CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Regioplan Beschermd Wonen ‘Fryske oanpak Beschermd Wonen’

Raadsvergadering 21 december 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Regioplan ‘Fryske oanpak Beschermd wonen’5.452 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

DE FRYSKE OANPAK BESCHERMD WONEN VANAF 2022 Regio Fryslân

Projectgroep Regioplan

Hoofdstukindeling 1

Inleiding

2

Ontwikkelingen

3

Waar staan we nu 3.1. SDF 3.2. Friese visie 3.3. Samenwerking 18 Friese gemeenten en De Friesland 3.4. De 10 bouwstenen en vier clusters

4

Zo willen wij er uitvoering aan geven in Friesland 4.1 Definitie Beschermd wonen en doelgroep 4.2. Regionale en lokale inkoop 4.3. Wat gaat er veranderen door de doordecentralisatie en het woonplaatsbeginsel 4.4. Hoe gaan we in Friesland om met de budgetten 4.5 Regionale afspraken

1

1.

Inleiding

Voor 2015 was de centrumgemeente Leeuwarden verantwoordelijk voor de maatschappelijke opvang (MO), de vrouwenopvang (VO) en de openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ). Bij de decentralisatie in 2015 heeft de centrumgemeente een nieuwe taak erbij gekregen, namelijk Beschermd Wonen (BW). Om de taken goed uit te kunnen voeren is in samenwerking met alle gemeenten in Friesland de nieuwe samenwerkingsconstructie Sociaal Domein Fryslân (SDF) opgezet. Wij willen dat mensen met een psychische kwetsbaarheid of een verslaving zo veel mogelijk zelfstandig thuis wonen. Mensen die niet zelfstandig kunnen wonen, krijgen begeleiding thuis of in een instelling. Zij kunnen niet goed zelfstandig leven omdat zij vaak verschillende problemen tegelijkertijd hebben. Bijvoorbeeld psychische problemen, schulden, een verslaving of een licht verstandelijke beperking. Het doel is mensen zoveel als mogelijk zelfstandig te laten wonen in hun eigen wijk of buurt. Dat kan ook als zij zorg en begeleiding thuis krijgen. Bijvoorbeeld hulp om de dag in te delen. Of een therapie om van een verslaving af te komen. Zij hoeven dan niet te verhuizen naar een instelling. Als kwetsbare mensen (met bijvoorbeeld een psychische stoornis) in hun eigen wijk wonen, kunnen zij gemakkelijker meedoen aan de samenleving. Want daar kunnen zij meer sociale contacten hebben.

Op deze manier zijn er minder beschermd wonen instellingen nodig. Een kleine groep kan niet thuis blijven wonen, ook niet met begeleiding en hebben een huis nodig waar dag en nacht hulpverleners zijn. Dat heet beschermd wonen. Bij beschermd wonen leren mensen hoe zij voor zichzelf kunnen zorgen. Bijvoorbeeld hoe ze hun eigen kamer schoon houden. Zij krijgen hulp om hun dag in te delen. En hulp om beter om te gaan met hun psychische kwetsbaarheid of hun verslaving. Beschermd wonen is bedoeld voor cliënten die door omstandigheden (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen wonen en waarbij een aanbieder voor beschermd wonen de cliënt (enige tijd) in een 'gecontroleerde' omgeving opvangt. Het gaat om cliënten met psychische of psychosociale problematiek. Beschermd Wonen In 2015 heeft de landelijke commissie Dannenberg de opdracht gekregen om een visie op beschermd wonen en maatschappelijke opvang op te stellen. De commissie Dannenberg heeft in het rapport “Van beschermd wonen naar beschermd thuis” deze toekomstvisie uitgewerkt. In dit rapport staat beschreven dat mensen met psychiatrische en sociaal-maatschappelijke problemen hun zelfstandigheid vaker kunnen behouden als passende ondersteuning in de thuissituatie sneller beschikbaar is.

Er is behoefte aan een verschuiving naar meer ambulante vormen van ondersteuning waarbij meer focus is op netwerken in de wijk en ondersteuning bij mensen thuis. Daarnaast wordt ingezet op het vergroten van de zelfstandigheid en participatie van mensen die nu in de MO en BW zitten. Het Rijk en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben in 2015 afgesproken dat de taak van beschermd wonen en maatschappelijke opvang uiteindelijk een taak van alle gemeenten moet worden, in plaats van een taak van alleen de centrumgemeenten. Alle gemeenten zijn daarom gevraagd in 2017 een visie op de maatschappelijke opvang en beschermd wonen te ontwikkelen. In Friesland hebben wij sinds 2017 een Friese visie op BW en MO die nog steeds actueel is. Om alle gemeenten verantwoordelijk te maken voor de BW en MO was het plan om de doordecentralisatie van taken voor BW en MO per 2021 daadwerkelijk te effectueren. Alle voorbereidingen zijn de afgelopen jaren gericht geweest om inhoudelijk en financieel de doordecentralisatie per 2021 (toenmalige streefdatum) te realiseren. Alle gemeenten in Nederland

