CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Voorjaarsnota Súdwest-Fryslân 2025

Raadsvergadering 8 mei 2025, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: ‘Voorjaarsnota’8.380 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorjaarsnota ‘25 Kaders voor het begrotingsproces 2026 en verder

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ..........................................................................................................2 Inleiding .................................................................................................................3 1. Blijvend investeren in de toekomst .............................................................................4 1.1 De basis op orde en tûk groeien ................................................................................4 1.2 Financieel vertrekpunt ...........................................................................................5 1.3 Financiële strategie ..............................................................................................6 2. Financiële inzichten ...............................................................................................7 3. Financiële inzet ................................................................................................... 10 3.1 Opgaven .......................................................................................................... 10 3.2 Ombuigingen ..................................................................................................... 14 3.3 Inkomsten ........................................................................................................

16 3.4 Bedrijfsvoering .................................................................................................. 17 Bijlage: financieel totaaloverzicht ............................................................................... 19

2

Inleiding Hoe houden we onze gemeente financieel gezond, terwijl we blijven investeren in een leefbare, sociale en duurzame toekomst? We staan voor belangrijke afwegingen. Voor u ligt de Voorjaarsnota 2025 van de gemeente Súdwest-Fryslân. In de voorjaarsnota schetsen we de financiële kaders, benoemen we kansen en risico’s en leggen we de basis voor de Programmabegroting van 2026. De afgelopen jaren werkten we zonder een voorjaarsnota. In een tijd waarin economische onzekerheid, stijgende kosten en veranderend rijksbeleid een grote impact hebben op onze begroting, is het essentieel om vroegtijdig bij te sturen. Daarmee voorkomen we dat later zwaardere ingrepen nodig zijn. De voorjaarsnota geeft ons op tijd het financiële inzicht om samen met de gemeenteraad en onze inwoners bewuste keuzes te maken. We bieden perspectief, willen kansen benutten en schalen af als het nodig is. Meer taken en minder geld vanuit het Rijk Als lokale overheid worden we gedwongen om uitgaven in de begroting op te nemen, ook al ligt de oorzaak bij landelijke besluiten. Gemeenten krijgen van het huidige kabinet steeds meer (financiële) verantwoordelijkheden, terwijl de benodigde middelen hiervoor vanuit het Rijk achterblijven. Zo ontvangen we bijvoorbeeld van het Rijk een uitkering ‘inkomensvoorziening gemeenten’ (het BUIG-budget), hiermee betalen wij de uitkeringen.

Ons uitgangspunt is om de uitgaven in balans te houden met de inkomsten van het Rijk. Dit betekent dat we forse keuzes moeten maken om dat uitgangspunt te realiseren. Voor het BUIG-budget betekent dat een extra ambitie om dit evenwicht op korte termijn te bereiken. In Súdwest-Fryslân willen we de extra financiële lasten eerlijk verdelen tussen de eigen gemeentelijke organisatie, onze inwoners, ondernemers en bezoekers. Voorzieningen op peil houden Maatschappelijke basisvoorzieningen zoals zorg, onderwijs, sport, veiligheid en wegen vinden we belangrijk. Aan de kwaliteit hiervan tornen we niet. We leveren niet in op onze dienstverlening. Ook schuiven we de rekening niet vooruit naar de toekomst en willen we nu geen achterstallig onderhoud veroorzaken: we houden de basis op orde! Om te zorgen dat deze essentiële voorzieningen voldoen aan de wensen en behoeften van onze inwoners, is een verhoging van lokale belastingen verantwoord. Als college nemen we daarbij onze verantwoordelijkheid met realistische en toekomstbestendige beslissingen. We blijven investeren in onze voorzieningen. We maken nu weloverwogen keuzes en wachten niet af. Stabiliteit, daadkracht en continuïteit, dat is de bestuurlijke richting van het college in de begroting.

Door nú keuzes te maken in de voorjaarsnota en een duidelijke koers uit te zetten voor de lange termijn, kunnen we inspelen op maatschappelijke en economische ontwikkelingen. Deze lange termijnvisie draagt bij aan effectieve samenwerking met partners, versterking van de regionale positie en een betrouwbare dienstverlening aan onze inwoners, ondernemers en bezoekers. Investeren in nieuwe technologieën Slimme keuzes maken, betekent niet alleen kosten verhogen of ambities uitstellen. Investeren in innovatie en nieuwe technologieën helpt ons om processen te verbeteren en efficiënter te werken. Wij blijven ons verdiepen in trends en ontwikkelingen die op ons afkomen. Leeswijzer De financiële strategie en het financiële inzicht (hoofdstuk 2) laten zien hoe we ervoor staan, en voor welke uitdagingen we staan. De financiële inzet van de kansrijke sporen, autonome ontwikkelingen en aanvullende maatregelen volgen in hoofdstuk 3 en maken duidelijk aan welke knoppen we kunnen draaien om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting in 2026 en verder. Sneek, voorjaar 2025 Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân

3

1. Blijvend investeren in de toekomst 1.1 De basis op orde en tûk groeien In Súdwest-Fryslân zijn we er voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers. Mei inoar bouwen we aan een duurzame toekomst en versterking van brede welvaart. We willen dat ondernemers kunnen floreren met hun bedrijf, dat inwoners hier met veel plezier wonen, werken en leven. En dat toeristen hier graag op bezoek komen. We zorgen voor tûke groei. Dit bereiken we alleen door keuzes te maken die het welzijn van onze inwoners en de bloei van onze lokale economie en ons landschap versterken. Eerlijk verdelen van lasten en lusten Onze gemeente staat voor belangrijke keuzes om financieel gezond en bestuurlijk stabiel te blijven. Maken van goede keuzes begint met ervoor zorgen dat de basis op orde is. Eerlijke verdeling van middelen, een sterke economie en een goed functionerende samenleving met de voorzieningen die daarbij horen. Het is ons veel waard om een spiraal van verschraling tegen te gaan, omdat we ons realiseren dat wat we afbreken ook weer jaren kost om weer op te bouwen. Waar het kan doen we hetzelfde met minder geld, maar we blijven ook investeren. In duurzame oplossingen voor woningbouw en in de ondersteuning van lokale ondernemers die het hart van onze economie vormen. In voorzieningen voor onderwijs, zorg, sport en ontmoeten, en om onze bezoekers te kunnen ontvangen.

En waar nodig investeren we om inwoners een extra steuntje in de rug te geven. Met deze voorjaarsnota zetten we de koers uit richting een sluitende begroting voor 2026. We blijven investeren in voorzieningen en het goed uitvoeren van onze gemeentelijke taken. Tegelijkertijd zorgen we voor een gezonde algemene reserve, zodat we eventuele tegenvallers kunnen opvangen. Ons doel is een realistische en stabiele begroting, die niet alleen aansluit op de gemeentelijke ambities, maar ook rekening houdt met het beleid van het huidige kabinet en de impact daarvan op onze inwoners. We zoeken continu naar een eerlijk evenwicht in de lasten voor inwoners, ondernemers en bezoekers en wat ze ervoor terugkrijgen. We houden oog voor zowel betaalbaarheid als een toekomstbestendige financiële huishouding. Een heldere langetermijnvisie is daarbij essentieel om onze gemeente op koers te houden, nu en in de toekomst. Voorzieningen op peil houden en krachten bundelen Brede welvaart, een veelgebruikte term, zegt iets over de kwaliteit van leven in een gebied. Hoe gelukkig mensen er zijn. Dit willen we graag hoog houden in Súdwest-Fryslân. Voldoende faciliteiten om te ontmoeten, te bewegen en om van cultuur te genieten, zijn essentieel voor een veerkrachtige mienskip.

