CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Samenvatting bestemmingsplan BGB-I

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Bestimmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân I’3.285 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenvatting bestemmingsplan 29 augustus 2023

‘Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân I’

In het kort Het buitengebied van de gemeente is globaal opgedeeld in twee gebieden. Voor het westelijke deel van de gemeente is in 2017 het bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân’ vastgesteld. Voor het overige deel van het buitengebied geldt dat deze nu nog bestaat uit bestemmingsplannen van de voormalige gemeenten Boarnsterhim (deels), Bolsward, Littenseradiel (deels) en Wymbritseradiel. Voor deze verouderde bestemmingsplannen van de voormalige gemeenten wordt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân II’ opgesteld. Voor het huidige bestemmingsplan ‘Buitengebied SWF’ was het de bedoeling een veegplan te maken. De reden was primair omdat tijdens het beroep tegen de vaststelling van dit bestemmingsplan er volgens de Raad van State op enkele percelen een onjuiste bestemming was gelegd. Deze eigenaren hadden beroep ingesteld en kregen hierin gelijk. Dat moet in het veegplan hersteld worden. Zo is het veegplan ook als voorontwerp ter inzage gelegd en voorgelegd aan de vooroverlegpartners. Gedurende het proces om te komen tot het ontwerpbestemmingsplan is duidelijk geworden dat er vanwege de gewijzigde wet- en regelgeving en gemeentelijke inzichten (bijvoorbeeld stikstof, maar ook de geitenstop) een veegplan niet meer de lading dekt.

Daar komt bij dat een veegplan als het waren over het oorspronkelijke bestemmingsplan komt te liggen en er bij de toetsing dus naar twee bestemmingsplannen gekeken moet worden. Dat is onwenselijk en is verwarrend. Daar komt bij dat een vernieuwd ‘Buitengebied SWF I’ ook gelet op de toekomst gewenst is. De regels van I en II zijn identiek wat de opmaat is voor een toekomstige samenvoeging van deze bestemmingsplan in het Omgevingsplan. Met de ontwerpen van de bestemmingsplannen ‘Buitengebied SWF I’ en ‘Buitengebied SWF II’ zijn er voor het gehele buitengebied (en de agrarische percelen in de kernen) dezelfde regels in de gemeente. Het voorliggende bestemmingsplan ‘Buitengebied SWF I’ is conserverend van aard, wat niet betekent dat niets kan. Binnen het bestemmingsplan zitten flexibiliteitsbepalingen en zijn de gebruikelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt, maar zijn er geen grote nieuwe ontwikkelingen opgenomen. Wel zijn eventueel vernieuwde gebruiks- en bouwregels binnen de gemeente integraal meegenomen in dit bestemmingsplan (bijvoorbeeld vernieuwde definities). Het voorontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen. Voor dit plan geldt dat er destijds geen inloopmiddagen zijn georganiseerd omdat dit participatietraject al is gedaan bij het bestemmingsplan uit 2017 wat grotendeels is overgenomen.

Vervolgens is het ontwerpbestemmingsplan vanaf 30 mei 2023 ter inzage gelegd waarbij eenieder in de gelegenheid is gesteld om een zienswijze in te dienen. Op 29 juni 2023 is een speciaal ingelaste informatieavond voor de agrarische bedrijven in Blauwhuis georganiseerd om uitleg te geven over het bestemmingsplan en de voorschriften hierin.

Wat vraagt de wet van ons? Op basis van de wet- en regelgeving stelt de gemeenteraad een bestemmingsplan vast. Om dit te kunnen doen moet er eerst een ontwerpbestemmingsplan voor zes weken ter inzage hebben gelegen. Binnen deze termijn kunnen belanghebbenden een zienswijzen indienen. Een ontwerpbestemmingsplan is formeel het startpunt van de procedure tot een nieuw bestemmingsplan. Op basis van het ontwerpbestemmingsplan ontstaat er een voorbereidingsbescherming voor nieuwe plannen (vergelijkbaar met een voorbereidingsbesluit). Er moet ook getoetst worden aan het ontwerpbestemmingsplan en als het daar niet aan voldoet, dan kan de ontwikkeling in beginsel niet (meer).

