CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Beleidskader Bestaanszekerheid, deel 1 (minima- en armoedebeleid, schuldhulpverlening)

Raadsvergadering 23 november 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Beleidskader Bestaanszekerheid, deel 1 (minima- en armoedebeleid, schuldhulpverlening)8.401 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ons nummer: 023.002116

Beleidskader Bestaanszekerheid 2023-2026

Voorwoord U leest nu het beleidskader bestaanszekerheid deel 1 (minima-, armoedebeleid en schuldhulpverlening), hierna te noemen het beleidskader)van de gemeente Súdwest-Fryslân (SWF).. Dit beleidskader geeft inzicht in de koers die wij als gemeente gaan varen voor het bestrijden van armoede en het voorkomen en oplossen van schulden. Dit doen we samen met onze partners binnen het Sociaal Domein. De vertaalslag van het beleidskader naar de praktijk leggen wij vast in een ‘uitvoeringsagenda’. Die agenda geeft antwoord op de vragen hoe, wanneer en met wie we acties zoals genoemd in dit beleidskader gaan invullen. De eerste sessies hiervoor vinden plaats in oktober van dit jaar. Sinds 2021 is binnen SWF een Kernteam bezig met de vormgeving van het minima-, armoedebeleid en schuldhulpverlening aan inwoners. Het kernteam doet dit onder meer met zes werkgroepen1 2waar zowel uitvoerende als beleidsmedewerkers aan deelnemen. Het Kernteam en de werkgroepen bestaan ondermeer uit vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenvelden de gemeente. Een groot deel van de uitvoeringsagenda vullen we in via deze structuur. De tijdgeest en daarmee de context van dit beleidskader verandert. Voorzichtig wordt de laatste járen steeds meer gesproken en geschreven over bestaanszekerheid.

Veel politieke partijen hebben dit onderwerp voor de komende verkiezingen in hun partijprogramma opgenomen, vaak onder de noemer ‘aanpak bestaansonzekerheiď. Zo staat het ook in het coalitieakkoord van SWF. Volgens adviesbureau BMC is er sprake van bestaanszekerheid ‘als door huishoudens kan worden nagedacht over morgen, zonder alleen maar bezig te hoeven zijn met overleven’. Bestaanszekerheid is een recht3 dat onder andere is vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (Art. 25). Het heeft betrekking op meerdere beleidsdomeinen en vraagt daarom om een integrale aanpak en uitvoering. Alle onderdelen van het beleidskader zijn te plaatsen onder het kopje ‘Werken aan bestaanszekerheid’. Maar dit kader is niet de plek voor een uitwerking van integraal beleid hierop vandaar het in de subtitel van deze notitie opgenomen ‘deel 1’ Hoewel het coalitieakkoord van SWF al een sterke focus op bestaanszekerheid legt, is op de derde dinsdag van september (2023) gebleken dat dit onderwerp een belangrijke maatschappelijke opgave voor de komende járen is. Daarom is in dit beleidskader hierover een extra paragraaf opgenomen. In de dagelijkse praktijk van de gebiedsteams is de samenhang tussen de verschillende domeinen al duidelijk te merken.

Zo kunnen schulden ontstaan door iemands gezondheidstoestand, kan eenzaamheid een gevolg zijn van onvoldoende inkomsten en kunnen huisvestingsproblemen zorgen voor het gebruik van verslavende middelen. Dit zijn nog maar enkele voorbeelden die ieder huishouden (ongeacht de sociaaleconomische status) kunnen treffen.

1 De werkgroepen richten zich op: 1) Minimaregelingen, 2) Ervaringsdeskundigen, 3) Onderwijs, Armoede, Schulden en Gezondheid, 4) Betaalbaarheid en Vroegsignalering, 5) Schulddienstverlening voor ondernemers en 6) Geldzorgen op de werkvloer. 2 Het Kernteam heeft de volgende leden: Bibliotheek Mar en Fean, Sociaal Collectief, Solidair Friesland ervaringsdeskundigen, Cliëntenraad Werk & Inkomen, Project Financieel Gezond, Woningbouwcorporatie, Accolade, Huurdersvereniging Sneek en de gemeente SWF (beleid, schuldhulpverleners, accountmanager werk en ondernemen en communicatie). 3 Artikel 25 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: 'Een ieder heeft recht op een levensstandaard die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen'. Deze invulling van bestaanszekerheid vormt een belangrijk aspect van de menselijke waardigheid (College voor de Rechten van de Mens, 2016, blz. 8).

2

Een voorbeeld van iets wat iedereen kan overkomen: Een werkende vrouw van 47 belandde in een echtscheiding. De gezamenlijke woning stond op naam van haar toekomstige ex. Zij ging op zoek naar andere huisvesting en kwam in eerste instantie niet in aanmerking voor een sociale huurwoning. Uiteindelijk wist ze via een urgentieverklaring woonruimte te vinden. Door het faillissement van haar werkgever belandde zij in de WW en van daaruit iets later vanwege een ernstige ziekte in de ziektewet. Haar vaste lasten waren hoger dan haar inkomsten, waardoor betalingsachterstanden/schulden ontstonden. Uiteindelijk leidden die tot een schuldhulptraject via de Wsnp (Wet schuldsanering natuurlijke personen). De daaropvolgende drie járen moest ze rondkomen van een budget van ē 50,- per week. Zij kreeg daarnaast ondersteuning (via minimaregeiingen) vanuit de gemeente en andere organisaties. Inmiddels is ze schuldenvrij en kan zij weer in haar eigen levensonderhoud voorzien.

Dit soort complexe problemen vragen om ruimte voor maatwerk. Maatwerk waarbij de grenzen van domeinen en afdelingen opengaan om vanuit verschillende disciplines samen te kunnen werken aan duurzame oplossingen. Het gaat hierbij niet alleen om de gemeentelijke organisatie, maar ook om samenwerking met partners binnen het Sociaal Domein, zoals de jeugd- en ouderenzorg. Bestrijding van armoede, schulden en bestaansonzekerheid vraagt dus om een andere, integrale manier van werken van de gemeente. Denk aan het gezegde: ‘Als je blijft doen watje altijd hebt gedaan, blijf je krijgen watje altijd hebt gekregen.’ Dit beleidskader is geschreven op basis van veel verschillende bronnen. Hieronder vallen bijvoorbeeld het coalitieakkoord, beleidsstukken, publicaties van VNG, Movisie, NVVK en Divosa en gesprekken met collega’s, samenwerkingspartners en de Cliëntenraad Werk 8l Inkomen Súdwest-Fryslân.

3

Inhoudsopgave Voorwoord.....................................................................................................................................1 ï. Foar hjoed en foar moarn............................................................................................................. 5 2. Armoedebeleid............................................................................................................................10 Inleiding.................................................................................................................................. 10 Tijdgeest..................................................................................................................................12 Focus op kwetsbare groepen..................................................................................................12 Wat willen wij bereiken met het armoedebeleid?................................................................... 13 Onderwerpen uitvoeringsagenda armoedebeleid................................................................... 13 Met welke financiële middelen gaan wij dat doen?................................................................14 3. Minimabeleid...............................................................................................................................

15 Inleiding...................................................................................................................................15 Gebruik van minimaregelingen...............................................................................................16 Onderwerpen uitvoeringsagenda minimabeleid.................................................................... 16 Wat willen wij bereiken met het minimabeleid?.....................................................................17 Met welke financiële middelen gaan wij dat doen?................................................................ 17 4. Beleid schuldhulpverlening........................................................................................................18 Inleiding.................................................................................................................................. 18 Gedragswetenschappelijke benaderingen van schuldhulpverlening...................................... 19 Schuldhulp een wettelijke opgave voor de gemeente............................................................20 Schuldhulpverlening volop in beweging.................................................................................20 Dóórontwikkeling schuldhulpverlening Súdwest-Fryslân......................................................