Om te voldoen aan de behoefte van inwoners, ondernemers en bezoekers en om onze voorzieningen op een kwalitatief hoog niveau te houden, blijven we investeren in (water)wegen, onderwijs, veiligheid, zorg, (gastvrijheids-) economie en openbare ruimte. De grote financiële uitdagingen aangaande onderwijs, sport en ontmoeten vragen wel om hierin te prioriteren. Ook kijken we waar functies mogelijk te combineren zijn of waar faciliteiten elkaar kunnen versterken. Verder zetten we vol in op verduurzaming van ontmoetingsplekken. Dat geldt voor sport- en cultuurvoorzieningen, maar ook voor dorpshuizen en wijkgebouwen. Hiermee snijdt het mes immers aan twee kanten: we werken aan de toekomst van ontmoetingsplekken door lagere lasten en aan een beter klimaat door lager energieverbruik. Onderwijs is een essentiële voorziening voor onze (jeugdige) inwoners. Goede en duurzame huisvesting van onze scholen is nodig. Veel schoolgebouwen zijn vijftig jaar of ouder en aan vervanging toe. We willen toekomstbestendig en kwalitatief goed onderwijs. Met de besturen CVO Zuid-West Fryslân en RSG Magister Alvinus verkennen we de mogelijkheden om het voortgezet onderwijs in Sneek gezamenlijk te huisvesten op een campus. Een plek waar leren, werken, ontdekken en innoveren bij elkaar komen. Een broedplaats en hoogwaardige onderwijsvoorziening die de stad, onze gemeente en regio versterkt.

En die niet alleen bedoeld is voor leerlingen, maar ook een belangrijke functie voor andere inwoners vervult.

4

Onze regio telt! Het vorige kabinet gaf aandacht aan de regio vanuit het rapport 'Elke regio telt’. Die aandacht is nodig want (subsidie)regelingen sluiten vaak onvoldoende aan op de schaal en de behoeften in regiogebieden of we zien de gevolgen van een besluit pas laat in ons gebied. Met de regiodeal Zuidwest-Friesland kunnen we op korte termijn verschil maken. Het Rijk, provincie Fryslân, gemeente De Fryske Marren en Wetterskip Fryslân investeren de komende jaren samen 35 miljoen euro in Zuidwest-Friesland. We investeren gericht in voorzieningen, infrastructuur en talentontwikkeling om de regio veerkrachtig en aantrekkelijk te maken. Bestuur en organisatie Een sterke en toekomstbestendige gemeente vraagt om daadkrachtige, bestuurlijke keuzes. Een goed functionerend bestuur en een stabiele organisatie zijn dan ook essentieel. We investeren in een efficiënte en wendbare organisatie die kan inspelen op maatschappelijke veranderingen en nieuwe uitdagingen. We kijken daarbij ook kritisch naar de wijze waarop we onze eigen werkprocessen hebben georganiseerd. Toegankelijke dienstverlening met oog voor de inwoner is het uitgangspunt. Maar waar mogelijk gebruiken we slim innovatie en digitalisering om onze werkprocessen efficiënter en effectiever te maken. Tegelijkertijd houden we oog voor financiële beheersing en een realistische inzet van mensen en middelen.

Door te sturen op stabiliteit, daadkracht en continuïteit zorgen we ervoor dat het bestuur en de organisatie optimaal bijdragen aan de ambities van onze gemeente.

1.2 Financieel vertrekpunt Het voorzieningenniveau op peil houden en blijven investeren in een sterke basis voor onze inwoners is het uitgangspunt. Daarvoor is een gezonde financiële huishouding van groot belang. We willen een stabiele, goed functionerende en toekomstbestendige begroting. Zoals ook in de programmabegroting 2025 genoemd, staat door de sterk dalende rijksbijdragen onze begroting vanaf 2026 flink onder druk. De lobby van de VNG zet daar dan ook vol op in. Financieel gezond blijven, vraagt om scherp te sturen op de financiën. Om te komen tot een sluitende begroting moeten we lastige keuzes maken. We zoeken de balans tussen financiële uitdagingen, taakuitvoering en onze ambities. Om een structureel sluitende begroting te maken -ook voor de komende jaren-, met voldoende reserves, hanteren we de volgende uitgangspunten: • We kunnen en willen de rekening niet doorschuiven naar de toekomst; • We kijken realistisch naar de toekomst en nemen trends en ontwikkelingen mee om stabiliteit, daadkracht en continuïteit binnen de gemeente te waarborgen; • Om onvoorziene tegenvallers in onze mienskip op te kunnen vangen, zorgen wij voor voldoende ruimte en buffer in onze Algemene Reserve; • Maatregelen waarvan we weten dat ze er aan komen, nemen wij op in de meerjarenbegroting als een stelpost.

Deze wordt pas definitief ingeboekt als het beleid wordt vastgesteld door de gemeenteraad bij de begroting of een begrotingswijziging; • Voorzieningen en belastingen zijn voor onze inwoners, ondernemers, instellingen en bezoekers in balans en op een aanvaardbaar niveau; • We passen onze eigen gemeentelijke organisatie en bedrijfsvoering aan op de begroting. Stelpost In deze voorjaarsnota hebben we een stelpost opgenomen voor behoud brede welvaart. We voorzien voor diverse belangrijke opgaven dat er extra inzet nodig is om de brede welvaart op peil te houden. We nemen voor deze opgaven nu een totaalbedrag op en komen in het verdere begrotingsproces met een voorstel voor de exacte invulling. Hiermee kunnen we inspelen op ontwikkelingen en krijgen we ook een meer realistische financiële planning. We helpen daarmee risico’s te beheersen. Door deze reservering ‘inzet behoud brede welvaart’ voorkomen we dat tegenvallers leiden tot ongewenste bezuinigingen of ad-hoc maatregelen later in het jaar. Rijksbijdrage blijft onzekere factor De financiële bijdrage vanuit het Rijk, met name via het gemeentefonds, blijft een belangrijke, maar onzekere factor in onze begroting. Hoewel we op korte termijn extra middelen ontvangen voor specifieke taken, zoals voor het sociaal domein en woningbouw, is de structurele financiering vanaf 2026 onzeker.

Dit vraagt om een zorgvuldige en realistische inzet van middelen, waarbij we

5

ook rekening houden met mogelijke tegenvallers die dan worden uitgewerkt in het verdere begrotingsproces. We blijven sturen op een gezonde begroting en versterken waar mogelijk onze financiële buffers, zodat we ook in de toekomst onze taken goed kunnen uitvoeren.

1.3 Financiële strategie Onze gemeente staat voor flinke financiële uitdagingen. In hoofdstuk 2 (financiële inzichten) is dit in cijfers uitgedrukt. We kunnen niet langer uitgaan van vanzelfsprekende financiële ruimte en moeten rekening houden met mogelijke bezuinigingen of (her)prioritering van beleid. De onzekerheid over de structurele financiering maakt het noodzakelijk om kritisch te kijken naar onze inkomsten en uitgaven, strakker te sturen op onze begroting en scherpe keuzes te maken. Dit betekent dat we zorgvuldig moeten afwegen waarin we blijven investeren en waar we moeten bijsturen om onze financiële positie gezond te houden voor de komende jaren. We maken inhoudelijke keuzes om het structurele tekort op te lossen en investeren alleen daar waar nodig en mogelijk is. De eerdergenoemde uitgangspunten blijven we daarbij steeds hanteren. Dit raakt onze inwoners, ondernemers en bezoekers en dit heeft invloed op de ambities van de gemeente. Dat is onvermijdelijk. Ook onze eigen organisatie en onze medewerkers gaan dit merken. Om het huishoudboekje op orde te brengen, zijn structurele besparingen nodig. Het financieel overzicht in hoofdstuk 2 is het vertrekpunt voor een sluitende begroting in 2026 en hiermee leggen wij een basis voor de meerjarenbegroting.

