroepsmatige blootstelling) die de associatie met afstand tot veehouderijen verklaren. Om de nadelen van singlelevel en multilevel logistische regressie (deels) te omzeilen is een random-effects meta-analyse als derde regressiemethode toegepast. Bij deze methode worden associaties per praktijk geanalyseerd. en vervolgens gecombineerd. Een nadeel van deze methode is dat deze benadering een beperkter onderscheidend vermogen heeft (minder statistische power) en dat huisartspraktijken zonder geitenof pluimveehouderij in de nabije omgeving niet meegenomen (kunnen) worden.

Een kernel-analyse heeft als toegevoegde waarde dat de afstanden tot alle individuele veehouderijen rondom de woning allemaal meewegen in de gemodelleerde blootstelling, terwijl in de regressieanalyses doorgaans wordt gewerkt met, per veehouderijtype, alleen de afstand tot de dichtstbijzijnde veehouderij. Zoals hierboven beschreven laat dit onderzoek zien dat de associatie tussen longontsteking en geitenhouderij in de onmiddellijke omgeving van de woning robuust is en consistent en die met pluimveehouderijen in de omgeving wisselend. Tegelijkertijd zijn de oorzaken niet bekend. Om meer zicht te krijgen op de mogelijke oorzaak van longontsteking en de aard ervan zijn in het kader van het programma VGO III diverse onderzoeksvoorstellen ingediend, waarbij een relatie kan worden gelegd met de door ZonMw gehonoreerde TOP-studie (aan IRAS en anderen). In het huidige rapport wordt daarop niet nader ingegaan.

Sterke en zwakke punten Het werken met materiaal uit de huisartspraktijk heeft voor- en nadelen. Alle Nederlandse huisartsen werken geautomatiseerd met behulp van een HIS en iedere huisarts maakt bij de registratie van (o.a.) symptomen en aandoeningen gebruik van hetzelfde classificatiesysteem (ICPC). Huisartsen die deelnemen aan Nivel Zorgregistraties (NZR) worden getest op de kwaliteit van registreren die aan bepaalde minimumeisen (per periode) moet voldoen. Toch bestaan er verschillen tussen huisartsen in het benoemen van bepaalde condities bij een patiënt. Voor het huidige onderzoek is getracht zoveel mogelijk gegevens in kaart te brengen, met name van symptomen en ook van symptomen en aandoeningen die mogelijk verbonden zijn met andere ziekte-episodes, zoals pneumonie met COPD. Het is mogelijk dat er misclassificatie is van pneumonie (bijvoorbeeld afgrenzing met acute bronchitis,

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

27

of een bovenste luchtweginfectie). Wij verwachten echter dat dit effect minder groot zal zijn door het grote aantal deelnemende huisartsen. Met de huidige kennis is niet bekend of huisartsen in het VGOgebied sneller tot de diagnose pneumonie besluiten onder invloed van de resultaten van onze eerdere studies en de berichtgeving daaromtrent. In een volgend project binnen het VGO III programma wordt hier nader op ingegaan. Het is beter bekend of patiënten in het VGO-gebied al dan niet vaker hun gezondheidsproblemen presenteren aan een huisarts, onder invloed van het wonen in de nabijheid van veehouderijen. In een eerdere studie in het VGO-gebied werd gevonden dat mensen die in de buurt wonen van veehouderijen hun huisarts juist minder vaak bezoeken (van Dijk 2016b). Ook bleek de associatie tussen afstand tot geitenhouderij en zelf-gerapporteerde longontsteking in VGO niet beïnvloed te worden door de houding ten opzichte van de veehouderij van deelnemers aan het onderzoek. Het uitsluiten van mensen die hun gezondheidsproblemen zeiden te wijten aan veehouderij in de omgeving (7.8% van de deelnemers) had ook geen enkele invloed op deze associatie (Borlée, 2018).

Een ander nadeel van het gebruik van gegevens uit de huisartspraktijk is dat het, met uitzondering van geslacht en leeftijd, niet mogelijk is om te controleren voor de invloed van verstorende variabelen, zoals rookgedrag en sociaaleconomische status (SES). Bij het IVG- en het VGO onderzoek werd destijds een vragenlijst gebruikt, waarbij de invloed van onder meer roken en SES op de specifieke bevindingen niet groot leek te zijn (Heederik & IJzermans. 2011, Freidl et al. 2017). Voordelen van het gebruik van gegevens uit EPD’s zijn onder meer: het betreft een grote steekproef over meerdere jaren, patiënten hebben geen last van de gegevensverzameling, er is geen invloed van de herinnering van de patiënt of van selectie van patiënten/respondenten en het is mogelijk om kwetsbare subgroepen in beeld te brengen. Naast misclassificatie van longontsteking door verschillen in registreren van de (circa 60) deelnemende huisartsen in het studiegebied, is er ook misclassificatie mogelijk van de blootstelling aan geitenhouderijen, met name van het aantal dieren. In deze studie werd gewerkt met BVB gegevens van 2015. Dit kan leiden tot een overschatting van het aantal aanwezige dieren ten opzichte van het aantal vergunde dieren.

Vanuit de brancheorganisaties was er enige kritiek op een deel van de BVB data zoals gebruikt in de VGO studie, omdat een deel van de vergunningen verouderde gegevens kon betreffen. Uit krantenberichten werd duidelijk dat er daarnaast (incidenteel) geitenhouderijen kunnen zijn zonder vergunning (Waalre, 2018), wat juist leidt tot een onderschatting van de blootstelling. In de regel leidt deze misclassificatie van blootstelling tot een associatie die zwakker is dan de werkelijke associatie; in deze studie dus tot een onderschatting van de associatie tussen geitenhouderij en longontsteking. Buiten het bestek van deze rapportage worden momenteel vergelijkingen geanalyseerd met bestanden zoals I&R en GIAB.

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

28

Literatuurlijst Baliatsas C. Borlée F. van Dijk CE. van der Star B. Zock JP. Smit LAM. Spreeuwenberg P. Heederik D. Yzermans CJ. Comorbidity and coexisting symptoms and infections presented in general practice by COPD patients: Does livestock density in the residential environment play a role? International Journal of Hygiene and Environmental Health. 220(4) (2017):704-710. Borlée F. Yzermans CJ. van Dijk CE. Heederik DJJ. Smit LAM. Increased respiratory symptoms in COPD patients living in the vicinity of livestock farms. European Respiratory Journal 46(6) (2015):1605-14. Borlée F. Respiratory health effects of livestock farm emissions in neighbouring residents. Proefschrift Universiteit Utrecht. 2018. van Dijk CE. Garcia-Aymerich J. Carsin AE. Smit LAM. Borlée F. Heederik DJJ. Donker GA. Yzermans CJ. Zock J-P. Risk of exacerbations in COPD and asthma patients living in the neighbourhood of livestock farms: Observational study using longitudinal data. International Journal of Hygiene and Environmental Health (2016a) May;219(3):278-87. Van Dijk CE. Smit LAM. Hooiveld M. Zock J-P. Wouters IM. Heederik DJJ. Yzermans CJ. Associations between proximity to livestock farms. primary health care visits and self-reported symptoms. BMC Family Practice (2016b) 17:22. DOI 10.1186/s12875-016-0421-3 Van Dijk CE. Zock J-P. Baliatsas C. Smit LAM. Borlée F. Spreeuwenberg P. Heederik DJJ.

Yzermans CJ. Health conditions in rural areas with high livestock density: Analysis of seven consecutive years. Environmental Pollution 222 (2017): 374-82. Freidl GS. Spruijt IT. Borlée F. Smit LAM. van Gageldonk-Lafeber AB. Heederik DJJ. Yzermans CJ. van Dijk CE. Maassen CBM. van der Hoek W. Livestock-associated risk factors for pneumonia in an area of intensive animal farming in the Netherlands. PLoS ONE (2017): 12(3). e0174796. Gezondheidsraad. Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen: vervolgadvies. Den Haag Gezondheidsraad: februari 2018. Hagenaars T. Hoeksma P. de Roda Husman AM. Swart A. Wouters I. Veehouderij en gezondheid omwonenden (aanvullende studies). Bilthoven: RIVM. RIVM rapport 2017-0062. 2017. Heederik DJJ & Yzermans CJ (red.) Mogelijke effecten van intensieve veehouderij op de gezondheid van omwonenden (IVG). Utrecht: IRAS/UU. Nivel. 2011. Kalkowska DA. Boender GJ. Smit LAM. Baliatsas C. Yzermans CJ. Heederik DJJ. Hagenaars TJ. Associations between pneumonia and residential distance to livestock farms over a five-year period in a large population-based study. PLoS ONE (2018). 13(7):e0200813. Lamberts H. Wood M. The international classification of Primary Care (ICPC). Oxford: Oxford University Press. 1987. Maassen K. Smit L. Wouters I. van Duijkeren E. Janse I. Hagenaars T. IJzermans J. van der Hoek W. Heederik D. Veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO).

Bilthoven: RIVM. RIVM rapport 20160058. 2016. Smit LAM. van der Sman-de Beer F. Opstal-van Winden AW. Hooiveld M. Beekhuizen J. Wouters IM. Yzermans CJ. Heederik DJJ. Q fever and pneumonia in an area with a high livestock density: a large population-based study. PLoS One (2012);7(6):e38843. Smit LAM. Boender GJ. de Steenhuijsen Piters WAA. Hagenaars TJ. Huijskens EGW. Rossen JWA. Koopmans M. Nodelijk G. Sanders EAM. Yzermans CJ. Bogaert D. Heederik DJJ. Increased risk of pneumonia in residents living near poultry farms: does the upper repiratory tract microbiota play a role? Pneumonia (2017) Feb 25;9:3. doi: 10.1186/s41479-017-0027-0.

