Bijlage 1 - Notitie Septembercirculaire 2025
Tekst van het document
Notitie Septembercirculaire 2025 Hoofdstuk 1: Algemene mededelingen Inleiding Deze notitie geeft een overzicht van de verwachte financiële gevolgen voor de hoogte van de Algemene Uitkering (AU) en de decentralisatie- en integratie-uitkeringen die wij van het Rijk ontvangen uit het Gemeentefonds. De septembercirculaire 2025 geeft financiële informatie over de jaren 2025 en verder. Deze notitie wordt via een raadsvoorstel voor besluitvorming aangeboden aan de raad in haar raadsvergadering van 18 december a.s.
Samenvatting uitkomsten septembercirculaire 2025 De septembercirculaire 2025 geeft voor alle jaren een positief financieel beeld. Op basis van de uitgangspunten die we verder in deze notitie behandelen, geeft onderstaand overzicht het beeld van de gevolgen voor onze (meerjaren-) begroting: Eindsaldo Septembercirculaire 2025
2025
2026
2027
2028
2029
1.354.625
759.393
453.766
296.346
87.686
Demissionair kabinet Het kabinet heeft mede vanwege haar demissionaire status geen verstrekkende besluiten genomen. Wel heeft het kabinet alsnog de beloofde compensatie voor de gemeentelijke tekorten op de Jeugdzorg van 2023 en 2024 beschikbaar gesteld. Voor ons is dat incidenteel € 4,2 miljoen extra dit jaar. Ook de bijdrage van het Rijk voor de verkiezingen van 29 oktober a.s. van € 300.000 is een meevaller. De laatste keren dat we ingelaste verkiezingen moesten organiseren, werden we daar niet voor gecompenseerd.
Nieuw kabinet en meicirculaire 2026 De grote vraag is hoe het na de verkiezingen van 29 oktober verder zal gaan met de gemeentefinanciën. We staan in Nederland nog steeds voor hele grote uitdagingen op tal van gebieden. Voldoende middelen voor gemeenten zijn een randvoorwaarde om die uitdagingen als gemeente aan te kunnen gaan.
1
Hoofdstuk 2: Taakmutaties septembercirculaire 2025 Uitkomsten septembercirculaire 2025 De laatste meerjarencijfers van de algemene uitkering die u van ons heeft ontvangen, waren gebaseerd op de meicirculaire 2025. Deze cijfers zijn via de notitie meicirculaire 2025 aan de raad verstrekt en hebben wij financieel verwerkt in de begroting 2025 en de conceptbegroting 20262029. We hebben berekend hoeveel geld we de komende jaren op basis van deze nieuwe septembercirculaire ontvangen van het Rijk vanuit het Gemeentefonds. We vergelijken de uitkomst van onze berekening met die uit de meicirculaire 2025. Tabel 1
Septembercirculaire 2025 Súdwest-Fryslân Septembercirculaire 2025 Meicirculaire 2025 Saldo:
2025
2026
2027
2028
2029
244.104.327 237.831.702 6.272.625
246.838.473 241.993.080 4.845.393
241.623.346 240.729.580 893.766
236.090.405 235.486.060 604.346
237.009.461 236.642.775 366.686
Wat moeten wij van het overschot uit tabel 1 betalen? Van de voordelige saldi uit tabel 1 reserveren wij allereerst geld voor de zogenaamde taakmutaties. Het Rijk heeft het Gemeentefonds o.a. aangevuld om extra taken uit te voeren. We zijn niet verplicht het geld ook daadwerkelijk uit te geven aan deze taken, maar over het algemeen besluiten we hier wel toe. De gemeenteraad beslist over de inzet van de middelen.
