CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

9. TV CIE CU I antwoorden deel 2

Raadsvergadering 31 maart 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Keuzedokumint útfiering Partisipaasjewet yn Fryslân-West1.810 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener: Fractie:

Matthijs de Vries ChristenUnie

Commissievergadering Datum:

17 maart 2021

Agendapunt:

5

Onderwerp:

Keuzedokumint útfiering Partisipaasjewet yn Fryslân-West

Inmiddels hebben wij een extern advies gekregen, wat leidt tot een tweede serie vragen: Vraag: - Op pagina 5 wordt de efficiencykorting van 3.000,- genoemd. Deze is in stappen van 500,- euro/jaar gerealiseerd in was in 2020 helemaal doorgevoerd. Vanaf nu zal het macrobudget voor de WSW jaarlijks met 55 mln dalen. Volgens Berenschot (Thermometer WsW, rapportage 2-meting, maart 2020) zal in de komende jaren het uitstroomvolume als gevolg van pensionering veel groter zijn dan de jaarlijkse daling van het macrobudget, waardoor het effect van de korting in de komende jaren volledig teniet zal worden gedaan. Hoe zouden de financiele gevolgen van het inhaaleffect wat Berenschot beschrijft moeten worden doorvertaald naar het keuzedocument? Antwoord: De rapportage van Berenschot is bekend. Daarin wordt gewerkt met macro-gegevens die niet 1-op-1 van toepassing zijn voor onze gemeente. Vraag: Op pagina 5 staat dat het de kerntaak van de gemeente is om inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt en met een bijstandsuitkering te begeleiden naar betaald werk.

Klopt het dat deze kerntaak ook de inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt en zonder een bijstandsuitkering omvat? Bijvoorbeeld schoolverlaters die nog thuis wonen en geen baan kunnen vinden? Zo ja hoe groot is deze groep en hoe worden deze in de plannen ingepast? Antwoord: Dit is ook een kerntaak van de gemeenten, en is onderdeel van de taak van de publieke organisatie. Afhankelijk van de indivuele casus vallen ze onder één van de doelgroepen. Het aantal jongeren tot 23 dat zonder startkwalificatie thuis woont schommelt rond de 500. Elke drie maanden wordt daar een onderzoek naar gedaan. Een groep van ongeveer twintig komt dan in beeld die geen startkwalificatie heeft, geen opleiding volgt en geen werk heeft. (De rest heeft dus wel werk, of volgt een opleiding). Hierop worden begeleidingstrajecten ingezet.

Vraag: Op pagina 9 bij 3.1.1 staat dat er in 2019 consensus was om in de toekomst een deel van de arbeidsinschakeling voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt in samenwerking uit te voeren en dit deel op te dragen aan een gezamenlijk te vormen publieke organisatie. In de Almelo bijvoorbeeld, waar ook consensus voor een samenwerking tussen 6 gemeenten was, brokkkelde deze vanaf 2019 vrij snel af, wat leidde tot een breuk en alleen al een miljoen aan advieskosten. Het sociale werkbedrijf is nu in liquidatie. Is er na 2019 nog een nieuwe SWOT-analyse gemaakt van de uitgangspunten die achter de Position Paper zitten? Antwoord: Nee, na 2019 is er niet een nieuwe SWO-analyse gemaakt. Vraag: Op het schema op blz 10 staat dat de categorie “Perspectiefrijk” voor de arbeidsinchakeling terecht zal komen bij de nieuwe publieke organisatie. Welke (financiele) prikkel wordt voor de nieuwe publieke organisatie aangebracht om tot een maximale arbeidsinschakeling te komen? Is die vergelijkbaar met de prikkel die onstaat als de categorie rechtstreeks bij de gemeente zou worden ondergebracht? Antwoord: Hierover worden, net als nu, prestatieafspraken gemaakt. Vraag: Op blz 13 staat dat personen in de categorie “Van waarde, zonder UWV-indicatie” een vangnet van de gemeente zullen krijgen via vrijwilligerswerk, dagbesteding of zorg.

