CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Algemene subsidieverordening 2026 (inclusief toelichting)

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: ‘Algemene subsidieverordening 2026’7.268 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Algemene subsidieverordening Gemeente Súdwest-Fryslân 2026

Gemeente

Súdwest-Fryslân

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen.......................................................................................................................................................................3

Hoofdstuk 2 Subsidieverlening............................................................................................................................................................................... 4

Hoofdstuk 3

Verplichtingen van de subsidieontvanger................................................................................................................6

Hoofdstuk 4 Verantwoording en vaststelling vandesubsidie...................................................................................................7

Hoofdstuk 5

Staatssteun................................................................................................................................................................................................. 9

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen..................................................................................................................................................................................... 10

TOELICHTING............................................................................................................................................................................................................................. 11

2

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a.

activiteitenplan: een beschrijving van de geplande activiteiten van de subsidieontvanger, voor zover

b.

activiteitensubsidie: subsidie voor activiteiten die uitgevoerd worden door rechtspersonen of

mogelijk vertaald naar meetbare resultaten; natuurlijke (groepen van) personen; c.

Asv: Algemene Subsidieverordening Súdwest-Fryslân 2026;

d.

Awb: Algemene wet bestuursrecht;

e.

budgetsubsidie: subsidie voor activiteiten die de gemeente laat uitvoeren door een professionele

f.

circulair: het blijven hergebruiken van bepaalde grondstoffen, op de manier waarop ze het meest

instelling; waardevol zijn voor de economie; g.

college: college van burgemeester en wethouders;

h.

controleverklaring: accountantsverklaring opgesteld door een onafhankelijke accountant als bedoeld

i.

de gemeente: de gemeente Súdwest-Fryslân;

j.

duurzaam: het creëren van economische en sociale waarde zonder toekomstige generaties te

in Artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep;

benadelen. Hierbij het milieu zo min mogelijk belasten door rekening te houden met aspecten zoals afval, energie en mobiliteit; k.

egalisatiereserve: een reserve als bedoeld in artikel 4:72 Awb, bedoeld om aannemelijk gemaakte toekomstige schommelingen in lasten op te kunnen vangen;

l.

incidentele subsidie: subsidie voor eenmalige of tijdelijke activiteiten waarvoor het college voor maximaal vier jaar subsidie wil verstrekken;

m. n.

inclusie: iedereen is gelijkwaardig en krijgt dezelfde kansen om mee te doen in de samenleving; investeringsplan: overzicht van de geplande investeringen van de subsidieontvanger, op basis van een meerjarenonderhoudsplanning en/of exploitatieplan;

o.

investeringssubsidie: eenmalige subsidie voor het stichten, aankopen, behouden of vervangen, van kapitaalswerken en/of eerste inrichting van een accommodatie;

p.

jaarlijkse subsidie: subsidie voor activiteiten die ieder jaar opnieuw plaatsvinden of zich verspreiden over meerdere jaren waarbij de subsidie voor maximaal vier jaar wordt verstrekt;

q.

niet-subsidiabele kosten: verrekenbare of compensabele btw en kosten die op een andere manier zijn of worden gedekt. Ook kosten van gerechtelijke procedures, boetes of sancties zijn nietsubsidiabel;

r.

prestatie-indicator: indicator om te meten of de gestelde doelen van de subsidieontvanger behaald worden. Dit kan tussentijds en/of achteraf;

s.

projectplan: een overzicht van de voorgenomen activiteiten, vertaald in een plan met doel(en), beoogde resultaten, middelen en termijnen;

t.

projectsubsidie: eenmalige subsidie voor de in een projectplan gedefinieerde activiteiten;

u.

schooljaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli;

v.

subsidiabele kosten: rechtstreeks en redelijke aan de uitvoering van de activiteit c.q. het project toe te rekenen en door de subsidieontvanger gemaakte en betaalde kosten. Ook afschrijvingskosten of kosten voor eigen arbeid kunnen subsidiabel zijn;

w.

subsidieverklaring: een accountantsverklaring, opgesteld door een onafhankelijke accountant als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep, waarin wordt verklaard of de subsidieontvanger heeft voldaan aan de voorwaarden die aan de subsidie gesteld worden;

x.

Social return: het leveren van een maatschappelijke bijdrage, door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kansen te bieden. Bij voorkeur worden mensen concreet begeleid naar werk of sociaal geactiveerd zoals bedoeld in de Participatiewet;

y.

subsidieregeling: nadere regeling als bedoeld in artikel 3 van deze verordening;

z.

subsidievaststelling: besluit van het college het bedrag van de subsidie definitief vast te stellen;

3

aa. subsidieverlening: voorlopig besluit van het college om op een aanvraag subsidie te verlenen. Het besluit gaat vooraf aan de subsidievaststelling; bb. subsidieplafond: het bedrag (of budget) dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies; cc. toegankelijkheid: de mogelijkheid om op een eenvoudige manier volledig, onafhankelijk en gelijkwaardig overal aan mee te doen; dd. voorliggende voorziening: een andere regeling of wijze op basis waarvan de subsidiabele kosten kunnen worden vergoed; ee. waarderingssubsidie: een subsidie die als blijk van waardering wordt verstrekt voor activiteiten die de inwoners van de gemeente ten goede komen. De activiteiten worden doorgaans uitgevoerd door vrijwilligers, zonder directe koppeling tussen de kosten van de activiteiten en de hoogte van de subsidie. Artikel 2. Reikwijdte

Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies die bijdragen aan de doelen op de beleidsterreinen die in de programmabegroting zijn opgenomen. Artikel 3. Bevoegdheid college

l.

Het college is bevoegd subsidie te verstrekken met in achtneming van de in de programmabegroting opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond.

2.

Het college is bevoegd subsidie te indexeren. Bij indexatie wordt het door de gemeenteraad vastgestelde percentage gehanteerd.

3.

Het college kan in een subsidieregeling nadere regels vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie.

