Bijlage 1 - Stedenbouwkundig raamwerk ‘Ielânen Sneek’
Tekst van het document
Jì/ x (y
Y
)
Z
) l
S
y
(
\
\
.
) (
r\
zei 7 f Z
\Oi .. ) 1
7®
İ ^
ļ
i
x
Ĺ (
t—'
DECEMBER 2023
STEDENBOUWKU RAAMWERK ielânen
H^I
SNEEK Architectuur, Interieur, Engineering, Stedenbouw 81 Landschap www.laa-archltecten.nl | +31CT53 4804444 | info@iaa-architecten.nl Enschede | De Coöperatie 15-10, 7514 JK Enschede Amsterdam | Sem Presserhof 108, 1087 JG Amsterdam
EEN NIEUWE TOEKOMST VOOR
DE IELÂNEN Voor u ligt het stedenbouwkundige raamwerk voor de lelânen in Sneek. Het gebied staat voor een grootschalige vernieuwing waarbij het huidige zorgvastgoed op de locatie wordt gesloopt om ruimte te maken voor nieuwe zorggebouwen. Daarbij zal er ruimte onstaan voor de ontwikkeling van woningbouw. Om sturing te geven aan deze ontwikkelingen is dit stedenbouwkundige raamwerk opgesteld door IAA Architecten in samenwerking met Patyna, Gemeente Súdwest Fryslân en LAOS landschapsarchitecten.
r
IAA De Coöperatie 15 7514JK Enschede 053 480 44 44 info@iaa-architecten.nl uitgevoerd door: Theo de Bruijn Marko Matic Chiel Lansink December 2023 2022018L Stedenbouwkundig raamwerk lelânen ||AA
2
I
INLEIDING 1.1 Aanleiding
1.2 Plangebied 1.3 Opgave 1.4 Proces 1.5 Procesinstrumenten UITGANGSPUNTEN 1.6 Eigendom 2.1 Historie .2 Bouwstenen .3 Programma
MWERK 3.1 Ruimtelijke context 3.2 Ruimtelijk concept 3.3 Ontwerpprincipes erkkaart eprofiel rten nvelop
ALITEIT chap Architectuur aar-privé m
\sì û.
0 SA
û
INSPIRATIESCHETS 5.1 Inspiratieschets
bouwkundig r
De lelânen
•Wi/ttV
*v;s
•g* 3"‘^\ .
. *Kt(i -
A
"‘“ř VÏM s^“
Stedenbouwkundiiig raamwerk Ie
4
INLEIDING
.
.
ĩ^n^niīĩĩlīlīlĵlĩī^^
r-^sį
CuUÜJ ūWIĴTtm?
. jr ^VAiVf ^jV^u______ ^
Pi Mim^anTTHT^^^
l
ļK
,n Aí, J| j
1.1 Aanleiding De lelânen is onderdeel van de groene wig Bolswarderweg die het buitengebied en het centrum van Sneek met elkaar verbindt. De locatie kent hierdoor een groen en waterrijk karakter. Tot de járen tachtig was het gebied onderdeel van het buiten gebied richting IJsbrechtum maar door de bouw van het zorgcomplex kwam daar verandering in. Tijdens de bouw is een parkachtige omgeving aangelegd met grote waterpartijen. Hoewel het terrein met de járen in landschappelijke kwaliteit heeft gewonnen is de oorspronkelijke bebouwing langzaam verouderd en toe aan vernieu wing. In een continu veranderend zorglandschap zijn ook nieuwe inzichten over dit zorgvastgoed ontstaan. De impact van zorg op het gehele terrein verkleint en daar mee onstaat een kans om de lelânen opnieuw vorm te geven om de kwaliteiten van het terrein optimaal te benutten en deze te vervlechten met stedelijke ontwikkeling.
1.2 Plangebied De lelânen vormt samen met het Wilhelminapark en Epemastate het hart van de groene wig Bolswarderweg. Omdat het gebied onderdeel uitmaakt van de groene wig is de invloedsfeer van de Ielânen groter dan het gebied zelf. In het raamwerk wordt daarom buiten de exploitatiegrenzen gekeken naar de ruimtelijke verbindin gen. Daarbij is wel een helder exploitatiegebied afgesproken met de gemeente om de uitgangspunten te kunnen toetsen en het raamwerk te kunnen doorrekenen. Stichting Patyna is eigenaar van een groot deel van het terrein van de Ielânen. Het totale kadastrale gebied in eigendom van stichting Patyna is 118.180 m2. Hierbin nen wordt een deel van het plangebied 10.149m2 gebruikt door kinderboerderij Alliade, en een deel door het Tankstation/Garage van 958 m2. Het overige deel van het exploitatiegebied is in eigendom van de gemeente Súdwest-Fryslân. Het totale exploitatiegebied zoals te zien op de pagina hiernaast bedraagt 145.117m2.
1.3 Opgave Patyna gaat in de komende jaren haar vastgoed vernieuwen en met de bouw van twee zorggebouwen voor WLZ(Wet Langdurige Zorg) en GRZ(Geriatrische Revalida tie Zorg) ontstaat er met name in het noordoostelijk deel van het terrein ruimte voor woningbouw. Om het parkachtige karakter van het terrein te behouden is het van belang om een stedenbouwkundig raamwerk op te stellen voor deze ontwikkeling. Door de grootschalige verandering is het belangrijk om ook de kinderboerderij in deze transformatie mee te nemen.
1.4 Proces Binnen het stedenbouwkundig raamwerk worden ambities vanuit verschillende partijen in een kader geplaatst. Hiervoor zijn diverse bijeenkomsten geweest met de gemeentelijke projectgroep en Patyna om tot een gedragen raamwerk te komen.
1.5 Procesinstrumenten Het stedenbouwkundig raamwerk is onderdeel van het beleidsmatige proces voor vernieuwing van de Ielânen. Als aanvang van het proces is een stedenbouwkundig kader door de gemeente in overeenstemming met Patyna opgesteld. Deze is als in put voor het stedenbouwkundig raamwerk gebruikt en vormt de basis voor de hierna gevormde uitgangspunten. Op basis van dit stedenbouwkundige raamwerk kunnen vervolgens het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan worden opgesteld. Als bijlage aan dit stedenbouwkundige raamwerk wordt een proefverkaveling toege voegd dat dient ter inspiratie en verbeelding van de uitgangspunten. Producten: - Stedenbouwkundig raamwerk - Stedenbouwkundig plan - Beeldkwaliteitsplan - Bestemmingsplan Z Omgevingsplan - Buitenplanse omgevingsvergunning (Bopa)
Plangebied
6
1.6 Eigendom Het grootste deel van het exploitatiegebied is in eigendom van Patyna. Dit gebied is hiernaast in de kaart in rood weergegeven. Overige gebieden zijn in eigendom van de gemeente m.u.v. het tankstation aan de Worp Tjaardastraat
Zorgterrein lelânen Perceel: SNE00-E-613 91.035 m2 Kinderboerderij Perceel: SNE00-E-616 10.198 m2 Patyna Servicebureau Perceel: SNE00-E-620 15.640 m2 Patyna Servicebureau Perceel: SNE00-E-253 1.307 m2 Tankstation/Garage Perceel: SNE00-A-5022 958 m2
SNE00-E-613
SNE00-E-616
SNE00-A-5022 SNE00-E-253
SNE00-E-620
Eigendom Patyna
Kadastraal eigendom Stedenbouwkundig raamwerk lelânen | |AA
7
UITGANGSPUNTEN
2.1 Historie
CULTUREEL GROEN De lelânen is lange tijd onderdeel geweest van het buitengebied van Sneek en grenst aan de belangrijke verbindende structuren van de Franekervaart en de Harste. Het gebied vormde daarmee lange tijd een anonieme plek tussen de stadsrand in de vorm van het Wilhelminapark en het karakteristieke Epemastaete.