2

zijn daarom gevraagd een regioplan BW en MO op te stellen. Ook in Friesland zijn wij daar gezamenlijk mee aan de slag gegaan in 2018. Begin 2019 is er door de Friese gemeenten een opdracht opgesteld om tot één regioplan te komen. Eén externe programmaleider heeft met een projectgroep van Friese ambtenaren vanaf april 2019 gewerkt aan het realiseren van het regioplan. Er zijn gesprekken gevoerd met wethouders, aanbieders, beleidsmedewerkers, ervaringsdeskundigen, vertegenwoordigers van cliënten en Wmoen familieraden. Het plan dat in november 2019 door de programmaleider en projectgroep is gepresenteerd voldeed niet aan de verwachtingen van de Friese gemeenten en zij hebben samen een brief aan de staatssecretaris verzonden dat de Friese gemeenten geen regioplan indienen. De Friese gemeenten zijn van mening dat er meer inhoudelijke en financiële duidelijkheid nodig is om te komen tot een regionaal plan dat voldoet aan de eisen die het ministerie van VWS hiervoor heeft gesteld. Er zijn meer gemeenten die geen regioplan hebben ingediend en die zouden allemaal door een nog in te stellen Taskforce Beschermd Wonen worden bezocht. De Taskforce is (nog) niet ingesteld en er is ook geen reactie op de brief gekomen. In de tussentijd heeft de projectgroep een nieuwe opdracht van de Friese gemeenten ontvangen en zijn er twee projectleiders uit de eigen organisaties aangesteld.

2. Ontwikkelingen In 2019 was er lang onduidelijkheid over wat nu wel of niet vanuit het ministerie van VWS in het regioplan zou moeten staan. In oktober 2019 heeft het ministerie opnieuw per brief de eisen aan het regioplan aangegeven. In het regioplan moeten de volgende onderdelen zijn vastgelegd. 1. Een inhoudelijke visie uitgewerkt en geconcretiseerd. 2. De verdeling van verantwoordelijkheden tussen gemeenten in de regio. 3. De verdeling van het beschikbare budget en financiële risico’s. 4. De wijze waarop samengewerkt gaat worden tussen gemeenten binnen de regio. 5. De wijze waarop samengewerkt gaat worden met andere betrokken partners binnen de regio (o.a. aanbieders, cliënten en hun naasten, verzekeraars, corporaties). 6. De wijze waarop de overgangsfase tussen de nieuwe en oude verdeling van financiële middelen vormgegeven zal worden en hoe hierbij geborgd zal worden dat bestaande en nieuwe cliënten weten waar ze aan toe zijn. Tijdens het opstellen van het regioplan in 2019 werd duidelijk dat de doordecentralisatie van taken naar de gemeenten werd opgeschoven van 2021 naar destijds 2022. Er waren twee belangrijke redenen voor het uitstel. Eén was de onduidelijkheid over het financiële verdeelmodel. Ten tweede het advies van het landelijke expertiseteam van het ministerie van VWS en de VNG om de doordecentralisatie met een jaar uit te stellen.

Eind 2021 werd duidelijk dat de decentralisatie van BW opnieuw werd uitgesteld tot 1 januari 2023. Vervolgens liet de staatssecretaris in februari 2022 weten dat in verband met de langdurige kabinetsformatie en het advies van de Raad van State over invoering van het woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen per januari 2023 niet langer haalbaar was. 30 Juni 2022 liet de staatsecretaris weten dat de verwachting was dat de decentralisatie per 1 januari 2024 door zou gaan. Concreet zou dit besluit betekent hebben dat alle gemeenten per 2024 de middelen voor BW ontvangen op basis van een objectief verdeelmodel en de hieraan gekoppelde invoering van het woonplaatsbeginsel. In de huidige situatie ontvangen alleen de centrumgemeenten deze middelen. Natuurlijk geldt daarbij wel het geleidelijke ingroeipad van 10 jaar dat al eerder was vastgesteld. 3

Nieuw is het voornemen om de samenwerking tussen gemeenten beter in de wet te verankeren. Op 22 mei 2023 werd bekend dat de decentralisatie uitgesteld wordt naar 1 januari 2025 omdat het niet langer haalbaar bleek het onderwerp in 2023 te agenderen op de agenda van de Eerste kamer. Inmiddels is het dossier controversieel verklaard als gevolg van het demissionair verklaren van het kabinet. Onduidelijk is wanneer de doordecentralisatie gaat plaatsvinden. In Friesland vervolgen we de ingeslagen weg. Vanuit die insteek vormen onderstaande bouwstenen de basis voor onderliggend regioplan Het landelijke expertiseteam heeft de volgende 10 bouwstenen voor de doordecentralisatie benoemd: 1. Overgang met een ingroeipad van 10 jaar 2. Verplichte regionale samenwerking 3. Overgangssituatie voor cliënten 4. Uitname WLZ / Verdeelmodel / passend ingroeipad 5. Kostenverrekening of woonplaatsbeginsel 6. Landelijke inkoop van enkele specialistische voorzieningen 7. Landelijke afspraken als basis 8. Taskforce 9. Monitoring, evaluatie en bijsturing 10. Specifieke thema’s Voor een goed begrip zijn de bouwstenen geclusterd die in samenhang worden opgepakt. - Cluster Financiële uitwerkingsvragen (bouwstenen 1,3,4, 5 en 6) - Cluster Regionale samenwerking (bouwstenen 2 en 10) - Cluster Landelijke afspraken (bouwsteen 7) - Cluster Doorontwikkeling (bouwstenen 8 en 9)

