Bijlage 1 - Aanbiedingsbrief Marrekrite
Tekst van het document
Aan Algemeen Bestuur
Leeuwarden 18 maart 2021 Onderwerp Verzoek tot zienswijze Ons kenmerk 2021796
Geacht bestuurslid,
We bieden u hierbij de concept-Begroting 2022 en Meerjarenraming (MJR) 2023-2025 aan. Deze zijn in het DB van 11 maart jongstleden besproken en voldoen aan de eisen en kaders vanuit het BBV. Mocht u vragen of opmerkingen over de stukken hebben, dan kunt u altijd contact met ons opnemen. Voor de financieel deskundigen hebben wij deze stukken inmiddels verzonden, als onderligger voor het, vanaf dit jaar structureel, te voeren vooroverleg, gepland voor 24 maart aanstaande. Daarnaast heeft u op grond van de Wgr de mogelijkheid om een formele zienswijze in te dienen, mocht u hiertoe aanleiding zien. We ontvangen uw eventuele zienswijze graag uiterlijk vrijdag 28 mei, zodat we deze bij de stukken van de vergadering van het AB (9 juni) kunnen voegen. Ter toelichting op de begroting, willen wij u graag op een aantal punten nader informeren: Sluitende resultaten Het begrotingsresultaat en de meerjarenraming zijn structureel sluitend, ook na 2026. Het begrote resultaat ligt dicht bij de nullijn, zeker in relatie tot voorgaande jaren. Dat is het gevolg van de toename van de begrote baggerkosten. Deze verdubbelen op grond van het vigerende baggerplan tot € 0,3 miljoen en zijn per 2022 volledig in de begroting opgenomen.
Met het opnemen van deze (laatste) onzekerheid in een concreet en structureel begrotingsbudget, kunnen we de bestemmingsreserve baggeren – die we als ware het een voorziening achter de hand hebben gehouden - grotendeels laten vrijvallen ten gunste van de algemene reserve. We adviseren wel om een bedrag van € 0,3 miljoen – zijnde één jaarlast in de reserve baggeren achter de hand te houden voor eventuele calamiteiten.
Teruggave vermogen We hebben als Marrekrite een riante vermogenspositie. Dit vermogen neemt jaarlijks alleen maar verder toe doordat we steeds - zo ook afgelopen jaar - een positief rekeningresultaat kunnen presenteren. Vanuit meerdere deelnemers is eerder de wens uitgesproken om (een deel van) het vermogen uit te keren. Wij hebben deze wens tot nu toe steeds afgehouden, omdat wij nog geen concreet zicht hadden op onze risico’s ten aanzien van de baggeropgave. Ook ten aanzien van onze meerjarige vervangings- en investeringsopgave hadden we te maken met onzekerheden. Inmiddels hebben het inzicht in deze zaken voor 95% compleet, zodat we denken dat het opportuun is om nu te gaan praten over uitkering van het eigen vermogen aan de deelnemers. Daarom hebben we hiermee in onze meerjarenraming rekening gehouden. Daarnaast spreken we de intentie uit tot het uitkeren van het rekeningresultaat bij resultaatsbestemming om zo verdere vermogensopbouw te voorkomen. Dit ligt in lijn met het voorstel om het rekeningresultaat 2020 volledig aan de deelnemers uit te keren. De voorwaarde voor het uitkeren van ons vermogen is de zekerheid over een stabiele bijdrageregeling tot en met 2026. Omdat we over de aanpassingen voor een nieuwe regeling nog volop in gesprek zijn met het DB, gelden de begrote de uitkeringen in het meerjarenbeeld onder dat voorbehoud.
Daarbij zijn wij ons tevens bewust van het feit dat de meeste van de deelnemers financieel lastige tijden doormaken. Met het meerjarig incidenteel uitkeren van een deel van het eigen vermogen gedurende 5 jaar, hebben de deelnemers per saldo lagere lasten voor Marrekrite, zonder dat de kwaliteit van onze dienstverlening daardoor afneemt. Aantrekken vreemd vermogen Wat enorm helpt is dat de rentestand op dit moment erg gunstig is, zodat Marrekrite (extra) vreemd vermogen in de vorm van langlopende leningen kan aantrekken tegen heel gunstige voorwaarden. Onvermijdelijk is dát namelijk de consequentie om vermogensuitkeringen te kunnen doen. Zoals eerder al kenbaar is gemaakt, zal Marrekrite overigens ook op korte termijn al vreemd vermogen moeten gaan aantrekken om het restant van de meerjarige investeringsopgave (vervanging steigers en damwanden) te kunnen realiseren. Als gezegd is het voor de presentatie van de stukken voor de komende vijf jaren belangrijk om te kunnen teruggrijpen op een structurele deelnemersbijdrage.