Dit lijkt een duurdere optie te zijn dan een rechtstreekse baan bij het nieuwe werkleerberdrijf. Het plaatsen van een persoon in een voorziening heeft daarnaast als risico dat er niet meer actief naar arbeidsinschakeling gezocht gaat worden. Vanwege de PxQ financiering van zulke voorzieningen is er binnen de instellingen geen enkele prikkel meer om de mensen naar buiten te bewegen. Movisie gaf recent in een rapport aan dat 25% van de mensen die in arbeidsmatige dagbesteding zitten, nog door kunnen groeien naar werk. Welk deel van de categorie “Van Waarde, zonder UWV-indicatie” zal naar schatting in het vrijwilligerswerk worden geplaatst en welk deel in een voorziening? Antwoord: De door Movisie bedoelde groep zit bijna uitsluitend in de categorie perspectiefrijk. Net als nu zullen hierover (contract)afspraken gemaakt worden die deze doorstroom garanderen. Het aantal in de categorie van waarde zal laag zijn, maar daar kan geen precies antwoord op gegeven worden. Hieronder staan de aantallen nieuw beschut waar de gemeente SWF over beschikt tot 2023. (Het totaal zal uiteindelijk 210 voor alle gemeenten zijn) 2020: 21 2021: 25 2022: 28 2021: 30 2022: 32 2023: 35 Wat de verdeling over de categoriën zal zijn moet mede worden bepaald op basis van het bedrijfsplan. De categorie van waarde is ongveer 40% van het bestand.

Vraag: Op pagina 16 bovenaan staat dat de rijksvergoeding voor de loonkosten in de komende jaren geheel zal

verdwijnen en dat de inkomstendaling gelijke tred zal houden met de afbouw van de populatie. Berenschot stelt juist dat er de komende jaren per saldo een voordeel voor de gemeneten zal optreden. Dit komt omdat de uitstroom harder zal gaan dan de vermindering van de rijksvergoeding. Wijkt de populatie medewerkers van GR-West dan zo af van de landelijk gemiddelde samenstelling? Of is er een andere reden waarom het college bij ons een andere, negatievere trend dan Berenschot verwacht? Antwoord: Het rapport van Berenschot is op macro niveau en dus niet 1-op-1 toe te passen. Wat ook in Berenschot duidelijk staat is dat na een korte periode van (mogelijk, dit verschilt per gemeente) een overschot het aantal SW’ers sneller afneemt en dat er niets bijkomt. Dit betekent dat het huidige model, zoals in de GR en Empatec wordt belichaamd, niet houdbaar is. Het gaat dus om een kortstondig, nog onzeker voordeel op macro-niveau. Vraag: Op pagina 16 wordt gesproken van verwachte krimp van de eigen vakbedrijven van de publieke organisatie. Er wordt gesteld dat deze in alle hoofdmodellen niet te voorkomen is. Klopt het wel dat het niet kunnen voorkomen van krimp een gevolg van de ontmanteling van de WsW? Het feit dat je de SW afschaft, wil toch niet zeggen dat in de toekomst de mensen er niet meer zijn? Berenschot geeft ook aan dat de totale aantallen alleen maar groter zullen worden.

Als je besluit om de meeste mensen in de toekomst bij de gemeente onder te brengen en daar een nieuwe organisatie voor op te bouwen is de krimp van het SW-bedrijf toch een direct gevolg van die keuze en niet van de afschaffing van de WsW? Antwoord: Er is geen instroom meer mogelijk in de WSW. Het huidige financiële model vervalt daarmee ook. De doelgroep kwetsbare mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt blijft wel, maar deze doelgroep zal op een andere manier begeleid moeten worden omdat er veel minder geld beschikbaar is voor de begeleiding. Met dit keuzedocument worden de kaders daarvoor aangegeven. De intentie is overigens niet dat er een nieuwe organisatie wordt gebouwd; de insteek is juist om de infrastructuur van het huidige SW-bedrijf te behouden waar mogelijk. Vraag: Op pagina 19 staat dat de afname van de SW-populatie zal leiden tot krimp waardoor een voortdurend proces van reorganisatie ontstaat, waarbij frictiekosten zullen optreden. Een alternatieve benutting van de werkleerbedrijven wordt slechts beperkt mogelijk geacht. En tegelijkertijd zullen er frictiekosten optreden bij de gemeente omdat daar juist een nieuwe organisatie voor dezelfde doelgroep zal moeten worden opgebouwd. In onze missie (H4) staat dat we willen samenwerken als daarme de doeltreffendheid en doelmatigheid gebaat zijn.