We hebben daarvoor een strategie uitgewerkt aan de hand van een aantal scenario’s om het financiële tekort op korte en lange termijn op te lossen en om de financiële positie van de gemeente Súdwest-Fryslân te versterken. Deze strategie is in de opiniërende raadsbijeenkomst van 10 juli 2024 op hoofdlijnen besproken en daarna verder uitgewerkt. De strategie bestaat uit vier onderdelen: 1. Opgaven (Wat is nodig om verschraling en tekort in de meerjarenbegroting te voorkomen?) 2. Ombuigingen (Hoe maken we slimme keuzes?) 3. Inkomsten (Welk belastingniveau is aanvaardbaar en levert de landelijke lobby nog extra inkomsten vanuit het Rijk op?) 4. Bedrijfsvoering (Wat kunnen we slimmer doen als het gaat om werkprocessen, inhuur van personeel en investeren in digitale technologieën?)

n

t ansr j

s or n

2 2

Deze strategie geeft houvast in het begrotingsproces. De vier onderdelen van de financiële strategie vormen een totaalpakket. Binnen de onderdelen kan aan verschillende knoppen gedraaid worden. Het pakket van kansrijke sporen bestaat uit 60 besparings- en investeringsvoorstellen. Hierin kunnen nog keuzes gemaakt worden. Onder de streep is de financiële uitdaging duidelijk. Met andere woorden: draai je de ene knop naar minder, dan zul je een andere knop naar meer moeten draaien om in balans te blijven. In hoofdstuk 3 worden de financiële keuzes van dit totaalpakket uitgelegd.

6

2. Financiële inzichten De voorjaarsnota gaat om kaders en keuzes maar bovenal om financieel inzicht. Hieronder geven we een financieel overzicht van de financiële startpositie, de inzet op behoud brede welvaart, de opbrengst van de voorstellen vanuit de kansrijke sporen en een mogelijk hogere Algemene Uitkering. Het resultaat hiervan geeft de vrije ruimte aan voor overige autonome ontwikkelingen en wensen. Bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

2029

Startpositie Programmabegroting 2025 Aanpassing te hoge kapitaallasten Uitkomst Septembercirculaire 2024 Uitkomst Decembercirculaire 2024 Taakstelling Vastgoed Taakstelling Personele inzet/inhuur Uitdaging:

2.677 168 383 76 -1.000 -2.000 304

-7.770 168 381 -26 0 -2.000 -9.247

-6.373 168 271 42 0 -2.000 -7.892

-3.027 168 186 109 0 -2.000 -4.564

-3.838 168 2.431 19 0 -2.000 -3.221

Inzet behoud brede welvaart Aangepaste uitdaging:

-2.000 -1.696

-2.700 -11.947

-5.837 -13.729

-7.144 -11.708

-8.387 -11.608

Opbrengst van de voorstellen Beschikbaar ontwikkelingen en maatregelen:

2.395 699

7.253 -4.694

10.193 -3.536

11.688 -21

11.748 140

Mogelijk hogere Algemene Uitkering: Beschikbaar na hogere AU: Waarvan structureel Waarvan OHV VO -niet structureel in te zetten zetten) Waarvan incidenteel

0 699 6.806 0 -6.107

3.000 -1.694 18 0 -1.712

3.000 -536 476 500 -1.512

3.000 2.979 2.992 1.000 -1.013

3.000 3.140 2.153 2.000 -1.013

Startpositie Programmabegroting 2025 Bovenstaande startpositie is gebaseerd op de saldi zoals vermeld in de Programmabegroting 2025. In deze startpositie is het zogenaamde ‘ravijnjaar’ 2026 goed zichtbaar. Ons begrotingssaldo daalt van een overschot van € 2,7 miljoen in 2025 naar een tekort van € 7,8 miljoen in 2026. De reden hiervoor is dat gemeenten vanaf 2026 € 2,4 miljard minder uit het gemeentefonds ontvangen. Voor onze gemeente geeft dat het volgende financiële beeld (gebaseerd op de septembercirculaire): Septembercirculaire 2024 Súdwest-Fryslân Septembercirculaire 2024

2024

2025

2026

2027

2028

225.138.639

231.372.745

220.869.178

222.195.011

224.360.549

Dit toont een daling aan inkomsten van ongeveer € 10,5 miljoen tussen 2025 en 2026. De daling van € 2,4 miljard wordt met name veroorzaakt door twee besluiten van het vorige kabinet: - Nieuwe financieringssystematiek van het gemeentefonds met korting - Hervormingsagenda Jeugdzorg met korting Daarnaast ontvangen gemeenten onvoldoende compensatie voor stijgende prijzen en stijgende aantallen.

7

De saldi moeten worden aangepast als gevolg van de volgende zaken: • In de Programmabegroting 2025 is een te hoog bedrag opgenomen voor kapitaallasten. We herstellen dit, waardoor er een structurele ruimte ontstaat van ca. € 168.000. • Door de Septembercirculaire 2024 zijn de jaarsaldi in de jaren 2025 t/m 2028 verbeterd. Dit varieert van € 0,4 miljoen in 2025 aflopend naar € 0,2 miljoen in 2027. Zie voor een nadere toelichting hierop de Notitie Septembercirculaire 2024 (actieve informatie week 44, 2024). Het jaar 2029 geeft een verbetering van € 2,4 miljoen. Dit komt door een hoger volume-accres. • De Decembercirculaire 2024 heeft relatief weinig effect op de jaren 2025 t/m 2028. Zie voor een nadere toelichting de Notitie Decembercirculaire 2024 (actieve informatie week 7, 2025). • Bij de opbrengst van de voorstellen (blok 3 van de tabel) zijn de opbrengsten van de kansrijke sporen opgenomen. Er zijn punten die al in de Programmabegroting 2025 waren opgenomen (€ 1,0 miljoen eenmalig op Vastgoed en € 2,0 miljoen structureel op Personele inzet). Om een dubbeltelling te voorkomen moeten we hier de startpositie aanpassen. Inzet behoud brede welvaart In de Programmabegroting 2025 is op pagina 12 aangegeven dat een aantal zaken nog niet in de begroting is opgenomen. Dat geldt ook voor opbrengsten van de kansrijke sporen.

Voor een evenwichtig beeld zijn beide destijds niet opgenomen. Nu de kansrijke sporen zijn uitgewerkt, komen ook de nog niet opgenomen zaken weer in beeld. Hieronder volgt een overzicht van de financiële opgaven afkomstig uit het financieel totaaloverzicht Kansrijke sporen (het volledige overzicht is opgenomen in de bijlage). In hoofdstuk 3 (financiële inzet) worden deze opgaven geduid en gaan we in op extra inzet die daarbij nog noodzakelijk of wenselijk is. Omschrijving voorstel

Financiele impact 2025

2026

2027

2028

2029

-2.000.000

-2.000.000

-2.000.000

-2.000.000

-2.000.000

0

0

-690.625

-1.852.500

-2.949.375

0

0

-145.951

-291.902

-437.853

0

0

-500.000

-1.000.000

-2.000.000

0

0

500.000

1.000.000

2.000.000

-500.000

-500.000

0

0

0

500.000

500.000

0

0

0

0

-700.000

-3.000.000

-3.000.000

-3.000.000

-2.000.000

-2.700.000

-5.836.576

-7.144.402

-8.387.228

Inzet behoud brede welvaart Vanuit het Rijk Tekort BUIG (lagere uitkering Rijk) Gemeenten ontvangen van het Rijk de gebundelde uitkering inkomensvoorziening gemeenten (BUIG-budget). Het landelijke macrobudget wordt onder gemeenten verdeeld. In de verdeling gaat Súdwest-Fryslân er op achteruit. Het ingeschatte tekort dat op ons af komt is een bedrag van € 2 miljoen. Het verwachte tekort wordt in zijn geheel veroorzaakt door de lagere inkomsten. Met voorstel 6A BUIG- en Participatiebudget wordt dit in evenwicht gebracht. Indexatie in meerjarenraming (aangepast n.a.v. Septembercirculaire 2024, o.b.v. 50%) Voor prijsstijgingen in de loonsomkosten (CAO) en de wettelijke beleidsvelden sociaal domein verwachten we compensatie via de Meicirculaire. Prijsstijgingen op andere uitgaven, zoals inkoopbudgetten, instandhouding maatschappelijke voorzieningen, bijdragen aan maatschappelijke partners en onderhoud kapitaalgoederen worden niet gecompenseerd. De verwachte stijging/indexatie van deze kosten willen we alvast voor 50% meenemen. Inzet op behoud brede welvaart vanuit Súdwest-Fryslân Onderwijshuisvesting Primair Onderwijs Wettelijke verplichting voor het instandhouden en verduurzamen van de onderwijshuisvesting van het Primair Onderwijs. De opgenomen lasten betreffen extra benodigde kapitaallasten voor investeringen in onderhoud, renovatie en/of nieuwbouw.

