CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Het keuzedocument Voor iedereen een zinvol leven, visie op de Participatie(wet) in Fryslân-West

Raadsvergadering 31 maart 2021, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Keuzedokumint útfiering Partisipaasjewet yn Fryslân-West13.717 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

26

Keuzedocument versie 1.9 – 2021-01-11

•

•

•

•

•

•

SW-bedrijven mogen meedoen. Voor zover bekend komt dit niet of nauwelijks voor. Dit vanwege het risico dat een ander bedrijf dan het eigen SW-bedrijf dan de aanbesteding wint. Financiële gevolgen Het Werkleerbedrijf wordt landelijk gezien als een van de drie duurzaam houdbare modellen voor de uitvoering van de Participatiewet. Om goed inzicht te krijgen in de financiële businesscase van dit model in de regio Fryslân-West is eerst een nadere uitwerking van een bedrijfsplan nodig. Daarbij is wel vooraf te zeggen dat voor zo’n verandering ook een transitiebudget nodig zal zijn. Organisatorische gevolgen Empatec is in 2002 opgezet als een ‘zichzelf zoveel mogelijk bedruipend bedrijf’. Door invoering van de Participatiewet en de transformatie naar het Werkleerbedrijf verschuift de focus naar inwoners begeleiden naar een baan bij een reguliere werkgever. De afnemende SW-populatie wordt niet gecompenseerd door instroom van nieuwe doelgroepen. Dit heeft gevolgen voor de aard en omvang van het bedrijf. Vangnet Een grotere nadruk op banen bij reguliere werkgevers kan als risico hebben dat het bij economische tegenwind niet eenvoudig is om werk- en ontwikkelplekken te vinden. Het kan van belang zijn om in het Werkleerbedrijf een flexibele voorziening te blijven organiseren. Deze kan dan dienen als vangnet voor de doelgroep.

Personele veranderingen De keuze voor het Werkleerbedrijf leidt in potentie op middellange termijn tot veranderingen voor de huidige medewerkers van Empatec. Belangrijk is om bij de keuzes en de implementatie hiervan rekening te houden met deze personele gevolgen. En met de communicatie daarover. Lokale successen Met de invoering van een Werkleerbedrijf in de regio Fryslân-West wordt ervoor gekozen om de uitvoering van de ‘werkkant’ voor een deel van de doelgroep van de Participatiewet op regionaal niveau te organiseren. Een belangrijk aandachtspunt is dat het in dit regionale model mogelijk blijft om lokaal maatwerk te organiseren en daarmee de kracht van de lokale samenleving te benutten. Bijvoorbeeld in projecten als Harlingen Werkt. Onderzocht moet worden hoe dergelijke projecten een rol kunnen spelen in de doorontwikkeling naar een Werkleerbedrijf. Regie Het vorige punt veronderstelt een governance waarin lokale regie over de uitvoering mogelijk blijft. De vormgeving hiervan moet een belangrijk onderdeel zijn van het uit te werken bedrijfsplan.

Onderzoek naar governance en beheersing In aansluiting op het voorgaande moeten de conclusies en adviezen uit het onderzoek van onderzoeksbureau KokxDeVoogd een prominente plek in de uitwerking hebben. Dit onderzoek naar de governance van de GR Fryslân-West en NV Empatec is uitgevoerd in opdracht van de gemeenten. De hoofdvraag van dit onderzoek was: In welke mate zijn de deelnemende gemeenten van de GR Fryslân-West in staat om adequate sturing te verlenen, publiek (inclusief financiële) verantwoording af te leggen en democratische controle uit te voeren over de SW-taken die door de GR Fryslân-West en NV Empatec uitgevoerd worden? 27

Keuzedocument versie 1.9 – 2021-01-11

Het onderzoeksbureau heeft begin mei 2020 het onderzoeksrapport opgeleverd. Dit rapport bevat conclusies over en aanbevelingen voor het construct van GR en NV en de werking daarvan. En wat betreft de financiële situatie van en tussen beide. De conclusies over en aanbevelingen voor de financiële situatie zijn vooral gericht op het heden. Wat is de stand van zaken op dit moment? En welke besluiten moeten hierover op korte termijn worden genomen? De conclusies over en aanbevelingen voor het construct richten zich vooral op te nemen besluiten die minder gebonden zijn aan de korte termijn. Het gaat dan over de verhouding tussen gemeenten en GR en NV. En over hoe inzicht, verantwoording en democratische controle worden ingericht. Ook de samenwerking tussen de deelnemende gemeenten is daarbij aan de orde. Evenals de manier waarop gemeenten sturing geven aan het strategisch beleid en meerjarenbeleid. Gelet op het verschillende karakter van de conclusies en aanbevelingen in het rapport van KokxDeVoogd worden deze uitgewerkt en verder gebracht langs twee sporen: 1. Via het vervolg op dit keuzedocument: de aanbevelingen voor sturing, controle en inzicht worden uitgewerkt door de projectorganisatie die zich bezighoudt met de verdere voorbereiding van besluitvorming op basis van dit keuzedocument.

