Bijlage 1 - Wijzigingsnota bijlage I
Tekst van het document
WIJZIGINGSNOTA BIJLAGE I Onderwerp: bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân I Reactie op uitspraken Raad van State d.d. 18 december 2019 Inleiding Bij besluit van 5 oktober 2017 heeft de gemeenteraad van Súdwest-Fryslân het bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân gewijzigd vastgesteld. Tegen het ontwerp bestemmingsplan zijn destijds 133 zienswijzen ingediend. Tegen het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan zijn 10 beroepsschriften ingediend bij de Raad van State (Afdeling). Op 27 september 2019 zijn deze beroepschriften in een zitting aan de orde geweest bij de Afdeling. Op 18 december 2019 heeft de Afdeling uitspraak gedaan. Twee beroepschriften zijn ongegrond verklaard. De overige acht beroepschriften zijn gegrond verklaard. De uitspraken, voor zover gegrond, zullen worden verwerkt in een zogenaamd veegplan. Hieronder een nadere uitwerking van de zaken die in het veegplan moeten worden meegenomen. Het beroep van de Firma Bos, Marne 219 te Bolsward De Firma Bos betoogt dat de raad ten onrechte de bestemming “wonen-woonboerderij” aan het perceel Sieswerd 7 te Hichtum heeft toegekend. In dat verband voert zij aan dat de exploitatie van het perceel plaatsvindt ten behoeve van de agrarische gronden rondom het perceel Sieswerd 7. Zo wordt het perceel gebruikt voor de opslag van mest en kunstmest, het uitrijden van drijfmest en voor oogstwerkzaamheden.
Volgens Firma Bos rechtvaardigen deze werkzaamheden dat er een bestemming “Agrarisch” wordt toegekend aan het perceel Sieswerd 7. De raad stelt zich op het standpunt dat hij met het plan de feitelijke bestaande situatie heeft vastgelegd. Ter plaatse is vastgesteld dat de voormalige agrarische bedrijfswoning wordt gebruikt als een burgerwoning en de bestaande Hollandse stal als caravanstalling. Daarnaast worden de overige bestaande gebouwen uitsluitend gebruikt voor opslag van agrarische producten en vinden er verder geen agrarische bedrijfsactiviteiten op het perceel plaats. In dat verband wijst de raad erop dat de Firma Bos is gevestigd op het perceel Marne 219 te Bolsward en van daaruit haar bedrijf exploiteert. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich bij de toekenning van de bestemming “wonenwoonboerderij” aan het perceel Sieswerd 7 niet gebaseerd op een deugdelijk onderzoek naar de bestaande feitelijke gebruik van het perceel “Wonen-Woonboerderij”. Firma Bos heeft immers onbetwist gewezen op diverse bedrijfsactiviteiten die op het perceel Sieswerd 7 worden uitgevoerd. Zo vindt daar de opslag van 700 m3 drijfmest, 300 m3 vaste mest, kunstmest, hooi en stro plaats. Daarnaast worden er landbouwmachines gestald op het perceel en fungeert het perceel als toegang tot de omliggende landerijen waarop de agrarische activiteiten van de Firma Bos plaatsvinden.
Het had op de weg van de raad gelegen om nader te onderzoeken welke activiteiten op het perceel worden uitgevoerd en in hoeverre die activiteiten zijn te verenigen met de bestemming “WoonWoonboerderij”. Reactie/voorstel. Bij deze zaak is uitgegaan van de feitelijke situatie. In de stal vindt de stalling van caravans plaats en de voormalige bedrijfswoning wordt bewoond door derden. Er is verder sprake van opslag van hooi, stro, (kunst)mest. Op het perceel is geen levende have aanwezig. Als gevolg van de uitspraak van de Afdeling is aan de orde of er gekozen moet worden voor een tussenvorm (reëel agrarisch bedrijf) of dat de bestemming “Wonen-Woonboerderij” verruimd moet worden zodat de agrarische activiteiten hieronder kunnen vallen. De kans is reëel aanwezig dat de agrarische activiteiten op het perceel worden uitgebreid. In dat geval is de bestemming “WonenWoonboerderij” wellicht niet toereikend. Daarom is hier gekozen voor de bestemming “Agrarisch”
waarbij een zogenaamd gesloten bouwvlak wordt gehanteerd. Daarmee wordt een vergelijking getrokken met het perceel Lange Leane 20 onder Workum (zie tevens de zaak Poelsma).
