CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Uitvoeringsprogramma brenglocaties Súdwest-Fryslân

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Utfieringsprogramma bringlokaasjes (miljeustrjitten)7.145 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringsprogramma brenglocaties Súdwest-Fryslân Samen maken we van afval grondstof

Gemeente

Súdwest-Fryslân

Inhoudsopgave Inhoudsopgave.....................................................................................................................................2 1. Samenvatting..................................................................................................................................... 3 2. Inleiding...............................................................................................................................................4 3. Huidige brenglocaties........................................................................................................................5 4. Kaders................................................................................................................................................. 7 5. Wat is een “sirkulêr ambachtssintrum”?........................................................................................... 9 6. Ambities en scenario’s...................................................................................................................... 11 7. Wat gaan we doen?.......................................................................................................................... 15 8.

Vervolgtraject....................................................................................................................................18 Bijlagen................................................................................................................................................. 19

2

ï. Samenvatting Dit uitvoeringsprogramma over de brenglocaties (milieustraten) is de vertaling van het grondstoffenbeleid naar kaders voor de uitvoering. In het ‘Grondstoffenbeleidsplan 2023-2027’ zijn de visie en ambities beschreven over hoe we richting 2027, 2030 en vervolgens 2050 om willen gaan met afval en grondstoffen. In 2050 helemaal geen afval meer is het doel: een volledige circulaire economie. De brenglocaties spelen hierbij een belangrijke rol. Het grondstoffenbeleidsplan bevat geen definitieve beleidskaders voor de brenglocaties. Het bevat een aantal voorlopige beleidskaders, een denkrichting en een overzicht van de belangrijkste randvoorwaarden die als input voor het uitvoeringsprogramma brenglocaties fungeren. Op basis daarvan en aanvullend onderzoek is het uitvoeringsprogramma opgesteld.

Kaders Bij het opstellen van dit uitvoeringsprogramma is rekening gehouden met een aantal landelijke en gemeentelijke kaders. Zo is in de wet Milieubeheer beschreven dat elke gemeente een voorziening (milieustraat) moet aanbieden om afval en grondstoffen kwijt te kunnen. In samenwerking met een andere gemeente kan ook. De voorlopige gemeentelijke beleidskaders - vastgesteld via het grondstoffenbeleid - geven mee dat Súdwest-Fryslân blijft werken met meerdere brenglocaties voor inwoners, die goed verspreid zijn over de gemeente en waar men al het afval en grondstoffen kwijt kan. De reden hiervoor is het grote gebied en dat de afstand naar de brenglocatie niet te groot mag zijn, zodat inwoners naar de brenglocaties blijven komen. In een denkrichting is al aangegeven dat de locaties van Sneek en Koudum cruciaal zijn qua ligging in de grote gemeente die Súdwest-Fryslân is en dat er nog een locatie wordt gezocht, centraal in de gemeente. Ambities en scenario’s Het concept van een circulair ambachtscentrum, met voorzieningen als een demontagehal, werkplaats, kringloopwinkel en milieustraat, is nog in ontwikkeling. Dit kan allemaal op één locatie zijn, maar ook in vorm van een netwerk. In Súdwest-Fryslân is de keuze gevallen op een netwerkaanpak.

De gemeente beschikt namelijk over meerdere brenglocaties en een groot grondgebied met daarin veel potentiële partijen om mee samen te werken. Het is daarmee efficiënter en circulairder om gebruik te maken van de voorzieningen van deze partijen, in plaats van deze zelf op één locatie te creëren. Binnen Súdwest-Fryslân wordt dan ook gebouwd aan een “sirkulêr ambachtsnetwurk”. Voor de brenglocaties zelf zijn in het plan vijf scenario’s beschreven. De scenario’s gaan over aantallen en de locaties in de gemeente (of via een aanvullende dienstverlening of samenwerking met naastliggende gemeente). Alle scenario’s zijn gescoord op basis van de ‘afvaldriehoek’: dienstverlening, milieu en kosten. Op basis hiervan en de uitgangspunten uit het beleidsplan - met de input van de enquête onder de inwoners - is de keuze gevallen op scenario 4. Dit scenario gaat uit van drie volwaardige brenglocaties, verspreid over de gemeente. Uitvoering en vervolg Door de keuze van scenario 4 zijn de brenglocaties van Sneek en Koudum cruciaal, gezien de ligging in de gemeente. De brenglocatie van Sneek is onlangs aangepast en kan functioneren als ‘grote brenglocatie’. Enkel een (flexibel) voorportaal wordt hier nog aan toegevoegd in 2025 om herbruikbare grondstoffen te scheiden.

Voor de brenglocatie van Koudum wordt een investering gevraagd om deze in 2026 te vernieuwen en te laten functioneren als ‘kleine brenglocatie’. Tot slot wordt er de komende járen gezocht naar een geschikte locatie in de noordwesthoek van de gemeente, waarbij voldoende doorgroeimogelijkheden zijn. De bedoeling is om deze ‘middelgrote brenglocatie’ uiterlijk 2028 te realiseren.

2. Inleiding Aanleiding De gemeenteraad heeft in september 2023 het ‘Grondstoffenbeleid 2023-2027’ vastgesteld. Hierin staan de visie en ambitie van de gemeente Súdwest-Fryslân over het inzamelen van huishoudelijk afval en grondstoffen. Het gaat hierbij om de inzameling aan huis en de inzameling via onze milieustraten. In het beleidsplan is opgenomen dat er in 2024 een ‘Uitvoeringsprogramma brenglocaties’ volgt, dat invulling geeft aan de visie en ambitie zoals omschreven in het beleidsplan. In dit uitvoeringsprogramma volgen belangrijke keuzes over de locaties en inrichting van de brenglocaties. In het beleidsplan is een visie en denkrichting omschreven voor de toekomstige situatie van de brenglocaties (milieustraten). Dit heeft als doel om invulling te geven aan de Rijksdoelstelling voor ïoo^. circulair in 2050 en de nationale doelstellingen voor afvalscheiding vanuit het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG). De gemeente heeft als doel om de scheiding van grondstoffen te verbeteren, meer te hergebruiken en de hoeveelheid kilo’s restafval te verminderen. Goede en bereikbare brenglocaties kunnen hier een bijdrage aan leveren. De ambitie is om de brenglocaties zo in te richten dat er stappen worden gemaakt richting een “sirkulêr ambachtsnetwurk”.