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

29

Lijst van afkortingen ACOS ATC-codes BI/CI BVB CAP COPD EPD EZ, ministerie van GIAB HIS ICPC IRAS/UU I&R IVG LNV, ministerie van NHG (-standaard) Nivel NZR OR PAR SES VGO VWS, ministerie van WBVR WUR ZonMw

Nivel

Astma COPD Overlap Syndroom Anatomisch Therapeutisch Chemisch (indeling geneesmiddelen) Betrouwbaarheidsinterval/Confidence Interval Bestand Veehouderij Bedrijven Community Acquired Pneumonia Chronic Obstructive Pulmonary Disease (Chronische Obstructieve Longziekte) Elektronisch Patiënten Dossier Economische Zaken Geografisch Informatiesysteem Agrarische Bedrijven Huisarts Informatie Systeem International Classification of Primary Care Institute for Risk Assessment Sciences/ Universiteit Utrecht Identificatie en registratie (oormerken) Intensieve Veehouderij & Gezondheid Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Nederlands Huisartsen Genootschap Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg Nivel Zorg Registraties (eerste lijn) Odds Ratio Populatie-Attributief Risico Sociaaleconomische status Veehouderij & Gezondheid Omwonenden Volksgezondheid, Welzijn en Sport Wageningen Bioveterinary Research, onderdeel van WUR Wageningen University & Research Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

30

Bijlagen

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

31

a

Tabel 6 Verschillen (OR, 99% BI) per jaar (periode 2010 – 2016) in acute en chronische aandoeningen tussen studiegebieden en controlegebieden (significante verschillen zijn dikgedrukt)*

Aandoening Hooikoorts / Allergische rhinitis b Astma Astma bij kinderen

c

Hoesten, benauwdheid, piepende ademhaling d Bronchiëctasieën COPD

d

Longkanker

d

Hoge luchtweginfectie Influenza Colitis ulcerosa/Chronische enteritis Vertigo/Duizeligheid Eczeem e Eczeem bij kinderen Gastro-enteritis d Coronaire hartziekten f Vertigosyndroom Depressie d Hypertensie zonder orgaanbeschadiging a

2010 0.89 (0.60 – 1.31) 0.74 (0.54 – 1.02) 1.02 (0.65 – 1.60) 0.96 (0.59 – 1.54)

2011 0.91 (0.64 – 1.30) 0.83 (0.64 – 1.08) 0.98 (0.66 – 1.44) 1.07 (0.71 – 1.60)

2012 0.95 (0.71 – 1.28) 0.85 (0.66 – 1.09) 1.03 (0.72 – 1.49) 1.09 (0.82 – 1.46)

2013 0.95 (0.73 – 1.22) 0.84 (0.66 – 1.07) 1.02 (0.72 – 1.44) 1.19 (0.91 – 1.55)

2014 0.95 (0.75 – 1.21) 0.87 (0.68 – 1.12) 1.05 (0.74 – 1.48) 1.14 (0.90 – 1.45)

2015 1.00 (0.80 – 1.25) 0.84 (0.66 – 1.06) 0.96 (0.69 – 1.35) 1.27 (1.03 – 1.57)

2016 1.01 (0.78 – 1.30) 0.85 (0.68 – 1.07) 1.01 (0.70 – 1.46) 1.27 (0.98 – 1.66)

1.46 (0.82 – 2.60) 0.83 (0.64 – 1.06) 1.06 (0.62 – 1.79) 1.04 (0.73 – 1.47) 0.99 (0.41 – 2.40) 1.04 (0.75 – 1.43) 1.01 (0.59 – 1.73) 1.01 (0.61 – 1.69) 1.06 (0.64 – 1.76) 1.16 (0.73 – 1.83) 1.04 (0.79 – 1.37) 1.29 (0.86 – 1.92) 0.93 (0.60 – 1.43) 0.86 (0.71 – 1.05)

1.48 (0.89 – 2.48) 0.89 (0.70 – 1.12) 1.02 (0.78 – 1.34) 0.90 (0.68 – 1.20) 1.00 (0.51 – 1.95) 1.12 (0.88 – 1.43) 1.08 (0.71 – 1.65) 1.04 (0.69 – 1.57) 1.12 (0.77 – 1.62) 1.22 (0.88 – 1.68) 1.17 (0.92 – 1.49) 1.37 (1.02 – 1.83) 0.99 (0.74 – 1.32) 1.02 (0.83 – 1.25)

1.43 (0.89 – 2.32) 0.91 (0.74 – 1.12) 1.13 (0.88 – 1.45) 0.93 (0.71 – 1.21) 1.44 (0.73 – 2.82) 1.12 (0.89 – 1.40) 1.07 (0.77 – 1.50) 1.07 (0.73 – 1.57) 1.12 (0.80 – 1.57) 1.22 (0.90 – 1.67) 1.18 (0.94 – 1.47) 1.39 (1.09 – 1.77) 1.04 (0.83 – 1.30) 1.04 (0.85 – 1.27)

1.40 (0.86 – 2.27) 0.97 (0.78 – 1.20) 1.15 (0.92 – 1.43) 0.89 (0.70 – 1.12) 1.23 (0.65 – 2.31) 1.10 (0.88 – 1.39) 1.08 (0.82 – 1.42) 1.01 (0.64 – 1.58) 1.08 (0.75 – 1.56) 1.11 (0.80 – 1.54) 1.15 (0.92 – 1.43) 1.31 (1.01 – 1.70) 1.10 (0.88 – 1.37) 1.01 (0.83 – 1.23)

1.38 (0.83 – 2.29) 0.97 (0.77 – 1.22) 1.09 (0.89 – 1.33) 0.93 (0.76 – 1.14) 1.19 (0.59 – 2.38) 1.13 (0.92 – 1.40) 1.18 (0.86 – 1.63) 1.11 (0.72 – 1.70) 1.11 (0.79 – 1.56) 1.08 (0.80 – 1.46) 1.12 (0.91 – 1.37) 1.44 (1.12 – 1.85) 1.25 (0.97 – 1.60) 0.99 (0.82 – 1.20)

1.42 (0.87 – 2.33) 0.98 (0.78 – 1.24) 1.09 (0.89 – 1.35) 0.95 (0.77 – 1.16) 1.03 (0.50 – 2.15) 1.13 (0.90 – 1.42) 1.12 (0.84 – 1.50) 1.12 (0.75 – 1.67) 1.14 0.84 – 1.55) 1.14 (0.84 – 1.54) 1.07 (0.88 – 1.31) 1.45 (1.10 – 1.92) 1.26 (1.01 – 1.58) 0.98 (0.82 – 1.19)

1.45 (0.93 – 2.27) 1.01 (0.81 – 1.25) 1.28 (0.92 – 1.78) 0.98 (0.76 – 1.25) 1.15 (0.76 – 1.74) 1.15 (0.91 – 1.44) 1.16 (0.83 – 1.62) 1.07 (0.72 – 1.59) 1.09 (0.81 – 1.46) 1.42 (1.02 – 1.98) 1.08 (0.90 – 1.29) 1.40 (1.06 – 1.84) 1.23 (0.98 – 1.55) 0.98 (0.81 – 1.18)

Gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, jaardeel. Patiënten met leeftijd ≥6 jaar. N=157324 (studiegebied: 110778, controlegebied: 46546) in jaar 2010; N=171522 (studiegebied: 98464, controlegebied: 73058) in jaar 2016. c Patiënten met leeftijd 6-14 jaar: N=18663 (studiegebied: 12959, controlegebied: 5704) in jaar 2010; N=17069 (studiegebied: 9597, controlegebied: 7472) in jaar 2016. d Patiënten met leeftijd ≥40 jaar: N=92024 (studiegebied: 64697, controlegebied: 27327) in jaar 2010; N=103695 (studiegebied: 59343, controlegebied: 44352) in jaar 2016. e Patiënten met leeftijd ≤14 jaar. N=27073 (studiegebied: 18714, controlegebied: 8359) in jaar 2010; N=25226 (studiegebied: 14108, controlegebied: 11118) in jaar 2016. Afkorting: OR, Odds ratio; BI, Betrouwbaarheidsinterval. f Vertigosyndromen: bijv. de ziekte van Ménière, labyrinthitis, vestibulitis en benigne paroxismale positieduizeligheid. * p < 0.01 b

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

32

a

Tabel 7 Verschillen (OR. 99% BI) per jaar (periode 2010 – 2016) tussen studiegebieden en controlegebieden bij patiënten met astma dikgedrukt)*

Aandoening Pneumonie Infecties lagere luchtwegen Hooikoorts / Allergische rhinitis Hoesten, benauwdheid, piepende ademhaling c Longkanker Hoge luchtweginfectie Influenza Colitis ulcerosa/Chronische enteritis Vertigo/Duizeligheid Eczeem Gastro-enteritis c

Coronaire hartziekten Vertigosyndroom Depressie c Hypertensie zonder orgaanbeschadiging a

zonder comorbide COPD (significante verschillen zijn

2010 1.17 (0.55 – 2.50) 1.28 (0.62 – 2.65) 0.82 (0.54 – 1.25) 1.01 (0.64 – 1.61)

2011 1.10 (0.63 – 1.92) 1.08 (0.66 – 1.78) 0.98 (0.65 – 1.47) 1.04 (0.64 – 1.70)

2012 1.07 (0.65 – 1.74) 1.02 (0.65 – 1.58) 1.02 (0.69 – 1.52) 1.07 (0.77 – 1.49)