4.

Het college is bevoegd voorwaarden aan de subsidieverlening te verbinden.

Artikel 4. Subsidieplafond

1.

Het college kan een subsidieplafond vaststellen. In dat geval wordt in een subsidieregeling bepaald hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

2. 3.

Het college kan een subsidieplafond verlagen of verhogen. Het subsidieplafond wordt bekendgemaakt voor de aanvang van de periode waarvoor het is vastgesteld.

4.

Indien het subsidieplafond of een verlaging daarvan later wordt bekendgemaakt, heeft deze bekendmaking geen gevolgen voor ingediende aanvragen.

Artikel 5. Begrotingsvoorbehoud

Een subsidie ten laste van de programmabegroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen in de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Hoofdstuk 2 Subsidieverlening Artikel 6. De aanvraag - algemeen

1.

Een aanvraag om subsidie wordt digitaal of schriftelijk ingediend bij het college. Het college kan het gebruik van een (digitaal) formulier voorschrijven.

2.

Bij de aanvraag overlegt de aanvrager: a.

een activiteitenplan, investeringsplan of projectplan;

b.

het bedrag dat gevraagd wordt als subsidie;

c.

een begroting van de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten;

d.

indien andere subsidies zijn aangevraagd, een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten en de stand van zaken daarvan.

3.

Indien een rechtspersoon voor de eerste keer een jaarlijkse subsidie aanvraagt, worden daarnaast de volgende gegevens overlegd:

4

a.

een exemplaar van de oprichtingsakte met eventuele wijzigingen of de laatste versie van de statuten;

b. 4.

het jaarverslag en de jaarrekening van het voorgaande jaar.

Bij een aanvraag om een budgetsubsidie kan het college aanvullend op de gegevens in lid 2 de aanvrager ook verplichten de volgende gegevens te overleggen: a.

een beschrijving van de doelen en resultaten die daarmee worden nagestreefd en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar inwoners. Bij een subsidieaanvraag van meer dan C 1 50.000 worden de doelen ook weergegeven in kwantitatieve prestatie-indicatoren. De prestatieindicatoren worden in overleg met de gemeente bepaald;

b.

een balans en een overzicht van de inkomsten en uitgaven met een toelichting daarop van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan;

c.

voor zover van toepassing, een opgave van de toegestane reserves en voorzieningen als bedoeld in de artikelen 14 en 15.

5.

Lid 2, sub a, c en d is niet van toepassing op subsidies die (in de programmabegroting) als waarderingssubsidie worden aangemerkt.

6.

Het college kan bij subsidieregeling van voorgaande leden afwijken.

Artikel 7. De aanvraagtermijn

1. 2.

Een subsidie wordt uiterlijk vier weken voordat de activiteit plaatsvindt aangevraagd. In afwijking van lid 1 wordt een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie, die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 november in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft ingediend.

3.

In afwijking van lid 1 wordt een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie, die per schooljaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 juli voorafgaand aan het schooljaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft ingediend. Dit onder overlegging van de verantwoording over het lopende schooljaar.

4.

Het college kan eenmalig de aanvraagtermijn verlengen met maximaal 6 weken. De aanvrager dient hiertoe een verzoek in.

5. 6.

Het college kan bij subsidieregeling andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag. Het college kan aanvragen die na de indieningstermijn gedaan worden alsnog in behandeling nemen als de omstandigheden daarvoor als redelijk kunnen worden aangemerkt.

Artikel 8. Beslistermijn

1.

Het college beslist uiterlijk 31 december op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie.

2.

In afwijking van lid 1 beslist het college op een aanvraag voor de jaarlijkse subsidie die per

3.

Het college beslist op een aanvraag om een incidentele subsidie binnen 13 weken na ontvangst van

schooljaar wordt verstrekt uiterlijk op 31 augustus. de volledige aanvraag, dan wel, indien een regeling daartoe de mogelijkheid biedt, binnen 13 weken na de uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie. Het college kan deze termijn eenmalig met 13 weken verlengen. 4.

Het college kan bij subsidieregeling andere termijnen stellen.

Artikel 9. Weigering subsidie

1.

Het college weigert naast de weigeringsgronden van artikel 4:25 en 4:35 Awb een aanvraag voor subsidie in ieder geval indien:

2.

a.

de betrokken subsidieregeling dit bepaalt;

b.

de uitgaven van de activiteit hoger zijn dan de inkomsten;

Het college kan de subsidie ook weigeren indien naar oordeel van het college: a.

de activiteiten van de aanvrager niet of onvoldoende gericht zijn op de gemeente of haar inwoners of niet of nauwelijks ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;

b.

de activiteit al is gestart, is afgelopen of al kosten zijn gemaakt voordat de gemeente de aanvraag heeft ontvangen;

c.

de aanvrager geen rechtspersoon is, behalve als in de subsidieregeling staat dat dit wel kan;

5

d.

de aanvrager ook zonder subsidieverlening over voldoende gelden kan beschikken om de

e.

de aanvrager gebruik kan maken van een voorliggende voorziening;

f.

de aanvrager winst wil maken;

g.

de subsidieverlening niet past binnen het beleid van de gemeente Súdwest-Fryslân;

h.

de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

i.

de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;

j.

het onduidelijk is of de activiteit op de langere termijn ook uitgevoerd of betaald kan worden;

k.

de aanvrager in verhouding tot de subsidie zelf geen evenredige bijdrage levert aan het

l.

de gemeente voor de activiteit al subsidie heeft gegeven;

kosten van de activiteiten te dekken;

uitvoeren van de activiteiten; m. de kosten te hoog zijn in verhouding tot de activiteit of het verwachte resultaat; n.

al genoeg vergelijkbare activiteiten worden uitgevoerd die bijdragen het doel te halen;

o.

de activiteit onvoldoende een openbaar karakter heeft.

Artikel 10. Verlening subsidie

1.