Voordat er een ontwerpbestemmingsplan door het college van B&W wordt vastgesteld, is er een (ambtelijk) voorontwerpbestemmingsplan. Dat is een zogenaamd “praatstuk” met de vooroverlegpartners zoals de provincie en het waterschap (preferente partners). Ook kunnen belanghebbenden een inspraakreactie op dit voorontwerpbestemmingsplan indienen. Een voorontwerpbestemmingsplan heeft verder geen juridische status. Met het voorontwerp en de reacties hierop wordt een beter en bijgeschaafd plan gemaakt wat als ontwerpbestemmingsplan kan worden vastgesteld. Bij de vaststelling van het huidige bestemmingsplan ‘Buitengebied SWF’ zijn inloopmomenten geweest en daar is toen gebruik van gemaakt. Dat heeft in het huidige bestemmingsplan geresulteerd. In de meeste gevallen wordt deze bestemming ook 1-op-1 overgenomen in het voorliggende ontwerpbestemmingsplan.

Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan is de basis het huidige bestemmingsplan. Dat bestemmingsplan is nog redelijk recent. Het nieuwe bestemmingsplan overschrijft het oude bestemmingsplan met nieuwe inzichten, nieuw beleid en de verleende vergunningen.

Op grond van de wet- en regelgeving dient de gemeente bij de vaststelling van het bestemmingsplan de feitelijke (legaal aanwezige) situatie te bestemmen. Dat betekent dat het niet relevant is wat er ooit heeft gespeeld of wat de bestemming in het huidige bestemmingsplan is, maar alleen wat er zich nu afspeelt. Het bestemmingsplan zal de gebruiks- en bouwregels voor de komende periode (vroeger was dit doorgaans tien jaar) gaan bevatten en dat moet dan wel up-to-date zijn.

Hoe hebben wij het aangepakt? Het buitengebied I plangebied is behoorlijk groot. In 2017 is het huidige bestemmingsplan vastgesteld waarbij de regels en mogelijkheden van de oude buitengebied-bestemmingsplannen zijn geharmoniseerd. Die slag is voor dit deel van het buitengebied dus niet meer nodig. Wel zijn er gewijzigde inzichten en is het provinciaal beleid op onderdelen ook ruimer geworden (wat wij dan ook weer vertalen in meer mogelijkheden in ons bestemmingsplan).

Om te beginnen is er een uitgangspuntennotitie buitengebied 2.0 in 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. Dat is bij ‘Buitengebied SWF’ ook gedaan en dat biedt de basis voor de gebruiks- en bouwregels. Daardoor komen er voor de gehele gemeente dezelfde regels voor agrarische bedrijven. Dat is transparant, eerlijk en consequent. Geen onderscheid in mogelijkheden voor bedrijven meer alleen maar vanwege de ligging van dat bedrijf.

De agrarische bedrijven die nu nog in de bestemmingsplannen van dorpen liggen (zogenaamde komplannen) worden ook opgenomen in het buitengebied-bestemmingsplan. Dat heeft meerdere redenen maar de belangrijkste is dat hiermee de regels voor deze boeren gelijk zijn aan de regels voor de boeren die in het buitengebied zitten. Te denken valt bijvoorbeeld aan uitbreidingsmogelijkheden en de kleine windmolens. Bijkomende reden is dat als er een geitenstop wordt opgenomen, dit voor alle agrarische bestemmingen moet gaan gelden en dus daarom is het ook gewenst de agrarische percelen uit de komplannen te halen. Anders zouden er op de agrarische percelen in een dorp (indien aan de milieunormen wordt voldaan) nog wel geiten gehouden mogen worden.

Aanvullend hebben wij de regels van het huidige bestemmingsplan aangevuld met de extra mogelijkheden die wij bieden in het bestemmingsplan voor gebied II. Hierbij moet gedacht worden aan mestopslag binnen de Wonen-woonboerderij bestemming. De stikstofbepalingen hebben wij ook gelijkgetrokken met het andere buitengebied-bestemmingsplannen.