Centraal staat hierbij ook de vraag wat het best past bij een Werkleerbedrijf van meerdere gemeenten, waarbij lokale regie over de uitvoering mogelijk blijft. Hierbij zal ook worden bezien of extern advies op onderdelen nodig is. Bijvoorbeeld advies over aanbestedingsrecht en vennootschapsrecht. 2. Via een afzonderlijk besluitvormingstraject: de aanbevelingen die raken aan financiële posities worden voorbereid door de projectorganisatie. Dit in samenwerking met financieel deskundigen uit de gemeenten en in afstemming met GR en NV. Deels zal de uitwerking van deze aanbevelingen betrokken moeten worden bij de besluitvorming over jaarstukken 2019 en begroting 2020 en 2021.

28

Keuzedocument versie 1.9 – 2021-01-11

9. Uitgangspunten, kaders en richting voor de uit te werken bedrijfsplan/businesscase Uitgangspunten, samengevat • De gemeenten die samenwerken in de GR Fryslân-West hebben uitgesproken dat de kennis en infrastructuur van het werkbedrijf zoveel mogelijk behouden moeten blijven voor begeleiding naar werk bij reguliere werkgevers. De infrastructuur en expertise binnen het huidige SW-bedrijf kunnen voor dit doel worden ingezet. • Om dit mogelijk te maken is wel een aanpassing van de doelstelling, taken en structuur van het SW-bedrijf nodig. Ook zal een nieuwe balans met de taken van de gemeenten gevonden moeten worden. • De publieke organisatie is een Werkleerbedrijf. • Minimaal moeten er een infrastructuur en een instrumentarium zijn om inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt te ontwikkelen, zodat zij weer arbeidsfit(ter) worden. Dit is de kern van het Werkleerbedrijf. • De opdracht aan het Werkleerbedrijf is de toeleiding naar zo regulier mogelijk werk van inwoners uit de categorie Perspectiefrijk.14 En daarnaast het organiseren van een vangnet Wsw en nieuw beschut werk. • De uitstroom Wsw wordt maar heel beperkt gecompenseerd door een toename van het aantal nieuwbeschutwerk-banen/medewerkers.

• De gemeenten hebben geen of onvoldoende middelen om de uitstroom Wsw voor de publieke organisatie op te vullen met banen-afspraakbanen bij de publieke organisatie voor inwoners die weliswaar een indicatie beschut werk hebben maar ook niet bij een werkgever aan het werk kunnen komen. • De instroom van inwoners uit de categorie Perspectiefrijk kan de afname van het aantal SWmedewerkers hooguit deels ondervangen, omdat de focus van de Participatiewet ligt op werk bij reguliere werkgevers. • Gemeenten blijven verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet en voeren de regie. Gemeenten bedienen de categorieën Kansrijk en Van Waarde (voor zover niet nieuw beschut) zelf. Ze kúnnen daarbij gebruikmaken van het Werkleerbedrijf. • Gemeenten moeten zonder risico kunnen inbesteden bij de publieke organisatie. Kaders/richting voor bedrijfsplan/businesscase (op grond van het voorgaande): • De kern van de nieuwe publieke organisatie/het Werkleerbedrijf is de toeleiding van kandidaten en medewerkers (en van huidige SW-medewerkers) naar zo regulier mogelijk werk. • In de eerste jaren zullen er nog veel te organiseren werkplekken zijn voor Wsw en nieuw beschut. Uiteindelijk gaat dat naar een relatief beperkte omvang: o Het volume van de Wsw neemt af van circa 900 arbeidsjaren in 2021 naar ruim 700 arbeidsjaren in 2025 en ruim 450 arbeidsjaren in 2030. 14

Binnen de categorie Perspectiefrijk kunnen per gemeente meer specifieke doelgroepen worden aangewezen, bijvoorbeeld nieuwkomers of jongeren.