2013 1.13 (0.67 – 1.92) 1.05 (0.68 – 1.64) 0.92 (0.65 – 1.28) 1.26 (0.84 – 1.91)

2014 1.00 (0.65 – 1.55) 1.00 (0.70 – 1.44) 0.96 (0.68 – 1.34) 1.27 (0.86 – 1.88)

2015 1.21 (0.72 – 2.04) 1.19 (0.73 – 1.93) 1.01 (0.73 – 1.40) 1.33 (0.92 – 1.91)

2016 1.42 (0.88 – 2.27) 1.39 (0.88 – 2.19) 1.04 (0.75 – 1.44) 1.45 (1.00 – 2.10) ╪

1.51 (0.20 – 11.2) 0.95 (0.60 – 1.50) 0.91 (0.27 – 2.99) 0.84 (0.44 – 1.61) 1.01 (0.53 – 1.91) 1.10 (0.66 – 1.84) 1.07 (0.56 – 2.03) 0.96 (0.68 – 1.36) 1.22 (0.66 – 2.26) 1.11 (0.69 – 1.79) 0.81 (0.63 – 1.05)

1.10 (0.35 – 3.40) 0.80 (0.58 – 1.10) 0.79 (0.26 – 2.42) 1.02 (0.60 – 1.73) 0.95 (0.58 – 1.56) 1.12 (0.74 – 1.69) 1.26 (0.79 – 2.03) 1.17 (0.83 – 1.65) 1.39 (0.77 – 2.51) 1.16 (0.81 – 1.66) 1.03 (0.80 – 1.33)

1.51 (0.53 – 4.30) 0.88 (0.65 – 1.19) 1.23 (0.40 – 3.82) 1.06 (0.64 – 1.74) 1.20 (0.74 – 1.95) 1.10 (0.75 – 1.60) 1.12 (0.72 – 1.75) 1.13 (0.82 – 1.55) 1.12 (0.64 – 1.95) 1.05 (0.76 – 1.45) 1.05 (0.83 – 1.32)

1.36 (0.51 – 3.63) 0.79 (0.61 – 1.02) 1.00 (0.47 – 2.12) 1.01 (0.62 – 1.63) 1.19 (0.80 – 1.75) 1.04 (0.72 – 1.51) 1.13 (0.69 – 1.85) 1.10 (0.77 – 1.56) 1.44 (0.96 – 2.15) 1.17 (0.87 – 1.59) 1.11 (0.89 – 1.39)

1.03 (0.37 – 2.86) 0.93 (0.74 – 1.17) 0.86 (0.27 – 2.74) 1.09 (0.69 – 1.72) 1.28 (0.82 – 1.98) 1.04 (0.71 – 1.50) 0.89 (0.53 – 1.50) 1.01 (0.72 – 1.40) 1.20 (0.79 – 1.82) 1.23 (0.80 – 1.87) 1.04 (0.81 – 1.34)

0.60 (0.20 – 1.81) 0.92 (0.74 – 1.14) 0.95 (0.25 – 3.55) 1.00 (0.63 – 1.58) 1.17 (0.78 – 1.75) 1.07 (0.73 – 1.56) 1.18 (0.73 – 1.91) 0.97 (0.69 – 1.37) 1.40 (0.89 – 2.20) 1.35 (0.95 – 1.92) 1.08 (0.83 – 1.39)

0.86 (0.30 – 2.45) 0.88 (0.64 – 1.19) 1.01 (0.56 – 1.82) 0.99 (0.63 – 1.56) 1.42 (0.91 – 2.20) 1.11 (0.78 – 1.60) 1.54 (0.93 – 2.55) 0.98 (0.71 – 1.36) 1.16 (0.84 – 1.59) 1.16 (0.73 – 1.85) 1.08 (0.83 – 1.41)

Gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, jaardeel. Leeftijd ≥6 jaar. Leeftijd ≥40 jaar. ÷ N=9190 (studiegebied: 5956, controlegebied: 3234) in jaar 2010; N=13074 (studiegebied: 7063, controlegebied: 6011) in jaar 2016. Afkorting: OR, Odds ratio; BI, Betrouwbaarheidsinterval. * p < 0.01. ╪ p=0.01.

b c

Nivel

b÷

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

33

a

Tabel 8 Verschillen (OR. 99% BI) per jaar (periode 2010 – 2016) tussen studiegebieden en controlegebieden bij patiënten met astma

Aandoening Pneumonie Infecties lagere luchtwegen Hooikoorts / Allergische rhinitis Hoesten, benauwdheid, ademhaling d Bronchiëctasieën Longkanker

piepende

c

Hoge luchtweginfectie Influenza Colitis ulcerosa/Chronische enteritis Vertigo/Duizeligheid Eczeem Gastro-enteritis c

Coronaire hartziekten Vertigosyndroom Depressie c Hypertensie zonder orgaanbeschadiging a

(significante verschillen zijn dikgedrukt)*

2010 1.28 (0.61 – 2.64) 1.30 (0.67 – 2.51) 0.83 (0.55 – 1.24) 0.99 (0.60 – 1.61)

2011 1.24 (0.69 – 1.21) 1.19 (0.72 – 1.99) 0.98 (0.65 – 1.48) 1.07 (0.66 – 1.74)

2012 1.24 (0.77 – 1.97) 1.16 (0.76 – 1.76) 1.03 (0.69 – 1.53) 1.15 (0.83 – 1.60)

2013 1.31 (0.83 – 2.08) 1.20 (0.81 – 1.79) 0.96 (0.68 – 1.34) 1.31 (0.87 – 1.98)

2014 1.10 (0.72 – 1.66) 1.06 (0.74 – 1.51) 0.97 (0.70 – 1.36) 1.28 (0.86 – 1.89)

2015 1.25 (0.75 – 2.08) 1.23 (0.77 – 1.96) 1.02 (0.75 – 1.40) 1.37 (0.96 – 1.96)

2016 1.38 (0.88 – 2.17) 1.36 (0.88 – 2.10) 1.06 (0.77 – 1.45) 1.53 (1.05 – 2.24) ╪

1.75 (0.72 – 4.23) 1.06 (0.22 – 4.97) 1.00 (0.62 – 1.60) 1.11 (0.34 – 3.55) 0.78 (0.43 – 1.44) 0.92 (0.52 – 1.61) 1.08 (0.65 – 1.81) 1.20 (0.65 – 2.19) 0.87 (0.59 – 1.27) 1.08 (0.64 – 1.81) 1.04 (0.62 – 1.73) 0.84 (0.65 – 1.08)

1.86 (0.83 – 4.14) 1.46 (0.58 – 3.70) 0.82 (0.59 – 1.14) 0.89 (0.29 – 2.69) 0.96 (0.59 – 1.58) 0.97 (0.60 – 1.57) 1.10 (0.73 – 1.66) 1.35 (0.84 – 2.16) 1.08 (0.75 – 1.57) 1.21 (0.70 – 2.10) 1.13 (0.79 – 1.60) 1.03 (0.80 – 1.33)

1.70 (0.83 – 3.48) 1.53 (0.65 – 3.59) 0.90 (0.66 – 1.23) 1.28 (0.42 – 3.91) 0.97 (0.61 – 1.55) 1.25 (0.79 – 1.98) 1.09 (0.75 – 1.59) 1.04 (0.66 – 1.64) 1.07 (0.78 – 1.46) 1.07 (0.64 – 1.78) 1.06 (0.76 – 1.49) 1.05 (0.83 – 1.34)

1.62 (0.84 – 3.13) 1.71 (0.80 – 3.69) 0.81 (0.62 – 1.07) 1.00 (0.47 – 2.09) 0.92 (0.59 – 1.44) 1.15 (0.83 – 1.59) 1.05 (0.72 – 1.53) 1.16 (0.71 – 1.92) 1.06 (0.74 – 1.52) 1.41 (0.97 – 2.05) 1.18 (0.86 – 1.62) 1.08 (0.86 – 1.35)

1.79 (0.90 – 3.56) 1.27 (0.62 – 2.60) 0.95 (0.74 – 1.22) 1.18 (0.38 – 3.63) 0.96 (0.63 – 1.45) 1.26 (0.82 – 1.94) 1.06 (0.73 – 1.54) 0.89 (0.55 – 1.43) 0.98 (0.69 – 1.39) 1.27 (0.89 – 1.81) 1.26 (0.85 – 1.86) 1.06 (0.83 – 1.37)

1.87 (1.00 – 3.49) ╪ 0.99 (0.48 – 2.02) 0.94 (0.74 – 1.19) 0.88 (0.27 – 2.81) 0.93 (0.61 – 1.41) 1.14 (0.78 – 1.67) 1.08 (0.74 – 1.57) 1.15 (0.75 – 1.76) 0.95 (0.68 – 1.33) 1.42 (0.99 – 2.05) 1.32 (0.95 – 1.84) 1.07 (0.84 – 1.38)

1.84 (1.00 – 3.37) ╪ 1.26 (0.65 – 2.47) 0.85 (0.62 – 1.16) 1.00 (0.58 – 1.72) 0.95 (0.63 – 1.43) 1.46 (0.99 – 2.15) 1.12 (0.78 – 1.60) 1.43 (0.93 – 2.20) 0.94 (0.70 – 1.28) 1.12 (0.77 – 1.63) 1.20 (0.89 – 1.62) 1.08 (0.84 – 1.38)

Gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, jaardeel. Leeftijd ≥6 jaar, patiënten met comorbide COPD zijn niet geëxcludeerd. Leeftijd ≥40 jaar. ÷ N=10519 (studiegebied: 6801, controlegebied: 3718) in jaar 2010; N=14935 (studiegebied: 8098, controlegebied: 6837) in jaar 2016. Afkorting: OR, Odds ratio; BI, Betrouwbaarheidsinterval. * p < 0.01 ╪ p=0.01 b c

Nivel

b÷

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

34

a

Tabel 9 Verschillen (OR. 99% BI) per jaar (periode 2010 – 2016) tussen studiegebieden en controlegebieden bij patiënten met COPD dikgedrukt)*

Aandoening Pneumonie Infecties lagere luchtwegen Hooikoorts / Allergische rhinitis Hoesten, benauwdheid, ademhaling Longkanker

piepende

Hoge luchtweginfectie Influenza Colitis ulcerosa/Chronische enteritis Vertigo/Duizeligheid Eczeem Gastro-enteritis Coronaire hartziekten Vertigosyndroom Depressie Hypertensie zonder orgaanbeschadiging a

zonder comorbide astma (significante verschillen zijn

2010 1.90 (1.10 – 3.27) 1.86 (1.07 – 3.24) 0.55 (0.27 – 1.12) 1.19 (0.67 – 2.11)

2011 1.55 (0.90 – 2.66) 1.47 (0.87 – 2.46) 0.67 (0.36 – 1.22) 1.57 (1.00 – 2.46) ╪

2012 1.27 (0.78 – 2.06) 1.32 (0.86 – 2.04) 0.70 (0.38 – 1.26) 1.46 (0.97 – 2.21)

2013 1.85 (1.24 – 2.76) 1.77 (1.22 – 2.56) 0.58 (0.36 – 0.94) 1.52 (1.05 – 2.18)

2014 1.70 (1.03 – 2.79) 1.58 (1.01 – 2.47) 0.63 (0.39 – 1.01) 1.36 (0.84 – 2.19)

2015 1.70 (1.07 – 2.71) 1.61 (1.04 – 2.49) 0.75 (0.44 – 1.26) 1.60 (1.06 – 2.42)

2016 1.51 (0.99 – 2.28) 1.46 (0.99 – 2.16) 0.93 (0.52 – 1.65) 1.55 (0.97 – 2.49)

1.14 (0.64 – 2.02) 0.95 (0.57 – 1.56) 0.60 (0.12 – 3.04) 1.03 (0.44 – 2.36) 1.41 (0.66 – 3.00) 0.96 (0.42 – 2.20) 1.20 (0.49 – 2.95) 1.14 (0.83 – 1.56) 1.17 (0.64 – 2.11) 1.10 (0.64 – 1.87) 0.87 (0.65 – 1.17)

1.07 (0.69 – 1.66) 1.21 (0.84 – 1.75) 2.22 (0.37 – 13.3) 1.25 (0.59 – 2.64) 1.20 (0.70 – 2.07) 0.87 (0.44 – 1.70) 1.69 (0.89 – 3.21) 1.27 (0.95 – 1.69) 1.37 (0.74 – 2.56) 1.20 (0.75 – 1.91) 0.99 (0.73 – 1.33)

1.08 (0.70 – 1.65) 1.07 (0.76 – 1.50) 2.21 (0.67 – 7.26) 1.53 (0.78 – 3.01) 1.24 (0.73 – 2.09) 0.85 (0.44 – 1.61) 1.03 (0.51 – 2.06) 1.26 (0.98 – 1.63) 1.26 (0.74 – 2.15) 1.46 (0.99 – 2.14) 1.08 (0.81 – 1.45)

1.08 (0.69 – 1.70) 0.94 (0.66 – 1.34) 0.92 (0.35 – 2.41) 1.26 (0.68 – 2.34) 1.16 (0.75 – 1.82) 0.84 (0.45 – 1.55) 0.84 (0.46 – 1.51) 1.16 (0.90 – 1.50) 1.29 (0.82 – 2.03) 1.46 (1.01 – 2.10) 1.09 (0.80 – 1.47)

1.27 (0.85 – 1.91) 0.97 (0.74 – 1.28) 0.62 (0.15 – 2.50) 1.09 (0.55 – 2.17) 1.39 (0.85 – 2.24) 0.95 (0.53 – 1.70) 0.98 (0.53 – 1.81) 1.15 (0.91 – 1.46) 1.63 (1.03 – 2.60) 1.62 (1.11 – 2.35) 1.09 (0.82 – 1.46)

1.18 (0.78 – 1.78) 1.03 (0.72 – 1.46) 0.63 (0.13 – 3.09) 1.03 (0.49 – 2.20) 1.23 (0.64 – 2.37) 1.00 (0.55 – 1.81) 0.98 (0.53 – 1.81) 1.10 (0.88 – 1.37) 1.94 (1.07 – 3.52) 1.65 (1.14 – 2.39) 1.13 (0.85 – 1.50)

1.17 (0.76 – 1.82) 0.99 (0.69 – 1.41) 1.17 (0.56 – 2.45) 1.11 (0.56 – 2.20) 1.32 (0.77 – 2.26) 1.07 (0.58 – 2.00) 0.78 (0.39 – 1.55) 1.19 (0.95 – 1.48) 1.69 (0.91 – 3.15) 1.37 (0.89 – 2.11) 1.08 (0.80 – 1.46)

Gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, jaardeel. Leeftijd ≥40 jaar. ÷ N=4187 (studiegebied: 2783, controlegebied: 1404) in jaar 2010; N=4922 (studiegebied: 2738, controlegebied: 2184) in jaar 2016. Afkorting: OR, Odds ratio; BI, Betrouwbaarheidsinterval. * p < 0.01 ╪ p=0.01 b

Nivel

b÷

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

35

a

Tabel 10 Verschillen (OR. 99% BI) per jaar (periode 2010 – 2016) tussen studiegebieden en controlegebieden bij patiënten met COPD

Aandoening Pneumonie Infecties lagere luchtwegen Hooikoorts / Allergische rhinitis Hoesten, benauwdheid, ademhaling Longkanker

piepende

Hoge luchtweginfectie Influenza Colitis ulcerosa/Chronische enteritis Vertigo/Duizeligheid Eczeem Gastro-enteritis Coronaire hartziekten Vertigosyndroom Depressie Hypertensie zonder orgaanbeschadiging a

(significante verschillen zijn dikgedrukt)*

2010 1.76 (1.01 – 3.1) 1.69 (0.99 – 2.90) 0.65 (0.32 - 1.35) 1.18 (0.65 – 2.14)

2011 1.58 (0.94 – 2.64) 1.48 (0.9 – 2.42) 0.70 (0.37 – 1.34) 1.55 (1.01 – 2.38)

2012 1.39 (0.87 – 2.23) 1.43 (0.93 – 2.19) 0.73 (0.43 – 1.24) 1.53 (1.03 – 2.28)

2013 1.81 (1.24 – 2.63) 1.72 (1.22 – 2.44) 0.80 (0.50 – 1.28) 1.50 (1.06 – 2.14)

2014 1.55 (0.98 – 2.44) 1.44 (0.96 – 2.15) 0.79 (0.48 – 1.30) 1.36 (0.85 – 2.17)

2015 1.56 (0.99 – 2.47) 1.52 (0.98 – 2.34) 0.89 (0.52 – 1.52) 1.62 (1.08 – 2.41)

2016 1.44 (0.94 – 2.22) 1.41 (0.95 – 2.11) 1.16 (0.67 – 2.00) 1.68 (1.07 – 2.65)

1.13 (0.63 – 2.03) 1.01 (0.59 – 1.72) 0.83 (0.21 – 3.23) 0.83 (0.42 – 1.64) 1.08 (0.55 – 2.13) 0.89 (0.38 – 2.10) 1.36 (0.69 – 2.67) 1.02 (0.75 – 1.40) 1.01 (0.61 – 1.68) 0.94 (0.56 – 1.61) 0.88 (0.66 – 1.18)

1.16 (0.77 – 1.76) 1.16 (0.80 – 1.70) 2.62 (0.44 – 15.6) 0.97 (0.52 – 1.83) 1.18 (0.69 – 2.01) 0.87 (0.47 – 1.62) 1.73 (0.94 – 3.16) 1.16 (0.87 – 1.56) 1.11 (0.66 – 1.88) 1.13 (0.74 – 1.71) 0.99 (0.74 – 1.33)

1.11 (0.75 – 1.65) 1.06 (0.76 – 1.46) 1.99 (0.70 – 5.61) 1.15 (0.66 – 2.02) 1.29 (0.80 – 2.09) 0.88 (0.49 – 1.58) 0.94 (0.50 – 1.76) 1.18 (0.91 – 1.53) 1.17 (0.73 – 1.88) 1.29 (0.93 – 1.80) 1.07 (0.81 – 1.41)

1.20 (0.79 – 1.82) 0.97 (0.67 – 1.39) 0.82 (0.33 – 2.03) 0.99 (0.59 – 1.67) 1.11 (0.73 – 1.68) 0.91 (0.52 – 1.58) 0.96 (0.54 – 1.70) 1.10 (0.84 – 1.45) 1.30 (0.84 – 2.01) 1.34 (0.97 – 1.85) 1.04 (0.78 – 1.39)

1.30 (0.91 – 1.88) 1.02 (0.77 – 1.36) 1.01 (0.31 – 3.28) 0.88 (0.52 – 1.49) 1.31 (0.85 – 2.00) 1.05 (0.62 – 1.78) 0.90 (0.51 – 1.57) 1.08 (0.83 – 1.41) 1.59 (1.03 – 2.45) 1.53 (1.10 – 2.12) 1.09 (0.82 – 1.43)