Taakmutaties In de circulaire is een aantal taken opgenomen waarvoor we extra geld ontvangen uit de algemene uitkering. We gaan ervan uit dat we deze bedragen nodig hebben om de bijbehorende taken uit te voeren, tenzij hierna anders vermeld staat. De volgende taakmutaties zijn van toepassing: Tabel 2 Taakmutaties Septembercirculaire 2025 Rijksvaccinatieprogramma Wet integrale suïcidepreventie Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 Loon- en prijsbijstelling middelen jeugdhulp Toezicht gastouderopvang Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen Implementatie Participatiewet in balans Beschut Werk Impulsbudget sociale infrastructuur Versterking omgevingsveiligheidsdiensten Spreidingswet Overgehevelde SPUK's: CDOKE-middelen Overheidsbrede Dienstverlening
Totaal taakmutaties
2025
2026
2027
2028
2029
44.000
44.000
44.000
44.000
137.000 11.000
114.000 11.000
114.000 11.000
114.000 11.000
82.000 110.000 25.000 29.000
20.000 117.000 25.000 29.000
5.000
5.000
25.000 29.000
25.000
3.568.000 80.000
80.000
80.000
80.000
4.086.000
440.000
308.000
279.000
10.000 4.208.000
300.000 192.000 99.000 17.000 29.000 63.000
4.918.000
2
Rijksvaccinatieprogramma Per 1 januari 2025 worden er op advies van de Gezondheidsraad verschillende wijzigingen aangebracht in het vaccinatieschema van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). De budgettaire impact van de wijzigingen in het vaccinatieschema van het RVP verschilt in de periode 2025 t/m 2029 per jaar. De kosten voor gemeenten stijgen in de gehele periode 2025 tot en met 2029 in totaal met € 2,3 miljoen. Dit bedrag wordt voor de hele periode in één keer in 2025 aan de algemene uitkering toegevoegd. Wij ontvangen daarom eenmalig in 2025 € 10.000. Wij gaan ervan uit dat wij voor dit bedrag een rekening van de GGD ontvangen en stellen dan ook voor om het bedrag toe te voegen aan het budget voor de Veiligheidsregio. Wet integrale suïcidepreventie Op 1 januari 2026 treedt de Wet integrale suïcidepreventie in werking. Gemeenten worden op grond van deze wet geacht suïcidepreventie in hun gezondheidsbeleid op te nemen en uit te voeren. Hiertoe wordt vanaf 2026 jaarlijks € 10 miljoen beschikbaar gesteld. Wij ontvangen daarom vanaf 2026 structureel € 44.000. Wij stellen voor dit bedrag toe te voegen aan ons budget Nota Gezondheid. Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 Naar aanleiding van de eerdere afspraken in het voorjaar met de VNG heeft het kabinet besloten tot compensatie van de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg.
Gemeenten ontvangen in totaal € 728 miljoen van het Rijk als compensatie voor geleden verliezen uit het verleden. Wij ontvangen in totaal € 4,2 miljoen. Het Rijk geeft in de septembercirculaire de gemeenten de overweging mee dat gemeenten de compensatie in kunnen zetten “ter ondersteuning van de transformatie van de Jeugdhulp conform de afspraken in de Hervormingsagenda. Het gaat dan om het versterken van de sociale basis en stevige lokale teams, met tevens aandacht voor het verbeteren van kind- en gezinsbescherming en de bredere integrale aanpak sociaal domein.” De VNG adviseert om, indien nodig, deze middelen te reserveren voor mogelijke toekomstige tekorten in de jeugdzorg en voor het uitvoeren van de Hervormingsagenda. Wij stellen voor deze middelen te reserveren in een krediet voor de transformatie in het sociaal domein, waarmee gericht kan worden geïnvesteerd in verdere vernieuwing en versterking van het sociaal domein, inclusief jeugdbeleid. Het document ‘Yn Ferbining Foarút - De Sociale Koers’ benadrukt dat opgaven zoals het versterken van de sociale basis, het bevorderen van een gezonde leefomgeving en het vergroten van kansengelijkheid alleen gerealiseerd kunnen worden via een integrale en preventieve aanpak.