Perceel Sieswerd 7 links op tekening (in rood) met de provinciale weg en rechts het dorpje Hichtum
Perceel Sieswerd 7 met de actuele bestemming “Agrarisch”
Het beroep van de heer Dijkstra Met het plan heeft de raad onder meer de bestemming “Agrarisch” en de aanduiding ‘wetgevingszone’ – wijzigingsbevoegdheid 2’ toegekend aan het perceel, kadastraal bekend: gemeente Arum, sectie D, nummer 1091. Hiermee voorziet het plan in een wijzigingsbevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders om een bedrijfsbestemming toe te staan op een gedeelte van het voornoemde perceel. De heer Dijkstra kan zich niet verenigen met de aan het perceel toegekende aanduiding ‘wetgevingszone wijzigingsgebied 2’. Hij wenst dat de raad planologisch medewerking verleent aan een bedrijfswoning op het perceel, kadastraal bekend: gemeente Arum, sectie D, nummer 885. Concreet betreft het hier het perceel Tolheksleane 4a te Kimswerd. Op het perceel is een kassencomplex aanwezig. Voorheen maakte de bestaande (bedrijfs)woning Tolheksleane 4 onderdeel uit van het perceel waar de kassencomplex staat. Na de splitsing is dus het perceel Tolheksleane 4a ontstaan en is het perceel Tolheksleane 4 een reguliere woning geworden en als zodanig in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. Op het perceel Tolheksleane 4a wil de heer Dijkstra nu een nieuwe (bedrijfs)woning bouwen. Het college heeft de gemeenteraad destijds voorgesteld geen medewerking te verlenen aan het realiseren van een (bedrijfs)woning op een agrarisch perceel tussen Tolheksleane 4 en 6 te Kimswerd.
Er wordt namelijk een nieuwe woning toegevoegd en dat is in zijn algemeenheid in strijd met provinciaal en gemeentelijk beleid. De raad heeft middels een amendement het volgende vastgesteld:
Wij zijn het eens met de conclusie dat de (bestaande) woning op Tolheksleane 4 niet als bedrijfswoning wordt gebruikt. De woning wordt sinds 2011 feitelijk gebruikt als burgerwoning, wat in strijd is met het bestemmingsplan. Voor deze splitsing is geen toestemming verleend, maar wij hebben ook nooit handhavend opgetreden. Daarom willen wij de mogelijkheid bieden deze woning de bestemming ‘wonen’ toe te kennen. Deze mogelijkheid dient door middel van een wijzigingsbevoegdheid ex artikel 3.6 Wro in het bestemmingsplan opgenomen te worden. Hierdoor ontstaat ruimte om op de bedrijfskavel een nieuwe bedrijfswoning te realiseren. Wanneer er concrete bouwplannen zijn, kan hiervoor een aanvraag worden ingediend. Naar het oordeel van de Afdeling kan uit het raadsamendement, dat deel uitmaakt van het bestreden besluit, niet ondubbelzinnig worden afgeleid wat de raad voor ogen heeft gehad bij het toestaan van een nieuwe bedrijfswoning op de bedrijfskavel. De raad stelt zich op het standpunt dat er op de bedrijfskavel ruimte is ontstaan om medewerking te verlenen aan een nieuwe bedrijfswoning maar onduidelijk is op welke percelen deze woning mag komen. Om die reden acht de Afdeling het bestreden besluit in zoverre als niet duidelijk gemotiveerd. Het beroep is gegrond Reactie/voorstel.