Bij het besluit tot verlenen van subsidie geeft het college, overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 19, 20 en 21, aan op welke wijze de verantwoording van de subsidie plaatsvindt.

2.

Het college kan bij subsidieregeling afwijken van het bepaalde in artikel 19, 20 en 21.

Artikel 11. Voorschotten

1.

Het college kan bij verleningsbeschikking een voorschot verstrekken.

2.

Het voorschot bedraagt een percentage van het verleende subsidiebedrag.

3.

Bij verleningsbeschikking worden de hoogte en termijnen van de voorschotten bepaald.

Hoofdstuk 3 Verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel 12. Algemene verplichtingen

1.

Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht meldt de subsidieontvanger dat direct schriftelijk aan het college.

2.

Een subsidieontvanger informeert het college direct schriftelijk over: a.

beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de rechtspersoon;

b.

relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

c.

ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen;

d.

wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon en het doel van de rechtspersoon.

3.

Een subsidieontvanger houdt een deugdelijke en doelmatige administratie bij over de voortgang van de subsidiabele activiteiten en de bijbehorende kosten en inkomsten. De subsidieontvanger moet deze administratie minimaal 7 jaar na vaststelling van de subsidie bewaren.

Artikel 13. Tussentijdse rapportage

Bij subsidies die verleend worden voor activiteiten die minstens een jaar in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tussentijds verantwoording af te leggen over de verrichte activiteiten en de daarbij horende uitgaven en inkomsten. Artikel 14. Egalisatiereserve

1.

Het college kan de subsidieontvanger bij verleningsbeschikking verplichten een egalisatiereserve als bedoeld in 4:72 Awb te vormen.

2.

De subsidieontvanger kan het college verzoeken om een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 Awb van toepassing.

6

3.

In het geval sprake is van een egalisatiereserve die is gevormd en/of gevoed met gemeentelijke middelen ten behoeve van gesubsidieerde activiteiten, kan het college besluiten deze middelen in mindering te brengen op de te verlenen subsidie voor een volgend tijdvak.

Artikel 15. Voorzieningen

1.

Het college kan de subsidieontvanger bij verleningsbeschikking verplichten een (onderhouds)voorziening te vormen.

2.

De subsidieontvanger is verplicht mutaties van de (onderhouds)voorziening op te nemen in de begroting, de exploitatierekening en de balans.

3.

Wanneer de subsidieontvanger op eigen initiatief een (onderhouds)voorziening met subsidie van de gemeente wil vormen, verzoekt de subsidieontvanger hiervoor schriftelijk om toestemming. Een verzoek hiertoe gaat vergezeld van: a.

het doel van de (onderhouds)voorziening;

b.

een bestedingsplan.

Artikel 16. Aan een subsidie te verbinden doelgebonden verplichtingen

1.

Het college kan bij subsidieregeling of verleningsbeschikking aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, lid 1, van de Awb opleggen, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

2.

Bij jaarlijkse subsidies, hoger dan C 1 50.000, kan het college de verplichting opleggen te rapporteren over de kwantitatieve prestatie-indicatoren.

3.

Het college kan bij subsidieregeling of verleningsbeschikking een instandhoudingsverplichting opleggen.

Artikel 17. Aan een subsidie te verbinden andere verplichtingen

1.

Het college kan bij subsidieregeling of verleningsbeschikking verplichtingen aan de subsidie verbinden over de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.

2.

De verplichtingen kunnen onder meer betrekking hebben op het uitvoeren van de activiteiten op een duurzame, circulaire, toegankelijke en/of inclusieve wijze.

3.

Indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is, kunnen concrete aanvullende doelstellingen aan de subsidieverlening worden verbonden met het oog op de belangen genoemd in lid 2.

4.

Het college kan bij subsidieregeling of verleningsbeschikking een (inspannings)verplichting opleggen ten aanzien van inzet voor Social return. Het gaat hierbij om jaarlijkse of incidentele subsidies van meer dan C 250.000. De subsidieontvanger moet in dat geval minimaal 2!^ van de totale subsidie aanwenden om Social return te bevorderen. De inzet wordt door de subsidieontvanger geregistreerd op een in de verleningsbeschikking voorgeschreven wijze.

5.

Het college kan van lid 3 afwijken als de activiteiten voortkomen uit een wettelijke taak of gefinancierd worden vanuit rijksgelden, provinciale gelden of als het gaat om het doorgeven van subsidie. Mocht het subsidiebedrag voor een deel uit niet gemeentelijke gelden bestaan, dan telt dit deel niet mee bij het bepalen of er een (inspannings)verplichting opgelegd kan worden.

6.

Het college kan verplichten dat in communicatie-uitingen over de gesubsidieerde activiteit vermeld wordt dat de activiteit mede mogelijk wordt gemaakt door de gemeente.

Hoofdstuk 4 Verantwoording en vaststelling van de subsidie Artikel 18. De verantwoordingstermijn

1.

De subsidieontvanger dient een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a.

bij een incidentele subsidie binnen 13 weken na het verrichten van de activiteiten;

b.

bij een jaarlijkse subsidie, die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk vóór 1 juni in het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;

c.

bij een jaarlijkse subsidie, die per schooljaar wordt verstrekt, binnen drie maanden na afloop van het betrokken schooljaar;

7

2.

Het college kan afwijken van de termijnen in lid 1.

3.

Als de verantwoording niet voor de gestelde termijn is ingediend kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de verantwoording niet binnen deze termijn wordt ingediend kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling.

Artikel 19. Verantwoording subsidie tot en met C 25.000

1.

Subsidies tot en met C 25.000 kan het college direct vaststellen.

2.

Indien de subsidie niet direct wordt vastgesteld dan dient de subsidieontvanger binnen 1 3 weken na het uitvoeren van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het college.

3.

De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk en financieel verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.

4.

Het college kan bepalen dat: a.