Dit vraagt om een fundamentele verandering van werkwijze: van beleid vóór mensen naar beleid mét mensen, met investeringen in duurzame structuren zoals laagdrempelige ontmoetingsplekken, collectieve ondersteuning en gebiedsgerichte samenwerking. Het jeugdbeleid sluit hier naadloos op aan: de druk op de jeugdzorg neemt toe, de problematiek wordt complexer en de kosten stijgen. Tegelijkertijd wordt gepleit voor inhoudelijke vernieuwing, zoals versterking van de pedagogische basis, hulp dicht bij de leefomgeving en doorontwikkeling van gebiedsteams tot stevige lokale teams. Deze transformatie vraagt om investeringen in preventie, samenwerking en innovatie, bijvoorbeeld pilots voor gezinsgerichte hulp, de JIM-aanpak en integrale kindcentra. Conform het advies van de VNG kunnen gemeenten deze middelen inzetten ter ondersteuning van de transformatie van de jeugdhulp volgens de Hervormingsagenda Jeugd. Het krediet versterkt de uitvoeringskracht, in het bijzonder op het gebied van jeugd en veiligheid, door extra capaciteit te creëren, samenwerking te verbeteren en integrale uitvoering te borgen. Het reserveren van de € 4,2 miljoen is essentieel om de transformatie in het sociaal domein en de jeugdzorg daadwerkelijk vorm te geven. Het krediet maakt investeren in duurzame, preventieve en integrale oplossingen mogelijk, die bijdragen aan een sterke, inclusieve en veerkrachtige mienskip.
Loon- en prijsbijstelling middelen jeugdhulp Wij hebben eerder een bedrag voor loon- en prijsbijstelling Jeugdhulp ontvangen voor de jaren 2024 en 2025. Nu ontvangen we de bedragen voor de jaren 2026 en verder. Het gaat om € 23,5 miljoen in 2026 en € 19 miljoen daarna. Voor ons gaat het om € 137.000 in 2026 en structureel € 114.000 voor de jaren daarna. Wij stellen voor deze bedragen toe te voegen aan ons budget voor jeugdhulp.
3
Correctie/weeffout decentralisatie jeugdzorg Bij de decentralisatie van de jeugdzorg is de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg overgegaan van de provincies naar de gemeenten. In het bestuursakkoord 2011-2015 is vastgelegd dat er € 90 miljoen van het provinciefonds werd overgeheveld naar het gemeentefonds. De uitname was gebaseerd op het aantal jongeren op dat moment. Bij de berekening van de bedragen is geen rekening gehouden met het feit dat de steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag zelf al verantwoordelijk waren voor de jeugdzorg. Hierdoor is er destijds € 10 miljoen structureel te veel overgeheveld van het provinciefonds naar het gemeentefonds. Deze ‘weeffout’ zal door het Rijk later worden hersteld. Waarschijnlijk wordt de correctie voor 2025 in de decembercirculaire 2025 verwerkt en de structurele correctie voor de jaren vanaf 2026 in de meicirculaire 2026. Naar verwachting gaat het bij ons om een structureel bedrag van ongeveer € 60.000 per jaar waarvan we nu nog niet exact weten wanneer we daarvoor worden gekort. Wij stellen voor dit bedrag te onttrekken aan ons budget voor jeugdhulp zodra deze correctie wordt doorgevoerd. Toezicht gastouderopvang De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel om de kwaliteit van gastouderopvang beter te waarborgen.
De nieuwe kwaliteitseisen gaan gelden vanaf 1 juli 2026 (naast enkele kleinere wijzigingen die ingaan per 1 januari 2026). De wetswijziging leidt tot meerkosten voor toezicht en handhaving op de gastouderopvang. Deze middelen kunnen worden aangewend voor het aanpassen van het toezicht en handhaving in voorbereiding op de nieuwe kwaliteitseisen, bijvoorbeeld voor training/scholing van inspecteurs. Ook kunnen de middelen worden ingezet voor structurele uitbreiding van de duur van een inspectie bij een voorziening voor gastouderopvang en bij een gastouderbureau. Tenslotte is het geld bedoeld voor de uitbreiding van de duur van het eerste inspectiebezoek na invoering van de nieuwe kwaliteitseisen. Wij ontvangen structureel € 11.000 en stellen voor dit bedrag toe te voegen aan ons budget handhaving gastouderopvang. Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen Het kabinet stelt eenmalig € 60 miljoen beschikbaar aan gemeenten voor de organisatie van de vervroegde Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober. Het kabinet heeft hierover besloten na overleg met de VNG. Deze vergoeding is aanvullend op de vergoeding die gemeenten jaarlijks via het gemeentefonds krijgen voor de uitvoering van hun wettelijke taken bij het organiseren van verkiezingen. Wij ontvangen hiervoor € 300.000.