29

Keuzedocument versie 1.9 – 2021-01-11

De verwachte structurele omvang van nieuw beschut in Fryslân-West is circa 210 banen. De activiteiten van het Werkleerbedrijf moeten zich voor de doelgroep van de Participatiewet, in het bijzonder de categorie Perspectiefrijk, focussen op competenties van mensen beoordelen en waar nodig competenties versterken. En op zo snel mogelijk een passende betaalde werkkring bij reguliere werkgevers vinden. Dit in nauwe samenwerking met de gemeenten. Het Werkleerbedrijf werkt nauw samen met en bij werkgevers en organiseert zoveel mogelijk werk-leerplekken bij werkgevers. Daarnaast is er een eigen werk-leerinfrastructuur. Deze moet kunnen groeien en krimpen al naargelang ontwikkelingen in de conjunctuur. Het Werkleerbedrijf maakt ook gebruik van de werk-leeromgevingen die gemeentelijke organisaties kunnen bieden. Er is sprake van een verschuiving van ‘werken bij de publieke organisatie’ naar ‘werken bij werkgevers dankzij of via de publieke organisatie’. Het voorgaande betekent een verandering voor de organisatie van NV Empatec. De huidige infrastructuur moet opnieuw worden bekeken vanuit de veranderende kerntaak en doelen van de organisatie. Wat is daarvoor nodig en wat niet? De governance en sturing worden zodanig ingericht dat de organisatie dichter bij de gemeenten komt te staan.

Het Werkleerbedrijf is een organisatie die samen met de gemeenten aan het werk is om zoveel mogelijk mensen een plek op de reguliere arbeidsmarkt te geven. De rechtsvorm van de organisatie en de governance moeten zodanig worden ingericht dat de betrokken gemeenten via inbesteding opdrachten kunnen neerleggen bij het Werkleerbedrijf. o

•

•

• • •

•

•

30

Keuzedocument versie 1.9 – 2021-01-11

10.

Adviezen

Voor de uitwerking van het participatiebeleid en de uitvoering daarvan in Fryslân-West is het nodig dat de gemeenteraden op basis van dit keuzedocument als volgt richtinggevende besluiten nemen: 1. Stel de gezamenlijke gemeentelijke visie, missie en ambitie op uitvoering van de Participatiewet in de GR Fryslân West vast zoals beschreven in hoofdstuk 4. 2. Onderschrijf de koers van ontwikkeling van Empatec naar een Werkleerbedrijf. 3. Onderschrijf dat tot de doelgroep15 van het Werkleerbedrijf worden gerekend:

a. inwoners behorend tot de categorie Perspectiefrijk en

b. inwoners behorend tot de categorie Van Waarde voor zover het de Voorziening Beschut Werken betreft. 4. Besluit dat de intake voor de doelgroep Perspectiefrijk16 op uniforme werkwijze door de gemeente wordt georganiseerd in samenwerking tussen gemeente en het Werkleerbedrijf17. 5. Besluit dat de bepaling van loonwaarde en beoordeling van aanwezige competenties voor de doelgroep Perspectiefrijk centraal wordt gefaciliteerd door het Werkleerbedrijf. 6. Geef via de GR de NV opdracht een bedrijfsplan/businesscase te maken op basis van de in hoofdstuk 9 aangegeven kaders en de hiervoor onder 1 t/m 5 genoemde punten.

15

Het Werkleerbedrijf biedt ook werk aan degenen die er op grond van de Wsw werkzaam zijn. Omdat voor deze categorieën onder andere intake en loonwaardebepaling niet aan de orde zijn, laten we ze in deze omschrijving van de doelgroep buiten beschouwing. 16 Voor de Voorziening Beschut Werken vindt intake en toekenning plaats door UWV. 17 Het is aan de gemeente hoe de uitvoering wordt georganiseerd: in eigen hand, ingekocht bij het werkleerbedrijf of bij De dienst.