o
MSl
Na een lange periode waarin een zuivelfabriek in het gebied is gehuisvest en daarmee de uitbreiding van woningbouw in Sneek op andere locaties plaatsvondt wordt eind jaren 70 het gebied onderdeel van het stedelijk weefsel van Sneek door de realisatie van een woonzorglandschap. Deze ontwikkeling betreft niet enkel de bouw van een zorgcomplex maar ook een grondige metamorfose van het terrein waarbij het karakteristieke slotenpatroon verdwijnt voor grootschalige waterpartijen en nieuw aangelegde groenstructuren. Dit resulteert in de huidige kenmerkende eilandenstructuur met volwassen groenstructuur. ln de 21e eeuw ontstaat langzaam de nadruk op en het belang van groen in de stad en wordt het principe van groene wiggen in Sneek een belangrijk beleidsthema waarbij de Ielânen onderdeel vormt van de groene wig Bolswarderweg. Deze wig kenmerkt zich door de gecultiveerde groenstructuren uit verschillende tijdsperi odes van Epemastaete (engelse landschapsstijl - begin 19e eeuw), het Wilhelminapark (engelse landschapsstijl - eind 19e eeuw) en de Ielânen (woonzorglanschap - eind 20e eeuw).
o
OiÜJr
//«v y.tHif
1850 Ielânen is onderdeel van het buitengebied van Sneek. De Harste als belangrijke verbindingsweg tussen Sneek en IJsbrecht-
ppnut
-VW Xh/hI
1888 Realisatie station resulteert in verbinding maar ook in scheiding tussen centrum Sneek en buitengebied
um en Franekervaart en Epemastaete zijn reeds zichtbaar.
1909 Wilhelminapark wordt aangelegd in 1898. Zuivelfabriek vestigt zich aan de Harste (aan lijn stoomtram) op huidige locatie Patyna servicecentrum
istat**
Zuivelfí
/Zand
į Hel Zantî^
1950 Sneek groeit aan zuidzijde Station, noordzijde blijft indus trieel karakter behouden.
1955 Sneek breidt uit over het spoor. Bolswarderbaan vervangt Harste als belangrijkste uitvalsweg
1978 Groei woningbouw in Sneek zet zich door richting buiten gebied. Ielânen wordt ontzien gezien locatie Zuivelfabriek.
De groene wig kenmerkt zich
f
)rechtum ;brechtuŗn)ļ«g
door de aanleg van gecultiveerde water- en groenstructuren uit aernoeķf/j
Epem/state
-0.3'
verschillende tijdsperiodes van Epemastaete begin 19e eeuw, het Wilhelminapark eind 19e eeuw en de Ielânen eind 20e eeuw.
1988 Huidige zorghuisvesting de Ielânen wordt eind jaren 70 ge realiseerd met bijbehorend landschapsplan en waterpartijen. Start aanleg ringweg Sneek.
1994 Vervangende nieuwbouw op locatie Zuivelfabriek. Ringweg wordt doorgezet. Grootschalige bebouwing aan zuidzijde Harste en bouw Ziekenhuis.
2010 Grootschalige bebouwing langs Harste zet door. Binnen de Ielânen verandert weining. Enkel bebouwing achter huidig service bureau is onlangs verdwenen.
HISTORIE Stedenbouwkundig raamwerk Ielânen ||AA
9
2.2 Bouwstenen
WONEN IN HET PARK
Het parkachtige karakter moet behouden blijven en worden versterkt.
Het stedenbouwkundig raamwerk bouwt verder op de steden bouwkundige kaders die reeds overeen zijn gekomen door Patyna en gemeente. De hiernaast getoonde diagrammen geven een schematische en versimpelde weergave van deze uitgangspunten. Al deze uitgangspunten zijn erop gericht om de huidige kwaliteit in het gebied te behouden en waar moge lijk te versterken.
Vijfenzeventig procent van het gebied blijft daarom groen en de oevers blijven openbaar toegankelijk.
1. Parkachtig karakter (75-25 principe) Behouden en versterken van het parkachtige karakter door de groenstructuur te behouden en enkel solitaire bomen even tueel te verplaatsen/herplanten. Om dit karakter te behouden en versterken wordt maximaal 25% van het terrein verhard(gebouwen + verharding) en blijft 75% van het terrein groen of water. 2. Versterken routes Versterken van de recreatieve routes voor fiets- en voetgan gers in het gebied. Hierdoor kan het parkachtige karakter van het gebied sterker worden benut. 3. Benut kwaliteit randen De randen van de lelânen zijn groen. Deze kwaliteit kan worden benut en versterkt door een zone van minimaal 10m openbaar en onbebouwd te laten en bij de Franekervaart 20m.
01 PARKACHTIG KARAKTER
02 VERSTERKEN ROUTES
03 BENUT KWALITEIT RANDEN
04 GROENE OPENBARE OEVERS
05 ZICHT EN DOORZICHT VERBETEREN
06 BOMEN EN BOOMGROEPEN BEHOUDEN
07 MAXIMAAL 4 BOUWLAGEN
08 GETRAPT VANAF DE RANDEN
4. Groene openbare oevers De groene oevers in het gebied moeten goed toegankelijk en openbaar blijven. Hiermee behoudt het gebied zijn groene open karakter. 5. Zicht- en doorzicht verbeteren De bestaande zichtlijnen vanaf de omgeving behouden en doorzichten in het plangebied versterken 6. Bomen en boomgroepen behouden De bestaande boomstructuur behouden en eventueel solitaire bomen verplaatsen of herplanten om het groene karakter te behouden en versterken. 7. Maximaal 4 lagen met setback Om het parkachtige karakter en de menselijke maat te behou den wordt een maximum van 4 bouwlagen voorgesteld met een setback in de 3e en/of 4e laag. Hierdoor blijft het gebied een hoogwaardige groene woon- en zorgomgeving. 8. Getrapt richting de randen Om de menselijke maat te behouden wordt een getrapte architectuur aanbevolen aansluitend bij de omgeving.
Stedenbouwkundig raamwerk lelânen |
IAA 10
2.3 Programma
Zorg, wonen en recreëren Voor het raamwerk wordt uitgegaan van onderstaand program ma (vastgesteld in overleg met gemeente/Patyna). Hiervoor geldt dat het raamwerk op een relatief hoog abstractieniveau is uitgewerkt en enige mate van flexibiliteit ten aanzien van met name het woonprogramma en de bijbehorende parkeeropgave biedt. Hierin is de ruimtelijke kwaliteit altijd leidend zodat de ambitie van het parkachtige karakter overeind blijft. 1. Zorg ^ Behoud Patyna servicebureau ^ Nieuwbouw 70 intramurale zorgwoningen(WLZ) ^ Nieuwbouw 56 geriatrische zorgplekken(GRZ).
5. Parkeren Voor parkeren wordt uitgegaan van onderstaande normering. Parkeren wordt zoveel mogelijk geconcentreerd op grote par keerplaatsen om zo de kwaliteit van het park te waarborgen.
2. Wonen In het raamwerk wordt uitgegaan van de typologie van het appartementencomplex waarbij geen strikt woonprogramma is gedefinieerd. Uitgangspunt is dat er een mix tussen kleine, middel en grote appartementen ontstaat waarbij minstens 30% sociale huur zal moeten worden gerealiseerd. De inspiratieschets geeft hier een concreet voorbeeld van.
Patyna ^ 93 parkeerplaatsen Servicebureau(3100m2 bvo - per 100m2 3 p.p.) • 35 parkeerplaatsen WLZ ^
28 parkeerplaatsen GRZ
Kinderboerderij ^ 37 Kinderboerderij (incl. restaurant) * uitgangspunt parkeren op eigen terrein voor zowel Patyna als kinderboerderij.
3. Kinderboerderij ^ Behoud en vernieuwing van de kinderboerderij ^ Horecafunctie behorend bij kinderboerderij 4. Openbare ruimte ^ Versterken parkachtig karakter ^ Recreatieve functies toevoegen ^ Verbinding langzame routes ^ Natuurvriendelijke verblijfoevers
Mocht tijdens het gebruik blijken dat het genoemde aantal ontoereikend is, dan ligt de verantwoordelijkheid bij Patyna/Alliade.
Woningen 1,5 p.p. voor woningen onder 100m2 2 p.p. voor woningen boven 100 m2 * Parkeren gebundeld, deels bij woningen deels op centrale parkeerplaatsen
Een mix van zorg, wonen en recreatie in een parkachtige setting leidt tot een levendig en gezond gebied. De kinderboerderij en de centrale parkzone kunnen hierin een verbindende rol spelen tussen de gebieden en bewoners.
2.3 PROGRAMMA Zorg
Wonen
Kinderboerderij
Park
Stedenbouwkundig raamwerk lelânen ||AA
11
3.1 Ruimtelijke context
WATERNETWERK De Groene wig Bolswarderweg loopt van het centrum van Sneek richting IJsbrechtum. Belangrijkste waterverbinding die het plangebied begrenst is de Franekervaart. Binnen de Ielânen zelf zijn de in de jaren zeventig aangelegde waterlichamen de belangrijkste waterpartijen. Dit watersysteem is niet direct aan gesloten op de Franekervaart en valt onder privaat eigendom en beheer. Uitgangspunt is minimaal hetzelfde oppervlakte aan water te behouden. De aangelegde waterpartijen zijn karakteristiek in de beleving van het gebied. De oriëntatie op de oevers is belangrijk voor de identiteit van het gebied en dient in de uitwerking van het raamwerk behouden te blijven. Daarnaast dienen de oevers openbaar te blijven en onderdeel te vormen van de parkomgeving. Franekervaart
Centrum Sneek
Het waterrijke karakter vormt de identiteit van de Ielânen. Daarom moeten de oevers in het park openbaar toegankelijk blijven voor iedereen. Stedenbouwkundig raamwerk Ielânen ||AA
13
3.1 Ruimtelijke context
GROENSTRUCTUUR Het gebied heeft een kenmerkende volwassen groenstruc tuur die zijn oorsprong vindt in de aanleg van het zorgpark in de jaren zeventig. In de context van de groene wig kunnen er verbindingen worden gemaakt van oost naar west tussen het centrum van Sneek en het buitengebied langs de Harste. Hier kan de laanbeplantingsstructuur worden doorgezet en versterkt. Maar ook de verbinding van zuid naar oost kan wor
Epemastaete Engelse landschapsstijl - oorsprong 1825 Monumentale assen en organische vormen
Wilhelminapark Engelse landschapsstijl - oorsprong 1898 Organische vormen
Versterken bestaande structuur Scherfvormig
den versterkt via de bestaande bomenlaan tussen het huidige zorggebouw en de kinderboerderij en de boomgroepen langs de Franekervaart en de noordelijke woonwijk. Ten slotte kan de structuur binnen het gebied worden versterkt en aangevuld. Hierbij is het van belang om met name in de zone van het wandelpad nabij de oevers een afwisselend beeld van open en besloten te crëeren door onderhoud te plegen in de onderbegroeiing. Op het schaalniveau van de groene wig is het daarbij belang rijk dat de Ielânen zijn unieke karakter van zorgpark behoudt en versterkt ten opzichte van de identiteit en karakteristie ken van Epemastaete (landgoed - engelse lanschapsstijl) en Wilhelminapark (park - engelse landschapsstijl). Hiervoor is het noodzakelijk om een eigentijdse vormgeving te kiezen en een minder gecultiveerd en meer natuurlijk park aan te leggen zodat het gebied complementair is aan Epemastaete en het Wilhelminapark.
Versterken parkstructuur
Centrum Sneek
De Ielânen vormt de verbindende schakel tussen het Wilhelminapark en Epemastaete. Maar het moet naast verbinden ook zijn eigen identeit en vormentaal versterken om complementair te worden aan deze reeds bestaande plekken. Stedenbouwkundig raamwerk Ielânen ||AA
14
3.1 Ruimtelijke context
INFRASTRUCTUUR Het gebied is op dit moment goed bereikbaar en fungeert ook als belangrijke recreatieve plek. Met name de wandelpaden langs de oever worden veelvuldig gebruikt. De ontsluiting van het zorgcomplex voor voertuigen gaat via de Harste en functi oneert naar behoren. In het raamwerk staat het parkachtige karakter centraal. Hier voor worden de positie van de voetganger en fietser dominant en wordt de auto gezien als te gast in het gebied. De estetische uitstraling van infrastructuur dient dan ook een parkach tig karakter te hebben ondersteunend aan de voetganger en fiets. In de verdere uitwerking in het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan wordt nader ingegaan op de materialisering passend bij een parkachtig karakter. Voor toekomstige ontwikkelingen en de beleefbaarheid van de groene wig als geheel vanaf het centrum is een betere verbinding met het Wilhelminapark cruciaal. Ook als langzame verbindingsroute naar het centrum gezien vanuit de Ielânen zelf. Hiervoor is het noodzakelijk om het profiel van de Worp Tjaardastraat af te waarderen zodat het eenvoudiger wordt om over te steken voor voetgangers en fietsers. Ten slotte is het belangrijk om het gebied in zijn geheel beter doorwaadbaar te maken. Op dit moment worden met name de randen van het gebied gebruikt als wandel- en fietsroutes.
