CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Zienswijzennota Aanpassing Omgevingsvisie op het thema Wonen

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Oanpassing ‘Omgevingsvisie op het thema Wonen’8.513 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactienota zienswijzen ontwerp aanpassing Omgevingsvisie op het thema Wonen

1.

Inhoudsopgave

1.

Inhoudsopgave ..................................................................................................................................... 2

2.

Inleiding ................................................................................................................................................ 3

3.

2.1

Doel aanpassing Omgevingsvisie op het thema Wonen ............................................................. 3

2.2

Procedure .................................................................................................................................... 3

2.3

Leeswijzer .................................................................................................................................... 3

Zienswijzen op ontwerp Omgevingsvisie op het thema Wonen .......................................................... 4 3.1

4.

Inspraakreacties .......................................................................................................................... 4

3.1.1

Indiener 1 Gemeente De Fryske Marren ................................................................................ 4

3.1.2

Indiener 2 Woningcorporatie Accolade .................................................................................. 5

3.1.3

Indiener 3 Woningcorporatie Elkien ....................................................................................... 5

3.1.4

Indiener 4 OuwerPower.......................................................................................................... 7

3.1.5

Indiener 5 Plaatselijk Belang Makkum .................................................................................... 8

3.1.6

Indiener 6 Provinsje Fryslân.................................................................................................. 11

3.1.7

Indiener 7 Huurdersbelang Fryslân....................................................................................... 12

3.1.8

Indiener 8 Anoniem .............................................................................................................. 14

3.1.9

Indiener 9 No Hylpen ............................................................................................................ 15

Conclusies, advies ............................................................................................................................... 17

2

2. 2.1

Inleiding Doel aanpassing Omgevingsvisie op het thema Wonen

De gemeente Súdwest-Fryslân heeft behoefte aan nieuw woonbeleid dat aansluit bij de actualiteit en een goede basis biedt om sturing te geven aan de gewenste woningbouwontwikkelingen. De opgaven voor de woningmarkt zijn omvangrijk, complex en uitdagend. Het woningtekort is toegenomen en door de stijgende woningprijzen is de behoefte aan juist betaalbare woningen groter geworden. In deze visie op wonen staan de ambities en doelen op het thema wonen. In de huidige Omgevingsvisie van Súdwest-Fryslân (2021) is het thema wonen beperkt beschreven en gedateerd. Hierin is nog sprake van een gestage woningbouwontwikkeling met een verwachte krimp na 2030. Daarom is het nodig om de Omgevingsvisie op het onderdeel wonen aan te passen. De nu voorliggende actuele visie op wonen is een richtinggevend kader voor het volkshuisvestingsprogramma. In de voorliggende actualisatie van de Omgevingsvisie 1.0 op het thema Wonen staat in hoofdlijnen: • dat er ook in de toekomst voldoende woningen en aantrekkelijke woonmilieus moeten zijn; • dat betaalbaar wonen mogelijk is in Súdwest-Fryslân; • dat bestaande wijken en buurten behouden en verbeterd worden, waarbij er voor iedereen een passende plek is. Dit vanuit het besef dat goed wonen om méér gaat dan alleen stenen.

Deze visie is ook de basis voor het Volkshuisvestingsprogramma Súdwest-Fryslân waarin uitgewerkt zal worden hoe we onze doelen willen bereiken. De focus van de visie op wonen ligt op de woningbouw tot en met 2030, omdat dit de periode is waarover afspraken in de Regionale Woondeal zijn gemaakt. Maar zéker ook op de periode na 2030. Bij het opstellen van het visie- en het programmadeel wordt aangesloten bij de landelijke en provinciale omgevingsvisies en volkshuisvestingsprogramma’s, voor zover die al bekend zijn.

2.2

Procedure

In het kader van artikel 16.23 van de Omgevingswet heeft de ontwerp Omgevingsvisie gemeente Súdwest-Fryslân op het thema Wonen vanaf 26 september tot en met 6 november 2025 voor eenieder ter inzage gelegen. Het originele document was gedurende de inzagetermijn in te zien via het Omgevingsloket. Om de ontwerp aanpassing Omgevingsvisie op het thema Wonen voor de inwoners en dorpsbelangen toegankelijker te maken is er ook een publieksversie verschenen onder de titel “Fan doarp oant stêd – In thús foar elkenien”. Er zijn binnen de gestelde termijn 9 zienswijzen ingediend.

2.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de ontwerp Omgevingsvisie op het thema Wonen ontvangen zienswijzen. Deze zijn samengevat weergeven en beantwoord. In hoofdstuk 4 is een conclusie opgenomen.

3

3.

3.1

Zienswijzen op ontwerp Omgevingsvisie op het thema Wonen Inspraakreacties

Er zijn 9 zienswijzen ontvangen. Alle 9 zienswijzen zijn binnen de ter inzagetermijn van het bestemmingsplan ingediend. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de indieners.

1 2 3 4 5 6 7 8 9

3.1.1

Indiener Indiener 1 De Fryske Marren Indiener 2 Woningcorporatie Accolade Indiener 3 Woningcorporaties Elkien Indiener 4 OuwerPower Indiener 5 Plaatselijk Belang Makkum Indiener 6 Provinsje Fryslân Indiener 7 Huurdersbelang Fryslân Indiener 8 Anoniem No Hylpen (plaatselijk belang Hindeloopen)

Ontvangstdatum 22-10-2025 23-10-2025

Beantwoording 3.1.1 3.1.2

17-10-2025

3.1.3

29-10-2025 28-10-2025

3.1.4 3.1.5

05-11-2025 05-11-2025 05-11-2025 04-11-2025

3.1.6 3.1.7 3.1.8 3.1.9

Indiener 1 Gemeente De Fryske Marren

Samenvatting De Fryske Marren onderschrijft de gekozen richting in hoofdlijnen in de ontwerp Omgevingsvisie op het thema Wonen. De strategie in de visie die uitgaat van een duidelijke hiërarchische kernen-indeling, waarbij logisch wordt gekozen voor een verschillend groei- en ontwikkelperspectief, al naar gelang de grootte van een kern wordt door de indiener onderschreven. Wel vraagt De Fryske Marren aandacht voor de bestaande regionale samenwerking in zijn algemeenheid, de afstemming van grotere (bovenregionale) plannen in de grotere kernen, initiatieven op het gebied van wonen en zorg en ten aanzien van de instandhouding en uitbreiding van de sociale huurvoorraad. Net als bij de visie gaat De Fryske Marren ervan uit dat zij ook bij het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma betrokken worden. Beantwoording De gemeente Súdwest-Fryslân dankt De Fryske Marren voor de reactie en is het eens dat de bestaande regionale samenwerking van groot belang is voor beide partijen. En dat door samen op te trekken meer bereikt kan worden. Dit blijkt al uit de teksten in de Omgevingsvisie 1.0 hoofdstuk 1, paragraaf 1.3: Súdwest-Fryslân is onlosmakelijk verbonden aan de regio (Noord-)Nederland. Kijk alleen maar naar het landschap, de ontstaansgeschiedenis, de netwerken van vrienden en familie en het functioneren van de woning- en arbeidsmarkt.

Súdwest-Fryslân vormt een sterk samenhangend geheel met de gemeenten in de regio. Alleen samen kunnen we belangrijke maatschappelijke doelen bereiken. En bijv. de tekst van hoofdstuk 4 Veerkrachtige en leefbare wijken en steden, onder 4.1: Ook werkt de gemeente samen met partners aan een sterk en innovatief vestigingsklimaat. Het belang van de regionale samenwerking wordt dus zeker onderschreven. In de aanpassing van paragraaf 4.3.1 onder het kopje ‘Stedelijk gebied; aantrekkingskracht benutten voor de hele regio’ wordt deze regionale samenwerking niet expliciet benoemd, terwijl het Fries Stedelijk netwerk wel benoemd wordt. Bij het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma zal de gemeente Súdwest-Fryslân dan ook nadrukkelijk De Fryske Marren uitnodigen om mee te denken en inbreng te leveren.

