Bijlage 1 - Gauw - Boeijengastrjitte 34 - Bijlagen bij de toelichting-gecomprimeerd
Tekst van het document
bestemmingsplan Bijlagen bij de toelichting
Gauw - Boeijengastrjitte 34 ontwerp 14-06-2023
Gauw - Boeijengastrjitte 34
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
4
Bijlage 1
Paragraaf 2.4 beeldkwaliteit
4
Bijlage 2
Welstandscriteria Lintbebouwing
8
Bijlage 3
Welstandscriteria Buitengebied
12
Bijlage 4
Welstandsadvies
16
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek
18
Bijlage 6
Karterend archeologisch onderzoek
117
Bijlage 7
Beknopte natuurtoets
148
Bijlage 8
Aanvullend ecologisch onderzoek
159
Bijlage 9
AERIUS-berekening
167
Bijlage 10
Digitale watertoets
188
Bijlage 11
Vooroverlegreactie Brandweer Fryslân
200
3
Gauw - Boeijengastrjitte 34
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Paragraaf 2.4 beeldkwaliteit
4
' BUgelHajema Ruimte voor de leefomgeving
Paragraaf 2.4 beeldkwaliteit bestemmingsplan Gauw - Boeijengastrjitte 34
In de gemeente Sudwest Fryslân geldt de welstandnota als kader voor ruimtelijke kwaliteit; onder meer van woningen. Echter, voor nieuwe woningbouwplannen wordt veelal een beeldkwaliteitsplan gemaakt. Deze beeldkwaliteitsplannen zijn leidend voor de fase waarin omgevingsvergunningen worden voorbereid en verleend. Na voltooiing (of te wel in de beheerfase) geldt de welstandnota. Voor het voorliggende plan spitsen de beeldkwaliteitscriteria zich toe op de drie nieuw te realiseren woningen, de daarbij horende erven en de ontsluiting. De paragraaf beeldkwaliteit wordt een onder deel van het bestemmingsplan dat expliciet wordt vastgesteld door de gemeenteraad als uitgangs punt voor de welstandtoetsing in de fase van ontwikkeling. Plaatsing De plaatsing van de hoofdgebouwen wordt geregeld door de op de verbeelding aangegeven bouw vlakken. De nokrichting van woningen is ofwel loodrecht op de Kipfeart of evenwijdig daaraan. Aanen uitbouwen en bijgebouwen zijn door een combinatie van plaatsing en bouwvorm ondergeschikt aan de hoofdvorm. Binnen een zone van 5 meter tot de Kipfeart worden geen gebouwen gereali seerd. De plaatsing van het bijgebouw bij de schuurwoning is aan de noordzijde van het perceel, tegen de zijdelingse perceelsgrens van de schuurwoning aan en voor de voorgevel.
Dit is afwijkend ten opzich te van de veelgebruikte regel dat bijgebouwen teruggeschoven moeten liggen ten opzichte van de voorgevel van het hoofdgebouw. In dit geval is de positionering van deze schuur echter goed verde digbaar.
BügelHajema, Adviseurs voor leefomgeving en omgevingsrecht BNSP
Balthasar Bekkerwei 76, 891 4 BE Leeuwarden T 058 215 25 1 5
E info@bugelhajema.nl w www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort
Het gehele perceel heeft bewust een informeel karakter en is argeloos van opzet. Dit is passend als onderdeel van het oude bebouwingslint van Gauw en afwijkend van de strakkere opzet van de mees te nieuwbouwwijken. Ga je het insteekweggetje naar de drie woningen in, dan ligt het bijgebouw uit de as van deze weg, in een ondergeschikte teruggeschoven positie. De voormalige bedrijfswoning aan het lint heeft ook bijbehorende bebouwing op het achtererf. Dit achtererf gaat direct over in het zijerf van de schuurwoning waar het bijgebouw is opgenomen. Bijge bouw bij bijgebouw dus. Hoofdvorm Alle hoofdvormen bestaan uit één tot anderhalve bouwlaag met een zadeldak. De schuurwoning heeft de grootste bouwhoogte. Aan- en uitbouwen worden mee ontworpen; zij vormen een samen hangend en/of integraal onderdeel van het ontwerp. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn door een combinatie van plaatsing en bouwvorm ondergeschikt aan de hoofdvorm. Aanzichten Woningen zijn enerzijds georiënteerd op de ontsluiting en anderzijds op de Kipfeart. Tenminste één gevelopening van belang is zichtbaar vanaf de insteekweg. De naar de insteekweg gelegen gevel is afwisselend en geleed. Eventuele dakkappelen zijn ondergeschikt in het dakvlak. Duurzaamheidsmaatregelen worden geïntegreerd in het ontwerp.
Opmaak Gevels van de nieuwe woningen worden uitgevoerd in baksteen en/of hout in donkere tint of in ver grijzend hout of een combinatie van baksteen en hout. De kleurstelling is aards en aansluitend op kleuren die in de oudere dorpsbebouwing voorkomen. Diversen De insteekweg wordt uitgevoerd in klinkers in gedekte kleurstelling. Dit geldt ook voor de parkeer vakken langs de insteekweg. Bij voorkeur worden deze laatste uitgevoerd in een waterdoorlatende steen. Langs de oever van de Kipfeart wordt een houten beschoeiing aangelegd in één materiaal. Erven worden aan zij- en voorkant begrensd met hagen in inheems en op de grondsoort passend beplantingsmateriaal. Bijvoorbeeld iep, meidoorn, spaanse aak of haagbeuk. Een zone van 5 meter ten opzichte van de waterlijn blijft vrij van bebouwing en bomen. De hierna opgenomen referentiebeelden laten voorbeelden zien van hoofdvorm, aanzichten en op maak van enerzijds de schuurwoning en anderzijds de twee nieuwe woningen aan de Kipfeart.
datum 09-03-2023
projectnummer P000474
BÜgelHajema Adviseurs
2
Ruimte uoor de leefomgeuing
Referentiebeelden schuurwoning
Referentiebeelden woningen Kipfeart
datum 09-03-2023
projectnummer P000474
BÜgelHajema Adviseurs
3
Gauw - Boeijengastrjitte 34
Bijlage 2 Welstandscriteria Lintbebouwing
8
7.1.4 Lintbebouwing. Gebiedsomschriiving. De groeiende betekenis van de infrastructurele patronen (vaarten en wegen) leidde in veel dorpen tot een geleidelijke aanwas van gebouwen. Deze ontwikkeling was goed merkbaar in de tweede helft van de 19e eeuw en aan het begin van de 20e eeuw. De gebouwen zijn overwegend sterk gerelateerd aan het beloop van de vaarten en wegen. Opvallend is dat de bebouwingsdichtheid nabij het centrum veelal hoog is en naar de randen toe afneemt. Dit gegeven maakt het in sommige situaties ook lastig om een harde scheidingslijn aan te brengen tussen dorpskern en dorpslint. De bebouwingsstructuur wordt in hoofdlijnen bepaald door kleinschalige woonhuizen van een tot twee bouwlagen met kap. Langs sommige linten zijn ook bedrijven en voorzieningen opgenomen in het lint. Het bebouwingsbeeld is afwisselend. Dominant is het beeld van relatief eenvoudige woningen in een ambachtelijk-traditionele stijl uit de 19e en 20e eeuw. Daarnaast zijn op diverse plaatsen woningen van rond 1930 gerealiseerd en komen incidenteel woningen uit de naoorlogse periode voor.
Beleid en ambitie. Het beleid is grotendeels gericht op het beheer van de bestaande situatie. Het gebied is in structuur nog grotendeels gaaf. Voor de gebieden worden geen opvallende ontwikkelingen verwacht. Wel mag verwacht worden dat de woningen op onderdelen aangepast en/of verbouwd zullen worden. Veranderingen en vernieuwingen dienen zorgvuldig te worden ingepast.
Criteria. Algemeen: « Bouwinitiatieven houden rekening met de schaal van de omgeving.
