CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. - Huidige verordening bijdrageregeling Minima 2018 gemeente Sudwest-Fryslan

Raadsvergadering 9 maart 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Aktualisaasje ‘Verordening bijdrageregeling Minima’2.378 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: CONCEPT

*CONCEPT* Raadsvoorstel gemeente Súdwest-Fryslân O.0000001E Onderwerp Raadsvergadering van Commissie Commissievergadering van Portefeuillehouder Team

Verordening bijdrageregeling minima 2018 gemeente SudwestFryslan 17 mei 2018 Boarger en Mienskip 25 april 2018 drs. S.C. van Gent Beleid Sociaal Domein

Behandelend ambtenaar

K. Bosman

Voorstel: in te stemmen met de Verordening bijdrageregeling minima 2018 gemeente Súdwest-Fryslân Inleiding: In 2015 is de Wet Werk en Bijstand vervangen door de Participatiewet. Op dat moment is er voor gekozen niet alle verordeningen te wijzigen en te actualiseren naar deze nieuwe naamgeving. In 2015 is volstaan met het vaststellen van veranderingen die beleidsinhoudelijk noodzakelijk waren en betrekking hadden op:  beschut werk  de loonkostensubsidie  en de tegenprestatie. Dit jaar zijn alle regelingen verordeningen, beleidsregels en uitvoeringsvoorschriften doorgelicht en geactualiseerd. De noodzakelijke aanpassingen zijn doorgevoerd en liggen – voor wat betreft de verordeningen - thans aan u ter vaststelling voor. De herziening heeft betrekking op de volgende verordeningen:  Maatregelenverordening IOAW en IOAZ gemeente Súdwest Fryslân  Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Súdwest-Fryslân  Afstemmingsverordening Participatiewet gemeente Súdwest-Fryslân 2015  Verordening bijdrageregeling minima 2017 gemeente Súdwest-Fryslân  De verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015  Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Súdwest-Fryslân 2015 Bijgaand treft u aan ter vaststelling de Verordening bijdrageregeling minima 2018 gemeente Súdwest-Fryslân.

Doel: Vaststellen van de Verordening bijdrageregeling minima 2018 gemeente Súdwest-Fryslân. Argumenten: De Verordening bijdrageregeling minima 2017 gemeente Súdwest-Fryslân wordt vervangen door de Verordening bijdrageregeling minima 2018 gemeente Súdwest-Fryslân. Deze aanpassing is nodig, omdat de huidige verordening een aantal technische onvolkomenheden bevat, die tot onduidelijkheid over de betekenis van de regels kan leiden. In de nieuwe verordening is verduidelijkt wat wordt verstaan onder het begrip ‘student’ (geen recht op een bijdrage). Daarnaast zijn enkele begrippen aangepast aan de begrippen van de Participatiewet (bijv. ‘ten laste komend kind’). Verder zijn de voorwaarden en hoogte van de vergoeding in één

1

artikel opgenomen (art. 3). Bepalingen over voorwaarden zijn in de huidige verordening in vier verschillende artikelen terug te vinden. Dat kan tot verwarring leiden. Ten slotte is de bepaling over terugvordering van een bijdrage gewijzigd. Aan die bepaling is toegevoegd, dat eerst tot intrekking van het toekenningsbesluit moet worden overgegaan, alvorens de bijdrage kan worden teruggevorderd. Alternatieven: Geen Risico’s: Geen Kaders: Gemeentewet: artikel 149 Financiële aspecten/gevolgen: n.v.t. Duurzaamheid: n.v.t. Vervolgproces: n.v.t. Monitoring en evaluatie: n.v.t. Gevolgen voor LTA: n.v.t. Communicatie en afstemming: De Cliëntenraad WWB is op 8 maart jl. geïnformeerd over de geactualiseerde verordening. Naar aanleiding hiervan heeft de Cliëntenraad een vraag gesteld over de indexering van de in de verordening genoemde bedragen. Voor de reactie van het college wordt verwezen naar bijgevoegd document “ Vragen van de Cliëntenraad WWB over aangepaste verordeningen” Bijlage(n) Meegezonden: - Verordening bijdrageregeling minima 2018 gemeente Sudwest-Fryslan - Toelichting op de Verordening bijdrageregeling minima 2018 gemeente Sudwest-Fryslan - Vragen van de Clientenraad WWB over aangepaste verordeningen Ter inzage: - n.v.t.

Burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân.

M.A. Berndsen-Jansen

P. Zondervan

2

, burgemeester.