21 Schuldhulpverlening aan ondernemers................................................................................... 21 Bewindvoering........................................................................................................................ 22 Wat willen wij bereiken met schuldhulpverlening?................................................................ 23 Onderwerpen uitvoeringsagenda schuldhulpverlening...........................................................23 Met welke financiële middelen gaan wij dat doen?................................................................ 23 5. Focus op bestaanszekerheid.......................................................................................................24 6. Monitoring................................................................................................................................. 27 Bijlage 1: Indicatieve structurele begroting schulden-, armoede- en minimabeleid 2024............28 Bijlage 2: Infographic werkgroepen SAM beleid........................................................................... 29

4

rjťfĵį

Jjifr*

1. Foar hjoed en foar moarn Verderop in deze notitie staan per onderdeel de initiële activiteiten voor de uitvoeringsagenda vermeld. Onderstaande grafiekjes geven per onderdeel een beeld van het aandeel nieuwe activiteiten (blauw), activiteiten die momenteel plaatsvinden (oranje) en al uitgevoerde activiteiten (grijs).

Voor 700Zo van de activiteiten op de agenda geldt dat wij er de komende periode mee doorgaan en ze verder ontwikkelen. 26^. van de activiteiten is nieuw en ą0â is al helemaal uitgevoerd. De uitvoeringsagenda krijgt momenteel nog vorm. Onderstaand overzicht geeft helderheid over een aantal onderwerpen waar de agenda invloed op heeft. Wij zijn trots op de resultaten, maar kijken ook hier graag naar mogelijkheden tot verbetering.

5

1.

2.

3-

4-

5.

6.

7-

8.

Het aanvragen van een taxi-pas is eenvoudiger gemaakt en gedigitaliseerd. Digitale aanvragen verminderen de administratieve rompslomp en verkorten de wachttijden. Inwoners/ouderen kunnen daardoor sneller van taxi-diensten gebruikmaken. Dit maakt het makkelijker voor mensen die minder mobiel zijn om aan de maatschappij te blijven deelnemen. Het proces van bijzondere bijstand bewindvoering is volledig aangepast om inwoners en bewindvoerders beter te faciliteren. Wij kennen de bijzondere bijstand bewindvoering doorlopend toe, zolang de situatie ongewijzigd blijft. We gaan uit van vertrouwen in de bewindvoerders. Deze verandering heeft enorm veel positieve reacties opgeleverd en scheelt een hoos aan aanvragen en wachttijden in de piekmaanden december, januari, februari en maart. Doordat we werken met een bewindvoerdersportaal, hebben wij de bewindvoerders goed in beeld. We versturen jaarlijks een nieuwsbrief met wijzigingen in regelingen en die wordt positief ontvangen. De lijntjes met de bewindvoerders zijn hierdoor vele malen korter. De brieven zijn nu bijna allemaal in eenvoudig Nederlands geschreven. Dit is een grote stap om de communicatie naar inwoners toe duidelijker en toegankelijker te maken. Dat is een continu proces en heeft steeds onze aandacht. Vanuit SWF Tichtby lezen ervaringsdeskundigen regelmatig mee met de brieven, om zo de leesbaarheid te verbeteren.

We hebben samen met de Papierwinkel een hulpstructuur opgericht voor inwoners die minder digitaal vaardig zijn (denk aan huisbezoeken, spreekuren en baliediensten). Deze werkzaamheden zijn eind 2022 weer opgepakt. Daarnaast hebben we een paar keer per jaar overleg met de stichting Sociaal Collectief (SOCO) om van elkaar op de hoogte te blijven en eventuele knelpunten meteen op te pakken. Bovendien werken SOCO en SWF Tichtby waar mogelijk samen. Als er bij de Papierwinkel te veel aanmeldingen zijn, kan SWF Tichtby ondersteunen. Onze samenwerkingspartners hebben diepgaande kennis van de behoeften en uitdagingen van de lokale bevolking. Wij werken samen met deze organisaties om de sociale cohesie in de gemeenschap en de betrokkenheid van inwoners te vergroten. Hierdoor nemen meer inwoners actief deel aan gemeenschapsprojecten en -activiteiten. Kortom, een goede relatie met vrijwilligersorganisaties zorgt voor een sterkere, veerkrachtigere gemeenschap en helpt de gemeente om haar diensten en beleid te verbeteren en uit te breiden. Sinds vorig jaar geven we op uitnodiging presentaties aan externe organisaties over de regelingen binnen ons team. Wij zijn bijvoorbeeld een aantal keer bij de FNV geweest en hebben een presentatie gegeven op het gemeentehuis. De presentaties werden goed bezocht.

Met het project SWF Tichtby organiseren wij laagdrempelige (inloop)spreekuren in wijken, dorpen en kernen. Zo weten inwoners (in nood) onze regelingen en mogelijkheden beter te vinden. Tijdens de spreekuren helpen we inwoners met de aanvraag van minimaregelingen en kijken we of er daarnaast nog behoefte is aan andere ondersteuning. Waar nodig verwijzen we door naar het gebiedsteam. In het project werken verschillende partijen samen: denk aan de gebiedsteams, het team ondersteuning Sociaal Domein, dorpscoördinatoren, energiecoaches en studenten van NHL Stenden. Daarnaast werken we samen met partijen als SOCO, Humanitas, bibliotheken, bruggenbouwers en ervaringswerkers. In overeenstemming met het coalitieakkoord verwachten wij zo meer dan 8o?o van de doelgroep te bereiken. Vanuit het project SWF Tichtby en samen met collega’s van het Sociaal Domein werken we toe naar meer gebruik van de minimaregelingen. Het inloopspreekuur in SWH elke ochtend van 9 tot 12:30 uur biedt verscheidene voordelen voor inwoners. Denk bijvoorbeeld aan toegankelijkheid, directe communicatie, persoonlijke ondersteuning en het oplossen van knelpunten. Al met al laat dit zien dat de gemeente aandacht heeft voor de behoeften van inwoners en dat kan hun vertrouwen en tevredenheid vergroten. Preventie van problemen speelt hierbij een grote rol.

Inwoners kunnen op tijd advies krijgen over beschikbare regelingen en ondersteuning, waardoor ze financiële of juridische problemen kunnen voorkomen.

6

9-

De energietoeslag is op tijd opgepakt en afgehandeld. Dit voorkomt dat inwoners in financiële problemen raken door achterstallige betalingen. Het snel afhandelen van deze regeling draagt zo bij aan financiële stabiliteit en aan het welzijn en de tevredenheid van inwoners. Tegelijk bevordert het de efficiëntie en effectiviteit van de gemeente. Wij gaan hiermee verder met de nieuwe wet energietoeslag in oktober 2023. 10. Bij uitzondering geldt een rijbewijs nu als bewijsstuk om bijvoorbeeld bijzondere bijstand aan te vragen. Op deze manier zorgen we ervoor dat ook inwoners die geen identiteitsbewijs of paspoort hebben een aanvraag voor een minimaregeling kunnen doen, zonder dat zij hiervoor extra kosten hoeven te maken. 11. De gemeente werkt al enige tijd aan het efficiënter en effectiever uitvoeren van de bijzondere bijstand en de gemeentelijke minimaregelingen. Het hele traject van aanvragen tot beschikken en uitbetalen wordt nauwkeurig onderzocht en geanalyseerd en waar mogelijk verbeterd. Dit heeft als doel om het aanvragen van inkomensondersteunende maatregelen eenvoudiger te maken, het gebruik ervan te stimuleren en de kosten van uitvoering te verminderen. 12. Van het college hebben we toestemming gekregen om de data van de energietoeslag te gebruiken voor het benaderen van inwoners die mogelijk ook recht hebben op andere regelingen (minima).

Zo informeren wij hen daar actief over en hopen we de bereikbaarheid van onze regelingen te vergroten en inwoners het vertrouwen in de gemeente te laten houden. Bij het aanschrijven bieden we ook hulp aan voor het doen van een aanvraag.

7

1.

2.

