Bijlage 1. - Jaarverslag met jaarrekening hûs en hiem 2022
Tekst van het document
Jaarverslag 2022
hûs en hiem
1
2
Jaarverslag 2022
Inhoud Pagina Jaarverslag Programma - Doelstelling en taken - Inleiding Paragrafen - Onderhoud kapitaalgoederen - Bedrijfsvoering - Weerstandsvermogen - Samenvatting vermogenspositie, resultaten en financiële kengetallen - Verbonden partijen
5 6 16 16 16 18 19
Jaarrekening -
Financieel jaarverslag Balans per 31 december 2022 Overzicht baten en lasten 2022 Toelichting op de balans per 31 december 2022 Toelichting op overzicht baten en lasten 2022 Controleverklaring
Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3:
Samenstelling bestuur/bureau Samenstelling commissies Overzichten productiecijfers 2022
3
20 20 21 22 26 32
36 38 39
4
Doelstelling en Taken Doelstelling: De Gemeenschappelijke Regeling ‘hûs en hiem’, welstandsadvisering en monumentenzorg, is opgericht 1 januari 1985 en voortgekomen uit: 1925: Provinciale Friesche Adviescommissie ter wering van de inbreuk op de schoonheid van stad en land. 1947: Provinciale Friese Schoonheidscommissie. 1980: Friese Schoonheidscommissie ‘HUS en HIEM’. De regeling heeft ten doel de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen op het gebied van de bouwkunstige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Friesland. Taken: Het lichaam geeft met behulp van een hem ten dienste staand bureau uitvoering aan de bovengenoemde doelstelling en oefent daarbij de volgende taken uit: a. het voorzien van de gemeenten in de welstandsadvisering als bedoeld in de Woningwet; b. het geven van adviezen over algemene welstandsvraagstukken aan gemeenten, andere openbare lichamen en aan particulieren, de laatsten voor zover het een tweede onafhankelijke beoordeling betreft van bouwplannen gelegen buiten de aan de Gemeenschappelijke Regeling deelnemende gemeenten; c. het voorzien van de gemeenten in de advisering over de toepassing van de Monumentenwet* en de Monumentenverordening in het bijzonder in de advisering als bedoeld in artikel 11 van die wet; d.
het op verzoek van gemeenten, voorzien in de advisering over de toepassing van de Monumentenwet* en de Monumentenverordening, in het bijzonder ten aanzien van beschermde gemeentelijke monumenten en/ of in de advisering ten aanzien van (beeldbepalende) panden binnen ingeschreven beschermde stads- en dorpsgezichten en/of in de advisering van objecten met door de gemeente toegekende cultuurhistorische waarde. Hoewel in het werkveld de benamingen ‘welstandscommissie’ en ‘monumentencommissie’ nog wel eens worden gebruikt, functioneert hûs en hiem al enkele jaren als integrale Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. De integratie van disciplines als welstand, monumentenzorg, stedenbouw en landschap in één commissie kent, zo is al vaak gebleken, veel voordelen. Advisering gaat over het algemeen vlotter, is consistenter en is voordeliger voor de aanvrager.
* Op 1 juli 2016 is de nieuwe Erfgoedwet in werking getreden. Hoewel daarmee de jure beoogd is de Monumentenwet uit 1988 te vervangen, is in afwachting van het in werking treden van de Omgevingswet, de facto overgangsrecht van toepassing. In die zin dat artikel 9.1 van de Erfgoedwet voorziet in het onverminderd van toepassing zijn van relevante artikelen uit de Monumentenwet 1988.
5
Inleiding De invoeringsdatum van de Omgevingswet is tijdens het verslagjaar opnieuw uitgesteld. Op de werkzaamheden van hûs en hiem en van de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit heeft dit geen noemenswaardige invloed gehad. Dankzij de goede samenwerking met de medewerkers van de Friese gemeenten kon de advisering in 2022 op niveau worden gehouden. Dit jaar hebben we profijt kunnen hebben van innovaties die tijdens de coronacrisis zijn doorgevoerd, zoals betere digitale samenwerking en uitwisseling van gegevens. Op dat terrein zal door hûs en hiem verder worden geïnnoveerd, zodat we nog beter voorbereid zijn op de aansluiting op het zogenoemde DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet).
In 2022 vond de verduurzaming plaats van het kantoorpand in Leeuwarden dat eigendom is van de Gemeenschappelijke Regeling. Het Algemeen Bestuur van hûs en hiem heeft ingestemd met de bijbehorende kosten. Daarvoor is ook een lening afgesloten bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Zowel de (proces)kosten voor de verduurzaming als de in 2022 gestegen personeelskosten vormden aanleiding voor het besluit om gedurende het lopende boekjaar de begroting aan te passen. Bij het opstellen van de begroting (begin 2001) was hiermee geen rekening gehouden. In de jaarrekening over 2022 zijn de resultaten derhalve afgezet tegen de gewijzigde begroting. In aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de Friese gemeenten uitgedaagd om in de komende jaren nieuw beleid te formuleren in omgevingsvisies, omgevingsplannen en omgevingsprogramma's. Aandacht voor duurzame ontwikkeling en de impact van de energiecrisis geven wellicht aanleiding om het gemeentelijk beleid voor de ruimtelijke kwaliteit al wat eerder onder de loep te nemen en te onderzoeken welke aanpassingen op beleidsterrein mogelijk zijn. Bij dergelijke vraagstukken biedt hûs en hiem graag haar expertise en ondersteuning aan. Er is inmiddels een flink aantal inspiratiebronnen die bij de herformulering van het beleid voor
6
omgevingskwaliteit kunnen worden genoemd. Voorbeelden daarvan zijn het Davos Baukultur Kwaliteitssysteem en het Kwaliteitskwadrant omgevingskwaliteit. Davos Baukultur Kwaliteitssysteem In 2018 werd door de gezamenlijke Europese ministers van Cultuur de Verklaring van Davos over Baukultur gepresenteerd. In die verklaring werd gesteld dat we de grote bouwopgaven waar we nu voor staan alleen kunnen aanpakken wanneer we de cultuur van het bouwen centraal stellen. Iedere ingreep in de fysieke omgeving moet bijdragen aan een betere omgevingskwaliteit en daarvoor is een integrale aanpak én verbeeldingskracht nodig, zo werd gesteld. Nu is een nieuw hoofdstuk aan de Verklaring van Davos toegevoegd: het Kwaliteitssysteem, waarin acht criteria zijn geformuleerd waaraan de kwaliteit van een plek zou kunnen worden afgelezen. Bij de Baukultur gaat het vooral om de cultuur van het samenwerken bij het tot stand brengen van een kwalitatief hoogwaardige stedelijke of landschappelijke omgeving in plaats van hoogwaardige bouwwerken in het algemeen. In de Nederlandse situatie is het stellen van cultuur boven bouwen uitermate relevant. We staan ook hier voor immense opgaven.