, gemeentesecretaris.

3

Verordening bijdrageregeling minima 2018 gemeente Súdwest-Fryslân De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 april 2018; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; overwegende dat het gewenst is de Verordening bijdrageregeling minima te actualiseren; besluit: vast te stellen de Verordening bijdrageregeling minima 2018 gemeente Súdwest-Fryslân Artikel 1 Begripsbepalingen 1. Alle begrippen in deze verordening die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet. 2. In deze verordening wordt verstaan onder: a. bijdrage: een financiële vergoeding of een verstrekking in natura; b. college: het college van burgemeester en wethouders; c. sociaal minimum:  voor gehuwden: de van toepassing zijnde gehuwdennorm, bedoeld in de artikelen 21 en 22, van de Participatiewet;  voor een alleenstaande ouder: 90% van de van toepassing zijnde gehuwdennorm, bedoeld in de artikelen 21 en 22, van de Participatiewet;  voor een alleenstaande: 70% van de van toepassing zijnde gehuwdennorm, bedoeld in de artikelen 21 en 22, van de Participatiewet;  voor in een inrichting verblijvende personen: de van toepassing zijnde norm, bedoeld in artikel 23, het eerste en tweede lid, van de Participatiewet;  voor personen jonger dan 21 jaar: de van toepassing zijnde norm, bedoeld in artikel 20, van de Participatiewet.

Artikel 2 Indienen verzoek 1. Een verzoek om een vergoeding of een verstrekking wordt ingediend door middel van een door het college vastgesteld (digitaal) aanvraagformulier. 2. Degene die een verzoek indient hoeft geen inkomensgegevens in te leveren indien hij/zij een periodieke uitkering van de gemeente ontvangt, dan wel een AOW-gerechtigde is zonder pensioen. Artikel 3 Uitsluitingsgrond Geen recht op een bijdrage heeft de persoon die onderwijs volgt waarvoor studiefinanciering als bedoeld in artikel 3.1, eerste of tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000 kan worden verstrekt. Betreft de aanvraag een ten laste komend kind, dan kan voor dit kind wel een bijdrage worden verkregen. Artikel 4 Vergoedingen en verstrekkingen 1. Voor de volgende kosten kan een vergoeding worden verstrekt: a. aanschaf entreekaarten en/of contributie voor sociaal-culturele en/of sportieve activiteiten; b. aanschaf van sportattributen en fietsonderhoud; c. abonnement televisie, krant en internet; d. aanschaf van een identiteitskaart of paspoort; e. gebruik maken van het openbaar vervoer. 2. Voor de volgende kosten kan een verstrekking in natura worden gedaan: a. volgen van zwemlessen voor het behalen van diploma A, B en C, voor kinderen vanaf 5 tot en met 17 jaar. De kosten worden rechtstreeks aan een zwembad vergoed;

b. laptop voor schoolgaande kinderen tot 18 jaar. Een laptop kan per gezin eens in de drie jaar worden verstrekt. Artikel 5 Recht op bijdrage De alleenstaande of de leden van het gezin komen in aanmerking voor een bijdrage, als voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. de persoon voor wie de bijdrage wordt aangevraagd heeft op de datum van het verzoek alsmede op 1 januari van dat kalenderjaar als ingezetene woonplaats in de gemeente Súdwest-Fryslân en is aldaar ingeschreven in de Basisregistratie Personen; b. het inkomen is in de maand die voorafgaat aan de aanvraag minder dan 120% van het sociaal minimum; c. het verzoek om een bijdrage wordt ingediend tijdens het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt. Artikel 6 Hoogte van de vergoeding 1. Het college verleent per jaar een vergoeding voor de kosten, genoemd in artikel 4, eerste lid. 2. De gemaakte kosten worden volledig vergoed tot een maximum van € 121,00 per jaar per meerderjarige en tot een maximum van € 342,00 per jaar voor een ten laste komend kind. Artikel 7 Bewijsstukken 1. Belanghebbende is verplicht om op verzoek van het college bewijsstukken te verstrekken. 2. De periode vermeld in de beschikking geldt als bewaartermijn van bewijsstukken. 3. Indien de belanghebbende de bewijsstukken niet tijdig verstrekt, trekt het college de eerder toegekende vergoeding in en vorderen deze terug.

