CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - oplegnotitie

Raadsvergadering 7 juli 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Oardening tot earste wiziging fan de ‘Algemene Plaatselijk Verordening 2018 gemeente Súdwest-Fryslân’1.800 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1: Oplegnotitie bij de 1e wijziging APV 2018

Argumenten De argumenten tot wijziging van de APV, zijn: A. verwerken wijzigingen die zijn doorgevoerd in de model-APV. De VNG licht deze wijzigingen toe in de ledenbrieven van 14 augustus 2019, 14 juli 2020 en 15 oktober 2020; B. aanvullende voorstellen; C. redactionele verbeteringen en aanvullingen. Deze oplegnotitie gaat over de onderdelen A en B. Per artikel worden de wijzigingen toegelicht. De artikelen 2:10, 2:12 en 2:24 komen ook beknopt aan de orde in het collegevoorstel bij het punt Deregulering. In deze notitie worden deze wijzigingen gedetailleerder toegelicht. A. Verwerken wijzigingen model-APV In de ledenbrief van 14 augustus 2019 licht de VNG zes wijzigingen toe. Die hebben hoofdzakelijk een formele achtergrond. Zo heeft de VNG de indeling van de model-APV gewijzigd door hoofdstukken en afdelingen te herbenoemen en een aantal titels te schrappen. Het benoemen van een ‘waterpijpcafé’ als openbare inrichting in artikel 2:27 heeft (nog) geen waarde voor onze gemeente, maar het kan geen kwaad ook dit type horecabedrijf te benoemen in de APV. De toevoegingen aan de artikelen 2:59 (hinderlijke of gevaarlijke honden) en 5:10 (stopverbod) zijn nodig deze artikelen beter te kunnen toepassen. De herformulering van artikel 5:13 raakt onze gemeente niet. Voor inzamelingen en wervingsacties kent SWF sinds 2016 geen vergunningof meldingsplicht meer.

De praktijk heeft uitgewezen dat ‘dereguleren’ van dit verbod het openbare leven niet nadelig beïnvloed. Het verbod ballonnen op te laten is al in onze APV opgenomen (artikel 4:9a). De wijzigingen die voortvloeien uit de ledenbrief van 14 juli 2020 betreffen: - Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichtingen Lid 5: De weigeringsgrond onder a is in samenhang met de aanhef redactioneel gewijzigd. Het begrip ‘ondernemer’ onder b, wordt vervangen door ‘exploitant’. Deze weigeringsgrond komt dus als volgt te luiden: de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bepaald dat ‘slecht levensgedrag’ een voldoende duidelijke weigeringsgrond is. Wel is het verstandig dat de burgemeester beleidsregels vaststelt. Lid 8: redactioneel verbeterd. Aanvulling op basis van intern voorstel: Lid 6: de bepaling over de verklaring omtrent het gedrag (VOG) kan vervallen, omdat de wet BIBOB ook de mogelijkheid biedt justitiële gegevens op te vragen. In samenhang daarmee wordt ook de redactie van de bepaling in lid 4, onder b aangepast. - Artikel 2:57a Loslopende honden Het verbod voor niet-aangelijnde honden is uitgebreid tot openbare plaatsen binnen de bebouwde kom (was alleen binnen de bebouwde kom op de weg, zie eerste lid, onder a).

Hierdoor gaat het verbod ook gelden voor andere plaatsen binnen de bebouwde kom. Dat past ook beter bij de uitzondering in het tweede lid, waar wordt gesproken over ‘aangewezen plaatsen’. De wijziging is verwerkt als redactionele verbetering in bijlage 3. - Artikel 2:59 Gevaarlijke honden De omschrijving in het tweede en derde lid, aanhef, wordt aangepast. Daarmee wordt uitdrukkelijker aangegeven dat de eigenaar of houder van de hond zich moet houden aan een opgelegd aanlijn- of muilkorfgebod in plaats van de omschrijving wat een aanlijn- resp. muilkorfgebod inhoudt. Omdat in de feitcodes van het Openbaar Ministerie ‘kort aangelijnd’ staat, is ‘kort’ toegevoegd aan het tweede lid. - Artikel 2:65 Bedelarij Het bedelverbod geldt nu voor aangewezen plaatsen op de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw. Ook hier worden deze plaatsen vervangen door het begrip ‘openbare plaatsen’, waardoor het verbod ook in bijvoorbeeld parken of plantsoenen gaat gelden. ‘Een voor het publiek toegankelijk gebouw’ voor zover het verblijf daarin door de gerechtigde niet aan een doel is gebonden, is ook een openbare plaats.