In hoofdstuk 3 zijn de bouwstenen op onderdelen voor onze regio uitgewerkt. Eén van de consequenties is dat de decentralisatie van de MO met 4 jaar is uitgesteld tot 2026. De VO, de MO en de OGGZ blijft vooralsnog een centrumgemeentefunctie.

4

3.

Waar staan wij nu

3.1.

SDF

Het Sociaal Domein Fryslân (SDF) is een gemeenschappelijke regeling van de Friese gemeenten voor de uitvoering van taken op het gebied van jeugd, Wmo en participatie. SDF is in 2015 als samenwerkingsconstructie opgezet voor o.a. de beleidsvoorbereiding en ontwikkeling van Beschermd Wonen en de inkoop en contractering van Beschermd Wonen. Sinds de openstelling van de Wlz zien we een gestage afname van het aantal unieke cliënten in Beschermd wonen. Op 1 januari 2023 verblijven er nog 513 Friese cliënten met een indicatie Beschermd wonen. In 2022 waren de totale kosten voor het organiseren van Beschermd wonen voor Friese bewoners ca. 30 miljoen. Gemiddeld kost een voorziening Beschermd wonen 55.000,-. De tekorten of overschotten op het Beschermd Wonen budget van de centrumgemeente is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de Friese gemeenten. Deze gemeenten dragen ook bij aan de uitvoeringsorganisatie van SDF. In 2022 is de constructie en werkwijze van SDF geëvalueerd. De governance van 2022 en verder is aangepast, waarbij de verantwoordelijkheden en overlegstructuren duidelijker zijn bepaald.

3.2.

Friese visie

Eind 2017 is de Friese toekomstvisie opvang en beschermd wonen vastgesteld (zie bijlage 1). Gemeenten stellen daarin dat zij voor de uitdaging staan om een verschuiving vanuit de intramurale voorzieningen te bewerkstellingen naar ‘nieuwe vormen’ van ondersteuning thuis, in de eigen woonomgeving. Daarbij moet steeds aandacht zijn voor het bieden van ondersteuning die aansluit bij de zorgbehoefte van de inwoner, die doelmatig en van goede kwaliteit is. De gezamenlijke visie past bij de beweging die wordt ingezet. In de visie zijn drie uitgangspunten geformuleerd. Deze uitgangspunten zullen, ongeacht de randvoorwaarden, de wijze van organiseren en de financiering, actueel blijven gedurende de huidige contractperiode (2022-2026). Het betreft de volgende drie uitganspunten: Friese uitgangspunten voor invulling opvang en beschermd wonen Uitgangspunt 1: We volgen de ondersteuningsbehoefte van de cliënt Om de ondersteuning die we als Friese gemeenten inzetten zo succesvol mogelijk te laten zijn, sluiten we zo veel mogelijk aan bij de ondersteuningsbehoefte van de cliënt. Wat heeft een cliënt nodig om zo zelfredzaam als mogelijk deel te nemen aan de maatschappij? We zijn er van overtuigd dat motivatie van de cliënt de sleutel tot succes is. Daarom investeren we voldoende tijd en aandacht in het (levens)verhaal van de cliënt, zijn/haar drijfveren en angsten.

Uitgangspunt 2: Lokale ondersteuning, tenzij Als Friese gemeenten vinden we het voorkomen van instroom in opvang of (tijdelijk) verblijf in een beschermde woonvorm erg belangrijk. Dat geldt ook voor het stimuleren van de uitstroom uit beschermd wonen en opvang naar een eigen woning in de maatschappij. We investeren daarom in ondersteuning die er voor zorgt dat mensen zo veel en zo lang mogelijk in hun eigen omgeving en eigen woning blijven- of weer gaan wonen. Het gaat dan om: • Voorkomen dat iemand in de opvang komt of verblijf in een beschermde woonvorm nodig heeft. • Voorkomen dat zwaardere vormen van zorg moeten worden ingezet. • Voorkomen van terugval na uitstroom uit de opvang of een beschermde woonvorm.

5

Uitgangspunt 3: Voldoende beschikbaarheid van hoogwaardige specialistische voorzieningen Als Friese gemeenten vinden we het belangrijk om alle inwoners van Friesland passende ondersteuning te kunnen bieden. Als Friese gemeenten willen we hierin samenwerken en zetten daarbij volop in op preventie. We realiseren ons daarbij dat er inwoners zijn die behoefte (blijven) houden aan meer specialistische voorzieningen (intramuraal). Waar mogelijk zetten we deze vormen van specialistische voorzieningen tijdelijk in om inwoners daarna uit te laten stromen naar een eigen, zelfstandige woning. Indien nodig zijn deze specialistische voorzieningen ook voor een langdurende periode beschikbaar. Vooruitblik en beweging in beeld De kern van de beweging is de verdere ambulantisering in de regio Friesland. Schematisch is de opgave middels onderstaande afbeeldingen weergegeven. In de twee onderstaande schema’s is de vooruitblik en beweging die wij wensen weergegeven.