Artikel 8 Onvoorziene gevallen Het college kan in die gevallen waarin deze verordening niet voorziet op grond van individuele bijzondere omstandigheden een bijdrage verlenen in geval een strikte toepassing van de verordening zou leiden tot onbillijkheid. Artikel 9 Intrekking De Verordening bijdrageregeling minima 2017 gemeente Súdwest-Fryslân wordt ingetrokken. Artikel 10 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2018. Artikel 11 Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als: Verordening bijdrageregeling minima 2018 gemeente Súdwest-Fryslân.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 mei 2018

M.A. Berndsen-Jansen

, voorzitter.

G.W. Stegenga

, griffier.

Verordening bijdrageregeling minima 2018 gemeente Súdwest-Fryslân Toelichting Algemene toelichting Evenals de regering vindt de gemeenteraad het zeer belangrijk dat inwoners participeren in de samenleving en met name dat kinderen de kans krijgen om deel te nemen aan activiteiten zoals sport, muziek of danslessen. Om deelname aan culturele, maatschappelijke en sportieve voorzieningen en activiteiten te bevorderen is daarom bij de inwerkingtreding van de Participatiewet de Bijdrageregeling minima 2015 vastgesteld. Naderhand is deze verordening eenmaal gewijzigd (Bijdrageregeling minima 2017). Op grond van deze regeling kunnen inwoners met een laag inkomen in aanmerking komen voor een vergoeding of een verstrekking in natura ten behoeve van de deelname aan het maatschappelijk verkeer. Bij het gebruik is gebleken dat de verordening op enkele punten gebreken vertoonde en dat het om die reden verstandig is de verordening technisch te herzien. Dat heeft geresulteerd in de voorliggende verordening. Het betreft met nadruk geen inhoudelijke aanpassing. De bijdrageregeling minima is bestemd voor alle inwoners van de gemeente met een laag inkomen (met uitzondering van studenten). Het staat vast dat deze inwoners extra kosten hebben, die hun financiële draagkracht te boven gaan, waardoor het voor hen lastiger is om deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten.

Het doel van deze verordening is dat inwoners kunnen deelnemen aan de samenleving (bevorderen van de sociale participatie). Bij het stimuleren van participatie is dus zeker sprake van een stimulans geld uit te geven. In dat kader wordt steekproefsgewijs gevraagd naar gegevens (betaalbewijzen) om vast te kunnen stellen of het geld aan het bestemde doel is uitgegeven. Gelet op de 'regelluwe' uitvoering van deze regeling is de van toepassing zijnde bijstandsnorm vervangen door het relevante sociaal minimum. De toepasselijke bijstandsnorm impliceert namelijk dat de kostendelersnorm van toepassing is. Dit is niet de bedoeling voor potentiële deelnemers (inwoners met een inkomen tot en met 120% van het sociaal minimum). Vooral ook werkenden met een laag inkomen willen wij stimuleren een beroep te doen op de bijdrageregeling. Daarom is de inkomensnorm verhoogd naar 120% van het sociaal minimum. Inwoners met schulden kunnen ook een beroep doen op het Kindpakket als het inkomen na aftrek van schulden onder het gestelde drempelinkomen komt. Deze aanvragen zullen via een keukentafelgesprek tussen inwoner en gebiedsteam integraal worden behandeld, waarbij het uitgangspunt is dat kinderen mee kunnen doen.

Aanvragen en bewijsstukken Op basis van de handreiking van Divosa 'Efficiënt uitvoeren minimaregelingen' (november 2015) is het aanvraagproces bijdrageregeling minima verbeterd en wordt alleen naar de minimale noodzakelijke bewijsstukken gevraagd. AOW-gerechtigden zonder pensioen hoeven geen inkomensgegevens bij te voegen. Op verzoek van de cliëntenraad WWB en Stichting Leergeld is de aanvraagdatum verschoven van 1 februari naar 1 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt. De wettelijke afhandelingstermijn is binnen 8 weken, en kan met 8 weken worden verlengd. De gebruikelijke afhandelingstermijn is 4 weken. Het streven is de aanvraag zo snel mogelijk af te handelen. Het college kan een toekenningsbeschikking voor de periode van maximaal 2 jaar verstrekken. Dit betekent dat de aanvrager niet meerdere keren een aanvraag hoeft in te dienen. De betaling van de vergoeding geschiedt in termijnen. De bewijsstukken moeten worden bewaard en op verzoek worden verstrekt. Financiële bijdrage, vergoedingen en verstrekkingen Het verstrekken van de bijdrage vindt plaats in de vorm van een geldelijke bijdrage, dan wel via een andere manier. De kosten van zwemlessen voor diploma A, B en C worden vergoed aan het zwembad. Schoolgaande kinderen, die naar het voortgezet onderwijs gaan, kunnen in aanmerking komen voor een laptop.

