CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Kadernota Energiebronnen

Raadsvergadering 3 april 2025, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: ‘Kadernota Energiebronnen’11.137 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Een bijkomend knelpunt daarbij is de beperkte capaciteit van elektriciteitsnetten, wat tot netcongestie leidt waardoor verhogen van het verbruik op veel plekken niet mogelijk is.

5.7 Nieuwe situatie: Het stroomnet loopt vast Voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit is er afgelopen jaren al veel gebeurd in Nederland en helemaal in Súdwest-Fryslân. In onze gemeente wordt er inmiddels met zon en wind, vanaf land en dak, ongeveer net zoveel stroom opgewekt als dat er totaal gebruikt wordt. Daarnaast staat er op het IJsselmeer nog eens driemaal het opwekvermogen aan windmolens ten opzichte van het verbruik in onze gemeente. Dit is sneller gegaan dan we dachten. Het is ook sneller gegaan dan het elektriciteitsnet aankan. Dit betekent dat de opgewekte elektriciteit vanaf land en daken en vanaf het IJsselmeer niet voldoende binnen onze eigen gemeente - via de middenspanningsnetten en laagspanningsnetten - verdeeld wordt naar huishoudens en bedrijven. Ook krijgen nieuwe zon- en windprojecten voorlopig geen netaansluitingen vanwege het tekort aan Houtkachels worden in de nationale statistieken meegenomen als hernieuwbare energie. Er is discussie over of dit daadwerkelijk hernieuwbare energie is. Ook wordt fijnstof uitstoot als bezwaarlijk gezien en hebben nieuwe houtkachels strengere eisen gekregen.

5

25

netcapaciteit. Zie ook onderstaande netcapaciteitskaart voor levering van elektriciteit vanuit het net. Op de rode gebieden kan geen aansluitingen gegeven worden aan grootverbruikers en voor oranje gebieden wordt onderzocht of er ruimte gevonden kan worden middels congestiemanagement. Aanvragen staan op een wachtlijst. In de gele gebieden is nog wel (beperkte) ruimte. Voor elektriciteit-leverende projecten is er voorlopig op geen enkele locatie een aansluiting te krijgen in onze gemeente. Voor kleinverbruikers en woningbouwprojecten zijn nu nog geen knelpunten.

Figuur 3 Capaciteitskaart elektriciteitsnet februari 2025. Bron: Netbeheer Nederland.

Dit betekent dat bedrijven op veel plekken niet kunnen verduurzamen door elektrificatie en niet kunnen uitbreiden of (her)vestigen. Dit is niet snel opgelost ondanks geplande verzwaringen van de netten. Het elektriciteitsnet is op veel plekken al tot het maximum gebruikt. Dit geeft momenteel veel hoofdbrekens hoe we de huidige capaciteit slimmer kunnen gebruiken en hoe sneller te verzwaren. Perspectieven en aanpakken hiervoor worden momenteel besproken met getroffen bedrijven, met netbeheerders en provincie. Het oplossen van de actuele netcongestie is geen onderdeel van deze nota. Deze ontwikkeling stelt ons wel voor nieuwe vraagstukken waar we in de toekomst naar moeten kijken. Vragen zoals “Hoe gaan we samen met de netbeheerder en afnemers de overvloed aan opwekcapaciteit goed verdelen?”, “Hoe kan de warmtetransitie zorgen voor het voorkomen van nieuwe problemen op de elektriciteitsnetten?” en “hoeveel elektriciteit is er in de toekomst echt nodig en hoe beperken we de vraag?”. Het elektrificeren van de warmtevraag gaat immers veel effect hebben op hoeveel en hoe we stroom gebruiken. En het kan daarom ook in de toekomst de toegang tot elektriciteit hinderen of juist mogelijk maken. In deze nota wordt niet ingegaan op het oplossen van de problemen van vandaag, maar kijkt wel naar de oplossingen van de toekomst die bijdragen aan het voorkomen van netcongestie.

Met andere woorden: mede zorgen voor de toegang tot schone elektriciteit voor iedereen.

26

5.8 Nieuwe kansen door klimaatbeleid en energietransitie Dit tijdperk biedt uitdagingen maar ook kansen. Er ontstaat een nieuwe dynamiek met nieuwe marktrollen. Inwoners en bedrijven zijn consument maar steeds vaker ook energieproducent. Een nieuw tijdperk waarin we zelf kunnen bepalen hoe we omgaan met lasten en lusten van het opwekken, opslaan en transporteren van energie. Er ontstaat mogelijk meer lokale bedrijvigheid en werkgelegenheid. We kunnen beter antwoord geven op energiearmoede. Er zijn interessante innovatievragen voor onderwijs en onderzoeksinstellingen. Energietransitie kan ook perspectief bieden op andere vraagstukken zoals het houden of versterken van ruimtelijke kwaliteit en de uitdagingen in de landbouw, water, bodem en natuur. Ook kan er impuls gegeven worden aan circulariteit bij de bouw & installatie sector. Binnen het Klimaatakkoord zijn ook doelstellingen over het vastleggen van CO2 in bossen, natuur- en landbouwgebieden. In onze gemeente is o.a. potentie voor het binden van CO2 in de bodem door het vernatten van veengrond of aanplant van bos. De potentie hiervan kan in de toekomst benut worden om CO2 reductiedoelen te halen. Wat we daadwerkelijk gaan realiseren hangt van keuzen af die we onderweg – kunnen en durven - maken.

Hoe we energie gebruiken en opwekken zal nog meer dan voorheen een onlosmakelijk onderdeel zijn van beleid en planvorming op vele beleidsterreinen.

27

Bijlagen Begrippen en afkortingen Met hernieuwbare energiebronnen bedoelen we energie afkomstig van natuurlijke energiebronnen die constant worden aangevuld. Denk aan energie uit wind, waterkracht, zon, bodem, buitenluchtwarmte en biomassa. Deze energiebronnen zijn onuitputtelijk, in tegenstelling tot fossiele brandstoffen die niet hernieuwbaar zijn. Bij het gebruik van deze hernieuwbare energiebronnen wordt bovendien geen CO2 uitgestoten. (Bron Atlas Natuurlijk Kapitaal). Opmerking: Er wordt ook wel gesproken over schone, groene of duurzame energie. Hier wordt veelal hetzelfde mee bedoeld. Energie. In de energietransitie worden verschillende begrippen gebruikt voor energie. Het begrip “energie” wordt gebruikt als algemene term. Energievormen zijn: • Elektriciteit zoals opgewekt door centrales of decentrale opwek (met name zonnepanelen en windmolens), getransporteerd via een elektriciteitsnet en gebruikt in woningen en bedrijven voor elektrische apparatuur (licht, processen, warmte). • Warmte voor verwarming van ruimten en het maken van warm water of stoom. Hiervoor wordt in Nederland momenteel vooral aardgas gebruikt, vanuit het aardgasnet of indirect via een warmtenet. Voor aardgas en gasinstallaties zijn verschillende hernieuwbare alternatieven. Energieneutraal.

De hoeveelheid energie die inwoners en bedrijven gebruiken, komt uit hernieuwbare energiebronnen van binnen de gemeente, zoals zonlicht, windkracht, geothermie, mest, restwarmte, aquathermie. Bij energieneutraliteit kan er wel uitwisseling zijn van elektriciteit en eventuele andere bronnen via de infrastructuur voor de balancering. Bij volledige energie-onafhankelijkheid zou die uit CO2 neutraal. Er is netto geen CO2 uitstoot. Dat wil zeggen dat de CO2 uitstoot van activiteiten (zoals verbranden van gassen en brandstoffen) of de CO2 uitstoot van elektriciteitsgebruik ofwel nul is, ofwel gecompenseerd wordt met CO2 reductie elders. Klimaatneutraal: Er is netto geen uitstoot van broeikasgassen zoals methaan en CO2. Dit gaat om uitstoot door activiteiten maar ook om CO2 uitstoot uit in de bodem van het veengebied, of juist reductie door CO2 binding aan de bodem. Klimaatneutraliteit kan ook (deels) behaald worden met behulp van CO2 compensatie door reductie elders. Netcongestie treedt op als de capaciteit op een deel van het elektriciteitsnet kleiner is dan de totale maximum elektriciteitsvraag of -opwek op dat deel van het net. Er ontstaat dan elektrische file op de piekmomenten. Als dit een aangetoond probleem is kondigt de netbeheerder netcongestie af. Nieuwe aanvragen voor elektrische aansluiting en elektrisch transport kunnen dan niet gehonoreerd worden.

Hierbij wordt opgemerkt dat het elektriciteitsnet wordt ontworpen op verwachte piekbelasting. Planbureau voor leefomgeving (PBL) doet o.a. onafhankelijk onderzoek naar de effecten van Rijksbeleid. Warmteprogramma. In een warmteprogramma beschrijft een gemeente de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Hierin staat welke wijken, buurten en dorpskernen in de komende 10 jaar van het aardgas gaan en hoe dat gebeurt. Het is de opvolger van de “transitievisie warmte”.

28

Het maken van een warmteprogramma is een plicht die wettelijk vastligt in de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Nationaal Isolatieprogramma (NIP). Het doel van het Nationaal Isolatieprogramma is om tot en met 2030 2,5 miljoen woningen te isoleren. De nadruk ligt daarbij op de 1,5 miljoen slecht geïsoleerde woningen (energielabel E, F en G). Hiervoor is ruim 4 miljard euro beschikbaar. De subsidie en de informatie loopt via provincie en gemeenten. In Friesland wordt dit gebundeld via het Isolatieloket. Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). Het NPLW ondersteunt gemeenten om hun regierol voor de lokale warmtetransitie beter te kunnen vervullen. Dat doet het NPLW door te signaleren en agenderen, door te informeren en ondersteunen én door te verbinden. Dit draagt bij aan het versnellen van het realiseren van de opgave dat alle woningen en andere gebouwen in 2050 aardgasvrij moeten zijn. Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NPRES). In de Regionale Energiestrategie werken 30 regio's onder andere aan het opwekken van grootschalige duurzame energie op land en het zoeken naar duurzame warmtebronnen. Het Nationaal Programma ondersteunt de regio's bij het maken en uitvoeren van de RES.

Compendium energiecijfers Súdwest-Fryslân

In deze bijlage wordt cijfermateriaal over energietrends in de gemeente gegeven. Ontwikkeling energieverbruik en -opwek tot 2023 De ontwikkelingen van de energietransitie is al even gaande in onze gemeente. Met de realisatie van Windpark Fryslân en windpark Nij Hiddum-Houw in 2022 wekt SúdwestFryslân ongeveer vier keer zoveel elektriciteit op als het gebruikt in 2022. Ook zonder Windpark Fryslân wordt er momenteel net iets meer stroom opwekt dan dat er in totaal gebruikt wordt in de gemeente. Het doel om energieneutraal te worden is ruimschoots gehaald voor het elektriciteitsgebruik. Het totale elektriciteitsverbruik in onze gemeente is afgelopen decennium vrijwel hetzelfde gebleven. Per sector zien we wel verschillen: • Er is een stijgende trend bij huishoudens en een dalende trend bij commerciële en publieke dienstverlening. Dit kan verklaard worden uit de stijging van het gebruik van elektrische apparatuur, warmtepompen en elektrische auto’s. Tegelijkertijd neemt de zuinigheid van huishoudelijk apparatuur ook sterk toe, met als resultaat dat de toename van de elektriciteitsvraag van huishoudens niet erg groot is. • In de dienstverlening (kantoren, instellingen, etc.) zorgt het gebruik van LED verlichting en ander zuiniger apparatuur voor een daling.

• Hierbij wordt opgemerkt dat de cijfers zijn gecorrigeerd voor het eigen verbruik van zonnestroom achter de meter (het momentane zelfverbruik). De daadwerkelijk afgenomen elektriciteit van het net is dus lager. Voor huishoudens geldt in 2023 dat wel 18% van het totale elektriciteitsverbruik van woningen zelf is opgewekt en meteen verbruikt. Dit is iets hoger dan het landelijk gemiddelde van 15%. Voor nietwoningen is dat percentage 6,5%. Zie ook de grafiek in de bijlage. De meest opvallende trend is een trendbreuk naar sterk dalende gasverbruik bij woningen: 30% daling in twee jaar (2022 en 2023). Zie grafieken ook in de bijlage. Dit wordt vooral verklaard door de sterk gestegen gasprijzen in die jaren en het hierdoor zuiniger stookgedrag. De vraag is of deze zuinigheid blijvend is.