Samenvatting van de ingediende zienswijzen Om snel overzicht te kunnen geven in de aard van de zienswijzen, hebben wij hieronder de belangrijkste aspecten die hierin naar voren zijn gekomen opgenomen. Dat maakt het beeld duidelijker waar de zienswijzen over gaan en hoeveel er waarover gaan.

Allereerst worden hieronder de cijfers van de aantallen benoemd: -

Voorontwerp: 16 inspraakreacties Ontwerp: 91 zienswijzen

Het aantal inspraakreacties wordt verklaard doordat er in het voorontwerp sprake was van een veegplan en alleen de kleine wijzigingen ten opzichte van het bestemmingsplan uit 2017 aan de orde waren. Dit is in de ontwerpfase naar Buitengebied deel I omgezet. Op de ingediende zienswijzen is wel een flinke nuance te maken.

Vooroverlegpartners Drie zienswijzen zijn van zogenaamde vooroverlegpartners. Dit zijn de provincie Fryslân, Rijkswaterstaat en Tennet. Deze zienswijzen zijn gelet op de belangen integraal overgenomen. Veelal ziet dit op tekstuele aanpassingen in artikelen zodat de belangen goed worden beschermd.

Voor de provincie geldt dat wij op advies van de provincie (in voorontwerp) in de regels voor kamperen hebben voorgesorteerd op een verruiming van het aantal kampeermiddelen. Na de verkiezingen heeft PS echter besloten dat deze verruiming (vooralsnog) niet doorgaat en dus moeten wij dit nu weer aanpassen naar de huidige aantallen.

Adviesbureau en stikstof + bouwvlak Voor 44 zienswijzen geldt dat dit een standaardbrief is van een agrarisch adviesbureau met dezelfde tekst over onze stikstofbepaling en het opnemen van een bouwvlak van 2 Ha. Mede door de ophef die is veroorzaakt, is besloten om een informatieavond te organiseren voor de agrarische bedrijven om uitleg te geven over wat ons bestemmingsplan feitelijk wel of niet regelt inzake stikstof. Hetgeen in de zienswijze wordt gesteld en wordt gevraagd is namelijk niet juist. Het bestemmingsplan zoals dat nu wordt voorgelegd respecteert de stikstofrechten die een agrarisch bedrijf op basis van een natuurtoestemming van de provincie heeft.

Afpakken van stikstofrechten van agrarische bedrijven is niet de bedoeling van dit bestemmingsplan en dat is dan ook zo uitgelegd aan de agrarische sector. Op de speciaal ingelaste informatieavond in Blauwhuis waren tegen de 270 mensen aanwezig. Uit de reacties blijkt dat de boodschap goed is overgekomen en dat het beeld is dat de gemeente geen stikstofrechten afpakt. Dat kunnen wij ook helemaal niet aangezien de provincie het bevoegde gezag is. Voor de vele identieke zienswijzen over stikstof geldt dat de meeste opdrachten om een zienswijze in te dienen vermoedelijk al waren gegeven.

Restant zienswijzen

Zienswijzen ingediend:

91 stuks

Vooroverlegpartners:

3 stuks

Adviesbureau

44 stuks

Op basis van bovenstaande zijn er 44 zienswijzen ingediend (die niet standaard zijn). Dat zijn er gezien de omvang van het plan en de hoeveelheid inspraakreacties relatief weinig. Daarbij zijn er ook meerdere zienswijzen die leiden tot een (gedeeltelijke) aanpassing van de regels of verbeelding.

Met deze nuance kan worden geconcludeerd dat er weliswaar zienswijzen zijn ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan, maar dat dit relatief gezien weinig (op verschillende inhoud) zijn voor een dergelijk groot en allesomvattend gebied in het buitengebied.

In de meeste gevallen gaat het dan ook om gevallen dat er op perceelsniveau iets niet of onvoldoende goed is geregeld in de ogen van de indiener van de zienswijze. Ook illegale situaties op een perceel worden geprobeerd te legaliseren met een zienswijze en nieuwe toekomstige ontwikkelplannen ook. Het is een conserverend plan en nieuwe ontwikkeling kunnen hierin niet meegenomen worden tenzij al ruimtelijk onderbouwd is dat de ontwikkeling passend is. Bijvoorbeeld een geluidsonderzoek etc.

Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk alleen indien er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daar is sprake van als een bestemming op een perceel, of een ontwikkeling, geen onevenredige nadelen heeft voor de directe woon- en leefomgeving. Het omzetten van een woonbestemming naar een bedrijfsbestemming is een voorbeeld van een wijziging die eerst goed onderbouwd moet gaan worden. Kan dat zomaar zonder dat het woonklimaat van de buren niet wordt aangetast? Het zomaar opnemen van een dergelijke wijziging kan dus niet want dan is er geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. Dat geldt in de regel voor alle nieuwe ontwikkelingen (die niet aan het bestemmingsplan voldoen). Daarvoor staat de weg open om daar een eigen bestemmingsplan voor te maken of via een vergunning met een afwijking op het bestemmingsplan medewerking te verlenen. In dat traject kan er door de initiatiefnemer worden onderbouwd in een ruimtelijke onderbouwing welke effecten er zijn en hoe zich dat verhoudt met de directe woon- en leefomgeving.

Reactie op zienswijzen (hoofdpunten) In de zienswijzen komen enkele hoofdpunten meerdere keren terug en die zullen hieronder kort worden uitgelegd inclusief de reactie hierop. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar de reactienota op de ingediende zienswijzen.

1. Vergroten bouwvlak In meerdere zienswijzen komt naar voren dat de agrarische bedrijven in plaats van een denkbeeldige rechthoek van 1,5 Ha standard een bouwvlak van 2,0 Ha willen hebben. Ook zijn er bedrijven die nu bijvoorbeeld 1,7 Ha aan bebouwing hebben staan er hier omheen een bouwvlak van 1,7 Ha willen hebben in plaats van de denkbeeldige rechthoek met afwijkingsmogelijkheid naar 2,0 Ha.

Het standaard opnemen van een bouwvlak van 2,0 Ha is om meerdere redenen ongewenst. In het bestemmingsplan is aangegeven dat per denkbeeldige rechthoek of bouwvlak uitsluitend bedrijfsgebouwen ten behoeve van 1 agrarisch bedrijf mogen worden gebouwd. Hier is een afwijking in het bestemmingsplan voor opgenomen zodat met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken voor het bouwen van bouwwerken buiten de denkbeeldige rechthoek van 1,5 hectare, mits de bebouwing ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf wordt gesitueerd binnen een denkbeeldige rechthoek die maximaal 2 hectare bedraagt en die gelegen is op en rondom de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch bedrijf’.

Deze binnenplanse afwijkingsmogelijkheid kan alleen worden toegepast wanneer er sprake is van een denkbeeldige rechthoek met de aanduiding ‘agrarisch bedrijf’. Niet indien er een bouwvlak is. Alle bouwwerken die worden geplaatst buiten de denkbeeldige rechthoek van 1,5 hectare dienen te worden beoordeeld op basis van de in het bestemmingsplan opgenomen afwijkingsmogelijkheid zoals hiervoor omschreven, ondanks van het feit dat de denkbeeldige rechthoek van 1,5 hectare reeds is overschreden. Dus in het geval een huidige bebouwing van 1,7 Ha zou worden vastgelegd in een bouwvlak van 1,7 Ha, dan worden de ontwikkelmogelijkheden voor dit bedrijf naar 2,0 Ha onmogelijk gemaakt. Uitbreiding met de genoemde flexibele binnenplanse afwijkingsmogelijkheid tot maximaal 2 hectare is alleen mogelijk indien er een denkbeeldige rechthoek is en niet in het geval er een bouwvlak is. Daar komt bij dat het opnemen van een bouwvlak tussen de 1,5 Ha en 2,0 Ha voor een grondgebonden agrarisch bedrijf niet past binnen onze algemene uitgangspunten en dit op basis daarvan al onwenselijk is. Hierbij is de beoogde flexibiliteit die wij nastreven om te kunnen groeien naar de 2,0 Ha door het opnemen van het bouwvlak tenietgedaan.