Niet alleen moet er tal van woningen worden gebouw, maar ook de toekomst van ons land zelf staat op het spel met klimaatproblematiek, de stijgende zeespiegelstijging, de veranderende en teloorgaande biodiversiteit, de stikstikstofcrisis en de verarming van het landschap. De omgang met deze opgaven vraagt om een visie die ver vooruitkijkt. Het is van groot belang dat architecten, stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten, architectuurhistorici, en alle aanpalende vakgebieden in gezamenlijkheid gaan bouwen aan de toekomst van Nederland. Het ontwikkelen van een integrale visie en aanpak om zo het publieke belang te dienen moet weer bovenaan de agenda komen te staan. We hebben grote behoefte aan verbeeldingskracht en aan een nieuwe bouwcultuur van de toekomst. Om het oordeel over een goede omgevingskwaliteit enigszins tastbaar en objectiveerbaar te maken zijn nu acht criteria geformuleerd: het Davos Baukultur Kwaliteitssysteem. Hiermee is tot doel gesteld om deze criteria te verwerken in wet- en regelgeving, ze toe te passen bij ontwerpprijsvragen en als instrument te gebruiken bij adviescommissies voor ruimtelijke kwaliteit. De criteria kunnen dienen als agenda voor gesprek en als een checklist om te voorkomen dat belangrijke aspecten van omgevingskwaliteit over het hoofd worden gezien wanneer wordt gebouwd aan onze omgeving. Een ruimtelijke ingreep is een culturele daad.
Kwaliteitskwadrant omgevingskwaliteit Er komt veel af op de ruimtelijke ordening in Nederland. Om een toekomstbestendig Nederland te creëren, heeft het rijk ruim 25 rijksprogramma’s opgetuigd, zoals Water en Bodem, het Landelijk Gebied, Infrastructuur en Ruimte, de Energiehoofdstructuur en Circulaire Economie. Met het programma Mooi Nederland wil minister De Jonge deze programma’s in samenhang laten landen in de ruimte – met kwaliteit. Een onvoorstelbare uitdaging. Ruimtelijke kwaliteit werd al in 1988 een nationale doelstelling. Dat jaar verscheen de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening. Hierin werd ruimtelijke kwaliteit gezien als het samengaan van 7
gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het afgelopen decennium is het kwaliteitsbegrip verder verruimd. Met de introductie van de Omgevingswet is kwaliteit een hoofddoel geworden. De wet spreekt nu van ‘omgevingskwaliteit’. De verantwoordelijkheid voor goede omgevingskwaliteit is nu wettelijk vastgelegd in de Omgevingswet. Iedereen heeft hier een zorgplicht voor, de overheden voorop. De Omgevingswet laat geen twijfel over de integrale kwaliteitsdoelstelling. De wet gaat over natuur én cultuur: ‘Omgevingskwaliteit duidt op het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de intrinsieke waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden en aan dieren plantensoorten.’ (Memorie van toelichting Omgevingswet) Hoe bereiken we een goede omgevingskwaliteit en hoe houden we deze in stand? Met het Onderzoeksprogramma Q-factor richten José van Campen en Sandra van Assen zich op de kwaliteitsgovernance en instrumenten voor omgevingskwaliteit. Dit resulteerde in een nieuw model dat experts en bestuurders helpt om orde aan te brengen in de inzet van instrumenten voor omgevingskwaliteit: het Kwaliteitskwadrant Omgevingskwaliteit.
Het Kwaliteitskwadrant kan gemeenten helpen om te verkennen welke instrumenten en rollen al worden gebruikt en welke aanvullend gewenst zijn. Daarnaast kan het helpen consistentie in het kwaliteitsbeleid en de kwaliteitsgovernance aan te brengen. Film over duurzaamheid Samen met de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit (en onze zusterorganisaties in andere provincies) heeft hûs en hiem de film Duurzaam, Mooi Nederland gemaakt. In deze korte video laat bestuursvoorzitter Hein de Haan inspirerende tips en voorbeelden zien waarin schoonheid en duurzaamheid hand in hand gaan. Veelvoorkomende thema’s als woningbouw, leefbaarheid, duurzaam bouwen en de impact van de energietransitie op het landschap komen aan bod. 8
De film dient als inspiratiebron voor (nieuwe) raadsleden om de lijnen naar de toekomst uit te zetten. Ook kunnen betrokkenen en gemeenten zelf aan de slag en bouwen aan een duurzaam en mooi Nederland. Hein de Haan, tevens wethouder van de gemeente Leeuwarden laat zien voor welke uitdagingen we staan op het gebied van energie, klimaat en biodiversiteit. Verduurzaming kantoor hûs en hiem Het monumentale pand aan de JW. Frisostraat in de Leeuwarder Oranjewijk uit 1900 voldeed qua energie-label niet aan de eisen, die vanaf 1 januari 2023 aan kantoorpanden van (semi)overheidsinstellingen worden gesteld (tenminste label C). Met de plannen voor de verduurzaming is eind 2021 gestart. Voorafgaand onderzoek en het ontwerp voor de verduurzaming is uitgevoerd door architect Jakob Bosma van FARSK, samen met de adviseurs Hylke Goudzwaard van ROENOM en Klaas-Jan Alma van ENERGYNIUS. Begin juni is een bouwteam gestart waarbij de plannen in samenwerking met bouwbedrijf LONT verder uitgewerkt zijn. Na instemming door het Algemeen Bestuur met de begroting van de aannemer en nadat de omgevingsvergunning is afgegeven kon aannemer LONT in september met de werkzaamheden starten. De eerste oplevering vond conform planning plaats eind december 2022. Door de vakspecialisten van LONT is de buitenschil van het pand volledig geïsoleerd en van nieuw dubbelglas voorzien.
Bij de verduurzaming was veel aandacht voor circulariteit door recycling van materiaal en zijn waar mogelijk duurzame, ‘biobased’ materialen zoals o.a. hennepvezel gebruikt. Authentieke elementen in het interieur werden zoveel mogelijk gespaard om het karakter van het pand uit begin vorige eeuw zo veel mogelijk te behouden. Onderdeel van het plan was ook de plaatsing van zonnepanelen op het horizontale deel van het dak. Hoewel die vanaf de openbare ruimte niet zichtbaar zijn geldt voor zonnepanelen binnen het beschermde stadsgezicht van Leeuwarden dat er een vergunning voor aangevraagd moet worden. Om elke schijn van belangenverstrengeling te voorkomen is de aanvraag door de adviescommissie van Libau uit Groningen beoordeeld. De ingrepen leveren een aanzienlijke energiebesparing op en de marktwaarde van het kantoorpand neemt fors toe. Met de volgende maatregelen is het energielabel omhoog gebracht van G naar A+: vloerisolatie, geïsoleerde voorzetwanden, zonwerende HR++ beglazing, hellend dak: 9
isolatie binnenzijde, plat dak: isolatie buitenzijde, vraaggestuurde mechanische ventilatie en LEDverlichting. Tevens zijn er 28 zonnepanelen geplaatst inclusief een laadpunt voor het opladen van elektrische voertuigen. Het uiteindelijk energielabel overtrof alle verwachtingen want energielabel A+ is een enorm goed eindresultaat.