Naast de milieu- en circulaire doelstellingen zijn de andere twee aspecten binnen de zogenaamde ‘afvaldriehoek’ ook erg belangrijk: service/dienstverlening en de kosten. Een juiste afweging is van belang om tot goede keuzes te komen De service en dienstverlening staan hoog in het vaandel bij Súdwest-Fryslân, terwijl verantwoord om moet worden gegaan met de kosten. Die kosten worden via de afvalstoffenheffing doorberekend aan de huishoudens. In het grondstoffenbeleidsplan is opgenomen dat niets doen zal leiden tot extra kosten voor de inwoners. In dit document valt dit ook terug te lezen. Duurzaam en circulair Súdwest-Fryslân Súdwest-Fryslân wil een belangrijke rol spelen in een duurzame gemeente en een circulaire economie. De gemeente heeft zich geconformeerd aan de doelstellingen van de ‘Sustainable Development Goals’ (SDG’s). SDG 12 (‘verantwoorde consumptie en productie’) geeft aan dat het produceren van goederen veel beter moet, met het oog op de groeiende wereldbevolking. Daarom moet de afvalproductie richting 2030 aanzienlijk worden beperkt door preventie, verminderen, recyclage en hergebruik. Goede brenglocaties kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, vooral in combinatie met een “sirkulêr ambachtsnetwurk”. Verderop wordt dit nader toegelicht.

Proces tot nu toe Het schrijven van het ‘Uitvoeringsprogramma brenglocaties’ viel samen met het implementeren van een belangrijke keuze met betrekking tot de bouw van de nieuwe buitendienstlocatie aan de Exmorraweg in Bolsward. Door de bouw van de nieuwe buitendienstlocatie is er geen ruimte meer voor de milieustraat op die locatie. Daarom worden de activiteiten van die milieustraat voorlopig verplaatst naar de Wetterskipsdyk in Sneek. De milieustraat in Sneek is voor de zomer van 2024 geschikt gemaakt om 100.000 bezoekers per jaar te ontvangen. Vanaf september 2024 is de huidige milieustraat van Bolsward gesloten om plaats te maken voor de nieuwe huisvesting van de buitendienst. Op het moment dat voorliggend uitvoeringsplan aan de gemeenteraad wordt voorgelegd, zijn alleen de milieustraten van Sneek, Koudum en Heeg operationeel. Voor een eventuele nieuwe locatie in Bolsward of omgeving moet nu een keuze worden gemaakt. Voor de locaties Koudum en Heeg is het ook van belang om nu keuzes te maken, aangezien deze locaties niet meer voldoen aan de eisen. Deze komen in dit uitvoeringsprogramma aan de orde.

Leeswijzer Dit uitvoeringsprogramma is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 3 wordt ingezoomd op de huidige brenglocaties, waarna in hoofdstuk 4 de landelijke en gemeentelijke kaders volgen. In hoofdstuk 5 wordt de vorm van een “sirkulêr ambachtsnetwurk” toegelicht. In hoofdstuk 6 worden de ambities en scenario’s beschreven als opmaat naar de keuzes die in hoofdstuk 7 worden genoemd. Hoofdstuk 8 bevat de vervolgstappen en daarna volgen enkele relevante bijlagen

4

3- Huidige brenglocaties In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de bestaande brenglocaties en de inzamelstructuur. Daarnaast wordt kort ingegaan op een sorteeranalyse en de resultaten van de enquête onder de inwoners in 2022.

3.1 Beschrijving van de huidige situatie Tot april 2024 konden de inwoners van de gemeente Súdwest-Fryslân bij vier milieustraten terecht. Dit is ontstaan doordat Súdwest-Fryslân een fusie is van vier gemeenten. Deze vier gemeenten hadden allen een eigen milieustraat binnen de gemeentegrenzen in de volgende plaatsen: Bolsward, Sneek, Koudum en Heeg. De huidige locaties zijn dus niet in samenhang gekozen, maar zijn historisch zo bepaald. Openingsuren per week Bolsward Heeg

4T5 5

Aantal bezoekers perjaar 61.000 4.500

Aantal afvalstromen

Koudum

5

6.000

18

Sneek Totaal

16,5 68

26.500 98.000

24

24 18

Bijzonderheden

geen gasflessen, EPS1, matrassen, batterijen, KCA2 geen gasflessen, EPS, matrassen, batterijen, KCA, wel kringloop

Tabel 3.1: kerngegevens huidige milieustraten.

Voor de vier milieustraten zijn de volgende ontwikkelingen van belang: » Bolsward: deze milieustraat is vanaf september 2024 voorlopig verplaatst naar Sneek, naar aanleiding van het besluit over de huisvesting van de gemeentelijke buitendienst in Bolsward. De voorlopige verplaatsing is een eerder genomen raadsbesluit. De vraag is nu: komt er een nieuwe milieustraat in Bolsward of omgeving terug? Een besluit hierover is nu nodig; » Heeg: ook deze milieustraat is verouderd. Deze moet vernieuwd worden om in stand te houden. Een besluit hierover is nu nodig; » Koudum: deze milieustraat is verouderd. Deze moet vernieuwd worden om in stand te houden. Een besluit hierover is nu nodig; » Sneek: deze milieustraat is tussen april en augustus 2024 geschikt gemaakt om 100.000 bezoekers per jaar te kunnen ontvangen. Zowel de inrichting als de weg naar de milieustraat is aangepast. Verder zijn er bij omliggende gemeenten ook milieustraten. Deze zijn op dit moment niet voor inwoners van Súdwest-

Milieustraat Bolsward

Gemeentelijke Milieustraat, ‘Sneek

Milieustraat Koudum

Milieustraat Heeg

Figuur 3.2: milieustraten Súdwest-Fryslân en omliggende gemeenten.

1 EPS staat voor Expanded Polystyrene en staat ook wel bekend als piepschuim. 2 KCA is de afkorting voor klein chemisch afval, zoals batterijen, accu’s, verf en frituurvet.

5

Inzamelstructuur In Súdwest-Fryslân wordt het huishoudelijk afval op drie manieren ingezameld: huis-aan-huis, milieuparkjes bij supermarkten voor glas, textiel en papier, en de gemeentelijke milieustraten. De inzamelstructuur van de specifieke milieustraatgrondstofstromen is als volgt. Aan huis wordt het klein chemisch afval (KCA) 2 keer per jaar kosteloos opgehaald na aanmelding voor de KCA-route. Grof huishoudelijk restafval kan 2 keer per jaar tegen betaling (C 23,- voor de eerste 2 m3, daarna C 24,50,- per V2 m3) na aanmelding voor de route aan huis worden opgehaald. Hetzelfde geldt voor takken en wit- en bruingoed maar dan is de eerste 2 m3 gratis. De milieustraat vormt voor de huishoudens van Súdwest-Fryslân een belangrijke inzamelvoorziening. Zo’n dertig procent van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval wordt door huishoudens naar de milieustraten gebracht. In bijlage 1 is per milieustraat aangegeven welke grondstofstroom wel en niet gescheiden aangeleverd kan worden. Acceptatiebeleid brenglocaties Het acceptatiebeleid op de vier brenglocaties is gelijkluidend, er zijn geen lokale uitzonderingen. Bij alle brenglocaties wordt de toegang gecontroleerd door middel van postcode en huisnummer (legitimatiecontrole steekproefsgewijs) en zijn bedrijven niet welkom. Een huishouden mag 12 keer per jaar gratis afval brengen, met een maximum van 2 m3 per keer.

