CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ontwerp Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening)

Raadsvergadering 3 april 2025, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Untwerp ‘Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân’ (‘urgentieverordening’)3.188 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening)

Intitulé De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Achtkarspelen, Ameland, Dantumadiel, De Fryske Marren, Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden, Noardeast-Fryslân, Ooststellingwerf, Opsterland, Schiermonnikoog, Smallingerland, Súdwest-Fryslân, Terschelling, Tytsjerksteradiel, Vlieland, Waadhoeke en Weststellingwerf; Overwegende dat: -

Vanuit de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) alle gemeenten verplicht zijn een huisvestingsverordening urgent woningzoekenden vast te stellen en er landelijk in de Huisvestingswet groepen urgent woningzoekenden worden aangewezen;

-

Alle gemeenten in de regio moeten bijdragen aan de huisvesting van deze groepen in de woningmarktregio Fryslân en daar onderling afspraken over maken. Zo maken urgent woningzoekenden meer kans op een passende woning en behouden ook reguliere woningzoekenden een goede kans op een woning;

-

De gemeenteraden van de hierboven genoemde gemeenten een Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening) of Huisvestingverordening urgent woningzoekenden Friese Wadden (urgentieverordening) hebben vastgesteld;

-

De Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening) borgt dat bepaalde categorieën woningzoekenden voorrang krijgen bij de toewijzing van sociale huurwoningen;

-

Daarmee de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening) een juridisch kader is voor de uitvoering van de urgentieregeling in Fryslân zoals bedoeld in de Huisvestingswet;

-

Dat gemeenten ook vergunningshouders moeten huisvesten op grond van de Huisvestingswet en deze groep daarom ook is opgenomen, dat een aantal Friese gemeenten deze taakstelling op grond van de Huisvestingswet van de gemeenten Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog hebben overgenomen;

-

Deze Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening) ervoor moet zorgen dat juist de kwetsbare groepen nergens tussen wal en schip vallen;

-

Deze Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening) regelt dat alle gemeenten een eerlijke bijdrage leveren aan de huisvesting van deze mensen, de zogenoemde “fair share”. Daarbij werken de Friese gemeenten samen, vanuit het vertrekpunt dat mensen in Fryslân er voor elkaar zijn; de Mienskip;

-

De gemeenten in Fryslân willen samenwerken in de uitvoering van de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden (urgentieverordening);

-

Gelet op het beleggen van de uitvoering van de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening) breed bij gemeente Leeuwarden een centrumgemeenteregeling op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen nodig is.

Gelet op: -

Hoofdstuk I van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

-

De Gemeentewet;

-

Afdeling 10.1.1 en 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

-

De Wet versterking regie volkshuisvesting;

-

Artikel 12 Huisvestingswet;

-

De Regeling versterking regie volkshuisvesting.

Besluiten te treffen de

Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening)

HOOFDSTUK 1: INLEIDENDE BEPALINGEN Artikel 1 – Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. centrumgemeente: de gemeente Leeuwarden, overeenkomstig artikel 3; b. college: college van burgemeester en wethouders; c. corporatie: wettelijk toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet of het gemeentelijk woningbedrijf Ameland; d. gastgemeente: de gemeente Achtkarspelen of Ameland of Dantumadiel of De Fryske Marren of Harlingen of Heerenveen of Leeuwarden of Noardeast-Fryslân of Ooststellingwerf of Opsterland of Schiermonnikoog of Smallingerland of Súdwest-Fryslân of Terschelling of Tytsjerksteradiel of Vlieland of Waadhoeke of Weststellingwerf;

e. gemeente: een gastgemeente of de centrumgemeente; f.

regeling: Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening).

HOOFDSTUK 2: BELANG EN CENTRUMGEMEENTE Artikel 2 – Belang De regeling wordt getroffen om afspraken vast te leggen over de uitvoering van

Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening)i die de Friese gemeenteraden hebben vastgesteld. Artikel 3 – Centrumgemeente De gemeente Leeuwarden wordt aangewezen als centrumgemeente als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

HOOFDSTUK 3: TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 4 – Taken centrumgemeente 1. De centrumgemeente draagt zorg voor het uitvoeren van de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening). Het gaat dan in ieder geval om de volgende zaken: -

Beleid: het volgen en implementeren van ontwikkelingen rondom de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening), zo nodig het opstellen van beleidsregels, zorgdragen voor de rapportages op het gebied van monitoring en evaluatie, (proces)werkzaamheden voor het vierjaarlijks opnieuw vaststellen van de verordening in alle Friese gemeenten;