We weten dat na die periode, vanaf ongeveer 2026, een periode van enkele tietallen jaren aanbreekt waarin Marrekrite geen grote investeringen meer hoeft te plegen in de vervanging van damwanden en steigers. We zien ook mogelijkheden ten aanzien van onze kosten om daar tijdig op te anticiperen. Rond 2026 is het goed om de bijdrageregeling opnieuw te bekijken, alsmede naar de daadwerkelijke ontwikkeling van de kosten in de daarop volgende jaren en de mogelijkheden die dan ontstaan tot verdere afbouw van het eigen vermogen. Centrale en integrale huisvesting Marrekrite wil in 2022 voorzien in een belangrijke bedrijfsmatige behoefte: vervangende huisvesting op een nog definitief te bepalen locatie. We werken aan een sobere en doelmatige huisvesting centraler in Friesland, die plaats biedt aan het gehele team op dezelfde locatie en waar we kunnen beschikken over een bescheiden haven voor onze vaartuigen. Vanuit deze locatie kan Marrekrite slagvaardiger, efficiënter en met meer plezier opereren, wat uiteindelijk ten goede komt aan onze deelnemers en de recreant op water en land. De hiermee verwachte exploitatielasten hebben we opgenomen in de begroting. Afhankelijk van de situatie of er sprake zal zijn van huur of eigendom zal het bestuur nog een nader besluit moeten nemen over een investeringskrediet.
Voorzichtigheidsbeginsel In onze begroting zijn we wederom uitgegaan van het voorzichtigheidsbeginsel. We hebben de directe loonkosten inclusief een toeslag voor overhead – in lijn met het BBV en ons recent vastgestelde financiële beleid- toegerekend aan de programma’s Water- en Landrecreatie. We hebben geen loonkosten in de begroting toegerekend aan onze investeringen. Een gedetailleerdere urenprognose hebben we daarvoor op dit moment nog niet beschikbaar. Bij de jaarrekening zullen we op nacalculatie de daadwerkelijk bestede uren aan de investeringen toerekenen. Dit zal een voordelig effect hebben op het rekeningresultaat van 2022. Jaarstukken 2020 Naast de concept-begroting en meerjarenraming sturen we u ter kennisname eveneens de Jaarstukken 2020 toe. Een aantal voorlopige conclusies (inhoudelijk) presenteren we alvast onderstaand. Allereerst, het rekeningresultaat bedraagt afgerond € 0,42 miljoen en ligt daarmee iets hoger dan bij de Tussenrapportage 2020. De belangrijkste afwijkingen op programmaniveau zijn: 1. de definitieve vaststelling van de subsidie Routenetwerken bij de tijd & compleet (meeropbrengst); 2. de meerkosten baggeren door de toerekening van direct bestede uren (per saldo neutraal); 3. de incidentele kosten van de pilot Húskes (meerkosten), die we opnieuw als last in de jaarstukken hebben opgenomen.
We hebben de Jaarstukken 2020 volgens BBV-voorschriften opgesteld en hebben de directe loonkosten op basis van urenrealisatie toegerekend aan de programma’s, inclusief een opslag voor overhead. Daarmee is een-op-een aansluiting vinden bij de Begroting 2020 nog niet zo eenvoudig. In de toelichting op de programmarekening zijn de verschillen opgenomen. Het algemeen bestuur beslist over de bestemming van het rekeningsaldo op basis van het voorstel van het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur stelt het algemeen bestuur voor: het onverdeelde rekeningsaldo 2020 van € 0,42 miljoen (€ 422.644) uit te keren aan de deelnemers naar rato van de geldende deelnemersbijdrageregeling.
Met vriendelijke groet, Recreatieschap Marrekrite
Lourens Touwen directeur