CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Startnotitie Keuzes op Grondbeleid

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Startnotysje: ‘Keuzes op Grondbeleid’3.399 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie: Keuzes op Grondbeleid Samen richting geven aan regie, ruimte en realisatie

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ...................................................................................................... 2 Aanleiding en doel ................................................................................................. 3 Inleiding ............................................................................................................. 4 Opdracht en beoogde eindproducten ........................................................................... 5 Rol van de raad en het college ................................................................................... 6 Waarover vragen we richting van de raad? ..................................................................... 7 Inhoudelijke thema’s voor de keuzes op grondbeleid ........................................................ 7 Proces en Planning ................................................................................................14 Afronding ...........................................................................................................14

2

Aanleiding en doel De gemeente staat voor grote ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. De behoefte aan voldoende en betaalbare woningen, de energietransitie, landbouwtransitie, klimaatadaptatie, economische ontwikkeling en de druk op de beschikbare ruimte vragen om duidelijke keuzes over hoe de gemeente met grond omgaat. Tegelijkertijd veranderen wet- en regelgeving (Omgevingswet, Wet versterking regie volkshuisvesting) en neemt de financiële druk op gemeenten toe. Het huidige grondbeleid loopt af. Dit moment benutten wij om te komen tot een nieuw grondbeleid, dat past bij de ambities van de gemeente en bij de rolverdeling tussen raad en college onder de Omgevingswet. Deze startnotitie beschrijft het proces om tot dit grondbeleid te komen. De notitie heeft drie doelen: 1. Het formuleren van de opdracht en scope voor het nieuwe grondbeleid. 2. Het benoemen van de thema’s en keuzevraagstukken waarover de raad richting geeft. 3. Het vastleggen van het proces, de rolverdeling en de beoogde producten. Met deze startnotitie wordt de raad gevraagd om richting te geven aan de uitgangspunten voor de verdere uitwerking.

3

Inleiding De context waarin het gemeentelijk grondbeleid wordt gevoerd, is de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. In korte tijd zien we een samenloop van grote maatschappelijke en economische opgaven. Het woningtekort in Nederland is structureel en de betaalbaarheid van wonen staat onder druk. Tegelijkertijd vraagt de energie- en landbouwtransitie om ruimte en investeringen, en is klimaatadaptatie noodzakelijk om onze leefomgeving toekomstbestendig in te richten. Deze opgaven spelen zich af binnen een steeds krapper financieel kader voor gemeenten en woningcorporaties. Dat vraagt om bewuste keuzes over de inzet van middelen, de mate van regie die de gemeente wil voeren en de risico’s die zij daarbij bereid is te nemen. Handelen is noodzakelijk, maar de vraag is op welke wijze: kiest de gemeente voor een actieve rol door gronden aan te kopen, of zijn er andere vormen van sturing die beter passen bij de huidige omstandigheden? Het grondbeleid biedt de gemeenteraad belangrijke instrumenten om richting te geven aan ruimtelijke ontwikkelingen. Via het grondbeleid kan de raad sturen op maatschappelijke doelen zoals woningbouw, betaalbaarheid, duurzaamheid en leefkwaliteit, en tegelijkertijd kaders stellen voor financiële risico’s en langjarige verplichtingen. Het gaat daarbij om substantiële publieke belangen en aanzienlijke financiële waarden.

Met het grondbeleid maakt de gemeente inzichtelijk hoe zij grond inzet als strategisch middel voor de lange termijn. Het beleid vormt daarmee een belangrijke schakel tussen ruimtelijke ambities, financiële haalbaarheid en bestuurlijke verantwoordelijkheid, en kan een aanjager zijn voor innovatieve oplossingen binnen gebiedsontwikkeling. Met deze notitie nemen wij de gemeenteraad mee in de uitgangspunten, keuzemogelijkheden en kansen die samenhangen met het actualiseren van het grondbeleid. Wij vragen de raad om richtinggevende kaders vast te stellen voor de inhoud en uitvoering van dit beleid, zodat gezamenlijk kan worden gewerkt aan een toekomstbestendige, betaalbare en duurzame leefomgeving.