1.22 (0.84 – 1.76) 1.05 (0.74 – 1.47) 0.69 (0.18 – 2.58) 0.90 (0.51 – 1.61) 1.16 (0.65 – 2.04) 1.04 (0.63 – 1.71) 0.94 (0.53 – 1.66) 1.03 (0.79 – 1.33) 1.88 (1.14 – 3.10) 1.48 (1.07 – 2.05) 1.10 (0.83 – 1.44)

1.24 (0.82 – 1.88) 0.89 (0.63 – 1.26) 1.28 (0.69 – 2.38) 0.98 (0.57 – 1.68) 1.35 (0.84 – 2.16) 1.11 (0.65 – 1.87) 0.80 (0.42 – 1.53) 1.09 (0.87 – 1.37) 1.44 (0.88 – 2.36) 1.36 (0.95 – 1.94) 1.06 (0.80 – 1.40)

Gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, jaardeel. Leeftijd ≥40 jaar. ÷ N=4187 (studiegebied: 2783, controlegebied: 1404) in jaar 2010; N=4922 (studiegebied: 2738, controlegebied: 2184) in jaar 2016. Afkorting: OR, Odds ratio; BI, Betrouwbaarheidsinterval. * p < 0.01 ╪ p=0.01 b

Nivel

b÷

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

36

a

Tabel 11 Verschillen (OR. 99% BI) per jaar (periode 2010 – 2016) tussen studiegebieden en controlegebieden bij patiënten met ACOS

Aandoening Pneumonie Infecties lagere luchtwegen Hooikoorts / Allergische rhinitis Hoesten. benauwdheid. ademhaling Longkanker Hoge luchtweginfectie

piepende

Influenza Colitis ulcerosa/Chronische enteritis Vertigo/Duizeligheid Eczeem Gastro-enteritis Coronaire hartziekten Vertigosyndroom Depressie Hypertensie zonder orgaanbeschadiging a

2011 1.73 (0.74 – 4.04) 1.55 (0.79 – 3.06) 0.80 (0.35 – 1.80) 1.61 (1.00 – 2.59) ╪

2012 1.90 (0.94 – 3.84) 1.80 (0.96 – 3.38) 0.83 (0.38 – 1.80) 1.74 (1.13 – 2.69)

2013 1.68 (0.96 – 2.93) 1.56 (0.94 – 2.58) 1.37 (0.68 – 2.75) 1.57 (0.94 – 2.64)

2014 1.24 (0.67 – 2.26) 1.12 (0.64 – 1.94) 1.12 (0.55 – 2.31) 1.27 (0.69 – 2.34)

2015 1.20 (0.58 – 2.47) 1.21 (0.61 – 2.38) 1.15 (0.58 – 2.26) 1.58 (0.97 – 2.55)

2016 1.20 (0.58 – 2.44) 1.18 (0.60 – 2.32) 1.47 (0.65 – 3.30) 1.96 (1.14 – 3.38)

1.00 (0.23 – 4.29) 1.29 (0.60 – 2.76) o.a.c. 0.56 (0.16 – 1.91) 0.61 (0.26 – 1.43) 0.72 (0.23 – 2.27) 1.97 (0.63 – 6.10) 0.68 (0.37 – 1.22) 0.62 (0.22 – 1.73) 0.61 (0.29 – 1.28) 0.86 (0.59 – 1.26)

2.21 (0.57 – 8.52) 0.97 (0.57 – 1.65) 1.89 (0.18 – 19.5) 0.53 (0.15 – 1.82) 1.10 (0.32 – 3.75) 0.90 (0.41 – 2.01) 1.96 (0.51 – 7.48) 0.83 (0.49 – 1.40) 0.58 (0.24 – 1.41) 0.98 (0.49 – 1.94) 0.99 (0.67 – 1.45)

1.42 (0.42 – 4.85) 1.00 (0.58 – 1.72) 1.38 (0.12 – 15.7) 0.51 (0.17 – 1.58) 1.50 (0.56 – 4.05) 0.92 (0.44 – 1.91) 0.67 (0.23 – 1.96) 0.89 (0.56 – 1.42) 0.95 (0.41 – 2.20) 0.99 (0.59 – 1.64) 1.03 (0.70 – 1.54)

2.31 (0.75 - 7.05) 1.02 (0.59 – 1.76) 0.55 (0.14 – 2.17) 0.48 (0.17 – 1.38) 0.96 (0.38 – 2.41) 1.08 (0.53 – 2.19) 1.33 (0.44 – 3.97) 0.91 (0.57 – 1.46) 1.23 (0.54 – 2.79) 1.07 (0.62 – 1.86) 0.93 (0.62 – 1.38)

1.49 (0.54 – 4.10) 1.10 (0.68 – 1.78) 1.60 (0.28 – 8.99) 0.48 (0.170 – 1.37) 1.07 (0.50 – 2.29) 1.27 (0.67 – 2.41) 0.72 (0.26 – 1.96) 0.85 (0.52 – 1.39) 1.40 (0.65 – 3.04) 1.32 (0.76 - 2.31) 1.09 (0.73 – 1.62)

1.36 (0.51 – 3.66) 1.02 (0.61 – 1.72) 0.49 (0.10 – 2.96) 0.60 (0.21 – 1.73) 0.96 (0.50 – 1.85) 1.15 (0.65 – 2.03) 0.93 (0.36 – 2.42) 0.82 (0.54 – 1.25) 1.61 (0.71 – 3.66) 1.13 (0.70 – 1.83) 1.04 (0.71 – 1.53)

1.75 (0.67 – 4.57) 0.63 (0.37 – 1.07) 1.65 (0.48 – 5.64) 0.61 (0.22 – 1.70) 1.57 (0.81 – 3.04) 1.14 (0.65 – 2.00) 0.85 (0.27 – 2.67) 0.82 (0.55 – 1.23) 1.01 (0.45 – 2.25) 1.45 (0.86 – 2.44) 1.04 (0.75 – 1.43)

Gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, jaardeel. Astma en COPD overlapssyndroom, leeftijd ≥40 jaar. ÷ N=1234 (studiegebied: 788, controlegebied: 446) in jaar 2010; N=1754 (studiegebied: 981, controlegebied: 773) in jaar 2016. Afkorting: OR, Odds ratio; BI, Betrouwbaarheidsinterval; o.a.c. onvoldoende aantal cases. * p < 0.01 p=0.01

Nivel

(significante verschillen zijn dikgedrukt)*

2010 1.31 (0.51 – 3.36) 1.17 (0.51 – 2.68) 0.83 (0.35 – 1.95) 1.14 (0.51 – 2.56)

b

╪

b÷

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

37

a

Tabel 12 Verschillen (OR. 99% BI) per jaar (periode 2010 – 2016) in medicatievoorschriften tussen studiegebied en controlegebieden (significante verschillen zijn dikgedrukt)*

Uitkomst

2014

Specifieke Antibiotica (Amoxicilline, Doxycycline) Totale steekproef b Kinderen c Ouderen d Astmapatiënten zonder comorbide COPD d Astmapatiënten met comorbide COPD e COPD-patiënten zonder comorbide astma e COPD-patiënten met comorbide astma e ACOS-patiënten ╪ Alle antibiotica Totale steekproef b Kinderen c Ouderen Astmapatiënten zonder comorbide COPD Astmapatiënten met comorbide COPD COPD-patiënten zonder comorbide astma COPD-patiënten met comorbide astma e ACOS-patiënten a

2015

2016

0.92 (0.75 – 1.13) 1.03 (0.77 – 1.37) 0.98 (0.8 – 1.20) 0.88 (0.67 – 1.14) 0.95 (0.75 – 1.22) 1.14 (0.91 – 1.42) 1.15 (0.93 – 1.42) 1.23 (0.85 – 1.78)

0.86 (0.68 – 1.08) 0.93 (0.69 – 1.25) 0.95 (0.77 – 1.17) 0.84 (0.62 – 1.12) 0.87 (0.65 – 1.15) 1.08 (0.83 – 1.41) 1.05 (0.80 – 1.37) 0.93 (0.62 – 1.38)

0.96 (0.75 – 1.24) 0.97 (0.71 – 1.34) 1.02 (0.81 – 1.29) 0.82 (0.60 – 1.13) 0.87 (0.64 – 1.18) 1.22 (0.92 – 1.60) 1.14 (0.86 – 1.50) 0.94 (0.59 – 1.50)

0.94 (0.82 – 1.08) 0.99 (0.78 – 1.27) 0.94 (0.81 – 1.09) 0.91 (0.74 – 1.12) 0.96 (0.79 – 1.17) 1.00 (0.83 – 1.21) 1.03 (0.86 – 1.23) 1.12 (0.78 – 1.62)

0.89 (0.77 – 1.03) 0.90 (0.69 – 1.18) 0.88 (0.77 – 1.02) 0.88 (0.70 – 1.11) 0.90 (0.72 – 1.14) 0.94 (0.76 – 1.16) 0.95 (0.78 – 1.16) 0.95 (0.64 – 1.40)

0.98 (0.79 – 1.21) 1.06 (0.81 – 1.37) 0.99 (0.79 – 1.23) 0.88 (0.70 – 1.10) 0.93 (0.72 – 1.19) 1.01 (0.76 – 1.36) 1.02 (0.75 – 1.38) 0.96 (0.57 – 1.63)

Gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, jaardeel Patiënten met leeftijd 0-14 jaar. Patiënten met leeftijd ≥65 jaar. d Leeftijd ≥6 jaar. e Leeftijd ≥40 jaar. Afkorting: OR, Odds ratio; BI, Betrouwbaarheidsinterval. ** p < 0.01 *p=0.0 b c

╪

ATC hoofdgroep "J" (Anti-infectiemiddelen voor systemisch gebruik)

PM In totaal kreeg 81% van de patiënten met de diagnose pneumonie antibiotica voorgeschreven (2015 en 2016) en 83% in 2014.

