Bijlage 1 - Memo Wegwijzer naar eenvoud en succes
Tekst van het document
Wegwijzer naar eenvoud en succes
Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Doorlopend toekennen 2.1. Wat is doorlopend toekennen? 2.2. Voordelen van doorlopend toekennen 2.3. Risico’s van doorlopend toekennen 3. Ambtshalve toekennen 3.1. Wat is ambtshalve toekennen? 3.2. Voordelen van ambtshalve toekennen 3.3. Risico’s van ambtshalve toekennen 4. Ambtshalve toekennen versus doorlopend toekennen 4.1. De achterliggende wet- en regelgeving 5. De individuele inkomenstoeslag (IIT) 5.1. De individuele inkomenstoeslag (IIT) 5.2. Wat staat er in de wet- en regelgeving? 5.3. Hoe wordt de werkwijze dan? 6. De Bijdrageregeling Minima 6.1. De Bijdrageregeling Minima 6.2. Wat staat er in de wet- en regelgeving? 6.3. Hoe wordt de werkwijze dan? 7. Conclusie
Team IBSD
Hoofdstuk 1: Inleiding De gemeente Súdwest-Fryslân werkt al enige tijd aan het efficiënter en effectiever uitvoeren van de bijzondere bijstand en de gemeentelijke minimaregelingen. Het hele traject van aanvragen tot beschikken en uitbetalen wordt daarbij doorlopend onderzocht en geanalyseerd en daar waar mogelijk worden aanpassingen gedaan en verbeteringen doorgevoerd. Dit alles heeft als doel de toegankelijkheid (simpeler om aan te vragen) en het gebruik van deze inkomensondersteunende maatregelen te verhogen en de uitvoeringskosten te verlagen. Het afgelopen jaar hebben we alle inkomensondersteunende regelingen die binnen het Sociaal Domein worden uitgevoerd geactualiseerd. Met dit plan, genaamd wegwijzer naar eenvoud en succes, willen we nog een stap verder gaan. Wie nu namelijk een aanvraag indient moet bewijsstukken kunnen overleggen om aan te tonen dat er recht bestaat op de gevraagde tegemoetkoming. Voorheen op papier en geprint. In de digitale versie door de bewijsstukken te scannen en te uploaden bij de aanvraag. Er worden voor aanvragen nog steeds veel bewijsstukken gevraagd en het wordt door onze inwoners als lastig en omslachtig ervaren om al deze bewijsstukken te kopiëren, maar ook om ze vervolgens te scannen, op te slaan en te uploaden. Dit zorgt er in een aantal gevallen voor dat inwoners afhaken of hulp nodig hebben.
En dit zorgt dan weer voor vertragingen in het hele toekenningsproces. Daarnaast is er de afgelopen jaren langzaamaan een omslag ontstaan om meer vanuit vertrouwen te handelen – ook een uitdrukkelijke wens vanuit het coalitieakkoord en de Cliëntenraad Werk en Inkomen – én het de aanvrager (nog) makkelijker te maken. Uiteraard zónder daarbij afbreuk te doen aan het voorkomen van fraude en het borgen van de rechtmatigheid. Voor ons reden genoeg om heel kritisch naar onze aanvraagprocessen te kijken met name voor wat betreft het eenvoudiger/simpeler maken van de aanvraagprocedure waardoor mensen minder snel afhaken. De afgelopen maanden hebben we onderzocht wat de mogelijkheden zijn. Hierbij hebben we onder andere gekeken naar het ambtshalve en/of het doorlopend toekennen van aanvragen van inwoners die een lopende uitkering van ons ontvangen op grond van de Participatiewet. Het ambtshalve toekennen van aanvragen blijkt formeel niet bij alle aanvragen mogelijk, maar in combinatie met een doorlopende toekenning zijn er zeker hele interessante mogelijkheden. Dit plan is geheel in lijn met het coalitieakkoord betreffende het punt bestaanszekerheid, waarin we actief beleid willen inzetten om armoede tegen te gaan. Als gemeente willen we onze inwoners de juiste hulp en regelingen bieden met als doel zoveel mogelijk mensen bestaanszekerheid te bieden.