Onderwijshuisvesting Voortgezet Onderwijs Wettelijke verplichting voor het instandhouden en verduurzamen van de onderwijshuisvesting van het Voortgezet Onderwijs. De opgenomen lasten betreffen extra benodigde kapitaallasten van investeringen. Onderuitputting Onderwijshuisvesting Voortgezet Onderwijs Zolang er geen investeringen hebben plaatsgevonden (in afwachting van de ontwikkelingen in het voortgezet onderwijs) vallen de gereserveerde kapitaallasten vrij. Deze vrijval kan in de betreffende jaarschijven incidenteel worden ingezet. Bewegingsonderwijs/sportaccommodaties Noodzakelijke investeringen voor onderhoud, renovatie, vervanging en/of verduurzaming. Bij meerdere binnensportaccommodaties speelt momenteel urgentie. Het inzicht in de benodigde bedragen vanaf 2027 moet blijken uit de Visie en Aanpak op sportaccommodaties die eind van dit jaar volgt. Extra opgave BUIG De bestuurlijke wens is om te versnellen met voorstel 6A BUIG/participatiebudget. Door dit voorstel prioriteit te geven en daarmee extra uitstroom, doorstroom en beperking instroom te bewerkstelligen. We willen de financiële voordelen eerder in de tijd realiseren. Stelpost "Inzet behoud brede welvaart" Zoals ook aangegeven in de PB25, verwachten we nog meer maatregelen te moeten nemen. Een en ander afhankelijk van de Meicirculaire, vandaar deze opgenomen stelpost. Totaal "Inzet behoud brede welvaart":

8

Onze brede welvaart willen we graag hoog houden in Súdwest-Fryslân. Voor het behoud daarvan zien we knelpunten waar op lange termijn inzet voor nodig is. Er zijn onvoldoende middelen in de begroting opgenomen voor zaken waar we al beleid- of uitvoeringsplannen voor hebben gemaakt of waar nu aan gewerkt wordt. Deze staan in voorgaand overzicht. Door hiervoor structureel (extra) middelen vrij te maken kunnen we hiermee verder. Soms is dit gekoppeld aan middelen van externe partners. Opbrengst van de voorstellen De bedragen in de tabel zijn de opbrengsten vanuit de voorstellen uit de kansrijke sporen, gebaseerd op de voorkeursinzet van het college. Door hierin keuzes te maken of aan knoppen te draaien, kunnen de uitkomsten nog veranderen. Weergegeven is de netto opbrengst vanuit de kansrijke sporen. Dat is steeds hetgeen het kansrijke spoor oplevert minus de benodigde investering om het kansrijke spoor te kunnen realiseren. Mogelijk hogere Algemene Uitkering Naast de opbrengst uit de kansrijke sporen verwachten we ook een hogere Algemene Uitkering. Het zwaarwegend advies van de commissie Van Ark over de Hervormingsagenda Jeugd moet leiden tot een extra financiering van de jeugdzorg vanuit het Rijk; het is van groot belang dat het rapport Van Ark van kaft tot kaft wordt uitgevoerd.

Voorlopig houden we als mogelijke hogere Algemene Uitkering het eerdere bedrag "lobby-uitdaging Rijk" aan. Dit is in onze ogen op dit moment een reële inschatting. We verwachten dat de werkelijke bedragen verwerkt worden in de Meicirculaire 2025.

9

3. Financiële inzet De financiële strategie en het financieel inzicht bieden samen de basis voor een afgewogen totaalpakket. Hieronder volgt een uitgebreide toelichting op de vier onderdelen opgaven, ombuigingen, inkomsten en bedrijfsvoering.

t

r n

s or n

ansr j

2 2

3.1 Opgaven Basisvoorzieningen op orde Allereerst benoemen we hier de posten waarvan we verwachten dat hierin een grote opgave op ons afkomt en die we nog niet hadden opgenomen in de programmabegroting van 2025. Onderwijshuisvesting primair onderwijs Het waarborgen van goed en toegankelijk onderwijs voor alle leerlingen is nodig, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Door te investeren in onderwijshuisvesting, kansengelijkheid en samenwerking met scholen, draagt de gemeente bij aan een sterke basis voor de toekomst van jongeren in de regio. We stellen voor om vanaf 2026 in het investeringsprogramma voor Onderwijshuisvesting primair onderwijs (PO) jaarlijks extra bedragen op te nemen: € 562.000 voor nieuwbouw (met een jaarlijkse kapitaallast van ca. € 20.000) en € 2.240.000 voor renovatie/vernieuwbouw (met een jaarlijkse kapitaallast van € 126.000). Dit is een eerste inschatting; concrete besluitvorming volgt via het nieuwe Integraal Huisvestingsplan (IHP). Deze extra investeringen zijn noodzakelijk door onze wettelijke zorgplicht voor adequate onderwijshuisvesting. Van de 62 scholen in de gemeente is meer dan de helft 40 jaar of ouder en technisch verouderd. De meeste voldoen niet meer aan de huidige onderwijs- en maatschappelijke eisen.

In het IHP zijn 23 basisscholen (14 nieuwbouw, 9 renovatie/vernieuwbouw) en 5 middelbare scholen opgenomen, waarvan bijna de helft binnen 16 jaar vernieuwd wordt. Er is dringend een inhaalslag nodig om de verouderde schoolgebouwen te moderniseren en toekomstbestendig te

10

maken (duurzaam, inspirerend en betaalbaar). De vervanging van verouderde scholen en het reserveren van extra middelen is essentieel om verschillende redenen: • • • • •

Kinderen zijn onze toekomstige inwoners en ondernemers. Zij worden opgeleid met oog voor duurzaamheid en milieu. Dit vraagt om moderne, energiezuinige en circulaire gebouwen die voor hen als voorbeeld dienen. Door veroudering geven schoolbesturen veel extra geld uit aan onderhoud, dat ten koste gaat van middelen voor onderwijs. Goede ventilatie is essentieel. Een slecht binnenklimaat heeft negatieve invloed op leerprestaties en ziekteverzuim. Met het huidige vervangingstempo worden de klimaatdoelen van 2030 niet gehaald. Verouderde gebouwen zijn vaak niet flexibel genoeg voor moderne onderwijsconcepten en voldoen niet aan de eisen van inclusief onderwijs.