31

Keuzedocument versie 1.9 – 2021-01-11

Bijlage 1: De gemeentelijke opdracht in het kader van de Participatiewet Vanaf 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht. Deze wet vervangt de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een belangrijk deel van de Wajong (jonggehandicapten). Artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet bevat de opdracht aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente: • Het ondersteunen van bijstandsontvangers, andere uitkeringsgerechtigden en nietuitkeringsgerechtigden bij de arbeidsinschakeling en daarbij – zo nodig - een reintegratievoorziening of aanvullende opleiding aan te bieden ten goede komt aan de positie op de arbeidsmarkt. • Het verlenen van financiële bijstand aan personen die niet over de middelen beschikken om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Deze opdracht is vrijwel gelijk aan die van de voorganger van de Participatiewet: de WWB. Nieuw bij de Participatiewet was in 2015 dat gemeenten een duidelijk grotere verantwoordelijkheid hebben gekregen om inwoners met een arbeidsbeperking te ondersteunen bij een betaalde baan bij een reguliere werkgever vinden en behouden. De belangrijkste maatregelen die het Rijk genomen heeft om dit te bereiken zijn: • De afsluiting van de instroom in de Wsw. Voor bestaande Wsw-medewerkers is er niets veranderd. Zij behouden hun dienstverband en rechten tot hun pensionering.

• Een efficiencykorting van ongeveer € 3.000 per Wsw-plek. • Het verschuiven van de verantwoordelijkheid voor jonggehandicapten met arbeidsvermogen van UWV naar de gemeente. Deze groep mensen komt niet meer in aanmerking voor een Wajonguitkering, maar wordt door de gemeente begeleid naar werk. Qua inkomensondersteuning vallen zij onder het bijstandsregime. • Afspraken met sociale partners over de realisatie van (op termijn) 125.000 garantiebanen bij werkgevers voor werknemers met een arbeidsbeperking. Wanneer deze afspraken niet worden gerealiseerd, kan het Rijk een quotum per werkgever in werking stellen. Voor een deel van de doelgroep van de Participatiewet heeft de wetgever onderkend dat deze mensen arbeidsvermogen hebben. Maar ze hebben dusdanig veel begeleiding of een dusdanige werkplekaanpassing nodig dat van een reguliere werkgever niet kan worden verwacht dat deze zo’n werknemer in dienst zal nemen. Voor deze groep is de Voorziening Beschut Werken beschikbaar. Dit houdt in dat gemeenten verplicht zijn om voor deze doelgroep betaalde werkplekken te organiseren. Het gaat landelijk (op termijn) om 30.000 beschutte werkplekken. Ook inwoners zonder bijstandsuitkering kunnen een beroep doen op ondersteuning van de gemeente bij het vinden van werk.

Bijvoorbeeld inwoners die tegen het einde van hun WW-uitkering zitten, jongeren zonder startkwalificatie of leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs. 32

Keuzedocument versie 1.9 – 2021-01-11

Bijlage 2: De doelgroepen van de Participatiewet Grofweg richt de Participatiewet zich op drie doelgroepen: 1. De ‘klassieke’ bijstandsdoelgroep Inwoners met een vaak grote afstand tot de arbeidsmarkt die een bijstandsuitkering ontvangen van de gemeente. De gemeente heeft de opdracht deze inwoners te activeren en te begeleiden naar een betaalde baan. 2. Inwoners met een structurele arbeidsbeperking Deze groep bestaat uit inwoners die in staat zijn om te werken in een betaalde baan, maar die door hun arbeidsbeperking niet in staat zijn zelfstandig het minimumloon te verdienen. 3. Niet-uitkeringsgerechtigden (NUG) Ook inwoners zonder bijstandsuitkering kunnen een beroep doen op ondersteuning van de gemeente bij het vinden van werk. De klassieke bijstandsdoelgroep De groep met een Participatiewetuitkering is divers. In de uitvoering wordt een indeling gehanteerd die de afstand tot de arbeidsmarkt weergeeft. En daarmee de inspanningen die nodig zijn om cliënten te activeren. De groep inwoners met een Participatiewetuitkering is als volgt samengesteld: Kansrijk (80-100% verdienvermogen) Perspectiefrijk (40-80% verdienvermogen) Van Waarde (0-40% verdienvermogen)

Inwoners met een structurele arbeidsbeperking Deze groep bestaat uit drie belangrijke deelgroepen: • •

•

De ‘oude’ Wsw’ers Inwoners met een dienstverband en een werkplek bij (of via) het SW-bedrijf. De doelgroep ‘Banenafspraak’ Inwoners met een arbeidsbeperking die wel in staat zijn om bij een reguliere werkgever te werken, maar door hun beperking niet in staat zijn om (minimaal) het minimumloon te verdienen. Zij zullen vaak tot de categorie Perspectiefrijk behoren. De doelgroep ‘nieuw beschut werk’ (NBW) Inwoners met een arbeidsbeperking die dusdanig veel begeleiding of aanpassing van de werkplek nodig hebben dat van een reguliere werkgever niet verwacht kan worden dat deze zo’n medewerker in dienst kan nemen. Voor deze inwoners wordt de gemeente geacht een betaalde werkplek te organiseren. Zij behoren vaak tot de categorie Van Waarde.