In de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid om van 1,5 Ha naar 2,0 Ha te kunnen groeien, zitten afwegingskaders opgenomen. Zoals bijvoorbeeld de landschappelijke inpassing (Nije Pleats sessie). Als de 2,0 Ha standaard als bouwvlak wordt opgenomen dan heb je geen regulering meer voor wat betreft de landschappelijke inpassing. Daar kom je dan niet meer aan toe.

De kwaliteiten van het buitengebied zoals de openheid moet geborgd blijven en middels de binnenplanse afwijking kan er maatwerk op perceelsniveau worden toegepast inclusief een goede landschappelijke inpassing. Daarom wordt er geen bouwvlak opgenomen.

2. Stikstof Veel zienswijzen zien op de stikstofbepaling in het ontwerpbestemmingsplan. Indieners zijn bang dat er stikstofrechten worden afgepakt met dit bestemmingsplan, met name vanwege de hoofdregel. Veel bedrijven willen dat de Wnb-vergunning (Wet natuurbescherming) die de bedrijven hebben voor wat betreft toegestane stikstofemissie 1-op-1 opgenomen worden als bestaand gebruik in het bestemmingsplan. Dit willen ze graag omdat ze daarmee kunnen uitbreiden (dieren/stal bouwen) zonder een nieuwe toestemming van de provincie of gemeente nodig te hebben. Ze hoeven dan niet te onderbouwen dat er geen extra stikstofemissie is door deze uitbreiding.

Dit kunnen wij als gemeente echter niet zomaar doen. De Raad van State staat dit alleen maar toe indien deze Wnb-vergunning die het bedrijf heeft, “passend is beoordeeld”. Dus er moet een goede afweging zijn geweest met betrekking tot de impact op de beschermde natuurwaarden door de provincie. Daarvan is volgens de Raad van State geen sprake als deze Wnb-vergunning is gebaseerd op de PAS-wetgeving. Helaas zijn dit de meeste Wnb-vergunningen in Friesland. Dat betekent dat wij deze Wnb-vergunningen dus niet 1-op-1 mogen overnemen als deze nog gebaseerd zijn op de PAS-wetgeving.

Maar dat betekent niet dat in het bestemmingsplan stikstofrechten worden afgepakt. Er is gezocht naar een goede en juridisch houdbare hoofdregel om daar uitzonderingen op te maken voor specifieke gevallen. Hierbij is gekeken naar andere gemeenten en naar de uitspraken van de Raad van State. Hoofddoel is de vaststelling van het bestemmingsplan en een juridisch houdbare (hoofd)regel voor wat betreft stikstof. Het wel of niet inperken van stikstofrechten is niet aan de gemeente, maar dat is de bevoegdheid en dus ook de verantwoordelijkheid van de provincie.

In het bestemmingsplan is de hoofdregel dat er op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan (28-09-2023) een soort peilmoment is. Het feitelijk legaal aanwezige gebruik op dat moment is de basis voor de vraag of een nieuwe ontwikkeling leidt tot een toename van stikstofemissie. Deze hoofdregel komt voort uit de uitspraken. Hier is een uitzondering op gemaakt voor de Wnb-vergunningen die in bijlage 7 van het bestemmingsplan zijn opgenomen. Dit zijn vergunningen waarbij geen gebruik is gemaakt van de PAS-wetgeving. Deze twee regels hebben eerder de rechterlijke toets doorstaan.

De hoofdregel betekent niet dat de gemeente op die dag bij elk bedrijf langs gaat. Dit peilmoment is ook in veel gevallen niet relevant. Om aan deze hoofdregel toe te komen, zal eerst de volgende stappen doorlopen moeten worden. -

Er moet sprake zijn van een nieuwe ontwikkeling (uitbreiding op het bedrijf); Deze uitbreiding moet ten opzichte van de hoofdregel leiden tot meer stikstofemissie; Van toename van stikstofemissie is geen sprake als er wel meer emissie is maar dit niet leidt tot toename van stikstofdepositie op een beschermd (overbelast)natuurgebied.