Het huidige investeringsbedrag is gebaseerd op de verouderde VNG-norm, die niet meer aansluit bij de actuele bouwkosten en op de gewenste kwaliteit. Daarom wordt het nieuwe IHP gebaseerd op de BDB-norm van Bureau Bouwkostendata, waarmee we de benodigde kwaliteitsuitgangspunten kunnen realiseren. Deze uitgangspunten zijn eerder besproken in opiniërende vergaderingen. Door de hogere BDB-norm zijn extra investeringen van jaarlijks € 1,8 miljoen nodig voor renovatie/vernieuwbouw. Dat leidt tot een jaarlijkse kapitaallast van € 100.000. Onderwijshuisvesting Voortgezet Onderwijs Naast het primair onderwijs is ook investeren in het voortgezet onderwijs (VO) een wettelijke taak van de gemeente. Onderzocht wordt of een VO-campus gerealiseerd kan worden, waarvan de noodzaak is onderbouwd door een businesscase. Een onderzoek naar de renovatiekosten van de huidige VO-scholen is uitgevoerd, en hoewel nog geen keuze is gemaakt, is duidelijk dat beide opties een aanzienlijke investering van ca. € 108 miljoen vragen. Daarnaast is nog een bedrag voor bewegingsonderwijs/sport nodig. We stellen voor om een ingroeiende kapitaallast te begroten van € 0,5 miljoen in 2027, oplopend naar € 2 miljoen in 2029, toegroeiend naar een structureel bedrag van uiteindelijk € 6 à € 7 miljoen.

Tot de bouw van de nieuwe onderwijshuisvesting voor het VO is afgerond, vallen de begrote kapitaallasten tijdelijk vrij en kunnen incidenteel worden ingezet. De kapitaallasten zijn pas in het jaar na de oplevering nodig, wanneer de afschrijving begint. Bewegingsonderwijs/sportaccommodaties Voldoende en goed onderhouden sportaccommodaties dragen bij aan een gezonde en actieve leefstijl voor alle inwoners. Door te investeren in duurzame en toegankelijke sportfaciliteiten, stimuleert de gemeente beweging, sociale verbinding en een vitale mienskip. Voor onderhoud en verduurzaming van diverse sportvoorzieningen stellen we voor om een incidenteel bedrag van € 500.000 in de begroting op te nemen voor de jaren 2025 en 2026, ook met het oog op onze wettelijke verplichting voor huisvesting van bewegingsonderwijs. Het gaat niet specifiek om onderhoud alleen, maar ook om verduurzaming van alle binnensportaccommodaties. (Achterstallig) onderhoud is vooral nodig bij gymzaal Hindeloopen, zwembad en gymzaal It Rak in Sneek, zwembad De Klomp in Wommels, De Sandobbe in Koudum, gymzaal Stadsfenne in Sneek, ‘t Mingeltsje in Sibrandabuorren, MFC De Gearhing in Parrega, gymzaal Witmarsum en gymzaal Arum.

Het urgente onderhoud van de overige binnensportaccommodaties (Duinterpenhal, Sneker Sporthal en Schuttersveld in Sneek en Sporthal de Middelzee in Bolsward) kan bekostigd worden uit de extra € 200.000 die via de begroting 2025 hiervoor beschikbaar is gesteld . Er zijn onvoldoende middelen voor de vervanging van de 14 kunstgrasvelden in de gemeente. Hoewel er extra middelen zijn vrijgemaakt in de begroting 2025 op basis van de Kunstgrasnota (december 2023), is dit niet genoeg door de sterk gestegen kosten van kunstgras. Ook zijn er nog wensen voor nieuwe kunstgrasvelden (LSC Sneek en Sporthart Bolsward). Voor andere buitensportlocaties worden momenteel het onderhoud en de verduurzamingsmogelijkheden in kaart gebracht. De definitieve bedragen worden op basis hiervan vastgesteld. Het inzicht in de benodigde middelen vanaf 2027 zal blijken uit de Visie en Aanpak sportaccommodaties, die eind 2025 klaar is.

11

Tekort op de BUIG Gemeenten ontvangen van het Rijk de gebundelde uitkering inkomensvoorziening gemeenten (BUIGbudget). Gemeenten betalen hiermee de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz 2004 en de loonkostensubsidie. Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget vast dat onder gemeenten wordt verdeeld. Het algemene deel van de gemeente Súdwest-Fryslân is na aanpassing van het verdeelmodel 9% lager vastgesteld. Het landelijke budget is daarentegen gestegen met 2,6%. Verhoudingsgewijs gaat Súdwest-Fryslân er meer dan 11% op achteruit. De inkomsten van het Rijk nemen van 2024 op 2025 nog verder af. Wanneer we niets doen, is het ingeschatte tekort dat op ons af komt € 2 miljoen. Het verwachte tekort wordt veroorzaakt door lagere inkomsten en een percentueel lagere uitstroom naar werk. Via het voorstel BUIG/participatiebudget uit de kansrijke sporen werken we aan het inlopen van het tekort. Het uitgangspunt van het college is dat onze uitgaven gelijk zijn aan de inkomsten van het Rijk. Met dit financieel kader stellen we de financiële uitwerking van het ombuigingsvoorstel bij naar het structurele tekort van € 2 miljoen en passen we de versnellingsopgave vanuit het bestuur op de jaren 2025 en 2026 toe. Het financieel totaaloverzicht (bijlage) is hier op aangepast.

Daarbij zetten we tevens in op lobby naar het Rijk gericht op aanpassing van het verdeelmodel en de vangnetregeling dat al meerdere jaren ongunstig voor ons uit pakt. Indexatie in meerjarenraming (o.b.v. 50%) De loon- en prijscompensatie in de meerjarenraming van de algemene uitkering is gebaseerd op een te laag percentage. Het Rijk hanteert een prijsindex van 2,5%, terwijl wij verwachten dat de kosten de komende jaren met gemiddeld 3,2% stijgen. Om hiervoor dekking te hebben, moeten we nu al een deel van de algemene uitkering reserveren, met een oplopende aftrek van € 1,4 miljoen in 2027 tot € 5,9 miljoen in 2029. Deze bedragen zijn aangepast op basis van de Septembercirculaire 2024. Deze aftrek werd geadviseerd door LIAS PAUW en wordt ondersteund door Jan Verhagen (gerenommeerd landelijk specialist gemeentefonds). Hij stelt dat het CBS de inflatie de afgelopen zeven jaar consequent onderschatte. Het Rijk belooft volledige inflatiecompensatie, maar biedt jaarlijks ruim 1% te weinig. Zonder deze aftrek is er vanaf 2027 onvoldoende ruimte voor loon- en prijscompensatie. Dat betekent dat bepaalde begrotingsposten niet geïndexeerd kunnen worden. Dit betreft onder andere subsidies, kapitaalgoederen en inkoopbudgetten. Gesubsidieerde instellingen, die al onder financiële druk staan, krijgen het zonder compensatie nog zwaarder.

Ook de kapitaalgoederen, waar de provincie zorgen over heeft, gaan verder achteruit. Het voorstel bevat een stelpost van 50% van de berekende bedragen: € 0,7 miljoen in 2027 oplopend naar € 2,9 miljoen in 2029. Een uitwerking hiervan volgt bij de Meicirculaire. Incidentele opgaven We verwachten aanvullende incidentele opgaven die mogelijk structureel van aard zijn. Zo staan er meerdere culturele en sport-instellingen onder financiële druk. Waaronder de Rolpeal in Workum, maar ook Cultureel Kwartier Sneek (CKS). Eind 2024 heeft de raad besloten tot kwijtschelding van de huurlasten van CKS en eerder is aanvullende (incidentele) compensatie toegekend voor de energielasten. Deze interventies waren onvermijdelijk omdat CKS niet uitkomt met de structurele subsidie. CKS werkt aan het op orde brengen van de bedrijfsvoering om weer in control te komen, maar we verwachten dat aanvullende middelen nodig zijn. Extra middelen voor behoud brede welvaart Om onze voorzieningen voor zorg, onderwijs, verkeer, veiligheid en ondernemers kwalitatief goed te houden en om te voldoen aan de behoeften van inwoners en bedrijven, zien we een aantal knelpunten. Hiervoor hebben we onvoldoende uitvoeringsmiddelen in de begroting opgenomen. Voor zaken waar we al beleid- of uitvoeringsplannen voor hebben gemaakt of daar nu mee aan de slag zijn, is extra geld nodig om verder te kunnen.