Een deel van de nieuwe instroom van inwoners met een arbeidsbeperking heeft recht op een Participatiewetuitkering, zolang zij geen betaalde baan hebben. De rest van deze groep heeft bij instroom geen recht op een uitkering. Bijvoorbeeld doordat zij thuis wonen bij hun ouders of een werkende partner hebben.

33

Keuzedocument versie 1.9 – 2021-01-11

Niet-uitkeringsgerechtigden Ook inwoners zonder bijstandsuitkering kunnen een beroep doen op ondersteuning van de gemeente bij het vinden van werk. Bijvoorbeeld inwoners die tegen het einde van hun WW-uitkering zitten, jongeren zonder startkwalificatie of leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs. In de Position Paper worden de doelgroepen in relatie tot arbeidsinschakeling op een andere manier ingedeeld. De doelgroepen volgens de Position Paper In de Position Paper worden de doelgroepen in relatie tot arbeidsinschakeling als volgt ingedeeld. Arbeidsinschakeling is bedoeld voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. Op verschillende manieren kan worden gekeken naar een afstand hebben tot de arbeidsmarkt. Daarbij is het uitgangspunt dat ieder individu van betekenis is voor onze samenleving. Onze inwoners kunnen van waarde zijn voor de samenleving, kunnen perspectief hebben op de arbeidsmarkt of kunnen kansrijk zijn. Kansrijk In deze categorie vallen inwoners met een loonwaarde van 80-100%. Deze categorie kan vrij snel weer aan het werk. Zij heeft daarbij vaak alleen lichte ondersteuning nodig, zoals sollicitatietraining. Perspectiefrijk Deze categorie betreft inwoners met een loonwaarde van 40-80%. Deze groep heeft veel ondersteuning nodig, vaak voor een langere periode. Denk bijvoorbeeld aan arbeidsritme opdoen.

Van waarde In deze categorie vallen inwoners met een loonwaarde van 0-40%. Zij zijn op dit moment niet in staat om te werken, maar zijn wel van waarde. Bijvoorbeeld bij vrijwilligerswerk of (arbeidsmatige) dagbesteding. We kunnen verschillende doelgroepen onderscheiden. Deze doelgroepen kunnen in alle drie hiervoor genoemde categorieën voorkomen: • • •

Leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs. Statushouders: asielzoekers die als vluchteling zijn erkend en een verblijfsvergunning hebben, zodat zij mogen werken of een opleiding mogen volgen in Nederland. Wajong: deze uitkering voor jonggehandicapten geldt voor mensen van 18 jaar of ouder. Sinds de invoering van de Participatiewet kan iemand alleen nog een Wajong-uitkering krijgen in de volgende situatie: als iemand op jonge leeftijd een ziekte of handicap heeft gekregen en daardoor nooit meer kan werken. Als dat het geval is, kan diegene bij UWV een beoordeling arbeidsvermogen aanvragen. UWV beoordeelt dan of diegene mogelijkheden heeft om te werken. Dit heet arbeidsvermogen. De uitkomst van de beoordeling bepaalt of diegene een Wajong-uitkering kan krijgen. Of dat diegene misschien ondersteuning bij werk en inkomen krijgt van de gemeente. Vanaf 2015 is de Wajong niet langer toegankelijk voor 34

Keuzedocument versie 1.9 – 2021-01-11

•

•

•

jonggehandicapten die 18 jaar worden en arbeidsvermogen hebben. Zij vallen onder de Participatiewet. Beschut werk: een baan voor mensen met een beperking die wel kunnen werken, maar niet bij een gewone werkgever. Zij hebben vaak veel begeleiding of aanpassingen nodig. UWV adviseert of iemand voor een beschutte werkplek in aanmerking komt. SW’ers: de sociale werkvoorziening is een overheidsvoorziening op grond van de Wsw. Deze biedt mensen met een arbeidshandicap een passende werkplek in een zo regulier mogelijke werkomgeving. Die werkomgeving is aangepast aan de arbeidshandicap. Met de komst van de Participatiewet is per 1 januari 2015 de Wsw gesloten voor nieuwe instroom. Inwoners die vanwege een andere reden een grote afstand tot de arbeidsmarkt en/of een beperking hebben en al dan niet een bijstandsuitkering ontvangen.