Voorkomen moet worden dat mensen door armoede en schulden vastlopen en niet meer mee kunnen doen. Vertrouwen is daarbij een belangrijk uitgangspunt. Het doel is hierbij vooral om zo weinig mogelijk beperkende regels te hanteren en zoveel mogelijk maatwerk te bieden om onze inwoners verder te helpen. Tegelijkertijd kijken we daarbij steeds hoe we het aantal aanvragen van diezelfde regelingen kunnen verhogen van 40% naar 80%. Dit plan sluit op al deze onderdelen aan bij de doelen uit het coalitieakkoord. In dit stuk zullen we stapsgewijs dieper ingaan op de materie, het onderzoek, de mogelijke werkwijze en naar aanleiding daarvan een conclusie/advies uitbrengen.
Hoofdstuk 2: Doorlopend toekennen 2.1 Wat is doorlopend toekennen? Het doorlopend toekennen van aanvragen in het kader van de Participatiewet houdt in dat een toegekende bijstandsuitkering of ondersteuning voor een bepaalde periode geldig blijft zonder dat er elk jaar een nieuwe aanvraag gedaan hoeft te worden. Met andere woorden, de toegekende bijstand wordt automatisch voortgezet zonder dat de bijstandsgerechtigde opnieuw hoeft aan te tonen dat hij of zij nog steeds voldoet aan de voorwaarden van de Participatiewet. 2.2 Voordelen van doorlopend toekennen Enkele redenen waarom gemeenten ervoor kunnen kiezen om aanvragen doorlopend toe te kennen zijn: 1. Stabiliteit en continuïteit van de inkomenssituatie: als het inkomen van de aanvrager gedurende langere tijd redelijk stabiel is en er weinig veranderingen te verwachten zijn, kan doorlopende toekenning efficiënter zijn dan jaarlijks een nieuwe aanvraag. 2. Efficiëntie: door aanvragen doorlopend toe te kennen kunnen we de administratieve rompslomp voor de inwoners en de gemeente verminderen. Hierdoor hoeven we niet elk jaar extra externe krachten in te schakelen om de grote hoeveelheid aanvragen te verwerken. 3.
Vertrouwen in de situatie van de aanvrager: als de gemeente vertrouwen heeft in de situatie van de aanvrager en er geen indicaties zijn dat er belangrijke veranderingen zijn opgetreden, kan doorlopende toekenning passend zijn. Het is echter belangrijk op te merken dat een doorlopende toekenning niet voor elke situatie geschikt is. Sommige situaties kunnen veranderingen met zich meebrengen die van invloed kunnen zijn op de rechtmatigheid van de aanvraag. Daarom moeten gemeenten zorgvuldig afwegen welke aanvragen in aanmerking komen voor doorlopende toekenning en regelmatig monitoren of de rechtmatigheid nog steeds van toepassing is. 2.3. Risico’s van doorlopend toekennen Het doorlopend toekennen kan ook risico's met zich meebrengen, zoals het niet tijdig opmerken van veranderingen in de persoonlijke situatie van de bijstandsgerechtigde, waardoor hij of zij mogelijk niet langer recht heeft op de toegekende bijstand. Het is belangrijk dat de uitvoerende instanties regelmatig monitoren of er zich geen wijzigingen voordoen die van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand.
Hoofdstuk 3: Ambtshalve toekennen 3.1. Wat is ambtshalve toekennen? Ambtshalve toekennen is het automatisch toekennen van bepaalde rechten, voordelen, of erkenningen door een bevoegde instantie, zonder dat de betrokken persoon een formele aanvraag hoeft in te dienen. Dit is het geval wanneer een overheidsinstantie op basis van beschikbare informatie besluit om bepaalde voordelen of rechten toe te kennen aan een inwoner, zonder dat die inwoner expliciet om die toekenning heeft gevraagd. Het doel hiervan is om administratieve processen te stroomlijnen en ervoor te zorgen dat mensen krijgen waar ze recht op hebben zonder onnodige bureaucratie. Het proces van ambtshalve toekennen is bedoeld om zowel de dienstverlening te verbeteren als de last voor onze inwoners te verminderen door hen te ontlasten van het indienen van onnodig papierwerk en bewijsstukken. 3.2. Voordelen van ambtshalve toekennen Enkele redenen waarom gemeenten ervoor kunnen kiezen om aanvragen ambtshalve toe te kennen zijn: 1. Vereenvoudiging van het aanvraagproces Ambtshalve en/of doorlopend toekennen vermindert de administratieve lasten voor inwoners. Ze hoeven niet langer een aparte aanvraag hoeven in te dienen voor elk recht of elke voorziening waarvoor ze in aanmerking komen. 2.