4

Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van de ontwerp Omgevingsvisie. Voorstel is om in de paragraaf 4.3.1 Bouwen met elkaar aan aantrekkelijke woonmilieus onder het kopje ‘Samen werken aan versnelling’ de regionale samenwerking extra te benoemen. Deze paragraaf zal dan als volgt worden: Als gemeente zorgen we voor goede samenwerking met onze partners, zoals woningcorporaties, huurdersorganisaties, ontwikkelaars, collectieven of individuele initiatiefnemers, buurgemeenten en provincie. Met de gemeente(s), waarmee we de woonregio vormen, stemmen we ontwikkelingen en woningbouwplannen af, met speciale aandacht voor initiatieven op het gebied van wonen en zorg en sociale huurwoningen. In 2025 vormen we met De Fryske Marren de woonregio Zuidwest Friesland. Binnen onze eigen organisatie bouwen we verder aan het stroomlijnen van onze processen. Wij creëren randvoorwaarden waarmee versnellende en innovatieve bouwvormen en bouwstromen de ruimte krijgen.

3.1.2

Indiener 2 Woningcorporatie Accolade

Samenvatting Woningcorporatie Accolade onderschrijft op hoofdlijnen de aanpassing van de Omgevingsvisie op het thema wonen “Fan doarp oant stêd”. Belangrijke aspecten als meer sociale huurwoningen, oog voor kwaliteit van de bestaande voorraad, sociale inclusie/mienskip, gemengde en leefbare wijken en buurten, betaalbaar wonen en het stimuleren van doorstroming komen duidelijk terug in de visie op wonen. In het volkshuisvestingsprogramma zal worden aangegeven hoe de gemeente de gewenste woningbouwplannen gaat realiseren en hoe ze gaan sturen op betaalbaarheid, inclusief wonen en het huisvesten van de verschillende doelgroepen. Net als bij de visie gaat Accolade ervan uit dat zij ook bij het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma nauw betrokken gaan worden. Beantwoording De gemeente Súdwest-Fryslân is blij dat Accolade zich goed kan vinden in de visie en ook in de toekomst in de stad Sneek graag een “steentje” bijdraagt. De reactie van Accolade vraagt niet om een aanpassing van de concept Omgevingsvisie op het thema Wonen. De gemeente nodigt Accolade uit om mee te denken bij het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma en betrekt haar hier graag nauw bij. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de ontwerp Omgevingsvisie op het thema Wonen.

3.1.3

Indiener 3 Woningcorporatie Elkien

Samenvatting Woningcorporatie Elkien heeft de visie met plezier gelezen en spreekt haar complimenten uit. Elkien is blij dat ze betrokken is bij de visie. En geeft aan dat ze ook graag betrokken wordt bij het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma. Net als de gemeente kijkt ook Elkien naar de verschillende woonmilieus in wijken en dorpen. Waarbij het in de dorpen van belang is hoe we deze kunnen versterken. Daarom wil Elkien graag betrokken worden bij het opstellen van de randvoorwaarden die wij als gemeente hierbij gaan hanteren. De indeling van stedelijk gebied, grote, middelgrote en kleine kernen hanteert Elkien ook. Zij is benieuwd naar wat gemeente Súdwest-Fryslân bedoelt met transformeren en inbreiden op een ontspannen stedelijke manier, maar met een bovenregionale ambitie binnen het Fries stedelijk netwerk. Welke positie neemt de gemeente Súdwest-Fryslân daarmee in binnen de F4? Graag gaat Elkien het gesprek aan wat de indeling en de toedeling van doelen voor de grote, middelgrote en kleine kernen betekent voor de sociale huurwoningen in deze kernen en met name de gemeentelijke ambitie om jongeren in deze kernen te behouden.

5

De visie op inclusief wonen en samenleven omarmt Elkien. Ze vraagt om samen met de randvoorwaarden voor geclusterd wonen in te vullen, onder anderen door ontmoeten te faciliteren. In de visie is benoemd dat het netto aantal sociale huurwoningen in kleine kernen minimaal gelijk moet blijven. Elkien verschilt hier van inzicht, omdat zij verkoop van sociale huurwoningen (bestaande voorraad) als middel inzet om betaalbare koopwoningen beschikbaar te maken voor de doelgroep. Deze denklijn wordt in de visie benoemt bij nieuwbouwprojecten, waar sociale huur, middenhuur en betaalbare koop “communicerende vaten’ zijn. Bij nieuwbouwprojecten is in de visie volgens Elkien benoemt dat sociale huur en betaalbare koop uitwisselbaar met elkaar zijn. Elkien gaat er daarom vanuit dat dit in de bestaande voorraad ook als uitgangspunt zou moeten kunnen gelden en gaat hier graag verder over in gesprek met gemeente Súdwest-Fryslân. Elkien benoemt dat de kwalitatieve doelstellingen voor wijken en buurten helder zijn geformuleerd en zijn verheugd te lezen dat funderingsproblematiek ook wordt geagendeerd. Ze vraagt haast te maken met het warmteprogramma. En vraagt tot slot om te verduidelijken wat wordt verstaan onder levensloopgeschikte woningen. Beantwoording De gemeente is blij dat Elkien met veel plezier de ontwerp Omgevingsvisie op het thema Wonen heeft gelezen.

En betrekt Elkien ook graag bij het nog op te stellen Volkshuisvestingsprogramma. En ook zoals gevraagd bij: • het opstellen van randvoorwaarden voor verschillende deelgebieden en soorten woonomgeving; • het voeren van het gesprek over de sociale huurwoningen in de grote, middelgrote en kleine kernen; • de randvoorwaarden voor geclusterd wonen; • het voeren van het gesprek over de verhouding tussen sociale huur- en betaalbare koopwoningen bij zowel nieuwbouw als in de bestaande voorraad. Over al deze punten gaan we graag met Elkien verder in gesprek. Elkien suggereert dat bij nieuwbouwprojecten sociale huur en betaalbare koop uitwisselbaar zijn. Dat klopt niet. In de Omgevingsvisie wordt aangegeven dat sociale huur, middenhuur en betaalbare koop communicerende vaten zijn: als er voor een locatie minder sociale huur kan worden toegevoegd, dan vergroot dat het benodigde aandeel aan andere betaalbare woningen. Communicerende vaten betekent niet dat het altijd inwisselbaar is. Elkien heeft nog twee vragen gesteld in de zienswijze: Elkien is benieuwd naar wat bedoeld wordt met transformeren en inbreiden op een ontspannen stedelijke manier, maar met een bovenregionale ambitie binnen het Fries stedelijk netwerk.

Welke positie neemt de gemeente Súdwest-Fryslân daarmee in binnen de F4? De gemeente Súdwest-Fryslân werkt samen de andere F4-gemeenten (Leeuwarden, Smallingerland en Heerenveen) en de provincie in het Fries Stedelijk Netwerk. In de ‘Verstedelijkingspropositie Fries Stedelijk Netwerk 2050’ is het perspectief voor de thema’s wonen, werken, mobiliteit, waaronder Lelylijn, en voorzieningen uitgewerkt. Inzet op groei draagt bij aan Friesland als geheel. Van grootste stad tot kleinste kern. De propositie richt zich o.a. op een grotere ambitie voor woningbouw binnen de F4-steden. We zien dat te behalen aantallen binnen de F4 sneller dan voorzien worden gehaald. Overigens zonder dat dit ten koste gaat van groei in omliggende kernen (die daar wel meer geleidelijk plaatsvindt, naar aard en schaal). Voor Sneek zien we binnenstedelijk relatief veel mogelijkheden voor extra woningbouw. Daarbij benutten we de kansen die zich voordoen, bijvoorbeeld bij de transformatie van panden en gebieden en creëren we zo aantrekkelijk (stedelijke) woonmilieus dicht bij voorzieningen. Wat wordt verstaan onder levensloopgeschikte woningen? Hieronder verstaan we woningen die geschikt zijn om – met eenvoudige aanpassingen – de gehele wooncarrière te doorlopen. Met de vraag van Elkien hebben we gekeken naar de helderheid van de gehanteerde term.