Welstandsnota gemeente Súdwest-Fryslân 2018
35
»
Bouwinitiatieven houden de bestaande stedenbouwkundige structuur herkenbaar en reageren op de bebouwingshoogte(n) in het gebied c.q. de omgeving.
Plaatsing: » De gebouwen staan overwegend in de historisch gegroeide rooilijn. » Bebouwing is gesloten tot half-open, afhankelijk van de lokale situatie. » Gebouwen staan haaks op of evenwijdig aan de weg, afhankelijk van de plaatselijke situatie, en zijn met de representatieve voorgevel georiënteerd op het openbaar gebied. Hoofdvorm: » Eén tot twee bouwlagen met een duidelijke kap; bijzondere functies kunnen hiervan afwijken. » Over het algemeen een symmetrische hoofdopzet. m De gebouwen zijn hoekig opgezet. » Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn ondergeschikt of kennen een bijzondere vormgeving. Aanzichten en opmaak: » Er is sprake van een duidelijke gerichtheid op het openbaar gebied. m De gevelindeling kent overwegend een traditionele compositie door verticale gevelopeningen en horizontale accenten (zoals plint, gevelopbouw, daklijsten, e.d.). » Gevels hebben in hoofdzaak een stenig karakter; op onderdelen is hout mogelijk. « Daken zijn voorzien van gebakken dakpannen; mat-geglazuurde pannen zijn alleen toegestaan als dit uit historische overwegingen verantwoord is. Dakpanplaten zijn niet toegestaan. « Traditionele kleurstellingen overheersen. « Aandacht voor onderlinge verschillen in ambachtelijke traditionele details; de detaillering van de gevelopeningen en/of daklijsten zijn sterk vormgegeven, afhankelijke van de lokale situatie.
Welstandsnota gemeente Súdwest-Fryslân 2018
Criteria reclame-uitineen: « Reclame-uitingen mogen niet ontsierend zijn voor het stads- of dorpsbeeld of afbreuk doen aan de kwaliteit van de openbare ruimte en leefbaarheid. Daarom zijn in ieder geval de volgende reclames niet toegestaan: - bewegende reclame, - reclame door middel van beeldschermen (zoals LCD/plasma schermen) - daglichtreflecterende reclame, - lichtreclame met veranderlijk of intermitterend licht, - lichtprikkabels, - roterende reclame, - reclame die niet loodrecht of vlak, maar schuin tegen de gevel is geplaatst, - reclame die het uitzicht vanuit aangrenzende percelen belemmert. » Op panden met een volledige woonfunctie zijn geen reclameuitingen toegestaan. m Op woonpanden met een aan huis verbonden beroep is maximaal één reclame-uiting toegestaan. Die reclame: o is niet langer is dan 1 meter o heeft een maximale oppervlakte van 0,50 m2 o mag in de tuin of op het gebouw worden geplaatst waarbij de totale hoogte van de reclame in de tuin niet hoger is dan 1 meter o staat niet haaks op de gevel o is niet verlicht/aangelicht of in de vorm van een lichtbak.
» Reclame bij bedrijven en instellingen, niet zijnde een aan huis verbonden beroep, is toegestaan onder de volgende voorwaarden: o reclame moet wat betreft plaatsing, kleurstelling, omvang, materiaalgebruik en detaillering in harmonie zijn met de architectuur en/of verschijningsvorm van het pand en geen storende invloed hebben op de openbare ruimte en omwonenden. o reclame-uitingen aan de gevel mogen niet hoger worden aangebracht dan de onderzijde van de raamdorpels op de
36
o
o
o o
o
eerste verdieping. Bij rijks- en gemeentelijk beschermde monumenten mogen reclame-uitingen geen bijzondere monumentale gevelelementen bedekken. gevelreclame mag bestaan uit een plat bord, een uithangbord of losse letters direct op de gevel. Bij rijks en gemeentelijk beschermde monumenten mag reclamebelettering op de gevel alleen bestaan uit losse open letters die qua plaatsing, maat, vormgeving en kleur goed op de architectuur van het pand zijn afgestemd. Bij deze monumenten mag daarnaast één uithangbord met een maximumformaat van 0,50 meter x 0,50 meter en een maximale dikte van 0,10 meter. er zijn meerdere reclame-uitingen per gevel toegestaan. Het maximaal toelaatbare aantal reclame-uitingen per gevel is onder meer afhankelijk van de onderlinge samenhang en nooit meer dan 3. Bij rijks- en gemeentelijk beschermde monumenten is dat aantal nooit meer dan 2. het aanlichten van reclame geniet de voorkeur boven reclame in lichtbakken. per locatie zijn maximaal drie vlaggen gegroepeerd toegestaan. Een rij losse vlaggen is niet toegestaan. De beoordeling van vlaggen vindt in samenhang met overige reclames plaats. bij rijks- en gemeentelijk beschermde monumenten zijn maximaal 2 reclamevlaggen per gevel toegestaan, waarbij de minimale afstand tussen de vlaggen 5 meter moet zijn. De maximaal toegestane oppervlakte per vlag is 1 m2.
Overig: « Hekwerken en erfscheidingen zijn afgestemd op de historische omgeving en bebouwing.
Welstandsnota gemeente Súdwest-Fryslân 2018
37
Gauw - Boeijengastrjitte 34
Bijlage 3 Welstandscriteria Buitengebied
12
7.1.7 Buitengebied. Gebiedsbeschriivlng. Het buitengebied van de gemeente Súdwest-Fryslân is in landschappelijk en cultuurhistorisch opzicht een rijk gebied. Het buitengebied kent verschillende landschapstypen te weten het veen- en merengebied, het kleigebied en in het zuiden voor een klein deel het stuwwallenlandschap. Daarnaast kent de IJsselmeerkust een heel eigen identiteit. Deze gebieden variëren van oude verkavelingspatronen die gerelateerd zijn aan het oude kwelderwallenlandschap tot relatief jonge inpolderingen. De zee-invloeden in vroegere tijden zijn belangrijk geweest in het ontstaan van de landschappelijke ontwikkeling van het buitengebied. De karakteristieke slachtedijken en hemdijken refereren hiernaar. Deze verzameling dijken in vooral de noordwestelijke hoek van de gemeente hadden oorspronkelijk voor de verschillende polders en landstreken een beschermende functie. In ruimtelijk opzicht zijn alle verschillende landschapstypen nog steeds merkbaar. Ook de wijze waarop de bebouwing is gepositioneerd verklaard veel van dit landschap. Zo zijn op verschillende plekken kleine bebouwingsconcentraties te vinden die rondom een terp of enkele terpen zijn gebouwd terwijl in het poldergebied de boerderijen veel meer verspreid over het gebied liggen. Van grote invloed op het ruimtelijk beeld van het buitengebied zijn de ontwikkelingen op het gebied van windenergie.
Voorheen ging het vooral om solitaire turbines op diverse locaties. Er is vooral in het noordwestelijk deel van de gemeente steeds meer sprake van clustering van turbines. Ook objecten als bruggen, sluizen en gemalen kunnen het ruimtelijk beeld beïnvloeden. In het buitengebied komen vanzelfsprekend veel boerderijen voor. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat de boerderijbebouwing een sterk beeldbepalende invloed heeft in het open landschap van de gemeente. De agrarische bedrijfsontwikkeling heeft de laatste decennia geleid tot diverse nieuwe bedrijfsgebouwen. Soms gaat het om compleet nieuwe
Welstandsnota gemeente Súdwest-Fryslân 2018
42
bedrijven, een andere keer om een nieuwe loods of ligboxenstal. Daarnaast liggen er in het buitengebied diverse burgerwoningen. Sommige daarvan zijn al decennia oud maar op een aantal plekken ook van recentere datum. Het bebouwingsbeeld wordt overwegend bepaald door een traditioneel ambachtelijke architectuur uit de 19e en 20e eeuw. Gedurende de tweede helft van de vorige eeuw zijn daar diverse jongere invullingen opgekomen. Deze ontwikkelingen gaan nog steeds door en vormen een lichte bedreiging voor het traditioneel ambachtelijke bebouwingsbeeld.