Voorkomen van gemiste kansen Sommige inwoners zijn zich niet bewust van de rechten en voorzieningen waarvoor ze in aanmerking komen of aarzelen een aanvraag in te dienen. Ambtshalve en/of doorlopend toekennen zorgt ervoor dat ze niet worden uitgesloten van voordelen waar ze recht op hebben. 3. Vermindering van ongelijkheid Ambtshalve en/of doorlopend toekennen kan helpen ongelijkheid te verminderen. Het voorkomt dat inwoners die minder goed geïnformeerd zijn, bepaalde voordelen missen. 4. Tijdige toegang tot ondersteuning Ambtshalve en/of doorlopend toekennen zorgt ervoor dat inwoners snel toegang krijgen tot de benodigde ondersteuning, zonder vertragingen veroorzaakt door het indienen en verwerken van aanvragen. 5. Minder administratieve fouten Door ambtshalve toe te kennen op basis van beschikbare gegevens, is er minder ruimte voor menselijke fouten bij het indienen en beoordelen van aanvragen. Dit geldt zowel voor de inwoners als de uitvoerende medewerkers in de gemeente. 6. Efficiënt gebruik van gegevens Door bestaande gegevens en informatie te gebruiken, kunnen ambtshalve en/of doorlopende toekenningen sneller en nauwkeuriger worden uitgevoerd. 7. Verhoogde deelnamegraad Inwoners kunnen terughoudend zijn een aanvraag in te dienen vanwege privacy. Ambtshalve toekennen kan de deelnamegraad verhogen, omdat geen persoonlijke informatie hoeft te worden verstrekt. 8.
Focus op complexe gevallen Door ambtshalve en/of doorlopend toe te kennen kunnen eenvoudige aanvragen automatisch verwerkt worden. Daardoor kunnen tijd en middelen worden ingezet voor complexere gevallen die meer aandacht en beoordeling vereisen. 9. Verbeterde inwoner tevredenheid Snelle en automatische toekenning van voordelen kan leiden tot een grotere tevredenheid, omdat mensen het gevoel hebben dat hun behoeften snel en effectief worden aangepakt. Het is echter belangrijk op te merken dat ambtshalve toekennen niet voor alle situaties geschikt is. Er zijn gevallen waarin individuele omstandigheden nauwkeurig moeten worden beoordeeld, en in sommige situaties kan een actieve aanvraag van de ontvanger nodig zijn om de juiste ondersteuning te bieden. Het is van cruciaal belang om een gebalanceerde aanpak te hanteren, waarbij ambtshalve toekennen wordt gecombineerd met de mogelijkheid voor inwoners om zelf aanvragen in te dienen wanneer dat nodig is.
3.3. Risico’s van ambtshalve toekennen Hoewel ambtshalve toekennen veel voordelen heeft, zijn er ook enkele potentiële risico's en uitdagingen aan verbonden: 1. Onjuiste toekenningen: Bij het automatisch toekennen van rechten of voordelen bestaat het risico dat sommige inwoners onterecht voordelen ontvangen, omdat de beschikbare gegevens mogelijk niet volledig of actueel zijn. 2. Privacy- en gegevensbescherming: Het gebruik van persoonlijke gegevens voor ambtshalve toekenningen kan privacy kwesties veroorzaken. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat gegevens veilig worden opgeslagen en alleen worden gebruikt voor legitieme doeleinden. 3. Verstikkingsgevaar: Bij automatische toekenningen kan er een risico zijn op overtoekenning, vooral bij financiële voordelen. Als bijvoorbeeld meerdere instanties dezelfde voordelen automatisch toekennen, kan dit leiden tot een financiële overbelasting voor de ontvanger. 4. Mismatch tussen individuele behoeften: Ambtshalve toekennen houdt mogelijk geen rekening met de specifieke omstandigheden en behoeften van individuele ontvangers. Sommige inwoners hebben misschien recht op bepaalde aanpassingen of uitzonderingen die niet automatisch worden toegekend. 5.