Komt een huishouden vaker langs of heeft deze meer afval? Dan moet die daarvoor betalen. Dit is C 24,50 per V2 m3 afval.

3.2 Sorteeranalyse restafvalcontainer In het najaar van 2022 heeft de gemeente een sorteeranalyse op het fijn huishoudelijk restafval laten uitvoeren. Uit de analyse van 2022 kwam naar voren dat io,7?6 van het afval dat als huishoudelijk restafval wordt aangeboden bij de milieustraat thuishoort. Dat gaat om 21 kilo per inwoner per jaar. Een laagdrempelige milieustraat op redelijke afstand is een randvoorwaarde om dit te kunnen reduceren. Fractie Metaal Apparaten Hout Steen/puin Tapijt/matten Leer/rubber KCA Totaal

Gemiddeld (o.b.v. gewicht) 2,7^ 0,5/6 4,0 96 2,496 o,4?6

0,6/6 o,i?6 10,7?6

Tabel 3.3: sorteeranalyse 2022 (bron: Rapport sorteeranalyse najaar 2022).

3.3 Resultaten enquête bewoners Súdwest-Fryslân In het traject tot het opstellen van het ‘Grondstoffenbeleid 2023-2027’ is een enquête onder de inwoners gehouden. De onderzoeksdoelstelling was het informeren en ophalen van de mening van inwoners van de gemeente over afvalinzameling en scheiding. In de enquête zijn ook een aantal vragen over de milieustraten aan de orde gekomen. Kort samengevat zijn de uitkomsten als volgt: » de meest genoemde gebruiksfrequentie is 3-5 keer per jaar (3896) en 1-2 keer per jaar (3696); » belangrijk aan een milieustraat is dat het gratis is en je alle soorten afval kwijt kunt. Ruime openingstijden en dichtbij scoren minder hoog; » aan het doorontwikkelen van de milieustraat richting circulaire economie vinden de inwoners het belangrijk dat men er herbruikbare spullen voor de kringloopwinkel kan inleveren (3996), spullen ter reparatie kan aanbieden (20/6), dat er een demontagehal is (15/6) en mogelijkheden zijn voor onderwijs (2i?6); » de mening van de inwoners over het aantal milieustraten en de reistijd daar naartoe is als volgt: o het grootste deel van de inwoners heeft liever meerdere milieustraten die beperkt open zijn maar wel in de buurt (5596), dan één grote milieustraat die altijd open is (2596); o van de inwoners geeft 32/6 een reistijd van 0-10 minuten redelijk te vinden. 58/6 vindt een reistijd van 11-20 minuten redelijk.

Een reistijd van 21-30 minuten vindt 9/6 redelijk. Een volledig beeld van de uitkomsten van de enquête wordt in bijlage 2 gegeven.

6

4- Kaders In dit hoofdstuk worden de landelijke en gemeentelijke beleidskaders beschreven.

Voor het grof huishoudelijk afval staan er in het Besluit activiteiten leefomgeving voorschriften hoe de gemeenten aan een adequaat voorzieningsniveau voldoet. In bijlage 1 staat een overzicht van de verplichte voorzieningen die aanwezig moeten zijn voor de gescheiden inzameling, gescheiden opslag van afvalstromen (stromen 1 t/m 5) en de stromen die gescheiden moeten worden afgezet voor verwerking of recycling, maar niet verplicht gescheiden ingezameld hoeven te worden als er mogelijkheden zijn voor nascheiding (stromen 6-18). Wanneer stromen 19-24 worden ingenomen (niet verplicht) moeten deze ook worden gescheiden. De overige stromen zijn optioneel voor een gemeente om als aparte stroom in te zamelen. De gemeentelijke milieustraat kan een bijdrage leveren aan het beter scheiden van grondstoffen, waardoor de kansen voor circulair (her)gebruik groter worden. Op basis van de (verplichte) gemeentelijke afvalstoffenverordening kunnen huishoudens worden verplicht om bepaalde afvalstromen apart te houden van het restafval en via de milieustraat aan te bieden.

4.2 Beleidskaders Súdwest-Fryslân Het ‘Grondstoffenbeleid 2023-2027: “Samen maken we van afval een nieuwe grondstof’” bevat de ambitie om aan te sluiten bij het Rijksdoel om in 2050 een circulaire economie te realiseren. Het (tussen)doel is om de hoeveelheid restafval terug te brengen naar gemiddeld 130 kilo per inwoner per jaar in 2027 en 100 kilo in 2030. Het algehele afvalscheidingspercentage zou in 2027 moeten stijgen naar 8ozí. Daarnaast heeft Súdwest-Fryslân als ambitie om een “sirkulêr ambachtssintrum” (of -netwurk) te realiseren. De algemene insteek is om een goed dienstverleningsniveau te behalen, een goed milieuresultaat en dat tegen een betaalbare afvalstoffenheffing. Hiermee wordt invulling gegeven aan de elementen binnen de afvaldriehoek: milieu, dienstverlening en kosten. De gemeente wil genoemde doelstelling behalen door vier sporen te volgen, zo staat in het grondstoffenbeleidsplan beschreven: (1) dóórontwikkeling en investeren in bron- en nascheiding, (2) toekomstbestendige brenglocaties, (3) meer inzet op communicatie en (4) meer inzet van handhaving als sluitstuk. Het beleidsplan bevat een aantal beleidskaders voor het realiseren van een “sirkulêr ambachtssintrum” in onze gemeente en het optimaliseren van de huidige brenglocaties, zodat die beter aansluiten bij de transitie richting een circulaire economie.

Ook de toenemende UPV (uitgebreide producentenverantwoordelijkheid) speelt hierin een rol. UPV betekent dat producenten meer verantwoordelijkheid krijgen van het proces van productie tot de inname van het product. De gemeentelijke brenglocaties kunnen hierin een belangrijke rol spelen in het inzamelen van producten en grondstoffen, namens en in samenwerking met (lokale) marktpartijen. Hieronder worden de belangrijkste (voorlopige) beleidskaders weergegeven. Hoofdliin beleidskaders » We werken toe naar een “sirkulêr ambachtssintrum” in de gemeente op de lange termijn; » voor de middellange en korte termijn blijven we werken met meerdere brenglocaties; » we gaan bij de brenglocaties meer inzetten op herbruikbare grondstoffen; » we gaan investeren in de inrichting en uitstraling van brenglocaties; » we stellen een ‘Uitvoeringsprogramma brenglocaties Súdwest-Fryslân’ op dat medio 2024 ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.

7

Denkrichting brenglocaties » De locaties van Sneek en Koudum zijn cruciaal om de brenglocaties bereikbaar te houden voor de inwoners, gezien de goede ligging van deze brenglocaties in een omvangrijke gemeente; » de locatie van Heeg lijkt overbodig door de aanwezigheid van Sneek en Koudum op redelijke reisafstand (ruim binnen 20 minuten); » een eventuele nieuwe locatie voor een “sirkulêr ambachtssintrum” moet centraal in de gemeente te worden gepositioneerd, zodat alle inwoners binnen 20 minuten op de brenglocatie kunnen zijn.