6.

7-

8.

8

9-

Gezond Verzekerd We schrijven momenteel een business plan voor het afnemen van de applicatie Gezond Verzekerd. De Friesland heeft laten weten dat de collectieve zorgverzekering met een extra variant uit te breiden is (hierdoor is er meer keuzevrijheid voor onze inwoners). Om snel en makkelijk zorgverzekeringen te vergelijken, kunnen inwoners een keuze maken die (beter) is afgestemd op hun persoonlijke situatie. Hier willen we voor zorgen door Gezond Verzekerd (mogelijk) af te nemen. De verwachting is dat we de business case begin 2024 afronden.

10. Werksessies visie zaakgericht werken Sommigen van onze teamleden nemen deel aan de werksessies visie zaakgericht werken. Deze werkgroep komt met een advies/visie over het gemeentebreed zaakgericht werken.

11. Procesatelier Vanuit ons team nemen wij tweewekelijks deel aan het procesatelier. Dit procesatelier is gemeentebreed en bedoeld om in de hele organisatie zoveel mogelijk op dezelfde manier met processen te werken.

12. Energietoeslag 2023 Het kabinet heeft op 21 september ingestemd met een nieuwe regeling energietoeslag voor 2023. We zijn druk bezig met de voorbereidingen om ook dit goed op te pakken. De structuur vanuit SWF Tichtby zetten wij in om het gebruik van de toeslag te doen toenemen.

13. Knelpunten armoede

» » » » »

In maart van dit jaar is Carola Schouten, minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, voor een werkbezoek in onze gemeente geweest. We hebben haar toen verteld hoe we omgaan met knelpunten op het gebied van armoede. Ze is door ons geïnspireerd geraakt en wij hebben haar een aantal speerpunten meegegeven die landelijk aandacht nodig hebben. Dit zijn: Grote bewijslast voor inwoners en gemeenten: maak de regelgeving eenvoudiger. Privacy en AVG: we mogen geen gegevens koppelen. Inwoners moeten daardoor steeds opnieuw aanvragen doen en bewijsstukken aanleveren. Steeds veranderende en nieuwe regelingen maken het onoverzichtelijk voor gemeenten en inwoners. Het voelt als pleisters plakken en brandjes blussen. Aandacht voor de manier van legitimeren: neem het rijbewijs op als legitimatiemiddel. Zorg voor doorlopende financiën voor armoedebestrijding, zoals voor het schoolontbijt. Komt er alleen af en toe geld hiervoor beschikbaar, dan zorgt dat voor onzekerheid. We willen een duurzame manier van werken.

9

2. Armoedebeleid Inleiding Armoede betekent datje als huishouden voor langere tijd niet de goederen en voorzieningen hebt die minimaal nodig zijn om rond te komen. Anders gezegd, er komen dan te weinig inkomsten binnen om de voor een huishouding nodige uitgaven te kunnen doen. In Nederland geeft het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) richtlijnen voor het budget dat daarvoor nodig is. Momenteel bedraagt dat voor een éénpersoonshuishouden C 1.633,- Per maand. Het referentiepunt voor de inkomsten van een huishouding is de bijstandsnorm per type huishouding. Per juli 2023 is de bijstandsnorm voor een eenpersoonshuishouding (hieronder valt ook een alleenstaande ouder) C 1.216,62 Accountants- en adviesorganisatie Deloitte onderzocht samen met het Nibud en de Universiteit van Leiden de financiële gezondheid van vijfduizend huishoudens in Nederland. Deze werden ingedeeld in vier categorieën: ongezond, kwetsbaar, toereikend en gezond. Ze stelden vast dat ten opzichte van 2021 het percentage huishoudens in de categorieën ongezond en kwetsbaar in 2022 was toegenomen tot 6o0 Zo. In 2021 vormden de huishoudens in de categorieën toereikend en gezond nog een meerderheid.

10

Rondkomen is voor zes op de tien huishoudens in Nederland dus een flinke opgave. Zonder extra steun vanuit het Rijk en de gemeente is het voor veel huishoudens zelfs niet mogelijk om rond te komen. In SWF komen huishoudens met een inkomen tot ĵ.20% van de bijstandsnorm in aanmerking voor die ondersteuning. Momenteel is dat ongeveer 19X van de 40.537 particuliere huishoudens. Eén op de vijf huishoudens in SWF leeft daarmee op of onder de armoedegrens en heeft daarmee te maken met bestaansonzekerheid. Armoede hangt vaak samen met problemen op meerdere gebieden, zoals gezondheid, huisvesting, schulden, maatschappelijke participatie, werk en gebruik van verslavende middelen. Hierbij kan armoede zowel de oorzaak als het gevolg zijn. Armoedebestrijding is daardoor geen simpele opgave. Met toeslagen, minimabeleid en schuldhulpverlening is meestal wel een stabiele financiële situatie te bereiken. Maar daarmee zijn de samenhangende problemen van armoede niet zomaar opgelost. Ook is het niet vanzelfsprekend dat armoede is opgelost met het vinden van betaald werk. Het komt voor dat een iemand met uitkering die een baan accepteert er financieel op achteruit gaat. Want ga je net iets meer verdienen dan het bijstandsniveau, dan loop je het risico om niet meer (of minder) in aanmerking te komen voor bepaalde toeslagen, regelingen en kwijtscheldingen.

Netto is er dan minder te besteden dan met een uitkering. Dit heet de ‘armoedeval’ en motiveert veel mensen niet om werk te zoeken.

SWF is actief betrokken bij de werkgroepen van de VNG. Zo praten wij op landelijk niveau mee over de herziening van het toeslagenstelsel. Wij houden daar een pleidooi voor een geleidelijke afbouw van toeslagen en inkomensondersteuning om ervoor te zorgen dat mensen met lage inkomens niet onmiddellijk hun recht op toeslagen verliezen wanneer ze een baan accepteren of iets meer gaan verdienen. Het doel zou zijn om een evenwicht te vinden waarbij inwoners worden aangemoedigd om te werken om hun financiële situatie te verbeteren zonder dat ze te maken krijgen met de ontmoedigende effecten van de armoedeval. Samenwerking met andere belanghebbenden, waaronder werkgevers en nationale overheden, is hierbij cruciaal.

Vroeger was armenzorg (lees armoedebestrijding) een taak van de kerk en particuliere instanties (Armenwet 1854). De overheid gold als vangnet. Sinds 1965 (Bijstandswet) ligt de armenzorg grotendeels op het bord van de overheid. Vanaf 1996 (Algemene Bijstandswet) is het toegegroeid naar een gedeelde verantwoordelijkheid. Voedsel- en kledingbanken zijn enkele voorbeelden van initiatieven vanuit de samenleving. Hoewel de (lokale) overheid nog steeds het voortouw neemt, blijkt samenwerking tussen gemeenten en maatschappelijke partners onmisbaar voor armoedebestrijding. In SWF is die samenwerking al goed. De komende periode gaan wij dat verder uitbouwen en waar nodig verbeteren. De gebiedsteams, het Kernteam, de daaraan verbonden werkgroepen en andere teams die actief zijn binnen het Sociaal Domein zitten aan de ‘ontwerptafeľ om te zorgen voor een effectieve armoedebestrijding. In deze beleidsnotie komen de uitkomsten van het project Armoedemonitor4 4 In 2020 is in het kader van het programma sociaal SWF in samenwerking met de gemeenten Leeuwarden en Smallingerland, het CBS en Data Fryslân een Armoedemonitor gemaakt. De monitor geeft inzicht in de stand

11

en de bijdragen vanuit het Kernteam en de werkgroepen samen. Ook geven we aan hoe wij de komende járen armoede willen bestrijden.