In het amendement was een wijzigingsmogelijkheid opgenomen voor de bestaande woning terwijl deze woning in het ontwerpbestemmingsplan al als woning was bestemd. Verder heeft de raad in het amendement niet concreet aangegeven waar de (bedrijfs)woning gerealiseerd zou moeten worden. Ambtelijk werd uitgegaan van het leggen van een wijzigingsgebied voor een nieuwe (bedrijfs)woning op het perceel Tolheksleane 4a. Dat laatste was echter niet conform het amendement. In het zogenaamde veegplan zal de discussie gaan over het feit of hier een (bedrijfs)woning toegevoegd kan worden, of hier daadwerkelijk sprake is van een bedrijfswoning en op welke locatie deze woning gebouwd zou moeten worden.
Het wijzigingsvlak (in rood) had op de noordelijk gelegen woning nr. 4 (in geel) moeten liggen terwijl initiatiefnemer de woning zuidelijk van het rode vlak wil bouwen .
Hoe nu verder. De raad heeft middels een amendement aangegeven dat er een (bedrijfs)woning kan worden toegevoegd. Dat staat dus niet meer ter discussie. Dan de vraag waar deze nieuwe woning gerealiseerd moet worden. Er zijn twee opties. 1.Het bouwen van een woning in het rode vlak zoals hierboven aangegeven. In dat geval zal een loods voor het kassencomplex moeten worden gesloopt. 2.Het bouwen van een woning zuidelijk van het kassencomplex. Dus de onbebouwde strook tussen Tolheksleane 4a en Tolkheksleane 6 (voorkeur initiatiefnemers). Als gevolg van de vernietiging van het besluit door de Raad van State, vallen wij voor wat betreft het perceel Tolheksleane 4a terug op het oude bestemmingsplan Wûnseradiel Noard (bestemming KW = Kwekerij). In dat kader is het wel belangrijk dat ter plaatse waar de familie Dijkstra de
woning wil bouwen, een bebouwingsvlak ligt. Ter informatie hieronder de verbeelding van het bestemmingsplan Wûnseradiel-Noard van het perceel Tolkheksleane 4a (met omliggende percelen).
Verbeelding Tolheksleane 4a
Juridisch gezien, geeft dat meer ruimte. Daar komt bij dat het recent is gebleken dat er op het perceel Tolheksleane 6 geen ‘kwekerij-activiteiten’ meer plaatsvinden op grond waarvan geen rekening meer gehouden hoeft te worden van een zogenaamde milieucirkel van 30 meter ten opzichte van gevoelige objecten. Punt van discussie blijft uiteraard of de opsplitsing van een perceel een extra woning rechtvaardigt. Maar hierover heeft de raad zich middels een amendement duidelijk uitgesproken. Verder biedt de provinciale Verordening Romte ook mogelijkheden. Een nieuwe stedelijke functie in of aansluitend op een bestaand bebouwingslint of een bestaande bebouwingscluster worden toegestaan wanneer de nieuwe stedelijke functie leidt tot een landschappelijk aanvaarbare afronding of verdichting van het bebouwingslint of bebouwingscluster en doet geen afbreuk aan de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. Met het ook op de thans geldende bestemming (Kwekerij), zal een woning zeker tot een verantwoorde afronding/verdichting leiden. Kortom, wij staan positief tegenover het realiseren van een woning op het perceel zuidelijk van de bestaande kassen. Hieronder een schets van het gewenste beeld van Tolheksleane 4a te Kimswerd.