Implementatie Participatiewet in balans Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een initiatief om de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren, met name door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijkere aanpak. De planning is dat de wet op 1 januari 2026 ingaat. In totaal wordt er € 55,5 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd n de periode 2025-2030 ten behoeve van de implementatie van deze wet. We stellen voor de te ontvangen bedragen jaarlijks toe te voegen aan het krediet Súdwest Werkt zodat we vorm kunnen geven aan de uitvoering van de wet. Rijksbijdrage Beschut Werk In de periode 2025-2027 wordt in totaal ruim € 110 miljoen beschikbaar gesteld om de werking van loonkostensubsidie (LKS) bij beschut werk te verbeteren. Uit onderzoek blijkt dat de loonwaardesystematiek die hier nu voor wordt gebruikt, veelal leidt tot een overschatting van de loonwaarde en daarmee tot een te lage vaststelling van de LKS. In de Tweede Kamerbrief ‘Voortgang sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk’ is aangekondigd dat voor werknemers met een indicatie beschut werk een forfaitaire loonkostensubsidie (vaste vergoeding voor gemiste loonkosten) zal worden ingevoerd. De hoogte van de forfaitaire LKS wordt vastgesteld op 68%. Dit is zo’n 11%-punt hoger dan het huidige gemiddelde LKS-percentage.
Het kabinet heeft hiertoe bij Voorjaarsnota 2025 € 34,3 miljoen (2025) oplopend naar € 90,1 miljoen structureel (vanaf 2048) vrij gemaakt. De oploop is het gevolg van de geraamde toename van het aantal beschut werkers. Deze maatregel vergt een wetswijziging die naar verwachting in 2028 in werking zal treden. Tot het moment dat de wetswijziging is gerealiseerd worden de extra middelen toegevoegd aan de Rijksbijdrage beschut werk via de IU Participatie. Na de inwerkingtreding van de wijziging zullen de extra middelen onderdeel worden van het budget voor de bijstand en loonkostensubsidies. Voorlopig ontvangen wij het geld tot en met 2027. Wij stellen voor de te ontvangen bedragen toe te voegen aan ons budget beschut werken.
4
Impulsbudget sociale infrastructuur Door de toekenning van de loon- en prijsontwikkeling (LPO) wijzigt de omvang van de decentralisatie-uitkering ‘Impulsbudget sociale infrastructuur’. Ook is de verdeling vanaf 2026 bijgewerkt op basis van veranderingen in samenwerkingsverbanden en de nieuwste gegevens voor de verdeelmaatstaf. In de meicirculaire 2025 hebben we voor dit Impulsbudget al jaarlijks een bedrag toegekend gekregen. Wij ontvangen dit budget mede namens de overige gemeenten die deelnemen in ons sociaal ontwikkelbedrijf Empatec. Wij stellen voor de huidige bedragenreeks, net als bij de meicirculaire 2025, jaarlijks toe te voegen aan het krediet tegemoetkoming sociaal werkbedrijven. Versterking omgevingsveiligheidsdiensten De VNG, namens de gemeenten, en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zijn overeengekomen dat bepaalde taken van het vervolg op de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid (MVO) door gemeenten worden uitgevoerd. Het gaat om wettelijke taken op het terrein van de omgevingsveiligheid. Wij stellen voor het bedrag van € 29.000 dat wij extra ontvangen tot en met 2028 toe te voegen aan het budget voor de FUMO. Spreidingswet Vanuit de Spreidingswet hebben gemeenten een nieuwe taak gekregen in het zoeken naar opvangplekken. Gemeenten ontvangen hiervoor middelen vanuit het gemeentefonds.