Beleid en ambitie. Het beleid is vooral gericht op beheer en versterking van de bestaande situatie. In de gemeentelijke visie op de ruimtelijke kwaliteit met de naam ‘Mei soarch foar us lânskip’ zijn de kernkwaliteiten van de verschillende landschapstypen benoemd. In die visie heeft de gemeenteraad aangegeven dat bij alle ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente geldt dat de kernkwaliteiten van de verschillende landschapstypen leidend zijn. Daarnaast worden ruimtelijke ontwikkelingen gestuurd op de volgende uitgangspunten: * Versterken van de grootse openheid van het klei- en veengebied en de meren; « Aandacht voor detail binnen het grootschalig landschap; * Versterken van het contrast tussen binnendijks en buitendijks gebied; * Behoud van authenticiteit en eenvoud; « Ruimte voor dynamiek, experiment en contrast.
Criteria. Naast de hieronder genoemde gebiedsgerichte welstandscriteria gelden voor de volgende, veel in het buitengebied voorkomende objecten aanvullend nog een aantal objectgerichte welstandscriteria. -Boerderijen -Bijzondere stalvormen bij boerderijen -Paardenbakken, paddocks, longeercirkels en trainingsmolens -Silo’s en mestvergistingsinstallaties
Welstandsnota gemeente Súdwest-Fryslân 2018
-Solitaire windturbines Voor die aanvullende criteria wordt verwezen naar het hoofdstuk ‘Objectgerichte criteria’. Algemeen: » Bouwinitiatieven houden rekening met de kenmerken en kernkwaliteiten van het specifieke landschapstype. Plaatsing: « Hoofdgebouwen staan overwegend in het historisch gegroeide patroon. « Er is sprake van vrijstaande en bij (agrarische) bedrijven geconcentreerde bebouwing op het erf. » Gebouwen staan overwegend haaks op of evenwijdig aan de weg. De bouwwerken zijn met de representatieve voorgevel georiënteerd op het openbaar gebied/de weg. » Bijzondere complexen/functies kunnen een opvallende en/of afwijkende ligging krijgen, mits een goede landschappelijke inpassing wordt bereikt. Hoofdvorm: » Overwegend één bouwlaag met duidelijke kap; bijzondere functies kunnen afwijken. » De massa-opbouw is overwegend enkelvoudig (bijvoorbeeld stelpboerderij of bedrijfsloods) tot samengesteld (kop-hals-rompboerderij). » De gebouwen zijn rechthoekig opgezet. » Over het algemeen is er sprake van een symmetrische hoofdopzet. « Bijzondere functies kennen eventueel een samengestelde massaopbouw of complexmatige bebouwing waarbij het representatieve bouwdeel naar de weg is gekeerd. « Nieuwe invullingen kunnen modern worden vormgegeven, maar zijn ingetogen.
43
Aanzichten en opmaak: » Er is sprake van een duidelijke gerichtheid op het openbaar gebied. » Duidelijk evenwicht tussen verticaal gerichte gevelopeningen en horizontale accenten (zoals plint, gevelopbouw, daklijsten e.d.). » Hoofdgebouwen hebben een traditionele hoofdopzet; bijgebouwen kunnen afwijken. » Nieuwe invullingen kunnen modern, maar zijn ingetogen. » Daken zijn voorzien van (gebakken) pannen en/of riet. Bij verbouw dient een zorgvuldige afstemming op het bestaande plaats te vinden. Een moderne nieuwe invulling of aanbouw bij bestaande bebouwing kan aanleiding zijn van de hiervoor genoemde materialisering af te wijken. » Afwijkend materiaalgebruik bij agrarische bedrijfsgebouwen is mogelijk, mits respectvol ten opzichte van de omgeving. Geen glimmende materialen toepassen. » Bij (ligboxen-)stallen worden eventuele lichtnokken uitgevoerd in helder acrylaat. » Traditionele kleurstellingen overheersen, afgestemd op het bestaande. » Bij bestaande bebouwing aandacht voor ambachtelijke traditionele details. » Nieuwbouw kent een zorgvuldige detaillering van gevelopeningen en/of daklijsten; bij (agrarische) bijgebouwen blijft dit sober.
«
- reclame die niet loodrecht of vlak, maar schuin tegen de gevel is geplaatst, Het aanlichten van reclame heeft de voorkeur boven reclame in lichtbakken; er moet daarbij wel sprake zijn van minimaal/terughoudend aanlichten.
Aanvullend gelden voor rijks- en gemeentelijk beschermde monumenten de volgende reclamecriteria: « « »
Reclamebelettering op de gevel mag alleen bestaan uit open losse letters. De niet verlichte open losse letters zijn qua plaatsing, maat, vormgeving en kleur goed op de architectuur van de gevels afgestemd. Reclame-uitingen mogen geen bijzondere monumentale gevelelementen bedekken.
Overig: » Streven naar respecteren en handhaven erfbeplantingen; nieuwe bedrijfsgebouwen vragen om goede landschappelijke inpassing.
Criteria reclame-uitingen: » Reclame-uitingen mogen niet ontsierend zijn voor het landschap of afbreuk doen aan de kwaliteit van de openbare ruimte en leefbaarheid. Daarom zijn in ieder geval de volgende reclames niet toegestaan: - bewegende reclame, - reclame door middel van beeldschermen (zoals LCD/plasma schermen) - daglichtreflecterende reclame, - lichtreclame (waaronder lichtbakken) - lichtprikkabels, - roterende reclame,
Welstandsnota gemeente Súdwest-Fryslân 2018
44
Gauw - Boeijengastrjitte 34
Bijlage 4 Welstandsadvies
16
husenhiem welstandsadvisering en monumentenzorg
B en W van de gemeente : Súdwest-Fryslân Uw nummer: VB401939 Adr.bouwpl.: Boeijengastrjitte 34 te GAUW Betreft bouwaanvraag van : MEITINK VASTGOED B.V. dossiernummer
kosten datum conclusie
W22SWF050-1 «150,00 08-03-2022 VOOROVERLEG
J.W. Frisostraat 1 8933 BN Leeuwarden administratie t (058) 233 79 30 e-mail husenhiem@husenhiem.nl www.husenhiem.nl bank NL48 BNGH 0285 0223 50
Geacht College, Met deze brief reageren wij op uw adviesaanvraag. Het schetsplan omvat de herontwikkeling van een bedrijfslocatie aan de Boeijengastrjitte te Gauw voor de bouw van drie woningen en is behandeld in de Centrale Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit hûs en hiem op donderdag 24-02-2022. Beoordeling heeft in beginsel plaatsgevonden aan de hand van de gebiedsgerichte welstandscriteria voor de deelgebieden ‘buitengebied’ en 'lintbebouwing.’ De adviescommissie is positief over het voornemen om de bestaande bedrijfsloodsen te slopen en de locatie naar een erf met woningen te transformeren. Op grond van de ingediende gegevens is de commissie van oordeel dat het in het kader van een vooroverleg behandelde schetsplan, aanleiding geeft om de volgende kanttekeningen en aanbevelingen te plaatsen. De kanttekeningen en aanbevelingen betreffen het plan op zichzelf en in relatie tot de omgeving en zijn gericht op het volgende: -
-
Gelet op de belangrijke positie in het dorp op de kruising van weg en water is een zorgvuldige aanpak van groot belang. In het bestaande informele karakter van de bestaande lintbebouwing (eenheid in diversiteit) schuilt de kwaliteit van de ruimte. Aanbevolen wordt om juist voort te borduren op dit informele karakter. De commissie heeft kritiek op de voor alle drie de woningen gelijke richting en oriëntatie op het water en op de gelijke korrelmaat en uniforme vormgeving van de twee tussenliggende woningen. Een meer 'argeloze’ vorm van bebouwing en inrichting wordt als veel kansrijker perspectief beschouwd. Voorkom het beeld van een nieuwe straat aan het lint door de ontsluiting secondair te houden. Voorstelbaar is om het plangebied te beschouwen als een erf met erfbebouwing met een eigen 'binnenwereld’ achter het bestaande lint. Individuele ‘verkaveling’ met door heggen gescheiden privétuintjes en gelijke insteekhaventjes past daar slecht bij. Probeer voor voldoende collectieve kwaliteit van de openbare ruimte te zorgen waaronder een goede inpassing van het benodigde parkeren en mogelijk ook de aanwezige sloot.