Ter plaatse heeft een overleg plaatsgevonden met de initiatiefnemers. Daarbij is gesproken over de bestemming van het totale complex. De feitelijke situatie is dat het kassencomplex wordt gebruikt voor de opslag van boten, caravans en campers etc. In het bestemmingsplan Buitengebied SWF I
had het perceel de bestemming “Agrarisch” met de nadere aanduiding ‘opslag’. In principe heeft de bestemming “Agrarisch” geen relatie met het feitelijke gebruik. In dat geval ligt de bestemming ‘Wonen’ (waarbij één woning is toegestaan) met de nadere aanduiding ‘opslag’ meer voor de hand. Voor de omgeving is dit uit oogpunt van een acceptabele woonsituatie de meest veilige bestemming. In de voorste deel van het complex wil men maximaal 5 recreatie-appartementen realiseren. Hierover heeft de raad reeds een positief standpunt ingenomen (slapen in de kas). Dit kan gefaciliteerd worden met een aanduiding. Het beroep van de heer Poelsma te Burgwerd De heer Poelsma betoogt dat de raad ten onrechte de bestemming “Wonen-Woonboerderij” aan het perceel Sjungadyk 16 heeft toegekend. Hiertoe wijst hij erop dat hij het voornemen heeft om zijn bedrijfsactiviteiten, het houden en huisvesten van schapen, uit te voeren ter hoogte van het perceel Sjungadyk 16. Ten behoeve van deze activiteit wil de heer Poelsma een schuur bouwen op het perceel. Dit is binnen de aan het perceel toegekende bestemming “Wonen-Woonboerderij” echter niet mogelijk. Verder voert de heer Poelsma aan dat zijn plan om een agrarisch bedrijf te exploiteren, in de lijn is met de Uitgangspuntennotitie en dat de raad verkeerde toepassing heeft gegeven aan het volwaardigheidscriterium.
De heer Poelsma voert tenslotte aan dat de raad bij een vergelijkbare situatie op de locatie Lange Leane 20 te Workum wel heeft ingestemd met het omzetten van de bestemming ‘Wonen-Woonboerderij” naar een agrarische bestemming. Volgens de heer Poelsma heeft de raad onvoldoende onderbouwd waarom in dit geval niet is gekozen voor een agrarische bestemming. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf en dat er om die reden geen medewerking wordt verleend aan een agrarische bestemming. In dat verband wijst de raad erop dat de bij de heer Poelsma in eigendom zijnde gronden slechts 0,9 ha beslaan en dat hij elders nog 1,9 ha grond huurt. Volgens de raad is dat onvoldoende om 125 schapen te houden omdat per schaap ongeveer 700 m2 tot 1000 m2 grond nodig is. Verder wijst de raad erop dat hij voor de vraag of er sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf heeft aangesloten bij de omvang van een agrarisch bedrijf uitgedrukt in Standaardopbrengsten(SO). Volgens de raad is het oppervlak van de bij het bedrijf aan de Sjungadyk 16 behorende gronden dusdanig klein dat er geen sprake kan zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf. Gelet hierop heeft de raad er voor gekozen om de bestemming “Wonen-Woonboerderij” aan het perceel toe te kennen. Binnen deze bestemming is het hobbymatig houden van dieren toegestaan.
Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich voor de vraag of sprake is van een volwaardig bedrijf redelijkerwijs kunnen baseren op de berekening van de omvang van het agrarisch bedrijf aan de hand van de systematiek van de NSO (normen en uitgangspunten bij typering van agrarische bedrijven in Nederland van Wageningen University & Research van november 2018). Ten aanzien van Lange Leane 20 te Workum heeft de raad gesteld dat uitgaande van de NSO sprake is van een agrarisch bedrijf in de grootteklasse “zeer kleine bedrijven” met een standaardverdiencapaciteit kleiner dan 25.000,00. Op dat perceel worden volgens de nota van zienswijzen 70 schapen, 90 lammeren, 6 koeien en 3 pinken gehouden. Ook heeft het desbetreffende agrarische bedrijf 2,2 ha grond in eigendom en huurt het 14 ha. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad onvoldoende gemotiveerd waarom in het geval van het perceel Lange Leane 20 wel en in het geval van het perceel Sjungadyk 16 niet is gekozen voor de bestemming “Agrarisch”. Het beroep is gegrond Reactie/voorstel. Ook hier geldt dat de kans reëel aanwezig is dat de agrarische activiteiten op het perceel worden uitgebreid. In dat geval is de bestemming “Wonen-Woonboerderij” wellicht niet toereikend. Daarom is hier gekozen voor de bestemming “Agrarisch” waarbij een zogenaamd gesloten bouwvlak wordt gehanteerd.