4

Opdracht en beoogde eindproducten Opdracht De opdracht is het opstellen van nieuw grondbeleid waarin de raad strategische keuzes en kaders vastlegt voor de inzet van grond en grondinstrumenten tot 2040. Deze visie bestaat uit: • Een addendum op de Omgevingsvisie (raadsbevoegdheid) • Het strategisch kader voor een Uitvoeringsprogramma grondbeleid (collegebevoegdheid)

Beoogde producten Het traject leidt tot de volgende producten: 1. Omgevingsvisie grondbeleid (raad) 2. Uitvoeringsprogramma grondbeleid (college) 3. Aanpalende beleidsproducten, zoals: a. Nota kostenverhaal (herzien) b. Kaders voor een eventueel Grondfonds c. Actualisatie erfpachtbeleid

5

Rol van de raad en het college Onder de omgevingswet wordt gewerkt met een duidelijke scheiding tussen visie en uitvoering. Dit vraagt om duidelijke afspraken over rollen en verantwoordelijkheden. De visie wordt een addendum op de Omgevingsvisie. Met een visie zet de raad een duidelijke stip op de horizon. Hierop volgt het programmadeel dat vooral ingaat op de hoevraag. Hoe gaan we de visie van de gemeente uitvoeren en werkelijkheid laten worden? De raad: • Stelt de visie vast; • Maakt strategische keuzes over regie, risico en sturing; • Stelt kaders voor instrumenten en financiële randvoorwaarden • Houdt toezicht op de uitvoering Het college: • Werkt de visie uit in een uitvoeringsprogramma; • Zet instrumenten in binnen de door de raad vastgestelde kaders; • Zorgt voor uitvoering en monitoring

6

Waarover vragen we richting van de raad? De raad wordt gevraagd richting te geven aan de volgende uitgangspunten: •

De raad bepaalt welke strategische keuzes en kaders bij de raad blijven en welk mandaat wordt gegeven aan het college en de ambtelijke organisatie.

•

De raad geeft richting aan het gewenste niveau van sturing in de visie, met ruimte voor flexibiliteit in de uitvoering.

•

De raad spreekt uit op welke momenten en in welke vorm zij wordt betrokken bij de uitwerking van het programmadeel.

•

De raad stelt als uitgangspunt dat samenhang tussen omgevingsvisie, uitvoeringsprogramma en omgevingsplan wordt geborgd.

•

De raad bepaalt hoe deze werkwijze doorwerkt in toekomstige besluiten over grondbeleid.

•

De raad stelt als uitgangspunt dat het programmadeel uitvoerbaar, adaptief en financieel beheersbaar is.

Het proces van deze opdracht biedt de raad ruimte om hier een duidelijk richting aan te geven. De gemaakte keuzes krijgen daarmee volledig plaats in de uiteindelijke producten (Omgevingsvisie en Uitvoeringsprogramma).

Inhoudelijke thema’s voor de keuzes op grondbeleid Actief, faciliterend en samenwerkend grondbeleid Het huidige gemeentelijke grondbeleid biedt ruimte voor alle vormen van grondbeleid. Vanwege de grote maatschappelijke en economische opgaves van de afgelopen jaren moet herijkt worden wanneer we wat kiezen. Elke route heeft zijn eigen voor- en nadelen. Actief grondbeleid: Bij actief grondbeleid neemt de gemeente de rol van gebiedsontwikkelaar aan. De gemeente koopt gronden aan, maakt deze bouwrijp (bijv. aanleg wegen en riolering) en verkoopt de kavels aan bouwers of particulieren. • Regie: Zeer hoog. De gemeente bepaalt precies wat waar komt, wanneer er gebouwd wordt en welke kwaliteitseisen er gelden. • Financieel: Potentieel winstgevend, als de kavels meer opleveren dan er in het openbaar gebied geïnvesteerd hoeft te worden. Dit is echter ook risicovol, als de markt instort blijft de gemeente zitten met dure grond en andere kosten. • Wanneer kiezen? Bij complexe projecten waar de markt niet uit zichzelf beweegt of waar publieke en maatschappelijke doelen (zoals extra sociale huur) zwaarder wegen dan commercieel rendement.