Om het beeld van een projectmatige aanpak en uiterlijk te voorkomen adviseert de commissie de aanvrager om het proces van ontwikkeling meer in eigen hand te houden teneinde de gewenste ‘argeloosheid’ beter te kunnen 'regisseren.’ De commissie stelt in dat verband ter discussie of het opstellen van een beeldkwaliteitplan voor deze locatie het meest adequate instrument is om de ruimtelijke
Gauw - Boeijengastrjitte 34
Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek
18
antea'group
projectnummer 0477315.100 definitief revisie 00 3 mei 2022
Understanding today. Improving tomorrow.
eb?
anteagroup
Verkennend bodemonderzoek Boeijengastrjitte 34 Gauw
projectnummer 0477315.100 documentnummer 0477315.100-VO-01 definitief revisie 00 3 mei 2022
Auteurs ing.
Opdrachtgever
Gecontroleerd: ing.
datum 3 mei 2022
beschrijving definitief
Verkennend bodemonderzoek Boeijengastrjitte 34 Gauw projectnummer 0477315.100 3 mei 2022 revisie 00
antea'group
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
2
2
Vooronderzoek
3
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
Algemeen Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Asbest PFAS Terreinverkenning Conclusie vooronderzoek en hypothese
3 4 4 5 6 6 6 7
3
Verrichte werkzaamheden
8
4
Onderzoeksresultaten
9
4.1 4.2 4.3 4.4
Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen Toetsingskader grond en grondwater Analyseresultaten grond Analyseresultaten grondwater
9 10 11 12
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
13
5.1 5.2
Samenvatting Conclusies en aanbevelingen
13 13
Bijlagen 1. Toelichting op bodemonderzoek 2. Vooronderzoek 3. Profielbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen 4. Toetsing grondmonsters aan Wet bodembescherming 5. Toetsing grondwatermonsters aan Wet bodembescherming 6. Normen grond Wet bodembescherming 7. Normen grondwater Wet bodembescherming 8. Toetsing grondmonsters aan Besluit bodemkwaliteit 9. Normen Besluit bodemkwaliteit 10. PFAS-toetsing 11. Toelichting uitgevoerd PFAS onderzoek 12. Analysecertificaten grond 13. Analysecertificaten grondwater 14. Verantwoording uitvoering onderzoek BRL SIKB 2000
Tekeningen 0477315.100-O1 Globale ligging onderzoekslocatie 0477315.100-S1 Situatietekening met ligging meetpunten en verontreinigingscontour
Blad 1 van 14
Verkennend bodemonderzoek Boeijengastrjitte 34 Gauw projectnummer 0477315.100 3 mei 2022 revisie 00
1
antea'group
Inleiding In opdracht van is door Antea Group in de periode april - mei 2022 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Boeijengastrjitte 34 te Gauw.
Aanleiding en doel De aanleiding tot het bodemonderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van woningen op de loca tie. Voor de nieuwbouw dient een omgevingsvergunning aangevraagd te worden. Het bodemon derzoek heeft tot doel de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwa ter) vast te stellen.
Onderzoeksstrategie en kwaliteit Het bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5740+A1: 2016 (Onderzoeksstra tegie bij verkennend onderzoek). Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. De rapportage betreft geen kwaliteitsverklaring waarvan gebruik kan worden gemaakt voor het bepalen van de geschiktheid van mogelijk toekomstige toepassingen van eventueel vrijkomende grond. Wel is de rapportage geschikt om een inschatting te kunnen maken van de mogelijke toe passingen. In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek beschreven.
Blad 2 vai 14
Verkennend bodemonderzoek Boeijengastrjitte 34 Gauw projectnummer 0477315.100 3 mei 2022 revisie 00
2
Vooronderzoek
2.1
Algemeen
antea'group
Bij toepassing van de NEN 5740 moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan-/ afwe zigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725: 2017 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). De aanleiding tot het vooronderzoek is: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemon derzoek - aanleiding A' De te beantwoorden onderzoeksvragen behorende bij deze aanleiding betreffen: ^ Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? (paragraaf 2.2) ^ Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verle den als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? (paragraaf 2.4) ^ Welke bodemkwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? (paragraaf 2.4) ^ Is de bodem asbestverdacht? (paragraaf 2.5) ^ Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? (para graaf 2.3) ^ Is er sprake van beïnvloeding vanuit de
omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? (paragraaf 2.4) ^ Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? (paragraaf 2.4) ^ Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord (paragraaf 2.8) ^ Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypo theses over de aard en verdeling van de verontreinigde stoffen)? (paragraaf 2.8) In tabel 2.1 zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven. In bijlage 2 zijn de belangrijkste gege vens uit deze bronnen opgenomen. Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen Geraadpleegde bron Bodemloket/ Nazca-i provincie Fryslân Bodemloket Kadaster Topotijdreis Dinoloket Street Smart Bodemkwaliteitskaart
Bodemkwaliteitskaart PFAS in Friesland Terreininspectie
Website, contactpersoon of archief https://friesland.nazca4u.nl/Bodem/ https://www.bodemloket.nl/ www.kadaster.nl www.topotiidreis.nl https://www.dinoloket.nl/ https://streetsmart.cyclomedia.com 'Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart Gemeenten De Fryske Marren en Súdwest-Fryslân', kenmerk: 17M1259.RAP001, d.d. 17 juli 2019, door: Lievense Milieu B.V. 'Bodemkwaliteitskaart PFAS in Friesland', kenmerk: 0457469.100, d.d. 23 januari 2020, door: Antea Group Voorafgaand aan het veldwerk
Blad 3 van 14
Datum raadplegen April 2022
Verkennend bodemonderzoek Boeijengastrjitte 34 Gauw projectnummer 0477315.100 3 mei 2022 revisie 00
2.2
antea'group
Locatiegegevens De onderzoekslocatie is gelegen aan de Boeijengastrjitte 34 te Gauw en staat kadastraal bekend als gemeente Scharnegoutum, sectie G, nummers 759, 956, 957, 958, 1032, 1055 en 1056. De on derzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 3390 m2. Uit recente luchtfoto's (2021) blijkt dat er ter plaatse van het onderzoeksgebied een woning en vier opslagloodsen aanwezig zijn. Een deel van terrein is verhard met beton. Aan de oostzijde wordt de onderzoekslocatie begrensd door de Boeijengastrjitte en aan de zuidzijde door de Kipsloot. Achter het onderzoeksgebied (westzijde), bevindt zich grasland. De afbakening van de onderzoekslocatie is weergegeven in figuur 2.1 en op de tekening 0477315.100-O1 in de bijlage.
Figuur 2.1: Topografische ligging van de onderzoekslocatie, wit gemarkeerd.
2.3
Bodemopbouw en geohydrologie De lokale bodemopbouw is weergegeven in tabel 2.2. Tabel 2.2: Lokale bodemopbouw (bron Dinoloket) Diepte Formatie 0-5 m-NAP Holocene afzettingen 5-12 m-NAP Formatie van Boxtel 12 - 16 m -NAP Formatie van Drente 16 - 50 m-NAP Formatie van Urk «0 m-NAP Formatie van Peelo
Blad 4 van 14
Bodemtype Klei, zand Zeer tot matig fijn zand Matig grof tot uiterst grof zand Matig fijn tot uiterst grof zand Uiterst fijn tot uiterst grof zand
Verkennend bodemonderzoek Boeijengastrjitte 34 Gauw projectnummer 0477315.100 3 mei 2022 revisie 00
antea'group
In figuur 2.2 is een weergave van de lokale bodemopbouw opgenomen.