(ook) andere dan de documenten in lid 3 worden overlegd, indien dit van belang is voor de vaststelling van de subsidie;

b.

minder dan de documenten in lid 3 kunnen worden overlegd, indien dit toereikend is voor de vaststelling van de subsidie.

Artikel 20. Verantwoording subsidie tussen C 25.000 en C 150.000

1.

De aanvraag tot vaststelling bevat: a.

een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

b.

een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en

c.

een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop.

inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); 2.

Het college kan bepalen dat: a.

(ook) andere dan de documenten in lid 1 worden overlegd, indien dit van belang is voor de vaststelling van de subsidie;

b.

minder dan de documenten in lid 1 kunnen worden overlegd, indien dit toereikend is voor de vaststelling van de subsidie.

Artikel 21. Verantwoording subsidie van meer dan C 150.000

1.

De aanvraag tot vaststelling bevat: a.

een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen, inclusief prestatie-indicatoren, is voldaan;

b.

een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en

c.

een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en

d.

een controleverklaring.

inkomsten (financieel verslag of jaarrekening)

2.

Het college kan bepalen dat: a.

(ook) andere dan de documenten in lid 1 worden overlegd, indien dit van belang is voor de vaststelling van de subsidie;

b.

minder dan de documenten in lid 1 kunnen worden overlegd, indien dit toereikend is voor de vaststelling van de subsidie;

c.

in plaats van een controleverklaring, volstaan kan worden met een subsidieverklaring indien deze toereikend is als financiële verantwoording voor de vaststelling van de subsidie.

Artikel 22. Vaststelling

1.

Het college stelt een subsidie vast binnen 1 3 weken na de ontvangst van de verantwoording, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald.

2. 3.

Het college kan de termijn eenmaal met 1 3 weken verlengen. Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen.

8

Hoofdstuk 5 Staatssteun Artikel 23. Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1 407/201 3 van de Commissie van 1 8 december 201 3 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352), verordening (EU) nr. 1408/201 3 van de Commissie van 1 8 december 201 3 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 352/9) en verordening (EU) nr. 71 7/201 4 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 1 08 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 1 90/45), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; b.

het Verdrag: het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

c.

Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 1 06 lid 3, 1 07, 108 of 1 09 van het Verdrag heeft vastgesteld.

d.

onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;

e.

staatssteun: steun zoals bedoeld in artikel 1 07 lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

Artikel 24. Staatssteunregels

1.

Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling of verleningsbeschikking afwijken van deze verordening.

2.

Bij subsidies en subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling of verleningsbeschikking naar het desbetreffende steunkader.

3.

Wanneer een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de eisen van het desbetreffende steunkader.

4.

Wanneer een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

5.

Aanvullend op artikel 6 lid 2 overlegt de aanvrager, indien deze een onderneming is, een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening (de-minimisverklaring).

Artikel 25. Beslistermijn staatssteun

1.

Indien naar het oordeel van het college de subsidieverlening als staatssteun kan worden aangemerkt dan wel het risico met zich meebrengt dat de subsidieverlening als staatssteun kan worden aangemerkt, is de beslistermijn op de aanvraag maximaal drie maanden na ontvangst van de volledige aanvraag ten behoeve van onderzoek naar de ongeoorloofdheid van de steun.

2.

Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, lid 3 van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie, wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Binnen vier weken na het oordeel van de Europese Commissie beslist het college definitief op de aanvraag.

Artikel 26. Weigering subsidie staatssteun

1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 9 weigert het college de subsidie in ieder geval als: a.

de Europese Commissie overeenkomstig artikel 1 08, lid 3, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; of

b.

het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

9

2.

Onverminderd het vorige lid weigert het college de subsidie in ieder geval als: a.

de aanvrager een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende Europese steunkader, of

b.

de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende Europese steunkader.

3.

De subsidieverlening kan voorts worden geweigerd indien naar het oordeel van het college de subsidieverlening als ongeoorloofde staatssteun kan worden aangemerkt dan wel het risico met zich meebrengt dat de subsidieverlening als staatssteun wordt aangemerkt.

4.

Het college trekt beschikkingen tot subsidieverlening of -vaststelling in of wijzigt deze ten nadele van de ontvanger indien de subsidieverlening of -vaststelling in strijd is met de artikelen 107, 108 en 1 09 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie betreffende staatssteun, daaruit voortvloeiende richtlijnen, of met een verplichting ingevolge een ander door de staat gesloten verdrag.

Artikel 27. Verplichtingen staatssteun

Als de subsidieontvanger een redelijk vermoeden heeft dat de van de gemeente ontvangen subsidie als ongeoorloofde staatssteun aangemerkt kan worden, stelt zij het college onmiddellijk van dit risico in kennis.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 28. Hardheidsclausule

1.

Het college kan van een of meer artikelen of artikelleden van deze verordening of een subsidieregeling afwijken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.

2.

Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit.

Artikel 29. Geen evaluatieverslag

Artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing voor subsidies die op basis van deze verordening zijn verleend. Artikel 30. Overgangsrecht

1.

De Algemene Subsidieverordening gemeente 2020 Súdwest-Fryslân blijft van toepassing op alle subsidies die zijn verleend op grond van de Algemene Subsidieverordening 2020 gemeente Súdwest-Fryslân en die nog moeten worden vastgesteld, met uitzondering van het bepaalde in lid 2.

2.

Het overgangsrecht is niet van toepassing op artikel 1 5, lid 3, onder d, van de Algemene Subsidieverordening 2020 gemeente Súdwest-Fryslân. De grens voor het aanleveren van een controleverklaring wordt met de inwerkingtreding van de nieuwe Algemene Subsidieverordening gemeente Súdwest-Fryslân 2026 ook verruimd van C 50.000 tot C 1 50.000 voor subsidies die zijn verleend op grond van Algemene Subsidieverordening 2020 gemeente Súdwest-Fryslân en nog moeten worden vastgesteld.

Artikel 31. Citeertitel, inwerkingtreding

1.