Voor gemeenten is er een bijdrage van in totaal € 15,3 miljoen beschikbaar. Elke gemeente ontvangt een vast bedrag van € 20.000. Het resterende bedrag wordt verdeeld op basis van de verdeling van het aantal opvangplaatsen per gemeente. Wij ontvangen dit jaar € 63.000. We stellen voor dit bedrag, net als bij de resultaatbestemming bij onze jaarrekening 2024, toe te voegen aan het krediet Spreidingswet en HAR. Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) De decentralisatie-uitkering CDOKE vervangt de SPUK CDOKE. In 2026 wordt een totaalbedrag van ruim € 666 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. Hiervan wordt € 30,5 miljoen in een volgende circulaire verdeeld op basis van een in overleg met de VNG nog vast te stellen verdeelsleutel. De middelen zijn ook beschikbaar voor de periode 2027 t/m 2030, maar de uitkeringsvorm na 2026 is nog niet bepaald. De decentralisatie-uitkering CDOKE bestaat uit basisfinanciering en planfinanciering. Alle gemeenten ontvangen basisfinanciering ten behoeve van de vergroting van hun capaciteit (bemensing) voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid.
Daarnaast zijn aanvullend middelen beschikbaar voor gemeenten die in 2024 of 2025 planfinanciering hebben aangevraagd voor bijvoorbeeld het instellen van een zero emissie-zone, het aanleggen van zonneweiden of windparken en het aardgasvrij maken van woningen. Vanuit SWF hebben we ook planfinanciering aangevraagd voor onderhanden projecten, zijnde het Eiland en Warm Heeg. Gemeenten aan wie in 2024 of 2025 planfinanciering is toegezegd, kunnen op deze middelen rekenen tot het plan is afgerond (mits dit voor 2030 is) of de maximale termijn voor de planfinanciering is bereikt (tot 2030). Na afronding van deze plannen (mits dit voor 2030 is) worden deze planfinancieringsmiddelen herverdeeld over gemeenten zodat aanvullende plannen gefinancierd kunnen worden. Wij stellen voor het bedrag voor 2026 van € 3.568.000 toe te voegen aan het krediet CDOKE-middelen. Overheidsbrede Dienstverlening De SPUK Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) wordt vanaf 2026 omgezet naar de decentralisatie-uitkering (DU) Overheidsbrede Dienstverlening. Hiervoor is vanaf 2026 een structurele bijdrage van € 15,4 miljoen beschikbaar. Met deze decentralisatie-uitkering kunnen gemeenten, vanuit hun regiorol, lokaal bepalen waar en welke vorm van ondersteuning het meest passend is. De overheveling van deze SPUK naar een decentralisatie-uitkering (DU) gaat gepaard met een korting van 10%.
Het structurele bedrag van € 80.000 bedrag komt in de plaats van de SPUK van € 88.000.
5
Hoofdstuk 3: Financiële gevolgen voor meerjarenbegroting Saldo septembercirculaire 2025 In tabel 1 hebben we vastgesteld hoeveel geld we de komende jaren op basis van deze nieuwe circulaire ontvangen van het Rijk vanuit het Gemeentefonds. Na verrekening van de taakmutaties uit tabel 2 blijven de volgende positieve saldi over: Tabel 3 Eindsaldo Septembercirculaire 2025 Septembercirculaire 2025 t.o.v. Meicirculaire 2025 Aftrek taakmutaties Eindsaldo:
2025
2026
2027
2028
2029
6.272.625 4.918.000 1.354.625
4.845.393 4.086.000 759.393
893.766 440.000 453.766
604.346 308.000 296.346
366.686 279.000 87.686
Tabel 3 toont een aflopend voordeel. De verschillen met de meicirculaire zijn in het verleden wel eens groter geweest.