Sommige van deze doelgroepen zullen vooral tot één van de drie categorieën behoren.

35

Keuzedocument versie 1.9 – 2021-01-11

Bijlage 3: Taken en bevoegdheden in de Participatiewet We beperken ons hier tot de taken en bevoegdheden van de gemeenten aan de participatie-/reintegratiekant van de Participatiewet. Aan de inkomens- en armoedekant van de Participatiewet hebben de gemeenten uiteraard ook taken en bevoegdheden. Maar deze zijn minder relevant voor de te maken keuze met betrekking tot de doorontwikkeling van de uitvoering van de sociale werkvoorziening/participatie. De kerntaak van de gemeente aan de participatie-/re-integratiekant van de Participatiewet is om inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt en/of met een bijstandsuitkering te begeleiden naar betaald werk. De klassieke bijstandsdoelgroep De gemeenten hebben bij de uitvoering van de participatie-/re-integratietaak voor de klassieke bijstandsdoelgroep veel beleidsvrijheid: • •

De gemeente bepaalt zelf aan welke groepen cliënten zij prioriteit geeft. De gemeente bepaalt zelf welke instrumenten zij daarvoor inzet en hoe deze worden georganiseerd.

Cliënten met een bijstandsuitkering hebben vanuit de Participatiewet de verplichting om zich in te spannen/mee te werken aan hun re-integratie. Wanneer cliënten daar niet of onvoldoende aan meewerken, is de gemeente bevoegd om hierop te handhaven met een korting op de uitkering. Onderdelen van deze verplichting van cliënten zijn de tegenprestatie18 die de gemeente kan vragen van de cliënt en de taaleis.19 De groep met een structurele arbeidsbeperking Ten aanzien van een deel van de doelgroep met een structurele arbeidsbeperking is de beleidsvrijheid kleiner: • •

Voor inwoners die vóór 1 januari 2015 al als Wsw’er in dienst waren van het SW-bedrijf heeft de gemeente de verplichting om voor hen een betaalde werkplek te organiseren. Voor inwoners die vanuit UWV een indicatie voor Beschut Werk krijgen is de gemeente verplicht om tot een door het Rijk gestelde taakstelling een betaalde beschutte werkplek te organiseren.

Instrumenten voor de uitvoering van de Participatiewet De SER heeft in 2016 advies gegeven over de infrastructuur die nodig is om de Participatiewet uit te voeren. Cedris (de brancheorganisatie van de SW-bedrijven) heeft dit advies doorvertaald in zes instrumenten. Daarbij geldt uiteraard dat gemeenten vrij zijn om deze instrumenten in te zetten. Ook

18

19

De gemeente heeft het recht om cliënten met een bijstandsuitkering een tegenprestatie te laten verrichten voor de uitkering. Bij een tegenprestatie gaat het om een onbetaalde maatschappelijk nuttige activiteit van doorgaans beperkte duur en omvang. Het mag geen werk zijn waar normaal gesproken voor wordt betaald. De gemeente Súdwest-Fryslân heeft besloten deze tegenprestatie niet te vragen. Bijstandsgerechtigden die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, hebben de verplichting om zich in te spannen om de Nederlandse taal te leren. Bij onvoldoende inspanning kan de gemeente besluiten een korting op de uitkering op te leggen.

36

Keuzedocument versie 1.9 – 2021-01-11

kiest de gemeente zelf hoe zij deze instrumenten organiseert. De zes instrumenten geven een beknopt overzicht van wat in ons land wordt ingezet bij de uitvoering van de Participatiewet. Het gaat daarbij in elk geval om een instrumentarium om de werknemersvaardigheden van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt te ontwikkelen (instrument 1), zodat zij arbeidsfit worden. Daarvoor is het van groot belang om goed zicht te hebben op (de competenties van) de kandidaten. Om uitstroom naar werk te realiseren is het van belang dat de uitvoering beschikt over een groot werkgeversnetwerk en de juiste competenties om de match tussen kandidaat en werkgever te maken (instrument 2 en 4). Detachering (instrument 3) en jobcoaching kunnen een belangrijke bijdrage leveren om uitstroom te bevorderen en duurzaam te maken.

Bron: SER/Cedris, met aanvullingen/aanpassingen.