De Wet Langdurige Zorg (Wlz) is per 1-1-2021 opengesteld voor mensen met een psychiatrische grondslag.

3.3.

Samenwerking 18 Friese gemeenten en zorgverzekeraar De Friesland

In de Friese Samenwerkingsagenda 2022-2025 werken de Friese gemeenten en De Friesland zorgverzekeraar samen om de zorg efficiënt, effectief en kostenneutraal te verbeteren en om vitaliteit te vergroten. De focus ligt op het verbinden van het zorg domein en het sociale domein. Reden is dat we in Friesland staan voor grote maatschappelijke uitgaven. De kosten van de zorg en het sociaal domein stijgen explosief. De vraag neemt toe en het aanbod is onvoldoende. Hoe houden we de zorg en ondersteuning beschikbaar, betaalbaar en van goede kwaliteit? Gemeenten, zorgverzekeraars en het zorgkantoor bepalen als grote financiers van de Wmo, Jeugdwet, WLZ en ZVW in belangrijke mate welke zorg aan de Friese inwoners wordt geboden. Het is belangrijk om duidelijke afspraken te maken over de ondersteuning, zorg en preventie, ieder vanuit zijn eigen

6

verantwoordelijkheden. Een gedeelde visie, een gezamenlijke strategie en nauwe samenwerking is essentieel om de zorg en ondersteuning beschikbaar en betaalbaar te houden. De Friesland werkt daarom al jaren samen met de Friese gemeenten. Lokaal, soms met meerdere gemeenten en soms Friesland breed. Om de samenwerking en de resultaten te bundelen en hierdoor wat meer kracht bij te zetten werken we nu met een Friese samenwerkingsagenda met gedeelde ambities. Deze regionale agenda sluit ook heel goed aan bij de afspraken die de VNG, het ministerie van VWS en Zorgverzekeraars Nederland hebben gemaakt over de niet-vrijblijvende regionale samenwerking, het landelijk programma Juiste Zorg op de Juiste Plek en de verschillende hoofdlijnenakkoorden. Om de samenwerking structuur te geven en niet vrijblijvend te laten zijn is er bestuurlijk commitment, coördinatie en inzet nodig. Zowel aan de kant van de gemeenten als aan de kant van de verzekeraar. De samenwerkingsagenda heeft als ambitie en visie: ‘Een lang, gelukkig en gezond leven voor alle Friese burgers!’ Het doel is om de domein overstijgende samenwerking te versterken en verder te ontwikkelen om vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid de zorg en ondersteuning voor de Friese burger slimmer te organiseren en beschikbaar en betaalbaar te houden.

We werken samen aan de volgende thema's: • Ouderen • Preventie • GGZ • Jeugd Voor 2022-2025 is gekozen om als eerste in te zetten op vier ambities vanuit de verschillende thema’s. Hierbij is gekeken naar urgentie, de impact voor de Friese burger, het effect op de zorgkosten en de effort die het kost om de ambitie op te pakken. Per ambitie is begin 2022 een plan van aanpak gemaakt waarin is afgesproken hoe we met deze ambitie aan de slag gaan, wie erbij worden betrokken, wie welke rol heeft. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande capaciteit en uitvoeringstaken. De vier ambities zijn: 1. Dementie: In 2025 hebben thuiswonende ouderen met dementie én hun directe omgeving toegang tot de juiste zorg op het juiste moment. 2. Vroegsignalering 18 -: In 2025 worden jongeren onder de 18 jaar met signalen die wijzen op o.a schizofrenie gezien zodat vroegtijdig passende zorg en ondersteuning kan worden ingezet vanuit bijvoorbeeld de Jeugdwet om opname bij jong volwassenheid te voorkomen. 3. 18-/18+: In 2025 ontvang je, wanneer je als jongere zorg & ondersteuning hebt ontvangen vanuit de Jeugdwet, ook na je 18e verjaardag voldoende zorg door vloeiende overgang van jeugdzorg naar Zvw, Wmo of Wlz. 4. Welzijn op recept: In 2025 worden burgers door huisartsen op efficiënte wijze doorverwezen naar welzijn en het sociaal domein door uitrol van Welzijn op Recept binnen Friesland

3.4.

De 10 bouwstenen en vier clusters

De 10 bouwstenen zijn onderverdeeld in 4 clusters. Per cluster wordt de huidige stand van zaken gegeven.