Onvoldoende betrokkenheid van de ontvanger: Wanneer voordelen automatisch worden toegekend zonder dat de ontvanger betrokken is bij het proces, kan dit leiden tot een gebrek aan bewustzijn of begrip van de ontvangen ondersteuning. 6. Verlies van individuele keuzevrijheid: Sommige inwoners willen mogelijk de mogelijkheid behouden om zelf te beslissen of ze bepaalde voordelen willen ontvangen, in plaats van ze automatisch toegekend te krijgen. 7. Veranderingen in omstandigheden: Als de omstandigheden van een persoon veranderen, kan het automatische toekenningen moeilijker maken om snel aan te passen aan nieuwe behoeften. 8. Onvoldoende controle op fraude: Ambtshalve toekennen kan fraudepreventiemaatregelen omzeilen die normaal gesproken worden toegepast bij het indienen van een actieve aanvraag. 9. Gebrek aan bewijs van acceptatie: Ontvangers kunnen in de war raken of onzeker zijn over welke voordelen ze ontvangen, aangezien ze geen formele acceptatieprocedure hebben doorlopen. 10. Onvoldoende of te trage aanpassing bij veranderingen: Als beleid of criteria veranderen, kan ambtshalve toekennen leiden tot trage aanpassingen aan deze veranderingen, omdat het systeem mogelijk niet onmiddellijk wordt bijgewerkt.
Om de risico's van ambtshalve toekennen te minimaliseren, is het cruciaal om een evenwicht te vinden tussen automatische toekenning en de mogelijkheid voor inwoners om actieve aanvragen in te dienen. Periodieke beoordelingen van gegevens, nauwkeurige informatie-updates en duidelijke communicatie met ontvangers zijn belangrijk om ervoor te zorgen dat ambtshalve toekennen op een effectieve en eerlijke manier wordt uitgevoerd.
Hoofdstuk 4: Ambtshalve versus doorlopend toekennen 4.1. De achterliggende wet- en regelgeving Normaal gesproken wordt het recht op bijstand via een schriftelijke aanvraag vastgesteld. In artikel 4:1 Awb staat hierover het volgende: ‘’tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk ingediend bij het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen’’. Artikel 43 lid 1 van de Participatiewet zegt over ambtshalve toekennen het volgende: ‘’ het college stelt het recht op bijstand op schriftelijke aanvraag of, indien een schriftelijke aanvraag niet mogelijk is, ambtshalve vast’’. Op grond van dit artikel blijkt dat het college het recht op bijstand ambtshalve kan vaststellen als een schriftelijke aanvraag niet mogelijk is. Maar dit kan niet zomaar. Er moet dan wel sprake zijn van een uitzonderingssituatie (zie: Aanwijzingsbeschikking SZW van 6 juli 2010, Stcrt. 2010, 10843). Als er geen sprake is van een uitzonderingssituatie is ambtshalve toekennen op grond van de Participatiewet formeel niet mogelijk. Voor Minimaregelingen is dit anders, omdat deze geen grondslag hebben in de Participatiewet, maar zijn gebaseerd op artikel 108 en 149 Gemeentewet. De wet staat hier niet in de weg aan ambtshalve toekennen.