De Algemene subsidieverordening gemeente Súdwest-Fryslân van 1 9 december 201 9 wordt met ingang van 1 januari 2026 ingetrokken.

2.

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

3.

Subsidieregelingen die zijn vastgesteld op grond van de Algemene Subsidieverordening 2020 gemeente Súdwest-Fryslân berusten vanaf 1 januari 2026 op artikel 3 van deze verordening.

4.

Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening 2026 gemeente SúdwestFryslân.

10

TOELICHTING Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Begripsbepalingen (artikel 1)

In dit artikel wordt een aantal begrippen uitgelegd, die in deze verordening worden gebruikt. Toevoegen soorten subsidies

Subsidieverstrekking is een instrument voor sturing op beleid. De subsidiesoorten maken het mogelijk om op verschillende manieren met subsidie te sturen op beleid. De subsidiesoorten zijn in eerste instantie te verdelen naar jaarlijkse en incidentele subsidies. Jaarlijkse subsidies Jaarlijkse subsidies zijn subsidies die in beginsel jaarlijks terugkeren. In de algemene subsidieverordening 2020 waren in dat kader al de activiteitensubsidie en budgetsubsidie al opgenomen. In de Asv 2026 is daar de waarderingssubsidie aan toegevoegd. Een budgetsubsidie is een vorm van subsidie die een professional (professionele instelling) een vast bedrag geeft om een bepaald takenpakket uit te voeren, vaak voor meerdere jaren. Denk hierbij aan de bibliotheek of het CKS. Een activiteitensubsidie is een financiële bijdrage of tegemoetkoming die verleend wordt voor het uitvoeren van specifieke activiteiten. Binnen SWF gaat het dan bijvoorbeeld om de subsidie voor het schoolzwemmen. Waarderingssubsidies zijn subsidies die verstrekt worden als waardering voor het uitvoeren van activiteiten die ten goede komen aan de inwoners van de gemeente. Er bestaat hierbij geen directe relatie tussen de kosten van de activiteiten en de hoogte van de subsidie. Bij deze subsidie gaat het meestal om kleine subsidiebedragen en organisatie die veelal door vrijwilligers worden gerund.

Denk hierbij het organisatiegeld (C 1.077 in 2025) voor stads-dorps en wijkbelangen. Incidentele subsidies Incidentele subsidies worden niet per jaar verstrekt maar voor de duur van de activiteiten of voor de realisatie van een investering. Incidentele subsidies worden voor maximaal 4 jaar verstrekt. Incidentele subsidie maken het mogelijk om vernieuwing en verandering te ondersteunen of stimuleren. Investeringssubsidies en projectsubsidies zijn vormen van incidentele subsidie. Maar een activiteitensubsidie kan ook incidenteel karakter hebben. Projectsubsidies zijn bedoeld om nieuwe initiatieven of éénmalige activiteiten te ondersteunen. Ze worden verstrekt om in te kunnen spelen op veranderingen. De activiteit kan, als deze succesvol is gebleken en voor herhaling vatbaar eventueel structureel subsidiabel worden. Een voorbeeld hiervan is de Weekendschool. Investeringssubsidies zijn ook incidenteel in de zin dat ze niet per boekjaar worden verstrekt. Het gaat om het eenmalig ondersteunen van het vervangen, instandhouden of aankopen van kapitaalswerken of eerste inrichting van een accommodatie. Denk hierbij aan de subsidie voor het verduurzamen van dorpshuizen.

De financiële consequenties van bedrijfs- en vervangingsinvesteringen, bij instellingen met een budgetsubsidie horen thuis in de normale exploitatie van de instelling en kunnen als zodanig deel uitmaken van een budgetsubsidie. Voor die instellingen bestaan daarom in beginsel geen afzonderlijke investeringssubsidies.

Toevoegen diverse begrippen

In de nieuwe algemene subsidieverordening zijn verschillende definities toegevoegd waarbij het gaat om circulaire economie, duurzaam, social return, toegankelijkheid en inclusie. Maar ook de prestatie-indicatoren en de waarderingssubsidie-hebben een plek gekregen in de nieuwe Asv. Doel hiervan is dat indien gewenst er verplichtingen opgelegd kunnen worden die bijdragen aan het realiseren van de beleidsdoelen die afgesproken zijn. Reikwijdte (artikel 2)

Dit artikel is verbreed waarbij is aangegeven dat de Asv van toepassing is op alle beleidsterreinen die in de programmabegroting genoemd staan. In de Asv 2020 waren de 3 programma's Sociaal, Ruimte en Bestuur specifiek benoemd. Als dit in de toekomst wijzigt in de programmabegroting sluit de Asv niet meer aan op de praktijk. Door de Asv van toepassing te laten zijn op alle beleidsterreinen zoals genoemd in de programmabegroting wordt voorkomen dat hiervoor de Asv opnieuw vastgesteld moet worden. Bevoegdheid college (artikel 3)

Artikel 3 lid 2 is gewijzigd waarbij in de Asv 2020 was opgenomen dat het college gevoegd is een subsidieplafond te verlagen of indexeren. Voorgesteld wordt om dit te wijzigen waarbij het college bevoegd is om subsidie te indexeren waarbij de door het gemeenteraad vastgestelde percentage wordt gehanteerd. Hiermee blijven de uitgaven binnen de door de raad gestelde kaders.