De gemeenteraad moet nog besluiten nemen over onder andere de nota openbare ruimte. We vinden het verstandig in deze voorjaarsnota al een totaal inschatting te geven van de extra benodigde middelen, zodat een reëel beeld ontstaat en afgewogen keuzes gemaakt kunnen worden. In het verdere begrotingsproces komen we tot een meer exacte uitwerking. Hieronder lichten we toe om welke onderdelen het gaat volgens de indeling sociaal, ruimte en bestuur, zoals het ook in de begroting staat.

12

Sociaal: bestaanszekerheid Het Koopkrachtfonds bestaat uit een deel Noodfonds (acute noodhulp) en een subsidie voor maatschappelijke initiatieven (Stipe Tichtby). Voor 2025 zijn voldoende middelen aanwezig. Komend najaar volgt een advies over voortzetting in 2026 en verdere duiding van noodzakelijke aanvullende middelen. Sociaal: jaarrond cultuur We willen een divers en levendig cultuuraanbod, niet alleen in de zomer maar ook in voor- en najaar. Dit draagt bij aan verbinding, creativiteit en leefbaarheid in de gemeente. Door continu te investeren in culturele evenementen, voorzieningen en talentontwikkeling, wordt cultuur toegankelijk voor iedereen. Het zorgt voor continuïteit van de culturele infrastructuur en houdt de gemeente aantrekkelijk voor inwoners en bezoekers. Dit staat beschreven in de vastgestelde beleidsnotitie Cultuur en sluit aan bij de Visie Gastvrijheidseconomie waarbij we inzetten op Route 2; het versterken van de schouderseizoenen. Ruimte: wonen Onze ambities voor wonen zijn duidelijk en urgent. Extra inzet op wonen is noodzakelijk om de woningtekorten aan te pakken en ervoor te zorgen dat voor zowel starters als senioren en nieuwkomers passende huisvesting is. Door te investeren in nieuwbouw, betaalbaarheid en duurzame woonoplossingen, blijft de gemeente aantrekkelijk en toegankelijk voor iedereen.

De woningbouwplannen worden gedekt door de exploitaties maar dat geldt niet voor de kwalitatieve inzet die we hebben afgesproken. Deze is niet structureel geborgd. Ruimte: kapitaalgoederen Extra inzet op kapitaalgoederen is essentieel om de kwaliteit en veiligheid van infrastructuur, openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen te waarborgen. Door te investeren in onderhoud en vernieuwing voorkomen we achterstallig onderhoud en hogere kosten in de toekomst. In de volgende ‘nota ruimte’ staan scenario’s uitgewerkt met een minimaal benodigd bedrag voor structureel onderhoud en investeringen. Ruimte: verkeersveiligheid Een veilige omgeving voor alle weggebruikers vinden we belangrijk en dat vraagt om daadkracht. Daarvoor zijn extra structurele middelen nodig boven op de bestaande middelen voor verkeersveiligheid. Door te investeren in goede infrastructuur en verkeerseducatie, verbeteren we de mobiliteit en verkleinen we het risico op verkeersongevallen. Het wordt steeds drukker op de weg. Dat vraagt om complexere oplossingen die ook steeds grotere investeringen vragen. Met extra structurele middelen kunnen we inspelen op cofinanciering van (Rijks- of provinciale) subsidies of BO-MIRT bijdragen van het Rijk. Ook de combinatie met onderhoudswerk kan hiermee veel meer resultaat opleveren. In het nog vast te stellen Mobiliteitsprogramma wordt duidelijk hoeveel extra nodig is.

Ruimte: fietsverbindingen Er zijn nieuwe fietsverbindingen nodig om de bereikbaarheid binnen de gemeente te verbeteren en om het gebruik van de fiets te stimuleren. Dat is beter voor het klimaat en gezonder voor onze inwoners. We willen extra investeren in veilige en doorlopende fietsroutes. Ruimte: Evenementen Om te zorgen dat inwoners en bezoekers kunnen genieten van veilige, toegankelijke en goed georganiseerde activiteiten, investeert de gemeente in crowd management, vergunningverlening en samenwerking met hulpdiensten. Om de balans tussen levendigheid en veiligheid te waarborgen, is het voor organisaties van evenementen essentieel dat er voldoende geld beschikbaar is. De Sneekweek is een toonaangevend evenement met zowel economische als sociale waarde voor de regio, maar vraagt ook om een stevige inzet op veiligheid en logistiek. Daarom is het noodzakelijk om structurele middelen vrij te maken binnen de voorjaarsnota 2026 om de ambities uit de evenementenvisie te realiseren. Daarnaast streven we naar een zorgvuldige en transparante subsidieverlening voor evenementen. Bij subsidieaanvragen kijken we niet alleen naar de culturele en economische bijdrage, maar ook naar de veiligheidsaspecten en organisatorische kwaliteit van de aanvragers. Zonder deze financiële en

13

beleidsmatige borging kan de gemeente geen uitvoering geven aan de evenementenvisie en komt de toekomst van belangrijke evenementen, zoals de Sneekweek, onder druk te staan. Ruimte: economie/arbeidsmarkt Extra geld voor circulaire economie en de arbeidsmarkt is nodig om werkgelegenheid te stimuleren en onze bedrijven te ondersteunen. Door te investeren in scholing, innovatie en een aantrekkelijk ondernemersklimaat, blijft de gemeente economisch sterk en klaar voor de toekomst. Het ‘uitvoeringsprogramma circulaire economie’ is recent vastgesteld maar daarvoor zijn de uitvoeringsmiddelen nog niet toereikend. Met de extra middelen en middelen vanuit de regiodeal kunnen we de regionale economie versterken. Dat doen we onder meer door het MKB te faciliteren, met het onderwijs nieuwe opleidingen op te starten en het realiseren van circulaire bedrijventerreinen. We zien circulariteit en het investeren daarin ook als een economische kans voor onze gemeente. Ruimte: gastvrijheidseconomie Door te investeren in voorzieningen en een gastvrij ondernemersklimaat, wordt de gemeente aantrekkelijker voor bezoekers en blijft de lokale economie groeien. Investeren in toerisme, horeca en recreatie vergoot bovendien de werkgelegenheid en maakt onze gemeente levendig en bruisend.

Met extra structurele inzet op de gastvrijheidseconomie kunnen de doelstellingen en de ambities die beschreven staan in de ‘visie gastvrijheid’ (getemporiseerd) uitgevoerd worden. Ruimte: landschapsbeheer Voor het beheer van het Nationaal landschap wordt een jaarlijkse bijdrage gevraagd. Voor 2025 wordt die incidenteel ingevuld. Voor de structurele bijdrage vanaf 2026 is nog geen oplossing. Met de middelen kan invulling worden gegeven aan de organisatie van het Nationaal Landschap waaronder ook de zogenaamde ambassadeurs die bezoekers mee kunnen nemen in ons landschap. Bestuur: veiligheid Een groeiende vraag naar handhaving in de openbare ruimte vraagt om extra geld voor het thema veiligheid. Door te investeren in boa’s kan de gemeente de leefbaarheid en veiligheid van inwoners beter waarborgen. Daarnaast is het van belang om integriteitsrisico’s bij vergunningen, subsidies en aanbestedingen beter te beheersen. Om criminele inmenging en misbruik van gemeentelijke faciliteiten zoveel mogelijk te voorkomen, wil de gemeente het Bibob-beleid toepassen. Hiermee versterken we niet alleen onze handhavers, maar ook onze bestuurlijke weerbaarheid en veiligheid op de lange termijn. Ontwikkelgemeente blijven met ontwikkelfonds als instrument In januari en februari 2025 heeft de gemeenteraad besluiten genomen over het ontwikkelfonds en de kaders hiervan.