7

Faciliterend grondbeleid: Hierbij laat de gemeente de ontwikkeling over aan de private partijen (zoals projectontwikkelaars of woningbouwcorporaties). De gemeente stelt alleen kaders vast via het omgevingsplan en faciliteert de procedure. • Regie: Beperkt. De gemeente kan wel eisen stellen ( via overeenkomsten, omgevingsplan en kostenverhaal), maar de ontwikkelaar bepaalt het tempo en de initiatieven. • Financieel: Laag risico. De gemeente investeert zelf niet in de grond. Wel moet de gemeente gemaakte kosten (ambtelijke inzet, infrastructuur) verhalen op de ontwikkelaar. • Wanneer kiezen? Als er weinig gemeentelijk budget is, de risicobereidheid laag is, of als de grond al in handen is van marktpartijen die bereid zijn te ontwikkelen volgens de gemeentelijke visie. Samenwerkende grondbeleid: Dit is de tussenvorm. Gemeente en marktpartijen trekken samen op, bijvoorbeeld via een Publiek-Private Samenwerking (PPS) of een joint venture. Ze delen kosten, risico’s en winsten. • Regie: Gedeeld. Er is sprake van gelijkwaardigheid; besluiten worden in overleg genomen. • Financieel: Risico’s worden gespreid. Het voordeel is dat de expertise van de markt wordt gecombineerd met de publieke expertise van de gemeente. • Wanneer kiezen? Bij grootschalige, langdurige projecten waarbij beide partijen elkaar nodig hebben voor succes.

Strategische instrumenten Grondbeleid heeft als belangrijkste doel om de ruimtelijke visie en plannen tot uitvoering te laten komen. Dit gebeurt door op strategische momenten voldoende grond en locaties beschikbaar te stellen. Om dit te bereiken kan de gemeente een aantal juridische instrumenten inzetten. De gemeenteraad kiest op hoofdlijnen in welke situaties welke instrumenten worden ingezet. Een afwegingskader kan daarbij helpen. Daarbij kunnen bijvoorbeeld de volgende afwegingen gemaakt worden: • • • • • • •

Wie is de eigenaar en kan deze zelf realiseren? Is het eigendom versnipperd of is het overzichtelijk? Hoe urgent is een functie of opgave? Kan de functie alleen hier, of ook ergens anders? Gaat de markt al aan de slag of is er regie nodig? Wil de gemeente de (financiële) risico’s dragen? Is er genoeg capaciteit, geld en kennis om het zelf te doen (actief)?

De juridische instrumenten komen voort uit de Omgevingswet en het Burgerlijk Wetboek, dit zijn: 1. Voorkeursrecht: Na vestiging van voorkeursrecht op een perceel moet de eigenaar het eerst aan de gemeente te koop aanbieden. Voorbeeld: Spoorzone (Jongeneel), Uitbreiding meerdere kernen.

8

2. Onteigening: Gedwongen eigendomsontneming door de overheid, alleen voor het algemeen belang, indien noodzakelijk en tegen volledige schadeloosstelling. Veelal ingezet als een functie uitsluitend mogelijk is of optimaal functioneert op een specifieke plek. 3. Kostenverhaal: De gemeente is verplicht de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen te verhalen op de grondeigenaar die daar profijt van hebben. Dit heet kostenverhaal. Bij voorkeur door een anterieure overeenkomst te sluiten, indien nodig dwingend, via het Omgevingsplan. 4. Afdwingbare financiële bijdrage: Aanvullend op 3. Kostenverhaal kan de gemeente een afdwingbare financiële bijdrage aan kwaliteitsverbetering van de fysieke leefomgeving opleggen. Voorbeelden zijn investeringen in extra groen, fietspaden en compensatie voor niet gebouwde sociale huurwoningen. Alleen op te leggen aan private initiatiefnemers van bouwplannen. 5. Kavelruil – stedelijk en landelijk: Voor een nieuw plan moeten soms percelen grond van verschillende eigenaren opnieuw worden ingedeeld. In stad of dorp bijvoorbeeld op een verouderd bedrijventerrein waar een nieuw woningbouwplan wordt ontwikkeld. In landelijk gebied bijvoorbeeld bij een efficiëntere indeling van landbouwpercelen. Dit is kavelruil. Landelijke kavelruil bestond al. Het instrument stedelijke kavelruil is nieuw.

Stedelijke kavelruil is een zaak tussen grondeigenaren onderling, de gemeente zelf kan ook grondeigenaar zijn. De gemeente kan dit wel aanjagen en faciliteren. 6. Inrichtingsprogramma, inrichtingsbesluit, ruilbesluit, besluit geldelijke regelingen: De Omgevingswet bevat ook een instrument voor herinrichting van het landelijk gebied: het inrichtingsprogramma. Voor de herverkaveling in het landelijk gebied (de herschikking van eigendommen) biedt de Omgevingswet het inrichtingsbesluit, ruilbesluit en besluit geldelijke regelingen. De regeling in de Omgevingswet vervangt de regeling in de Wet inrichting landelijk gebied. 7. Gedoogplicht: Daarnaast is in de Omgevingswet het instrument gedoogplicht voortgezet en gestroomlijnd: een eigenaar moet toestaan dat een ander gebruik mag maken van de grond. 8. Grondverwerving en gronduitgifte: De gemeente kan zelf net als een private partij ‘minnelijk’ zonder onteigening grond aankopen en weer verkopen, nadat de gewenste functie op de grond is vastgelegd in het Omgevingsplan. 9. Grondexploitatie: Grondexploitatie is het aankopen van grond of gebouwen, slopen en bouwrijp maken en de bouwkavels verkopen.