-

Beoordelen van de aanvragen voor urgentie, contacten met aanvragers, zorgorganisaties, wijk/dorpenteams, woningcorporaties etc. ten behoeve van het vaststellen van de urgentie en eventuele voorwaarden die aan de urgentie verbonden worden;

-

Administratief/juridische afhandeling beschikkingen: zorgdragen voor het registreren van de aangeleverde gegevens, invoeren van de werkprocessen en de administratieve verwerking en afgifte van de urgentiebeschikkingen en huisvestingsvergunningen;

-

Bezwaar en Beroep: behandeling van bezwaarschriften en het voeren van beroepsprocedures;

-

Financiën: beheer van financiële middelen en budgettering;

-

Toezicht en handhaving;

-

Archivering.

2. Als een gemeente aanvullende urgentiecategorieën opneemt in de verordening, anders dan die benoemd zijn in de artikelen 12 en 28 Huisvestingswet, behoren de werkzaamheden met betrekking tot deze aanvullende categorieën niet tot de taken van de centrumgemeente in het kader van deze centrumgemeenteregeling. Artikel 5 – Bevoegdheden centrumgemeente 1. Het college van de centrumgemeente wordt bij deze mandaat, volmacht en machtiging verleend om namens het college van elke gastgemeente alle besluiten te nemen, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen te verrichten ter uitvoering van de taken en bevoegdheden genoemd in artikel 4. 2. Ten aanzien van de bevoegdheden die in dit artikel in mandaat, volmacht en machtiging worden opgedragen aan het college van de centrumgemeente, kan dit college ondermandaat,

volmacht of machtiging verlenen aan medewerkers van de centrumgemeente. Het vaststellen van beleidsregels wordt niet in ondermandaat verleend. Artikel 6 – Organisatie van de dienstverlening 1. Het college van de centrumgemeente kan namens gemeenten afspraken maken met corporaties bij de uitvoering van de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening). 2. De centrumgemeente kan werkzaamheden ter uitvoering van deze regeling laten verrichten door derden. Voor uitvoering door derden is de centrumgemeente jegens de gastgemeenten volledig verantwoordelijk. Artikel 7 – Uitgangspunten dienstverlening Het college van de centrumgemeente: a. staat in voor de integriteit van haar handelen; b. staat in voor uitvoering van haar taken overeenkomstig de daarvoor geldende wet- en regelgeving; c. streeft naar een zo groot mogelijke doelmatigheid in de tenuitvoerlegging van deze regeling; d. dient (des)kundig te handelen; e. dient haar professionele en relationele onafhankelijkheid te waarborgen; f.

vermijdt dat in de dienstverlening aan de gastgemeenten andere belangen dan die van de dienstverlening aan de gastgemeenten zelf een rol spelen en;

g. verplicht zich ertoe een gastgemeente op haar handelswijze aan te spreken indien deze zich niet als goed opdrachtgever gedraagt. Artikel 8 – Wijziging dienstverlening Het college van een gemeente die een wijziging wenst in de uitvoering van de taken en bevoegdheden van de centrumgemeente, laat dit uiterlijk één kalenderjaar voor de gewenste ingangsdatum schriftelijk weten aan het college van de centrumgemeente.

HOOFDSTUK 4: BEKOSTIGING Artikel 9 – Bekostiging dienstverlening centrumgemeente 1. De centrumgemeente berekent de integrale kosten die voor haar voortvloeien uit de dienstverlening op grond van deze regeling door aan gemeenten. De kosten bestaan uit kosten voor de instandhouding en kosten voor de taakuitvoering. 2. Kosten voor de instandhouding bestaan uit alle kosten die de centrumgemeente maakt ten behoeve van het kunnen uitvoeren van de dienstverlening die niet direct aan de concrete dienstverlening kunnen worden toegerekend.