De hoogte van de bedragen en vergoedingen kunnen worden aangepast als de verordening opnieuw wordt vastgesteld in de raad. Onvoorziene gevallen (hardheidsclausule) In deze verordening zijn de hoofdlijnen voor het bevorderen van sociale- en maatschappelijke participatie beschreven. Er kunnen zich concrete situaties voordoen waarin deze verordening niet voorziet. Dit artikel bepaalt dat het college in dergelijke situaties beslist in afwijking van deze verordening. Redelijkheid is hierbij het uitgangspunt. Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1. Begripsbepalingen Ter wille van de eenvoud en het praktisch gebruiksnut hebben de in deze verordening gebruikte begrippen dezelfde betekenis als in de Participatiewet. In dit artikel zijn tevens enkele begrippen nader omschreven. Het begrip ‘sociaal minimum’ wordt gedefinieerd, omdat enerzijds voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder van de Participatiewet afwijkende normen worden gehanteerd. Anderzijds wordt ter wille van de eenvoud en uitvoerbaarheid geen gebruik gemaakt van de zgn. kostendelersregeling (art. 22a Participatiewet). Artikel 2 Indienen verzoek Het wordt aan het college overgelaten op welke wijze de aanvraagprocedure wordt vormgegeven. Dat kan enerzijds nog langs de schriftelijke weg, anderzijds kan ook de digitale route opengesteld worden. Artikel 3 Uitsluitingsgrond Studenten vallen niet onder de doelgroep voor de bijdrageregeling. Zij worden geacht zich voldoende te kunnen bewegen in het maatschappelijk verkeer. Onder ‘student’ wordt in dit verband verstaan degene die een opleiding volgt waarvoor studiefinanciering mogelijk is, niet zijnde het zgn. ‘levenlanglerenkrediet’. Vanaf 1 september 2017 is deze vorm van studiefinanciering beschikbaar voor personen die een HBO- of WO-studie volgen in de leeftijd tot 55 jaar. Deze groep is nadrukkelijk uitgezonderd van deze uitsluitingsgrond.

Gaat het om gehuwden, waarvan één van de partners studeert, dan is het wel mogelijk dat de andere partner in aanmerking komt voor een bijdrage. Dat geldt ook voor tot het gezin behorende thuiswonende ten laste komende kinderen. Artikel 4. Vergoedingen en verstrekkingen Een bijdrage kan als geldelijke vergoeding of als voorziening in natura (verstrekking) worden verstrekt. De in het tweede lid aangegeven voorzieningen kunnen in natura worden verstrekt. Daarbij is ook de doelgroep nader bepaald. Artikel 5. Recht op bijdrage In dit artikel zijn de voorwaarden opgesomd die gelden om in aanmerking te komen voor een bijdrage. Het moet in de eerste plaats gaan om iemand die ingezetene is van de gemeente, en dat op twee peilmomenten: 1 januari en de datum van aanvraag van hetzelfde kalenderjaar. Vervolgens is er een inkomenstoets (geen vermogenstoets) en een administratieve voorwaarde: een verzoek moet tijdig worden ingediend, tijdens het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt. Artikel 6. Hoogte van de vergoeding De vergoeding kan jaarlijks worden verstrekt tot de in lid 2 aangegeven maximumbedragen. Artikel 7. Beslistermijn, betaling en bewijsstukken Voor de bewijsstukken geldt, dat deze op verzoek moeten kunnen worden getoond. Het gaat immers om een minimavoorziening, waarbij maatwerk uitgangspunt is.

De bijdrage dient niet categoriaal verstrekt te worden maar te worden afgestemd op de feitelijke kosten, met een zeker maximum. Het college is daarom bevoegd om na te gaan of de belanghebbende de kosten ook daadwerkelijk heeft gemaakt. Blijkt bij controle dat de kosten feitelijk niet zijn gemaakt, dan wordt het eerder toegekende recht op bijdrage ingetrokken en de bijdrage teruggevorderd. Artikel 8. Hardheidsclausule Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 9. Intrekking Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 10. Inwerkingtreding Dit artikel spreekt voor zich. Overgangsrecht is niet nodig, omdat er geen sprake is van een inhoudelijke wijziging ten opzichte van de ingetrokken verordening. Artikel 11. Citeertitel Dit artikel spreekt voor zich.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12411050/1