Daarbij komen we tot de conclusie dat het meer voor de hand ligt om de term ‘nultredenwoningen’ te hanteren, omdat die – Friesland breed - gebruikt wordt in de Regionale Woondeal. De definitie van de Regionale Woondeal wordt overgenomen: Nultredenwoningen zijn

6

woningen waarbij je niet hoeft trap te lopen, zowel binnen het huis als om naar binnen te komen. Vaak betreffen het gelijkvloerse woningen/appartementen in de buurt van voorzieningen. Conclusie De zienswijze leidt tot een aanpassing van de ontwerp Omgevingsvisie op het thema Wonen. De term levensloopgeschikte woningen wordt vervangen door de term nultredenwoningen.

3.1.4

Indiener 4 OuwerPower

Samenvatting OuwerPower, een collectief van betrokken 60-plussers uit Sneek, waardeert het dat de gemeente een breed gedragen visie heeft opgesteld waarin aandacht is voor leefbaarheid, betaalbaarheid en een sterke mienskip. Tegelijkertijd zien zij ruimte voor verdere aanscherping en concretisering, met name waar het gaat om regie, duurzaamheid, vergrijzing en participatie. OuwerPower geeft aan dat de visie ambitie ademt en betrokkenheid. Zij herkennen zich in de waarden van leefbaarheid, mienskip en vitaliteit. Het uitgangspunt dat goed wonen meer is dan stenen alleen, spreekt hen aan. Wel wordt een cijfermatige onderbouwing gemist voor met name de actuele en verwachte woningbehoefte per leeftijds- en inkomensgroep; de omvang van de groep 65-plussers; leegstand (bijv. boven winkels) en de verdeling van woningzoekenden over de kernen. Ook benoemen de indieners dat zij meer duidelijkheid willen over de middelen waarmee de gemeente regie pakt op de woningmarkt. En doen zij suggesties doormiddel van concrete voorstellen: dat ouderenhuisvesting bij moet dragen aan gezondheid en preventie en dat er gemengde woonvormen, niet enkel geclusterde woonvormen voor ouderen, moeten worden gebouwd. OuwerPower geeft ook suggesties mee op de thema’s duurzaamheid en vergroening en het thema participatie.

Qua participatie wordt gevraagd om een open en transparant proces, waarin inwoners, dorpsbelangen en burgercollectieven vroegtijdig en structureel worden betrokken. Als voorbeeld wordt een burgerberaad gegeven. Daarnaast geeft OuwerPower een aantal vragen en aandachtspunten mee over de thema’s proces en participatie, cijfermatige onderbouwing, doorstroming en verhuisbereidheid, betaalbaarheid, vergroening en klimaatadaptatie, regie en samenwerking en inclusiviteit. Beantwoording De gemeente dankt OuwerPower voor haar waardering voor de visie. De gevraagde aanscherping en concretisering en cijfermatige onderbouwing zal gegeven worden in het volkshuisvestingsprogramma, dat zal volgen op deze aanpassing van de Omgevingsvisie op het thema Wonen. Hierin zal ook uitgewerkt worden welke middelen de gemeente inzet om de ambities te verwezenlijken. De gemeente zal OuwerPower betrekken bij het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma. De gegeven suggestie voor het thema Duurzaamheid en vergroening raken het thema wonen zeker, maar hebben een uitwerking in onder andere het groenbeleid en in het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Súdwest-Fryslân. Aardgasloze nieuwbouw is sinds 1 juli 2018 wettelijk verplicht. Toen trad de Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET) in werking.

OuwerPower vraagt om een open en transparant proces, waarin inwoners, dorpsbelangen en burgercollectieven vroegtijdig en structureel worden betrokken – niet slechts aan het einde via inspraak. Participatie is een belangrijk onderdeel van het tot stand komen van het volkshuisvestingsprogramma en verschillende vormen van participatie zullen overwogen worden. De vragen en aandachtspunten die OuwerPower meegeeft over de thema’s proces en participatie, cijfermatige onderbouwing, doorstroming en verhuisbereidheid, betaalbaarheid, vergroening en klimaatadaptatie, regie en samenwerking en inclusiviteit worden meegenomen in het proces bij het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma. Daarbij zal ook aandacht besteed worden aan de wens voor geclusterde en gemengde woonvormen voor jong en oud, huur en koop.

7

Conclusie De reactie van OuwerPower vraagt niet om een aanpassing van de concept Omgevingsvisie op het thema Wonen. De gevraagde cijfermatige onderbouwing is geen onderdeel van de Omgevingsvisie, maar zal onderdeel zijn van het volkshuisvestingsprogramma. De gemeente nodigt daarom OuwerPower uit om mee te denken bij het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma en betrekt hen hier graag nauw bij.

3.1.5

Indiener 5 Plaatselijk Belang Makkum

Samenvatting Uit het Woningmarktonderzoek 2024 blijkt dat er krapte is op de woningmarkt, vooral voor starters en ouderen. Plaatselijk Belang Makkum krijgt ook signalen dat er vooral voor deze groepen krapte is op de woningmarkt. In Makkum is er dringende behoefte aan (betaalbare) woningen voor starters en ook ouderen. Om de woningbehoefte in Makkum, goed onderbouwd, helder en concreet inzichtelijk te krijgen heeft Companen hier in opdracht van Plaatselijk Belang Makkum onderzoek naar gedaan. Dit onderzoek is inmiddels afgerond. De grote deelname aan dit onderzoek (461 Makkumers hebben hier aan meegedaan) toont aan dat de betrokkenheid met het onderwerp Wonen van de bewoners van Makkum groot is. Plaatselijk Belang Makkum vraagt daarom om de uitkomsten van dit woningbehoefteonderzoek Makkum met concrete doelstellingen en acties op te nemen in het Volkshuisvestingsprogramma 2026. Plaatselijk Belang Makkum geeft aan dat het originele document via het Omgevingsloket op een nogal gebruikersonvriendelijke manier is te lezen. Maar de publieksversie “Fan doarp oant stêd” (september 2025) bevat dezelfde tekst en is daarom gebruikt om de zienswijze op te baseren. Plaatselijk Belang Makkum geeft aan dat in het Woningmarktonderzoek 2024 gemeente Súdwest-Fryslân een indicatieve woningbehoefte per deelgebied aangegeven is (tabel 2.1.

van het woningmarktonderzoek 2024 (Companen)) voor de periode tot 2031. Voor het deelgebied Noord West, waar Makkum onder valt, is dit 250 – 300 woningen. Uit het woningmarktonderzoek voor Makkum concludeert Companen dat de woningbehoefte specifiek voor Makkum ca. 90-135 woningen is. Plaatselijk Belang Makkum adviseert dan ook om beide te gebruiken en op te nemen in deze visie. Plaatselijk Belang Makkum geeft aan dat de gemeente in de aanpassing van de Omgevingsvisie op het thema Wonen aangeeft dat “omdat in Sneek en Bolsward de grootste woonbehoefte ligt, programmeren wij hier het grootste deel van de groei in de woningvoorraad” (zie par.4.3.1 ‘Stedelijk gebied: aantrekkingskracht benutten voor de hele regio’ of par. 1.2.1 publieksversie). Deze formulering drukt een proactieve benadering uit. In de daaropvolgende paragraaf 1.2.2 Grotere kernen, mist Plaatselijk Belang Makkum een dergelijke formulering. Sterker nog, hierbij gaat de gemeente enkel over op het “beoordelen van concrete plannen”. Plaatselijk belang Makkum adviseert dan ook in de Woonvisie op te nemen dat de gemeente, op z’n minst, ook bij de grotere kernen proactief maatregelen (denk bijvoorbeeld aan grondaankopen, acties richting woningbouwcorporaties enzovoort) wil treffen om woningbouw te realiseren.