De verduurzaming van het eigen pand is te beschouwen als een leerzaam voorbeeldproject voor vergelijkbare gebouwen uit het begin van de vorige eeuw. Hierdoor is ook meer inzicht ontstaan in de keuzes waar eigenaren van monumenten bij verduurzaming voor komen te staan. Door zelf het gehele traject te doorlopen kunnen de adviseurs van hûs en hiem ook anderen van betere adviezen voorzien. De Leeuwarder Oranjewijk is aangewezen als landelijke pilot om de hele wijk energieneutraal te maken. Als lid van de coöperatie Nieuwe Energie Oranjewijk worden de lessen uit de verduurzaming van ons pand ook gedeeld met het wijkinitiatief. De verbouwing was dusdanig ingrijpend dat het personeel van hûs en hiem tijdelijk elders moest werken. Het secretariaat van hûs en hiem en de adviseurs zijn gedurende een periode van ruim vier maanden te gast geweest in het stadhuis van Leeuwarden. Ook de zittingen van de centrale adviescommissie zijn tijdens de uitvoering veelal in het Leeuwarder stadhuis gehouden. Na het kerstreces keerde het personeel terug in het eigen pand. Organisatie De gemeenteraadsverkiezingen en de daarop volgende collegevorming in de verschillende Friese gemeenten heeft ook bij hûs en hiem geleid tot nieuwe gezichten in het Algemeen Bestuur. Nieuwe leden van het Dagelijks Bestuur zijn de wethouders Bauke Dam (SWF) en Lea van der Tuin (ACH).
Voorzitter Hein de Haan (LWD), vice-voorzitter Hanneke Zonderland (WSW) en penningmeester Jaap van Veen (HRV) zijn in 2022 begonnen aan een tweede termijn. Tijdens de vergadering op 24 juni heeft het Algemeen Bestuur ook ingestemd met de benoeming van twee onafhankelijke adviserende leden voor het Dagelijks Bestuur van hûs en hiem: Nelleke Linthorst (planoloog) en Bart Zantman (architect). Linthorst en Zantman zijn de opvolgers van Loes Oudenaarde en Kees Kat. De meerwaarde van de adviserende leden is in de eerste plaats dat zij de (leken)bestuurders scherp houden en een klankbord kunnen bieden bij strategische beslissingen. Zeker nu de organisatie zich voorbereid op een nieuwe fase met wellicht nieuwe taken. Op de administratie is per 1 september Frans Alma aangesteld als coördinator bedrijfsvoering. Alma is de opvolger van de inmiddels gepensioneerde Frans van der Werff. 10
Abe Bonnema Prijs Architecten Laura van Santen en Diederik de Koning van la-di-da design & architecture hebben de Abe Bonnema Prijs voor Jonge Architecten 2022 gewonnen met het Dijkhuis in Strijensas. De opdracht was om een huis met maximale bouwkosten van 200.000 euro te realiseren. De architecten hebben volgens de jury een project gerealiseerd dat door de toepassing van innovatieve concepten voorbeeldig is, een nieuwe standaard zet en een toonbeeld is van vernieuwing van de architectuur. Ze tonen engagement door met onderzoek naar duurzame ontwikkeling de architectuur te veranderen. Het duo won hiermee een bedrag van 20.000 euro.
Keimpke Zigterman (Unknown Architects) vormde met de inzending ‘Huis in de duinen’ op WestTerschelling één van de andere vier genomineerden voor deze landelijke architectuurprijs voor architecten onder de 40 jaar. In het Fries Museum te Leeuwarden was van medio december tot en met 15 januari 2023 de tentoonstelling te zien met alle inzendingen. Via de prijs wordt het gedachtegoed van de Friese architect ir. Abe Bonnema (1926-2001) in ere gehouden.
11
Personeel In 2022 hebben zich een aantal mutaties voorgedaan in het personeelsbestand. Vooruitlopend op de vervroegde pensionering van een medewerker is per 1 september Frans Alma als coördinator bedrijfsvoering aangesteld. Verder is per 1 oktober één van de administratief medewerksters uit dienst gegaan. Voor het opvangen van de administratieve werkzaamheden heeft de collega een tijdelijke uitbreiding gekregen. De bezetting van hûs en hiem is in 2022 uitgekomen op een gemiddelde van 9,85 FTE. De lichte stijging ten opzichte van het gemiddelde van 9,79 in 2021 is vooral toe te schrijven aan de tijdelijk overlapping door de vervroegde pensionering van een medewerker. Eind 2022 waren 11 medewerkers in dienst bij hûs en hiem. Productiecijfers 2022 In 2022 zijn in totaal 3.479 (eerste) adviesaanvragen behandeld. In 2021 zijn dat er 3.901 geweest. Daarmee is het aantal (eerste) adviesaanvragen ten opzichte van 2021 met 10,8% afgenomen, waarbij in 2021 t.o.v. 2020 nog een toename van 10,2% werd geregistreerd. Het aantal adviesvragen in 2021 was uitzonderlijk hoog en het aantal in 2022 is weer op het niveau van 2020. Het forse aantal adviesaanvragen in het eerste halfjaar van 2021 werd vooral veroorzaakt door de nieuwe overheidsregels per 1 januari 2021 inzake de energieprestatie van nieuwe gebouwen (BENG).
Omdat in veel gevallen na de (eerste) adviesaanvraag nog een vervolgaanvraag komt is het totale aantal planbehandelingen een veelvoud van het aantal (eerste) adviesaanvragen. Het totaal aantal planbehandelingen is gedaald: 6.881 in 2022 ten opzichte van 7.570 in 2021, hetgeen een daling van 9,1% betekent. Deze daling is in lijn met de daling van het aantal adviesaanvragen. In 2022 zijn wel weer meer behandelingen per aanvraag nodig geweest: gemiddeld 1,98. In 2021 was dat nog 1,94. In 2022 was van de eerste aanvragen 39,5% vooroverleg (2021: 36,4%). Van het totale aantal behandelingen in 2022 was 30,5% vooroverleg (2021: 29,7%). Het voeren van vooroverleg alvorens over te gaan tot het aanvragen van een omgevingsvergunning blijft een veel gehanteerd instrument bij de aangesloten gemeenten. Productiecijfers Betreft: (eerste) adviesaanvragen waarvan aantal vooroverleg vooroverleg /(1e) adviesaanvragen
2022 3.479 1.375 39,5%
2021 Mutatie Mutatie-% 3.901 -422 -10,8% 1.422 -47 -3,3% 36,5% 3,1% 8,4%
aantal planbehandelingen waarvan aantal vooroverleg vooroverleg /aantal planbehandelingen
6.881 2.097 30,5%
7.570 2.247 29,7%
12
-689 -150 0,8%
-9,1% -6,7% 2,7%
In 2022 is de gemiddelde opbrengst per aanvraag (dossier) uitgekomen op € 313,42. In 2021 was dit nog € 321,13. De daling van de gemiddelde opbrengst ten opzichte van 2021 bedraagt 2,4%. Opbrengsten reguliere advisering per gemeente Achtkarspelen Ameland Dantumadiel De Fryske Marren Harlingen Heerenveen Leeuwarden Noardeast-Fryslân Ooststellingwerf Opsterland Schiermonnikoog Smallingerland Súdwest-Fryslân Terschelling Vlieland Waadhoeke Weststellingwerf
2017 € 35.139 € 29.033 € 9.412 € 50.388 € 30.630 € 39.387 € 197.920
2018 € 45.018 € 31.940 € 7.197 € 53.350 € 34.638 € 41.304 € 203.262
€ 33.776 € 64.302 € 7.520 € 61.469 € 161.928 € 19.628 € 8.340
€ 37.891 € 54.340 € 8.602 € 71.145 € 170.370 € 18.676 € 7.462 € 92.706 € 63.264
€ 40.731
2019 € 45.957 € 28.057 € 8.000 € 48.596 € 47.573 € 31.822 € 195.962 € 99.731 € 42.172 € 56.539 € 7.965 € 78.279 € 158.204 € 16.605 € 8.396 € 78.102 € 43.093 € 995.053
13
2020 € 47.199 € 39.762 € 10.768 € 55.416 € 27.151 € 39.908 € 194.714 € 123.432 € 41.445 € 67.040 € 6.114 € 62.999 € 145.880 € 20.394 € 10.057 € 82.928 € 63.355 € 1.038.562
2021 € 49.578 € 44.828 € 10.126 € 78.975 € 36.304 € 39.596 € 218.416 € 126.244 € 54.898 € 65.236 € 8.642 € 105.975 € 196.698 € 30.139 € 15.257 € 107.607 € 68.149 € 1.256.668
2022 € 41.737 € 38.771 € 17.551 € 80.654 € 46.844 € 41.041 € 185.984 € 96.391 € 54.572 € 53.558 € 8.894 € 104.242 € 170.552 € 16.735 € 13.062 € 85.752 € 52.768
€ 1.109.108
14
15
ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Als gevolg van de wettelijke verplichting om als kantoorpand groter dan 100m2 vanaf 2023 minimaal energielabel C te hebben is eind 2021 een team van externe en interne adviseurs gestart met een inventarisatie van de mogelijkheden tot verduurzaming van het pand op de Johan Willem Frisostraat 1 te Leeuwarden. Deze inventarisatie heeft geleid tot een overeenkomst met bouwbedrijf Lont B.V. en het formeren van een bouwteam met als opdracht ‘het verduurzamen van het kantoor aan de J.W. Frisostraat 1 te Leeuwarden naar minimaal een label C’. In de tweede helft van 2022 zijn diverse verduurzamingsinvesteringen gedaan om deze opdracht van minimaal label C te realiseren. Na de uitgevoerde verduurzamingswerkzaamheden is het pand begin 2023 weer in gebruik genomen door hûs en hiem. FINANCIERING Inzake de realisatie van beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille (art. 13 BBV), kan worden opgemerkt dat het ‘Treasurystatuut Hûs en Hiem’ dd 24-11-2006 van toepassing is. Hûs en hiem is tevens onderworpen aan de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) en de regeling (verplicht) Schatkistbankieren. BEDRIJFSVOERING Hûs en hiem voert welstands- en monumentenadvisering uit voor de deelnemende gemeenten.