Grondfonds In de toekomst komt er steeds meer druk op de ruimte. Functie zoals wonen en bedrijvigheid wedijveren steeds meer met mobiliteit, energie en klimaat. Wil de gemeente in de toekomst ruimte blijven bieden voor alle maatschappelijke opgaven, dan is het nodig om tijdig over voldoende bouwgrond te beschikken. Om dit te bereiken is het nodig dat de gemeente gronden aankoopt. Om dit doelmatig te doen, is het handig om de regels en het geld alvast geregeld te hebben. Met een strategisch fonds kan dit op voorhand duidelijk worden gemaakt. De gemeente kan daarom kiezen om te werken met een zogenaamd Grondfonds. Dit is een financieel instrument waarbij opbrengsten uit eerdere gebiedsontwikkelingsprojecten worden teruggestort in een gemeentelijk fonds. Vanuit dit fonds kunnen vervolgens nieuwe

9

projecten worden gefinancierd, zonder dat er direct een beroep wordt gedaan op de reguliere gemeentelijke begroting. Grondaankopen (en eventueel verliesvoorzieningen en planvoorbereiding) kunnen via dit fonds worden gedekt. Dit zal bijdragen aan meer slagkracht en continuïteit in gebiedsontwikkeling. We willen deze aanpak onderzoeken omdat besluitvorming waarschijnlijk sneller en flexibeler kan verlopen. Als de raad vooraf duidelijke spelregels en kaders voor financiering vastlegt, hoeven individuele besluiten niet telkens opnieuw ter goedkeuring te worden voorgelegd. Dit kan van grote waarde zijn in gebiedsontwikkeling, waar timing vaak cruciaal is—denk aan het snel kunnen aankopen van grond of het starten van voorbereidende werkzaamheden. • • •

Doel: Besluitvorming over grondaankopen sneller en flexibeler maken. Hierdoor kunnen eenmalige kansen benut worden, worden prijsstijgingen voorkomen en strategisch gronden veilig gesteld voor maatschappelijke doelen. Rol: De raad geeft duidelijke kaders en spelregels met bijbehorende financiering. Dit stelt het college in staat om snel en slagvaardig grond te kopen ten behoeve van gebiedsontwikkelingen. Risicokader: Het aankopen en bezitten van grond heeft ook risico’s. In de kaders en spelregels moeten deze duidelijk terugkomen. Zo kan grond in waarde dalen, wat beheerst kan worden met periodieke taxatie en conservatieve waardering voor aankoop. Daarnaast moet ook vaststaan wanneer we grond weer van de hand doen om overbodige rentekosten te voorkomen, de exit-strategie. Verder kan gekozen worden om een deel van het fonds apart te houden om tegenvallers op te vangen.

Compensatieregeling Sociale woningbouw De opgave voor het aantal sociale huurwoningen is helder. Met de Regionale woondeal is bepaald dat een derde van alle woningen sociale huur moeten zijn. Dit wordt nu bereikt door elke nieuwe ontwikkeling te laten voldoen aan deze afspraak. Het opzetten van een compensatieregeling helpt om de gemeentelijke ambities waar te maken en praktische problemen op te lossen. We willen allemaal meer sociale woningen realiseren, maar in de praktijk lukt dat niet altijd. Bijvoorbeeld bij een project van tien woningen zouden dat drie sociale woningen zijn. Dat klinkt goed, maar woningcorporaties nemen zelden zulke kleine aantallen af. Ook kan het logisch zijn om in wijken waar al veel sociale woningen staan, minder sociale woningbouw toe te voegen. Het gevolg is dat we minder sociale woningen realiseren dan we eigenlijk willen. Tegelijk levert het loslaten van die eis vaak een hogere (grond)opbrengst op. Dat voordeel blijft in zo een geval bij de initiatiefnemer, terwijl de gemeente dat geld liever inzetten om op andere plekken wél sociale woningen mogelijk te maken. Een compensatieregeling zorgt ervoor dat dit kan: financiële voordelen van projecten zonder sociale woningbouw worden gebruikt om elders meer sociale woningen te realiseren. Juridisch is dit goed geregeld.