Tijdgeest Er gebeurt op dit moment veel in de samenleving dat van invloed is op het welzijn van inwoners. Enkele voorbeelden daarvan zijn: De kosten van levensonderhoud zijn flink gestegen. De toegang tot onder andere de jeugdzorg staat onder druk. De zorg via en vanuit huisartsen staat onder druk. De impact van de oorlog in Oekraïne is groot. Het aanbod van passende woonruimte is veel kleiner dan de vraag. Er is weinig vertrouwen in de overheid en politiek Den Haag. De kinderopvangtoeslagenaffaire heeft een grote impact. Het stikstofbeleid zorgt voor problemen in onder andere de landbouw en bouwnijverheid. De energietransitie brengt veel extra kosten voor inwoners met zich mee. Bijna alle sectoren hebben te maken met personeelstekorten. Veel van deze onderwerpen werken door op andere leefgebieden van inwoners. Denk bijvoorbeeld aan financiën, fysieke en mentale gezondheid en huisvesting. Veel huishoudens (zowel met een lage als hogere sociaal-economische status) zijn hierdoor in de problemen gekomen.

Focus op kwetsbare groepen In het coalitieakkoord wordt aandacht gevraagd voor de kwetsbare groepen in de samenleving. Deze focus op kwetsbare groepen vraagt om maatwerk. Dit kan zowel op individueel als op groepsniveau. De Armoedemonitor helpt ons om een aantal groepen te onderscheiden (zie de tabel op de volgende pagina) waar wij ons de komende járen samen met onze partners op richten. Tijdens een verdiepingsronde is per kwetsbare doelgroep met het Kernteam gesproken over de mogelijke oorzaken van de armoede. Ook is van gedachten gewisseld over oplossingen. De uitkomsten hiervan zijn verwerkt in de tabel. Ze zijn te gebruiken voor de nog op te stellen uitvoeringsagenda. Wat opvalt, is dat bepaalde oorzaken bijna algemeen gelden (zoals inkomen, schaamte en stijgende vaste lasten) en andere oorzaken bij specifieke doelgroepen horen (zoals het wegvallen van toeslagen en gebrekkige bedrijfsvoering). Oplossingen liggen naar verwachting op het gebied van ondersteuning, voorlichting en vergroting van inzicht en vaardigheden.

van armoede in de drie deelnemende gemeenten en in het gebruik van de gemeentelijke regelingen. De resultaten zijn gepubliceerd op www.datafriesland.nl/armoede/.

12

X X

X

X

X

X

X X

X X X X X

X

X

X X X X X X X X X X X

X X X

X

X X X X X X X X X X X

Geërfde levensstijl

X X X X X X X X X X X

Afhankelijkheid van ouders

X X X X X X X X X X X

ì

Gebrekkige bedrijfsvoering

Te hoge levensstandaard

Impact life events

Bereiken 18 jarige leeftijd

Wegvallen toeslagen etc.

ì

Incasso beleid beslaglegging

X X

X X

Laaggeletterdheid

X X

X

X

Hulp /zorg mijden

X X X X

X

X X X

Zorg voor de kinderen

X X X

X X X X X X X X X X X

uitsluiting gemeentelijke regelingen

X

X X

Eenzaamheid

X

Conflicterende centrale regelgeving

X X X

Schaamte taboe

X X X X

Verslavings risico's

X X X X X X

(Instabiel) Inkomen

Eénpersoonshuishoudens Eénoudergezinnen Werkende armen Alleenstaande AOW'ers zonder aanvullend pensioen Ouderen algemeen ì Wmo Jongeren 18-27 Jongeren tot 18 Ondernemers / Zzp'ers Nieuwkomers Laaggeletterden Inwoners met (schulden)regeling

Stijgende vaste lasten

Groepen met een verhoogd risico op armoede versus oorzaken die direct danwel indirect tot armoede kunnen leiden.

X X

X X

X

X X

Aard van een oplossingsrichting (kleurcodering en scores in onderstaande tabel letje)

Voorlichting Lessen ì activiteiten Preventie Ondersteuning Zorg Aanpassen regelgeving

12 9 3 15 2 3

27/ 20/ 7/ 34/ 5/ 7/

Wat willen wij bereiken met het armoedebeleid? Met het armoedebeleid willen wij het volgende bereiken: » » »

Huishoudens hebben genoeg inkomen om gezonde keuzes te maken. We hebben duurzame oplossingen die voorkomen dat inwoners/huishoudens (opnieuw) in armoede leven. Er is speciale aandacht voor kwetsbare huishoudens.

Onderwerpen uitvoeringsagenda armoedebeleid Zoals genoemd in het voorwoord is in SWF een aantal werkgroepen actief. Iedere werkgroep heeft een eigen aandachtsgebied, waarvoor ze samen met onze partners acties opzet. Het armoedebeleid heeft raakvlakken met de werkgroepen Ervaringsdeskundigen, Onderwijs, Armoede, Schulden, Gezondheid en Minimaregelingen. In tegenstelling tot het beleidskader zelf is de uitvoeringsagenda niet in beton gegoten. Naar mate de tijd vordert komen er nieuwe activiteiten bij en zullen gerealiseerde activiteiten van de agenda verdwijnen. Het opstellen van de uitvoeringsagenda door het kernteam start in oktober 2023 met een herijking van bestaande genoemde activiteiten en een

13

check op volledigheid daarvan. Onderstaande activiteiten vormen daarmee een indicatieve momentopname. Dit geldt ook voor de activiteiten die verderop in dit document worden genoemd

Informatie ophalen bij inwoners om een beeld te krijgen van wat er speelt in hun leefwereld; concreet aan de slag gaan met de signalen en uitkomsten die dat oplevert; de behoefte aan ondersteuning matchen met het aanbod van minimaregelingen; het up-to-date maken en eventueel vernieuwen van het pakket aan minimaregelingen; meer gebruikmaken van ervaringsdeskundigheid voor zowel beleid als uitvoering; een visie ontwikkelen op de inzet van ervaringsdeskundigheid, samen met ervaringsdeskundige Stella de Swart (auteur van ‘Armoede krijg je gratis’); het bereik van minimaregelingen vergroten; aanvragen eenvoudiger maken (administratieve lastenverlichting); duidelijkere communicatie en dienstverlening; zorgen voor meer bewustwording bij leerkrachten/in het onderwijs om zo armoede beter te herkennen en vroeger te signaleren; financieel onderwijs promoten op zowel basis- als middelbare scholen; de ‘Week van het Geld’ een plek geven op de jaarkalender van scholen.

Met welke financiële middelen gaan wij dat doen? Het budget voor het armoedebeleid is vastgelegd in de programmabegroting en de meerjarenraming. Voor 2024 bedraagt dit C 203.000,- (zie bijlage 1). De voorgenomen activiteiten vinden plaats binnen dit budget. Mocht het budget ontoereikend zijn dan wordt op basis van een financiële onderbouwing via de gebruikelijke weg een beroep gedaan op extra middelen.

14

3. Minimabeleid Inleiding Hoewel de zorg voor bestaanszekerheid is sinds 1983 vastgelegd in artikel 20 van onze grondwet. Maar met de introductie van het idee van de economisch zelfredzame burger is de ‘afslanking’ van de verzorgingsstaat (waarin het Rijk zorgt voor inkomenszekerheid voor inwoners die dat zelf niet kunnen doen) een feit. Het gevolg is dat in 2023 steeds meer huishoudens onder de armoedegrens leven. Naar verwachting stijgt dat aantal wanneer in 2024 bepaalde toeslagen (waaronder de energietoeslag) wegvallen. Het Rijk heeft momenteel geen geld voor een langdurige aanpak. Naar verwachting blijft de inflatie in 2024 op het niveau van 2023. Vrij naar 'De glijdende schaal van het constitutionele recht op bestaanszekerheid’ (Platform Overheid) en de CPB augustusraming 2023

Er is steeds meer behoefte aan inkomensondersteunende regelingen om een acceptabel niveau van bestaanszekerheid te bereiken of houden. Traditioneel vindt inkomensondersteuning plaats vanuit het Rijk met toeslagen zoals de zorg-, huur- en kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget. Gemeenten bieden aanvullende ondersteuning met het minimabeleid. Denk bijvoorbeeld aan

15

meedoen-regelingen, kindpakket-regelingen, een collectieve zorgverzekering, kwijtschelding van belasting, passen en webwinkels, energieregelingen en energiebesparingsadvies en -middelen. Het minimabeleid kan per gemeente verschillen en heeft zowel collectieve als individuele aspecten In SWF stellen wij het minimabeleid op in overleg met onder andere de Cliëntenraad Werk 8í Inkomen.