Kleurcodes Hydrogeotogie HLc BXz2 BXkl BXz3 BXk2 BXz4 EEzl EEkl DRzl □Rz2
DRz3 URzl URkl URz2 URk2 URz3 PEzl PEz2 PEk2 URz4
Afkortingen HL BX EE DR UR PE c z k
Holocene afzettingen Formatie van Boxtel Eemformatie Formatie Drente Formatie van Urk Formatie van Peelo complex unit zand Klei of overig slecht door latende lagen
Figuur 2.2: Geohydrologische bodem structuur (bron: REGIS II.2, Dino-loket).
Er zijn geen gegevens bekend omtrent de lokale of regionale grondwaterstroming. Vermoedelijk is de stroming van het freatisch grondwater richting nabijgelegen watergangen.
2.4
Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Bodemloket Uit het Bodemloket blijkt dat er ter plaatse van het onderzoeksgebied een timmerwerkplaats (1924-onbekend) is geregistreerd. Er zijn geen bodemonderzoeken bekend. Op aangrenzende percelen zijn geen verdachte locaties en/of bodemonderzoeken bekend. Voorgaand bodemonderzoek Via de opdrachtgever is een bodemonderzoek (kenmerk: 16546-108407, d.d. 04-07-2001, door: Oranjewoud) ontvangen. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de destijds voorge nomen aankoop van het perceel aan de Boeijengastrjitte 34 te Gauw. Uit het bodemonderzoek blijkt dat zowel in de grond als in het grondwater geen verontreinigingen zijn aangetoond. Uit het rapport blijkt verder dat de verharding tussen het bouwbedrijf en de loods bestond uit gebroken puin. Op één locatie is ook onder het beton ook puin aangetroffen. Er is destijds geen asbestonderzoek uitgevoerd. Historisch kaartmateriaal Via Topotijdreis is historisch kaartmateriaal van de onderzoekslocatie bekeken. Hieruit blijkt dat de onderzoekslocatie tot de jaren '70 voornamelijk een agrarische functie had. In de jaren '60 en '70 heeft naast de schuur (westkant) aan de zuidzijde van de onderzoekslocatie nog een gebouw of schuur gestaan. Deze is in het begin van de jaren '70 verwijderd.
In de jaren '70 zijn ter plaatse van het onderzoeksgebied twee panden gebouwd, welke in 1988 zijn samengevoegd tot één
Blad 5 van 14
Verkennend bodemonderzoek Boeijengastrjitte 34 Gauw projectnummer 0477315.100 3 mei 2022 revisie 00
antea’qroup
pand. In 1994 is nog een pand gebouwd aan de westzijde van de reeds aanwezige bebouwing. Sindsdien heeft het gebied zijn huidige inrichting. Er zijn verder geen bijzonderheden waargeno men op de bestudeerde historische kaarten. Bodemkwaliteitskaart Uit de vigerende bodemkwaliteitskaart blijkt dat zowel de boven- als de ondergrond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse Wonen. Luchtfoto's 2008-2021 Op basis van de bestudeerde luchtfoto's uit de periode 2008-2021 blijkt dat het terrein sinds 2008 zijn huidige inrichting heeft. Op het terrein hebben in het verleden diverse (bouw)materialen opgeslagen gelegen. Overige historische gegevens Tijdens de uitvoering van het historisch onderzoek zijn geen gegevens gevonden over de verbran ding of stort van afval, (her)gebruik van grond of andere bouwmaterialen, verkaveling, ontgron dingen, aanvullingen, afzetting van bodemvreemd materiaal, de verwachting van niet gespron gen explosieven en onbetrouwbaarheden of tegenstrijdigheden.
2.5
Asbest Een deel van de locatie is verhard met een gesloten verharding (beton). Het fundatiemateriaal (puin) is aangemerkt als asbestverdacht. Tevens blijkt uit voorgaand bodemonderzoek (Oranje woud, 2001) dat de verharding tussen het bouwbedrijf en de loods uit gebroken puin bestond. Op basis van recente luchtfoto's (2021) blijkt dat ter plaatse van de puinverharding tegenwoordig vermoedelijk ook een betonverharding aanwezig is. Het gebroken puin is mogelijk nog aanwezig onder de betonverharding.
2.6
PFAS Het 'Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie' is met ingang van 8 juli 2019 van kracht geworden. Met ingang van 13 december 2021 is de geactuali seerde versie van het Handelingskader kracht geworden. Dit houdt in dat alle toe te passen par tijen grond en baggerspecie per 8 juli 2019, naast het gebruikelijke analysepakket voor de milieu hygiënische verklaring, ook geanalyseerd moeten worden op PFAS. Hiertoe is op 12 juli 2019 door het RIVM een adviespakket PFAS (28 componenten) gepubliceerd waarop grond en bagger specie onderzocht dient te worden. In de nabije omgeving van deze onderzoekslocatie ^25m) zijn geen gegevens aangetroffen over de aanwezigheid van een puntbronlocatie van PFAS. Gezien de afwezigheid van PFAS-puntbronlocaties in de directe omgeving, wordt aangenomen dat atmosferische depositie de enige bron van PFAS-verontreiniging op deze locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot be perkte verhoogde PFAS-waarden in bodem kan leiden.
2.7
Terreinverkenning Voorafgaande de veldwerkzaamheden is een terreinverkenning uitgevoerd. Hieruit zijn geen bij zonderheden naar voren gekomen.
Blad 6 vai 14
Verkennend bodemonderzoek Boeijengastrjitte 34 Gauw projectnummer 0477315.100 3 mei 2022 revisie 00
2.8
antea'group
Conclusie vooronderzoek en hypothese De verzamelde informatie geeft aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. Er wordt niet verwacht dat de activiteiten op de omliggende percelen de bodemkwaliteit op het onderzoeksterrein negatief hebben beïnvloed. Op basis van het vooronderzoek is voor de onderzoekslocatie de strategie voor een onverdachte niet-lijnvormige (ONV-NL) aangehouden. Het noordelijke deel van het terrein, circa 2500 vierkante meter, is verdacht op het voorkomen van asbest. Bij het aantreffen van een puinverharding dient asbestonderzoek uitgevoerd te wor den.