Sneek upgraden voor 10-15 jaar Bolsward sluit voorlopig

Circulair ambachtscentrum op locatie X voor de toekomst, centraal in de gemeente gelegen

V

Figuur 4.1: denkrichting brenglocaties uit het Grondstoffenbeleid 2023-2027.

Belangrijke randvoorwaarden aan een brenglocatie In het grondstoffenbeleid zijn een aantal relevante randvoorwaarden voor het realiseren of renoveren/vernieuwen van een brenglocatie beschreven. Dat zijn de volgende: Belangrijke randvoorwaarden voor een brenglocatie Een goed en gemakkelijk bereikbare locatie (voldoende doorstroming van bezoekers) Een toekomstbestendige locatie met voldoende oppervlakte. Dit kan één “sirkulêr ambachtssintrum” zijn in 2050 voor de hele gemeente (voor 50.000 tot 100.000 bezoekers) Duurzaam, circulair en modulair bouwen Kansen voor samenwerking met ondernemers, onderwijs en werkvoorzieningsschappen Inzet op de inzameling van zoveel mogelijk grondstoffen en een kringloopcontainer Een goede uitstraling en oog voor klimaatadaptatie De juiste milieuvergunningen (omgevingsvergunning)

8

5- Wat is een “sirkulêr ambachtssintrum”? In dit hoofdstuk wordt uitleg gegeven over wat een “sirkulêr ambachtssintrum (of-netwurk)” is en welke vormen mogelijk zijn in Súdwest-Fryslân.

5.1 Het concept circulair ambachtscentrum is nog in ontwikkeling Het circulair ambachtscentrum is als recente ontwikkeling ontstaan uit de wens om de circulaire economie (nog) meer in de samenleving te verankeren. Het concept circulair ambachtscentrum is nog in ontwikkeling in wat het precies inhoudt en hoe gemeentes het kunnen invullen. Wel is duidelijk dat het verschillende functies verenigd: de gemeentelijke milieustraat met maatschappelijke initiatieven, zoals kringloopwinkels en ambachtscentra. Aan de gemeenten wordt een verbindende en faciliterende rol toegeschreven en hierin speelt de gemeentelijke milieustraat een centrale rol. Daarbij is de doelstelling gericht op meer circulariteit, vrij vertaalt naar hoogwaardiger gebruik en toepassing van grondstoffen. Het circulair omgaan met grondstoffen kent verschillende niveaus die inzichtelijk worden gemaakt in het ioR-model van circulariteit. Een aanpak die ‘hoger op de ladder’ scoort, zorgt voor minder verspilling van afgedankte grondstoffen. Circulair omgaan met grondstoffen betekent prioriteit geven aan de optie zo hoog mogelijk op de ladder. Het riik ondersteunt de ontwikkeling en implementatie van circulaire ambachtscentra Het circulaire ambachtscentrum is onderdeel van het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE).

Rijkswaterstaat ondersteunt in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gemeenten met het ontwikkelen van circulaire ambachtscentra. Vanuit de rol van landelijke aanjager helpt Rijkswaterstaat partijen bij het starten van een circulair ambachtscentrum. Zij omschrijven het als volgt. Een circulair ambachtscentrum is: » een locatie of netwerk; » waarin partijen zoals milieustraten, kringloopwinkels, reparatiespecialisten, onderwijs en het sociale domein samenwerken; » aan het verminderen van afvalstromen en het realiseren van hoogwaardig product- en materiaalhergebruik.

5.2 ‘Startersgids Circulair Ambachtscentrum’ De ‘Startersgids Circulair Ambachtscentrum’, opgesteld door Rijkswaterstaat, de NVRD, de VNG, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Stichting Repair Café en de Branchevereniging Kringloopbedrijven Nederland (BKN), omschrijft een circulair ambachtscentrum als volgt: “Een circulair ambachtscentrum is een plek waar mensen vanuit verschillende invalshoeken werken aan product- en materiaalhergebruik en reparatie, je vindt er verschillende ambachten, zoals repareren en het ‘upcyclen’ van producten, bijvoorbeeld door meubelmakers of naaiateliers. Door het verbinden van een kringloopwinkel, een reparatiewerkplaats, een milieustraat, het sociaal domein en het onderwijs, voorkomt het circulair ambachtscentrum dat producten en materialen onnodig bij het afval terechtkomen.” De startersgids hanteert de volgende bouwstenen voor een circulair ambachtscentrum: milieustraat, kringloop, reparatie, onderwijs, sociaal, werkplaats en deeleconomie. Idealiter zijn deze allemaal aanwezig. Dan draagt het maximaal bij aan de circulaire economie. Maar vaak begint het initiatief met het leggen van bindingen tussen een aantal bouwstenen. Dat leidt al meteen tot minder weggegooide spullen. Er zijn veel verschillende vormen van circulaire ambachtscentra.

Een bestaande kringloopwinkel en een milieustraat kunnen bijvoorbeeld samenwerken, waarbij op de milieustraat wordt gekeken of ingeleverde goederen nog verkocht kunnen worden in de kringloopwinkel. Door hier een Repair Café aan te koppelen, maak je het mogelijk om voorwerpen die niet meer werken te repareren. Leg je ook de verbinding met lokale scholen en andere vormen van onderwijs, dan maken leerlingen kennis met activiteiten in het circulair ambachtscentrum. Ook kan je stageplekken aanbieden en de kennis van studenten inzetten om materiaalhergebruik een stap verder te krijgen. Er zijn ook veel ambachtscentra die gekoppeld zijn aan een sociaal-maatschappelijke instelling. Dit verschaft mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een (leer)werkplek, zoals in een werk- of makersplaats. Deze mensen werken hier bijvoorbeeld aan het ‘upcyclen’ van producten en materialen die zijn binnengekomen, waardoor die daarna kunnen

worden doorverkocht. Het ambachtscentrum kan ook contact leggen met organisaties die doen aan delen of uitlenen, bijvoorbeeld een gereedschapsbibliotheek. Denk naast de vaste bouwstenen ook aan andere initiatieven, zoals tweedehands bouwmarkten of materiaalbanken.