7

3.4.1. Cluster Financiële uitwerkingsvragen (bouwstenen 1,3,4, 5 en 6) Bouwsteen 1: Verdeelmodel en ingroeipad Het Rijk heeft een nieuw financieringsmodel opgezet. In plaats van het huidige historische verdeelmodel komt er een objectief verdeelmodel met bijbehorend ingroeipad van de gelden voor Beschermd wonen. Dit model moet meer recht doen aan de landelijke opgave en spreiding van Beschermd wonen voorzieningen in de regio’s. Vanaf het moment van doordecentralisatie blijft de centrumgemeente verantwoordelijk voor de bestaande cliënten en worden alleen nieuwe cliënten een lokale verantwoordelijkheid. Hiervoor is een ingroeipad van 10 jaar. In hoofdstuk 4 is opgenomen hoe we hier in Friesland mee om gaan.

Bouwsteen 3: Overgangssituatie & nieuwe cliënten De huidige cliënten van zowel Intramuraal BW als de ambulante vormen ThuisBasis en JongThuis met een lopende indicatie vallen onder de huidige centrumgemeente tot einde ingroeipad. Nieuwe cliënten vallen vanaf de datum van doordecentralisatie onder de lokale gemeente. De definitie van nieuwe cliënten is vastgesteld door de Commissie Zorg, jeugd en onderwijs van de VNG. • Een nieuwe cliënt is een inwoner die (a) het afgelopen jaar (365 dagen teruggerekend vanaf de datum dat de cliënt zich meldt geen aanvraag heeft gedaan en geen gebruik heeft gemaakt van voor een (b) BW-voorziening in de regio waar hij/zij zich meldt. Bouwsteen 4: Uitname Wet Langdurige Zorg Het Rijk heeft besloten om de Wet langdurige zorg (Wlz) vanaf 2021 open te stellen voor mensen met chronische psychiatrische en psychische klachten. Aanvankelijk werd gedacht dat dit landelijk zou betekenen dat ongeveer een derde van de huidige Beschermd wonen populatie onder de Wlz gaat vallen en dat een even groot deel van het BW budget overgeheveld zou worden naar de Wlz. Voor Friesland betekende dit dat vanaf 2021 het budget met een bedrag van € 16,7 mln. is gekort. De afgelopen 2 jaar is gebleken dat het BW budget ruimschoots voldoende geweest.

Bouwsteen 5: Kostenverrekening of woonplaatsbeginsel Uit onderzoek van AEF is gebleken dat het scenario woonplaatsbeginsel het beste aansluit op de visie op BW en vormt de beste prikkel voor het vormgeven van lokale ondersteuning. Als alle gemeenten de verantwoordelijkheid gaan dragen voor BW, dan moet ook de volle verantwoordelijkheid voor BW voor de inwoners van de gemeente bij de herkomstgemeente liggen. Bovendien sluit dit scenario het beste aan bij het nieuwe verdeelmodel BW. Kostenverrekening is volgens de specialisten van VWS en de VNG juridisch niet haalbaar omdat het complex is om de verantwoordelijkheidsverdeling tussen herkomstgemeente, aanmeldgemeente en BW-gemeente in de wet vast te leggen. Daarnaast gaat kostenverrekening voorbij aan het budgetrecht van de gemeenteraad en beperkt het de

8

beleidsvrijheid van gemeenten. De definitieve uitwerking van het woonplaatsbeginsel en de besluitvorming heeft in 2022 plaatsgevonden. Voor nieuwe cliënten met wettelijke vormen van BW gaat het woonplaatsbeginsel gelden. Dit houdt in dat de gemeente waar zij woonden vóór de start van hun BW-traject verantwoordelijk is voor deze cliënten. Nieuwe cliënten met andere vormen van BW vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente waar deze cliënten op dat moment wonen. Voor bestaande cliënten met een wettelijke vorm van BW gaat het overgangsrecht gelden. Hierdoor blijft de gemeente die de beschikking oorspronkelijk heeft afgegeven verantwoordelijk voor deze cliënten. Het is belangrijk om te benadrukken dat dit overgangsrecht dus níet geldt voor bestaande cliënten met tussenvormen van BW: zij blijven onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen waar de cliënt woont (gelijk aan andere vormen van ondersteuning via de Wmo). Bouwsteen 6: Landelijke inkoop specialistische voorzieningen Binnen het landelijke Sociaal Domein kiezen we zoveel mogelijk voor een lokale aanpak, waarbij afzonderlijke gemeenten verantwoordelijk zijn voor eigen beleid en financiering. Op diverse terreinen zien we echter dat aanbieders actief zijn die zeer specialistische functies aanbieden. Cliënten die een beroep op deze functies doen komen uit het gehele land. Het gaat voor BW om 5 aanbieders. 1.

Fier – opvang en ondersteuning van slachtoffers internationale mensenhandel; 2. Fonteynenburg – combinatie GGZ + auditieve beperking; 3. Lister – woon- en ontwikkelplek voor mensen die jarenlang hebben geworsteld met een eetstoornis en een langdurige klinische opname hebben gehad; 4. Thuisbasis Veteranen (Compound) – beschermd wonen voor veteranen met PTSS; 5. De Parelhoenderhoeve – mensen met een velocardiofaciaal syndroom, een aangeboren aandoening aan het zachte gehemelte, het hart en het gezicht. Hiervoor worden landelijk nog aparte afspraken (VNG en het Rijk) gemaakt voor financiering en contractering. 3.4.1.1.