Ook biedt hûs en hiem diensten aan de deelnemende gemeenten aan voor Nije Pleats, neemt deel aan kwaliteitsteams en biedt ondersteuning op het gebied van (gemeentelijke) monumentenzorg en de actualisering van welstandsnota’s. Daarnaast verricht hûs en hiem incidenteel opdrachten voor derden in het kader van second opinions en als secretariaat van architectuurprijsvragen. De dienstverlening wordt afgestemd op de adviesbehoefte van de deelnemende gemeenten. De tarifering voor de dienstverlening is gebaseerd op een kostendekkende exploitatie, immers, hûs en hiem is een non-profit organisatie. Gewoonlijk worden de tarieven (op basis van CBSinflatie-indexen) eens per drie jaar herzien. De jongste herziening is sinds 1-1-2023 van kracht. Om verantwoording af te leggen aan de deelnemende gemeenten inzake het functioneren van de lokale commissies worden (lokale) jaarverslagen gemaakt. Tevens vinden jaarlijkse evaluatiegesprekken plaats met de verantwoordelijke gemeentelijke portefeuillehouders. Het aantal fte’s per 31 december 2022 bij hûs en hiem bedraagt 9,63 (gemiddeld over 2022: 9,85). Voor de bezetting van de centrale adviescommissie beschikt hûs en hiem over een poule van circa 25 externe deskundigen. WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Hierbij gaat het om het vermogen om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat beleid moet worden aangepast.
Het gaat dus om de robuustheid van de begroting. Het vermogen om het beleid door te kunnen zetten is afhankelijk van de weerstandscapaciteit. De weerstands-capaciteit omvat de middelen en mogelijkheden van de organisatie om niet-begrote kosten te dekken. De weerstandscapaciteit van hûs en hiem bestaat naast het eigen vermogen uit het begrote resultaat uit de bedrijfsvoering. Tevens is het bezit van het kantoorpand (Johan Willem Frisostraat 1 in Leeuwarden) als stil vermogen een belangrijk onderdeel van de weerstands-capaciteit. Het pand is onbelast met hypotheek.
16
De WOZ-waarde is per 1-1-2022 ongewijzigd vastgesteld op een bedrag van € 403.000. De waarde voor de opstalverzekering (op basis van herbouwwaarde) is, na een her-taxatie in 2019, gesteld op € 1.070.000. Verder is het pand op 14 juni 2022 door Hoekstra Taxaties voor de verbouwing gewaardeerd op een bedrag van € 650.000 marktwaarde kosten koper. Hoekstra Taxaties schat de marktwaarde als woonhuis na de doorgevoerde verduurzaming op € 800.000. Het eigen vermogen (exclusief de waarde van het pand), inclusief bestemmingsreserves per 31-12-2022 bedraagt voor de resultaatbestemming over het boekjaar 2022 € 454.558. Van het resultaat over 2022 ad -€ 116.336 wordt voorgesteld om € 3.000 toe te voegen aan de ‘Bestemmingsreserve onderhoud pand’, € 5.000 toe te voegen aan de ‘Bestemmingsreserve label C’ en vervolgens € 15.000 te onttrekken aan de ‘Bestemmingsreserve label C’ en het saldo van -€ 109.336 in mindering te brengen op de algemene reserve. De weerstandscapaciteit is bij hûs en hiem dynamisch, dat wil zeggen dat het eigen vermogen beïnvloedbaar is. Immers, ook de tarifering voor de dienstverlening kan bij een dreigend tekort in de dekking van de vaste lasten redelijk snel aangepast worden. De bedrijfsvoering is er echter op gericht om een verhoging van de tarieven zoveel mogelijk te voorkomen.
In dit kader is het wel van belang om te melden dat de bonden, ten tijde van het opstellen van het jaarverslag, een principeakkoord hebben bereikt voor een nieuwe cao met terugwerkende kracht ingaande op 2 januari 2023. In dit principeakkoord is onder andere sprake van een gemiddelde loonsverhoging van circa 9%. Voor het boekjaar 2023 is in de begroting geen rekening gehouden met deze stijging van de lonen. De meerjarenraming (2024 – 2026) is gebaseerd op een stabiel aantal adviesaanvragen. Inmiddels is de invoeringsdatum van de Omgevingswet op 1-1-2024 gesteld. De verwachting is dat in elk geval in zowel 2023 als in 2024 de rol van hûs en hiem binnen de in de GR deelnemende gemeenten niet anders zal zijn dan in 2022. Algemene reserve In 2018 heeft het Algemeen Bestuur besloten dat, gelet op de risico’s die zijn verbonden aan de aard van de werkzaamheden, gestreefd moet worden naar een algemene reserve van hûs en hiem van € 900.000. In dit bedrag ligt besloten de waarde van het pand (stille reserve). Aanwezige stille reserve De waarde van het pand, Johan Willem Frisostraat 1 te Leeuwarden, is door de gemeente Leeuwarden voor de WOZ vastgesteld per 1-1-2022 op € 403.000. Het pand is onbelast met hypotheek. Lening Voor het kunnen uitvoeren van de verduurzamingswerkzaamheden heeft hûs en hiem een geldlening van € 330.000 afgesloten met BNG Bank B.V.