Hoofdstuk 2 Subsidieverlening De aanvraag (artikel 6)

Met het indienen van een subsidieaanvraag laat een aanvrager weten dat zij subsidie wil ontvangen voor de uitvoering van bepaalde activiteiten. De aanvrager moet duidelijk maken dat en op welke manier de te subsidiëren activiteiten een bijdrage leveren aan de door de gemeente gestelde beleidsdoelen en beoogde resultaten. De Awb bepaalt in artikel 4.2 dat er een schriftelijke aanvraag moet zijn en aan welke minimale eisen die aanvraag moet voldoen. In de Asv zijn aanvullende eisen opgenomen. Uitgangspunt is dat de aanvrager alleen die documenten aanlevert die nodig zijn om de aanvraag goed te kunnen beoordelen. Hierbij geeft artikel 6 lid 2 aan wat er minimaal aangeleverd moet worden. Daarnaast is in de artikel 6 lid 3 tot en met artikel 6 lid 6 voor de verschillende soorten subsidies aangegeven wat er aanvullend of juist niet aangeleverd hoeft te worden. Voor budgetsubsidies is de Asv toegevoegd dat een overzicht van de doelen en resultaten van de aanvrager aangeleverd moeten worden. Bij aanvragen van meer dan C 1 50.000 wordt gevraagd om de doelen in kwantitatieve prestatie-indicatoren weer te geven. Dit bedrag sluit aan op het grensbedrag van de controleverklaring.

Prestatie-indicatoren laten zien in welke mate de subsidieontvanger de doelen van de subsidie bereikt, bijvoorbeeld door het aantal projecten dat is uitgevoerd, het aantal deelnemers of de verbetering in de klanttevredenheid. Daarnaast kan door te meten hoeveel middelen nodig zijn om een bepaald resultaat te bereiken vastgesteld worden of de subsidie efficiënt wordt ingezet. In artikel 16 van de Asv is geregeld dat de verplichting kan worden opgelegd om over deze prestatie-indicatoren (periodiek) te rapporteren. Uitgangspunt is hierbij nadrukkelijk dat het meten van indicatoren het gesprek tussen de gemeente en de subsidieontvanger op gang brengt. De indicatoren worden daarom ook in samenspraak bepaald. Het is niet de insteek om subsidieontvangers hier direct op af te rekenen. Daarnaast is de aanvraag van een waarderingssubsidie relatief eenvoudig, omdat een waarderingssubsidie bedoeld is om slechts globaal te sturen op activiteiten waar geen begroting aan gekoppeld is. Daarom is opgenomen dat een begroting niet aangeleverd hoeft te worden. Zo worden de administratieve lasten, waar het kan, zoveel mogelijk beperkt. Het gaat hier ook om lagere subsidiebedragen waarbij het aanvragen zo eenvoudig mogelijk wordt gemaakt. Bij de hogere subsidiebedragen zijn er door deze wijzigingen meer mogelijkheden om te sturen.

12

De aanvraagtermijn (artikel 7)

Nieuw in de Asv is dat de aanvrager kan vragen om de aanvraagtermijn met 6 weken te verlengen. Hiermee komen we tegemoet aan de wens om hier flexibeler in op te treden. Daarnaast is toegevoegd dat het college in uitzonderlijke gevallen kan bepalen dat aanvragen die te laat zijn ingediend alsnog in behandeling worden genomen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het overlijden van de secretaris van een vereniging waardoor het niet is gelukt om de aanvraag op tijd in te dienen. Door deze toevoegingen kunnen ook deze aanvragen rechtmatig worden verleend. Weigeringsgronden (artikel 9)

Aan de weigeringsgronden is een afwijzingsmogelijkheid toegevoegd in het geval van een voorliggende voorziening. Een voorliggende voorziening is een andere regeling of manier waarop de subsidiabele kosten vergoedt kunnen worden. Dit wordt nu in bijvoorbeeld de regeling voor groot onderhoud en verduurzaming dorpshuizen al toegepast. Er zijn landelijk ook regelingen waar dorpshuizen gebruik van kunnen maken om de kosten voor verduurzaming te financieren. Het is de bedoeling dat daar in eerste instantie gebruik van wordt gemaakt. Op die manier kunnen de gemeentelijke middelen efficiënt en daar waar écht nodig ingezet worden. Voorschotten (artikel 11)

In de Asv 2026 is een artikel toegevoegd waarin het verstrekken van voorschotten wordt geregeld. Hierin wordt geregeld dat de hoogte en termijnen van een voorschot in een verleningsbeschikking worden geregeld.

Hoofdstuk 3 Verplichtingen van de subsidieontvanger De Awb bepaalt dat subsidieontvangers verplichtingen kunnen krijgen opgelegd om het doel van de subsidie te bereiken. Dit kunnen algemene verplichtingen zijn vastgelegd in een verordening, of specifieke verplichtingen in een subsidieregeling of beschikking. »

Artikel 437Algemene verplichtingen: geeft een lijst van mogelijke verplichtingen, maar deze lijst is niet uitputtend.

»

Artikel 438 Doelgebonden verplichtingen: staat toe dat verplichtingen worden opgelegd, zolang ze

»

Artikel 439 Niet doelgebonden verplichtingen: maakt het mogelijk om verplichtingen op te leggen

redelijkerwijs nodig zijn voor het bereiken van het subsidiedoel. die niet direct met het subsidiedoel te maken hebben, maar vanuit beleidsoverwegingen wel wenselijk zijn. Deze mogen alleen opgelegd worden als er een wettelijk voorschrift is. Met het uitwerken van deze verplichtingen in de Asv is de wettelijke grondslag om deze verplichtingen te kunnen toepassen geregeld. Algemene verplichtingen (artikel 12)

Aan de algemene verplichtingen is in artikel 12 lid 3 toegevoegd dat de verplichting opgelegd wordt om deugdelijke administratie bij te houden en dat deze minimaal 7 jaar bewaard moet blijven. Hiermee wordt aangesloten bij de bewaartermijn zoals genoemd in artikel 4:69 van de Awb. Met het toenemende aantal subsidie-inkomsten, zoals Spuks en ESF (Europees Sociaal Fonds), is de behoefte ontstaan om hier in de Asv iets voor te regelen. Deze uitkeringen kennen zelf ook de nodige voorwaarden waaraan voldaan moet worden, bijvoorbeeld op het terrein van het bewaren van de administratie. In sommige gevallen wordt een ontvangen subsidie doorgegeven aan een derde partij t.b.v. de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten. In dat geval is het wenselijk om de eisen t.a.v. administratie en bewaarplicht door te kunnen leggen. Egalisatiereserve (artikel 14)