Cluster Regionale samenwerking (bouwstenen 2 en 10)

Bouwsteen 2: Verplichte regionale samenwerking De VNG heeft een algemene visie op regionale samenwerking ontwikkeld en uitgewerkt in een Norm voor Opdrachtgeverschap, die zowel betrekking heeft op ‘jeugd’ als beschermd wonen. Deze visie gaat over de wijze waarop de niet-vrijblijvende (financiële) samenwerking moet worden vormgegeven. Deze Norm voor Opdrachtgeverschap is gericht op een zorgvuldige transformatie van het zorglandschap, het borgen van continuïteit van met name de specialistische zorg en ondersteuning, en het zoveel mogelijk beperken van administratieve lasten. . De Norm voor Opdrachtgeverschap voor Beschermd wonen en maatschappelijke opvang wordt ook voor Friesland de norm. Dit regioplan is hiervan de uitwerking. Bouwsteen 10: Regio’s Op landelijk niveau is er veel discussie over de indeling en grootte van de regio’s. In Friesland speelt deze discussie niet. De 18 Friese gemeenten zijn verenigd in een regio en willen daaraan vasthouden en past binnen de landelijke richtlijnen. 3.4.2. Cluster Landelijke afspraken (bouwsteen 7) Bouwsteen 7: Landelijke afspraken Wij werken in Friesland mee aan verschillende programma’s en initiatieven. Wij hebben samen met de 3 noordelijke provincies de overgang van cliënten naar de wet langdurige zorg goed laten 9

verlopen. De samenwerking met het zorgkantoor op dit gebied is ook goed verlopen. De 18 gemeenten in Friesland nemen deel aan het programma ‘Weer thuis’ vanuit het Rijk. Er is een convenant gesloten tussen gemeenten en woningbouwcorporaties om een groter aanbod van woningen te creëren voor die cliënten die kunnen uitstromen uit een intramurale voorziening. Er wordt nu gewerkt met geografische spreiding, uitstroommonitoring en een Transferpunt. 3.4.3. Cluster Doorontwikkeling (bouwstenen 8 en 9) Bouwsteen 8: Taskforce Nieuwe inzichten rondom bouwsteen 2 (verplichte regionale samenwerking) maken dat bouwsteen 8 anders wordt ingevuld. Er komt geen aparte Taskforce, maar er wordt aansluiting gezocht bij de structuren rondom de Norm voor Opdrachtgeverschap voor Jeugd en BW. Bouwsteen 8 wordt afgesloten. De doelen en taken worden opgepakt via bouwsteen 2. Bouwsteen 9: Monitoring en evaluatie Er zijn in de afgelopen periode verschillende onderzoeken uitgevoerd zodat de Tweede kamer tot definitieve besluitvorming over de doordecentralisatie over kon gaan. Als de doordecentralisatie heeft plaatsgevonden zal, bij de eerste evaluatie, een besluit genomen worden over de doordecentralisatie van de maatschappelijke opvang.

10

4 Zo willen wij er uitvoering aan gaan geven in Fryslan 4.1.

Definitie Beschermd Wonen & doelgroep

Beschermd Wonen maakt onderdeel uit van de Wmo en is voor mensen die niet zelfstandig of met begeleiding thuis mee kunnen doen. Zij hebben een specialistische vorm van wonen en zorg nodig. Onder Beschermd Wonen wordt verstaan (artikel 1.1.1 Wmo 2015): “wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving”. Landelijk is er besloten om de huidige definitie van BW te handhaven. Er bestaat echter wel behoefte aan een nadere duiding van het begrip ”wonen in een accommodatie van een instelling”. Een te enge benadering van BW kan in de praktijk een hindernis voor geslaagde extramuralisatie van BW-cliënten zijn. Want er zijn dan officieel nog maar 2 smaken: to BW or not to BW. Deze onduidelijkheid is niet per sé in het belang van de cliënt.

Als er geen tussenvorm beschikbaar is tussen enerzijds all-inclusive BW met 24/7 toezicht en anderzijds ‘wonen met begeleiding’ (lokaal arrangement) bestaat het risico dat cliënten ofwel te dure zorg, ofwel ontoereikende zorg zullen ontvangen. In Friesland gaan we niet uit van de nauwe uitleg van de wet. Wij vinden dat er meer vormen van Beschermd Wonen zijn die aansluiten bij hetgeen een cliënt nodig heeft. We zijn van mening dat sommige vormen lokaal en andere regionaal moeten worden ingekocht. De verantwoordelijkheidsverdeling tussen lokaal en regionaal moet ook helder zijn. Friese aanpak Bij Beschermd Wonen zijn een aantal componenten aan te wijzen die de cliënten in meer of mindere mate nodig hebben in Beschermd Wonen. • Wonen met/zonder hotelmatige component • 24 uur toezicht /enige behoefte aan toezicht • Nachtdienst wacht op afroep / slaapwacht / wakende wacht • Zorgverlening volgens afspraak en direct oproepbaar / voortdurend in de nabijheid • Begeleiding (intensief / minder intensief – gepland /ongepland) • Client leert hulpvraag stellen / cliënt leert hulpvraag uitstellen

11

4.2.