De geldlening heeft een looptijd van 15 jaar vanaf 1 september 2022 tot 1 september 2037 tegen een rentepercentage van 2,99% per jaar. Op deze lening wordt jaarlijks, voor het eerst op 1 september 2023, afgelost en de verschuldigde rente betaald.
17
Samenvatting vermogenspositie, resultaten en financiële kengetallen Activa en passiva / Resultaat voor bestemming Eigen vermogen (na resultaatbestemming)
2022 338.222
2021 454.558
2020 350.189
Balanstotaal (totaal vermogen)
821.521
590.941
431.095
Resultaat voor bestemming
116.336-
104.369
16.294
Vlottende activa + Liquide middelen
473.419
529.761
353.512
Vaste passiva (langlopende schulden)
330.000
-
-
Vlottende passiva (kortlopende schulden)
153.299
136.383
80.906
Aanwezige stille reserve (o.b.v. de WOZ-waarde per 1/1) Weerstandsvermogen (o.b.v. eigen vermogen + stille reserves)
403.000 741.222
403.000 857.558
403.000 753.189
2022 41%
2021 77%
2020 81%
-29%
26%
5%
3,09
3,88
4,37
28%
n.v.t.
n.v.t.
Financiële kengetallen Solvabiliteit: Eigen vermogen / totaal vermogen * 100%
Rentabiliteit van het eigen vermogen: Resultaat voor bestemming / gemiddeld eigen vermogen * 100%
Current ratio: (Vlottende activa + Liquide middelen)/ vlottende passiva
Netto schuldquote: Totaal geleende gelden / totale baten
De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin een organisatie in staat is om de schulden op de lange termijn te kunnen voldoen. De solvabiliteit van hûs en hiem is daarbij door het aangaan van een lening om de verduurzaming te financieren in 2022 gedaald ten opzichte van de voorgaande jaren. Hoe hoger de solvabiliteit hoe beter, waarbij een solvabiliteit tussen 25% en 40% als gezond wordt beschouwd, met een percentage van 41% voldoet hûs en hiem aan deze stelregel. Tevens kan worden afgeleid dat het vermogen ultimo 2022 na het negatieve resultaat over 2022 weer in lijn ligt met het vermogen van ultimo 2020. De rentabiliteit geeft de verhouding weer van het resultaat ten opzichte van het geïnvesteerde vermogen. De rentabiliteit van hûs en hiem is voor de jaren 2022 en 2021 tegengesteld aan elkaar. Het positieve resultaat over 2021 is ‘ingezet’ ter dekking van de hogere uitgaven in het boekjaar 2022. Over de boekjaren 2020, 2021 en 2022 is het totale resultaat-voor-bestemming nagenoeg neutraal. De current ratio bepaalt in hoeverre de kortlopende verplichtingen kunnen worden betaald. Ondanks een afname van de current ratio bij hûs en hiem is deze nog altijd ruim voldoende om aan kortlopende schulden te kunnen voldoen.
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Door het in 2022 afsluiten van de lening om de verduurzaming te financieren is dit kengetal voor het eerst van toepassing voor hûs en hiem. Een netto schuldquote van 28% betekent dat de exploitatie van hûs en hiem dit moet kunnen dragen. Voor een volledig inzicht in de vermogenspositie en de resultaten wordt verwezen naar de cijfers van de jaarrekening van hûs en hiem. 18
VERBONDEN PARTIJEN In de Gemeenschappelijke Regeling hûs en hiem hebben in 2022 alle gemeenten in Fryslân met uitzondering van Tytsjerksteradiel deelgenomen. Conform artikel 34 lid 1 van de GR hûs en hiem draagt elke deelnemende gemeente in de kosten van het lichaam bij naar rato van de dienstverlening op basis van tarieven die door het Algemeen Bestuur worden vastgesteld en meegedeeld aan de gemeenten. Conform artikel 34 lid 2 van de GR hûs en hiem kan een nadelig saldo van de vastgestelde rekening, na in achtneming van het door het Algemeen Bestuur vastgestelde reserveringsbeleid, door de gemeenten worden gedragen in verhouding tot het aantal ingezetenen op 1 januari van het betreffende kalenderjaar. Conform artikel 34 lid 3 van de GR hûs en hiem kan een batig saldo van de vastgestelde rekening, na in achtneming van het door het Algemeen Bestuur vastgestelde reserveringsbeleid, naar rato van de gemeentelijke bijdragen op basis van de tarieven in het betreffende kalenderjaar, aan de deelnemende gemeenten worden uitbetaald.
19
JAARREKENING 2022 GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING hûs en hiem Balans
31.12.2022
31.12.2021
Activa vaste activa materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut vlottende activa Vorderingen op openbare lichamen Depot PostNL Overige vorderingen Overlopende activa
348.102
103.254 290 4.945 10.723
Liquide middelen
61.180
147.328 290 8.556 0 119.212 354.207
156.174 373.587
821.521
590.941
Passiva eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve onderhoud pand Bestemmingsreserve energielabel C Resultaat lopend boekjaar
435.558 12.000 0 -109.336
vaste passiva vlottende passiva Schulden aan kredietinstellingen Schulden aan openbare lichamen Overige schulden Overlopende passiva
339.189 9.000 10.000 96.369 338.222
454.558
330.000
0
0 35.400 34.567 83.332
Totaal
20
0 1.180 59.861 75.342 153.299
136.383
821.521
590.941
Overzicht van baten en lasten
Rekening 2022
Herziene Begroting 2022
Rekening 2021
Adviesgeld projecten (NP, ABP) Buitengewone baten/rente
1.135.836 23.127 0
1.065.000 25.000 0
1.263.915 26.628 0
totaal baten
1.158.963
1.090.000
1.290.543
19.114 987.569 35.611 38.877 98.840 35.443 44.680 15.125
20.000 965.000 30.000 30.000 94.000 34.000 42.000 10.000
18.627 983.126 14.781 48.765 18.429 46.644 41.610 13.669
0 40
0 7.000
0 523
totaal lasten
1.275.299
1.232.000
1.186.174
resultaat voor bestemming naar bestemmingsreserve onderhoud naar bestemmingsreserve energielabel C onttrekking bestemmingsreserve onderhoud onttrekking bestemmingsreserve energielabel C
-116.336 -3.000 -5.000 0 15.000
-142.000 -3.000 -5.000 0 0
104.369 -3.000 -5.000 0 0
resultaat na bestemming
-109.336
-150.000
96.369
Baten
Lasten Kapitaallasten Directe personeelskosten Indirecte personeelskosten Externe personeelskosten Huisvesting Kantoorkosten Organisatiekosten Inkoop projecten (NP, ABP) Aanloopkosten Omgevingswet Diverse lasten (rente, Vpb)
21
GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarop uitbetaling plaatsvindt. Vaste Activa Materiële vaste activa met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren: Gronden en terreinen n.v.t. Bedrijfsgebouwen 15 Overige materiële vaste activa 3-10 Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid kan een voorziening in mindering gebracht worden. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichtingen c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (en deels van) de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen die is opgenomen in het jaarverslag is het beleid terzake nader uiteengezet. Langlopende schulden Langlopende schulden worden bij de 1e verwerking gewaardeerd tegen de nominale waarde. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. 22