Blad 7 vai 14
Verkennend bodemonderzoek Boeijengastrjitte 34 Gauw projectnummer 0477315.100 3 mei 2022 revisie 00
3
antea'group
Verrichte werkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd in periode april - mei 2022 conform de BRL SIKB 2000. In bijlage 14 is aangegeven welke protocollen zijn gevolgd en is de verantwoording voor het veld werk opgenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn van de boringen profielbeschrijvingen volgens de NEN 5104 gemaakt. Deze zijn opgenomen in bijlage 3. De verrichte werkzaamheden staan weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1: Verrichte werkzaamheden Boring (diepte in m -mv) 01 (1,00), 02 (1,00), 03 (2,00) 04 (1,00), 05 (1,00), 06 (1,00) 07 (1,00), 08 (1,00), 09 (1,00) 10 (1,00), 11 (1,00), 12 (2,00) 13 (3,20)
Peilbuis (filtertraject in m -mv) 13 (2,20-3,20)
De samenstelling van de grond(meng)monsters en de grondwatermons ters is weergegeven in tabel 3.2. Tabel 3.2: Samenstelling (meng)monsters grond, grondwater en asbest Monsternaam
Traject (m -mv)
Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv)
Laboratoriumanalyse
Grond MM1 bo MM2 bo
0,00-0,50 0,00-0,60
Standaardpakket grond) Standaardpakket grond)
MM4 on
0,50-1,50
MM3 bo
0,00-0,60
MMPFAS-1
0,00-0,60
09 (0,00-0,50), 10 (0,20-0,50) 04 (0,00-0,50), 06 (0,07-0,25), 12 (0,10-0,50), 11 (0,23-0,50), 13 (0,20-0,60) 04 (0,50-1,00), 12 (0,70-1,20), 09 (0,70-1,00), 11 (0,70-1,00), 01 (0,50-1,00), 02 (0,80-1,00), 03 (1,00-1,30), 06 (0,50-1,00), 05 (0,60-1,00), 13 (1,00-1,50) 01 (0,00-0,50), 02 (0,00-0,50), 03 (0,00-0,50), 08 (0,16-0,30), 07 (0,16-0,50), 05 (0,13-0,60) 01 (0,00-0,50), 02 (0,00-0,50), 03 (0,00-0,50), 09 (0,00-0,50), 10 (0,20-0,50), 08 (0,16-0,30), 07 (0,16-0,50), 05 (0,13-0,60)
MMPFAS-2
0,00-0,60
04 (0,00-0,50), 06 (0,07-0,25), 12 (0,10-0,50), 11 (0,23-0,50), 13 (0,20-0,60)
PFAS (28) Handelingskader
04 (0,00-0,50) 06 (0,07-0,25) 12 (0,10-0,50) 11 (0,23-0,50) 13 (0,20-0,60)
Organische stof, PAK (10) (VROM) Organische stof, PAK (10) (VROM) Organische stof, PAK (10) (VROM) Organische stof, PAK (10) (VROM) Organische stof, PAK (10) (VROM)
13 (2,20-3,20)
Standaardpakket grondwater
Uitsplitsing MM2 bo 04-1 0,00-0,50 06-1 0,07-0,25 12-1 0,10-0,50 11-1 0,23-0,50 13-1 0,20-0,60 Grondwater 13-1-1 2,20-3,20
Standaardpakket grond)
Standaardpakket grond) PFAS (28) Handelingskader
De situering van de boringen en de peilbuis zijn weergegeven op tekening 0477315.100-S1. De analyses zijn uitgevoerd door het door de RvA geaccrediteerde laboratorium van Eurofins B.V. te Barneveld.
Blad 8 van 14
Verkennend bodemonderzoek Boeijengastrjitte 34 Gauw projectnummer 0477315.100 3 mei 2022 revisie 00
antea'group
4
Onderzoeksresultaten
4.1
Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 3. Bij het uitvoeren van het veldonderzoek zijn waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de mogelijke aanwezigheid van een bodemverontreiniging. (zie tabel met veldwaarnemingen hieronder). Tabel 4.1: Veldwaarnemingen Boring (einddiepte, m -mv) 01 (1,00) 02 (1,00) 03 (2,00) 04 (1,00) 05 (1,00) 09 (1,00) 09 (1,00)
Diepte (m -mv) 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50 0,50-1,00 0,13-0,60 0,00-0,50 0,50-0,70
Waarneming
Grondsoort
resten baksteen resten baksteen resten baksteen resten baksteen resten baksteen resten asfalt, resten baksteen volledig baksteen
klei klei klei klei klei klei
09 (1,00) 10 (1,00)
0,70-1,00 0,00-0,20
sporen baksteen asfaltgranulaat
klei
10 (1,00) 11 (1,00)
0,20-0,50 0,16-0,23
resten asfalt, resten baksteen piepschuim
klei
11 (1,00)
0,50-0,70
volledig baksteen
11 (1,00) 12 (2,00)
0,70-1,00 0,50-0,70
sporen baksteen volledig baksteen
klei
12 (2,00) 13 (3,20)
0,70-1,20 0,00-0,20
resten baksteen asfaltgranulaat
klei
Ter plaatse van een deel van het terrein is een beton- of asfaltverharding aanwezig met plaatselijk een asfaltgranulaatverharding. Ter plaatse van boring 11 en 12 is van 50 tot 70 cm -mv een volledig baksteenhoudende laag aangetroffen. Omdat dit materiaal puur baksteen(granulaat) betreft, wordt deze laag niet als asbestverdacht beschouwd. Verder zijn zowel in de boven- als ondergrond plaatselijk resten baksteen en/of -asfalt aangetroffen. Er zijn zowel op het maaiveld als in de opgeboorde grond geen asbestverdachte materialen waargenomen. De grondwatergegevens zijn weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2: Veldgegevens grondwater Peilbuis (filter, m -mv) 13 (2,20-3,20)
G rondwaterstand (m -mv) 0,65
Belucht? nee
PH (-) 6,72
EC (^S/cm) 2054
Troebelheid (NTU) 20
De gemeten zuurgraad (pH) en het elektrische geleidingsvermogen (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In het bemonsterde grondwater uit peilbuis 13 is een verhoogde troebelheid ^10 NTU) vastgesteld. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan PAK, PCB, OCB, dioxines of andere matig/slecht oplosbare organische parameters. Dergelijke stoffen zijn in dit onderzoek niet onderzocht Z aangetroffen. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd.
Blad 9 van 14
Verkennend bodemonderzoek Boeijengastrjitte 34 Gauw projectnummer 0477315.100 3 mei 2022 revisie 00
4.2
antea'group
Toetsingskader grond en grondwater Wet bodembescherming (Wbb) De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn weerge geven in respectievelijk bijlage 4 en bijlage 5. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 12 en 13. De resultaten zijn getoetst aan de actuele achtergrond-, streef- en interventiewaarden uit de Re geling Bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De achtergrondVstreef- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlagen 6 en 7. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 1. Een monster kan voldoen aan de achtergrondwaarde, terwijl een stof binnen het monster de achtergrondwaarde overschrijdt (Regeling bodemkwaliteit, art. 4.2.2). In de tekst zal de term 'verhoogd' worden gebruikt bij gehalten hoger dan de achtergrond- of streefwaarden en lager dan de interventiewaarden. De term 'sterk verhoogd' wordt gebruikt bij gehalten hoger dan of gelijk aan de interventiewaarden. Tevens is bij de getoetste waarden een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW) Z (I - AW). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde ^ GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde ^ AW). Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde ^ I).
Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de ge standaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Afhanke lijk van de specifieke situatie geeft dit mogelijk aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/ of het uitvoeren van een nader onderzoek.
Besluit bodemkwaliteit (Bbk) De resultaten van de (meng)monsters uit het bodemonderzoek die op het standaardpakket grond zijn geanalyseerd, zijn eveneens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Be sluit bodemkwaliteit, voor vrijkomende grond (generiek toetsingskader). De getoetste analysere sultaten zijn weergegeven in bijlage 8. De normen zijn opgenomen in bijlage 9. In bijlage 1 is een toelichting op het toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit opgenomen.
PFAS De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 10. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 12. De resultaten zijn getoetst aan de toet singswaarden uit het Handelingskader PFAS (conform Besluit bodemkwaliteit). Voor PFAS zijn in de Wet bodembescherming geen normen en/of toetsingsmogelijkheden bekend. Het Handelings kader PFAS geeft voor grond echter wel invulling aan de zorgplicht aan de toepassingsnormen voor grond. Het toetsingskader is uitgewerkt onder bijlage 11. Voor grondwater zijn op dit moment geen normen opgenomen in het Handelingskader PFAS. Daarom wordt voor grondwater terug gevallen op de Circulaire bodemsanering waarin is bepaald dat de detectiegrens voor een niet genormeerde stof, zoals de stoffen uit de PFAS groep, de be palingsgrens voor verontreiniging is.
Blad 10 va 14
Verkennend bodemonderzoek Boeijengastrjitte 34 Gauw projectnummer 0477315.100 3 mei 2022 revisie 00
4.3
antea'group
Analyseresultaten grond In tabel 4.3 zijn de parameters weergegeven, die de achtergrond- of interventiewaarde overschrijden.