Regionale en lokale inkoop

Dit brengt ons als Friese regio bij de volgende indeling van de verschillende vormen van Beschermd Wonen. Deze inkoop betreft twee percelen met verschillende producten en voor elk perceel een andere looptijd: Percelen

Inkoop Beschermd Wonen 2022

Looptijd contracten

Perceel 1 intramuraal

2+1+1+1

Perceel 2 ambulant

1+1+1+1

Producten Beschermd wonen intramuraal Thuisbasis Jongthuis Nazorg

In Friesland is er voor gekozen om de intramurale zorg en de ambulante (tussenvormen) van BW gezamenlijk in te kopen. Voordeel van deze keuze is dat wij overal in de provincie hetzelfde product aanbieden met gelijke tarieven en een gelijk afwegingskader. Een goede lokale en regionale aansluiting draagt ook bij aan de ambulante infrastructuur op lokaal niveau zodat meer mensen thuis met begeleiding kunnen blijven wonen en minder snel gebruik hoeven te maken van Beschermd Wonen. Het is in het belang van elke Friese gemeente dat een goede lokale zorginfrastructuur wordt doorontwikkeld met bijvoorbeeld voldoende ambulante ggz, begeleiding, dagbesteding, tijdelijk verblijf en ontmoeting die goed aansluit op de regionaal ingekochte Beschermd Wonen voorzieningen. De intramurale capaciteit kan worden afgebouwd en de lokale ambulante infrastructuur kan worden opgebouwd.

4.3.

Wat gaat er veranderen door de decentralisatie en de invoering van het woonplaatsbeginsel?

De decentralisatie door het Rijk van Beschermd Wonen per maakt dat een aantal zaken gaan veranderen. De lokale toegang en de regionale expertise Bij de inkoop in 2018 is de toegang lokaal belegd bij de gebiedsteams van de Friese gemeenten. Vanaf september 2019 werken wij in Friesland met een regionaal expertiseteam BW. Met deze keuze is de toegang een gezamenlijke verantwoordelijkheid waarbij de beslissingsbevoegdheid naar het expertiseteam is verschoven. Het expertiseteam is ingezet als een tijdelijk instrument. Op basis van de uitkomsten van de eerdere evaluatie in 2021 hebben de gemeenten aangegeven nog door te willen gaan met het team en voor twee jaar middelen beschikbaar te stellen. Deze periode loopt dit jaar af. Een evaluatie over de inzet van het expertiseteam heeft in het voorjaar 2023 plaatsgevonden. Met deze evaluatie hebben we de behoefte van alle Friese gemeenten geïnventariseerd en op basis daarvan een voorstel gedaan voor het inrichten en het borgen van kennis en deskundigheid over Beschermd wonen in de regio Friesland. Het PO SDF heeft ingestemd met het advies om door te gaan met een afgeslankt expertiseteam vanaf 1 januari 2024.

12

Provinciaal afwegingskader Om de toegang goed te organiseren is een werkgroep opgericht die een provinciaal afwegingskader heeft ontwikkeld die aansluit bij de nieuwe inkoop. Contractmanagement, beleidsvoorbereiding en toezicht In Friesland is besloten om contractmanagement, beleidsvoorbereiding en toezicht voor te zetten op de huidige wijze. Er zijn twee werkgroepen, contractmanagement en toezicht, gevraagd de huidige werkwijze te voorzien van aanbevelingen voor het optimaliseren van de uitvoering. Om het toezicht op de regionaal gecontracteerde ondersteuning goed te kunnen uitvoeren is het noodzakelijk dat het kwaliteitskader BW houvast biedt bij het toezicht op de kwaliteit. Geadviseerd is dat het kwaliteitskader integraal onderdeel uitmaakt van de inkoopdocumenten en het contract. De Friese toezichthouders zijn betrokken geweest bij het opstellen van het kwaliteitskader. Hetzelfde doel en een gezamenlijk resultaat, dat is de ambitie van de regionale en lokale contractmanagers. De Wmo 2015 heeft als doel om inwoners van Friesland zo passend mogelijk te ondersteunen bij het herstel van zelfredzaamheid en participatie. Contractmanagement is een middel om dat doel te bereiken. Goede samenwerking tussen lokale en regionale contractmanagers hoort daarbij omdat op deze wijze optimaal gestalte wordt gegeven aan kwalitatief goede zorg en ondersteuning voor de inwoners van Friesland.

4.4.

Hoe gaan we in Friesland om met de budgetten?