TOELICHTING OP DE BALANS Materiële vaste activa Het onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met economisch nut weer: 2022 2021 Boekwaarde per 1 januari € 61.180 € 77.583 Investering - 306.036 2.224 Afschrijvingen - 19.114 18.627 Desinvesteringen 0 0 Boekwaarde 31 december € 348.102 € 61.180 Staat van activa rekening hûs en hiem miv 2022 (lineaire afschrijving)
2022 jaar
omschrijving
grootboekrek looptijd
aanschaf
resterende
percentage
jaren
afschrijving
investering
boekwaarde
afschrijving
boekwaarde
begin boekjaar
boekjaar
einde boekjaar
boekwaarde
2017 cv ketel Remeha 2017 HP printer administratie 2017 Ergonomiespecialist (kruk) 2017 Huisvesting (markiezen) 2018 Inventaris (stoel adm) Bremer 2019 Samsung A8 (1x) Cool Blue 2019 Adviesbank software 2019 Inventaris pand 2019 Dressoir (2x) 2020 Asus VivoBook laptop 2021 Beeldschermen 27"(9x)
0001 0003 0002 0001 0002 0004 0007 0002 0002 0003 0003
10 5 5 10 5 3 5 5 5 5 5
6 1 1 6 2 1 3 3 3 4 5
10,00% € 3.750,00 20,00% € 428,10 20,00% € 719,00 10,00% € 8.263,46 20,00% € 330,00 33,33% € 280,98 20,00% € 3.720,00 20,00% € 80.000,00 20,00% € 546,64 20,00% € 915,70 20,00% € 2.223,97 Subtotaal € 101.177,85
€ 2.250,00 € 85,62 € 143,80 € 4.958,06 € 132,00 € 93,66 € 2.232,00 € 48.000,00 € 327,98 € 732,56 € 2.223,97 € 61.179,65
€ 375,00 € 85,62 € 143,80 € 826,35 € 66,00 € 93,66 € 744,00 € 16.000,00 € 109,33 € 183,14 € 444,79 € 19.071,69
€ 1.875,00 € 0,00 € 0,00 € 4.131,71 € 66,00 € 0,00 € 1.488,00 € 32.000,00 € 218,65 € 549,42 € 1.779,18 € 42.107,96
2022 Google Pixel 7 2022 Samsung Galaxy S20 2022 Verduurzaming pand *)
0004 0004 0001
3 3 15
3 3 15
33,33% € 400,00 33,33% € 354,55 6,67% € 305.281,88 Subtotaal € 306.036,43
€ 0,00 € 0,00 € 0,00 € 0,00
€ 22,22 € 19,70 € 0,00 € 41,92
€ 377,78 € 334,85 € 305.281,88 € 305.994,51
€ 407.214,28
€ 61.179,65
€ 19.113,61
€ 348.102,47
TOTAAL
*) Het pand aan de J.W. Frisostraat 1 is, na de verduurzamingswerkzaamheden, begin 2023 weer in gebruik genomen. De afschrijvingen worden gestart op het moment van in gebruik name en dit betekent dat in het boekjaar 2022 nog geen afschrijvingen zijn berekend voor de verduurzaming van het pand.
Vlottende activa Vorderingen op openbare lichamen Onder deze post is een vordering aan omzetbelasting van € 11.963 opgenomen. Liquide middelen Het saldo van de rekening-courant bij de BNG Bank op 31 december bedraagt € 354.207. Het saldo van de schatkistbankierenrekening bedraagt op 31 december € 0. De kredietfaciliteit die hûs en hiem bij de BNG Bank geniet, betreft een bedrag van € 500.000. Schatkistbankieren Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren. Begroting verslagjaar € 1.090.000 Drempelbedrag 2,0% van begrotingsbedrag € 21.800 Minimaal drempelbedrag vanaf 1-7-2021* € 1.000.000 Kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden Ruimte onder het drempelbedrag
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 € 191.722 € 176.457 € 486.707 € 808.278 € 823.543 € 513.293
Kwartaal 4 € 548.200 € 451.800
* De regeling schatkistbankieren is per 1-7-2021 gewijzigd: per die datum is de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen. Het drempelbedrag is nooit lager dan € 1 miljoen, wat betekent dat een decentrale overheid altijd gemiddeld € 1 miljoen buiten de schatkist mag houden.
23
Verloop eigen vermogen Algemene reserve
saldo per 1 januari resultaat voorgaand boekjaar saldo per 31 december Gerealiseerd resultaat
saldo per 1 januari resultaat huidig jaar resultaat voorgaand jaar naar bestemmingsreserve onttrekking bestemmingsreserve saldo per 31 december Bestemmingsreserve
saldo per 1 januari naar bestemmingsreserve onttrekking bestemmingsreserve saldo per 31 december
Resultaatverdeling
resultaat voor bestemming naar bestemmingsreserve onttrekking bestemmingsreserve resultaat na bestemming
2022 € 339.189 - 96.369 € 435.558
2021 € 330.895 8.294 € 339.189
2022 € 96.369 - 116.336- 96.369+ 8.000- 15.000+ € 109.336-
2021 € 8.294 - 104.369+ 8.2940 8.000€ 96.369
2022 € 19.000 8.000 - 15.000€ 12.000
2021 € 11.000 8.000 0 € 19.000
2022 € 116.3368.000- 15.000 € 109.336-
2021 € 104.369 8.0000 € 96.369
Vaste passiva Om het pand aan de J.W. Frisostraat per 1 januari 2023 minimaal aan label C te laten voldoen heeft hûs en hiem voor de benodigde verduurzaming van het pand een geldlening afgesloten met BNG Bank N.V. voor een bedrag van € 330.000. De geldlening heeft een looptijd van 15 jaar vanaf 1 september 2022 tot 1 september 2037 tegen een rentepercentage van 2,99% per jaar. Op deze lening wordt jaarlijks, voor het eerst op 1 september 2023, afgelost en de verschuldigde rente betaald. Langlopende deel van de geldlening zijnde > 5 jaar bedraagt: € 220.000 Kortlopende deel van de geldlening zijnde < 5 jaar bedraagt: € 110.000 Vlottende passiva Bij de vlottende passiva is onder ‘Overige schulden’ een bedrag opgenomen van € 26.000. Deze schuld vloeit voort uit een vaststellingsovereenkomst die in december 2021 is opgemaakt voor het vervroegde pensioneren van een medewerker. Overeenkomstig het BBV dient de waarde van een dergelijke overeenkomst als overige schuld op de balans van het jaar van vaststelling te worden opgenomen. Dit bedrag wordt uiteindelijk begin 2023 uitbetaald en is derhalve ook op de balans over 2022 als schuld opgenomen. 24
Niet in balans opgenomen activa en verplichtingen Begin 2023 zijn na de ingebruikname van het pand aan de J.W. Frisostraat 1 naar aanleiding van een signaleringslijst nog verschillende werkzaamheden uitgevoerd, een deel van deze werkzaamheden worden als ‘meerwerk’ nog verrekend. Op het moment van opmaak van de jaarrekening is de inschatting dat voor het meerwerk in 2023 nog rekening dient te worden gehouden met een bedrag van € 25.000. In afwachting van de definitieve afrekening wordt het uiteindelijke bedrag in 2023 verwerkt onder de materiële vaste activa en toegevoegd aan bovenstaande staat van activa.