3. De centrumgemeente stelt, voorafgaand aan het jaar waarvoor deze geldt, de concept begroting op en stemt deze ambtelijk en bestuurlijk af, voordat deze kan worden opgenomen als onderdeel in de begroting van de centrumgemeente. 4. Kosten voor uitvoering van taken bestaan uit de kosten die volgen uit de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 4. 5. Het college van de centrumgemeente stelt jaarlijks uiterlijk in september, voorafgaand aan het jaar waarvoor deze geldt, een begroting op met de integrale kosten die voor haar voortvloeien uit de dienstverlening op grond van deze regeling ten behoeve van gemeenten. De begroting vermeldt hierbij de kosten voor instandhouding en de kosten voor taakuitvoering. Deze begroting wordt besproken en wordt verwerkt in de begroting van de centrumgemeente. Op deze wijze wordt de begroting vastgesteld door de raad van de centrumgemeente. 6. Indien gedurende een kalenderjaar blijkt dat de werkelijke kosten de begrote kosten lijken te gaan overstijgen, wordt dit gerapporteerd aan de gemeenten en besproken. De kosten voor instandhouding en uitvoering worden onder gemeenten verdeeld op basis van inwoneraantal van elke gemeente met peildatum 1 januari van jaar t-1. 7. Gastgemeenten betalen maandelijks 1/12 deel van het door hen verschuldigde deel van de integrale kosten voor instandhouding en uitvoering middels vooruitbetaling. 8.

Voor zover over de dienstverlening BTW is verschuldigd, berekent de centrumgemeente deze door aan de gastgemeenten. 9. De centrumgemeente stelt na afloop van elk kalenderjaar ter verantwoording een jaarverantwoording financieel op. Deze jaarverantwoording wordt besproken op een door gemeenten afgesproken wijze. De concept jaarverantwoording van een jaar is uiterlijk in april van het daaropvolgende jaar gereed. 10. Indien op basis van een jaarverantwoording, zoals bedoeld in het vorige lid, sprake is van enig tekort, dan draagt elke gemeente bij in de kosten bedoeld in het tweede respectievelijk het derde lid, op basis van de kostenverdeelsleutel, bedoeld in het zesde respectievelijk het zevende lid. Een overschot ten aanzien van de kosten bedoeld in het tweede respectievelijk het derde lid, wordt op basis van de kostenverdeelsleutel, bedoeld in het zesde respectievelijk het zevende lid, verrekend met de bijdrage voor het daaropvolgende kalenderjaar.

HOOFDSTUK 5: OVERLEG Artikel 10 – Bestuurlijk overleg 1. Het college van de centrumgemeente organiseert in ieder geval een keer per jaar een gezamenlijk bestuurlijk overleg met de gastgemeenten. Zo mogelijk wordt dit overleg aansluitend aan reeds bestaande bestuurlijke overleggen georganiseerd. 2. In het overleg als bedoeld in lid 1 wordt tenminste gesproken over de samenwerking, de uitvoering van de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening), de evaluatie daarvan en het bijstellen van beleid en uitvoering, de begroting en de financiële bijdrage van de gemeenten. Artikel 11 – Ambtelijk overleg 1. De centrumgemeente organiseert in ieder geval eenmaal per jaar een gezamenlijk ambtelijk overleg met de gastgemeenten.

2. In dit overleg wordt gesproken over de uitvoering van de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening) en wordt het bestuurlijk overleg voorbereid met betrekking tot onder andere de begroting, de evaluatie van en het bijstellen van beleid en uitvoering.

HOOFDSTUK 6: INFORMATIE EN VERANTWOORDING Artikel 12 – Informatievoorziening 1. Het college van de centrumgemeente geeft het college van een gastgemeente schriftelijk de door een of meer leden van het college van een gastgemeente gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. 2. Het college van de centrumgemeente geeft het college van een gastgemeente alle inlichtingen die het college van een gastgemeente voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3. Het college van elke gastgemeente geeft het college van de centrumgemeente alle inlichtingen die het college of een medewerker van de centrumgemeente voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 4. De colleges van gemeenten zijn gevraagd en ongevraagd zorgvuldig in het verstrekken van informatie die nodig is om de dienstverlening goed en doelmatig te kunnen uitvoeren. Artikel 13 – Geheimhouding en informatie-uitwisseling 1. Gemeenten nemen jegens derden die niet bij de uitvoering van deze regeling zijn betrokken zorgvuldigheid en geheimhouding in acht van alle vertrouwelijke gegevens dan wel anderszins gevoelige informatie van een andere gemeente die haar in het kader van deze regeling ter kennis is gekomen, tenzij: a. op een gemeente een wettelijke of beroepsplicht rust tot openbaarmaking; b. een gemeente zich voor de rechter moet verdedigen; c.

de ene gemeente de andere gemeente van de geheimhoudingsplicht heeft ontheven, of; d. de informatie via openbare bronnen beschikbaar is. 2

Gemeenten mogen, zonder toestemming van de andere gemeente, aan derden geen mededeling doen over de aanpak, de werkwijze, de inhoud van de diensten van een andere gemeente, noch zijn rapportage of ander al dan niet schriftelijk materiaal ter beschikking stellen of anderszins openbaar maken, tenzij op de andere gemeente een wettelijke of beroepsplicht tot openbaarmaking rust.