Het artikel aangaande de egalisatiereserve is de Asv 2026 breder geformuleerd dan in de Asv 2020. De egalisatiereserve zorgt ervoor dat extreme kosten in de ene periode kunnen worden gedekt door een overschot in een andere periode. Dit zorgt voor een meer stabiele financiering van de activiteiten. De reserve

13

wordt gevormd uit een verschil tussen het vastgestelde subsidiebedrag en de daadwerkelijke kosten van de activiteiten. In de Asv 2020 was geregeld dat het vormen van een egalisatiereserve verplicht kon worden bij een subsidie van meer dan C 50.000. Dit bedrag is nu losgelaten, waardoor dit artikel voor elke subsidie toepasbaar is (indien wenselijk). Daarnaast is expliciet toegevoegd dat als een egalisatiereserve is gevormd met gemeentelijke middelen besloten kan worden om deze middelen in mindering te brengen op een volgende subsidie. Voorzieningen (Artikel 15)

Een (onderhouds)voorziening is een vorm van reserve die organisaties aanleggen om de kosten van groot onderhoud te dekken. Door elk jaar een bedrag apart te zetten, kan de subsidieontvanger de kosten van bijvoorbeeld een dakrenovatie uitspreiden over meerdere jaren. In dit artikel is toegevoegd dat als een subsidieontvanger een (onderhouds) voorziening op eigen iniatief willen vormen zij hiervoor toestemming van de gemeente nodig heeft. Bij een verzoek moet het doel van de voorziening en een bestedingsplan worden aangeleverd. Als gemeente komt er zo meer zicht op waar er onderhoudsvoorzieningen zijn gevormd en waar deze voor bedoeld zijn. Op volgende subsidieverzoeken kan dan een betere afweging gemaakt worden tot het al dan niet verstrekken van subsidie. Doelgebonden verplichtingen (artikel 16)

In artikel 16 lid 2 is opgenomen dat bij subsidie van meer dan C 1 50.000, - het college de verplichting kan opleggen om te rapporteren over bepaalde prestatie-indicatoren. Zoals eerder uitgelegd is het de bedoeling dat dit bijdraagt aan meer resultaatgericht werken. Daarnaast is de mogelijkheid toegevoegd om een instandhoudingsverplichting op te leggen. Een instandhoudingsverplichting bij een subsidie houdt in dat de ontvanger van de subsidie verplicht is om gedurende een bepaalde periode (bijvoorbeeld een aantal jaar) de gesubsidieerde activiteit of het gesubsidieerde object te blijven gebruiken en/of onderhouden zoals beschreven in de subsidievoorwaarden. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor de instandhouding van een rijksmonument of voor de aanleg van een groen dak. Niet-doelgebonden verplichtingen (artikel 17)

Duurzaamheid, circulair, toegankelijkheid en inclusie

Dit zijn thema's die een steeds grotere rol spelen in diverse beleidsterreinen. Daarom is hier, waar nodig en/of mogelijk, in de subsidieverstrekking ook invulling aan gegeven. In de Asv zijn geen concrete verplichtingen opgenomen, deze worden in subsidieregelingen en/of verleningsbeschikkingen nader uitgewerkt. Het kan gaan om een resultaat- of inspanningsverplichting. Aangezien het niet doelgebonden verplichtingen betreft moet er een grondslag geregeld worden om hier omtrent verplichtingen te kunnen opleggen. Met dit artikel wordt deze grondslag geregeld. Social Return

Social Return is een aanpak om meerwaarde te creëren voor mensen met minder kansen op de arbeidsmarkt en/of in de maatschappij. Deze aanpak is bij aanbestedingen al helemaal ingeburgerd en wordt ook steeds meer toepast bij subsidies. Concreet gaat het om een (inspannings-) verplichting om een deel van de subsidie in te zetten om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt concreet toe te leiden naar werk of sociaal te activeren zoals genoemd in de Participatiewet. Voor Social Return geldt ten eerste het bieden van werk of leer-werkplekken aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (stage of leerwerkplaatsen) of inhuur van sociale ondernemingen. Onder Sociale activering valt: -

participatieactiviteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid;

14

-

vrijwilligerswerk als opstap naar betaald werk;

-

trajecten gericht op maatschappelijke integratie (zoals bij statushouders).

De gemeente kan dit bij jaarlijkse of incidentele subsidies van meer dan C 250.000 toe passen. Deze grens sluit aan bij de Leidraad Social Return Noord Nederland 2025 en de Friese Eis waar ook Súdwest-Fryslân bij is aangesloten. Hierbij wordt subsidie die voortkomt uit een wettelijke taak of niet gefinancierd worden vanuit gemeentelijke middelen buiten beschouwing gelaten. Ook op subsidies die vooruitkomen uit het doorgeven van subsidies zoals bij het Ondernemersfonds geldt deze verplichting niet. Reden hiervoor is dat deze middelen heel specifiek voor bepaalde doeleinden gegeven worden waardoor de kosten alleen hiervan subsidiabel zijn. Communicatie-uitingen

In artikel 17 lid 2 is opgenomen dat de verplichting kan worden opgelegd dat er in communicatie-uitingen van de subsidieontvanger vermeld moet worden dat de activiteit mede mogelijk wordt gemaakt door de gemeente. Op deze manier wordt meer zichtbaar op welke manier de gemeente initiatieven ondersteunt.