We kiezen ervoor om het ontwikkelfonds in stand te houden en te blijven aanvullen. We zien het als een belangrijk instrument dat met ontwikkelingen weer nieuwe ontwikkelingen teweegbrengt (het multipliereffect). Nieuwe investeringsprojecten die binnen de kaders passen, worden zoveel mogelijk via het fonds gefinancierd. We streven ernaar dat middelen uit exploitatie weer terugvloeien naar het fonds, zodat het een aanjaaginstrument blijft. Projecten worden in fases opgezet, waarbij we vooraf sterk sturen op haalbaarheid, samenwerken met externe partners en de koppeling met bestaande budgetten of subsidies. Er zijn scherpe keuzes nodig omdat er meer plannen zijn dan het fonds kan financieren. Dit vereist het zorgvuldig timen van projecten, het optimaal benutten van externe financiering en het terug laten vloeien van exploitatieopbrengsten naar het fonds.

3.2 Ombuigingen We hebben eerder met de gemeenteraad gesproken over mogelijke ombuigingen en de keuzes daarin om te komen tot een begroting waarin ruimte is om te investeren. De voorkeuren van het college zijn gedeeld en de raad heeft hier in de opiniërende bijeenkomst van 3 maart 2025 op gereageerd. In het financiële totaaloverzicht (in de bijlage) staat het volledige pakket. Hieronder gaan we kort in op een aantal financieel grotere ombuigingen volgens de indeling sociaal, ruimte en bestuur, zoals het ook in de begroting staat.

14

Sociaal: verhogen uitstroom en doorstroom BUIG In 2025 verwachten we een tekort van ongeveer € 2 miljoen op de BUIG-middelen. Er is een OmBUIGplan opgesteld om dit tekort weg te werken door met name de uitstroom uit de bijstand te verhogen. De acties uit het plan zijn vooral gericht op het vroegtijdig begeleiden van jongeren naar werk of opleiding, extra aandacht voor ondernemendheid en ondernemerschap, proeven met startbanen en inburgeraars in de praktijk de taal laten leren tijdens werkervaringsplaatsen. Intern bij onze gemeente wordt hier meer op ingezet en we gaan actief met onze werkgevers en instellingen aan de slag voor een sterke arbeidsmarktaanpak om personeelsschaarste om te zetten in kansen. Sociaal: beheersmaatregelen Jeugdzorg Op jeugdzorg willen we in 2028 een besparing realiseren van ruim € 1 miljoen. Dit doen we door op scholen vaker te kiezen voor collectieve in plaats van individuele jeugdhulp, door afspraken te maken met artsen over verwijzingen, door met hulp van een zorgadviseur maatwerk te beperken en door niet langer te betalen voor onderwijs in zorgboerderijen. Sociaal: besparen op Wmo-voorzieningen Naar verwachting betalen inwoners vanaf 2027 weer een inkomensafhankelijke bijdrage voor Wmovoorzieningen. Wat dat oplevert, is afhankelijk van de nieuwe wetgeving daarvoor die nog moet komen.

De gemeente wil, vooruitlopend op de wetsaanpassing, zelfredzaamheid stimuleren en inwoners aanmoedigen om, waar mogelijk, minder gebruik te maken van gesubsidieerde voorzieningen en regelingen. Veel inwoners hebben immers voldoende financiële draagkracht om voorzieningen zelf te regelen. Daarnaast wordt voorgesteld een starttarief in te voeren voor de Wmo-taxi en willen we besparen door de onderzoeken voor woningaanpassingen uit te besteden. Ruimte: nota kostenverhaal In de ‘Nota Kostenverhaal’ staat hoe de gemeente bij ruimtelijke projecten de zogenoemde bovenplanse of bovenwijkse kosten kan verhalen op of doorberekenen naar de projectontwikkelaar. De nota wordt aangepast. Dit betekent dat ontwikkelaars meer bijdragen aan de kosten die voortvloeien uit de ontwikkeling van nieuwe projecten, zoals infrastructuur en voorzieningen. We verliezen hierbij de betaalbaarheid van woningen niet uit het oog. Dat betekent ook dat wordt gekeken naar de doelgroepen en dat maatwerk mogelijk moet zijn. Ruimte: verkoop van snippergroen en (strategische) gebouwen De verkoop van snippergroen en (strategische) gebouwen levert geld op. Snippergroen zijn groenstroken zonder functie die vaak grenzen aan woonpercelen. Woningeigenaren hebben daar soms belang bij.

Naast de verkoop van gebouwen verkennen we ook slimme huur- en koopconstructies ten behoeve van maatschappelijke opvang en urgente doelgroepen. Voor 2025 is met een hoger bedrag gerekend, maar we zien vanuit het huidige kabinet lagere vergoedingen hierop. Ruimte: optimaliseren parkeervoorzieningen en inkomsten We streven naar een verantwoorde exploitatie van parkeren. We gaan onderzoeken wat het verhogen van de parkeerbelasting kan opleveren. Daarnaast gaan we onderzoeken wat het intensiveren van de handhaving op kan leveren. In deze zoektocht houden we rekening met de opbrengsten, de tarieven van omliggende gemeenten en de kosten van het intensiveren van handhaving. We richten ons op een sluitende begroting en kijken of er daarna ook een winstgevend scenario mogelijk is. Ruimte: uren toewijzen voor afval en riolering De kostentoerekening voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing zijn gesloten systemen, met specifieke regels voor besteding van de middelen. De kosten voor de uren die aan straatreiniging worden besteed, worden niet toegewezen aan deze heffingen, terwijl deze werkzaamheden wel ten goede komen aan riolering en afvalbeheer. De kosten van deze uren bedragen € 600.000. We kunnen dit bedrag dan ook evenredig toerekenen aan zowel de rioolheffing als de afvalstoffenheffing (50% per heffing).

15

Bestuur: meer benutten van subsidiemogelijkheden We zetten vol in op het beter benutten van subsidiemogelijkheden op noordelijk, Rijks en Europees niveau. Er liggen hierin veel kansen die nog onderbenut blijven. Bij alle grote dossiers onderzoeken we actief hoe we onze inspanningen kunnen afstemmen op externe betrokkenheid.

3.3 Inkomsten Inzet Belastingen Een verhoging van lokale belastingen is noodzakelijk en verantwoord om te zorgen dat voorzieningen (blijven) voldoen aan de wensen en behoeften van onze inwoners. Dit gaat zowel om kapitaalgoederen in de openbare ruimte zoals wegen, trottoirs, fietspaden, waterwegen als om maatschappelijke voorzieningen voor ontmoeten, sport, onderwijs en welzijn. Een belastingverhoging staat wat ons betreft in verhouding tot de opgaven die voor ons liggen om het voorzieningenniveau op orde te houden en tekorten zoals niet gecompenseerde indexaties bij maatschappelijke en culturele partners, te kunnen betalen. We zetten in op de volgende maatregelen: Verhogen OZB woningen met 3% indexatie + 4% verhoging De OZB woningen wordt opgelegd aan de woningeigenaren in onze gemeente. De OZB wordt bepaald aan de hand van de WOZ waarde van de woningen. De voorgestelde verhoging staat in verhouding tot de brede inzet die we als gemeente plegen op de voorzieningen waar onze inwoners baat bij hebben. Verhogen OZB niet-woningen met 3% indexatie + 4% verhoging De OZB niet woningen wordt opgelegd aan eigenaren van vastgoed, zijnde de niet woningen. Dan gaat het om bedrijfspanden en maatschappelijk vastgoed maar bijvoorbeeld ook het windmolenpark in het IJsselmeer. We hanteren een gelijk tarief en voorgestelde verhoging als bij de OZB woningen.