Gebruik van minimaregelingen Het gebruik van de gemeentelijke regelingen/voorzieningen is hier in 2020 onderzocht met de Armoedemonitor.5 Er bleek sprake te zijn van onderbenutting: het bereik6 is maar ongeveer ąoX van de beschikbare middelen. Met het oog op armoedebestrijding is dit percentage ongewenst laag. Het is dan ook niet vreemd dat beter bereik van de minimaregelingen een van de speerpunten is van het coalitieakkoord. Het roept vragen op als een groot deel van de huishoudens die moeite hebben om rond te komen de uitgestoken helpende hand van het minimabeleid niet grijpt. De Armoedemonitor laat zien wat de belangrijkste oorzaken kunnen zijn van de onderbenutting: de manier van uitvoering (denk aan digitalisering) en de eisen en drempels die de gemeente stelt aan regelingen; onzekerheid en angst bij inwoners voor ‘gedoe’ naar de overheid toe (dit is een breder thema dan alleen de gemeente); onbekendheid van inwoners met de regelingen; schaamte of trots bij het wel of niet gebruikmaken van het aanbod. Tijdens de looptijd van dit beleidskader blijkt of deze mogelijke oorzaken inderdaad verantwoordelijk zijn voor het lage gebruik of dat er andere factoren meespelen die niet zijn onderzocht.

Onderwerpen uitvoeringsagenda minimabeleid Voor het minimabeleid staat op de uitvoeringsagenda: » » » »

het bereik van de minimaregelingen laten stijgen van 40Vo naar 8o?o; evaluatie van de minimaregelingen en actualisatie van het volledige pakket op basis van effectiviteit en onderlinge samenhang (motie van stofkam naar bezem); de al verzamelde gegevens van inwoners die de energietoeslag over 2022 hebben aangevraagd hergebruiken om meer bekendheid te geven aan de minimamogelijkheden; doorgaan met SWF Tichtby tot in ieder geval 31 december 2023;

5 In 2020 is in het kader van het programma Sociaal SWF samen met de gemeenten Leeuwarden en Smallingerland, het CBS en Data Fryslân een Armoedemonitor gemaakt. De monitor geeft inzicht in de stand van armoede in de drie gemeenten en in het gebruik van de gemeentelijke regelingen. 6 Het woord ‘bereik’ verdient een toelichting. In marketingtermen is dit de som van bestaande en potentiële klanten die een gecommuniceerd aanbod hebben gezien. In onze situatie zijn alleen de bestaande klanten (gebruikers) gemeten. Het echte bereik ligt daarom waarschijnlijk een stuk hoger dan 40^0. Waarom potentiële klanten geen gebruikmaken van het aanbod is bekend. Activiteiten die wij opzetten zijn er vooral op gericht om het gebruik te doen toenemen.

16

extra inzet van communicatie. Hierbij houden wij rekening met factoren die onderbenutting veroorzaken: schaamte, laaggeletterdheid, te weinig kennis van de Nederlandse taal, digitaal niet vaardig zijn en in het algemeen niet kunnen omgaan met deze ingewikkelde wereld. De communicatie kan lopen via traditionele kanalen, maar bijvoorbeeld ook via sleutelfunctionarissen in maatschappelijke of religieuze organisaties; inzet van ervaringsdeskundigen (in samenwerking met Stella de Swart); aandacht voor kwetsbare groepen; aanvragen eenvoudiger maken; website eenvoudiger maken; screening van brieven op begrijpelijk taalgebruik; afstemming met en benutting van andere geldstromen (zoals gebitsanering vanuit het budget voor re-integratie op basis van de Participatiewet); doorontwikkelen van beschikken bijzondere bijstand op basis van het noodzakelijkheidscriterium; verkenning van de bruikbaarheid van bestaande en nieuwe initiatieven op het gebied van betaalbaarheidsinstrumenten en minimaregelingen. In ons land zien we meerdere uitvoeringen van minimabeleid die laagdrempelig zijn en goed werken. Denk bijvoorbeeld aan automatisch toekennen, webshops voor minima en een persoonsgebonden minimabudget.

Voor zowel inwoners als professionals zijn er verschillende nuttige applicaties, zoals BerekenUwRecht, BeleidloonT, WerkloonT en de Voorzieningenwijzer, Deze applicaties geven een goed inzicht in de mogelijkheden van toeslagen en regelingen.

Wat willen wij bereiken met het minimabeleid? Met ons minimabeleid willen wij het volgende bereiken: huishoudens met een inkomen onder i20?o van het bijstandsniveau krijgen de ondersteuning die nodig is om rond te kunnen komen; zowel intern als met onze partners werken we vanuit verschillende disciplines samen om problemen op het gebied van inkomen te voorkomen en op te lossen.

Met welke financiële middelen gaan wij dat doen? De financiële ruimte voor het minimabeleid is vastgelegd in de programmabegroting en de meerjarenraming. Voor 2024 bedraagt dit ë 3.801.000,- (zie bijlage 1). Daarnaast is een bedrag van ë 1 miljoen binnen het koopkrachtfonds opgenomen voor de gestegen energiekosten. Uiteindelijk hangt deze ruimte af van de uitvoeringskosten van de uitvoeringsagenda. De voorgenomen activiteiten vinden plaats binnen dit budget. Mocht het budget ontoereikend zijn dan wordt op basis van een financiële onderbouwing via de gebruikelijke weg een beroep gedaan op extra middelen.

17

4. Beleid schuldhulpverlening 7 Inleiding Schuldhulpverlening begint in onze gemeente bij de gebiedsteams of het zelfstandigenloket (cluster Bbz). Inwoners en ondernemers kunnen daar terecht met vragen over rondkomen. Ook wordt meegedacht over oplossingen, als dat gewenst is. De gevraagde hulp en informatie loopt van relatief simpel tot complex (zoals van problematische schulden tot faillissement). Betrokken medewerkers werken nauw samen met partners die gespecialiseerd zijn in de aanpak van schulden, zoals de Kredietbank, vrijwilligersorganisaties, bewindvoerderskantoren en bureaus voor ondernemers met schulden. De schuldhulpverlening in SWF verschilt in dat opzicht niet van die van de meeste andere gemeenten die daarvoor geen eigen afdeling hebben. Ondanks alle inspanningen blijkt er zowel landelijk als op gemeentelijk niveau een te grote groep huishoudens te zijn die te maken heeft met probleemschulden (in 2018 was dat landelijk één op de vijf huishoudens). Deze groep lijkt nauwelijks kleiner te worden. Enkele mogelijke verklaringen daarvoor zijn: door afbrokkeling van het taboe op schulden (het hebben van schulden kan iedereen overkomen) lijkt het dat de drempel om ondersteuning te vragen voor huishoudens met financiële problemen lager is geworden. Dit zorgt voor meer schuldhulptrajecten;

7 In tegenstelling tot het vorige beleidsplan ‘Samen werken aan schulden!’, waarin het gaat over ‘schulddienstverlening’, gebruiken we in deze notitie de term ‘schuldhulpverlening’. Dit is omdat dit meer overeenkomt met het juridisch kader (de Wgs 2021) en omdat het aansluit bij het Rekenkameradvies van 2017.