De cliëntgroep van de Participatiewet bestaat voor een belangrijk deel uit inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en met een beperking. Daarom is het nodig om samen met werkgevers naar creatieve oplossingen te zoeken om werk voor deze groepen te organiseren. Het creëren van nieuwe functies (jobcarving/functiecreatie) door werkprocessen bij werkgevers opnieuw te ontwikkelen is hiervoor een belangrijk instrument (instrument 6). Ten slotte is ook beschut werk een belangrijk deel van het instrumentarium van de Participatiewet. Dit is het vangnet voor inwoners met een dusdanige arbeidsbeperking dat niet van werkgevers verwacht kan worden dat zij de begeleiding van deze mensen voor hun rekening kunnen nemen.

37

Keuzedocument versie 1.9 – 2021-01-11

Bijlage 4: Modellen bij de uitvoering van de Participatiewet

38

Keuzedocument versie 1.9 – 2021-01-11

Bijlage 5: Onderzoeksrapport KokxDeVoogd Dit rapport is al in uw bezit.

39

Keuzedocument versie 1.9 – 2021-01-11

Bijlage 6: Het budgettair kader Een van de uitgangspunten bij de gezamenlijke uitvoering van de Participatiewet in Fryslân-West is dat gemeenteraden zelf de omvang van de in te zetten budgetten bepalen. Hierbij gelden twee beperkingen. Ten eerste moeten de wettelijke taken worden uitgevoerd. Ten tweede moeten voldoende middelen beschikbaar worden gesteld om het Werkleerbedrijf een op continuïteit gerichte bedrijfsvoering te kunnen laten voeren. Budgetten Voor de uitvoering van de Participatiewet hebben gemeenten drie budgetten: het BUIG-budget, het Participatiebudget en middelen uit het Gemeentefonds. Het BUIG-budget wordt ontvangen voor het betalen van bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Het beschikbare landelijke (macro)budget is afhankelijk van de conjunctuur en beleidsinvloeden. Het gemeentelijk budget wordt bepaald op grond van objectieve criteria (gemeenten > 40.000 inwoners), op basis van historische uitgaven (gemeenten < 15.000 inwoners) of op basis van een mix van objectieve criteria en historische uitgaven (gemeenten met 15.000 tot 40.000 inwoners). Het Participatiebudget klassieke doelgroep WWB maakt, voor wat betreft re-integratie, sinds 2019 deel uit van de algemene uitkering. Samen met de middelen voor Jeugd & Wmo is dit opgenomen in het cluster sociaal domein.

In de rekentool van de algemene uitkering is nog wel na te gaan wat de hoogte zou zijn van het klassieke Participatiebudget. De middelen zijn echter vrij besteedbaar maar verbonden aan een bijzonder doel. Bijvoorbeeld re-integratie en begeleiding richting werk. De Participatiedeelbudgetten voor de Wsw en arbeidsbeperkten in de Participatiewet zijn nog apart herkenbaar binnen de zogenoemde integratie-uitkering Participatie. Voor de doelgroep arbeidsbeperkten in de Participatiewet is sprake van twee deelbudgetten: ‘Nieuw Wajong’ (de overheveling van re-integratiemiddelen van UWV naar gemeenten vanwege de beperktere toegang tot de Wajong) en ‘Nieuw begeleiding’. Dit laatste deelbudget is bestemd voor de begeleidingskosten voor nieuw beschut werk en de banen-afspraakbanen. De uitkering uit het Gemeentefonds ten slotte geeft een vergoeding voor de uitvoeringskosten. Dat gebeurt middels een verdeling die gebaseerd is op een groot aantal criteria. Zoals eerder aangegeven is sinds 2019 ook het klassieke Participatiebudget opgenomen in de algemene uitkering. De budgetten die gemeenten ontvangen zijn niet direct gekoppeld aan de hoogte van de uitgaven. Bovendien zijn het in principe geen geoormerkte budgetten, zodat gemeenten deze vrij kunnen besteden. Uiteraard dienen de wettelijke taken uitgevoerd te worden.

In het kader van deze notitie zijn dat bijvoorbeeld de kosten van de Wsw en geïndiceerd beschut werken.