Dat doen we omdat net als onze inwoners bedrijven en maatschappelijke instellingen inwoners baat hebben bij behoud van de voorzieningen. Verhogen toeristenbelasting met 10% We zijn een gastvrije gemeente met veel voorzieningen voor onze bezoekers. We hebben de wens om die te behouden en te verbeteren. In die lijn vinden we een verhoging van de toeristenbelasting passend en dit maakt investeren in lijn van onze visie gastvrijheidseconomie mogelijk. Verhogen forensenbelasting met 10% De forensenbelasting is een algemene belasting. De opbrengst van deze belasting is vrij besteedbaar. Forensenbelasting wordt opgelegd aan personen die niet in Súdwest-Fryslân wonen, maar wel meer dan 90 dagen per jaar de beschikking hebben over een gemeubileerde woning in de gemeente. Het tarief voor de forensenbelasting is een percentage van de WOZ-waarde van de woning. Nadere toelichting tarievendifferentiaties: De rechter kan een belastingverhoging toetsen door te kijken of er genoeg aan belangenafweging gedaan is. Beargumenteerd moet worden wat dit betekent voor de belastingbetalers (als collectief) en wat ze er voor terug krijgt. Een tariefdifferentiatie tussen OZB woningen en OZB niet-woningen is moeilijk uit te leggen. In dat geval moet een kleinere groep meer bijdragen terwijl zij hier niet meer voor terug krijgen.

Ons voorsel is dan ook: geen onderscheid tussen verhoging op OZB woningen en niet-woningen vanwege het gelijkheidsbeginsel. Vanuit de stelpost ‘behoud brede welvaart’ is gepland om een extra inzet te doen op gastvrijheidseconomie. Vandaar dat het verdedigbaar is om voor de toeristenbelasting en de forensenbelasting van een hoger percentage uit te gaan dan bij de OZB. Ook hier geldt het gelijkheidsbeginsel om deze percentages gelijk aan elkaar te houden. Voorstel is dan ook: hier is een extra verhoging uitlegbaar, maar maak geen onderscheid tussen verhoging op toeristenbelasting en forensenbelasting.

16

Hogere Algemene Uitkering van het Rijk Gemeenten staan voor het Ravijnjaar 2026. Dit financiële nood wordt veroorzaakt door deze drie ontwikkelingen:

Naast een lagere uitkering uit het gemeentefonds gaat het ook om het tekort op Jeugdzorg en het achterblijven van voldoende middelen voor inflatie en volumestijging. Deze landelijke kortingen hebben ook effect op onze gemeente. Op dit moment is er, o.a. met hulp van de VNG continue overleg tussen Rijk en gemeenten. De uitkomsten hiervan zijn nog onzeker. Het Rijk is druk bezig met de landelijke voorjaarsnota. In de meicirculaire wordt hopelijk meer duidelijk. Wij schatten in dat wij een hogere uitkering krijgen van € 3 miljoen vanuit het gemeentefonds. Deze verwachtingen zijn gebaseerd op: • Een mogelijk akkoord over medebewindstaken (wet op de jeugdzorg). • Het zwaarwegend advies van de commissie Van Ark over de Hervormingsagenda Jeugd. • De lobby (via de R8) voor specifieke kenmerken voor plattelandsgemeenten. • De lobby voor het voortzetten van het groeipad voor voordeelgemeenten. • Subsidiemogelijkheden vanuit Europa, Rijk, Provincie en derden. Als er onvoldoende middelen van het Rijk komen voor de uitvoering van medebewindstaken, kan dat impact hebben op onze dienstverlening. Mogelijk krijgen wij dan de begroting vanaf 2026 structureel niet sluitend. Met als gevolg dat we er voor moeten zorgen dat 2029 sluitend wordt. Dat is het laatste jaar van de meerjarenraming. Bij de begroting maken we een inschatting van de risico’s (met de Naris-systematiek).

Dit kan effect hebben op het benodigde weerstandsvermogen. Eén en ander wordt duidelijk bij de oplevering van de meicirculaire.

3.4 Bedrijfsvoering De basis op orde houden, geldt ook voor de bedrijfsvoering van onze eigen organisatie. We blijven een goede werkgever voor onze medewerkers met aandacht voor een goede dienstverlening richting onze inwoners en ondernemers. Dat betekent vooral dat we met focus sturen op personele inzet, arbeidsvoorwaarden, portfoliomanagement, vermindering van beleidstaken en slim investeren in digitale transformatie en de noodzakelijke basisvoorzieningen daarvoor. Minder formatie en inhuur Met een aantal maatregelen willen we komen tot een lagere personele inzet en een duidelijkere focus van de inzet. De huidige projectenportefeuille is hier al op aangescherpt. We zijn terughoudend bij nieuwe projecten, temporiseren bestaande projecten en nemen in sommige een meer faciliterende rol in plaats de regie. Daarnaast willen we de verkenningsfase van initiatieven korter maken, oftewel sneller besluiten om wel of niet door te gaan met een project. Deze maatregelen zorgen voor betere aansluiting op beschikbare personele capaciteit. Dit verbetert de ‘doorstroming’ binnen de organisatie; geeft overzicht en rust, verbetert coördinatie en voorkomt pieken in de personele bezetting en daarmee externe inhuur. Met deze werkwijze (portfoliomanagement) besparen we personele inzet.

Het vraagt wel terughoudendheid in het oppakken van nieuwe initiatieven en een goede afweging welke projecten we uiteindelijk willen realiseren. Het vraagt om duidelijke keuzes te maken.

17

Daarnaast ontstaan door pensionering, uit- en doorstroom van medewerkers natuurlijke momenten waarop we kunnen overwegen of vervanging echt nodig is of dat met verschuiving in werkzaamheden binnen teams en slimme keuzes de dienstverlening toch door kan gaan. Gemeente Súdwest-Fryslân heeft een nieuw stagebeleid en zal contacten met het onderwijs intensiveren. Zo raakt arbeidsmarktpotentieel vroegtijdig met ons bekend. Ook zal beleid voor traineeships worden opgesteld en onderdeel uitmaken van de strategische personeelsplanning om jong talent aan te nemen en op te leiden. Er zijn verkenningen om hierin samen te werken met andere gemeenten. De opgave om gebalanceerd te besparen en personeel te vervangen is ingewikkeld. In de eerste stap gaan we voor € 2,0 miljoen ombuigen. Dit doen we door de aansturing te verbeteren van programma’s en projecten. Daarnaast wordt de personele capaciteit aangepast op de beleidsadvisering en samenhangende taken (strategisch-tactisch). Verder zijn er aanpassingen van arbeidsvoorwaarden en optimalisaties in doorbelastingen van personele inzet. De volgende stap van € 2,5 – € 2,8 miljoen bouwt op vanaf 2026 waarbij het gaat om personele voordelen in vooral de operationeel-tactische bedrijfsprocessen. Om dit te bereiken moeten we eerst investeren in automatisering van de huidige processen en in nieuwe technologieën; de digitale transformatie.

Om dit voordeel op de personele inzet mogelijk te maken, is met ingang van 2025 jaarlijks een bedrag van bijna € 1 miljoen nodig aan investeringsmiddelen. Investeren in digitale transformatie Digitalisering van werkprocessen op verschillende vlakken biedt kansen. Een belangrijke randvoorwaarde is dat de basis op orde is. Het is noodzakelijk om het ICT-fundament te verstevigen om de continuïteit van de dienstverlening veilig te stellen, aan wettelijke eisen te voldoen en een solide basis te creëren voor kansrijke vernieuwingen. Daarom willen we investeren in de digitale infrastructuur, AI en robotiserings-technologieën, opleidingen, gekwalificeerd personeel en cyberbeveiliging. Het geheel van investeringen en rendement laat zich niet vangen in een opsomming van eventuele mogelijkheden, maar vraagt om een strategische keuze om te investeren in de basis op orde brengen, het optimaliseren van werkprocessen en het verbeteren van de dienstverlening. Dat neemt niet weg dat er wel degelijk concrete processen en werkzaamheden zijn benoemd waar rendement te behalen valt. Deze processen worden in een later stadium toegelicht.

18

Bijlage: financieel totaaloverzicht <separaat document>

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15366348/1