Hieronder worden de belangrijkste verschillen tussen één centrale locatie en een netwerkaanpak op een rij gezet. Centraal op één locatie Alle activiteiten op 1 locatie Gebonden aan het aantal m2 van de locatie Beperkt aantal partners mogelijk Grote investering in 1 keer Exploitatie gezamenlijk of bij 1 partij De partners haal je naar de locatie (inkopen/huren) Sociale werkplaatslocaties op de locatie integreren (minder flexibel) Implementatieperiode van een paar jaar Uitgaande van meerdere milieustraten en één “sirkulêr ambachtssintrum” ontstaat ongelijkheid in brenglocaties

Netwerkaanpak Verschillende hubs en activiteiten aan elkaar gekoppeld Mogelijkheid om voortdurend locaties te laten aansluiten Mogelijkheid om voortdurend nieuwe partners te laten aansluiten Beperktere investeringen en verspreid over de partners Exploitatie i+risico’s) bij de individuele partners De partners blijven op locatie waar ze nu zijn en blijven daar zelf verantwoordelijk voor. Huidige sociale werkplaatslocaties makkelijk te koppelen (flexibel) Morgen beginnen Uitgaande van meerdere milieustraten en een netwerk ontstaan gelijkwaardige brenglocaties

5.3 Keuzes die Súdwest-Fryslân moet maken Súdwest-Fryslân heeft de ambitie om een “sirkulêr ambachtssintrum” te realiseren. Om dit te kunnen realiseren zal de gemeente eerst een aantal belangrijke keuzes moeten maken over hoe dat centrum er op hoofdlijnen uit moet zien en via welke weg dat wordt gerealiseerd. Kortom: » één locatie of netwerkaanpak? » regisseur of eindverantwoordelijke? » welke bouwstenen? » wel/geen groeimodel? » vooraf vastgesteld proces of dynamisch proces? » zetten we een kwartiermaker in? In hoofdstuk 6 volgen de antwoorden, waarmee een voorzet wordt gedaan op de toekomstige situatie van de brenglocaties.

10

6. Ambities en scenario’s In dit hoofdstuk worden de visie en ambities van Súdwest-Fryslân beschreven als ook de scenario-afweging voor de toekomstige brenglocaties.

6.1 Visie en ambitie “sirkulêr ambachtssintrum” Súdwest-Fryslân De gemeente heeft de ambitie om een “sirkulêr ambachtssintrum” te realiseren om hiermee een bijdrage te leveren aan de Rijksambitie om in 2050 volledig circulair te zijn, waarbij er (nagenoeg) geen afval meer is. We koppelen geen harde afvalreductiedoelstellingen aan ons “sirkulêr ambachtssintrum”, omdat er te veel factoren zijn waarop de gemeente geen invloed heeft. Desalniettemin hebben we de ambitie om met het “sirkulêr ambachtssintrum” een hoger scheidingspercentage te bereiken op de brenglocaties en de hoeveelheid ingezameld grof huishoudelijk restafval terug te brengen van 30 kilo per inwoner per jaar in 2023 naar 25 kilo in 2030. Een hogere ambitie is niet realistisch, omdat het netwerk nog opgebouwd moet worden. Keuze voor een netwerkbenadering Als Súdwest-Fryslân op korte termijn stappen wil zetten, past een netwerkbenadering het beste. De gemeente heeft een groot oppervlak en dan past een decentrale aanpak beter dan een centrale aanpak op één locatie. Dit sluit ook aan bij de keuze om in te zetten op meerdere brenglocaties. Bij het netwerk kan gemakkelijker aangesloten worden bij bestaande initiatieven, zoals een kringloopwinkel, werkplaats en repaircafés. Dit is bovendien circulairder dan zelf een pand te bouwen.

Tot slot is het voordeel van een netwerk dat een samenwerking vlot opgebouwd kan worden, maar ook beëindigen, als dit niet bijdraagt aan de doelstellingen van Súdwest-Fryslân. Binnen het netwerk zal de gemeente de rol van regisseur op zich nemen en niet als eindverantwoordelijke. Om tot een netwerk te komen, wordt ingezet op een dynamisch proces, zonder vooraf vastgesteld eindplaatje. Op die manier kan de gemeente gemakkelijk inspelen op ontwikkelingen die bijdragen aan de inzameling, verwerking en hergebruik van grondstoffen. Daarmee spreken we nu van een “sirkulêr ambachtsnetwurk”. De gemeente zet in op de volgende vier bouwstenen, zoals opgenomen in het grondstoffenbeleid:

Afbeelding 6.1: de bouwstenen van het “Sirkulêr Ambachtsnetwurk” van Súdwest-Fryslân.

11

Door samen te werken met lokale partijen en hun panden, wordt gewerkt aan een duurzame en circulaire oplossing. Bestaande locaties gebruiken is immers circulairder dan nieuwbouw. Om hergebruik en recycling te stimuleren bij de brenglocaties, krijgen alle brenglocaties een flexibel inzetbaar voorportaal dat de link naar de andere organisaties in het netwerk vormt. De brenglocatie zelf is ook flexibel en modulair opgebouwd. Om invulling te geven aan de andere bouwstenen wordt door de gemeente voor de periode van 5 jaar 0,25 fte vrijgemaakt voor de rol van kwartiermaker om het netwerk geleidelijk op te bouwen en verder uit te bouwen. De kwartiermaker zoekt relevante (lokale) partijen die kunnen bijdragen aan de doelstellingen binnen het “sirkulêr ambachtsnetwurk” en bouwt het netwerk daarna samen met hen uit. De deelnemers aan het netwerk zijn samen “eigenaar”. De gemeente is met de voorportalen van de brenglocaties één van de deelnemende partijen aan het netwerk. Tegen 2030 wordt de netwerkbenadering opnieuw tegen het licht gehouden. Dan wordt bekeken of bijsturing naar een ambachtscentrum op één locatie noodzakelijk en/of wenselijk is.

6.2 Scenario’s brenglocaties Súdwest-Fryslân In deze paragraaf worden een aantal scenario’s voor de brenglocaties van Súdwest-Fryslân beschreven. Deze zijn gebaseerd op de in de vorige paragraaf gemaakte keuze om voor het “sirkulêr ambachtsnetwurk” een netwerkaanpak te hanteren waarbij de brenglocaties een voorportaal krijgen dat de link naar de andere organisaties in het netwerk vormt. Ook zijn deze gebaseerd op de voorkeuren van de inwoners van Súdwest-Fryslân die uit de enquête naar voren komen (zie daarvoor paragraaf 3.3 en bijlage 2). Voor het samenstellen van de scenario’s zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: » inwoners kunnen gratis afval naar de brengpunten brengen. Want dat vindt men belangrijk. Wel wordt er een bepaald maximum gehanteerd om excessen te voorkomen; » inwoners kunnen bij een brengpunt alle soorten afval/grondstoffen kwijt (ook KCA). Want dat vindt men belangrijk; » de gemeente is in staat om de inwoners (zoveel mogelijk) met eigen milieustraten te faciliteren; » de brenglocaties krijgen allemaal een flexibel inzetbaar en overdekt voorportaal dat de link naar de andere organisaties in het netwerk vormt. De brenglocatie (de milieustraat) zelf is ook flexibel (modulair opgebouwd); » uit de gehouden enquête blijkt “dichtbij’ ook een belangrijk item te zijn.