Met de ontwikkeling van het gebied ontstaat de kans om ook het centrale gebied beter te verbinden met zijn omgeving en hier verblijfskwaliteit aan toe te voegen.
Verbinden Ielânen
Verbinden Verbinding N-Z
Wilhelminapark
richting Ziekenhuis
liggen kansen om een verbini et het Wilhelminapark te creë ar ook de doorwaadbaarheid de Ielânen kan en moet b Stedenbouwkundig raamwerk Ielânen ||AA
15
3.2 Ruimtelijk concept
CAMPUSMODEL Als ruimtelijk model is gekozen voor een strategie van ge clusterde spreiding van volumes. Hierdoor wordt de dichtheid verspreid door het gebied en landen de gebouwen in het park. Dit model is een alternatief op het campusmodel met een alternatieve programmatische invulling. In dit ruimtelijk concept worden landschap en gebouw met elkaar verweven en loopt het landschap door tot aan het ge bouw. Hoewel het net zoals het Wilhelminapark en Epemastaete een parkachtige omgeving betreft is het karakter significant anders. In het park wordt getracht om een zo natuurlijk moge lijke uitstraling te creëren. Om dit karakter te versterken is ervoor gekozen om in de vor mentaal te kiezen voor polytopen. Deze vorm kenmerkt zich door een alzijdige structuur met veel flexibiliteit in de vormge ving. Hiermee wijkt het gebied af van de organische vormen taal van de engelse landschapsstijl in het Wilhelminapark en de gemengde structuur van monumentale assen en organische vormentaal van Epemastaete. Gebouwen zijn in het model te gast in de vormentaal van het park en zijn ondergeschikt aan de ruimtelijke opzet van het park. Epemastaete
Ielânen park
Het ruimtelijk model is gebaseerd op het campusmodel. Een continue doorlopend park met daarin volumes opgenomen in het groen. Stedenbouwkundig raamwerk Ielânen ||AA
16
3.3 Ontwerpprincipes
VIJF BASIS PRINCIPES
Zichtlijnen van oever tot oever
Groen
Water
collectief Groene
hart
beleefbaar
:
maken
Į
Clusters vormen samen architectonisch geheel
Nieuwe verbinding (2e brug)
openbare oevers Van cultuurlijke naar
Centrale ontsluitingslus
natuurlijke oevers
1
2
3
HET PARKACHTIG KARAKTER VORMT DE BASIS
OPENBARE OEVERS WEER NATUURLIJK
DE AUTO TE GAST EN INGEPAST
VERBONDEN EN DOORWAADBAAR
Het parkachtig karakter vormt de basis voor nieuwe ontwikkelingen en is overal zichtbaar en voelbaar. Daarom blijft 75% van het gebied groen en slechts 25% verhard (gebouwen+verharding). De groenstructuur blijft behouden en wordt versterkt in de planvorming waarbij nieuwe ontwikkelingen ondergeschikt zijn aan het park. De groenstructuur creeërt kamers voor ontwikkeling met een groot groen collectief hart en openbare oeverzones voor ontmoeting.
De oeverzones bezitten al veel estetische kwaliteit maar verdienen een impuls in biodiversiteit en belevingswaarde. Door natuurlijke oevers ontstaat er meer dynamiek en waar mogelijk krijgt de oeverzone meer ruimte. De bestaande zichtlijnen tussen oeverzones worden behouden en versterkt waar mogelijk.
Om de parkbeleving te versterken is het noodzakelijk dat de auto te gast is en wordt opgenomen in het landschappelijk ontwerp. De centrale ontsluitingslus zorgt voor een minimale hoeveelheid infra en door geen onderscheid te maken in het profiel tussen voetgangers, fietsers en motorvoertuigen ontstaat de gewenste parkachtige setting.
De verbinding met het Wilhelminapark en NoordSneek kan en moet sterker. Door het slopen van de huidige bebouwing ontstaat ook de kans om de kern van het gebied beter toegankelijk te maken en de routes langs de oever dynamischer vorm te geven.
5
CLUSTERS ALS SCHERVEN IN HET PARK Gebouwen zijn te gast in de ruimtelijke opzet van het park en liggen als scherven verspreid door het park. Hierdoor ontstaat een continue parkbeleving afgewisseld met bebouwing. De scherven krijgen elk een subtiele architectonische identiteit maar vormen samen één familie en zijn natuurlijk en terughoudend in materialiteit.
De vormgeving van het park versterkt de bestaande groenstructuur en de oeverzones. Door een centraal ontsluitingsprincipe behouden de oeverzones hun hoge verblijfskwaUteit en een goed verbonden groen collectief hart vormt de verbinding tussen het woon- en zorglandschap.
Stedenbouwkundig raamwerk lelânen ||AA
17
3.3 Ontwerpprincipes
HET PARKACHTIG KARAKTER De lelânen wordt gekenmerkt door haar parkachtige karakter. Dit parkachtige karakter wordt gecreëerd door een aantal reeds bestaande ingrediënten. In het raamwerk worden deze waar mogelijk behouden en versterkt. Bestaande kenmerken - Geen doorgaande verkeersroutes voor voertuigen - Zichtrelaties van oever tot oever - Wandelpaden langs brede oevers - Intensief beheerde grasvelden - Boomgroepen, bomenlanen en solitaire parkbomen Hieraan worden de volgende uitgangspunten toegevoegd om het parkachtige karakter te versterken: Toekomstige kenmerken - Afwisseling tussen open en besloten zichtrelaties oevers - Meanderende padenstructuur door het gebied - Instensief beheerd hart en extensief beheerde verbindingen - Uniform karakter beplanting in verbindingszones - Diversiteit in sfeer/karakter van beplanting per ontwikkelveld - Doorwaadbare kinderboerderijzone - Vergroenen bestaande bedrijfspercelen
18
3.3 Ontwerpprincipes
1
SFEREN
HET COLLECTIEVE HART ACTIEF ONTMOETEN Het collectieve hart is een met groen omkaderd intensief beheerd grasveld dat ruimte en programma biedt voor recreatie en ontmoeting. Het vormt de verbinding tussen het woon- en het zorglandschap en is een plek van dynamiek, interactie en beweging.
Het gebied wordt gekenmerkt door verschillende sferen gebaseerd op de ruimtelijke sfeer en identiteit in samenhang met de gewenste ruimtelijke en programmatische functionaliteit. Door het hart van het gebied actief te programmeren (kinderboerderij en centrale parkzone) voor ontmoeting kan de oeverzone juist een rustig en ontspannen karakter aannemen. HET OEVERPAD LEN TUSSEN BOMEN EN OEVER
2
DE RUSTIGE OEVERZONE RUST EN ONTSPANNING De oeverzones vormen een oase van rust. Een wandeling langs de oever zorgt voor ontspanning in een natuurlijke omgeving. Door de natuuurlijke oevers is dit een plek voor mens en dier.
3
DE KINDERBOERDERIJ ONTDEKKEN EN VERBLIJVEN De kinderboerderij vormt de verbinding tussen het noordelijk en zuidelijk deel van het gebied en wordt gekenmerkt door zijn bosrijke karakter en oevers en waterpartijen. Een centrale horecafunctie met terras versterkt deze verbindingsplek.
DE RUSTIGE OEVERZONE RUST EN ONTSPANNING
DE WOONVELDEN PARKACHTIG WONEN
4
De zorgtuinen vormen plekken waar bewoners de natuurlijke omgeving kunnen beleven en benutten midden in het park. Hier is ruimte voor pluktuinen, belevingstuinen en geborgen zitplekken. Afwisseling tussen open en besloten plekken zorgt ervoor dat de tuinen verbonden blijven met het park.
LECtievE hart oNtMoEten
4
DE ZORGTUI GEBORGEN
5
DE KANTOORTUIN GEZOND WERKEN
DE WOONVELDEN PARKACHTIG WONEN Het park tot aan de voordeur met maximale beleving van het landschap. Dat is het uitgangspunt voor wonen in het park waarbij de overgang tussen privé en openbaar minimaal en terughoudend wordt vormgegeven en de architectuur ondergeschikt aan de parkachtige omgeving is. Parkeren wordt geïntegreerd in het groen om deze beleving te versterken.
KKEN EN
6
DE ZORGTUINEN GEBORGEN EN VERBONDEN
6
DE KANTOORTUIN GEZOND WERKEN De kantoortuin gaat uit van het vergroenen van de openbare ruimte rondom het gebouw en de parkeerplaats zodat ook hier een parkachtige uitstraling de basis vormt voor een gezonde werkplek.
Diversiteit in sferen passend bij de ruimtelijke karakteristieken van actief ontmoeten in het park tot rustig en ontspannen langs de oevers wandelen
7
HET OEVERPAD DWALEN TUSSEN BOMEN EN OEVER Het oeverpad kenmerkt zich als een rustig recreatief wandelpad met afwisselend zicht op de oever en beschutting tussen de bomen. Een plek om te wandelen of even tot rust te komen.
Stedenbouwkundig raamwerk lelânen |
IAA
19
3.4 Raamwerk kaart
METRAGES
RAAMWERK
PLANGEBIED 145.117 m2
TERREIN 118.143 m2
De ontwerp-principes zijn vertaald naar de hiernaast getoonde raamwerk kaart. Deze kaart vormt de basis voor ontwikkeling. In de kaart zijn de ontwikkelvelden goed zichtbaar. Deze worden ingekaderd door de groenstructuur en padenstructuur van het park. Als separate bijlage is deze raamwerk kaart op A0 formaat beschikbaar.
WATER minimaal 26 974 m2 (afhankelijk uitbreiding natuurvriendelijke oevers)
ONTWIKKELVELDEN 35.653 m2
WEGEN/PADEN 17.940 m2
PARKEERZONES (halfverharding) 5.898 m2
BEPLANTING
\
Kern 3.709 m2 Mantel 11.080 m2 Zoom 9.674 m2
75/25 PRINCIPE Maximale verharding 25%
Woongebouwen 8 x 700 (max verharding) = 5.600 m2 Zorggebouwen (max footprint) = 7.400 m2 Kinderboerderij (max footprint) = 650 m2 Tankstation = 958 m2 Wegen/Paden = 17.940 m2 Parkeerplekken*5-898 m2) x 0,75 = 4.423 m2
Totaal = 36.971 m2 (2507o)
Verharding (wegen/paden)
Water
Gras/oevers Kern - kruidenrijk grasland
Mantel - kruidenrijk met bosschage
Zoom - bosrijk karakter
! Ontwikkelvelden
—wjr.
.
..
Zone kinderboerderij
Parkeervelden
Bomen - bestaand & nieuw
Plangebied
1:2.500 A3
3.5 Principeprofiel
PARK IELÂNEN De locatie kent relatief grote hoogteverschillen van de oevers naar de bebouwing. In het parkconcept worden deze hoogte verschillen omarmd en worden de gradaties van laag en nat naar hoog en droog benut door natuurvriendelijke (voorge vers toe te voegen en plas/dras zones te introduceren. Richting de bebouwing loopt het terrein geleidelijk op. Vrijgekomen grond bij de nieuwbouw kan hierbij worden gebruikt in het landschapsplan. Het collectieve groene hart ligt hoog en droog en staat in het teken van ontmoeting en kent daarmee een ander karakter dan de oevers. Door het parkeren te integreren in de beplantingszones en minimale private buitenruimtes te maken ontstaat een groot open park dat uitnodigt tot recreë ren en ontmoeten.
DE WOONVELDEN HET OEVERPAD
DE RUSTIGE OEVERZONE
DWALEN TUSSEN BOMEN EN OEVER
RUST EN ONTSPANNING
PARKACHTIG WONEN
HET COLLECTIEVE HART
DE WOONVELDEN
HET OEVERPAD
ACTIEF ONTMOETEN
PARKACHTIG WONEN
DWALEN TUSSEN BOMEN EN OEVER
------ ä Ľj mil
Ecologische oeverzones
natuurinclusief bouwen
Parkeren in luwte
Kern mantel zoom
Inheemse soorten toevoegen
L
natuurinclusief bouwen
Ecologische oeverzones
Ruimte voo recreatie
Diversiteit in sferen in een doorlopend groen park waar de bebouwing te gast is en complementair is aan het landschap
Laag en nat
Natuurvriendelijke oevers met plas-dras zone
Hoog en droog
Centraal open veld voor ontmoeting
Laag en nat
Speelse natuurlijke elementen
Stedenbouwkundig raamwerk lelânen |
|AA 21
3.5 Principeprofiel
MAATVOERING
BEDRIJFS
ONTWIKKELVELD
ECOLOGISCHE OEVERZONE
HOOFDRt
PARKEERVELDEN
PERCELEN
ECOLOGISCHE OEVERZONE
OEVERZONE
variabel
indelpad met open en besloten onderbegroeiing
BOUWVLAK
ROOILIJN
variabel
min 3 -5m
GROENE PARKEERKOFFER
halfverhardinq
GROENSTRUCTUUR
HOOFDWEG
variabel - min. 15m
auto te gast
groene buffer
min 2m
regenwater
O---
vasthouden
hoofdweg
—O
4,5m
integreren nestkasten
ir
Afwisselend zicht
TT
fl
I ■Bi
op onderlinge paden van cultuurlijke naar natuurlijke oever
gAeŵ,, houtsingel
variabel
“r
ZOOM
ecologische oev
variabel
kruidenrijk grasveld
variabel - extensief beheer
PADEN 2.00m profiel
PARKEERVELD minimaal 5.00m profiel 5.50m grasbeton parkeerveld
HOOFDROUTE minimaal 4.50m profiel 0.30m grasbeton strook
Stedenbouwkundig raamwerk lelânen ||AA
22
PAI
-
vfi
3.5 Principeprofiel
MAATVOERING
PADEN 2.00m profiel
PADEN 2.00m profiel
PADEN 2.00m profiel
PADEN 2.00m profiel
PADEN 2.00m profiel
Stedenbouwkundig raamwerk lelânen ||AA
23
3.6 Themakaarten
ONTWIKKELVELDEN ŭ WATER
Ontwikkelvelden
Ontwikkelvelden t.o.v. huidige situatie
Veld 1- Patyna Servicebureau
Veld 5- Kinderboerderij schuur
Veld 10- Woonveld
* Planvorming kinderboerderij is
bouwvlak 3.421 m2 ontwikkelveld 4.032 m2 footprint verharding max 1.800 m2 * footprint in plankaart 1.541 m2