3. Gemeenten nemen intern alle maatregelen die noodzakelijk zijn ter nakoming van de in dit artikel genoemde verplichtingen. 4. In geval gegevens als bedoeld in dit artikel, toch bij onbevoegde derden terecht zijn gekomen, stellen gemeenten elkaar daar onverwijld van in kennis en worden in overleg de maatregelen genomen die noodzakelijk zijn om schade te voorkomen. 5. Gemeenten zullen bij de verwerking van persoonsgegevens de Algemene Verordening Gegevensbescherming in acht nemen. Voor zover vereist op grond van de toepasselijke wet- en regelgeving zullen gemeenten nadere documenten opstellen voor de verwerking van persoonsgegevens. Voorts verplichten gemeenten zich om passende organisatorische en technische maatregelen te treffen om de in het kader van deze regeling relevante persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige

verwerking. Deze maatregelen garanderen, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging, een passend beveiligingsniveau gelet op de risico’s die de verwerking en de aard van de te beschermen gegevens met zich meebrengen. Artikel 14 – Informatievoorziening rekenkamer 1. De rekenkamer van een gastgemeente is bevoegd alle documenten die berusten bij het gemeentebestuur van de centrumgemeente te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van haar taak als bedoeld in artikel 182, eerste lid, van de Gemeentewet nodig acht. 2. Het gemeentebestuur van de centrumgemeente verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die de rekenkamer van de gastgemeente ter vervulling van haar taak als bedoeld in artikel 182, eerste lid, van de Gemeentewet nodig acht. 3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de uitvoering van de rekenkamerfunctie, wanneer de raad van de gastgemeente overeenkomstig artikel 81oa van de Gemeentewet op een andere wijze heeft voorzien in de uitoefening van de rekenkamerfunctie.

HOOFDSTUK 7: GESCHILLEN Artikel 15 – Deskundigenadvies 1. Onverminderd artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, worden geschillen over deze regeling, in de ruimste zin, onderworpen aan een niet-bindend deskundigenadvies. 2. Voordat wordt overgegaan tot het vragen van het deskundigenadvies, bedoeld in het eerste lid, wordt het geschil besproken tussen afvaardigingen van de colleges van de gemeenten waarop het geschil betrekking heeft Indien het overleg, bedoeld in het tweede lid, niet tot een oplossing leidt, benoemen de colleges van de gemeenten waarop het geschil betrekking heeft elk een onafhankelijke deskundige. Beide deskundigen benoemen gezamenlijk een derde deskundige, die als voorzitter van de adviescommissie optreedt. De colleges van de betreffende gemeenten treden gezamenlijk op als opdrachtgever van de adviescommissie. De colleges van de betreffende gemeenten zetten in hun opdracht aan de adviescommissie in ieder geval het probleem uiteen, formuleren de te beantwoorden vragen en bepalen de termijn waarbinnen de adviescommissie haar advies uitbrengt. 3. De adviescommissie, bedoeld in het derde lid, regelt de wijze waarop zij haar advies tot stand brengt. Het advies wordt toegezonden aan de colleges van de betreffende gemeenten. 4.

Na ontvangst van het advies, bedoeld in het vierde lid, treden de afvaardigingen, bedoeld in het tweede lid, nogmaals in overleg om te trachten, gelet op het advies van de adviescommissie, bedoeld in het vierde lid, tot een oplossing van het geschil te komen. Indien dat overleg niet tot een oplossing leidt, kan het college van elk van de betreffende gemeenten het geschil, overeenkomstig artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, voorleggen aan gedeputeerde staten van de provincie Friesland. 5. De colleges van de gemeenten waarop het geschil betrekking heeft dragen de kosten van de werkzaamheden van de adviescommissie, bedoeld in het derde lid, evenredig.