- Artikel 3:1 Afbakening De wijziging van artikel 3:7 heeft tot gevolg dat de verwijzing naar artikel 1:8 niet meer klopt, nu de VNG toepassing van de algemene weigeringsgronden alsnog mogelijk maakt. De redactie is hierop aangepast. - Artikel 3:3 Vergunning Een seksinrichting is een onderdeel van een seksbedrijf, dus een vergunningplichtig seksbedrijf (activiteit of activiteiten) kan meer dan een seksinrichting (locatie) omvatten. Ter verduidelijking is het woord ‘één’ in lid 5 vervangen door ‘een’. Deze (op zich inhoudelijke) wijziging is verwerkt als redactionele verbetering. Ook de redactionele verbetering van lid 4 is daarin verwerkt. - Artikel 3:7, lid 1. Weigeringsgronden De wijziging van het eerste lid brengt tot uitdrukking dat de weigeringsgronden dienen als aanvulling op de algemene weigeringsgronden van artikel 1:8. Onderdeel b is geschrapt en de overige onderdelen zijn anders geletterd. Onderdeel b bevat nu nog de weigeringsgrond ‘de exploitant of beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij’. Met de inwerkingtreding in 2015 van de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregel (Stb. 2014/131) is niet langer sprake van ontheffing of ontzetting uit het ouderlijk gezag of de voogdij, maar van beëindiging. Beëindiging van het ouderlijk gezag of voogdij is veel ruimer dan de zeer beperkte groep ontzette ouders.

Artikel 3:7, eerste lid, onder b, moet daarom worden geschrapt. Dit heeft ook tot gevolg dat de overige onderdelen in lid 1 anders worden geletterd. Ook in andere leden zijn onderdelen verletterd. - Artikel 5:15 Ventverbod Conform de model-APV wordt aan lid 4 de bepaling onder b toegevoegd: a. wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet; b. het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard. - Artikel 5:32 Crossterreinen Het crossverbod beperkt zich nu tot wedstrijden of de voorbereiding daarvan. Ook in onze gemeente bevinden zich terreinen (in het buitengebied) waar incidenteel gecrost zou kunnen worden met brommers. Het crossen is puur recreatief, dus niet ter voorbereiding op wedstrijden. Om hiertegen te kunnen optreden bij (geluids)overlast wordt het crossen buiten wedstrijdverband aan de verbodsbepaling in het eerste lid toegevoegd. In het derde lid, wordt de verwijzing naar hogere regelgeving vervangen door een verwijzing naar de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht, waarnaar motorcrossterreinen een aantal jaren geleden zijn overgeheveld. Ook wordt de Zondagswet toegevoegd.

- Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 lid 2 moet worden aangepast om te verduidelijken dat de verboden in de artikelen 2:10 en 2:11 betrekking hebben op omgevingsvergunningplichtige activiteiten. Artikel 6:7: door de herbenoeming van hoofdstukken en afdelingen en het schrappen van titels, is de indeling van de APV sterk gewijzigd. Om dit te markeren, wordt de citeertitel (redactioneel) gewijzigd in APV Súdwest-Fryslân 2021. B. Aanvullende voorstellen De aanvullende voorstellen betreffen 7 artikelen. - Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg De teams Verkeer en Vergunningen werken aan beleidsregels om verzoeken tijdelijk objecten te plaatsen in de openbare ruimte snel en met minder rompslomp af te kunnen handelen. Voor deze objecten geldt nu al een meldingsplicht. Het is van belang dat ook duidelijk in lid 1 te vermelden. Daarnaast is het nodig te bepalen dat het verbod in lid 1 niet van toepassing is op deze objecten. Dit kan door de volgende bepaling aan lid 6 toe te voegen: c. objecten noodzakelijk voor de uitvoering van incidentele werkzaamheden die voldoen aan de nadere regels in lid 2. Tevens wordt conform de model-APV aan lid 5 de volgende bepaling toegevoegd: d. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik de weg is verleend. De huidige bepaling in lid 6, onder c, wordt vernummerd tot lid 7.

- Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg De vergunningplicht (variant 2 in de model-APV) is omgezet in een meldingsplicht (variant 1). In samenhang hiermee werkt het team Vergunningen binnen de Keten Omgeving beleid uit om het proces rond de melding vorm te geven. Insteek is ook dit proces zonder overbodige rompslomp in te richten en de doorlooptijd te bekorten. In samenhang met en vooruitlopend op dit (nog vast te stellen) beleid is wijziging van dit artikel noodzakelijk. - Artikel 2:24 Definities (over evenementen) Lid 1: onder h is toegevoegd ‘optredens van straatartiesten’. Straatartiesten zijn niet vergunningplichting. Dit artikel (2:9) is bij de dereguleringsslag in 2016 uit de APV geschrapt. Het is in samenhang hiermee niet logisch een optreden van een straatartiest te beschouwen als een (vergunningplichtig) evenement. Om misverstanden daarover te voorkomen, is deze uitzondering toegevoegd aan lid 1. Lid 3: dit lid gaat over kleine eendaagse evenementen, waarbij (onder andere): c. geen versterkte omroepactiviteiten plaatsvinden en geen elektronisch versterkte muziek ten gehore wordt gebracht; d. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; Om de uitvoering te verbeteren is aanpassing van deze bepalingen gewenst. Die komen te luiden: c.

sprake is van achtergrondmuziek waarbij het geluidsniveau niet meer dan 60 decibel bedraagt, gemeten op de dichtstbijzijnde gevel. d. de activiteiten niet plaatsvinden op een (brom)fietspad, op een parkeerterrein of in een voetgangersgebied en geen overlast veroorzaken of anderszins een belemmering vormen voor het doorgaande verkeer, het openbaar vervoer en de hulpdiensten. Van een belemmering is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang wordt gelaten van 3,5 strekkende meter. - Artikel 2:28a Exploitatie terras In lid 1 staat dat alleen voor de natte horeca een terrasvergunning verplicht is voor gebied 1. In de praktijk blijkt dat voor alle horeca in dit gebied terrasvergunningen worden verleend. De term ‘natte’ is daarom verwijderd. In het horecabeleid is het zo ook niet genoemd. Toegevoegd is een bepaling (als lid 4) dat het bevoegde bestuursorgaan nadere regels kan vaststellen. - Artikel 2:40 Speelautomaten De term ‘speelautomaten’ in het opschrift en in lid 1 is, conform de model-APV vervangen door ‘kansspelautomaten’ (verwerkt als redactionele verbetering in bijlage 5). - Artikel 2:73a Verbod carbidschieten Om tijdens de jaarwisseling met carbid te mogen schieten, is een melding noodzakelijk. Deze melding wordt nu nog voorgeschreven in de voorschriften die het college stelt en bekend maakt.

Het heeft de voorkeur deze meldingsplicht in het artikel zelf vast te leggen. Lid 2 wordt daarom als volgt gewijzigd: 2. Het verbod is niet van toepassing wanneer het carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar, als: a. van tevoren een melding is gedaan aan het college; b. wordt voldaan aan de door het college gestelde voorschriften. - Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden In 2020 heeft het college beleidswijzigingen vastgesteld voor beschermingswaardige bomen. Het vragen van compensatie als herplant niet mogelijk is, is daar één van. In feite is dit ook een nader te stellen voorschrift. Dit geld komt in de bomencompensatiepot en wordt daarmee indirect toch gebruikt voor herplant. De bevoegdheid compensatie te vragen kan discussie oproepen. Afgesproken is daarom de mogelijkheid compensatie te vragen in artikel 4:11 APV op te nemen. Voorstel is de volgende bepaling als lid 5 toe te voegen: 5. Deze voorschriften kunnen ook betrekking hebben op een financiële compensatie als directe herplant niet mogelijk is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10251756/1