Verklaring saldi septembercirculaire 2025 Bij elke circulaire zijn er verschillen ten opzichte van de vorige circulaire vanwege zogenaamde hoeveelheidsverschillen. Bij elke circulaire passen wij daarom onze aantallen per maatstaf aan naar de meest recente gegevens die beschikbaar zijn. Dit zorgt voor de hoeveelheidsverschillen die we niet verder verklaren. Bij deze circulaire zijn de verschillen bijna volledig te verklaren door hogere aantallen in combinatie met een lager accres, waarbij onze hogere aantallen de daling van het accres compenseren. Er is slechts één significant bedrag dat ook van invloed is op de saldi uit tabel 3 en dat is het BTWcompensatiefonds. Het BTW-compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Gemeenten zijn in 2024 € 332 miljoen onder dit plafond gebleven met declaraties en het bijbehorende bedrag voor SúdwestFryslân is ongeveer € 1,7 miljoen. Dat bedrag van € 1,7 hebben wij in de meerjarenbegroting opgenomen. Een hoger bedrag mag ook niet van de provincie in de begroting opgenomen worden. In de septembercirculaire 2025 wordt nu een voorschot van € 428 miljoen uitbetaald. Voor ons een bedrag van € 2.362.000. Dit is € 662.000 hoger dan begroot. Dit is dan ook ons voordeel ten opzichte van de begroting. Het bedrag van € 662.000 zit verwerkt in het saldo uit tabel 3 voor het jaar 2025 van € 1.354.625.
Omdat het een voorlopige afrekening betreft lopen we wel een risico. Het definitieve bedrag wordt namelijk afgerekend bij de meicirculaire 2026. Valt het bedrag dan lager uit (zoals dit jaar in mei het geval was) dan moeten we een bedrag terugbetalen.
Financiële onzekerheden: risico’s en kansen Het grootste financiële risico dat wij lopen bij het gemeentefonds is besluitvorming van het Rijk. De afgelopen jaren heeft geleerd dat het Rijk regelmatig eenzijdig besluiten neemt die vaak ten nadele van het gemeentefonds uitpakken. Wat dat betreft is het de vraag hoe een nieuw kabinet gaat handelen. Maar we lopen meer financiële risico’s. Wij gaan op een aantal hiervan, net als bij vorige circulaires, nogmaals in. Te lage loon- en prijscompensatie in pbbp Sinds 2024 wordt het prijsaccres van het gemeentefonds bepaald op basis van de prijsstijging van het bruto binnenlands product (pbbp) per de voorjaarsnota van het lopende jaar. Wij denken dat de percentages uit de gecombineerde index beter aansluiten bij de werkelijkheid dan het pbbp. We hebben hier uitgebreider aandacht aan besteed bij de meicirculaire 2025. We hebben in deze circulaire ook nu weer het verschil tussen de pbbp en de gecombineerde index voor 50% meegenomen als stelpost voor de toekomst. Hiermee gaan we ervan uit dat we in de komende jaren voldoende geld hebben gereserveerd om onze volledige loon- en prijsstijgingen van te kunnen betalen.
6
Het verschil tussen de percentages tegen pbbp en de gecombineerde index voor de jaren 2027-2029 is als volgt: Tabel 4 Loon- en prijscompensatie Pbbp in meicirculaire 2025 Gecombineerde index verschil:
2027 2,53% 4,00% -1,47%
2028 2,65% 3,48% -0,83%
2029 2,49% 3,64% -1,15%
Maatstaf huishoudens laag inkomen met drempel Vanaf 2023 is de algemene uitkering van het gemeentefonds herverdeeld. Daarbij is een groot aantal maatstaven verdwenen en een aantal nieuwe toegevoegd. Eén van de belangrijkste nieuwe maatstaven is de maatstaf huishoudens laag inkomen met drempel. Deze maatstaf bepaald voor ongeveer 20% de hoogte van onze algemene uitkering. Een wijziging van het aantal huishoudens met een laag inkomen in onze gemeente kan dan ook grote financiële gevolgen hebben. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft op 4 december 2024 een actualisatie van aantallen voor de maatstaf Huishoudens met een laag inkomen met drempel per gemeente voor de jaren 2022 (definitief) en 2023 (voorlopig) gepubliceerd. Ons aantal is door het CBS voorlopig 300 hoger vastgesteld dan voor 2022, namelijk 13.700 in plaats van 13.400. Het door het CBS gepubliceerde aantal voor het jaar 2023 is echter nog voorlopig en wordt pas bij de decembercirculaire 2025 definitief vastgesteld. Het hogere aantal van 300 lijkt weinig, maar zou ons vanaf het jaar 2027 structureel ongeveer € 1,6 miljoen meer aan inkomsten algemene uitkering opleveren. De berekening voor de algemene uitkering is nu nog gebaseerd op slechts één definitief cijfer (2022) en één voorlopig cijfer (2023). Uiteindelijk zal de maatstaf gebaseerd worden op een gemiddelde van vier jaar.
In december 2027 is voor het eerst een reeks van vier jaar definitief. Tot die tijd gaan wij voorzichtig om met de voorlopige cijfers, zeker gezien de grote financiële gevolgen van deze maatstaf. Wij hebben dan ook voorlopig 50% van de stijging van 13.400 naar 13.700, dus 13.550 in onze berekening algemene uitkering opgenomen voor de maatstaf huishoudens laag inkomen met drempel. Bij de decembercirculaire 2025 verwachten wij dat het definitieve cijfer voor 2023 bekend is. Stand van zaken onderzoeksagenda herijking gemeentefonds Bij de herijking van het gemeentefonds per 1 januari 2023 heeft het Rijk de financiële gevolgen voor gemeenten gemaximaliseerd door middel van een ingroeimodel. De herijking had in basis een positief gevolg voor onze gemeente van structureel € 10,4 miljoen. Dat betekende dat de uitkomst van de herijking van het gemeentefonds aangaf dat wij recht zouden hebben op een extra bedrag van structureel € 10,4 miljoen. Wij worden dan ook gezien als een voordeelgemeente. Om de gevolgen voor de nadeelgemeenten niet te groot te laten worden, is toen besloten te werken met een ingroei-pad waarbij gemeenten er in 2023 maximaal € 7,50 per inwoner op achteruit of vooruitgingen. In 2024 was dit maximaal € 22,50 en vanaf 2025 maximaal € 37,50 per inwoner. Vanwege dat ingroei-pad hebben wij tot nu toe slechts € 3,4 miljoen extra ontvangen.
Wij hebben dan ook eigenlijk nog recht op structureel € 7,0 miljoen. Vanaf 2023 zijn er diverse onderzoeken gedaan naar de gevolgen van de herijking voor verschillende groepen gemeenten en naar mogelijke aanpassingen van het verdelingsmodel. Dit mede op aandringen van de VNG en het ROB. Pas na deze onderzoeken zou een besluit van het Rijk volgen over een verdere doorvoering van het herijkingsmodel voor de jaren vanaf 2026. De resultaten van de afgeronde onderzoeken laten zien dat verdere analyse nodig is. Daarom heeft het Rijk besloten dat pas per 1 januari 2027 een volgende stap wordt gezet met betrekking tot het ingroei-pad. Op basis van de dan geactualiseerde kostendata en de dan beschikbare onderzoeksresultaten zal het ingroei-pad per gemeente worden geactualiseerd. De effecten per gemeente van de invoering van het nieuwe model zal, net als tot nu toe, beperkt zijn tot een bedrag van maximaal -/+ € 15 per inwoner per jaar. Het is de planning dat in de voorjaarsnota 2026 meer bekend wordt. Mogelijk liggen hier dus in de nabije toekomst financiële kansen voor ons.
7
Eindresultaat voor meerjarenbegroting Resumerend: het financiële resultaat van de septembercirculaire 2025 en daarmee de gevolgen voor de meerjarenbegroting is dan als volgt: Tabel 5
Eindsaldo Septembercirculaire 2025 Septembercirculaire 2025 t.o.v. Meicirculaire 2025 Aftrek taakmutaties Eindsaldo:
2025
2026
2027
2028
2029
6.272.625 4.918.000 1.354.625
4.845.393 4.086.000 759.393
893.766 440.000 453.766
604.346 308.000 296.346
366.686 279.000 87.686
Wij leggen de uitkomst van de septembercirculaire 2025 voor besluitvorming voor aan college en raad via een raadsvoorstel dat op 18 december 2025 door de raad in haar raadsvergadering zal worden behandeld.
8