HOOFDSTUK 5: WIJZIGING, OPHEFFING EN UITTREDING Artikel 16 – Wijziging van de regeling 1. Deze regeling kan door de colleges van de gemeenten worden gewijzigd, nadat zij hiertoe onderling overeenstemming hebben bereikt. 2. De colleges van de gemeenten besluiten omtrent de voorgestelde wijziging niet dan nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden, overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 3. Een wijziging van deze regeling is tot stand gekomen wanneer de colleges van de gemeenten op de wijze, bedoeld in het tweede lid, hiermee hebben ingestemd. 4. De wijziging van de regeling treedt, tenzij anders bepaald, in werking op de dag volgend op die waarop de wijziging door de colleges van de gemeenten is bekendgemaakt. Artikel 17 – Toetreding 1. Het college van een gemeente die wenst toe te treden tot deze regeling richt een daartoe strekkend verzoek aan het college van de centrumgemeente. 2. Het college van de centrumgemeente zendt het verzoek als bedoeld in het eerste lid zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst door aan de colleges van de gastgemeenten tezamen met zijn advies omtrent de toetreding en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden. Het verzoek als bedoeld in het eerste lid zal worden besproken in het eerstvolgende bestuurlijk overleg. 3.

Toetreding alsmede de daaraan eventueel te verbinden voorwaarden is onderworpen aan instemming van de meerderheid van de gemeenten, die deelnemen aan deze regeling. Artikel 18 – Uittreding en opheffing 1. Uittreding en opheffing is behoudens bijzondere omstandigheden niet mogelijk in de eerste vier jaar na 1 januari 2026. Van bijzondere omstandigheden is slechts sprake als hierover tussen de colleges van de gemeenten overeenstemming bestaat. Uittreding is alleen mogelijk door opzegging op basis van een besluit van het college van de betreffende gemeente met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden. 2. Deze regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van de colleges van de gemeenten. 3. Indien een besluit tot uittreding of opheffing, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen, geven de colleges van de gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant opdracht om een uittredings- of opheffingsplan op te stellen. 4. Het college van de centrumgemeente is belast met de uitvoering van het opheffingsplan, bedoeld in het derde lid. 5. Bij uittreding stelt het bestuurlijk overleg de verplichtingen van de uittredende gemeente vast.

Daarbij geldt als richtsnoer dat de uittredende gemeente aan de centrumgemeenteregeling gedurende drie jaar te rekenen vanaf de datum van uittreding (de realisering daarvan) een bijdrage is verschuldigd, welke voor het eerste jaar 100%, voor het tweede jaar 70%, voor het derde jaar 40% van de laatstelijk door de deelnemer verschuldigde jaarbijdrage bedraagt. Het bestuurlijk overleg regelt voorts zo nodig de overige gevolgen van een uittreding.

HOOFDSTUK 8: OVERGANGS-EN SLOTBEPALINGEN Artikel 19 – Duur van de regeling De looptijd van de regeling is gelijk aan de looptijd van de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening). Artikel 20 – Publicatie regeling De centrumgemeente draagt zorg voor bekendmaking van deze regeling als bedoeld in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 21 – Evaluatie 1. Deze regeling wordt twee jaar na inwerkingtreding geëvalueerd. Onderwerp van de evaluatie is hoe de samenwerking in het kader van de uitvoering van de Huisvestingsverordening urgentie woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening) is verlopen. De evaluatie wordt vastgesteld in het Bestuurlijk overleg. 2. Jaarlijks wordt in het bestuurlijk overleg de stand van zaken omtrent de samenwerking besproken met als doel om bijsturing te kunnen geven. Eens in de twee jaren organiseert het bestuurlijk overleg een reflectie op de samenwerking met alle direct betrokkenen bij deze regeling, in ieder geval de betrokken gemeenteraden, de portefeuillehouders, en ambtelijk vertegenwoordigers. 3. Deze regeling en de uitvoering daarvan wordt vanaf 1 oktober 2027 tot uiterlijk 1 september 2028 geëvalueerd, mede ten behoeve van besluitvorming over voortzetting dan wel het opnieuw aangaan van de samenwerking na de looptijd van deze centrumgemeenteregeling.

Deze besluitvorming door de colleges en de burgemeester van de gemeenten vindt vóór 31 december 2028 plaats. De evaluatie kan door een extern bureau worden begeleid dan wel uitgevoerd. Artikel 22 – Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026. Artikel 23 - Citeerwijze Deze regeling wordt aangehaald als ‘Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening)’.

i Waar in deze regeling wordt gesproken over Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân

(urgentieverordening) wordt ook bedoeld de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Friese Wadden (urgentieverordening). Tenzij uit de tekst van deze regeling logischerwijs voortvloeit dat dit niet het geval is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15239715/1