bouwvlak 375 m2 ontwikkelveld 375 m2 footprint verharding max 150 m2
bouwvlak 1.432 m2 ontwikkelveld 2.230 m2 footprint verharding max 700 m2
nog in ontwikkeling waardoor
Veld 6- Patyna WLZ locatie
Veld 11- Woonveld
* Planvorming GRZ is nog onzeker
bouwvlak 8.773 m2 ontwikkelveld 10.708 m2 footprint verharding max 3.800 m2 * footprint in plankaart 3.180 m2
bouwvlak 1.008 m2 ontwikkelveld 1.495 m2 footprint verharding max 700 m2
waardoor positie bouwvlak nog
Veld 2- Patyna GRZ locatie
bouwvlak 3.911 m2 ontwikkelveld 4.670 m2 footprint verharding max 1.800 m2 * footprint in plankaart 1.583 m2 Veld 3- Kinderboerderij horeca
bouwvlak 897 m2 ontwikkelveld 897 m2 footprint verharding max 350 m2 * footprint huidig gebouw 248 m2 Veld 4- Kinderboerderij schuur
bouwvlak 375 m2 ontwikkelveld 375 m2 footprint verharding max 150 m2 * footprint huidig gebouw 131 m2
bouwvlak 1.333 m2 ontwikkelveld 2.062 m2 footprint verharding max 700 m2
bouwvlak 1.240 m2 ontwikkelveld 1.972 m2 footprint verharding max 700 m2 Veld 13- Woonveld
Veld 8- Woonveld
bouwvlak 988 m2 ontwikkelveld 1.415 m2 footprint verharding max 700 m2
enigzins kan wijzigen * Veld 6 en veld 7 vallen
Veld 12- Woonveld Veld 7- Woonveld
positie bouwvlak kan wijzigen
Op bovenstaande kaart is te zien hoe de ontwikkelvelden zich verhouden tot de bestaande bebouwing in het plangebied. Door de spreiding van bouwvelden wordt de barriérevorming van het huidige zorggebouw doorbroken. De WLZ locatie is gepositioneerd in de oksel van het bestaande zorggebouw zodat deze kan blijven opereren gedurende de nieuwbouw. Het tankstation is hierbij niet meegenomen in de toekomstige ontwikkelvelden, hiervoor geldt dat de huidige situatie intact blijft en voor toekomstige ont wikkelingen geen nieuw ontwikkelveld op deze locatie zal komen.
(minimaal) binnen milieucontouren van de kinderboerderij (10m zone). Hier dient in de planvorming rekening mee te worden gehouden.
bouwvlak 1.463 m2 ontwikkelveld 1.873 m2 footprint verharding max 700 m2 Veld 14- Woonveld
Veld 9- Woonveld
bouwvlak 1.033 m2 ontwikkelveld 1.527 m2 footprint verharding max 700 m2
bouwvlak 1.374 m2 ontwikkelveld 2.016 m2 footprint verharding max 700 m2
Stedenbouwkundig raamwerk lelânen ||AA
24
ŭ WATER Gemeentelijke Milieustraat ļ Buitendienst Categorie '3.1
Donkergroen Composteringsinrichting categorie 3.2
Ecologische oever en plas-dras berm Milieuzonering
Bedrijfsactiviteiten met milieucategorisering
Bron - STOWA, handreiking natuurvriendelijke oevers )
Onderzoeksgebied ecologische oevers
Milieuzonering
Water
De onderstaande milieuzoneringen zijn van toepassing in het plangebied. Voor de milieuzonering wordt uitgegaan van de classificatie gemengd gebied, dit betekent dat de zoneringen met één afstandsstap worden verkleind ten opzichte van een woongebied.
Het oppervlaktewater in het raamwerk blijft minimaal hetzelfde in metrages en kan stijgen afhankelijk van de uitwerking in het stedenbouwkundige plan van de natuurlijke oevers. Hierbij is het van belang om de bestaande bomen en boomgroepen in te passen in deze oevers.
Gemeentelijke Milieustraat ļ Buitendienst Milieucategorie 3.1 = 30 meter
Uitgangspunt natuurlijke oevers Talud minimaal 1:5 (minimum voor alle natuurlijke overgangszones - bron STOWA) Talud vanaf peilmaat dichtsbijzijnde ontwikkelvlek tot huidige waterlijn
Donkergroen Composteringsinrichting Milieucategorie 3.2 = 50 meter Kinderboerderij Milieucategorie 2 = 10 meter
Bebouwing Uitgangspunt voor bebouwing is om water zo lang mogelijk op eigen kavel vast te houden alvorens het te laten infiltreren of bovengronds af te laten voeren richting oppervlaktewater. Infiltratiemogelijkheden zoals groendaken, beplanting op balkons en groene gevels dienen in de architectonische uitwerking te worden onderzocht
Pompstation Milieucategorie 2 = 10 meter Stedenbouwkundig raamwerk lelânen ||AA
25
3.6 Themakaarten
GROENSTRUCTUUR & BOMEN
Kern-mantel-zoom principe vormt basis groenstructuur Bron - Landschapsbeheer Groningen
Bouwvlak - mogelijk te bebouwen
Grasveld/oeverzone - variabel
Zoom - kruidachtige vegetatie - variabel - bij voorkeur min. 3m Bestaande boom - te kappen
*extensief beheer Mantel - struikvormers - bij voorkeur min.
6m
Nieuwe boom - te planten
*extensief beheer Bestaande boom - behouden Kern - bomen/bos - bij voorkeur minimaal 10m
*extensief beheer
Groenstructuur
Bomen
De groenstructuur is gebaseerd op het versterken van de bestaande groenstructuur en deze sterker verbinden met zowel de omgeving (zie kaarten groene wig) maar ook op de locatie zelf. Met name op de positie van het huidi ge zorggebouw wordt in het raamwerk ingezet op een verbinding middels een robuuste groenstructuur met een
Uitgangspunt is om zoveel als mogelijk de bestaande bomen en boomgroepen te behouden. Bij het aan planten van nieuwe bomen is het van belang om onderscheid te maken tussen bomen in de kern-mantel zone en solitaire bomen. In het stedenbouwkundig plan dient een verdere uitwerking te worden gedaan met soortenkeuze. Uitgangspunt hiervoor is het creëren van diversiteit in het bomenbestand met zoveel als mogelijk inheemse soorten in overleg met ecoloog.
kern-mantel beplanting waarbij de gebieden rondom de gebouwen als een kruidenrijke zoom worden ingevuld. Hierdoor ontstaat een biodiverse kern-mantel-zoom beplantingsstructuur waarvoor inheemse beplanting de basis vormen. Op deze manier ontstaat een beheersextensieve groenstructuur die door de jaren relatief eenvoudig te onderhouden is door de gemeente. In het stedenbouwkundig plan dienen een ecologisch onderzoek en bomen rapportage te worden gedaan om tot een gedetailleerder landschapsplan te komen.