29

Bij landbouw is al jarenlang een dalende trend te zien in gasgebruik. Dit effect is (nog) niet onderzocht maar vermoedelijk wordt dit veroorzaakt door het invoeden van groen gas door mestvergisting naar het aardgasnet. Vooruitblik energiegebruik en -opwek De verwachting is dat de huidige toename van warmtepompen, elektrisch vervoer, inductiekoken en elektrische boilers in de toekomst door zal zetten, met een sterke stijging van de elektriciteitsvraag als gevolg, aangenomen dat de netcongestie verholpen kan worden. Op nationale schaal wordt uitgegaan van 2-3 keer zoveel elektriciteitsgebruik in 2050 ten opzichte van nu. Dit komt met name door prognoses voor elektrificatie van proceswarmte in de zware industrie, groene waterstofproductie en elektrisch vervoer. Het berekenen van het verwachte energiegebruik in de toekomst wordt gedaan in de vorm van scenario’s. De toekomst is niet exact te voorspellen en is sterk afhankelijk van beleidskeuzen (Rijk en gemeente), de ontwikkeling van technologie, demografie en economie. Het maken van scenario’s helpt goed bij het richten van beleidskeuzen en kan consequenties van keuzen zichtbaar maken. Op Rijksniveau zijn scenario’s bepaald en vastgesteld in het Nationaal Plan Energiesysteem. Voor Friesland is er een scenario bepaald voor de concept Friese Energievisie (pagina 7 van het Kennisdocument).

Deze geven echter onvoldoende inzicht in de verwachte ontwikkelingen voor onze gemeente, omdat de keuzen voor de warmtetransitie nog niet gemaakt zijn. In de aannames van deze scenario’s gaat men namelijk uit van maximale elektrificatie middels warmtepompen en weinig warmtenetten. Dit strookt niet met onze actuele inzichten en planvorming en dat geeft een vertekend beeld over de te verwachten elektriciteitsvraag, en dus over de vraag naar meer opwek. Dit vraagt nader onderzoek.

Analyse elektriciteit en warmte (alle sectoren) Elektrisch verbruik en opwek Súdwest-Fryslân in TJ/jaar - totaal 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 2013

2014

2015 ZOL+ZOD

2016

2017

2018

WOL

WOM

2019

2020

2021

2022

El verbr

Bronnen: klimaatmonitor databank, CBS, RVO SDE projectoverzicht. Opmerking: Van de opwek cijfers 2023 is helaas nog te weinig met zekerheid bekend. Hierdoor kan de verdeling WOM en WOL niet worden gemaakt. De grafiek is daarom tot 2022.

30

Gebruikte afkortingen: WOL Wind op land WOM Wind op meer ZOL Zon op land ZOD Zon op dak El verbr Totale elektriciteitsverbruik Met de realisatie van Windpark Fryslân en windpark Nij Hiddum-Houw in 2022 wekt Súdwest-Fryslân ongeveer vier keer zoveel elektriciteit op als het gebruikt in 2022 (zie grafiek). Uit de grafiek valt op te maken dat Súdwest-Fryslân ook zonder Windpark Fryslân net iets meer elektriciteit opwekt dan dat er in totaal gebruikt wordt in de gemeente. Bij deze cijfers worden de volgende kanttekeningen gemaakt: • Er zijn (nog) geen cijfers bekend over de opbrengst van kleine windmolens kleiner dan 15 meter. • De stand van zaken dorpsmolens is niet in beeld gebracht. • De verhouding Zon op Dak en Zon op Land is in onze gemeente grofweg 3:1 • De databron is de klimaatmonitor databank. Deze levert per gemeente de stand van zaken voor energie en CO2. Er wordt opgemerkt dat cijfers deels niet geactualiseerd zijn voor 2022 en 2023. Ook ontbreken sommige gegevens of zijn niet congruent. Voor het maken van de grafieken zijn enkele aannames gemaakt, mede op basis van CBS en RVO data. Deze gegevens worden periodiek bijgehouden en geanalyseerd binnen het programma Energietransitie. •

Warmtegebruik en -opwek in Súdwest-Fryslân in TJ/jaar - totaal 4.500 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0 2013

2014

2015

2016

2017

Warmte opwek

2018

2019

2020

2021

2022

Warmte gebruik

Bron: Klimaatmonitor Databank Het aandeel opgewekte duurzame warmte is nog klein. Hierbij wordt opgemerkt dat dit aandeel vooral houtkachels in woningen betreft. Stand van zaken CO2 reductie De Raad heeft bepaald dat de CO2 uitstoot van jaar 2013 gekozen kan worden als hoogte van de CO2 uitstoot van 1990. De uitstoot in 2013 was kton CO2 en in 2022 was dat 473 kton. Er is dus inmiddels 26% reductie gerealiseerd.