In paragraaf 4.3.3 “Voor iedereen een betaalbare woning” wordt aangegeven dat de gemeente meer wil sturen op betaalbaarheid. Een heel goede zaak vindt Plaatselijk Belang Makkum. Wel wordt een nadere duiding van het begrip betaalbaarheid gemist in de Woonvisie. Zij vindt de landelijke grens voor betaalbare koopwoningen (voor 2025 € 405.000) voor Friesland niet realistisch. Een grens die misschien in het westen van het land wel realistisch is, maar in Friesland zeker niet. Plaatselijk Belang Makkum adviseert in de Woonvisie het begrip Betaalbaarheid nader te duiden en het niveau ervan voor koopwoningen concreet te benoemen op maximaal € 200.000 – 250.000. Plaatselijk Belang Makkum geeft aan dat doorstroming erg belangrijk is voor de woningmarkt. En zij geven aan dat de doorstroming in Makkum stagneert omdat ouderen erg honkvast blijken te zijn en omdat er instroom van mensen van buiten Makkum plaatsvindt. In de visie ontbreekt het volgens Plaatselijk Belang Makkum aan een richtinggevend kader aan maatregelen die de gemeente wil inzetten om de doorstroming daadwerkelijk te bevorderen. In paragraaf 4.3.3 onder het kopje ‘Bevorderen van doorstroming’ (of paragraaf 3.6 publieksversie) wordt, terecht, vermeld dat de druk op de sociale huurwoningvoorraad groot is. Dit is ook in Makkum het geval, gezien de lange wachtlijsten en het grote aantal woningzoekenden die zich aanmelden voor 8

als een woning vrijkomt. Helaas komt dit niet tot uiting in de visie. In paragraaf 4.3.3. onder het kopje ‘meer betaalbare huurwoningen’ (of par. 3.3 publiekversie) staat wel aangegeven dat “In het woningmarktonderzoek wordt bevestigd dat de druk op de sociale huursector groot is, vooral in Sneek en Bolsward”. Dit is inderdaad het geval, maar in datzelfde woningmarktonderzoek staat ook dat voor de regionale kernen, zoals Makkum geadviseerd wordt “sociale huur toe te voegen door hier bij alle grote locaties (vanaf 40 woningen) uit te gaan van 30% sociale huur”. Met andere woorden, ook in Makkum is extra sociale huur nodig! Dit wordt overigens ook geconcludeerd in het onderzoek dat Companen voor Makkum heeft uitgevoerd. In Makkum is Elkien de enige werkzame woningbouwcorporatie met een bezit van ruim 400 woningen. Helaas heeft deze woningbouwcorporatie enige jaren geleden een lange termijnstrategie vastgesteld, welke voor Makkum kort samengevat als volgt luidt: “er worden in Makkum geen woningen toegevoegd, we houden het huidige aanbod in stand”. Deze strategie belemmert in hoge mate een oplossing van de huidige woningmarktkrapte in Makkum! Plaatselijk Belang Makkum adviseert om kritisch te kijken naar de financiële middelen en de beleidskeuzes van de corporaties.

In de Woningwet is vastgelegd dat de woningbouwcorporatie verplicht is haar bijdrage te leveren aan de realisering van de gemeentelijke Woonvisie. Alle in de gemeente toegelaten woningcorporaties moeten worden gestimuleerd en aangemoedigd te investeren in de gehele gemeente en haar kernen, ongeacht haar eigen strategische keuzes. De gemeente zou proactief moeten sturen op maximale inzet van de woningcorporaties om de krapte in de sociale huursector op te lossen. En dat de jaarlijkse Indicatieve Bestedingsruimte Woningcorporaties zou leidend moeten zijn bij de over een te komen jaarlijkse prestatieafspraken. Samen met de gemeente Súdwest-Fryslân wil Plaatselijk Belang Makkum graag werken aan het oplossen van de woningmarktkrapte en aan goede en betaalbare huisvesting in Makkum. De Woonvisie van de gemeente is daarbij een belangrijke eerste stap. Met een heldere, krachtige Woonvisie geeft de gemeenteraad een duidelijk richtinggevend kader aan het college om via het volkshuisvestingsprogramma 2026 het beleid concreet uit te werken in acties. Beantwoording De gemeente dankt Plaatselijk Belang Makkum voor haar zienswijzen. Uit de zienswijze blijkt een grote betrokkenheid en er worden een aantal suggestie en vragen richting de gemeente meegegeven. In deze beantwoording wordt hierop een reactie gegeven. 1.

Plaatselijk Belang Makkum vraagt om de uitkomsten van het woningbehoefteonderzoek Makkum met concrete doelstellingen en acties op te nemen in het Volkshuisvestingsprogramma 2026. Als gemeente moeten we in het volkshuisvestingsprogramma aangeven waar en voor welke doelgroepen er gebouwd moet worden. Daarbij gaat het om woningbouw voor de inwoners van nu en van de toekomst. Als gemeente moeten we een algemene afweging maken van alle belangen. Het woningbehoefteonderzoek Makkum gebruiken we daarbij graag als inbreng. Concrete doelstellingen en acties uit het woningbehoefteonderzoek Makkum kunnen vanwege de afweging van alle belangen wellicht niet 1 op 1 overgenomen worden. 2. Plaatselijk Belang Makkum adviseert zowel de indicatieve woningbehoefte voor de gehele gemeente (tabel 2.1. van het Woningmarktonderzoek 2024) als ook de woningbehoefte specifiek voor Makkum (ca. 90 – 135 woningen) in deze Woonvisie op te nemen. De gemeente neemt echter in de Omgevingsvisie geen concrete aantallen op. In het Volkshuisvestingsprogramma zullen de kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen opgenomen worden. Het woningmarktonderzoek van Makkum zal daarom gebruikt worden als inbreng voor dit programma. 3. Plaatselijk Belang Makkum geeft aan dat niet alleen bij Sneek en Bolsward een proactieve benadering van de gemeente vereist is, maar ook bij grotere kernen zoals Makkum.

De gemeente heeft echter niet alleen bij Sneek en Bolsward, maar ook bij de grotere kernen een proactieve houding. Juist bij de kernen met een goed (zorg)voorzieningenaanbod wil de gemeente sturen op voldoende woningen die aansluiten op de behoefte. Om dit beter in de tekst tot uiting te brengen wordt voorgesteld de zin ‘In elke grotere kern moeten concrete plannen zijn voor een goede mix aan woonvormen en woonmilieus’ (paragraaf 4.3.1 onder het kopje ‘Grotere kernen: een goede mix aan concrete plannen, woningen en woonmilieus’ of tweede alinea 1.2.2 publieksversie) te wijzigen in ‘In elke grotere kern stuurt de gemeente op voldoende woningen en op een goede mix aan woonvormen en woonmilieus’.

9

4. Plaatselijk Belang Makkum adviseert in de Woonvisie het begrip betaalbaarheid nader te duiden en het niveau ervan voor koopwoningen concreet te benoemen op maximaal € 200.000 – 250.000. Dit advies neemt de gemeente niet over. Niet omdat we het niet eens zijn met het feit dat er ook woningen in de categorie tot € 250.000 (sociale koop) gerealiseerd moeten worden. Daar blijven we ons als gemeente, net als nu, hard voor maken door daar waar mogelijk een differentiatie binnen de categorie betaalbaar te vragen. En door sociale koopwoningen te vragen binnen projecten als sociale huur niet mogelijk of niet wenselijk is. Waarom willen we als gemeente dan toch vasthouden aan de betaalbaarheidsgrens die door het Rijk zijn benoemd? Dat heeft twee redenen. Uit onderzoek blijkt dat de provincie Fryslân qua betaalbaarheid niet wezenlijk anders is dan andere provincies (RIGO-rapport Verkenning passendheid betaalbaarheidsgrenzen voor de nieuwbouw, 8 juli 2025). Ten opzichte van andere provincies onderscheidt de Friese inkomensverdeling zich voornamelijk door een kleinere groep hoge inkomens (vanaf €100.000) en een wat grotere groep lagere inkomens (tot €40.000), hoewel de groep in het laagste segment (tot €20.000) juist weer wat kleiner is. Met name deze ‘(lagere) middengroep’ is wat groter dan in andere provincies. Maar veel belangrijker.