Daarmee wordt een vergelijking getrokken met het perceel Lange Leane 20 onder Workum (zie zaak Poelsma).
Sjuwedyk 16 in rood. Noordelijk de provinciale weg voorbij afslag Burgwerd richting Wommels (rechts boven de molen)
Het perceel Sjuwedyk 16 met de actuele bestemming “Agrarisch”
Het beroep van Transportbedrijf E.J. de Jong te Parrega Transportbedrijf E.J. de Jong, Trekdyk 156 te Parrega kan zich in beginsel verenigen met de voorwaarde dat de wijzigingsbevoegdheid pas wordt toegepast als door haar ten behoeve van een goede landschappelijke inpassingen een beplantingsplan wordt overgelegd. Ter zitting heeft zij haar beroep toegespitst op de in de bepaling opgenomen zienswijze waarbij een beplantingsstrook met een breedte van 5 meter in ieder geval als afschermend wordt aangemerkt. Volgens Transportbedrijf E.J. de Jong leidt een beplantingstrook met een breedte van 5 meter ertoe dat het, gelet op de beperkte omvang van het perceel waarop de wijzigingsbevoegdheid betrekking heeft, niet meer mogelijk is om op dit perceel vrachtwagens te parkeren, terwijl een breedte van 5 meter volgens haar niet nodig is om voor afscherming zorg te dragen. De wijzigingsbevoegdheid is bij de vaststelling met een amendement in het bestemmingsplan opgenomen. Uit het raadsbesluit volgt niet dat er sprake moet zijn van een afschermende beplantingsstrook met een breedte van 5 meter.
In dat kader stelt de Afdeling vast dat het gepubliceerde plan, voor zover het betreft de zinssnede “waarbij een beplantingsstrook met een breedte van 5 meter in ieder geval als afschermend wordt aangemerkt” geen grondslag vindt in het raadsbesluit zodat het raadsbesluit en het gepubliceerde plan niet met elkaar overeenstemmen. Gelet hierop is het bestreden besluit in zoverre in strijd met de rechtszekerheid. Transportbedrijf E.J. de Jong heeft zich in het beroepschrift voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. Transportbedrijf E.J. de Jong heeft in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het
bestreden besluit onjuist zou zijn. Een en ander betekent dat de oppervlakte van het parkeerterrein moet worden gehalveerd. De handhavingsprocedure zal na besluitvorming van de raad worden opgestart. Het beroep is gegrond (vernietiging artikel beplantingstrook met een breedte van 5 meter). Reactie/voorstel. Bij het veegplan zal een keuze moeten worden gemaakt uit twee mogelijkheden: -de raad besluit alsnog uit te gaan van een afschermende beplantingsstrook van 5 meter; -de raad besluit in overleg met Transportbedrijf E.J. de Jong voor een alternatief te kiezen. Op 23 september jl. heeft er een gesprek plaatsgevonden met de eigenaren van Transportbedrijf De Jong. Dat heeft erin geresulteerd dat Transportbedrijf De Jong bij brief van 21 oktober jl. heeft aangegeven dat, nu de helft van het parkeerterrein ingeleverd moet worden alsmede het feit dat men als gevolg van de groei van het bedrijf kansen ziet om een groot deel van de werkzaamheden op een andere locatie uit te kunnen voeren. Concreet wordt daarbij gedacht aan bedrijventerrein Burevaart te Workum. Men geeft aan, na de mogelijkheid te hebben gehad de grond aan te kunnen kopen, binnen 2 á 3 jaar de gebouwen en terreininrichting te hebben kunnen realiseren. In dat kader heeft men verzocht de huidige situatie op Trekdyk 156 te gedogen tot de nieuwe situatie gereed is gekomen.