De scenario’s die hieronder worden gepresenteerd, zijn gebaseerd op ‘maximale aanrijtijď naar een brenglocatie3; » bij het bepalen van de concrete openingstijden van een brenglocaties wordt het totaal aantal openingsuren van de huidige brenglocaties naar rato verdeeld: op basis van de omvang van het verzorgingsgebied van een brenglocatie. Scenario 1: voldoen aan de wetteliike zorgplicht: één brenglocatie In dit scenario gaan we uit van één brenglocatie voor de hele gemeente. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke zorgplicht, maar wordt een aanrijtijd van maximaal 40 minuten geaccepteerd. De brenglocatie van Sneek zal maximaal geopend zijn om de 100.000 bezoekers per jaar zo goed mogelijk te kunnen bedienen. De overige brenglocaties sluiten bij dit scenario en de ophaaldiensten blijven gelijk als in de huidige situatie. Scenario 2: één brenglocatie met aanvullen faciliteiten voor bepaalde gebiedsdelen (max 2s minuten riiden) Bij scenario 2 wordt ingezet op één brenglocatie in Súdwest-Fryslân, maar breiden we de dienstverlening van de uithoeken van de gemeente uit, ten opzichte van scenario 1. Hierbij wordt een mogelijke samenwerking met gemeente De Fryske Marren verkend door de milieustraat van Harich te delen met inwoners van Súdwest-Fryslân. Dit is met name bedoeld voor de inwoners van de zuidwesthoek van onze gemeente.

Hiermee accepteren we een maximale aanrijtijd van circa 25 minuten. Voor de inwoners van de noordwesthoek breiden we ophaaldienst van de takkenroutes definitief uit naar 4-6 rondes per jaar. Scenario v. twee brenglocaties met aanvullen faciliteiten voor bepaalde gebiedsdelen (max 20 minuten riiden) Bij dit scenario is het uitgangspunt een maximale aanrijtijd van circa 20 minuten. Daarbij wordt ingezet op de brenglocatie in Sneek, een brenglocatie in Koudum en uitbreiding van de ophaaldienst van takkenroutes in de

3 Dit geldt voor zo’n 95 X van de bewoners uit het verzorgingsgebied van een brenglocatie. Bepaalde gebieden in de uithoeken van de gemeente, zoals buurtschap Indijk of woningen op de afsluitdijk hebben altijd een langere reistijd dan het merendeel van de bewoners.

12

noordwesthoek door deze service 4-6 per jaar aan te bieden. De openingstijden zullen verdeeld worden naar verhouding 85-15. Scenario 4: drie brenglocaties fmax it; minuten rijden) In scenario 4 wordt uitgegaan van drie brenglocaties binnen de eigen gemeentegrenzen: in Sneek, Koudum en een nader te bepalen locatie in de noordwesthoek van de gemeente. Hierbij is het uitgangspunt een maximale aanrijtijd van circa 15 minuten. De openingstijden zullen verdeeld worden naar verhouding plusminus 60-10-30. Scenario s: geen keuze maken en terugvallen op het oude beleid met vier brenglocaties In 2013 heeft de gemeenteraad de beleidsnotitie afval “Netjes geregeld!” vastgesteld met als lijn dat de vier milieustraten van de gemeente - na het doorvoeren van een aantal maatregelen - open blijven. Er kan voor gekozen worden om de beleidskaders, denkrichting en randvoorwaarden uit het ‘Grondstoffenbeleid 2023-2027: “Samen maken we van afval een nieuwe grondstof’” los te laten en terug te vallen op de keuzes die in het oude beleidsplan zijn vastgelegd. Dat betekent brenglocaties in Bolsward, Heeg, Koudum en Sneek.

6.3 Afweging van de scenario’s Om een overwogen keuze uit de vijf beschreven scenario’s te maken, is het van belang om te kijken naar de wettelijke zorgplicht van de gemeente en naar de bijdrage van de scenario’s aan de onderdelen van de afvaldriehoek: dienstverlening, milieu en kosten (zie figuur 6.2 hiernaast).

r

Op grond van artikel 10.22 van de Wet milieubeheer draagt elke gemeente er zorg voor dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats ■ Grondstoffen , binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in \ beleid f voldoende mate gelegenheid wordt geboden om grove huishoudelijke afvalstoffen achter te laten. Een landelijke of andere normering voor rijafstanden tot de milieustraten ontbreekt. Dit betekent dat de gemeente zelf moet afwegen hoeveel milieustraten nodig zijn om de inwoners een redelijke reistijd te Figuur 6 : afvaldriehoek. kunnen bieden, waarbij ook gekeken wordt naar de spreiding over het gehele grondgebied van de gemeente. Via de enquête gaven inwoners het vaakst 11-20 minuten aan.

Dienstverlening Reistijd Conti­ nuïteit Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Scenario 5

-

+Z+IH-+ H-+

Milieu Afval­ C02 scheiding reis km

-

-

-

-

+Z-

-

-

-1H-+

-1H-+ H-+

+ZH-+ H-+

Kosten Investerings­ Verwerkings­ kosten kosten H-+ -1-

+Z-

-

+Z-1-1-

Tabel 6.3: afweging van de 5 scenario’s: +-T uitstekend, + goed, -v/- voldoende, - matig, — slecht

6.4 Keuze voor scenario 4 Door de vastgestelde beleidsuitgangspunten van het grondstoffenbeleid gaat de voorkeur uit naar scenario 4, waarbij wordt toegewerkt naar drie brenglocaties in de gemeente. Dit scenario doet het meeste recht aan de zorgplicht die de gemeente heeft, geeft het beste resultaat op het vlak van dienstverlening en milieu, en sluit bovendien het beste aan bij de voorkeuren die de inwoners van Súdwest-Fryslân in de enquête naar voren brachten. Dit is ook in lijn met het 13

grondstoffenbeleid 2023-2027. Hierin is beschreven dat meerdere gemeentelijke brenglocaties voor de komende 20 jaar van belang zijn. Bovendien kan de gemeente met de keuze voor scenario 4 haar eigen inwoners (blijven) bedienen. Meerdere brenglocaties zorgen voor een goede balans in een grote gemeente. Los van de kortere reistijden en dat de gemeente hierbij dichter bij de inwoners staat, is de gemeente minder kwetsbaar met meerdere brenglocaties. Bovendien passen meerdere brenglocaties bij de aanpak van het “sirkulêr ambachtsnetwurk”, waaraan de gemeente de komende járen invulling gaat geven. Hiermee kunnen belangrijke stappen worden gezet in de doelstellingen en ambities die Súdwest-Fryslân voor ogen heeft, zoals meer hergebruik, minder onnodig restafval en daarmee een hoger scheidingspercentage. Zie ook hoofdstuk 4.2. Voor wat betreft de omvang van de brenglocaties en de openingstijden wordt voor de komende 10 tot 15 jaar een verdeling gehanteerd op basis van de grootte van het verzorgingsgebied: Sneek 6o?o - Koudum io0A - NW-hoek 30/6. In Sneek gaat het dus om een ‘grote’ brenglocatie, in de NW-hoek om een ‘middelgrote’ en in Koudum om een ‘kleine’ brenglocatie. De verdeling en het verzorgingsgebied is in figuur 6.4 weergegeven, waarbij uitgegaan wordt van een maximale reistijd van ongeveer 15 minuten voor inwoners.