Het Rijk heeft aan de betaalbaarheidsgrenzen een subsidie gekoppeld, de Realisatiestimulans. Met deze nieuwe regeling ondersteunt het Rijk gemeenten bij het bouwen van meer betaalbare woningen. Gemeenten ontvangen vanaf 2026 tot en met 2030 een bijdrage van € 7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw het jaar ervoor is gestart. Gemeenten kunnen de bijdrage van € 7.000 per woning naar eigen inzicht inzetten. De regeling is bedoeld om lokale woningbouw te versterken en biedt gemeenten de vrijheid om de middelen te besteden op de manier die het beste bij hun woningbouwopgave past. 5. Plaatselijk Belang Makkum adviseert in de visie op te nemen welk richtinggevend kader aan maatregelen de gemeente wil inzetten om de doorstroming te bevorderen. De maatregelen en instrumenten om doorstroming te stimuleren zullen in het Volkshuisvestingsprogramma worden uitgewerkt. 6. Plaatselijk Belang Makkum adviseert om in paragraaf 4.3.3. onder het kopje ‘meer betaalbare huurwoningen’ of paragraaf 3.3 publiekversie ook op te nemen dat in regionale kernen, zoals Makkum, gestuurd wordt op toevoeging van sociale huurwoningen door bij alle grote locaties (> 40 woningen) uit te gaan van 30% sociale huur. Als gemeente hebben we een Regionale Woondeal afgesloten met de Provincie en het Rijk waarbij we in de nieuwbouw 30% sociale voorraad toevoegen en tussen 2025-2035 toegroeien naar 30% sociale huur.

Dit geldt niet enkel voor Makkum, maar voor de totale woningvoorraad in de gemeente Súdwest-Fryslân. De concrete aanpak zal in het Volkshuisvestingsprogramma plaatsvinden. 7. Plaatselijk Belang Makkum adviseert om kritisch te kijken naar de financiële middelen en de beleidskeuzes van de corporaties. Alle in de gemeente toegelaten woningcorporaties moeten worden gestimuleerd en aangemoedigd te investeren in de gehele gemeente en haar kernen, ongeacht haar eigen strategische keuzes. De gemeente zou proactief moeten sturen op maximale inzet van de woningcorporaties om de krapte in de sociale huursector op te lossen. Het klopt dat woningcorporaties wettelijk verplicht zijn om een bieding te doen waaruit blijkt wat ze gaan bijdragen aan de woningvoorraad in de gemeente Súdwest-Fryslân. In de aanpassing van de Omgevingsvisie worden niet alle wettelijke verplichtingen opnieuw benoemd, die zijn en blijven geldend. De gemeente voert intensief overleg met de woningcorporaties over de noodzaak om sociale huurwoningen toe te voegen en de bestaande woningvoorraad te verbeteren. De Omgevingsvisie, en straks het Volkshuisvestingsprogramma, vormen het uitgangspunt voor de gesprekken over locaties en investeringen, en daarmee voor de prestatieafspraken. 8.

Plaatselijk Belang Makkum wil ook graag samen met de gemeente en overige partijen meewerken aan goede en betaalbare huisvesting voor iedereen. Daarom nodigt de gemeente Plaatselijk Belang Makkum ook graag uit om een bijdrage te leveren aan het tot stand komen van het Volkshuisvestingsprogramma. Conclusie De zienswijze leidt tot wijziging van de concept Omgevingsvisie op het thema Wonen. De zin ‘In elke grotere kern moeten concrete plannen zijn voor een goede mix aan woonvormen en woonmilieus’ (paragraaf 4.3.1 onder het kopje ‘Grotere kernen: een goede mix aan concrete plannen, woningen en woonmilieus’ of tweede alinea 1.2.2 publieksversie) wordt gewijzigd in ‘In elke grotere kern stuurt de gemeente op voldoende concrete plannen en op een goede mix aan woonvormen en woonmilieus’.

10

3.1.6

Indiener 6 Provinsje Fryslân

Samenvatting De provinsje Fryslân heeft een zienswijze ingediend op de aanpassing van de Omgevingsvisie op het thema Wonen. Zij geven aan dat de visie een helder en herkenbaar beeld geeft van de woonopgaven in Súdwest-Fryslân en goed aansluit bij de provinciale ambitie om in heel Fryslân te werken aan voldoende, betaalbare en duurzame woningen voor iedereen. 1. De provincie merkt daarbij wel op dat de Omgevingswet en de Omgevingsvisie uitgaan van een integrale benadering van de leefomgeving. Door nu een afzonderlijke visie te ontwikkelen op het thema Wonen ontstaat een duidelijke inhoudelijke verdieping, maar ook het risico dat de samenhang met andere beleidsterreinen, zoals ruimte, mobiliteit, duurzaamheid, leefbaarheid en voorzieningen, minder zichtbaar wordt. Daarom adviseert de Provinsje Fryslân om in de verdere uitwerking van dit onderdeel expliciet te benoemen hoe het wonen zich verhoudt tot de andere thema’s binnen de Omgevingsvisie, zodat de integraliteit van het beleid behouden blijft en het document aansluit bij de geest van de Omgevingswet. 2. Het uitgangspunt “wonen waar je hart ligt” past goed bij de provinciale visie op wonen in de dorpen.

De Provinsje Fryslân waardeert het dat de gemeente Súdwest-Fryslân een duidelijke verdeling aangebracht heeft in de grootte van de verschillende kernen, waarbij per kerngrootte inzichtelijk is gemaakt welke mogelijkheden er zijn voor woningbouw. Ze vragen zich af of het wenselijk is om in alle kernen woningbouw mogelijk te houden, of dat meer expliciete keuzes gemaakt kunnen worden om voor te sorteren op de toekomstige demografische en maatschappelijke ontwikkelingen. Een heldere prioritering draagt bij aan focus, uitvoerbaarheid en de vitaliteit van de dorpen op de lange termijn. De Provinsje Fryslân adviseert daarom om in het vervolgtraject scherper te duiden waar groei, behoud of juist terughoudendheid het meest passend is binnen het gemeentelijke netwerk van kernen. Zij is wel positief over het feit dat er specifieke kernen zijn aangewezen waar de combinatie van wonen en zorg wordt versterkt. Deze aanpak zorgt voor focus en een goede afstemming op de lokale behoefte. 3. De Provinsje Fryslân adviseert om in de uitwerking van de woningbouwplannen in de gemeente te zorgen voor voldoende differentiatie tussen sociale huur, betaalbare koop en overige nieuwbouw zodat doorstroming binnen de lokale woningmarkt gestimuleerd wordt. 4. De gemeente staat open voor initiatieven vanuit zowel de mienskip als de markt.