Wij hebben geconstateerd dat er bij de gemeente geen bedrijfskavels meer beschikbaar zijn op bedrijventerrein Burevaart te Workum. Er is dus geen zicht op een alternatief. In die zin blijft ons niets anders over om een wijzigingsmogelijkheid op te nemen voor het parkeerterrein waarbij met betrekking tot de landschappelijke inpassing wordt uitgegaan van een 5 meter. In het gemeentelijk kwaliteitshandboek wordt deze breedte van 5 meter in zijn algemeenheid gehanteerd.
Trekweg 156 in rood met het zuidelijk gelegen parkeerterrein
Aanzicht parkeerterrein
Het beroep van Kieftenburg-Boomsma BV te Pingjum Kieftenburg-Boomsma B.V. betoogt dat op het perceel Kleinehuisterweg 22 te Pingjum ten onrechte de totale gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen niet meer dan het bestaande aantal mag bedragen. Volgens haar had de raad een mogelijkheid voor een uitbreiding van 2.000 m2 in het plan moeten toestaan. Daarover wordt aangevoerd dat de raad op 2 juli 2015 heeft ingestemd met het toekennen van een bouwrecht van 1.025 m2 voor een nieuwe droogloods en zij heeft verzocht dit toegekende bouwrecht uit te breiden tot 2000 m2. In de beslissing van 2 juli 2015 staat dat de raad wil meewerken aan een uitbreiding van 50% van de bestaande bebouwing mits voorafgaand is aangetoond dat een dergelijke uitbreiding milieutechnisch uitvoerbaar is. Naar het oordeel van de Afdeling bestond voor de raad geen aanleiding om vanwege de beslissing in het plan van Kieftenburg-Boomsma BV een uitbreidingsmogelijkheid bij recht op te nemen omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat is voldaan aan de in de beslissing van 2 juli 2015 opgenomen voorwaarde dat de uitbreiding milieutechnisch aanvaardbaar is.
De Afdeling is van mening dat de raad in alle redelijkheid kan volstaan met het in het plan opnemen van een afwijkingsmogelijkheid waarmee de bestaande oppervlakte van de legale bedrijfsgebouwen (uitgezonderd de bedrijfswoning met het daarbij horende bijgebouw), in de uitleg die de raad daaraan geeft, op het perceel Kleinehuisterweg 22 te Pingjum binnen de planperiode eenmalig mag worden vermeerderd met 50%. Het gaat daarbij dan om de hiervoor genoemde oppervlakte van 1.025 m2. Deze uitbreiding is mogelijk met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. De Afdeling stelt echter vast dat deze afwijkingsmogelijkheid in de regels niet gerelateerd is aan het bedrijf van Kieftenburg-Boomsma B.V. Daarnaast betoogt Kiefenburg-Boomsma B.V. dat ten onrechte de activiteit ‘houthandel’ niet in de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – houtzagerij’ is opgenomen, omdat hiermee volgens haar zonder motivering een legale activiteit wordt wegbestemd. De raad heeft erkend dat de activiteit ‘houthandel’ ten onrechte ontbreekt in de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf – houtzagerij”. Nu de raad zich in zoverre op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit wat betreft dit onderdeel niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.
Reactie/voorstel. In het zogenaamde veegplan zal de afwijkingsmogelijkheid gerelateerd moeten worden aan de bedrijf van Kieftenburg-Boomsma B.V. Tevens zal de activiteit ‘houthandel’ in de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – houtzagerij” moeten worden opgenomen.
Kleinehuisterweg 22 in rood (met omliggende gronden).