Tabel 4.3: Overschrijdingstabel grond Monster (m -mv)
MM1 bo (0,00-0,50) MM2 bo (0,00-0,60)
Boring (m -mv)
Waarneming
Overschrijdingen > AW (i ^ 0,5) licht lood
> AW & ^ I (0,5 < i ^ 1) matig -
>I (i > 1) sterk -
Conclusie monster(**)
09 (0,00-0,50), resten asfalt, Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, 10 (0,20-0,50) resten baksteen Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde PAK Wbb: Overschrijding interventiewaarde, 04 (0,00-0,50), minerale olie 06 (0,07-0,25), Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde 12 (0,10-0,50), 11 (0,23-0,50), 13 (0,20-0,60) MM4 on resten baksteen, Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, 04 (0,50-1,00), (0,50-1,50) 12 (0,70-1,20), sporen baksteen Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde 09 (0,70-1,00), 11 (0,70-1,00), 01 (0,50-1,00), 02 (0,80-1,00), 03 (1,00-1,30), 06 (0,50-1,00), 05 (0,60-1,00), 13 (1,00-1,50) MM3 bo 01 (0,00-0,50), resten baksteen zink, kwik, Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, (0,00-0,60) 02 (0,00-0,50), lood, PAK Bbk : Kwaliteitsklasse industrie 03 (0,00-0,50), 08 (0,16-0,30), 07 (0,16-0,50), 05 (0,13-0,60) Uitsplitsing MM2 bo voor PAK 04 (0,00-0,50) 04-1# Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, (0,00-0,50) Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde 06-1# 06 (0,07-0,25) Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, (0,07-0,25) Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde 12-1# 12 (0,10-0,50) PAK Wbb: Overschrijding interventiewaarde, (0,10-0,50) Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde 11-1# 11 (0,23-0,50) Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, (0,23-0,50) Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde 13-1# 13 (0,20-0,60) Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, (0,20-0,60) Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Toelichting :
Geen waarneming/geen overschrijding AW, I, i : AW = achtergrondwaarde, I = interventiewaarde, i = index, zie bijlage 'Toelichting op bodemonderzoek' voor uitleg bij AW, I en index * : Geen index te bepalen door ontbreken van achtergrond- of interventiewaarde ** : Een monster kan voldoen aan de achtergrondwaarde, terwijl één individuele stof binnen het monster de achtergrondwaarde overschrijdt (Regeling bodemkwaliteit, art. 4.2.2). # : Op het analysecertificaat met kenmerk: 2022064758/1 staat dat de conserveringstermijn voor PCB/PAK voor de monsters 04-1, 06-1, 12-1, 11-1 en 13-1 is overschreden. Dit is een afwijking op de AS3000. Omdat er sprake is van een immobiele parameter, zal deze afwijking geen nadelige gevolgen hebben voor eventuele vervolgfasen van het onderzoek. Er is derhalve sprake van een niet-kritieke afwijking. De resultaten zijn representatief voor de locatie.
In het mengmonster van de zintuigelijk schone bovengrond MM2 bo is een sterk verhoogd gehalte aan PAK en een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. Na uitsplitsing van het mengmonster blijkt dat het monster uit de bovengrond ter plaatse van boring 12 een sterk verhoogd gehalte met PAK bevat. In de overige individuele monsters zijn geen verhoogde gehalten met PAK aangetoond. Verder zijn in de bovengrond licht verhoogde waarden aan lood, kwik, zink en PAK aangetoond. In het mengmonster van de ondergrond zijn geen verhoogde waarden aangetoond.
Blad 11 van 14
Verkennend bodemonderzoek Boeijengastrjitte 34 Gauw projectnummer 0477315.100 3 mei 2022 revisie 00
antea'group
Indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit De resultaten zijn tevens indicatief getoetst aan het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijk dat de onderzochte grond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse Niet toepasbaar (MM2 bo, 12-1), Industrie (MM3 bo) en achtergrondwaarden (MM1 bo, MM4 on, 04-1, 06-1, 11-1, 13-1). PFAS In de volgende tabel zijn voor de stoffen de PFOA, PFOS en overige PFAS de overschrijdingen in grond weergegeven. Tabel 4.4: Overschrijdingstabel PFAS grond Monster (m -mv)
Traject (m -mv)
Overschrijdingen (maatgevende parameter)
Conclusie monster
MMPFAS-1 (0,00-0,60) MMPFAS-2 (0,00-0,60)
0,00-0,60
-
Landbouw/ Natuur
0,00-0,60
-
Landbouw/ Natuur
Uit tabel 4.4 blijkt dat er geen verhoogde gehalten aan PFAS (PFOS, PFOA en/of overige PFAS) zijn aangetoond. De gemiddelde gecorrigeerde gehalten voldoen aan de toepassingswaarde voor de bodemkwaliteitsklasse 'Landbouw/Natuur' van het Handelingskader PFAS.
4.4
Analyseresultaten grondwater In tabel 4.5 zijn de parameters weergegeven die de streef- of interventiewaarde overschrijden. Tabel 4.5: Overschrijdingstabel grondwater Monster
13-1-1 Toelichting : S, I, i :
Peilbuis (filter, m -mv)
13 (2,20 - 3,20)
Overschrijdingen >S (i ^ 0,5) licht minerale olie, barium, zink
Conclusie monster >S&^I (0,5 < i ^ 1) matig -
>I (i > 1) sterk -
Overschrijding streefwaarde
Geen overschrijding S = streefwaarde, I = interventiewaarde, i = index, zie bijlage 'Toelichting op bodemonderzoek' voor uit leg bij S, I en index
In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties gemeten aan minerale olie, barium en zink. Verder zijn er geen verhoogde concentraties gemeten.
Blad 12 va 14
Verkennend bodemonderzoek Boeijengastrjitte 34 Gauw projectnummer 0477315.100 3 mei 2022 revisie 00
5
antea'qroup
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen In opdracht van Meitink Vastgoed B.V. is door Antea Group in april 2022 een verkennend bodem onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Boeijengastrjitte 34 te Gauw. De aanleiding tot het bodemonderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van woningen op de loca tie. Voor de nieuwbouw dient een omgevingsvergunning aangevraagd te worden. Het bodemon derzoek heeft tot doel de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwa ter) vast te stellen. Het bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5740+A1: 2016 (Onderzoeksstra tegie bij verkennend onderzoek).
5.1
Samenvatting Zintuiglijke waarnemingen Ter plaatse van een deel van het terrein is een beton- of asfaltverharding aanwezig met plaatselijk een asfaltgranulaatverharding. Ter plaatse van boring 11 en 12 is van 50 tot 70 cm -mv een volledig baksteenhoudende laag aangetroffen. Omdat dit materiaal puur baksteen(granulaat) betreft, wordt deze laag niet als asbestverdacht beschouwd. Verder zijn zowel in de boven- als ondergrond plaatselijk resten baksteen en/of -asfalt aangetroffen. Er zijn zowel op het maaiveld als in de opgeboorde grond geen asbestverdachte materialen waargenomen. Grond In het mengmonster MM2 bo is een sterk verhoogd gehalte aan PAK en een verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. Het mengmonster is uitgesplitst en de individuele deelmonsters zijn geanalyseerd op PAK. Hieruit blijkt dat in deelmonster 12-1 een sterk verhoogd gehalte met PAK is aangetoond. In de overige deelmonsters zijn geen verhoogde met PAK aangetoond. In de overige mengmonsters van de bovengrond zijn hooguit licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK aangetoond. In het mengmonster van de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. De resultaten zijn tevens indicatief getoetst aan het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit.
Hieruit blijk dat de onderzochte grond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse Niet toepasbaar (MM2 bo, 12-1), Industrie (MM3 bo) en achtergrondwaarden (MM1 bo, MM4 on, 04-1, 06-1, 11-1, 13-1). Grondwater In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan minerale olie, barium en zink aangetoond.
5.2
Conclusies en aanbevelingen De onderzoeksresultaten van de standaard parameters geven vanuit de Wet bodembescherming aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten concentratie aan PAK in monster 12-1 de betreffende interventiewaarden overschrijdt. Aanbevolen wordt om na het ver wijderen van de betonvloer aanvullend bodemonderzoek uit te voeren om de omvang van de PAK-verontreiniging te bepalen.