De provinsje Fryslân vraagt zich af hoe deze open houding zich verhoudt tot de provinciale wens om bij nieuwe woningbouwlocaties, die direct aan de dorpsrand grenzen, eerst een dorpsanalyse uit te voeren. Op basis van deze analyse zou vervolgens de locatiekeuze voor woningbouw moeten worden onderbouwd. Daarnaast dienen woningbouwplannen uiteraard te voldoen aan het ruimtelijk beleid zoals verwoord in de Omgevingsverordening. 5. De provincie Fryslân complimenteert de gemeente met de zorgvuldige en toekomstgerichte visie op wonen. Tegelijkertijd constateert zij dat er bij de verdere uitwerking nog ruimte is voor meer richting en afweging, met name waar het gaat om de verdeling van woningbouw over de kernen en de integrale samenhang met andere beleidsthema’s. Heldere keuzes dragen bij aan focus, uitvoerbaarheid en de veerkracht van de dorpen en steden. Zij ziet de aanpassing van de Omgevingsvisie dan ook als een waardevolle tussenstap, maar verwachten dat bij de verdere dóórontwikkeling van het gemeentelijke beleid de integrale samenhang en uitvoeringskracht nadrukkelijker geborgd worden. De Provinsje Fryslân denkt graag mee om deze volgende stap samen vorm te geven. Beantwoording De gemeente dankt de Provinsje Fryslân voor haar zienswijze en het compliment op de aanpassing van de Omgevingsvisie 1.0.

Hieronder zal per punt een reactie gegeven worden op de ingebrachte opmerkingen en advisering. 1. Het traject om nieuw woonbeleid te ontwikkelen is begin 2025 gestart. Er is een startnotitie opgesteld die de aanleiding, de aanpak en het proces om nieuw woonbeleid te ontwikkelen beschrijft. Op 3 april 2025 heeft de gemeenteraad de ‘Startnotitie nieuw woonbeleid gemeente 11

2.

3. 4.

5.

Súdwest-Fryslân’ vastgesteld. Voor de aanpassing van de Omgevingsvisie op het thema Wonen is vervolgens een uitgebreid participatietraject ingezet. Vanuit het vertrekpunt van integraliteit van beleid hebben zowel collega’s van de andere beleidsvelden als externe personen en organisaties meegepraat en meegedacht over de inhoud van een actuele visie op wonen. Hiermee is waardevolle informatie opgehaald en verbinding en draagvlak gecreëerd. De uitkomsten van deze gesprekken en bijeenkomsten zijn verwerkt in een actuele visie op wonen. Aanpassing van de Omgevingsvisie is een eerste stap in het ontwikkelen van nieuw woonbeleid. In de huidige Omgevingsvisie van Súdwest-Fryslân (2021) is het thema wonen beperkt beschreven en gedateerd. Hierin is nog sprake van een gestage woningbouwontwikkeling met een verwachte krimp na 2030. Daarom is het nodig om de Omgevingsvisie op het onderdeel wonen aan te passen. De nu voorliggende actuele visie op wonen is een richtinggevend kader voor het Volkshuisvestingsprogramma. Het Volkshuisvestingsprogramma volgt in 2026 en is een programmadeel (collegebevoegdheid) dat vooral ingaat op de hoe-vraag. Hierin zal staan hoe die volkshuisvestelijke doelen bereikt worden, hoe de gemeente de gewenste woningbouwplannen gaat realiseren en gaat sturen op doelgroepen en betaalbaarheid.

Bij deze uitwerking zullen de andere thema’s binnen de Omgevingsvisie, zoals ruimte, mobiliteit, duurzaamheid, leefbaarheid en voorzieningen, betrokken worden. De gemeente Súdwest-Fryslân wil ruimte geven aan ‘wonen waar je hart’ ligt, voor zover dat mogelijk en passend is. Dit is een belangrijk uitgangspunt, omdat we willen bouwen op basis van de behoefte. In veel kernen, ook in de kleine, zien we een behoefte aan betaalbare woningen voor jongeren die in de kern willen blijven wonen. In de kernenavonden voor dorpsbelangen, die in juni en juli 2025 plaatsvonden, werd eveneens geconcludeerd dat behoud van jongeren van grote waarde is voor het verenigingsleven en de vitaliteit van de lokale gemeenschap. Dit betekent echter niet dat we op voorhand in elk dorp woningbouw initiëren of faciliteren. We kijken naar de daadwerkelijk woonbehoefte nu en in de toekomst, naar een goede verdeling over de zes woonregio’s in de gemeente en naar de benodigde fasering. Zorgwoningen en geclusterde woonvormen voor ouderen en mensen met een zorgvraag concentreren we in de negen grotere kernen, omdat daar een goed (zorg)voorzieningenaanbod is. De gevraagde differentiatie tussen sociale huur, betaalbare koop en overige nieuwbouw zal zeker in het Volkshuisvestingsprogramma benoemd worden. Daarmee volgt de gemeente de gemaakte afspraken in de Regionale Woondeal Zuidwest Friesland.

De gemeente staat open voor initiatieven vanuit zowel de mienskip als de markt. Bij alle nieuwe initiatieven gaan we als gemeente in gesprek met de initiatiefnemer, dorpsbelangen en bij buitenstedelijke locaties ook met de provincie. Bij woningbouw (in de dorpen) geldt dat inbreiding boven uitbreiding gaat. Woningbouw aan de rand van het dorp is daarmee in principe alleen mogelijk als locaties binnen het dorp niet mogelijk of niet wenselijk zijn. We willen de indieners bedanken voor het compliment over deze visie. Vanzelfsprekend wordt de Provinsje Fryslân ook bij het vervolgtraject, het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma, nauw betrokken.

Conclusie De zienswijze leidt niet tot wijziging van de concept Omgevingsvisie op het thema Wonen.

3.1.7

Indiener 7 Huurdersbelang Fryslân

Samenvatting: 1. Huurdersbelang Fryslân complimenteert de gemeente met de heldere conceptvisie. Zij geeft mee dat de visie uitgaat van de kracht van samenwerking. De Mienskip is aan zet en de gemeente ziet de kracht in samenwerking met meerdere partijen. In het benoemen van vijf specifieke partijen (in het voorwoord van de publieksversie Fan doarp oant Stêd) mist Huurdersbelang Fryslân de specifieke groep ‘huurdersorganisaties'. 2. Huurdersbelang Fryslân benoemt dat veel kernen willen dat het aantal woningen wordt uitgebreid. Maar dit biedt geen garantie voor het voortbestaan van een school, de supermarkt, de lokale taal en cultuur of het verenigingsleven. De afgelopen decennia zijn de kernen gegroeid, maar het aantal voorzieningen en vrijwilligers is in rap tempo verdwenen. 12

Het is een zoektocht hoe kernen leefbaar kunnen blijven, is dit middels extra woningen, voorzieningen, cultuur of een actief verenigingsleven? Hierbij is de kracht van de Mienskip belangrijk. Huurdersbelang Fryslân adviseert in gesprek te blijven met vertegenwoordigers uit de kernen over dit onderwerp. 3. Als het gaat over de scope van de Lelylijn geeft Huurdersbelang Fryslân aan dat in Friese woningbouwstrategieën de mogelijke komst van de Lelylijn veelvuldig wordt genoemd. En dat het zeker is dat deze voor 2050 niet wordt gerealiseerd. De Lelylijn wordt geen stoptrein, daarom vindt Huurdersbelang Fryslân het te speculatief om woningbouwaantallen in de gemeente SWF hierop aan te passen. Zij adviseren daarom voor de komst van de Lelylijn meerdere scenario's uit te werken voor de looptijd van deze aanpassing van de Omgevingsvisie. 4. Huurdersbelang Fryslân benoemt verder dat de balans en draagkracht binnen buurten belangrijk is. Zij zien echter ook dat de opgave vanuit de provinciale urgentieverordening, de huisvesting van statushouders en overige kwetsbare groepen in diverse buurten wordt geconcentreerd. De gemeente schrijft volgens hen dat samenwerking met andere partijen (woningcorporaties) noodzakelijk is om een inclusieve samenleving te bereiken.

Inclusiviteit beperkt zich volgens Huurdersbelang Fryslân echter niet tot bepaalde wijken en buurten, dan spreken we van integratie. In een oprecht inclusieve samenleving worden de ‘lasten' evenredig verdeeld. Zolang er sprake is van een opeenhoping van kwetsbare bewoners in de goedkope woningvoorraad van corporaties is het belangrijk dat de draagkracht en draaglast van wijken goed gemonitord wordt. Niet alleen op basis van overlastmeldingen, maar ook op basis van woonbelevingsonderzoeken. In dat kader betreurt het Huurdersbelang Fryslân dat niet verder is gezocht naar een oplossing voor het vinden van een uniforme definitie voor het meten van draagkracht en draaglast in een wijk. Ze kijken met belangstelling uit naar de uitwerking van het komen tot een oprecht inclusieve samenleving in het volkshuisvestelijk programma. 5. Wet- en regelgeving botst met elkaar volgens Huurdersbelang Fryslân. Twee derde van de toegevoegde woningen moet betaalbaar zijn, waarvan de helft een sociale huurwoning. De komende jaren zal het moeilijk worden om de gestelde doelen van de woonvisie te bereiken. Een deel van de toegevoegde sociale huurwoningen dient ter vervanging van te slopen woningen. Per saldo wordt er dan weinig toegevoegd. De uitbreiding van de sociale huurwoningvoorraad is kostbaar en komt naast de opgave voor de verduurzaming van de sociale woningvoorraad.

Het blijft belangrijk om jaarlijks de vinger goed aan de pols te houden over de ontwikkelingen in deze voorraad. Huurdersbelang Fryslân ziet veel kansen voor de middenhuur, een segment die voorziet in het bieden van een woning aan huishoudens (niet alleen jongeren) die qua inkomen tussen wal en schip belanden. Te veel voor de sociale huurwoning en te weinig voor een koopwoning. 6. Volgens Huurdersbelang Fryslân denken veel partijen te weten waarom een- en tweepersoonshuishoudens (niet persé senioren) hun te grote woning wel of niet wensen te verlaten. Volgens ons is het belangrijk om met deze groep mensen in gesprek te gaan om ze zelf te laten vertellen onder welke condities ze wel willen verhuizen. 7. Het grootste vraagstuk vindt Huurdersbelang Fryslân hoe de komende periode voldoende betaalbare woningen toegevoegd kunnen worden, voor de juiste doelgroepen en op de juiste plaats. Een vraagstuk dat in het volkshuisvestingsprogramma uitgewerkt wordt. Huurdersbelang Fryslân wordt graag betrokken bij de totstandkoming van dit programma. Beantwoording 1. De gemeente Súdwest-Fryslân dankt Huurdersbelang Fryslân voor haar reactie en biedt haar verontschuldiging aan dat de huurdersorganisaties in het voorwoord van de publieksversie weggevallen zijn en niet expliciet benoemd zijn.

De gemeente ziet de huurdersorganisaties net zo goed als de woningcorporaties als gelijkwaardige partner bij de prestatieafspraken, en daarnaast als een van de belangrijke partners op het gebied van de volkshuisvesting en het wonen in onze gemeente. 2. De gemeente onderschrijft de uitspraak van Huurdersbelang Fryslân dat het toevoegen van woningen geen garantie biedt voor het leefbaar houden van de kernen en dat de kracht van de Mienskip daarin belangrijk is. Het belang van het voeren van het gesprek met de kleine en 13

middelgrote kernen over het toevoegen van (betaalbare) woningen, is daarom ook belangrijk voor de gemeente. Dit was dan ook de reden om in het voortraject tijdens het opstellen van deze conceptvisie specifiek met de dorpsbelangen in gesprek te gaan. Hier is juist het gesprek gevoerd over het toevoegen van woningen in de kleine en middelgrote kernen, naast andere dilemma’s op het gebied van bijv. leefbaarheid, woningbouw, betaalbaarheid. De uitkomsten zijn verwerkt in de visie. 3. De opmerkingen op het gebied van de scope van de Lelylijn zullen meegenomen worden bij de verdere uitwerking van de planvorming rond de Lelylijn. Voor het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma, dat vooral over woningbouw in de komende jaren zal gaan, is het nog te vroeg om hier concreet op in te gaan. 4. De gemeente waardeert de betrokkenheid van Huurdersbelang Fryslân bij de draagkracht en draaglast van wijken. De inzet van alle partijen is nodig om een inclusief wonen en samenleven mogelijk te maken. Om de leefbaarheid in wijken en buurten te monitoren worden nu al diverse instrumenten ingezet. Het is echter van groot belang om ook de mening van de inwoners zelf te betrekken, bijvoorbeeld door middel van woonbelevingsonderzoeken. 5.

Huurdersbelang Fryslân geeft aan dat het moeilijk wordt om de gestelde doelen in deze visie te realiseren als het gaat over het toevoegen van nieuwbouw, waarvan tweederde betaalbaar moet zijn en daarvan de helft sociale huur. Zij geeft daarbij aan dat een deel van de toegevoegde sociale huurwoningen dient ter vervanging van te slopen woningen. Per saldo wordt er dan weinig toegevoegd, zegt Huurdersbelang Fryslân. Bij sloop- nieuwbouw worden inderdaad netto geen woningen toegevoegd, terwijl er wel meer sociale huurwoningen nodig zijn. Daarom voert de gemeente doorlopend gesprekken met de woningcorporaties over kansen voor toevoeging van sociale huurwoningen en denken we mee over mogelijkheden en voorwaarden. 6. De gemeente nodigt Huurdersbelang Fryslân uit om mee te denken bij het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma en betrekt hen hier graag nauw bij. Bij het volkshuisvestingsprogramma kan de gedane suggestie van Huurdersbelang Fryslân om met ouderen in gesprek te gaan, om ze zelf te laten vertellen onder welke condities ze wel willen verhuizen, mogelijk ook een plek krijgen bij het verzamelen van data. Conclusie: De reactie van Huurdersbelang Fryslân vraagt niet om een aanpassing van de Omgevingsvisie op het thema Wonen.

3.1.8

Indiener 8 Anoniem

Samenvatting: De indiener geeft aan dat ook bij dit beleid de gemeente niets zegt over de kansen voor boeren, bijvoorbeeld als het gaat om de mogelijkheid van een tweede bedrijfswoning in het buitengebied of ander beleid dat perspectief biedt voor jonge boeren, zoals het starten van een eigen agrarisch bedrijf naast een bestaand agrarisch bedrijf. De indiener heeft eerder al een zienswijze gestuurd op het stuk “Wonen bij wonen en wonen op boerenerven” en geeft aan daar nog geen reactie op te hebben gehad. De gestelde vragen gaan niet in op deze aanpassing van de Omgevingsvisie op het thema Wonen. Beantwoording: De gestelde vragen gaan niet in op deze aanpassing van de Omgevingsvisie op het thema Wonen, maar zijn van toepassing op de beleidsregels Wonen bij wonen en Wonen op boerenerven. Deze zienswijze vraagt dan ook niet om een aanpassing van de Omgevingsvisie op het thema Wonen. De indiener geeft aan dat er geen reactie op de zienswijze die eerder is gegeven op de beleidsregels Wonen bij wonen en Wonen op boerenerven door de gemeente is gegeven. Deze beleidsregels hebben van 25 juni 2025 tot 6 augustus 2025 te inzage gelegen. Er is 1 zienswijze gegeven en deze zienswijze wordt op dit moment verwerkt in de reactienota voor de zienswijzen op Wonen bij Wonen en Wonen op boerenerven verwerkt.

Ambtelijk is vanuit het traject rondom Wonen bij wonen en Wonen op boerenerven contact geweest met de indiener. 14

Conclusie: Deze zienswijze vraagt niet om een aanpassing van de Omgevingsvisie op het thema Wonen.