Omdat de minimaregelingen niet zijn gebaseerd op de Participatiewet zijn er meer bevoegdheden voor de gemeente. Een beschikking moet wel altijd worden toegezonden, ook bij een toekenning. 4.2. Welke aanvragen lenen zich voor ambtshalve en/of doorlopende toekenning? Aanvragen die zich lenen voor ambtshalve en/of doorlopende toekenning zijn die waarbij de persoonlijke omstandigheden van de aanvrager redelijk stabiel zijn en er weinig veranderingen te verwachten zijn gedurende een bepaalde periode. Hierbij kan gedacht worden aan inwoners die al (langere tijd) een uitkering levensonderhoud van de gemeente ontvangen. Op dit moment zijn de individuele inkomenstoeslag en de financiële bijdrage uit de Bijdrageregeling Minima hiervoor bij uitstek geschikte regelingen. Het risico bij inwoners die een uitkering van de gemeente ontvangen is klein(er), omdat we deze inwoners al in beeld hebben. Daarnaast komen er bij wijzigingen in inkomens- en vermogenssituaties signalen vanuit het inlichtingenbureau op basis waarvan het nodig kan zijn een onderzoek in te stellen. Daarnaast dient de werkwijze uitgewerkt te worden in het proces en in werkinstructies om de risico’s zoveel mogelijk te minimaliseren.
Hoofdstuk 5: De individuele inkomenstoeslag (IIT) 5.1. Wat is de individuele inkomenstoeslag? De individuele inkomenstoeslag is een extra financiële ondersteuning die gemeenten kunnen bieden aan mensen met een laag inkomen en weinig vermogen. Het doel van deze toeslag is om mensen te helpen die langdurig een laag inkomen hebben en moeite hebben om onverwachte kosten te dekken of om te sparen voor bijvoorbeeld duurzame gebruiksgoederen. In een aantal andere gemeenten (Leeuwarden, Groningen) wordt de individuele inkomenstoeslag al doorlopend toegekend aan inwoners met een bijstandsuitkering. 5.2. Wat staat er in de wet- en regelgeving? De individuele inkomenstoeslag is onderdeel van de Participatiewet en leent zich daardoor niet voor ambtshalve toekenning op grond van artikel 43 lid 1 van de Participatiewet in combinatie met artikel 4:1 Awb. Daarnaast zegt artikel 36 lid 1 Participatiewet nog het volgende: ‘’ op een daartoe strekkend verzoek van een persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die langdurig een laag inkomen en geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 PW heeft en geen uitzicht heeft op inkomensverbetering, kan het college, gelet op de omstandigheden van die persoon, een individuele inkomenstoeslag verlenen’’. In dit artikel wordt gesproken over ‘een daartoe strekkend verzoek’.
Navraag bij de juridische helpdesk van Schulinck Participatiewet leert ons dat anders dan het begrip 'aanvraag', het begrip 'verzoek' niet nader is gedefinieerd. Naar de mening van de juridische helpdesk Schulinck Participatiewet moet een verzoek gezien worden als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1. van de Awb. Onder een aanvraag wordt namelijk verstaan: een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen (artikel 1:3 lid 3 Awb). Concreet betekent dit dat een individuele inkomenstoeslag altijd met een aanvraag moet. Zie ook: http:// www.gripopparticipatiewet.nl/inhoud/product-artikel-thematische-verdieping/715. De conclusie die hieruit getrokken kan worden is dat er altijd een (eerste) aanvraag geweest moet zijn om de individuele inkomenstoeslag toe te kennen. Een ambtshalve toekenning is niet mogelijk. Een doorlopende toekenning na een eerste aanvraag daarentegen wel. Hieronder geven we uitleg hoe we dit in onze werkwijze kunnen toepassen. 5.3. Hoe wordt de werkwijze dan? Omdat er aan een doorlopende toekenning altijd een eerste aanvraag ten grondslag moet liggen is de meest praktische werkwijze om een startdatum te kiezen om te gaan starten met het doorlopend toekennen van aanvragen. Alle inwoners met een uitkering levensonderhoud op grond van de Participatiewet komen dan in aanmerking voor een doorlopende toekenning.
Dit is 55,6% van het totale aantal aanvragen individuele inkomenstoeslag. Dat scheelt de gemeente 557 jaarlijkse beoordelingen van aanvragen. Van deze groep inwoners weten we immers dat ze voldoen aan de voorwaarden. Ze zijn woonachtig in de gemeente en blijven met een uitkering altijd onder de 110% van de bijstandsnorm. Daarnaast heeft de gemeente een aantal taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de re-integratie van haar inwoners (aanbieden scholing, arbeidsmarktintegratie en sociale re-integratie) en zijn zij belast met het opleggen van de arbeidsverplichtingen en het volgen van de vorderingen/ondersteuning van de inwoner op dit gebied. We kunnen er dan ook van uit gaan dat de gemeente hier actief op toe ziet, omdat dit een wettelijke verplichting is. Je kunt voor deze groep dus stellen dat zolang ze nog een uitkering ontvangen, er nog geen zicht is op inkomensverbetering. Omdat bij de individuele inkomenstoeslag wel wordt gekeken naar het vermogen, komt de doelgroep IOAW en IOAZ niet in aanmerking voor doorlopende toekenning. De doelgroep Bbz komt niet aanmerking, omdat er binnen deze groep zicht is op inkomensverbetering. Er wordt dus heel bewust gekozen voor alleen de inwoners met een PW uitkering.
Stappenplan: ➢ De consulent kent vanaf de startdatum aan alle inwoners met een uitkering op grond van de Participatiewet de individuele inkomenstoeslag doorlopend toe. ➢ De volgende betaaldatum wordt dan automatisch ingevoerd in het systeem voor het jaar daarna als de 12 maanden weer verlopen zijn.
➢ ➢
➢
➢
Zit de inwoner dan nog steeds in de uitkering? Dan krijgt hij automatisch weer de individuele inkomenstoeslag toegekend. Gaat de inwoner tussentijds uit de uitkering, dan wordt met het beëindigen van de uitkering ook de individuele inkomenstoeslag beëindigd. Wanneer er in het afgelopen jaar een maatregel of afstemming wordt opgelegd en deze komt ter administratieve afhandeling bij de uitkeringenbeheer terecht, dan boeken zij op dat moment een heronderzoek op voor de consulenten mutaties. De consulenten mutaties kijken dan of deze maatregel gevolgen heeft voor de individuele inkomenstoeslag. Is dat het geval, dan schuift de nieuwe betaaldatum een jaar op. Hier ontvangt de inwoner dan bericht van middels een beschikking. Wanneer een inwoner op een bepaald moment inkomsten boven de norm ontvangt en de uitkering komt niet tot uitbetaling, dan wordt er ook voor cluster mutaties een heronderzoek opgeboekt om te kijken of dit gevolgen heeft voor de individuele inkomenstoeslag. Is dat het geval, dan ontvangt de inwoner een beschikking met ons besluit. Wanneer een inwoner gedurende het jaar gaat samenwonen, kan dit ook gevolgen hebben voor de individuele inkomenstoeslag. Dit wordt bij ons gemeld of komt binnen via het signaal van het inlichtingenbureau. Het cluster mutaties behandelt deze signalen en kijkt dan meteen of dit gevolgen heeft voor de individuele inkomenstoeslag.
Deze check ook opnemen in de rapporten.
Hoofdstuk 6: Bijdrageregeling Minima 6.1. Wat is de Bijdrageregeling Minima? De bijdrageregeling Minima is bestemd voor alle inwoners van de gemeente met een laag inkomen (met uitzondering van studenten). Op grond van deze regeling kunnen inwoners met een laag inkomen (tot 120% van het sociaal minimum) in aanmerking komen voor een vergoeding of een verstrekking in natura ten behoeve van de deelname aan het maatschappelijk verkeer. Het staat vast dat deze inwoners extra kosten hebben, die hun financiële draagkracht te boven gaan, waardoor het voor hen lastiger is om deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten. Evenals de regering vindt de gemeenteraad het zeer belangrijk dat inwoners participeren in de samenleving en met name dat kinderen de kans krijgen om deel te nemen aan activiteiten zoals sport, muziek of danslessen. 6.2. Wat staat er in de wet- en regelgeving? Minimaregelingen hebben geen grondslag in de Participatiewet, maar zijn gebaseerd op artikel 108 en 149 Gemeentewet. De wet staat hier niet in de weg aan ambtshalve toekenning. Omdat de minimaregelingen niet zijn gebaseerd op de Participatiewet zijn er meer bevoegdheden voor de gemeente. Een beschikking moet wel altijd worden toegezonden, ook bij een toekenning. Een doorlopende toekenning is ook mogelijk.
Het ambtshalve toekennen van financiële ondersteuning aan minima kan zorgen voor meer stabiliteit en continuïteit voor mensen in kwetsbare situaties. Het vermindert administratieve lasten voor zowel de ontvangers als de instanties die de regelingen uitvoeren. Concreet betekent dit dat er jaarlijks geen externe inhuur meer nodig is om de grote hoeveelheden aanvragen te verwerken. 6.3. Hoe wordt de werkwijze dan? Alle inwoners met een uitkering levensonderhoud op grond van de Participatiewet komen in aanmerking voor een ambtshalve toekenning. Dit is 50,1 % van het totale aantal aanvragen Minima. Dat scheelt de gemeente jaarlijks 997 beoordelingen van aanvragen. Van deze inwoners weten we immers dat ze voldoen aan de voorwaarden. Ze zijn woonachtig in de gemeente en blijven met een uitkering altijd onder de 120 % van de bijstandsnorm. Omdat er bij de Bijdrageregeling Minima niet wordt gekeken naar het vermogen, komt de doelgroep IOAW, Bbz en IOAZ ook in aanmerking voor ambtshalve toekenning. Stappenplan ➢ Vanaf 1 januari van elk kalenderjaar (startend op 1 januari 2024) kan de grootste doelgroep aan de criteria voor de Bijdrageregeling Minima voldoen. Er moet dan gekeken worden of ze de maand voorafgaand in de gemeente woonachtig zijn geweest en een uitkering PW, IOAW, Bbz of IOAZ van de gemeente hebben gehad.
➢ Al deze inwoners krijgen dan het maximale bedrag aan de financiële bijdrage voor dit gezin. ➢ Er wordt een specificatie gestuurd (net als bij de uitkering) met een korte tekst en uitleg en dit is tevens het besluit/beschikking. ➢ Van alle nieuwe instroom gedurende het jaar in de PW kan elke maand een geautomatiseerd lijstje volgen. ➢ De kosten waar je de Bijdrageregeling Minima aan kunt besteden worden door iedereen altijd wel gemaakt. Televisie, internet, fiets, sport. Deze hoeven niet gecontroleerd te worden. ➢ Om dit te kunnen uitvoeren, zal dit wel specifiek in de Verordening opgenomen moeten worden. De Verordening zal dus de route naar de raad moeten doorlopen. ➢ Zwemlessen en laptops zullen altijd nog wel aangevraagd moeten worden, omdat dit een individuele beoordeling vergt.
Hoofdstuk 7: Conclusie Op dit moment zetten we in op het verhogen van het aantal aanvragen van onze regelingen en daarnaast zo min mogelijke administratieve lasten voor onze inwoners. We streven naar snelheid, eenvoud en efficiëntie in onze processen en willen alleen daar zaken opvragen/beoordelen waar dit ook daadwerkelijk nodig is. Door voor het proces individuele inkomenstoeslag en Minima een doorlopende dan wel ambtshalve toekenning mogelijk te maken voor inwoners met een uitkering op grond van de Participatiewet houden we het risico laag. We weten immers dat deze groep mensen aan de voorwaarden voldoen. Van deze groep inwoners krijgen we signalen door vanuit het inlichtingenbureau als er iets wijzigt in hun inkomens- en/of vermogenssituatie. Het is daarom overbodig om dit bij elke aanvraag opnieuw te moeten controleren. Wanneer we deze werkwijze gaan volgen betekent dit dat er voor 1554 inwoners voor één of beide regelingen geen aanvraag meer hoeft te worden ingediend. Dit is een enorme administratieve vereenvoudiging zowel voor deze inwoners als voor de gemeente, waardoor er geen externe inhuur meer nodig is om de grote hoeveelheden aanvragen voor deze regelingen te verwerken. Advies: • Vanaf een afgesproken startdatum doorlopend toekennen aanvragen individuele inkomenstoeslag voor inwoners met een uitkering op grond van de Participatiewet.
• Vanaf een afgesproken startdatum ambtshalve de financiële bijdrage uit de Bijdrageregeling Minima toekennen voor inwoners met een uitkering op grond van de Participatiewet.