Met een compensatieregeling voor sociale woningbouw is een financiële bijdrage afdwingbare op basis van de Omgevingswet. Een compensatieregeling werkt alleen als de hoogte van de financiële compensatie duidelijk is. Daarnaast is een duidelijk registratie nodig om te aan te kunnen tonen hoeveel woningen gecompenseerd moeten worden. Dit alles werkt alleen als er ook keuzes worden gemaakt waar deze woningen dan daadwerkelijk wel komen.

10

Erfpacht: regie en betaalbaarheid Erfpacht is een krachtig instrument voor gemeenten omdat het eigendom van de grond gescheiden is van het recht om de grond te gebruiken. Hierdoor kan de gemeente blijvend bepalen hoe de grond gebruikt wordt (de regie) en kan zij de drempel voor nieuwe vormen van gebruik financieel verlagen (betaalbaarheid). In de landbouw zijn de grondprijzen hoog, wat schaalvergroting dwingt en verduurzaming remt. Erfpacht biedt dan kansen op regie en betaalbaarheid. • Natuur-inclusieve landbouw: In de erfpachtovereenkomst kunnen afspraken worden gemaakt over bodembeheer, biodiversiteit, het gebruik van bestrijdingsmiddelen en de aanleg van landschapselementen. • Grondmobiliteit: De gemeente kan bepalen dat de grond bij beëindiging van het bedrijf teruggaat naar een “grondbank”, zodat het beschikbaar blijft voor de volgende generatie boeren in plaats van voor investeerders. • Kapitaalverlichting: Voor jonge boeren is het kopen van 50 hectare grond vaak financieel onmogelijk. Erfpacht maakt bedrijfsovername of -start mogelijk zonder miljoenen aan grondkapitaal te hoeven lenen. • Lage erfpachtcanon bij maatschappelijke diensten: De gemeente kan de canon (de jaarlijkse vergoeding) verlagen als de boer publieke diensten levert, zoals natuurbeheer of recreatieve paden op het land.

Ook kan dit helpen bij het overstappen naar natuur-inclusieve landbouw of andere ambitie van de gemeente of de boer. In de huidige woningmarkt kan erfpacht kansen bieden voor sturing op doelgroepen en prijs. • Doelgroepenbehoud: De gemeente kan in de erfpachtvoorwaarden vastleggen dat een woning voor een specifieke doelgroep blijft, ook bij doorverkoop van de opstal. • Zelfbewoningsplicht: Om speculatie tegen te gaan kan de gemeente afdwingen dat de erfpachter er ook daadwerkelijk zelf woont • Duurzaamheid: Als de gemeente strengere eisen wil stellen over bijvoorbeeld circulariteit of energieprestaties, dan heeft zij dar meer regie op. • Woningbouwcorporaties: De instapkosten worden lager omdat de grond niet gefinancierd hoeft te worden, enkel de opstal (het huis). Het is mogelijk dat de woningbouwcorporaties hierdoor meer financieringsmogelijkheden krijgen en sneller kunnen bouwen. • Ingroeiregelingen: De gemeente kan de canon laag houden in de eerste paar jaren om starters (en startups) een betere kans te geven. Gelijke kansen die erfpacht biedt voor wonen en landbouw kunnen ook ingezet worden in bedrijvigheid en de gastvrijheidseconomie. Ondernemers hebben minder financiering nodig en starters kunnen geholpen worden met een tijdelijk lagere canon. Ook hier kunnen voorwaarden gesteld worden gebruik waarmee blijvend gestuurd wordt op kwaliteit en uitstraling.

Kortom; Of het nu gaat om wonen, landbouw, bedrijvigheid of recreatie, erfpacht stelt de gemeente in staat om als ‘maatschappelijk aandeelhouder’ op te treden. Het biedt de juridische instrumenten om sturing te geven aan de kwaliteit en functie van de leefomgeving, terwijl het de financiële drempel voor gebruikers verlaagt. Het is daarom belangrijk om te verkennen of, en onder welke voorwaarden, erfpacht in de toekomst kan worden ingezet. Daarbij is het van belang om zowel de financiële als maatschappelijke effecten goed in beeld te brengen.