3.1.9

Indiener 9 No Hylpen Samenvatting: No Hylpen is een commissie die onderzoekt of nieuwbouw in en om Hindeloopen mogelijk zou zijn. Dit in opdracht van Plaatselijk Belang Hindeloopen. Zij geeft aan dat de visie stelt dat de gemeente regie wil voeren op de woningmarkt binnen een liberale markteconomie. Graag wil zij meer duidelijkheid over welke instrumenten en bevoegdheden hiervoor worden ingezet. Daarnaast roept het onderscheid tussen grote en kleine kernen vragen op bij No Hylpen: grote kernen krijgen een proactieve en ruimhartige benadering met alle ontwikkelmogelijkheden, terwijl voor kleine en middelgrote kernen daarentegen een behoudende, meer passieve aanpak geldt met beperkte opties. No Hylpen vraagt waarom deze fundamenteel verschillende benadering gehanteerd wordt. Er worden specifieke punten naar voren gebracht over middelgrote kernen, kleine kernen en ontbrekende elementen. 1. Middelgrote kernen • Het lijkt vanzelfsprekend dat woningen met maatschappelijke meerwaarde ook daadwerkelijk maatschappelijke waarde creëren. Waarom wordt dit als aparte voorwaarde genoemd? • Waarom ontbreekt standaard de mogelijkheid tot uitbreiding? Zonder deze optie dreigt minimale groei, verdere vergrijzing en beperkte doorstroom, terwijl de woningbehoefte aanhoudt. 2. Kleine kernen • De term organische ontwikkeling suggereert een passieve aanpak.

Overweeg een actievere groeistrategie om leefbaarheid en voorzieningen te behouden. • Het beleid richt zich nu vooral op de lokale woonvraag. Overweeg ook het aantrekken van jongeren van buitenaf om kernen vitaal te houden. 3. Ontbrekende elementen • Stimuleren van Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) met gemeentelijke ondersteuning om woningbouw te bevorderen. • Uitbreiding van lokale, kleinschalige zorgvoorzieningen in kleine en middelgrote kernen, zodat ouderen in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen. • Expliciete focus op het realiseren van kwalitatieve huurwoningen in kleine en middelgrote kernen, niet alleen in de grotere. • Verminderen van de complexiteit van ruimtelijke ordeningsprocedures ter versnelling van bouwprocessen. • Duidelijke uitwerking over hoe de mienskip wordt betrokken bij de plannen voor wonen en bouwen. • Jongeren en ouderen die een sociaaleconomische binding hebben met de streek of plaats voorrang te geven op huur en koopwoningen. Beantwoording: De gemeente bedankt No Hylpen voor de ingediende zienswijze. No Hylpen vraagt meer duidelijkheid over welke instrumenten en bevoegdheden ingezet zullen worden. Deze elementen zullen bij de uitwerking belicht worden en zullen in het volkshuisvestingsprogramma terugkomen. Verder roept het onderscheid tussen grote en kleine kernen vragen op bij No Hylpen.

Het onderscheid tussen de verschillende soorten kernen komt voort uit het Woningmarktonderzoek 2024. Hierin is aangegeven dat grotere en kleinere kernen om een verschillende aanpak vragen als het over het toevoegen van woningen gaat. De ontwikkeling van grotere kernen is te kenmerken als meer planmatig, terwijl woningbouw in de kleinere kernen veel meer organisch gaat. In grotere kernen spelen vaak meerdere initiatieven, waardoor sturing nodig is om te zorgen dat het totaal aansluit bij de behoefte van de grotere kernen. Bij kleine kernen gaat het om ruimte bieden aan woningbouw als een concrete vraag zich aandient. In alle gevallen is

15

het van belang dat woningen op basis van de behoefte worden bijgebouwd. Het is overigens niet zo dat er een passieve aanpak is bij de kleine kernen. Met de Kleine Kernenaanpak hanteert de gemeente juist een actieve benadering om op zoek te gaan naar een geschikte locatie als er een duidelijke woningbehoefte in de kern is en er nog geen woningbouwplan is. Jaarlijks wordt woningbouw in ca. drie kernen via deze aanpak verkend. 1. Middelgrote kernen Het beleid van de gemeente en de provincie is er op gericht dat inbreiding boven uitbreiding gaat. Dit wordt gedaan om de bestaande ruimte efficiënter te gebruiken en kwaliteit van het landschap te behouden. Woningbouw aan de rand van de kern (uitbreiding) is daarmee in principe alleen mogelijk als locaties binnen het dorp niet mogelijk of niet wenselijk zijn. Bovendien moeten de woningen een maatschappelijke meerwaarde hebben, bijvoorbeeld een woningtype aanvullend op de bestaande voorraad en aansluitend aan de vraag uit de kern. 2. Kleine kernen Het beleid is gericht op de lokale woonvraag. Vaak is dat gericht op jonge mensen die graag in de betreffende kern willen blijven wonen. Behoud van jongeren is van grote waarde voor het verenigingsleven en de vitaliteit van de lokale gemeenschap.

Het beleid is er niet op gericht om jongeren van omliggende kernen aan te trekken in het voordeel van één bepaalde kern, want alle kernen zijn gebaat bij vitaliteit. Dat neemt niet weg dat iedereen zelf mag bepalen waar hij of zijn graag wil wonen. Soms gaan jongeren voor een opleiding naar elders verhuizen en willen op een gegeven moment weer terugkeren naar het dorp op stad van herkomst. 3. Ontbrekende elementen Het wel of niet stimuleren van Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO), het realiseren van bepaalde type woningen in kleine, middelgrote dan wel grotere kernen, het betrekken van de mienskip bij plannen voor wonen en bouwen en eventuele voorrang voor mensen die een sociaaleconomische binding hebben zijn elementen die in het volkshuisvestingsprogramma terug zullen komen. In het Omgevingsprogramma Wonen en zorg 2023-2050 ‘Meer en langer thuis’ is er voor gekozen om de zorgvoorzieningen te concentreren in de negen grotere kernen. Door een toenemende krapte aan voldoende mantelzorgers en werknemers in de zorg is een zekere mate van centralisatie en concentratie van wonen, zorg- en welzijn noodzakelijk. De schaal van de kleinere dorpen is te klein om alle (zorg)voorzieningen in iedere kern op fysieke wijze te realiseren.

Het verminderen van de complexiteit van ruimtelijke ordeningsprocessen behoort niet tot de bevoegdheden van de gemeente maar ligt meer bij het Rijk. Conclusie: Deze zienswijze vraagt niet om een aanpassing van de Omgevingsvisie op het thema Wonen.

16

4.

Conclusies, advies

De ingediende reacties leiden tot verschillende aanpassingen en/of aanvullingen van de Omgevingsvisie 1.0 op het thema Wonen. •

Voorstel is om in de paragraaf 4.3.1 Bouwen met elkaar aan aantrekkelijke woonmilieus onder het kopje ‘Samen werken aan versnelling’ de regionale samenwerking extra te benoemen. Deze paragraaf zal dan als volgt worden:

Als gemeente zorgen we voor goede samenwerking met onze partners, zoals woningcorporaties, huurdersorganisaties, ontwikkelaars, collectieven of individuele initiatiefnemers, buurgemeenten en provincie. Met de gemeente(s), waarmee we de woonregio vormen, stemmen we ontwikkelingen en woningbouwplannen af, met speciale aandacht voor initiatieven op het gebied van wonen en zorg en sociale huurwoningen. In 2025 vormen we met De Fryske Marren de woonregio Zuidwest Friesland. Binnen onze eigen organisatie bouwen we verder aan het stroomlijnen van onze processen. Wij creëren randvoorwaarden waarmee versnellende en innovatieve bouwvormen en bouwstromen de ruimte krijgen. • •

De term levensloopgeschikte woningen wordt vervangen door de term nultredenwoningen. de zin ‘In elke grotere kern moeten concrete plannen zijn voor een goede mix aan woonvormen en woonmilieus’ (paragraaf 4.3.1 onder het kopje ‘Grotere kernen: een goede mix aan concrete plannen, woningen en woonmilieus’ of tweede alinea 1.2.2 publieksversie) te wijzigen in ‘In elke grotere kern stuurt de gemeente op voldoende concrete plannen en op een goede mix aan woonvormen en woonmilieus’.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16405862/1