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

38

Figuur 2 Aantal contacten voor pneumonie in en buiten het winterseizoen voor de jaren 2014-2016 (4365 unieke patiënten met pneumonie) in het studiegebied. n=3176 (56%) in winter-/griepmaanden en 2460 (44%) in de overige 7 maanden

Figuur 3 Aantal contacten voor de symptomen ‘hoesten’, ‘benauwd’ en ‘piepende ademhaling’ in en buiten het winterseizoen voor de jaren 2014-16 bij 16.946 unieke patiënten met die symptomen in het studiegebied. n=13091 (51%) in wintermaanden, en 12565 (49%) in overige 7 maanden

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

39

Figuur 4 Aantal contacten voor pneumonie tussen winter en overige periode 2014-2016 binnen buffer geiten 500m (n=85 unieke pneumonie patiënten met 109 contacten voor pneumonie/ n=1369 unieke omwonenden): 60 contacten (55%) in wintermaanden en 49 (45%) in overige 7 maanden

Figuur 5 Aantal contacten voor pneumonie tussen winter en overige periode 2014-2016 buiten buffer geiten 500m (n=3338 unieke pneumonie patiënten met 4343 contacten/ N=87903 unieke omwonenden) 2476 (57%) in wintermaanden en 1867 in de overige 7 maanden (43%)

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

40

Figuur 6 Associaties voor volwassenen tussen de aanwezigheid van een geitenhouderij binnen een straal van 500 m (A), 1000 m (B), 1500 m (C), en 2000 m (D) van het woonadres en longontsteking in 2014-2016 (OR (95% BI)). Metaanalyse van resultaten uit logistische regressie van 23 individuele huisartsenpraktijken (gecorrigeerd voor leeftijd (lineair) en geslacht)

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

41

Tabel 13 Associaties voor kinderen tussen de aanwezigheid van een geitenhouderij binnen een straal van 500 m, 1000 m, 1500 m, en 2000 m van het woonadres en longontsteking in 2014-2016 (OR (95% BI)), geanalyseerd met logistische regressie, multilevel logistische regressie en meta-analyse

500 m Aanwezigheid geitenhouderij binnen straal rondom de woning

1000 m

1500 m

2000 m

n=16.673

1.59%

9.73%

21.15%

34.80%

Single-level

1.61 (0.85-2.78).

1.29 (0.97-1.67).

1.27 (1.03-1.55)*

1.15 (0.96-1.37).

Multilevel

1.06 (0.58-1.95)

0.94 (0.69-1.29)

1.07 (0.84-1.37)

0.88 (0.70-1.10)

Meta-analysis

1.56 (0.67-3.63)

1.19 (0.83-1.70)

1.27 (0.90-1.79)

0.94 (0.71-1.23)

.p<0.15, *p<0.05, **p<0.01, ***p<0.001 †Percentages patiënten met geitenhouderij(en) binnen de aangegeven straal rondom de woning. ‡Gecorrigeerd voor leeftijd (lineair) en geslacht. § Gecorrigeerd voor leeftijd (lineair) en geslacht, en met huisartsenpraktijk als random intercept. ¶ Meta-analyse van resultaten uit logistische regressie van individuele huisartsenpraktijken (gecorrigeerd voor leeftijd (lineair) en geslacht).

Tabel 14 Associaties voor kinderen die niet geboren zijn tijdens de studieperiode tussen de aanwezigheid van een geitenhouderij binnen een straal van 500 m, 1000 m, 1500 m, en 2000 m van het woonadres en longontsteking in 2014-2016 (OR (95% BI)), geanalyseerd met logistische regressie, multilevel logistische regressie en meta-analyse

500 m

1000 m

1500 m

2000 m

Aanwezigheid geitenhouderij binnen straal rondom de woning n=14.987

1.65%

9.83%

21.37%

34.90%

Single-level

1.58 (0.80-2.80).

1.23 (0.91-1.63)

1.29 (1.04-1.59)*

1.15 (0.94-1.38)

Multilevel

1.07 (0.56-2.03)

0.93 (0.67-1.30)

1.13 (0.87-1.47)

0.91 (0.71-1.15)

Meta-analysis

2.14 (0.57-8.03)

1.26 (0.83-1.93)

1.34 (0.94-1.91).

0.99 (0.73-1.33)

.p<0.15, *p<0.05, **p<0.01, ***p<0.001 †Percentages patiënten met geitenhouderij(en) binnen de aangegeven straal rondom de woning. ‡Gecorrigeerd voor leeftijd (lineair) en geslacht. § Gecorrigeerd voor leeftijd (lineair) en geslacht, en met huisartsenpraktijk als random intercept. ¶ Meta-analyse van resultaten uit logistische regressie van individuele huisartsenpraktijken (gecorrigeerd voor leeftijd (lineair) en geslacht).

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

42

Tabel 15 Associaties voor kinderen tussen de aanwezigheid van een pluimveehouderij binnen een straal van 500, 1000 m, 1500 m, en 2000 m van het woonadres en longontsteking in 2014-2016 (OR (95% BI)), geanalyseerd met logistische regressie, multilevel logistische regressie en meta-analyse en gecorrigeerd voor de aanwezigheid van geitenbedrijven binnen dezelfde straal

500 m

1000 m

1500 m

2000 m

10.53%

47.86%

80.47%

93.55%

Logistische regressie ‡

0.93 (0.68-1.23)

1.09 (0.91-1.30)

0.86 (0.70-1.07)

1.09 (0.76-1.62)

Multi-level§

0.92 (0.67-1.24)

0.98 (0.80-1.20)

0.78 (0.62-0.99)*

0.86 (0.57-1.30)

Meta-analyse ¶

1.10 (0.79-1.52)

0.94 (0.76-1.17)

0.69 (0.54-0.89)**

0.74 (0.49-1.12)

9.88%

43.63%

74.27%

92.07%

Logistische regressie ‡

0.92 (0.67-1.24)

1.17 (0.98-1.40).

1.03 (0.85-1.26)

1.17 (0.84-1.70)

Multi-level§

0.88 (0.64-1.20)

0.98 (0.80-1.20)

0.77 (0.62-0.96)*

0.84 (0.56-1.24)

Meta-analyse ¶

1.16 (0.82-1.63)

0.92 (0.74-1.14)

0.67 (0.53-0.86)**

0.72 (0.48-1.08).

7.72%

37.47%

62.26%

85.14%

Logistische regressie ‡

1.02 (0.73-1.41)

1.20 (1.00-1.44)*

1.18 (0.98-1.42).

1.26 (0.98-1.66).

Multi-level§

0.91 (0.64-1.29)

1.00 (0.81-1.24)

0.99 (0.80-1.22)

1.11 (0.82-1.50)

Meta-analyse ¶

1.39 (0.87-2.22)

0.96 (0.77-1.21)

0.92 (0.73-1.15)

0.75 (0.44-1.28)

2.64%

12.54%

34.35%

54.63%

Logistische regressie ‡

0.59 (0.28-1.09).

0.91 (0.69-1.18)

0.83 (0.69-1.00)

1.01 (0.85-1.21)

Multi-level§

0.69 (0.35-1.36)

0.84 (0.64-1.12)

0.66 (0.54-0.82)***

0.78 (0.63-0.97)*

Meta-analyse ¶

1.65 (0.79-3.45)

0.96 (0.70-1.31)

0.67 (0.54-0.85)***

0.76 (0.59-0.96)*

0.49%

5.28%

13.36%

22.77%

1.06 (0.26-2.87)

0.82 (0.52-1.22)

0.63 (0.47-0.85)**

0.56 (0.44-0.71)***

Multi-level§

1.41 (0.43-4.60)

1.25 (0.79-1.96)

1.06 (0.75-1.49)

0.87 (0.63-1.20)

Meta-analyse ¶

3.34 (0.93-12.05)

1.41 (0.85-2.34)

1.23 (0.72-2.10)

1.23 (0.65-2.32)

Pluimveebedrijf n=16.673

Kippen bedrijf n=16.673

met leghennen of ouderdieren n=16.673

met vleeskuikens n=16.673

Overig pluimvee n=16.673 Logistische regressie ‡

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

43

.p<0.15, *p<0.05, **p<0.01, ***p<0.001 †Percentages kinderen met pluimveehouderij(en) binnen de aangegeven straal rondom de woning. ‡Gecorrigeerd voor leeftijd (lineair),geslacht en geitenhouderij(en) binnen dezelfde straal. §Gecorrigeerd voor leeftijd (lineair), geslacht, geitenhouderij(en) binnen dezelfde straal, en met huisartsenpraktijk als random intercept. ¶Meta-analyse van resultaten uit logistische regressie van individuele huisartsenpraktijken (gecorrigeerd voor leeftijd (lineair), geslacht en geitenhouderij(en) binnen dezelfde straal).

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

44

Tabel 16 Associaties voor volwassenen tussen de aanwezigheid van een geitenhouderij binnen een straal van 500 m, 1000 m, 1500 m, en 2000 m van het woonadres en longontsteking in 2014, 2015 of 2016 (OR (95% BI)), geanalyseerd met logistische regressie, multilevel logistische regressie en meta-analyse

2014

2015

2016

69.335

70.691

Aanwezigheid geitenhouderij binnen 500 m rondom de woning n

66.130

Volwassenen† Logistische regressie ‡

1.55%

1.52%

1.53%

1.71 (1.17-2.40)**

1.64 (1.16-2.24)**

1.59 (1.11-2.20)**

Multi-level§

1.31 (0.90-1.90)

1.35 (0.96-1.90).