18

de coronamaatregelen en de gestegen kosten voor levensonderhoud en energie hebben extra druk gezet op de financiën van veel huishoudens en bedrijven (waaronder zzp’ers); oorzaken als een te hoge levensstandaard, echtscheiding en gezondheidsproblemen blijven een rol spelen. In SWF was het percentage huishoudens met probleemschulden in 2021 bijna 6/6. Dit zijn ongeveer 2400 huishoudens. In Sneek lag dat percentage tussen de 7 en g0Ás (ongeveer 1200 huishoudens).

Gedragswetenschappelijke benaderingen van schuldhulpverlening Sinds de verschijning in 2013 van het boek ‘Schaarste’ van Sendhil Mullainathan en Eldar Shafir wordt op een andere manier gekeken naar wat een hulpverlener kan verwachten van iemand met schulden. Schaarste zorgt voor een tunnelvisie en een te sterke focus op het gebrek aan geld. De gevolgen zijn onverstandige beslissingen, onzorgvuldigheid, afwezigheid, impulsiviteit en ‘In tegenstelling tot economische perspectieven op schaarste, die vooral aandacht besteden aan de materiële aspecten, ligt in het boek van Sendhil Mullainathan en Eldar Shafir de focus op de psychologie van schaarste, niet op het objectieve maar op het subjectieve van schaarste, op het gevoel van gebrek. Dat kan gebrek aan tijd, geld, vrienden of calorieën zijn. In alle gevallen neemt het gevoel van schaarste bezit van onze geest en dat heeft verstrekkende gevolgen voor ons denken en handelen. De gevolgen van financiële schaarste hebben de grootste impact.’ Recensie, lurriaan Omlo. Schaarste: hoe gebrek aan tiid en geld ons gedrag bepalen - Sociale Vraagstukken

kortzichtig gedrag en het maken van fouten.

Die grote gevolgen voor ons denken en handelen staan centraal in het rapport ‘Weten is nog geen doen’8 9 van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). De WRR pleit voor ‘slimmer en realistischer beleid’ om de redzaamheid van burgers te versterken. Ze neemt daarbij als uitgangspunt de focus op het doenvermogen. Hoe dit is vorm te geven, beschrijft de WRR in de notitie in actie ‘Doenvermogen: van toets naar tools'. komen

realistische aannames over de mentale belastbaarheid wij in SWF dat dit een belastbaarheid naar vermogen moet zijn. Met andere woorden, we gaan niet uit van een algemene belastbaarheid, maar houden rekening met de individuele situatie van een inwoner of huishouden. Wij weten uit ervaring dat het doenvermogen per persoon verschilt en

8 Bron: StatLine CBS 9 Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (24 april 2017). De WRR constateert: ‘De hedendaagse samenleving stelt hoge eisen aan de redzaamheid van burgers. Lang niet alle burgers zijn onder alle omstandigheden hiertoe in staat. Er bestaat een behoorlijk verschil tussen wat van burgers wordt verwacht en wat zij daadwerkelijk aankunnen.’ Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid | Rapport | WRR

19

In de praktijk is daarbij oog voor allerlei verschillende aspecten van de schuldenproblematiek. Denk naast financiën ook aan gezondheid, deelname, huisvesting, middelengebruik en de wisselwerking tussen generaties. Dit maakt schuldhulptrajecten vaak complexer, maar geeft meer perspectief op duurzame oplossingen en minder terugval. Sinds enkele járen werkt een aantal gemeenten met de Mobility Mentoring-methode.10 Deze Amerikaanse aanpak is voor een groot deel gebaseerd op inzichten vanuit de gedragswetenschappen. De eerste ervaringen zijn positief. Eerder vond in SWF een verkenning van deze methode plaats. Het aantal in te zetten fte’s bleek op dat moment te groot om daar een vervolg aan te geven.

Schuldhulp een wettelijke opgave voor de gemeente Kort na de publicatie van de WRR is het kabinet in 2018 gestart met de brede schuldenaanpak. Deze aanpak heeft vier hoofddoelen: 1. 2. 3. 4.

het voorkomen van schulden door vroegsignalering; de inwoner in een verdere fase te ontzorgen en ondersteunen; een zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso; aansluiting van schuldenbewind bij andere soorten sociale of maatschappelijke ondersteuning.

Tegelijk zijn vier wetgevingstrajecten van start gegaan: de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs 2021) de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) de Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag (Wskd; voor het verbreden van het beslagregister) het Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (Ags) Van deze vier wetten heeft de Wgs 2021 de grootste impact op de gemeentelijke opgave. Om aan alle verplichtingen van deze wet te voldoen, gaan wij de komende periode dieper in op onderwerpen als vroegsignalering, gegevensuitwisseling, beschikkingen en schuldhulpverlening voor ondernemers. Een en ander leggen we vast in nieuwe beleidsregels en een verordening over de beslistermijn. Dit zorgt voor een wettelijke basis voor onze besluiten en heeft ook gevolgen voor de werkprocessen. De processtappen leggen we vast in een stappenplan. Waar raakvlakken zijn met de andere drie wetten nemen we die in het stappenplan mee.

Schuldhulpverlening volop in beweging Landelijk, maar ook in SWF, zijn wij de schuldenproblemen nog steeds niet de baas. Het aanbod van instrumenten en methoden om grip te krijgen op die problemen is groot. Vaak nemen organisaties als Divosa, Stimulansz, NVVK, VNG, Sociaal Werk Nederland, Diversion en Nibud hierbij het voortouw. Het gaat hier vaak om publieke en private samenwerkingsvormen. Daarnaast zijn er verscheidene private organisaties actief op de markt. Wij verdiepen ons momenteel in het aanbod en de waarde daarvan voor de schuldenaanpak in SWF. Ook vanuit juridisch oogpunt is er veel aandacht voor schuldenproblemen. Zo is per 1 juli 2023 de aflostermijn voor zowel de minnelijke als de wettelijke schuldenregeling gehalveerd tot 18 maanden (hierbij gelden wel enkele uitzonderingen). Daardoor zijn inwoners eerder schuldenvrij en krijgen 10 Mobility Mentoring-hulpverlening start vanuit de wetenschap dat de hersenen minder goed functioneren wanneer iemand (financiële) stress heeft. Juist dingen als plannen, doelen stellen, andere oplossingen onderzoeken en overzicht houden - de zogenoemde executieve hersenfuncties - gaan sterk achteruit in stressvolle situaties. De hulpverlener speelt hierop in.

20

schuldeisers de helft minder aflossing op de openstaande schuld. Het eerder schuldenvrij zijn komt ten goede aan het eerder genoemde doenvermogen van inwoners. Hierdoor ontstaat ruimte om op andere leefgebieden vooruitgang te boeken. Er is op dit moment nog weinig bekend over de impact die deze verandering heeft op schuldeisers. Het zou kunnen dat dit zorgt voor minder minnelijke trajecten, omdat schuldeisers niet mee willen werken. Dit zou dan weer een toename van het aantal wettelijke trajecten tot gevolg kunnen hebben.

Dóórontwikkeling schuldhulpverlening Súdwest-Fryslân Er ligt voor SWF een opgave om samen met ketenpartners en misschien andere partijen te zorgen voor schuldhulpverlening die inwoners en ondernemers met schulden duurzame oplossingen biedt. Hierbij spelen vragen als: Wat willen wij onze inwoners en ondernemers bieden? Wat doen we qua preventie en nazorg? Hoe verbreden en versterken wij de vroegsignalering? Wie zijn onze kwetsbare doelgroepen?11 Zijn er gebiedsgebonden problemen? Wat doen wij zelf als gemeente en wat besteden we uit aan onze partners? Wat willen we wel, maar kunnen wij of onze partners niet bieden? Wie gaat dat dan voor ons doen? Hoe houden we de kosten beheersbaar? Momenteel zitten wij in de opstartfase van een schuldhulpaanbesteding.