Kan het college nog eens goed uitleggen waarom het afbouwen van het werkeerbedrijf en het opbouwen van een nieuw organisatieonderdeel bij de gemeentelijke organisatie van gelijke of grotere omvang, als doeltreffend en doelmatig wordt beschouwd? Antwoord: Deze vraag gaat over politieke keuzes. De vraag wordt tijdens de commissievergadering beantwoord.

Vraag: Op pagina 21 staat bij het 3e punt dat de mogelijkheden voor een gemeente om medewerkers uit de categorie Perspectiefrijk die niet met een loonkostensubsidie (LKS) aan de slag kunnen bij de publieke organisatie te plaatsen erg beperkt zijn. Maar uit onderzoek blijkt toch dat gemeenten die meer dan gemiddeld inzetten op LKS een grotere besparing hebben op hun gebundelde uitkering (BUIG) dan gemeenten die uiterst terughoudend zijn met het inzetten van LKS? Hoe komt het college dan tot deze conclusie? Antwoord: Het onderzoek waar u op doelt is ons niet bekend en onze informatie bevestigt eerder het tegenovergestelde. Zeker is dat de lokale arbeidsmarkt van groot belang is, dat er arbeidsplaatsen zijn

waar mensen kunnen instromen. Vraag: Op pagina 21 onderaan staat dat: “De kosten voor leidinggevend personeel en stafpersoneel en de overige bedrijfskosten van de publieke organisatie kunnen vrijwel zeker niet in een gelijk tempo worden teruggebracht als de afname van de omzet.” Dit zal leiden tot frictiekosten. Een private organisatie kan wel in een gelijk tempo afbouwen. Waarom kiest het college dan voor het publieke organisatiemodel en niet voor een private organisatie? Antwoord: Zie hiervoor de definitie in het Keuzedocument, noot pagina 6: De organisatie die voor de gemeenten een in wet- en regelgeving vastgelegde publieke taak (of publieke taken) uitvoert en die (gedeeltelijk) bekostigd wordt met publiek geld. Met de afbouw wordt gedoeld op de NV Empatec, dit is in de zin van het Keuzedocument een publieke organisatie, juridisch gezien is het een private organisatie. Vraag: Op pagina 21 onderaan wordt het subsidietekort genoemd. Maar het subsidietekort vlakt volgens Berenschot juist af vanaf 2021. Wordt hier misschien het exploitatietekort bedoeld? Antwoord:

Vraag: Bij de opsomming op pagina 25 wordt een analyse gemist van de benodigde extra omvang van het ambtelijk apparaat (in fte’s en per gemeente) voor alle taken die vanaf Empatec worden overgeheveld naar de eigen organisatie. Op blz 26 wordt dit gevolg in de 3e alinea benoemd als nog nader uit te werken. Kunnen de personele gevolgen voor de gemeente, vanweg de te verwachten omvang, nog bij de behandeling van dit voorstel in beeld gebracht worden? Antwoord: Deze vraag is bij deel 1 al beantwoord. Vraag: Bij de opsomming op pagina 25 wordt bij de 1e bullet de onderbouwing van deze analyse gemist. (krimp SW-bedrijf versus inzet extra middelen) Kan deze nog nader worden toegelicht? Antwoord: Zie antwoord boven gegeven. Vraag: Op blz 26/27 wordt gesteld dat een offerte-uitvraag voor uitsluitend SW-bedrijven voor zover bekend, nauwelijks voorkomt. Deze informatie lijkt niet te kloppen, het komt wel regelmatig voor, zeer recent nog bij bijvoorbeeld Oldenzaal, Losser, Edam-Volendam. Is het college gebaat bij meer voorbeelden, om hierover een nadere afweging te kunnen maken? Antwoord: De voorbeelden die u noemt gaat om het aanbesteden van het geheel van de SW, niet voor een individuele opdracht. In uw voorbeeld wordt dus de opdracht die nu bij de GR en Empatec ligt, uitbesteed, niet een enkele opdracht als groenvoorziening of brugbediening.

Vraag: Bij “personele gevolgen” op blz 27 worden alleen de gevolgen voor Empatec-medewerkers beschreven.

Kan dit overzicht nog worden aangevuld met de verwachte personele gevolgen voor de eigen gemeentelijke organisaties? Antwoord: Deze vraag is al beantwoord in deel 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9904893/3