* De bomeninventarisatie is gedaan op basis van de op dit moment beschikbare inmeting en kroonprojectie. In de uitwerking van het stedenbouwkundige plan dient een nieuwe boominmeting en waardering plaats te vinden. De gemeente behoudt het recht om bij ontwikkelingen te oordelen of bomen behouden dienen te blijven binnen een ontwikkelveld.
* De groenstructuur is gebaseerd op basis van de op dit moment beschikbare inmeting en kroonprojectie. In de uitwerking van het stedenbouw kundige plan dient een nieuwe boominmeting en waardering plaats te vinden. De gemeente behoudt het recht om bij ontwikkelingen te oordelen of bomen behouden dienen te blijven binnen een ontwikkelveld.
Stedenbouwkundig raamwerk lelânen |
|AA
26
3.6 Themakaarten
INFRASTRUCTUUR & PARKEREN
Nieuwe brug voetgangers/fietsers
Mogelijk vergroenen na 2jaar
Centrale
Centrale
parkeerplaats
parkeerplaats
wonen
wonen
Centrale parkeerplaats V
Centrale
""
kinderboerderij
parkeerplaats WLZ wonen
Centrale parkeerplaats Servicebureau + GRZ
Bouwvlak - mogelijk te bebouwen
Parkeren - mogelijk te vervangen door groen
Parkbestrating - 17.940 m2
Parkeerplaatsen - 429
Infrastructuur
Parkeren
Er is gekozen voor een parkachtig karakter waar de auto in het gehele gebied te gast is. Er wordt daarom geen helder onderscheid gemaakt in materialisering tussen de (hoofd)wegen en de padenstructuur. Dit versterkt de parkbeleving en de doorwaadbaarheid voor fietsers en voetgangers. In de verdere uitwerking van het stedenbouwkundige plan dient het profiel voorgesteld in dit raamwerk verder te worden uitgewerkt met bijbehorende materialisering om het parkachtige karakter te garanderen.
Parkeren is ten alle tijden ondergeschikt aan het parkachtige karakter. Uitgangspunt voor materialisering is grasbeton halfverharding (met een verhardingsnorm van 0,75 voor bereking verharding oppervlakte). Parkeerplaatsen zijn minimaal 5,5m diep zodat er een smaller wegprofiel gerealiseerd kan worden. Bij start bouw en na twee jaar na realisatie van het stedenbouwkundig plan wordt op basis van huidig beleid en monitoring getoetst of er een overcapaciteit aan parkeerplaatsen is gerealiseerd. In dit geval kunnen de groen gearceerde parkeerplekken worden omgezet naar mantelbeplanting om het parkachtige karakter te versterken.
oppervlakte verharding 17.940 m2
Oppervlakte parkeren Parkeren wonen Parkeren zorg Parkeren kinderboerderij
5.898 m2 (13,75x429) 236 (afhankelijk van te realiseren woningaantallen - norm parkeren ^00 m2 1,5 p.p. en ^00m2 2 p.p.) 1 56 (70 x 0,5 WLZ + 56 X 0,5 GRZ + 93 Servicebureau) 37
Totaal
429
Stedenbouwkundig raamwerk lelânen | |AA
27
Middel ± 70 m2 bvo
3.7 Bouwenvelop
BOUWENVELOP Binnen de ontwikkelvelden geldt een maximaal bebouw baar oppervlak en een maximale bouwhoogte. Het hiernaast getoonde volume dient ter inspiratie en verduidelijking van de geformuleerde uitgangspunten.
3e verdieping Voorbeelduitwerking 3e verdieping met middelgrote en grote apparte menten en setback bij alle appartementen voor balkons.
Groot ± 110 m2 bvo
± 70 m2 bvo 2e verdieping Voorbeelduitwerking 2e verdieping met middelgrote en grote apparte menten en setback bij grote appartementen voor balkons.
Binnen het ontwikkelveld zit nog speelruimte voor de positio nering en vormgeving van het gebouw binnen de grenzen van het bouwvlak. Om tot een sculpturaal volume passend bij een parkachtige omgeving te komen zijn op de 2e en 3e verdie ping setbacks verplicht en zijn buitenruimtes op de begane grond half inpandig. 1e Verdieping Het hiernaast getoonde model is gebaseerd op een menging van doelgroepen. Van kleine appartementen binnen de sociale huursector tot grote appartementen met buitenruimtes met uitzicht. In het uiteindelijke plan kan van deze strategie afge weken worden mits er wordt voldaan aan de minimale eis van 30% sociale huur binnen het gebied.
Voorbeelduitwerking 1e verdieping met kleine appartementen voor sociale huur. Geen terrassen dus uitpandige balkons.
Klein ± 55 m2 bvo
* Voor het volume en de architectonische expressie geldt dat de architectuur in verschillende clusters een ruimtelijke samenhang heeft. De diverse clusters kunnen samen als familie worden gezien met elk een subtiel eigen karakter. Dit geldt zowel voor woonclusters als ook voor zorg- en kantoorvelden.
Sculpturale volumes met een mix aan
Begane grond
Middel ± 70 m2 bvo
Voorbeelduitwerking begane grond met entree en bergingen in het volume. Bergingen dienen ten alle tijde als onderdeel van het volume te worden ontworpen. De buitenruimtes van appartementen op de begane grond dienen in de 2m overgangszone te worden gerealiseerd en de erfafscheiding van buitenruimtes dient in groen te worden uitgevoerd met een maximale hoogte van 1m.
woonoppervlaktes geplaatst in een groene zoom met een subtiele en transparante overgang tussen landschap en gebouw.
Sculpturaal volume Het volume bestaat uit maximaal vier bouwlagen waarbij op de 3e en/of 4e verdieping setbacks verplicht zijn. Hierdoor ontstaat een sculpturaal volume passend bij de omgeving en het parkachtig karakter.
Bouwveld
-'-'-G
De rooilijn voor bebouwing ligt op minimaal drie tot vijf meter van de omringende wegen/padenstructuur. Rondom de footprint van het gebouw wordt een overgangszone van twee meter gecreerd. Deze dient als buitenruimte en voor de overige gebouw gerelateerde voorzieningen. Tussen gebouwen in een cluster geldt een minimale afstand van 12m.
Ontwikkelveld Het ontwikkelveld is onderdeel van de kruidenrijke zoom en bevat naast een bouwveld eventueel ook een parkeerkoffer omringd met een mantel van struikgewas. Hiermee wordt het gebouw ingebed in de parkachtige omgeving Stedenbouwkundig raamwerk lelânen ||AA
28
4.1 Beeldkwaliteit
LANDSCHAP Uitgangspunt voor het landschap is om een natuurlijk parkachtig karakter te realiseren. De bestaande groenstructuur en waterpartijen vormen hierbij de basis. Deze worden versterkt en verbonden. De lelânen krijgt een significant natuurlijkere uitstraling dan het Wilhelminapark en Epemastaete die zich laten kenmerken als gecultiveerde parken met een hoge beheersstandaard. In het verder uit te werken landschapsplan vormt de relatie tussen open en besloten een belangrijk spel in de routing door het park. Met name langs de oeverlijn kan een meer dynamische (zicht) relatie met het water worden gerealiseerd in de uitwerking van het raamwerk. Uitgangspunten ^ Parkachtig karakter vormt de basis voor ontwikkeling. ^ Huidige groenstructuur wordt gerespecteerd en behou den en op plaatsen versterkt met kern-mantel-zoom ^
^
^
^
^ ^
^ ^ ^ ^ ^ ^
gradiënt. Wegen zijn vormgegeven als gelijkwaardige parkstraten en niet als woonstraten (scheiding voetganger, fietser en auto) en hebben een natuurlijke kleurstelling (geel/bruin tinten en geen roodtinten) Voertuigen zijn te gast in het park. De voetganger en fietser staan centraal in de parkbeleving. Parkeren wordt ten alle tijden landschappelijk ingepast en is uitgevoerd in halfverharding. Park krijgt geen cultuurlijk (zoals Wilhelminapark) maar natuurlijk karakter met relatief laag onderhoud/ beheersniveau. Geen intensief beheerde grasvelden maar kern-mantelzoom beplanting (m.u.v. intensief beheerd grasveld in groene hart) Park krijgt een collectief hart met een relatief intensieve beheerszone geschikt voor ontmoeting. Park behoudt groene en openbare oevers en zichtrelaties tussen oevers. Hierin wordt meer dynamiek in de zicht relaties tussen oeverpartijen en de wandelpaden toege voegd. In huidige situatie lopen paden altijd parrallel aan oever en in nieuwe park niet meer. Grote solitaire wilgen respecteren als vrijstaande bomen in het zichtveld. Gebouwen gaan subtiel op in het landschap in zowel overgang publiek privaat als in kleurstelling. Versterken identiteit woonvelden in de zoomlaag en hier in combinatie met architectuur zoeken in kleurstelling. Vrijgekomen grond bij sloop en nieuwbouw (mits schoon) hergebruiken in landschapsplan.
Voorkeur voor lokale en/of inheemse zadenmengsels in zoomlaag. Parkeren op maaiveld in groene koffers
İ:jBr mm
30 *
4.2 Beeldkwaliteit
ARCHITECTUUR Uitgangspunt voor de architectuur zijn sculpturale volumes in een parkachtige setting waarbij de natuurlijke setting de basis vormt en de architectuur zich hier subtiel naar voegt in materialisering en detaillering. Hiervoor is het noodzakelijk dat de architectuur een rustige uitstraling krijgt. Het gebouw vormt het verlengstuk van het park en biedt een extra habitat/conditie in het park. Geen grote contrasten maar een complementariteit tussen landschap en gebouw vormt daarin Uitgangspunten ^ Sculpturale volumes met diversiteit in volumeopbouw door verplichte setbacks in 3e en/of 4e laag. ^ Gebouw vormt een verlengstuk van de parkomgeving (groen toevoegen in dak, gevel en terrassen). ^ Natuurlijke uitstraling vormt de inspiratie en basis voor het kleurenpalet en materialisering. ^ Gebouw is natuurinclusief en een verlengstuk in de bio diversiteit van het park en biedt een extra habitat in het park (nestkasten, vergroenen gevel etc.). ^ Natuurlijk energetische principes verwerken in archi tectuur gebouw als optimale symbiose tussen gebouw en landschap (zonwering Z passief concept etc.). Ook in materialisering aandacht voor toepassing van natuurlijke materialen zoals biobased materialen. ^ Uniforme materialisering op clusterniveau. Dit zorgt voor eenheid binnen clusters. ^ Clusters vormen tezamen een ruimtelijke en estetische eenheid in het gebied.
Dit geldt zowel voor woningen als voor nieuwbouw zorg/kantoren. Geen grote contrasten tussen functies wonen en zorg zichtbaar in architectuur. ^ Verbijzondering op gebouwniveau in clusters is mogelijk door diversiteit in volume, detaillering en compositie in gevel. ^ Installaties integraal onderdeel van de architectuur. Geen losse installaties aan volume. ^ Parkeren oplossen onder maaiveld of in groene koffer op woonveld of terrein. Mogelijkheid tot uitwisseling parkeerplekken tussen fases. Maximaal 12 parkeerplaat sen in cluster. ^ Waterbergingsopgave bovengronds oplossen op eigen kavel binnen gebouw, woonveld, cluster of in overleg
4.3 Beeldkwaliteit
OVERGANG PUBLIEK PRIVÉ Uitgangspunt voor de overgang publiek privé is dat deze zacht en terughoudend is vormgegeven en ondergeschikt is aan de natuurlijke setting van het park. Architectonische afschei dingen dienen ten alle tijden ondergeschikt te zijn aan de beleving van het park
Uitgangspunten ^ Duidelijke markering van erfafscheiding tussen publiek en privaat eigendom in maaiveld • Erfafscheidingselementen (geen onderdeel van het gebouwvolume zijnde) zijn van natuurlijke materialen en •
zijn nooit hoger dan 100 cm t.o.v. maaiveld Spelen met niveauverschil tussen landschap en gebouw
•
is toegestaan voor creëren subtiele erfafscheiding Terrassen dienen half inpandig te zijn voor sculpturaal
•
volume en max 2m buiten rooilijn gebouw in hiervoor bestemde 2m onderhoud/terraszone. Terrassen liggen verhoogd t.o.v. het landschap in ver lengde van de peilmaat van het gebouw.
^
•
Pergola's zijn enkel toegestaan wanneer ze integraal zijn meeontworpen in de architectuur en geen contrasterend element vormen Pergola's vergroenen met klimmers ter stimulering biodi vers karakter en privacy terras. Buitenbergingen dienen ten alle tijde onderdeel van
•
het volume en architectonische uitstraling te zijn. Indien paden richting berging noodzakelijk zijn deze uitvoeren in 2m zone in halfopen bestrating. Geen besloten woontuinen maar transparante parkter-
•
rassen met zichtrelaties van en naar het park en beleving van de seizoenen
INSPIRATIE SCHETS
5.1 Vogelvlucht
INSPIRATIESC
Postma:
vanaf Doctor Obe S aat over Franekervaart
Zicht vanaf wandelpad hoek Franekervaart en Milieustraat
Zicht vanaf centrale park ric WLZ gebouw Patyna
icht vanaf wandelpad richting Ielânen
Zicht vanaf wandelpad Richting appartementencluster