Schuldhulpverlening aan ondernemers Op basis van de Wgs 2021 is de gemeente sinds 1 januari 2021 verplicht om ondernemers met probleemschulden te ondersteunen bij het vinden van een oplossing daarvoor. Er is sprake van zulke schulden als een ondernemer is gestopt met het betalen van de financiële verplichtingen, privé en/of zakelijk. SWF draagt ondernemers een warm hart toe. De gemeente heeft belang bij financieel gezonde ondernemingen. Deze ondernemingen zorgen onder andere voor werkgelegenheid en dragen eraan bij dat SWF een aantrekkelijke gemeente is om te wonen, werken, studeren en verblijven. Daar komt bij dat onvoldoende inkomsten, probleemschulden en leegstaande panden de gemeente geld kosten. Het college wil ondernemers met probleemschulden ondersteunen of adviseren bij de aanpak daarvan, als de ondernemingen goede vooruitzichten hebben. Bij ondernemingen met minder goede vooruitzichten zijn de ondersteuning en advisering vooral gericht op het zorgvuldig stoppen van de onderneming en het voorkomen van verdere financiële en sociaal-emotionele problemen.

11 Zie hiervoor ook de doelgroepen genoemd in de notitie Armoede.

21

Schuldhulpverlening aan ondernemers gebeurt op basis van meerdere wetten de Faillissementswet het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) de Wgs 2021 de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) Gemeenten mogen daarbij zelf bepalen hoe ze de schuldhulpverlening aan ondernemers vormgeven. Voor SWF ligt de focus de komende járen vooral op het verder ontwikkelen van een aanpak vanuit verschillende invalshoeken en disciplines. Dit doet de gemeente met zowel interne als externe partijen.

Naast het onder controle krijgen van de financiën is er bij deze aanpak ook aandacht voor bijvoorbeeld het opdoen van ontbrekende kennis en vaardigheden van ondernemers. Ook worden allerlei andere relevante onderwerpen bespreekbaar gemaakt voor ze, zoals fysieke fitheid, mentale weerbaarheid en lifestyle. Hoewel de schuldhulptrajecten voor ondernemers qua processtappen niet veel afwijken van die voor inwoners, zijn de inhoudelijke verschillen groot. Dit heeft te maken met de regelgeving, de complexe gevallen en de ‘bloedgroep’ van ondernemers die anders is dan die van inwoners. Hier houden wij rekening mee bij het vormgeven van de schuldhulpverlening aan ondernemers.

Bewindvoering Een bijzondere vorm van schuldhulpverlening is het beschermingsbewind. Inwoners met een laag inkomen kunnen een beroep doen op bijzondere bijstand om de kosten van bewindvoering te betalen. Landelijk hebben die kosten een aandeel van 35,5*56 van het totale budget voor bijzondere bijstand. In de periode 2013-2021 zijn in onze gemeente de uitgaven hiervoor gestegen van ē 249.000,- tot ē 1.053.538,-,12 De recente ‘Notitie beschermingsbewind’ laat de nauwe samenhang zien tussen bewindvoering en de andere schuldhulpverleningsinstrumenten. Zeker wanneer het om schuldenbewind gaat. Het bereiken van financiële (zelf)redzaamheid blijkt in de praktijk makkelijker voor inwoners die alleen onder schuldenbewind staan dan voor inwoners die (tijdelijk) niet kunnen opkomen voor hun eigen financiële belangen vanwege een beperking. Zou kostenbesparing voor bewindvoering mogelijk zijn, dan heeft het de voorkeur om te starten met de mensen die onder schuldenbewind staan. De kans om eerder financieel (zelf)redzaam te zijn, is bij hen iets groter dan bij de andere groep. Op het gebied van beschermingsbewind is er veel regelgeving, zelfs voor wat betreft de tarieven. De besparing die de gemeente kan behalen, hangt daarom vooral af van hoeveel zij vooraren tussentijds betrokken is bij het traject.

Voorafgaat het bijvoorbeeld om het bepalen van de mate van de bewindvoering en tussentijds om de voortgang van het plan van aanpak en afschaling naar lichtere vormen van ondersteuning. Verscheidene gemeenten hebben bovengenoemde kwesties vastgelegd in een convenant. Dit lijkt op het eerste oog ook aantrekkelijk voor SWF. Wij gaan dit daarom verder onderzoeken.

12 Bron: Notitie beschermingsbewind G. Kok

22

Wat willen wij bereiken met schuldhulpverlening? Met schuldhulpverlening willen wij het volgende bereiken: Inwoners en ondernemers met financiële problemen krijgen maatwerkondersteuning voor het bereiken van financiële (zelf)redzaamheid. Hierbij geldt het principe: zo uitgebreid als mogelijk en zo intensief als nodig. In de loop van 2024 is er een compleet werkproces voor zowel ondernemers als inwoners. Eind 2024 zijn er verdere samenwerkingsafspraken gemaakt met bewindvoerders over de in-, door- en uitstroom van cliënten van wie de bewindvoering wordt betaald vanuit de bijzondere bijstand.

Onderwerpen uitvoeringsagenda schuldhulpverlening Voor schuldhulpverlening staat op de uitvoeringsagenda: » verplichtingen vanuit de wetgeving (de Wgs 2021, het Ags en de Wvbv) op orde brengen; » het met interne en externe partners ontwikkelen en invoeren van een passende en werkbare schuldenaanpak (met extra aandacht voor kwetsbare groepen, preventie, vindplaatsen, vroegsignalering en nazorg), gericht op duurzame oplossingen voor inwoners en ondernemers en het voorkomen van terugval; » aanbesteding schuldhulpverlening met veel aandacht voor maatwerk, integraliteit, inzet van instrumenten/methodieken en een bredere groep samenwerkingspartners; het versterken en uitbouwen van de ketensamenwerking; inwoners en ondernemers met maatwerk ondersteunen bij het bereiken van financiële gezondheid; omgaan met botsende regelgeving (zoals de Participatiewet tegenover de Wgs 2021); een specifieke aanpak opzetten voor partijen die te maken hebben met betalings­ problemen van huurders; schuldhulp aan ondernemers verder uitbouwen, met aandacht voor de doelgroep specifieke zaken; preventieve projecten bij werkgevers voor signalering, voorlichting, begeleiding en kwetsbare personen bij geldzorgen op de werkvloer; het verbeteren van de toegang tot schuldhulpverlening door goede verwijsmogelijkheden voor huisartsen, werkgevers, onderwijs, verenigingen, etc.; verdere dóórontwikkeling en

uitbreiding van geldlessen in het onderwijs; verdere dóórontwikkeling en uitbreiding van de Week van het Geld; ouders meer betrekken bij financieel onderwijs; verbindingen leggen met de jeugd- en ouderenzorg; verdere invulling van de samenwerking met bewindvoeringskantoren, met als doel dat inwoners en ondernemers zo kort als mogelijk en zo lang als nodig onder bewind staan.

Met welke financiële middelen gaan wij dat doen? De financiële ruimte voor schuldhulpverlening is vastgelegd in de programmabegroting en de meerjarenraming. Voor 2024 bedraagt dit C 1.941.000,- (zie bijlage 1). De voorgenomen activiteiten vinden plaats binnen dit budget. Mocht het budget ontoereikend zijn dan wordt op basis van een financiële onderbouwing via de gebruikelijke weg een beroep gedaan op extra middelen.

23

5. Focus op bestaanszekerheid Divosa is een belangenorganisatie voor gemeentelijke directeuren en leidinggevenden in het Sociaal Domein. Zij staat voor een inclusieve samenleving waarin iedereen tot zijn recht komt en op een gelijkwaardige manier actief meedoet. Zo’n samenleving biedt mogelijkheden voor iedereen. Mogelijkheden om een zinvolle bijdrage te leveren aan de samenleving en te werken aan ontwikkeling. Bestaanszekerheid is daarvoor van groot belang. Bestaanszekerheid is een voorwaarde om de rust en ruimte te vinden die nodig is om je als mens te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving.