25
TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Herziene begroting 2022 In het najaar van 2022 heeft een meerderheid van het Algemeen Bestuur middels een schriftelijke consultatie ingestemd met een wijziging op de begroting van 2022. Aan deze begrotingswijziging lag een te verwachten overschrijding ten grondslag, die wordt veroorzaakt door extra uitgaven voor de verduurzaming van het pand van hûs en hiem en daarnaast door extra (tijdelijke) personeelskosten in verband met de opvolging van het hoofd van de administratie. In de gewijzigde begroting 2022 is uitgegaan van een negatief resultaat van € 150.000. Adviesgelden en overige inkomsten Aan inkomsten uit (welstands- en monumenten)advisering aan gemeenten inclusief second opinions voor derden is in 2022 een bedrag van € 1.135.836 geboekt (hierin begrepen is een bedrag van € 178.844 uit vooroverlegadvisering). Daarnaast is uit de loketfunctie Nije Pleats en organisatie Abe Bonnema Prijs aan baten een bedrag van totaal € 23.127 geboekt. In 2022 zijn aan (eerste) welstandsadviesaanvragen 3.154 (2021: 3.588) behandeld en aan (eerste) monumentenadviesaanvragen 325 (2021: 313). Dit is ten opzichte van 2021 een daling van 12,1% bij de welstandsadviesaanvragen en een stijging van 3,8% bij de monumentenadviesaanvragen. Het totale aantal behandelingen voor welstand betrof 6.301 en voor monumenten 580.
Voor welstand is in 2022 het gemiddeld aantal behandelingen per aanvraag 2,00 geweest en voor monumenten 1,78. Daarmee is het gemiddeld aantal behandelingen per aanvraag in 2022 voor welstand gestegen ten opzichte van 2021, toen voor welstand 1,97 behandelingen per aanvraag plaats hebben gevonden. Voor monumenten was in 2022 het aantal behandelingen 1,78 per dossier, dit betreft eveneens een stijging ten opzichte van 2021 (1,65). Voor ‘second opinions’ is in 2022 aan verkopen een bedrag ad € 1.560 geboekt. Second opinions worden veelal aangevraagd door rechtsbijstandsverzekeraars. In 2022 zijn opbrengsten voor een bedrag van € 13.200 geboekt uit deelname aan de Nije Pleats. In 2022 is voor de tiende keer de Abe Bonnema Prijs uitgereikt. De organisatie hiervan lag deels bij hûs en hiem. Aan verkopen (uren en doorbelaste inkoopkosten) hieruit kon in 2022 een bedrag ad € 9.927 worden geboekt. Personeelslasten In 2022 was de cao die is ingegaan op 1-1-2021 en loopt tot 1-1-2023 van toepassing. In het personeelsbestand hebben zich in 2022 een aantal mutaties voorgedaan. Per 1 september is, vooruitlopend op de vervroegde pensionering van een medewerker (per 1/1/2023), een nieuwe medewerker als coördinator bedrijfsvoering aangesteld.
Verder is per 1 oktober een administratief medewerker uit dienst gegaan en daarvoor heeft de collega een tijdelijke uitbreiding voor de administratieve werkzaamheden gekregen. Het aantal FTE’s bedraagt in 2022 gemiddeld 9,85 (waarvan 0,33 tijdelijk) ten opzichte van een gemiddelde van 9,79 in 2021. Deze lichte stijging is mede het gevolg van een tijdelijke overlapping door de vervroegde pensionering van een medewerker. 26
De post Netto salarissen is met € 494.489 in 2022 hoger geweest dan in 2021 (€ 481.114). De post Loonheffingen is met € 313.383 in 2022 ook hoger dan in 2021 (€ 300.086). De post Pensioenen is in 2022 met € 179.696 eveneens hoger dan in 2021 (€ 175.926) De totale salarislast in 2022 is uitgekomen op € 987.569 en dat is hoger dan in 2021 (€ 983.126). In de salarislast van 2021 is een bedrag van € 26.000 verwerkt, zijnde de waarde van een vaststellingsovereenkomst inzake vervroegde pensionering, feitelijk uit te betalen in 2023. De post Indirecte personeelskosten is in 2022 uitgekomen op € 35.611 en is daarmee ruim hoger dan in 2021 (€ 14.781). Deze stijging wordt met name veroorzaakt door in 2022 gemaakte wervingskosten. De post Externe personeelskosten (presentievergoeding commissieleden en invalkrachten) is in 2022 uitgekomen op € 38.877. Rekening Begroting Rekening 2022 2022 2021 Directe personeelskosten Indirecte personeelskosten Externe personeelskosten Totaal
987.569 35.611 38.877
965.000 30.000 30.000
983.126 14.781 48.765
1.062.056
1.025.000
1.046.672
Wet WNT (Wet normering topinkomens) Het normenkader rondom de ‘Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen Publieke en Semipublieke Sector (hierna: WNT) is bekrachtigd in het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 februari 2014, nr. 2014-0000106049 en de Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 februari 2014, nr. 2014-0000 104920. De WNT is per 1 januari 2013 in werking getreden. Beloningen van bestuurders en overige topfunctionarissen in de (semi)publieke sector dienen wettelijk genormeerd, respectievelijk gemaximeerd te worden. Dit heeft geresulteerd in de wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). Hiermee wordt WOPT ingetrokken. De WNT voorziet in een democratisch gelegitimeerd instrument waarmee normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd voor de bezoldiging van bestuurders en andere topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. De gemeenschappelijke regeling is verplicht om jaarlijks in de jaarrekening de bezoldiging van iedere topfunctionaris en gewezen topfunctionaris op persoonsnaam op te nemen voor zover deze een drempelbedrag van € 1.700 overschrijden, ongeacht een eventuele overschrijding van het bezoldigingsmaximum.
Ten aanzien van interim-functionarissen die geen topfunctie vervullen hebben wij gebruik gemaakt van de mogelijkheid die paragraaf 6 van de Beleidsregels toepassing WNT biedt inzake de volledige openbaarmaking van deze functionarissen. Op basis van de Beleidsregels toepassing WNT (inclusief de wijziging van paragraaf 6 volgens besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 12 maart 2014, nr. 2014-0000142706 kunnen en hoeven wij niet volledig te voldoen aan de verplichting voor openbaarmaking van deze interim-functionarissen zoals voorgeschreven in artikel 4.2 lid 2c van de WNT (inclusief verwerking Aanpassingswet WNT). Voor 2022 geldt als maximumbedrag € 216.000,- inclusief belaste onkostenvergoedingen en pensioenbijdrage. 27
In 2022 hebben geen bezoldigingen boven deze bezoldigingsnorm plaatsgevonden. Zowel bij vast als bij tijdelijk personeel. De WNT geeft aan dat de gemeenschappelijke regeling verplicht is om jaarlijks in het financieel jaarverslag de bezoldiging van iedere topfunctionaris en gewezen topfunctionaris op persoonsnaam op te nemen voor zover deze een drempelbedrag van € 1.700 overschrijden, ongeacht een eventuele overschrijding van het bezoldigingsmaximum. Dit houdt in dat de directeur mét financiële gegevens en de leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling hûs en hiem zónder financiële gegevens opgenomen moeten worden in de jaarrekening. In 2022 betreft dit alsdan de volgende personen:
Functiegegevens van - tot deeltijdfactor dienstbetrekking?