Figuur 6.4: verdeling van de brenglocaties met daarbij een cirkel voor de reistijd van 15 minuten. Bij Sneek en Koudum zijn de huidige brenglocaties gemarkeerd, voor de NWhoek moet nog een locatie worden gevonden.

14

7- Wat gaan we doen? Naar aanleiding van hoofdstuk 6 wordt in dit hoofdstuk invulling gegeven aan de locaties en inrichting van de brenglocaties, zowel op de korte als middellange termijn. Dit wordt gedaan op basis van scenario 4 (drie brenglocaties in Súdwest-Fryslân).

7.1 De acties per locatie Brenglocatie Sneek: voorportaal toevoegen De brenglocatie van Sneek is rond de zomer van 2024 klaar. Om deze locatie compleet te maken is het advies om een voorportaal toe te voegen, waar grondstoffen/herbruikbare spullen vóór de milieustraat worden ingenomen. Deze grondstoffen zouden naar de kringloopwinkel kunnen of in de toekomst gerepareerd of gedemonteerd kunnen worden. Voorbeelden zijn: meubels, hout, kringloopgoederen, fietsen, elektrische apparaten en textiel. Het voorportaal dient als overkapping, waarmee de ingenomen grondstoffen beschermd blijven tegen weersinvloeden. Bovendien geldt dit als ontvangstruimte voor de bezoekers door medewerkers van de gemeente. Door een voorportaal te realiseren vóór de brenglocatie, kunnen gebrachte spullen worden geselecteerd op herbruikbaarheid, repareerbaarheid, demonteerbaarheid et cetera. Daarom is het van belang om deze functie voor de brenglocatie te positioneren, waarbij inwoners worden gestimuleerd om hun herbruikbare spullen daar in te leveren. Zodra dit ‘station’ is gepasseerd, kan men naar de milieustraat om overige grondstoffen zoveel mogelijk gescheiden aan te bieden. Door een logische en duidelijke inrichting en de hulp van de medewerkers kunnen inwoners vlot de milieustraat doorlopen.

Brenglocatie Koudum: volledig vernieuwen De huidige brenglocatie van Koudum is afgeschreven en flink verouderd. Deze moet vernieuwd worden om in de toekomst in stand te kunnen houden. De milieustraat voldoen weliswaar aan de milieueisen, maar zit aan de onderkant van wat nodig is. Zodra de milieueisen strenger worden, dan leidt dat al snel tot problemen. Verder is de indeling voor de gebruikers niet logisch en is de verwevenheid met de activiteiten van de gemeentewerf op dit moment groter dan wenselijk.

De verwachte kosten voor het vernieuwen van deze brenglocatie zijn circa ē 1,9 miljoen exclusief btw (raming bij uitvoering in 2026). De brenglocatie van Koudum wordt bij voorkeur in 2026 vernieuwd. Het jaar 2025 wordt gebruikt ter voorbereiding, onder andere om tot een detailontwerp te komen.

15

De bedoeling is om deze brenglocatie uiterlijk 2028 te hebben gerealiseerd. Op die manier is er ruim de tijd om een geschikte locatie te vinden, die bovendien aanpasbaar is richting de verre toekomst (doorgroeimogelijkheden richting 2050). Dit kan uitbreiding zijn van de functie milieustraat (voor meer bezoekers en meer stromen), maar ook aanpassing naar een “sirkulêr ambachtssintrum” op één locatie, centraal in de gemeente. In dat geval is een perceel nodig van 1 tot 2 hectare. Samenhang Bovenstaande acties moeten zorgvuldig en in samenhang uitgevoerd te worden. Zo zullen maatregelen nodig zijn op het moment dat de brenglocatie van Koudum tijdelijk gesloten is tijdens de verbouwing. Hierbij kan de samenwerking worden verkend met gemeente De Fryske Marren voor het tijdelijke gebruik van de milieustraat in Harich. Daarnaast blijven de brenglocaties van Sneek en Heeg (al is het beperkt) beschikbaar. Tijdens de vernieuwing van Koudum blijft de milieustraat van Heeg beschikbaar en open voor twee dagdelen per week. Hierna zal de milieustraat van Heeg gaan sluiten (verwachting 1-1-2027). Deze milieustraat is net als Koudum ook afgeschreven en verouderd en zou vernieuwd moeten worden. Maar uit het nieuwe totaalplaatje komt dat een brenglocatie in Heeg niet meer nodig is door de grote brenglocatie in Sneek.

Deze locatie is ruim open en verzorgt daarmee een groot gebied, waaronder Heeg en omstreken. Een globale planning van de acties is opgenomen in hoofdstuk 8. Hieronder volgt een samenvatting van de acties, investeringen en de daaruit voortvloeiende jaarlasten per locatie. Bij de jaarlasten wordt uitgegaan van een afschrijvingstermijn van 40 jaar en een rentepercentage van 1,51/6. Locatie

Acties

Sneek (groot)

(Tijdelijk) voorportaal toevoegen

Koudum (klein)

Gehele nieuw, inclusief voorportaal en alle stromen Nieuwe brenglocatie, inclusief voorportaal en alle stromen

NW-hoek (middelgroot) Alle

Investering (exclusief btw) ē 50.000,-

Toewerken naar “sirkulêr ambachtsnetwurk”, waarbij invulling wordt gegeven aan de verschillende bouwstenen. Afhankelijk van de keuzes gaat dit gepaard met extra kosten (incidenteel of structureel). Waar mogelijk wordt ingezet op kostenneutrale opties.

ē 1.900.000,ē 2.800.000,(excl. grondaankoop) PM4, nader uit te werken door kwartiermaker

Jaarlasten (exclusief btw) Exploitatie, dus eenmalig ē 50.000,Investering, dus jaarlijks ē 76.000,Investering, dus jaarlijks ē 113.000,PM (o.a. kosten kwartiermaker)

7.2 Financiële effecten voorkeursscenario en alternatieven Doordat de bestaande brenglocaties grotendeels zijn afgeschreven, is een kostenstijging en daarmee lastenverzwaring voor de inwoners op korte termijn onvermijdelijk bij de keuze voor voorkeursscenario 4. Jarenlang hebben de afgeschreven milieustraten van Heeg en Koudum een positief effect op de afvalstoffenheffing gehad. Ook de milieustraat van Bolsward was bijna afgeschreven. Nieuwe investeringen zijn dan ook uitlegbaar. De investeringen gaan gepaard met bepaalde jaarlasten, die worden doorberekend aan de huishoudens via de afvalstoffenheffing.