Het beroep van de heer K. Nijholt te Hindeloopen De heer K. Nijholt woont aan de Madelaan 1 te Hindeloopen. Aan zijn perceel is de enkelbestemming “Wonen” en de aanduiding ‘recreatiewoning” toegekend. De heer Nijholt komt op tegen de bestemming “Wonen”, voor zover niet tevens de aanduiding voor recreatieve activiteiten is opgenomen. Daarvoor wordt aangevoerd dat aan zijn perceel in de voorheen geldende “Beheersverordening Buitengebied Nijefurd” de bestemming “Woondoeleinden A en B” met de aanduiding ‘recreatieve activiteiten toegestaan’, was toegekend. Na de bestudering van het beroepschrift, heeft de raad erkend dat de gewenste aanduiding ten onrechte niet is opgenomen. Het vaststellingsbesluit voorziet hier niet in. Daarom moet volgens de Afdeling worden geoordeeld dat het besteden besluit wat betreft dit onderdeel niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is voorbereid. Het beroep is gegrond Reactie/voorstel. In het veegplan zal het perceel worden bestemd zoals in de hiervoor genoemde Beheersverordening aangegeven.
Madenlaan 1 (in rood) aan het spoor oostelijk van Hindeloopen
De beroepen van de heren H. de Jong en L. Veenstra te Warns De heren De Jong en Veenstra verzetten zich tegen het plan voor zover het betreft het bestemmingsvlak “Verkeer-Wegverkeer” (oppervlakte 430 m2) ten behoeve van de rondweg in Warns. Dit bestemmingsvlak is ten opzichte van het ontwerpplan gewijzigd vastgesteld. Volgens hen heeft er geen afdoende belangenafweging plaatsgevonden. Niet is uitgesloten dat de heren De Jong en Veenstra op hun gronden gevolgen ondervinden van deze vergroting. De heer De Jong richt zich in zijn beroep uitsluitend tegen de gewijzigde vaststelling van het plan. Daarbij gaat het om geluidhinder. De heer Veenstra richt zich in zijn beroep niet uitsluitend tegen de gewijzigde vaststelling van het plan, maar ook tegen het al vastgestelde tracé zoals neergelegd in het ontwerpplan. De heer Veenstra voert daarover aan dat de raad ten onrechte geen onderzoek heeft verricht naar alternatieven voor het gehele tracé rondweg Warns. Ook heeft de raad volgens Veenstra de gevolgen van het al vastgestelde tracé zoals neergelegd in het ontwerpplan voor de aspecten geluid en landschap en voor de broedvogels, niet inzichtelijk gemaakt. De heren De Jong en Veenstra hebben geen zienswijze ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan bij de raad. Dat betekent dat alleen de ambtshalve wijziging ter discussie mag staan.
In dat kader volgt de Afdeling het betoog van de heer Veenstra niet dat de raad ten onrechte geen onderzoek heeft verricht naar de gevolgen van het landschap en de broedvogels.
Omdat de vergroting van het plandeel met de bestemming “Verkeer-Wegverkeer” het planologisch mogelijk maakt dat de weg dichter bij de woningen van De Jong en Veenstra wordt gesitueerd, en gelet daarop een verdere toename van de geluidsbelasting niet is uitgesloten, is de Afdeling van oordeel dat de raad niet heeft mogen afzien van het doen van onderzoeken naar de gevolgen van het woon- en leefklimaat van de heren De Jong en Veenstra voor het aspect geluid. Volgens de Afdeling betreft het hier concreet de vergroting in westelijke richting van het plandeel met de bestemming “Verkeer-wegverkeer”. Het overige deel van de rondweg was namelijk al als zodanig bestemd in het bestemmingsplan Buitengebied van de voormalige gemeente Nijefurd. Het beroep is gegrond Reactie/voorstel. Uit nader ambtelijk onderzoek is gebleken dat het planonderdeel dat ambtshalve is toegevoegd, niet meer bij de aanleg van de rondweg betrokken hoeft te worden. Dat betekent concreet dat de weg ‘bij recht’ aangelegd zou kunnen worden. In het veegplan zal het zogenaamde driehoekje wederom agrarisch worden bestemd.
Ontwerp
Vastgesteld
Na uitspraak Raad van State. Het driehoekje in wit maakt geen onderdeel meer uit van de bestemming “Verkeer-Wegverkeer”