Marc A. Visser directeur/secretaris 1-1-2022 / 31-12-2022 0,8 FTE Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoeding Beloningen betaalbaar op termijn Totale bezoldiging Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum
€ 93.943 € 18.212 € 112.155 € 172.800
Gegevens 2021 van - tot deeltijdfactor Beloning plus belastbare onkostenvergoeding Beloningen betaalbaar op termijn Totale bezoldiging
1-1-2021 / 31-12-2021 0,8 FTE € 90.953 € 18.322 € 109.275
Aan de hieronder vermelde functionarissen zijn in het boekjaar 2022 (evenals in 2021) geen vergoedingen betaald. Leden van het DB: • H. de Haan, J. van Veen, B. Dam, L. van der Tuin-Kuipers, J. Spoelstra, H. Zonderland, N. Linthorst en B. Zantman Leden van het AB: • L. van der Tuin-Kuipers, J. Spoelstra, Th. Faber, G. Wiersma, C. van Hes, E. de Groot, J. van Veen, H. de Haan, B. Koonstra, F. Hijlkema, J. Nijboer, A. Postma, J. Hagen, M. le Roy, B. Dam, G. van Essen, P.D. Visser, R. de Jong, K. Arendz, H. Zonderland
28
Huisvestings-/Apparaatskosten Het totaal van de huisvestings-, kantoor- en organisatiekosten zijn in 2022 hoger uitgevallen dan begroot. Huisvesting: De in 2022 onder Huisvesting geboekte kosten zijn per saldo € 4.840 hoger dan de (herziene) begrote kosten, dit is de resultante van € 98.840 aan gemaakte kosten ten opzichte van € 94.000 qua begroting. In vergelijking met 2021 is de post Huisvesting wel fors hoger als gevolg van gemaakte kosten voor de verduurzaming van het pand aan de J.W. Frisostraat 1. Onder deze noemer vallen vooral de gemaakte kosten voor externe adviseurs en daarnaast de kosten voor de tijdelijke huisvesting. Kantoorkosten: De post Kantoorkosten in 2022 is per saldo in lijn met de begroting (€ 35.443 ten opzichte van € 34.000). Binnen de Kantoorkosten wordt daarbij de overschrijding van € 5.727 aan Kosten ITBeheer deels opgevangen door een onderschrijding van € 2.785 van de Overige kantoorkosten. De kosten voor IT-beheer door de gemeente Leeuwarden zijn daarmee evenals vorig jaar toegenomen. Organisatiekosten: In 2022 zijn de totale organisatiekosten uitgekomen op € 44.680 ten opzichte van een begroting van € 42.000. De post Organisatiekosten kende daarmee in 2022 een overschrijding van € 2.680 van de begrote kosten. Een deel van de verklaring ligt in niet-begrote kosten van juridische advisering m.b.t.
de impact van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Diverse lasten Inkoop Nije Pleats Aan inkoopkosten voor Nije Pleats is in 2022 een bedrag ad € 14.725 geboekt. Deze post bestaat uit kosten van externe projectmedewerkers. Inkoop Abe Bonnema Prijs In 2022 is de Abe Bonnema Prijs voor Jonge Architecten uitgereikt. De totale kosten in 2022 hebben € 401 bedragen. Hier staan € 9.927 aan inkomsten (uren en doorbelaste inkoopkosten) tegenover, zodat er een positief saldo is van € 9.526.
29
De opstelling van de Huisvesting/Apparaatskosten: Rekening 2022
Begroting 2022
Rekening 2021
Huisvesting Onderhoudskosten gebouw Onderhoudskosten tuin Schoonmaakkosten Gas en elektrisch Water Huisvuilkosten Overige huisvestingskosten Totaal huisvesting
1.725 627 6.320 6.108 71 330 83.659 98.840
1.000 1.000 9.000 6.000 100 250 76.650 94.000
1.116 1.226 9.052 5.659 49 330 997 18.429
Kantoorkosten Kantoorartikelen Kantine Drukwerk Kosten kopieermachine/printer Kosten website Kosten beheer IT Overige kantoorkosten Totaal kantoorkosten
845 161 923 108 214 32.977 215 35.443
1.250 500 1.250 0 750 27.250 3.000 34.000
1.093 197 479 84 10.582 34.209 0 46.644
Organisatiekosten Verzekeringen Contributies Abonnementen/boeken Porti Telefonie Belastingen divers Accountantskosten Kosten abt kunstuitleen Kosten TRKN/Bestuur Diverse organisatiekosten Totaal organisatiekosten
2.876 14.327 862 1.049 1.632 3.849 8.375 354 240 8.019 44.680
3.000 13.500 500 1.250 1.000 3.750 8.375 0 1.000 9.625 42.000
2.866 14.395 804 1.257 964 3.959 7.500 336 0 9.529 41.610
Totaal
176.543
170.000
106.683
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur als bedoeld in art. 33 van de Gemeenschappelijke Regeling ‘hûs en hiem’. d.d. 30 juni 2023
H. de Haan, voorzitter
M.A. Visser, secretaris 30
31
Aan: het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling hûs en hiem welstandsadvisering en monumentenzorg
CONTROLEVERKLARING ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT
A. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2022 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2022 van de Gemeenschappelijke Regeling hûs en hiem welstandsadvisering en monumentenzorg (hierna: GR Hûs en Hiem) te Leeuwarden gecontroleerd. Naar ons oordeel: • geeft de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel het vermogen van GR Hûs en Hiem per 31 december 2022 als van de baten en lasten over 2022 in overeenstemming met het in Nederland geldende Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). • zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2022 in alle van materieel belang rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en met de relevante wet- en regelgeving, waaronder de verordeningen van GR Hûs en Hiem. De jaarrekening bestaat uit: 1. de balans per 31 december 2022; 2. het overzicht van baten en lasten over 2022; 3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen, en 4. verantwoording in het kader van de Wet Normering Topinkomens (WNT), als zelfstandig paragraaf onderdeel uitmakend van de jaarrekening van GR Hûs en Hiem.
De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht waaronder de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO) ), de controleverordening dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 24 november 2006 en het Controleprotocol WNT 2022. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie 'Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening'. Wij zijn onafhankelijk van GR Hûs en Hiem zoals vereist in zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Bentacera Registeraccountants B.V. Lavendelheide 17 Postbus 129 9200 AC Drachten
T (088) 321 08 60 drachten@bentacera.nl IBAN: NL27RABO0157957667 BIC: RABONL2U
KvK-nummer: 01100531 Btw-nummer: NL812168628B01
Onze vestigingen: Bolsward Dokkum Drachten
Groningen Heerenveen Leeuwarden Sneek
Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2022 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 12.750. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstoleranties bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 5% van de totale lasten, inclusief toevoegingen aan reserves. De materialiteit is gebaseerd op het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT.
Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn. Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan hen tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven € 500 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn. B. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie, die bestaat uit: - de programmaverantwoording; - de paragrafen. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie: - met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat; - alle informatie bevat die op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten vereist is. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten ingevolge artikel 213 lid 3 onder d Gemeentewet en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.
Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder de programmaverantwoording en de paragrafen in overeenstemming met het BBV. C. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuurd voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV. Het dagelijks bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder de controleverordening van de GR Hûs en Hiem. In dit kader is het dagelijks bestuur verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.
Pagina 2 van 4
Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur afwegen of de financiële positie voldoende is om de gemeenschappelijke regeling in staat te stellen de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen. Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de risico’s kunnen worden opgevangen toelichten in de jaarrekening. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling. Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen.
De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het BADO, de controleverordening dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 24 november 2006, het Controleprotocol WNT 2022, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit: - het identificeren en inschatten van de risico's • dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, • dat baten en lasten alsmede balansmutaties als gevolg van fouten of fraude niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, het in reactie op deze risico's bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten.