Bijlage 1 - Startnotitie nieuw woonbeleid gemeente Súdwest-Fryslân
Tekst van het document
Startnotitie nieuw woonbeleid gemeente Súdwest-Fryslân
Samen werken aan een visie op volkshuisvesting
Startnotitie nieuw woonbeleid gemeente Súdwest-Fryslân In de gemeente Súdwest-Fryslân is een grote behoefte aan extra woningen. Veel jongeren, senioren en gezinnen komen niet of nauwelijks aan een woning. Door de stijgende woningprijzen is de behoefte aan juist betaalbare woningen groter geworden. De afgelopen jaren heeft de gemeente al een groot aantal woningbouwlocaties in ontwikkeling genomen. Daarmee wordt hard gewerkt aan de woningbouwopgave, met als doel om in de periode van 2022 – 2026 minimaal 1000 woningen te bouwen. Om als gemeente actiever kunnen sturen op de bouw van nieuwe woningen en om te zorgen dat de woningen beter aansluiten op de behoefte, is het nodig om nieuw woonbeleid vast te stellen. Het nieuwe beleid moet een kader bieden voor gebiedsontwikkelingen en woningbouwprojecten die de gemeente zelf initieert en voor marktinitiatieven waarbij de gemeente een faciliterende rol vervult. Marktpartijen krijgen hiermee een duidelijk kader mee waarbij helder is wat zij wel en niet van de gemeente kunnen verwachten. Daarmee werken we gericht aan de woningbouwopgave en worden de woningzoekenden aan een woning geholpen. De komende tijd zal de gemeente in een aantal fases werken aan het nieuwe woonbeleid dat aansluit bij de actualiteit en een goede basis biedt om sturing te geven aan de gewenste woningbouwontwikkelingen.
Deze startnotitie beschrijft de aanleiding, de aanpak en het proces om nieuw woonbeleid te ontwikkelen. Noodzaak nieuw woonbeleid De gemeente heeft de afgelopen jaren vanuit de ambitie om voldoende aanbod van betaalbare huizen te hebben, stevig ingezet op de realisatie van woningen. In verschillende beleidsen ambitiedocumenten is richting gegeven aan de aanpak van de urgente opgaven voor wonen: ‘Strategie woningbouw 2020-2030’, ‘Ambitiedocument wonen SWF 2019’ en het ‘Actieplan SWF bouwt 2023-2024’. De gemeente heeft inmiddels een groot aantal locaties in ontwikkeling genomen en medewerking verleend aan veel plannen van ontwikkelende partijen. Om de ingezette lijn voort te zetten en daarbij in te spelen op de actuele ontwikkelingen is het noodzakelijk om nieuw woonbeleid te ontwikkelen. De opgaven voor de woningmarkt zijn omvangrijk, complex en uitdagend. Het woningtekort is toegenomen en door de stijgende woningprijzen is de behoefte aan juist betaalbare woningen groter geworden. Met nieuw woonbeleid creëert de gemeente een gedegen basis waarmee we ook de komende jaren een sturende rol in de woningbouw kunnen vervullen. Bovendien is het een wettelijke verplichting om actueel woonbeleid te hebben. Tot slot is actueel woonbeleid nodig om prestatieafspraken te maken met corporaties.
Landelijke wetgeving: meer regie op de volkshuisvesting Vanuit de Woningwet is op dit moment een gemeentelijke woonvisie verplicht. Er ligt echter landelijke wetgeving ter besluitvorming bij de Tweede Kamer die daar verandering in aanbrengt: de Wet versterking regie volkshuisvesting. Conform die wet wordt de verplichte woonvisie vervangen wordt door instrumenten die beter aansluiten bij de Omgevingswet. Deze Wet versterking regie volkshuisvesting is er mede op gericht om het woningtekort op te lossen. Door een sterkere regie moet er een meer evenwichtige woningvoorraad komen die in het bijzonder past bij de behoefte van mensen met een middeninkomen en een laag inkomen en van aandachtsgroepen. Het wetsvoorstel geeft het Rijk de taak en bevoegdheid om kaders te stellen voor de landelijke volkshuisvestingsopgave. De provincie krijgt een sterkere coördinerende rol en draagt zorg voor de afstemming tussen gemeenten en houdt toezicht op de uitvoering van gemeentelijke programma’s. De gemeenten krijgen meer instrumenten om op lokaal niveau te sturen op datgene wat lokaal nodig is om te voldoen aan de woonopgave. Het Rijk, de provincie en de gemeenten zullen in hun omgevingsvisie volkshuisvestingbeleid op hoofdlijnen opnemen, met voor alle drie bestuurslagen ook een volkshuisvestingsprogramma.
Hierin worden concrete plannen en maatregelen uitgewerkt gericht op het verwezenlijken van de doelen en ambities. Zij werken zo samen als één overheid aan de gezamenlijke doelstellingen.
Schema samenhangend instrumentarium rijk, provincie en gemeente: Kerninstrument Omgevingsvisie Programma
(De)centrale regels
Gemeente Gemeentelijke omgevingsvisie (GOVI) Actieplannen en programma’s (Volkshuisvestingsprogramma verplicht) Omgevingsplan
Provincie Provinciale omgevingsvisie (POVI) Actieplannen en programma’s (Volkshuisvestingsprogramma verplicht: Frysk Wenplan) Omgevingsverordening (instructieregels)
Rijk Nationale omgevingsvisie (NOVI) Actieplannen en programma’s (Volkshuisvestingsprogramma verplicht) Omgevingswet, Besluit activiteiten leefomgeving, Besluit bouwwerken leefomgeving, Besluit kwaliteit leefomgeving (instructieregels), Omgevingsbesluit, Omgevingsregeling
Naar verwachting moet het gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma de volgende onderdelen bevatten (op basis van huidig wetsvoorstel): - Gemeentelijke woningbouwopgave (behoefte), incl. bestaande voorraad - Beleid gericht op het verwezenlijken woningbouwopgave (plannen en locaties) - Regie op voldoende betaalbare woningen (aandeel sociale huur, tweederde deel betaalbaar) - Huisvesting van ouderen en aandachtsgroepen, rekening houden met woongerelateerde zorg en ondersteuning (Wmo) - Stedelijke vernieuwing en leefbaarheid - Verduurzaming woningvoorraad Nieuwe visie en volkshuisvestingsprogramma Súdwest-Fryslân Gezien de landelijke ontwikkelingen en het wetsvoorstel Wet versterking regie volkshuisvesting zal bij de vormgeving van het nieuwe woonbeleid voor Súdwest-Fryslân alvast voorgesorteerd worden op nieuwe vereisten. Er wordt een visie en een programma uitgewerkt: - Een visiedeel dat onderdeel wordt van de Omgevingsvisie (raadsbevoegdheid). Met ambities en doelen op het thema wonen, het wat en waarom. In de huidige Omgevingsvisie van SúdwestFryslân is het thema wonen beperkt beschreven en gedateerd. Daarom werken we een actuele visie op wonen uit, als richtinggevend kader voor het volkshuisvestingsprogramma. - Vervolgens een programmadeel (collegebevoegdheid) dat vooral ingaat op de hoe-vraag.
Hierin zal staan hoe die volkshuisvestelijke doelen bereikt worden, hoe de gemeente de gewenste woningbouwplannen gaat realiseren en gaat sturen op doelgroepen en betaalbaarheid. Het programma zal voldoen aan de wettelijke eisen aan het Volkshuisvestingsprogramma. Bij het opstellen van het visie- en het programmadeel wordt aangesloten bij de landelijke en provinciale omgevingsvisies en volkshuisvestingsprogramma’s, voor zover die al bekend zijn. Mocht het wetsvoorstel in 2025 niet door het parlement aangenomen worden, dan vormen beide deelproducten samen één nieuwe woonvisie. Kader en context Bij het opstellen van de visie en het programma houden we rekening met de verwachte landelijke wet- en regelgeving én sluiten we aan bij bestaande kaders en actuele ontwikkelingen. Ook maken we gebruik van beschikbare actuele informatie. De belangrijke bronnen en ontwikkelingen zijn op dit moment: - Woningmarktonderzoek 2024. Companen heeft onderzoek gedaan naar de woningbehoefte en de opgave voor de gemeente Súdwest-Fryslân. Dit vormt een goede basis voor het beleid. - Bevolkingsprognoses. Elk jaar brengt de provincie nieuwe prognoses uit met betrekking tot de bevolkings- en huishoudensontwikkeling de komende decennia. Dit geeft een indicatie van het aantal extra benodigde woningen. - Regionale Woondeal.
In april 2023 zijn afspraken gemaakt met provincie en het Rijk over aantallen woningen en betaalbaarheid. De gemeente Súdwest-Fryslân zal tot en met 2030 minimaal 1980 woningen bouwen, waarvan tweederde betaalbaar is. Begin 2025 zullen deze afspraken herijkt en aangevuld worden. - Fries stedelijk netwerk. De F4-gemeenten Leeuwarden, Smallingerland, Heerenveen en Súdwest-Fryslân hebben in maart 2024 de propositie Stedelijk Netwerk Fryslân opgesteld en aangeboden aan de Minister van VRO. De propositie is gericht op de woningbouwopgave van Nederland en ontwikkelingen rond de ruimtelijke inrichting na 2030. Een strategie gericht op het Fries stedelijk netwerk zal in 2025 verder uitgewerkt worden. De gemeenten
-
-
-
bundelen de krachten in een gezamenlijke strategie die niet alleen de vier steden versterkt, maar de brede welvaart in heel Fryslân ten goede komt. De strategie moet aansluiten op het omringende landschap en aandacht hebben voor de omliggende kernen. Wet versterking regie volkshuisvesting. Het wetsvoorstel ligt ter besluitvorming bij de Tweede Kamer. Op basis van deze wet zal het Volkshuisvestingprogramma de woonvisie vervangen en krijgt het een plek in de beleidscyclus van de Omgevingswet. Er is op dit moment nog onzekerheid over de besluitvorming en de ingangsdatum van de wet, maar tijdens het traject van nieuw woonbeleid verwachten we meer duidelijkheid. Frysk Wenplan. De provincie zal in 2025 een Fries volkshuisvestingsprogramma opstellen. Prestatieafspraken woningcorporaties en huurdersorganisaties. Met de huurdersorganisaties en vijf woningcorporaties zijn (meerjaren)prestatieafspraken overeengekomen. Deze afspraken gaan over de opgave in de sociale huursector. Omgevingsprogramma Wonen & Zorg 2023 – 2050 ‘Meer en langer thuis’. Dit programma geeft richting en invulling aan de opgaven van wonen en zorg in onze gemeente.
Beoogd resultaat We beogen een visie op wonen op te leveren, waarbij besluitvorming eind 2025 of begin 2026 wordt afgerond. Daarna zal een uitvoeringsprogramma (volkshuisvestingsprogramma) opgeleverd worden. De nieuwe visie zal naar verwachting voor een groot deel een voortzetting zijn van het huidige beleid, omdat de behoefte aan woningen nog steeds groot is. De bouwambitie zal dus worden voortgezet. Tegelijkertijd zal ingegaan worden op ontwikkelingen in de samenleving en wijzigingen in de woonbehoefte. Zo zal de betaalbaarheid van wonen en wonen voor ouderen en aandachtsgroepen extra aandacht krijgen. De focus zal enerzijds liggen op de woningbouw tot en met 2030, omdat dit de periode is waarover de afspraken in de Regionale Woondeal zijn gemaakt. Anderzijds is het van belang om ook alvast te kijken naar de periode na 2030. Woningbouwinitiatieven kosten meerdere jaren aan voorbereiding en uitwerking. Het dus van belang nu al te kijken naar kansen en ambities voor de langere termijn. De visie geeft een kader voor gebiedsontwikkelingen en woningbouwprojecten die de gemeente zelf initieert en voor marktinitiatieven waarbij de gemeente een faciliterende rol vervult. Marktpartijen krijgen hiermee een helder beeld wat zij wel en niet van de gemeente kunnen verwachten.
Rol college en raad Onze voorgestelde aanpak en de rol van Raad en College van B&W sluit aan op de huidige wetgeving én op de aanstaande Wet versterking regie volkshuisvesting: - Het vaststellen van de visie op wonen is aan de Raad. Dit zal een thematische uitwerking zijn van het thema Wonen in de Omgevingsvisie. - Het uitvoeringsprogramma voor wonen (volkshuisvestingsprogramma) is een uitwerking van de visie en is aan het college van B&W. Wonen is een actueel en belangrijk maatschappelijk thema. De betrokkenheid en inbreng van de gemeenteraad bij het thema Wonen is daarom van groot belang. We organiseren in de aanloop naar besluitvorming een opiniërende bijeenkomst met de gemeenteraad waarin we de opgehaalde informatie, de analyse en dilemma’s bij het kiezen van richting willen voorleggen en bespreken met de raad. Middelen De ontwikkeling van de visie en het programma wordt bekostigd vanuit het budget van het programma Wonen. Na vaststelling zijn financiële middelen vereist voor de uitvoering. Het zal dan gaan om personele inzet en concrete woningbouwinitiatieven. Participatie Het is van belang om bij het maken van de visie en het programma zowel intern als extern personen en organisaties mee te laten praten en mee te laten denken over de inhoud en de dilemma’s. Hiermee halen we waardevolle informatie op creëren we verbinding en draagvlak.
- Intern vindt afstemming plaats met andere beleidsvelden, zowel in het ruimtelijke domein (ruimtelijke ordening, stedenbouw, planeconomie, mobiliteit, vastgoed) als in het sociale domein (wonen en zorg, aandachtsgroepen, WMO, leefbaarheid).
-
Extern worden gesprekken gevoerd met woningcorporaties, huurdersorganisaties, marktpartijen (makelaars en ontwikkelaars), buurgemeenten en provincie. Met een ‘dorpentop’ zal met dorpsbelangen afgestemd worden wat wenselijke en haalbare beleidslijnen worden. In aanloop naar besluitvorming wordt een opiniërende bijeenkomst met de gemeenteraad georganiseerd om gewenste doelen en keuzes op woongebied te bespreken. Ook willen we opgehaalde informatie, analyse en dilemma’s bij het kiezen van richting voorleggen en bespreken.
Proces en planning In drie fases werken we toe naar besluitvorming van de visie op wonen door de raad. De planning van de onderdelen in het proces zijn als volgt: 1. Een verkennende fase (februari 2025 – april 2025) Doel: informatie ophalen en verkenning woonthema’s, intern en extern. Resultaat: overzicht van geldende onderzoeken, kaders en ontwikkelingen, memo met hoofdpunten voor het nieuwe beleid. 2. Een visievormende fase (april 2025 – september 2025) Doel: visie, keuzes en onderbouwing uitwerken. Resultaat: concept visie met hoofddoelen en subdoelen. 3. Een besluitvormende fase (september 2025 – januari 2026) Doel: nieuwe visie op wonen formeel vaststellen. Resultaat: vastgestelde visie op wonen.