Vanaf het moment van doordecentraliseren gaan de rijksmiddelen voor nieuwe cliënten (instroom vanaf datum doordecentralisatie) naar de individuele gemeente. Op basis van een verdeelmodel opgesteld door AEF zullen de individuele gemeenten een budget ontvangen voor Beschermd Wonen. Tegelijkertijd wordt het woonplaatsbeginsel ingevoerd voor mensen die een intramurale vorm van Beschermd wonen hebben. Momenteel zijn centrumgemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van Beschermd wonen, maar met de doordecentralisatie worden alle gemeenten hier verantwoordelijk voor. Met deze verschuiving van verantwoordelijkheden, vindt er ook een verschuiving van budget plaats. In onderstaande tabel is weergegeven welke gemeente voor welke cliënt verantwoordelijk wordt, en op welke wijze de financiering voor deze cliënten wordt vormgegeven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande cliënten en nieuwe cliënten. Bestaande cliënten zijn cliënten die een beschikking hebben ontvangen vóór de ingangsdatum van doordecentralisatie, of cliënten die binnen twaalf maanden na afloop van hun beschikking (niet per se de afloop van het traject), opnieuw instromen in BW. Alle andere cliënten worden ‘nieuwe cliënten’ genoemd. Daarnaast bestaat er een verschil tussen cliënten met wettelijke vormen van BW en cliënten met niet-wettelijke vormen van BW (tussenvormen).

De wettelijke vormen bestaan uit het klassieke (intramurale) beschermd wonen waarbij cliënten géén huur betalen. Alle andere vormen worden tussenvormen genoemd. Hieronder valt dus ook het klassieke beschermd wonen indien de cliënt wel huur betaalt.

13

Vorm van BW

Cliënten

Verantwoordelijkheid

Financiering

Wettelijk

Bestaande cliënten

Centrumgemeente (overgangsrecht)

Centrumgemeente (historisch budget)

Wettelijk

Nieuwe cliënten

Alle Friese gemeenten (Woonplaatsbeginsel)

Alle Friese gemeenten (Objectief budget)

Tussenvormen

Bestaande cliënten

Alle Friese gemeenten Woongemeente (conform Wmo)

Centrumgemeente (historisch budget)

Tussenvormen

Nieuwe cliënten

Alle Friese gemeenten Woongemeente (conform Wmo)

Alle Friese gemeenten (historisch budget)

De belangrijkste punten uit deze tabel zijn: • Voor bestaande cliënten in tussenvormen van BW wordt de woongemeente verantwoordelijk vanaf datum doordecentralisatie. Voor een deel van de cliënten zal dit een lokale gemeente betreffen. De middelen die bedoeld zijn voor deze cliënten komen echter uit het historisch budget, wat bij de centrumgemeente blijft. • Het woonplaatsbeginsel gaat alléén gelden voor nieuwe cliënten met wettelijke vormen van BW. Voor nieuwe cliënten in tussenvormen wordt de woongemeente verantwoordelijk (zoals ook het geval is voor alle andere ondersteuning vanuit de Wmo).

4.5.

Regionale afspraken

Er zijn een aantal belangrijke redenen om regionale afspraken te maken. Ten eerste is er het hierboven benoemde feit dat lokale gemeenten verantwoordelijk worden voor bestaande cliënten in tussenvormen zonder de bijbehorende middelen te krijgen. Daarnaast zijn er een aantal risico’s waardoor de middelen die gemeenten ontvangen mogelijk niet aansluiten bij de kosten die zij maken. Zo heeft het objectieve verdeelmodel een lage verklaringsgraad, is het ingroeipad gebaseerd op landelijke inschattingen, en zullen de gemiddelde kosten voor BW-cliënten meer variëren, aangezien het per gemeente om kleinere aantallen gaat. Er zijn verschillende manieren om regionaal samen te werken. In Friesland kiezen wij voor een regionaal budget. We spreken hierbij tevens af dat bestaande en nieuwe cliënten van tussenvormen ook onder het regionale budget vallen. Bij het hanteren van een regiobudget, zijn er geen verdere afspraken over het woonplaatsbeginsel nodig. Alle cliënten worden als Friese cliënten gezien De enige kanttekening hierbij is dat het landelijk geldende woonplaatsbeginsel (dat alleen geldt voor nieuwe cliënten in wettelijke vormen van BW) nog steeds van toepassing is op cliënten uit gemeenten buiten de regio.

Bij deze voorkeur werd als belangrijke voorwaarde genoemd dat men genoeg informatie moet bijhouden om na een eerste periode van een regiobudget de keuze te kunnen maken om deze afspraak al dan niet te verlengen. Dynamiek in Beschermd wonen wordt typisch pas na een paar jaar goed zichtbaar. Daarom is het van belang om zo snel mogelijk te beginnen met het verzamelen van deze gegevens. De ontwikkeling van het verrijken van het bestaande dashbord is inmiddels in gang gezet en gemeenten hebben aangegeven welke informatie ze terug willen zien in het dashbord (bv. herkomstgemeenten van cliënten). Aan de hand van deze informatie moet er uiteindelijk te 14

achterhalen zijn wat de (financiële) situatie in Friesland zou zijn geweest indien men niet voor een regiobudget had gekozen. Indien er in de komende jaren financiële middelen overblijven of tekortkomen, zullen deze overschotten of tekorten over de gemeenten verdeeld moeten worden. Daarom wordt er onderzoek gedaan naar welke verdeelsleutel hiervoor het best passend is in de Friese situatie.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13520272/1