Blad 13 van 14
Verkennend bodemonderzoek Boeijengastrjitte 34 Gauw projectnummer 0477315.100 3 mei 2022 revisie 00
antea’qroup
De overige onderzoeksresultaten geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten concentraties kleiner zijn dan de betref fende interventiewaarden. Indien bij de graafwerkzaamheden grond van de locatie dient te worden afgevoerd, dient rekening te worden gehouden met juiste afvoer hiervan. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de meeste grond aan de achtergrondwaarden. Plaatselijk is sprake van grond die voldoet aan de kwaliteitsklasse 'Industrie' en "Niet toepasbaar'. In het opgeboorde materiaal (grond) zijn geen bijmengingen met puin aangetroffen. Verwacht wordt dat er geen asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig zal zijn. De laag baksteen(granulaat) wordt evenmin als asbestverdacht beschouwd, aangezien het geen ondefinieerbaar puin betreft, maar een laag baksteen-materiaal. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek.
Antea Group Heerenveen, mei 2022
Blad 14 van 14
Bijlage 1 Toelichting op bodemonderzoek
Verkennend bodemonderzoek Boeijengastrjitte 34 Gauw projectnummer 0477315.100
CD
antea'group
3 mei 2022, revisie 00
Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Betrouwbaarheid/garanties Bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van al dan niet verdachte bodemlagen. Hoewel Antea Group conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving handelt, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek. Het vorenstaande betekent dat Antea Group op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Antea Group uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In een voorkomend geval adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw aanspreekpunt binnen Antea Group. In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Antea Group wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Antea Group niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Certificatie/accreditatie Antea Group is gecertificeerd volgens NEN-ISO 9001. Ons bureau is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB).
Het veldwerk ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). Hierbij wordt opgemerkt dat werkzaamheden verricht conform de NEN 5707 vallen onder de BRL SIKB 2000, protocol 2018. Werkzaamheden ten behoeve van asbestonderzoek conform NEN 5897 (asbest in puin) en overige onderzoeken (te denken valt aan asfalt- en funderingsonderzoek, civieltechnisch onderzoek etc.) vallen buiten de scope van de BRL SIKB 2000. In de bijlage 'Verantwoording uitvoering onderzoek BRL SIKB 2000' is vermeld of Antea Group het veldwerk zelf heeft uitgevoerd of heeft uitbesteed aan een ander bureau. Zowel Antea Group als de bureaus waaraan Antea Group veldwerk uitbesteedt, zijn volgens de BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend. Eventuele afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn zijn in voorliggend rapport vermeld. In de bijlage 'Verantwoording uitvoering onderzoek BRL SIKB 2000' staan de namen en parafen van de veldmedewerkers die de kritische functies binnen het veldwerk hebben uitgevoerd. De naleving van de kwaliteitseisen en procedures wordt periodiek getoetst door interne auditors en externe auditors, onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Antea Group of gerelateerde zusterbedrijven.
De in het bodemonderzoek benodigde analyses van grond en grondwater laat Antea Group verrichten door een RvA geaccrediteerd laboratorium. Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben. Voor de analyses geldt dat deze conform het Accreditatieschema (AS)3000 zijn uitgevoerd. De analyseresultaten zijn gevalideerd getoetst middels BOTOVA. Toepassing grond Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie. Indien echter grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het verrichte bodemonderzoek mogelijk niet. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht.
Verkennend bodemonderzoek Boeijengastrjitte 34 Gauw projectnummer 0477315.100
CD
antea'group
3 mei 2022, revisie 00
Asbest Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem geen onderdeel uitmaakt van onderzoek dat door Antea Group is uitgevoerd volgens de NEN 5740. Alleen als in de rapportage is vermeld dat er onderzoek conform NEN 5707 is uitgevoerd, is specifiek asbestonderzoek gedaan. Als tijdens het veldwerk in de bodem asbestverdachte materialen zijn opgemerkt, komt dit in de profielbeschrijvingen en de conclusies naar voren.
Toelichting op het uitgevoerde onderzoek Verkennend bodemonderzoek Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd met als richtlijn de NEN 5740+A1. Doorgaans is bij een onderzoek voor NUTS-bedrijven op basis van het vooronderzoek gekozen voor een onderzoeksstrategie voor een lijnvormige locatie (verdacht of onverdacht). Voor tracé's met een beperkte lengte kan de strategie verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern ('VEP') zijn toegepast, wegens de geringe omvang van het graafwerk. Bij de keuze voor strategie 'VEP' zijn wel de criteria voor boordiepte en plaatsing van een peilbuis voor lijnvormige locaties aangehouden. Verspreid over de onderzoekslocatie zijn boringen verricht. De opgeboorde grond is beoordeeld op het voorkomen van verontreinigingen, beschreven en bemonsterd. Indien het grondwater zich nabij of binnen de ontgravingsdiepte van de werkzaamheden bevindt, is een peilbuis geplaatst ten behoeve van de monstername van het grondwater. De peilbuis is direct na plaatsing grondig afgepompt en minimaal één week later, na nogmaals goed afpompen, bemonsterd voor laboratoriumonderzoek. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid gemeten.
Voor het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit is de grond onderzocht op het standaard stoffenpakket. Dit betreft analyses op: ^ Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, molybdeen, koper, kwik, lood, nikkel en zink); ^ Polychloorbifenylen (PCB's; som 7); ^ Minerale olie (GC; inclusief voorbehandeling); ^ Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-totaal, 10 stuks volgens VROM); • Percentages lutum, organische- en droge stof. De selectie van de grond(meng)monsters is gebaseerd op monsterdiepte, bodemtype en veldwaarnemingen. Voor het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit is het grondwater onderzocht op het standaard stoffenpakket. Dit betreft analyses op: ^ Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); ^ Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, xylenen, styreen en ethylbenzeen) en naftaleen; ^ Vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCL); ^ Minerale olie (GC).
Bepaling veiligheidsklassen Vooral hetgeen in branchepublicaties is aangegeven wordt door de Inspectie SZW beschouwd als 'de stand der techniek' en dient derhalve zorgvuldig te worden nagekomen. De veiligheidsklasse die in dit onderzoek is vastgesteld, betreft de voorlopige veiligheidsklasse. Bij het vaststellen van de voorlopige veiligheidsklasse zijn aannamen gedaan met betrekking tot de omstandigheden tijdens de uitvoer van de werkzaamheden. Wanneer het werk een geraamde duur van meer dan 30 mensdagen beslaat en er meer dan 20 werknemers op de locatie tegelijk werkzaam zijn, of indien de geraamde duur van het werk meer dan 500 mensdagen beslaat, dan dient eveneens via een kennisgeving aan Inspectie SZW het voornemen tot het tot stand brengen van het werk te worden gemeld.
Verkennend bodemonderzoek Boeijengastrjitte 34 Gauw projectnummer 0477315.100
CD
antea'group
3 mei 2022, revisie 00
Toelichting op de toetsingskaders Toetsingskader achtergrond-, streef- en interventiewaarden Hieronder wordt uitgebreider op de begrippen achtergrond-, streef- en interventiewaarden en hun betekenis ingegaan. Bij de toetsing wordt een uitspraak gedaan op parameterniveau én op monsterniveau. Met betrekking tot het bepalen van de achtergrondwaarden kan in sommige gevallen de overall-conclusie op monsterniveau afwijken ten opzichte van de conclusie op parameterniveau als gevolg van de toetsregel die in artikel 4.2.2 van de Regeling bodemkwaliteit staat. In dit artikel wordt beschreven wat onder het overschrijden van de achtergrondwaarden wordt verstaan. De achtergrondwaarden (AW) zijn landelijk geldende waarden voor een multifunctionele bodemkwaliteit en geven de bovengrens aan voor wat in de dagelijkse praktijk 'schone grond' wordt genoemd. Deze achtergrondwaarden zijn vastgesteld op basis van gehalten zoals deze voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden. Dit omdat in dergelijke gronden geen belasting door lokale verontreinigingsbronnen aanwezig wordt geacht. De streefwaarde (S) geeft het concentratieniveau in grondwater aan waarboven wel en waaronder geen sprake is van een aantoonbare verontreiniging.