In de meeste gevallen is er dus al geen sprake van een toename van stikstofemissie gelet op de definitie in ons bestemmingsplan. Omdat de hoofdregel niet in alle gevallen recht doet aan de bestaande natuurtoestemmingen zijn in bijlage 7 de verleende natuurtoestemmingen opgenomen die niet op basis van de PAS-wetgeving tot stand zijn gekomen.

Mochten hiermee nog steeds agrarische bedrijven aanwezig zijn die wel een natuurtoestemming hebben maar die niet uit de voeten kunnen met deze twee regels is er ook nog een

afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Hiermee wordt er recht gedaan aan de natuurtoestemming die er ligt. Er worden dus geen stikstofrechten afgepakt (of afgeroomd) op basis van dit bestemmingsplan. Overigens maakt het bestemmingsplan ook niet meer ontwikkelingen mogelijk dan waarvoor een natuurtoestemming aanwezig is. Indien een bedrijf dat zou willen, zal dit bedrijf eerst een provinciale toestemming moeten krijgen voordat het bestemmingsplan hieraan kan meewerken. In die zin wordt er dus, op een andere wijze, tegemoetgekomen aan de insteek van de zienswijzen over stikstof. De natuurrechten worden gerespecteerd in dit bestemmingsplan.

3. Overig (vaak soort gebruik) Er zijn ook zienswijzen ingediend waarbij het ziet op de wijziging van een bestemming of het opnemen van een specifieke aanduiding. Regelmatig in relatie tot recreatie, maar ook met de bedrijfsbestemming. In die gevallen is heel specifiek getoetst of de gevraagde (of bestaande) situatie legaal aanwezig is en/of passend is binnen onze beleidsuitgangspunten. Dat is per perceel maatwerk. Ook de provinciale verordening Romte is hier leidend in.

Daarnaast kunnen nieuwe ontwikkelingen alleen worden meegenomen indien deze ruimtelijk onderbouwd zijn. Dus in het geval er een aanvraag loopt waarbij een ruimtelijke onderbouwing is aangeleverd en deze ruimtelijke onderbouwing is akkoord bevonden (door de preferente partners en de gemeente), dan wordt deze ontwikkeling meegenomen in het nieuwe plan. Voor andere gevallen kan dat niet, want dan is er geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. De wijziging kan dan niet worden meegenomen omdat het bestemmingsplan dan niet voldoet aan de wet- en regelgeving (want geen goede ruimtelijke ordening).

Conclusie In de reactienota is gemotiveerd weergegeven wat het gemeentelijk antwoord op de zienswijze is. Hierbij wordt consequent verwezen naar de Uitgangspuntennotitie 2019 van de gemeenteraad, de nieuwe wet- en regelgeving en het gegeven dat er sprake is van een harmoniserend en conserverend bestemmingsplan. Deze reactie zal na de vaststelling van het bestemmingsplan (eventueel aangepast indien hiertoe wordt besloten door de gemeenteraad) naar de indiener van de zienswijze worden opgestuurd.

Indien de indieners van een zienswijze het niet (volledig) eens zijn met het besluit, dan kunnen zij formeel een beroepschrift indienen tegen het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan.

Om snel te kunnen zien voor welke adressen er een zienswijze is ingediend, is een lijst met indieners zienswijze opgemaakt. Zo kan, indien gewenst, direct op het juiste nummer de reactie en het antwoord worden gezocht. Dit nummer van de zienswijze komt, indien de zienswijze tot een wijziging van de regels of verbeelding leidt, ook terug in de Staat van wijzigingen. Hierin is onderscheid gemaakt in drie soorten wijzigingen welke eigen nummers hebben. Het gaat dan om: -

de A-wijzigingen (wijziging van de regels op basis van een zienswijze) de B-wijzigingen (wijziging van de regels ambtshalve) de C-wijzigingen (wijziging van de verbeelding op basis van een zienswijze of ambtshalve)

Deze wijzigingen zijn per artikel opgenomen voor de overzichtelijkheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13085738/2