Hoofdstuk 4 Verantwoording en vaststelling van de subsidie De Awb onderscheidt in het subsidieproces de subsidieverlening en de subsidievaststelling. De subsidievaststelling is het besluit, waarbij wordt bepaald welk bedrag daadwerkelijk zal worden uitbetaald en is dus als besluit altijd nodig. Of subsidie voorafgaand aan de vaststelling wordt verleend is een keuze. Subsidieverlening is een voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen, waarbij de uiteindelijke toekenning afhankelijk is van het daadwerkelijk uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten en het naleven van de verplichtingen. Bij de subsidievaststelling wordt beoordeeld of de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd en of de opgelegde verplichtingen zijn nagekomen. Als de subsidieontvanger de activiteiten heeft verricht en de verplichtingen zijn nagekomen wordt de subsidie worden vastgesteld op het bedrag van de verlening. Blijkt dat de activiteiten niet of gedeeltelijk zijn uitgevoerd of dat de verplichtingen niet zijn nagekomen, dan kan de subsidie lager worden vastgesteld. Wanneer een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, moet de ontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling indienen. In de Asv is geregeld aan welke eisen deze aanvraag tot vaststelling moet voldoen. In alle gevallen kan besloten worden om meer of minder gegevens op te vragen als dit nodig is.

Verantwoording subsidie tot en met C 25.000 (Artikel 19)

In artikel 19 lid 1 regelt de verhoging van het verantwoordingsbedrag van C 10.000 naar C 25.000. Ook de artikelen 20 en 21 zijn aangepast op deze verhoging. Met deze verhoging worden de administratieve lasten verminderd. Het college kan subsidies tot en met C 25.000 direct vaststellen. Hierbij is het dus niet nodig om een verzoek tot vaststelling in te dienen. Steekproefsgewijs kan in deze categorie gesubsidieerden een controle worden verricht. Uiteraard blijft het wel mogelijk om eerst te verlenen als daar aanleiding toe is. In dat geval moet bij de verantwoording in ieder geval een inhoudelijk en financieel verslag aangeleverd worden. In lid 4 is geregeld dat het college kan bepalen dat er aanvullende of minder documenten aangeleverd worden. Op deze manier kan maatwerk geboden worden. Dit is ook in artikel 20 en 21 op gelijke wijze geregeld. Verantwoording subsidie tussen C 25.000 en C 150.000 (Artikel 20)

Bij een subsidie tussen de C 25.000 en C 1 50.000 worden hogere eisen aan de verantwoording gesteld. Er is nader omschreven waar het inhoudelijke en financiële verslag aan moet voldaan. Daarnaast moet een balans met toelichting worden aangeleverd.

15

Verantwoording subsidie van meer dan C 150.000 (Artikel 21)

Bij een subsidie van meer dan C 1 50.000 wordt ook een controleverklarina of subsidieverklarina opgevraagd. Een controleverklaring wordt afgegeven door een accountant en geeft daarmee zekerheid over de financiële informatie. De accountant controleert of de jaarrekening een goede weergave van de financiële situatie is. Hierbij wordt ook de administratieve organisatie van de organisatie getoetst. Voor grotere organisaties is een jaarlijkse controleverklaring sowieso wettelijk al verplicht. In de Asv 2020 lag de grens voor het aanleveren van een controleverklaring op C 50.000. Vanuit subsidieontvangers maar ook accountants is aangegeven dat hierbij de kosten van zo'n controleverklaring niet in verhouding staan tot de gegeven subsidie. In sommige gevallen is de controleverklaring > 1 0!^ van het subsidiebedrag. Met het ophogen van de grens tot C 1 50.000 wordt hier een betere invulling aangegeven. Op basis van de subsidiebedragen over 2025 blijven er zo'n 20 aanvragers over die een controle- dan wel subsidieverklaring moeten aanleveren. Daarnaast is in de Asv 2026 opgenomen dat een subsidieverklaring ook afdoende kan zijn, als specifieke vorm van een controleverklaring. Bij een subsidieverklaring controleert de accountant specifieker of de ontvangen subsidie op een juiste wijze is besteed en of aan alle subsidievoorwaarden wordt voldaan.

Deze verklaring is veelal goedkoper omdat maar een deel van de administratie en niet de volledige bedrijfsadministratie gecontroleerd hoeft te worden. Deze verklaring is dat ook vooral geschikt voor project­ en investeringssubsidies. De kosten van een subsidieverklaring liggen lager wat een belangrijk voordeel is ten opzichte van de algemene controleverklaring. Het bepalen of er een algemene controleverklaring of subsidieverklaring aangeleverd moet worden is maatwerk en zal in de verleningsbeschikking worden opgenomen.

Hoofdstuk 5 Staatsteun Staatssteun is financiële steun of andere voordelen die een overheid geeft aan bepaalde bedrijven. Dit gebeurt buiten normale commerciële transacties om. Subsidie aan een onderneming is ook staatssteun. Omdat staatssteun de concurrentie kan verstoren, heeft de Europese Unie strikte regels. Overheden mogen niet zomaar steun geven, want dat kan andere bedrijven benadelen. De regels over staatssteun zijn uitgewerkt in artikelen 107 tot en met 1 09 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). De regels en voorwaarden omtrent staatssteun zijn in de Asv nu samengevoegd in 1 hoofdstuk. Alle regels zijn dan eenvoudiger terug te vinden. Staatsteunregels (Artikel 24)

In dit artikel is geregeld dat van de Asv afgeweken kan worden als de Europese staatsteunregels dat vereisen. Ook is uitgelegd dat als we subsidie geven onder een staatsteunkader we alleen subsidie geven voor de kosten en activiteiten die voldoen aan een staatsteunkader.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen In de slotbepalingen worden de afrondende regels van de verordening opgenomen, waaronder de hardheidsclausule. Deze blijft gelijk aan de Asv 2020. Overgangsrecht (Artikel 30)

Op alle oude subsidies blijft de Asv 2020 van toepassing. Hierop is 1 uitzondering. Voor subsidies die zijn verleend onder Asv 2020 en nog niet zijn vastgesteld en waar een controleverklaring (C 50.000) wordt gevraagd vallen voor dat stuk onder de Asv 2026. Dit betreft namelijk een versoepeling van de regels.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16257873/1