1.30 (0.91-1.85)

Meta-analyse ¶

2.04 (1.00-4.16).

1.54 (1.09-2.17)*

1.39 (0.97-2.01).

Aanwezigheid geitenhouderij binnen 1000 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

8.67%

8.49%

8.57%

1.55 (1.29-1.84)***

1.35 (1.14-1.59)***

1.29 (1.08-1.53)**

Multi-level§

1.19 (0.97-1.46).

1.10 (0.91-1.33)

1.03 (0.84-1.26)

Meta-analyse ¶

1.38 (0.99-1.90).

1.19 (0.98-1.45).

1.17 (0.88-1.56)

Aanwezigheid geitenhouderij binnen 1500 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

19.48%

19.03%

19.13%

1.36 (1.19-1.56)***

1.25 (1.10-1.41)***

1.26 (1.11-1.43)***

Multi-level§

1.10 (0.94-1.30)

1.08 (0.93-1.25)

1.11 (0.95-1.30)

Meta-analyse ¶

1.11 (0.94-1.31)

1.09 (0.91-1.30)

1.15 (0.98-1.35).

Aanwezigheid geitenhouderij binnen 2000 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

33.51%

32.84%

32.92%

1.31 (1.16-1.47)***

1.17 (1.05-1.30)**

1.17 (1.04-1.30)**

Multi-level§

1.14 (0.99-1.32).

1.06 (0.93-1.20)

1.08 (0.95-1.24)

Meta-analyse ¶

1.08 (0.90-1.31)

1.05 (0.92-1.20)

1.10 (0.96-1.27)

.p<0.15, *p<0.05, **p<0.01, ***p<0.001 †Percentages patiënten met geitenhouderij(en) binnen de aangegeven straal rondom de woning. ‡Gecorrigeerd voor leeftijd (lineair) en geslacht. § Gecorrigeerd voor leeftijd (lineair) en geslacht, en met huisartsenpraktijk als random intercept. ¶ Meta-analyse van resultaten uit logistische regressie van individuele huisartsenpraktijken (gecorrigeerd voor leeftijd (lineair) en geslacht).

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

45

Tabel 17 Associaties voor kinderen tussen de aanwezigheid van een geitenhouderij binnen een straal van 500 m, 1000 m, 1500 m, en 2000 m van het woonadres en longontsteking in 2014, 2015 of 2016 (OR (95% BI)), geanalyseerd met logistische regressie, multilevel logistische regressie en meta-analyse

2014

2015

2016

16.377 1.65%

16.442 1.58%

16.101 1.62%

Logistische regressie ‡

1.59 (0.56-3.51)

1.99 (0.84-3.98).

1.14 (0.35-2.72)

Multi-level§

0.94 (0.37-2.37)

1.22 (0.55-2.70)

0.81 (0.29-2.25)

Meta-analyse ¶ 1.21 (0.46-3.16) Aanwezigheid geitenhouderij binnen 1000 m rondom de woning

1.87 (0.65-5.40)

3.73 (0.49-28.51)

10.09%

9.65%

9.84%

Logistische regressie ‡

1.44 (0.95-2.09).

1.34 (0.90-1.92).

1.13 (0.74-1.66)

Multi-level§

1.03 (0.66-1.61)

0.95 (0.61-1.47)

0.89 (0.56-1.40)

Meta-analyse ¶ 1.40 (0.84-2.33) Aanwezigheid geitenhouderij binnen 1500 m rondom de woning Kinderen† 21.76% Logistische regressie ‡ 1.26 (0.92-1.70). Multi-level§ 1.02 (0.70-1.47) Meta-analyse ¶ 1.17 (0.78-1.75) Aanwezigheid geitenhouderij binnen 2000 m rondom de woning Kinderen† 35.46%

2.16 (0.94-4.95).

1.62 (0.84-3.12)

21.06% 1.25 (0.93-1.66). 1.01 (0.72-1.43) 1.43 (0.93-2.20).

21.25% 1.21 (0.89-1.61) 1.08 (0.77-1.53) 1.32 (0.87-1.99)

34.68%

34.85%

Logistische regressie ‡

1.11 (0.84-1.46)

1.17 (0.90-1.50)

1.05 (0.81-1.36)

Multi-level§

0.82 (0.58-1.15)

0.85 (0.62-1.17)

0.83 (0.61-1.14)

Meta-analyse ¶ .p<0.15, *p<0.05, **p<0.01, ***p<0.001

0.83 (0.58-1.19)

0.89 (0.61-1.32)

0.86 (0.60-1.25)

Aanwezigheid geitenhouderij binnen 500 m rondom de woning n Kinderen†

Kinderen†

†Percentages patiënten met geitenhouderij(en) binnen de aangegeven straal rondom de woning. ‡Gecorrigeerd voor leeftijd (lineair) en geslacht. § Gecorrigeerd voor leeftijd (lineair) en geslacht, en met huisartsenpraktijk als random intercept.

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

46

Tabel 18 Associaties voor kinderen die niet geboren zijn tijdens de studieperiode tussen de aanwezigheid van een geitenhouderij binnen een straal van 500 m, 1000 m, 1500 m, en 2000 m van het woonadres en longontsteking in 2014, 2015 of 2016 (OR (95% BI)), geanalyseerd met logistische regressie, multilevel logistische regressie en meta-analyse

Aanwezigheid geitenhouderij binnen 500 m rondom de woning n

2014

2015

2016

14.925

15.073

14.611

Kinderen niet geboren in studieperiode† Logistische regressie ‡

1.74%

1.63%

1.68%

1.02 (0.25-2.71)

1.90 (0.74-3.98).

0.96 (0.23-2.56)

Multi-level§

0.69 (0.21-2.22)

1.24 (0.53-2.90)

0.75 (0.23-2.42)

Meta-analyse ¶

0.82 (0.25-2.74)

2.81 (0.41-19.48)

4.49 (0.26-77.81)

Aanwezigheid geitenhouderij binnen 1000 m rondom de woning Kinderen niet geboren in studieperiode† Logistische regressie ‡

10.22%

9.83%

9.93%

1.30 (0.82-1.99)

1.16 (0.74-1.75)

0.97 (0.59-1.51)

Multi-level§

1.06 (0.64-1.77)

0.86 (0.53-1.41)

0.81 (0.48-1.36)

Meta-analyse ¶

1.53 (0.84-2.76)

1.93 (0.69-5.44)

1.94 (0.85-4.45).

Aanwezigheid geitenhouderij binnen 1500 m rondom de woning Kinderen niet geboren in studieperiode† Logistische regressie ‡

22.02%

21.40%

21.47%

1.07 (0.75-1.51)

1.12 (0.80-1.53)

1.20 (0.86-1.65)

Multi-level§

0.95 (0.63-1.45)

0.95 (0.65-1.40)

1.14 (0.78-1.66)

Meta-analyse ¶

1.25 (0.78-1.99)

1.49 (0.90-2.47).

1.44 (0.95-2.17).

Aanwezigheid geitenhouderij binnen 2000 m rondom de woning Kinderen niet geboren in studieperiode† Logistische regressie ‡

35.71%

34.93%

34.91%

1.00 (0.73-1.36)

1.10 (0.83-1.45)

1.05 (0.79-1.40)

Multi-level§

0.84 (0.58-1.23)

0.83 (0.59-1.18)

0.90 (0.64-1.26)

0.96 (0.61-1.51) .p<0.15, *p<0.05, **p<0.01, ***p<0.001 †Percentages patiënten met geitenhouderij(en) binnen de aangegeven straal rondom de woning.

1.00 (0.64-1.56)

1.00 (0.69-1.46)

Meta-analyse ¶

‡Gecorrigeerd voor leeftijd (lineair) en geslacht. § Gecorrigeerd voor leeftijd (lineair) en geslacht, en met huisartsenpraktijk als random intercept. ¶ Meta-analyse van resultaten uit logistische regressie van individuele huisartsenpraktijken (gecorrigeerd voor leeftijd (lineair) en geslacht).

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

47

Tabel 19 Associaties voor volwassenen tussen de aanwezigheid van een pluimveehouderij binnen een straal van 500 m, 1000 m, 1500 m en 2000 m van het woonadres en longontsteking in 2014, 2015 of 2016 (OR (95% BI)), geanalyseerd met logistische regressie, multilevel logistische regressie en meta-analyse en gecorrigeerd voor de aanwezigheid van geitenbedrijven binnen dezelfde straal

Totaal volwassenen (n)

2014

2015

2016

66.130

69.335

70.691

Aanwezigheid pluimveehouderij binnen 500 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

10.99%

10.85%

10.85%

1.05 (0.86-1.27)

0.97 (0.81-1.16)

0.93 (0.77-1.12)

Multi-level§

1.02 (0.83-1.25)

0.98 (0.81-1.17)

0.97 (0.80-1.17)

Meta-analyse ¶

1.12 (0.91-1.38)

1.13 (0.90-1.42)

1.02 (0.84-1.24)

Aanwezigheid pluimveehouderij binnen 1000 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

46.76%

46.89%

47.02%

0.99 (0.88-1.12)

0.93 (0.83-1.03)

0.98 (0.88-1.09)

Multi-level§

0.93 (0.81-1.07)

0.90 (0.80-1.02).