De komende vier járen willen we als gemeente bereiken dat voor iedere inwoner de basis op orde is Voldoende inkomen om gezonde keuzes te maken, een betaalbaar huis, een groene en gezonde leefomgeving en voldoende kansen om mee te doen aan de mienskip. Dit eerste deel van het beleidskader bestaanszekerheid draagt daar aan bij. Het recht op bestaanszekerheid is vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en nog eens extra in onze grondwet. Toch staat de bestaanszekerheid voor veel huishoudens onder druk. Dit komt onder andere door de gestegen kosten van het levensonderhoud en de eerder genoemde afslanking van de verzorgingsstaat. De VNG is voorstander van meer regelgeving voor bestaanszekerheid en een lokale agenda voor dit onderwerp. Dit en de ambities uit het coalitieakkoord maken dat bestaanszekerheid niet komt met vrijblijvendheid. Het komt wel met een opgave op het gebied van integraal werken. Integraal

24

werken houdt volgens Movisie13 in dat vanuit verschillende domeinen en disciplines wordt samengewerkt aan ondersteuning bij hulpvragen van inwoners. In de inleiding staat al een aantal domeinen genoemd die met bestaanszekerheid te maken hebben. Integraal werken binnen het Sociaal Domein is al meegekomen met de decentralisaties14 in 2015. Hieronder valt onder andere het ‘werken vanuit de bedoeling’. De systeemwereld met alle regels, protocollen, werkprocessen etc. mocht niet meer het vertrekpunt zijn voor een dienst- of hulpverleningstraject aan een inwoner. Het nieuwe vertrekpunt werd zijn of haar leefwereld. In het keukentafelgesprek wordt bij inwoners thuis het probleem vastgesteld en eventueel met mensen uit het persoonlijke netwerk gezocht naar oplossingen. Bij voorkeur zonder “last of ruggespraak”. In 2015 zijn de gebiedsteams in SWF met deze werkwijze gestart. De hoofdonderdelen daarvan passen helemaal bij een werkwijze die gericht is op bestaanszekerheid. Maar het integraal werken dat nodig is voor het werken aan bestaanszekerheid is breder dan dat van de decentralisaties in 2015. Waar domeinen, afdelingen, marktpartijen en het maatschappelijk middenveld15 samenwerken aan bestaanszekerheid van inwoners, is het belangrijk dat iedereen ook echt bereid is om de hulpvraag van de inwoner als vertrekpunt te nemen voor de hulp- of dienstverlening.

Van de systeemwereld wordt een dienende of faciliterende houding gevraagd. Daarnaast speelt betrouwbaarheid een grote rol. Uitvoerende medewerkers moeten genoeg ruimte hebben om beslissingen te nemen die nodig zijn om een hulpvraag aan te pakken. Middelen en activiteiten moeten hierbij op het gewenste tijdstip en voor de gewenste duur beschikbaar zijn. De hulpvrager is op die manier zo efficiënt en effectief mogelijk te helpen. De stap van bestaansonzekerheid naar bestaanszekerheid is zo waarschijnlijk sneller te zetten. Maar dit is allemaal makkelijker en sneller geschreven dan gedaan. Een focus op bestaanszekerheid vraagt om een grote verandering. Een verandering die onder andere gevolgen heeft voor: de bestuurslaag - anders vasthouden de managementlaag - dienend leiderschap regels, procedures en processen - ruimte voor maatwerk en snelheid verantwoordelijkheden en bevoegdheden - laag in de organisatie competenties en vaardigheden van medewerkers - werken vanuit de bedoeling de grondhouding - vertrouwen de monitoring - resultaten en rapportages

De activiteiten onder de vlag van dit beleidskader draagt sterk bij aan de beweging van bestaans­ onzekerheid naar bestaanszekerheid. Hetzelfde zou gelden voor een situatie waarin alle onderdelen binnen het Sociaal Domein op dit thema verbonden zijn. Er is dan sprake van een integrale aanpak. Los van wat landelijk op ons afkomt, loont het om nu al onderzoek te doen naar welke onderdelen van de rest van het Sociaal Domein en de andere domeinen kunnen ondersteunen bij het voorkomen van bestaansonzekerheid. Inzicht hierin zorgt voor keuzemogelijkheden voor een eventuele gemeentelijke agenda.

13 Movisie is het landelijk kennisinstituut voor een samenhangende aanpak van sociale vraagstukken. 14 Dit heeft betrekking op de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 15 Denk hierbij onder andere aan vrijwilligersorganisaties, het onderwijs en welzijnsorganisaties.

25

De reden van bestaansonzekerheid van een inwoner of huishouden vraagt om een uitgebreide probleemanalyse vanuit verschillende invalshoeken. Daarom lijkt het verstandig om dat op basis van het gedachtengoed van de decentralisaties in 2015 te doen. Vooral ook omdat de gebiedsteams en de relevante samenwerkingspartners die aanpak als succesvol ervaren.

26

6. Monitoring Op de voorgaande pagina’s zijn allerlei acties genoemd op het gebied van schulden-, armoede- en minimabeleid die SWF de komende periode oppakt of verder uitwerkt. Zoals genoemd in de inleiding zetten we deze acties op een uitvoeringsagenda. Direct of indirect zijn ze van invloed op de dienst- en hulpverlening aan inwoners van de gemeente. Of dat een positieve of negatieve invloed is, hangt af van de beleving van de inwoner. Wel is het resultaat van onze activiteiten van belang om vast te stellen of wij de juiste dingen doen en of we ze op de juiste manier doen. Zo kunnen wij onze activiteiten op kwaliteit en effect evalueren. Op basis daarvan kunnen we ze waar nodig aanpassen en afschalen en eventueel nieuwe activiteiten introduceren. Om dit mogelijk te maken, is goede op maat gemaakte monitoring nodig. De komende periode is zowel het ontwerp als de uitvoering daarvan een aandachtspunt. Aan het einde van het tweede kwartaal van 2024 zou een eerste versie klaar kunnen zijn.

27

Bijlage i: Indicatieve structurele begroting schulden-, armoede- en minimabeleid 2024 Indicatieve structurele begroting schulden-, armoede- en minimabeleid

Begroting 2024

Schuldhulpverlening

e

Preventie en vroegsignalering schulden Schuldhulpverlening aan particulieren Bewindvoering (t.l.v. bijzonder bijstand) Schuldhulpverlening aan ondernemers Door gespecialiseerde samen werkingspartners Inkomensondersteuning Bbz (bestaande ondernemingen) Extra Uitvoeringskosten schuldhulpverlening Stichting solidair Friesland - budgetmaatjes

1.941.000,00 69.000 281.000 1.100.000 70.000 400.000 21.000

Minimaregelingen

e

3.801.000,00

Minimaregelingen Kinderen Laptop Kindpakket Sociaal Cultureel Kindpakket Zwemles Kindpakket Stichting Leergeld Stichting weekendschool- weekendschool Stichting weekendschool- zomerschool Reiskosten kinderen minima Individuele studietoeslag Kinderopvang SMI

e

946.000,00 30.000 465.000 85.000 79.000 54.000 63.000 55.000 40.000 75.000

Minimaregelingen Ouderen Sociaal Cultureel Volwassenen Stichting Urgente Noden Voedselbanken Collectieve zorgverzekering minima Tegemoetkoming premie aanvullende zorgverzekering Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Individuele inkomenstoeslag Bed, bad en brood Communicatiekosten kansbrieven extra budget deel van 500.000 verhogen bereik

e

2.855.000,00 335.000 14.000 12.000 850.000 25.000 669.000 380.000 60.000 10.000 500.000

Armoedebestrijding (specifiek)

e

203.000,00

Calamiteitenfonds dekking armoedegelden Armoedegelden Simmer Yn Sudwest overig minimaregelingen o.a. ontbijt, menstruatiemiddelen Totale kosten SAM beleid indicatief (e.e.a. exclusief overheadkosten)

20.000 150.000 33.000

e

5.945.000,00

28

Sta n d van za k en

D o elen

Bijlage 2: Infographic werkgroepen SAM beleid

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13463828/1