4 PM betekent pro memorie. Dit wordt in begrotingen gebruikt om aan te geven dat er wel kosten worden verwacht, maar dat de hoogte daarvan niet bekend is. 16

Tegenover de investeringen en daarmee de extra lasten leveren de brenglocaties ook wat op. Naast een goede dienstverlening wordt vooral gestuurd op een milieuwinst. De milieuwinst kan vervolgens omgezet worden naar minder kosten (minder stortkosten en verbrandingsbelasting) of meer opbrengsten (meer schone stromen/ grondstoffen kunnen geld opleveren). Indirect zorgen volwaardige brenglocaties voor een positief effect, ook financieel. Naast het voorkeursscenario 4, zijn in hoofdstuk 6.2 de andere scenario’s omschreven. Deze scenario’s scoren minder goed op dienstverlening en milieu, maar zijn financieel wel aantrekkelijker, vooral op korte termijn (zie afweging in hoofdstuk 6.3). Op lange termijn kunnen meerdere brenglocaties een hogere milieuwinst opleveren, wat indirect betekent dat de kosten voor het verwerken, nascheiden en verbranden minder hoog of zelfs lager worden. Deze prognoses zijn ook opgenomen in het grondstoffenbeleidsplan. Scenario

Acties

Financiële gevolgen

1

Brenglocatie Sneek, met een voorportaal Brenglocatie Sneek, met een voorportaal Samenwerking met DFM (eerst verkennen) Takkenroutes in NW-hoek Brenglocatie Sneek, met een voorportaal Brenglocatie Koudum Takkenroutes in NW-hoek Brenglocatie Sneek Brenglocatie Koudum Brenglocatie NW-hoek Brenglocatie Sneek Brenglocatie Koudum Brenglocatie Bolsward Brenglocatie Heeg

ē 50.000,- eenmalig

Vertaald naar structurele kosten/huishouden/ jaar inclusief btw e 0,-

ē 50.000,- eenmalig

e 1,50

2

3

4

5

ē 50.000,- structureel ē 10.000,- (extra jaarlijkse kosten) ē 50.000,- eenmalig ē 76.000,- structureel (investering) C 10.000,- (extra jaarlijkse kosten) C 50.000,- eenmalig C 76.000,- structureel (investering) C 113.000,- structureel (investering) C 50.000,- eenmalig C 76.000,- structureel (investering) ē 113.000,- structureel (investering) ē 76.000,- structureel (investering)

« 2,50

C 5,60

C 7,80

In bovenstaand schema zijn de structurele lasten omgezet naar meerkosten per huishouden. Hierbij wordt uitgegaan van 41.000 huishoudens in Súdwest-Fryslân.

17

8. Vervolgtraject Na de vaststelling van dit uitvoeringsprogramma door de gemeenteraad kunnen de voorbereidingen worden getroffen voor de acties, zoals omschreven in hoofdstuk 7 (uitgaande van scenario 4). Een globale planning kan als volgt worden gepresenteerd. Acties Voorbereiding vernieuwing brenglocatie Koudum Voorportaal toevoegen aan brenglocatie Sneek Uitvoering vernieuwing brenglocatie Koudum (brenglocaties Sneek en Heeg zijn beschikbaar en mogelijk tijdelijke samenwerking met gemeente De Fryske Marren) Sluiten milieustraat Heeg (brenglocaties Sneek en Koudum zijn beschikbaar) Voorbereiding en uitvoering nieuwe brenglocatie NW-hoek (brenglocaties Sneek en Koudum zijn beschikbaar)

18

Globale planning 2025 2025 2026

2027 2027-2028

Bijlage i: gescheiden afvalstromen op milieustraat Gescheiden afvalstromen op milieustraat

Bolsward

19

Koudum

Sneek

Bijlage 2: resultaten enquête bewoners Súdwest-Fryslân, onderdeel milieustraten Hieronder volgt een overzicht van de resultaten van de enquête onder inwoners, die in 2022 is uitgevoerd. De uitsneden uit de rapportage gaan specifiek over het onderdeel milieustraten.

Milieustraten (de stort): 19. HOE VAAK GA JE PER JAAR NAAR DE MILIEUSTRAAT? (N^832)

20. WAT VIND JE BELANGRIJK AAN EEN MILIEUSTRAAT? ^2867) VERDEEL 100 PUNTEN OVER DE ANTWOORDEN.

40 30

20 10

ï

I Dichtbij 10 keer

11-2 keer

13-5 keer

I Vaker dan 5 keer

S Ruime openingstijden

o

lAlle soorten afval I grondstoffen kwijt

■ Gratis De meest genoemde gebruiksfrequentie is 3-5 x

ŗ Belangrijkste aan een milieustraat is dat het gratis is en je alle soorten afval kwij

per jaar (38^o) en 1 -2 x per jaar (Só'^ó). Dit is

kunt. Ruime openingstijden en dichtbij scoren minder hoog. Over de verschillende

over de leeftijdsgroepen redelijk evenredig

leeftijdsgroepen zijn geen opvallende verschillen in de score te zien.

verdeeld. Súdwest-Fryslân afvalscheiding 2022

v 23

AW

■ Eén grote milieustraat die altijd open is

■ 0-10 minuten

B 11 -20 minuten

B 21 -30 minuten

m langer dan 30 minuten

?

(bouwmarkttijden)

■ Meerdere milieustraten die beperkt open zijn, maar wel in de buurt

■ Geen voorkeur, maakt niet uit

Súdwest-Fryslân afvalscheiding 2022

20

24

21

Bijlage 3: bezoekersaantallen 2023 Hieronder wordt aangegeven hoeveel bezoekers er per milieustraat zijn geweest in 2023 Milieustraat Bolsward Heeg Koudum Sneek Totaal

Aantal bezoekers 61.110 4-395 6.155 26.632 98.292

22

Bijlage 4: reistijd in minuten voor plaatsten in uiterste hoeken Súdwest-Fryslân Vanuit verschillende (uit)hoeken van de gemeente is bepaald wat de reistijd is van en naar een (potentiële) brenglocatie in de gemeente of een buurgemeente. Binnen de gemeente Súdwest-Fryslân gaat het om de locaties in Sneek, Bolsward en Koudum. Buiten de gemeentegrenzen gaat het om Harich (gemeente De Fryske Marren), Franeker (gemeente Waadhoeke) en Grou (gemeente Leeuwarden). Wetterskipsdyk 4 Sneek

lens Kimswerd Kornwerderzand Makkum Wommels Koudum Stavoren Laaksum Woudsend Indijk Raerd Easterwierrum Tersoal

22 23 20 19 15 27 37 36 20 22 17

Houtdijk ia Harich

Morsestraat 4 Franeker 18

Oedsmawei 9 Grou

De Marne Bolsward

12 14 11 12 9

11 l6 21 17 11 17 12 8 9

18 28

27

9 10 10

14

13

23

Spoarleane 2 Koudum

24 -

11 12 19 17

Bijlage 5: schetsontwerpen Het schetsontwerp voor brenglocatie Koudum.

Een impressie van een volwaardige brenglocatie, inclusief voorportaal (rechtsonder)

á^Modulo » Jįr MIUEUSTRATEN

ADVIES I SERVICES I REALISATIE

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14464883/1