0.99 (0.87-1.12)

Meta-analyse ¶

0.97 (0.81-1.16)

0.91 (0.80-1.03).

1.01 (0.86-1.18)

Aanwezigheid pluimveehouderij binnen 1500 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

79.31%

79.81%

79.84%

1.06 (0.92-1.24)

0.90 (0.80-1.03).

0.93 (0.82-1.06)

Multi-level§

1.09 (0.92-1.29)

0.91 (0.79-1.05)

0.98 (0.84-1.14)

Meta-analyse ¶

1.08 (0.90-1.29)

0.87 (0.74-1.01).

0.86 (0.67-1.11)

Aanwezigheid pluimveehouderij binnen 2000 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

92.02%

92.24%

92.29%

1.19 (0.94-1.52)

0.93 (0.77-1.13)

0.87 (0.72-1.06)

Multi-level§

1.17 (0.90-1.53)

0.87 (0.70-1.09)

0.80 (0.64-1.00).

Meta-analyse ¶

1.06 (0.74-1.50)

0.78 (0.61-1.00)*

0.63 (0.44-0.90)*

10.27%

10.14%

10.17%

1.08 (0.89-1.30)

1.03 (0.86-1.22)

0.96 (0.80-1.16)

Aanwezigheid kippenhouderij binnen 500 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

48

Multi-level§

1.00 (0.82-1.23)

0.99 (0.82-1.19)

0.98 (0.81-1.19)

Meta-analyse ¶

1.12 (0.90-1.38)

1.14 (0.90-1.44)

1.03 (0.85-1.26)

Aanwezigheid kippenhouderij binnen 1000 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

43.07%

43.32%

43.46%

1.05 (0.93-1.18)

0.98 (0.88-1.08)

1.00 (0.90-1.12)

Multi-level§

0.94 (0.82-1.08)

0.91 (0.81-1.03).

0.98 (0.87-1.11)

Meta-analyse ¶

0.97 (0.79-1.19)

0.90 (0.79-1.02).

0.99 (0.85-1.16)

Aanwezigheid kippenhouderij binnen 1500 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

73.82%

74.50%

74.56%

1.19 (1.04-1.37)*

1.03 (0.91-1.16)

1.02 (0.91-1.16)

Multi-level§

1.12 (0.96-1.31)

0.96 (0.84-1.10)

1.00 (0.87-1.15)

Meta-analyse ¶

1.08 (0.91-1.28)

0.89 (0.76-1.03).

0.90 (0.72-1.14)

Aanwezigheid kippenhouderij binnen 2000 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

90.41%

90.69%

90.74%

1.38 (1.11-1.75)**

1.06 (0.89-1.28)

0.93 (0.78-1.11)

Multi-level§

1.30 (1.00-1.69)*

0.95 (0.76-1.18)

0.84 (0.68-1.04).

Meta-analyse ¶

1.11 (0.78-1.58)

0.74 (0.51-1.06).

0.66 (0.46-0.95)*

Aanwezigheid pluimveehouderij met leghennen of ouderdieren binnen 500 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

8.27%

8.13%

8.16%

1.00 (0.79-1.23)

0.98 (0.80-1.19)

1.01 (0.82-1.23)

Multi-level§

0.89 (0.71-1.12)

0.93 (0.75-1.15)

1.01 (0.82-1.25)

Meta-analyse ¶

1.00 (0.78-1.27)

1.14 (0.84-1.53)

1.10 (0.88-1.38)

Aanwezigheid pluimveehouderij met leghennen of ouderdieren binnen 1000 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

37.24%

36.86%

36.97%

1.00 (0.89-1.13)

0.98 (0.88-1.09)

1.03 (0.92-1.15)

Multi-level§

0.87 (0.75-1.01).

0.92 (0.81-1.05)

1.01 (0.89-1.15)

Meta-analyse ¶

0.92 (0.75-1.13)

0.94 (0.81-1.10)

1.05 (0.88-1.24)

Aanwezigheid pluimveehouderij met leghennen of ouderdieren binnen 1500 m rondom de woning

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

49

Volwassenen† Logistische regressie ‡

62.13%

62.32%

62.40%

1.07 (0.95-1.21)

0.99 (0.89-1.10)

0.95 (0.85-1.06)

Multi-level§

1.03 (0.89-1.19)

1.01 (0.89-1.14)

0.96 (0.84-1.09)

Meta-analyse ¶

1.00 (0.85-1.17)

0.95 (0.83-1.09)

0.94 (0.81-1.08)

Aanwezigheid pluimveehouderij met leghennen of ouderdieren binnen 2000 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

83.25%

83.71%

83.79%

1.09 (0.93-1.28)

0.93 (0.82-1.07)

0.82 (0.72-0.95)**

Multi-level§

1.12 (0.93-1.35)

0.98 (0.83-1.15)

0.84 (0.71-0.98)*

Meta-analyse ¶

1.04 (0.84-1.29)

0.81 (0.64-1.04).

0.71 (0.54-0.91)**

Aanwezigheid pluimveehouderij met vleeskuikens binnen 500 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

2.50%

2.52%

2.53%

1.43 (1.01-1.95)*

1.28 (0.93-1.72).

0.78 (0.52-1.14)

Multi-level§

1.48 (1.06-2.06)*

1.30 (0.95-1.77).

0.83 (0.56-1.23)

Meta-analyse ¶

1.94 (1.37-2.75)***

1.53 (1.11-2.11)**

1.04 (0.69-1.57)

Aanwezigheid pluimveehouderij met vleeskuikens binnen 1000 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

11.72%

12.28%

12.34%

1.23 (1.04-1.45)*

0.99 (0.84-1.15)

1.07 (0.91-1.25)

Multi-level§

1.18 (0.99-1.40).

0.92 (0.78-1.08)

1.04 (0.89-1.23)

Meta-analyse ¶

1.25 (1.03-1.50)*

0.97 (0.81-1.15)

1.07 (0.89-1.27)

Aanwezigheid pluimveehouderij met vleeskuikens binnen 1500 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

32.18%

33.88%

34.04%

1.21 (1.07-1.36)**

1.06 (0.95-1.18)

1.08 (0.96-1.20)

Multi-level§

1.08 (0.94-1.24)

0.88 (0.78-1.00).

0.99 (0.87-1.12)

Meta-analyse ¶

1.07 (0.91-1.26)

0.87 (0.77-1.00)*

0.96 (0.79-1.17)

Aanwezigheid pluimveehouderij met vleeskuikens binnen 2000 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

51.58%

52.88%

53.11%

1.23 (1.10-1.39)***

1.11 (1.00-1.23)*

1.08 (0.97-1.20).

Multi-level§

1.10 (0.95-1.26)

0.91 (0.80-1.03).

0.96 (0.85-1.09)

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

50

Meta-analyse ¶

1.10 (0.94-1.28)

0.90 (0.78-1.04)

0.93 (0.80-1.08)

Aanwezigheid pluimveehouderij met overig pluimvee binnen 500 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

0.66%

0.64%

0.62%

0.84 (0.33-1.72)

0.76 (0.32-1.50)

0.49 (0.15-1.14)

Multi-level§

0.94 (0.42-2.12)

0.88 (0.41-1.87)

0.58 (0.22-1.57)

Meta-analyse ¶

4.36 (1.86-10.20)***

1.30 (0.60-2.79)

1.48 (0.43-5.11)

Aanwezigheid pluimveehouderij met overig pluimvee binnen 1000 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

5.18%

5.27%

5.23%

1.02 (0.76-1.33)

0.75 (0.56-0.98)*

0.85 (0.64-1.11)

Multi-level§

1.10 (0.82-1.47)

0.81 (0.61-1.09)

1.01 (0.76-1.34)

Meta-analyse ¶

1.38 (0.98-1.95).

0.89 (0.66-1.20)

1.20 (0.89-1.62)

Aanwezigheid pluimveehouderij met overig pluimvee binnen 1500 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

13.85%

14.46%

14.39%

0.83 (0.69-1.00)*

0.78 (0.66-0.92)**

0.70 (0.59-0.83)***

Multi-level§

0.97 (0.79-1.20)

0.89 (0.74-1.07)

0.85 (0.70-1.03).

Meta-analyse ¶

1.00 (0.78-1.30)

0.86 (0.70-1.06)

0.87 (0.70-1.10)

Aanwezigheid pluimveehouderij met overig pluimvee binnen 2000 m rondom de woning Volwassenen† Logistische regressie ‡

23.01%

24.19%

23.90%

0.87 (0.76-1.01).

0.87 (0.77-0.98)*

0.77 (0.68-0.88)***

Multi-level§

1.11 (0.92-1.35)

1.07 (0.91-1.27)

0.98 (0.82-1.16)

Meta-analyse ¶

1.13 (0.89-1.42)

1.10 (0.92-1.32)

1.03 (0.75-1.40)

.p<0.15, *p<0.05, **p<0.01, ***p<0.001 †Percentages patiënten met pluimveehouderij(en) binnen de aangegeven straal rondom de woning. ‡Gecorrigeerd voor leeftijd (lineair),geslacht en geitenhouderij(en) binnen dezelfde straal. §Gecorrigeerd voor leeftijd (lineair), geslacht, geitenhouderij(en) binnen dezelfde straal en met huisartsenpraktijk als random intercept. ¶Meta-analyse van resultaten uit logistische regressie van individuele huisartsenpraktijken (Gecorrigeerd voor leeftijd (lineair), geslacht en geitenhouderij(en) binnen dezelfde straal).

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

51

Nivel

Kennissynthese | Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13086295/3