40

Keuzedocument versie 1.9 – 2021-01-11

Bijlage 7: Wet Markt en Overheid De (uitzondering op) aanbestedingsverplichtingen voor Werkleerbedrijven is een nog relatief grijs juridisch gebied. Deze bijlage bevat een uiteenzetting van onze juridisch adviseur naar de inzichten van dit moment. In de verdere uitwerking van het Werkleerbedrijf moet een en ander verder worden onderzocht. Om die reden is in hoofdstuk 9 van het keuzedocument (uitgangspunten en kaders voor bedrijfsplan/businesscase) het volgende opgenomen: ‘De rechtsvorm van de organisatie en de governance moeten zodanig worden ingericht dat de betrokken gemeenten via inbesteding opdrachten kunnen neerleggen bij het Werkleerbedrijf.’

Inleiding Een gemeente is verplicht om elke opdracht die zij aan derden wenst te verstrekken voor werken, leveringen of diensten aan te besteden indien deze boven de drempelwaarde uitkomt. In het geval van sociale en specifieke andere benoemde diensten is die drempelwaarde € 750.000. Daarvan is sprake in het geval van Empatec, Empaselect en Pastiel. Daarbij moet worden gekeken naar de geraamde waarde voor een meerjarige opdracht. Als sprake is van sociale en/of specifiek andere benoemde diensten, geldt een verlicht regime. Maar dan moet nog steeds worden aanbesteed. Op die aanbestedingsplicht bestaat een aantal uitzonderingen: a. verstrekken van een alleenrecht; b. publiek-publieke samenwerking; c. onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande aankondiging; d. quasi-inbesteden. Ad a. Verstrekken van een alleenrecht Een alleenrecht kan worden verstrekt als er een wettelijke grondslag voor is en kan alleen worden verstrekt aan een publiekrechtelijke instelling. Dat is Empatec (nu) niet. Ad b. Publiek-publieke samenwerking Een publiek-publieke samenwerking is mogelijk als aan een aantal vereisten voldaan is. Onder meer moeten de samenwerkende diensten op de open markt niet meer dan 20% van de activiteiten voor hun rekening nemen.

Gelet op de dominante positie van Empatec bij de uitvoering van activiteiten uit hoofde van de Wsw, de Participatiewet en de re-integratie wordt niet voldaan aan dit vereiste. Ad c. Onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande aankondiging Deze methode van een opdracht verstrekken is slechts bij (hoge) uitzondering mogelijk. Daarvan kan sprake zijn bij een eerdere mislukte aanbesteding. Of bij de situatie dat slechts één onderneming technisch in staat is het werk uit te voeren. Of wanneer het een vervolg of aanvulling is op een eerdere opdracht. Daarvan is bij Empatec allemaal geen sprake. Ad d. Quasi-inbesteding De laatste uitzondering is in dit geval quasi-inbesteding. Dat is het verstrekken van een opdracht aan een entiteit waarop voldoende toezicht en invloed is en die 80% van haar omzet verkrijgt in relatie tot de deelnemende aanbestedende diensten. Zoals de structuur nu is dat geen reële optie. Empatec haalt 80% van zijn omzet uit opdrachten die gerelateerd zijn aan de deelnemende gemeente. Er wordt echter niet voldaan aan het toezichtscriterium. Op grond van Europese rechtspraak moet het toezicht structureel, functioneel en effectief zijn. Dat is het op dit moment niet. De directeur van Empatec wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de raad van commissarissen. De leden van de raad van commissarissen worden door de raad van 41

Keuzedocument versie 1.9 – 2021-01-11

commissarissen zelf benoemd. De aandeelhouders hebben dus geen directe benoemingsbevoegdheid, schorsingsbevoegdheid of ontslagbevoegdheid ten aanzien van de bestuurder en de raad van commissarissen. Eventueel ontslag kan slechts via de Ondernemingskamer worden afgedwongen. De statuten geven aan dat de GR het meerjarenbeleidsplan met bijbehorende begrotingen moet vaststellen. Maar er zijn niet of nauwelijks controlemomenten. Het enige controlemoment dat statutair is opgenomen, is een overleg met de raad van commissarissen en niet met de AvA. Dit maakt dat het toezicht door de gemeenten en/of de GR niet direct genoeg en niet effectief genoeg is. Quasi-inbesteding is daarom op dit moment geen optie. Een statutenwijziging inclusief naar de GR verschuivende zeggenschap is de enige manier om te kunnen voldoen aan de uitzondering op de aanbestedingsplicht. Daarbij zal een directe sturingsmogelijkheid met betrekking tot het beleid en de dagelijkse gang van zaken moeten worden ingevoerd om te kunnen voldoen aan het toezichtscriterium.

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9843327/1