31

Er is geen monitoringsysteem voor CO2 specifiek op onze gemeente gemaakt. Hiervoor worden de cijfers van de Klimaatdatabank gevolgd. Hierbij blijkt het windpark Fryslân niet gemakkelijk los te maken uit de totaalgegevens van de Klimaatdatabank. Nadere analyse is hiervoor nodig om onze beleidsdoelen op CO2 te kunnen monitoren.

Analyse energietrends per sector Elektriciteitsgebruik per sector - trend (in miljoen kWh/jaar) 150 100 50 0 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Publieke dienstverlening

Commerciële Dienstverlening

Industrie

Landbouw&Visserij

Woningen

2023 ELEKTRICITEITSGEBRUIKVERDELING 9% 32%

17%

7% 35% Publieke dienstverlening Commerciële Dienstverlening Industrie Landbouw&Visserij

Het totale elektriciteitsverbruik in onze gemeente is afgelopen decennium vrijwel hetzelfde gebleven. Per sector zien we wel verschillen: • Er is een stijgende trend bij huishoudens en een dalende trend bij commerciële en publieke dienstverlening. Dit kan verklaard worden uit de stijging van het gebruik van elektrische apparatuur, warmtepompen en elektrische auto’s. Tegelijkertijd neemt de zuinigheid van huishoudelijk apparatuur ook sterk toe en waardoor toename van de elektriciteitsvraag van huishoudens niet erg groot is. • In de dienstverlening (kantoren, instellingen, etc.) zorgt het gebruik van LED verlichting en ander zuiniger apparatuur voor een daling. • Hierbij wordt opgemerkt dat de cijfers zijn gecorrigeerd voor het eigen verbruik van zonnestroom achter de meter (het momentane zelfverbruik). De daadwerkelijk afgenomen elektriciteit van het net is dus lager.

32

Voor huishoudens geldt in 2023 dat wel 18% van het totale elektriciteitsverbruik van woningen zelf is opgewekt en meteen verbruikt. Dit is iets hoger dan het landelijk gemiddelde van 15%. Voor niet-woningen is dat percentage 6,5%. Zie ook onderstaande grafiek.

Percentage zelfverbruikte "achter-de-meter" zonnestroom tov gebruik 20,0% 15,0% 10,0% 5,0% 0,0% 2014

2015

2016

2017

2018

% woning

2019

2020

2021

2022

2023

% niet woning

Trend aardgasgebruik per sector (milj m3/jaar) 70 60 50 40 30 20 10 0 2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Publieke dienstverlening

Commerciële Dienstverlening

Industrie

Landbouw&Visserij

2023

Woningen

De meest opvallende trend in is een trendbreuk naar sterk dalende trend van gasverbruik bij woningen met zeg 30% daling in twee jaar. Dit wordt vooral verklaard door de sterk gestegen gasprijzen in die jaren en hierdoor zuiniger stookgedrag. De vraag is of deze zuinigheid blijvend is. Bij landbouw is al jarenlang een dalende trend te zien in gasgebruik. Dit effect is (nog) niet onderzocht maar vermoedelijk wordt dit veroorzaakt door het invoeden van groen gas door mestvergisting naar het aardgasnet, dit wordt in de statistieken gesaldeerd met het afgenomen gas in de sector.

33

2023 AARDGASGEBRUIK

12% 8% 46%

33% 1% Publieke dienstverlening Commerciële Dienstverlening Industrie Landbouw&Visserij Woningen

Uit deze cijfers kan opgemaakt worden dat de het leeuwendeel van het gas verbruikt wordt in de woning en industrie. Andere warmte oplossingen in deze sectoren gaan dus het grootste effect hebben op het totale energiesysteem. Groen gas uit mest Er is een theoretisch potentieel aan 1300 TJ aan groen gas uit mest in Súdwest-Fryslân (bron: rapport New Energy Coalition). Dit is grofweg 1/3de van de totale gasvraag en ongeveer gelijk aan de gasvraag in de industrie in Súdwest-Fryslân. Er wordt momenteel ongeveer 140 TJ / jaar groen gas gemaakt in Súdwest-Fryslân, vooral met monomestvergisting. Voor ongeveer 110 TJ / jaar aan projectinitiatieven staat “klaar met een SDE beschikking” om gerealiseerd te worden (Bron: RVO SDE projecten lijst). De productie van mest is gekoppeld aan de omvang van de veestapel. De verwachting bestaat dat de veestapel in de komende jaren in grootte zal afnemen.

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15223476/1