11

Kostenverhaal en financiële bijdragen Als de gemeente kosten maakt waardoor de grond van een ander meer waard wordt, willen we dat eerlijk verdelen. Als de gemeente bijvoorbeeld parkeerplaatsen langs de weg aanlegt, zodat op de naastgelegen kavel woningen kunnen komen, dan is het rechtvaardig om deze kosten te verhalen. Daarnaast blijft de gemeente investeren om de leefomgeving te verbeteren: in infrastructuur, groen en water. Denk bijvoorbeeld aan snelle fietsverbindingen, rondwegen, versterken van oevers en kades, musea, sportcomplexen, impulsgelden kleine kernen, et cetera. Nieuwe woningen en bouwprojecten leggen hier druk op en kunnen hier indirect van profiteren. Daarom is het mogelijk om deze kosten op eerlijke wijze te verhalen op initiatiefnemers. Dat doen we nu al via de Nota Kostenverhaal. We stellen voor om deze nota te herzien en te versterken, zodat er meer financiële ruimte ontstaat voor gemeentelijke ambities.

12

Relatie tussen grondbeleid, ruimtelijke ambities en financiële haalbaarheid Grondbeleid is geen doel op zich, maar een middel om maatschappelijke doelen te realiseren en financiële risico’s beheersbaar te maken. Grondbeleid helpt om op tijd en op de juiste plek ruimte beschikbaar te maken voor o.a. woningbouw, infrastructuur, landbouw, economie, recreatie en energietransitie. Dit kan de gemeente volledig zelf doen (actief grondbeleid), ze kan de markt aansturen (facilitair grondbeleid) of een mengvorm van beide (samenwerking met marktpartij). Strategische grondverwerving en duidelijke afwegingen over actief en facilitair, geven ruimtelijke ambities een fundament en financiële consequenties en risico’s worden vooraf inzichtelijk. Op hoofdlijnen is deze relatie als volgt samen te vatten:

Voldoende grond beschikbaar stellen Zorgen dat er op het juiste moment voldoende grond beschikbaar is voor gebiedsontwikkeling. Dit voorkomt stagnatie in ruimtelijke ontwikkelingen. Invloed op ruimtegebruik en kwaliteit De gemeente wil sturen op waar en hoe grond wordt gebruikt. Dit betekent: o Realiseren van gewenste functies (bijv. woningen, bedrijven, groen). o Bewaken van kwaliteit, duurzaamheid en leefbaarheid van de omgeving. Rechtvaardige verdeling van kosten en baten Als de gemeente kosten maakt waardoor de grond van een ander meer waard wordt willen we dat eerlijk verdelen. Grondbeleid regelt deze verdeling via het kostenverhaal. Ondersteunen van ambities Grondbeleid is een instrument om bredere gemeentelijke ambities te realiseren, zoals: o Versnellen van woningbouw o Versterken economie o Recreatie, sport en cultuur voor alle bewoners o Landbouwtransitie en natuur toekomstbestendig maken o Mobiliteit en bereikbaarheid verbeteren o Klimaatadaptatie en energietransitie Regie en risicobeheersing Door actief of faciliterend grondbeleid kan de gemeente: o Regie voeren over ruimtelijke ontwikkelingen. o Financiële risico’s beheersen (actief beleid = meer regie, maar ook de lasten).

13

Proces en Planning We stellen voor om in drie fasen toe te werken naar een nieuwgrondbeleid. De planning is zo opgesteld dat de nieuwe gekozen raad ruimte heeft om hier mee aan de slag te gaan. Verkennende fase (december 2025 – augustus 2026) • Doel: ophalen van opgaven en kaders • Resultaat: terugblik met een overzicht van relevante onderzoeken, kaders en ontwikkelingen Visievormende fase (augustus 2026 –januari 2027) • Doel: opiniërend gesprek met de raad wat heeft geleid tot richtinggevende keuzes • Resultaat: een conceptvisie met hoofddoelen en subdoelen Besluitvormende fase (januari 2027 – maart 2027) • Doel: formele vaststelling van de nieuwe visie op grondbeleid • Resultaat: definitief addendum op de Omgevingsvisie, het Uitvoeringsprogramma grondbeleid en eventueel aanpalende beleidsstukken.

Afronding Als we onze doelen en ambities willen halen, moeten we niet alleen bepalen wat we willen, maar ook de gereedschapskist op orde hebben om te sturen hoe dat er komt. Met deze startnotitie wordt het fundament gelegd voor een helder en zorgvuldig proces richting een toekomstbestendige grondbeleid.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16571003/1