9. TV CIE CU I antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener: Fractie:
Matthijs de Vries ChristenUnie
Commissievergadering BM Datum:
17 maart 2021
Agendapunt:
5
Onderwerp:
Keuzedokumint útfiering Partisipaasjewet yn Fryslân-West
Vraag 1: Op pagina 12 staat als uitgangspunt geformuleerd: “De wettelijke taken die we lokaal kunnen uitvoeren doen we lokaal. Waar de dienstverlening uit het oogpunt van doeltreffendheid en doelmatigheid gebaat is bij samenwerking, voeren we die uit in samenwerking in Fryslân-West en/of binnen de arbeidsmarktregio.” Lokaal prevaleert dus boven samen. In juni 2019 is de Position Paper als bijlage bij de begroting van de GR door de Raad vastgesteld. Een nadere analyse van bovengenoemd uitgangspunt is in de Position Paper, noch in het Keuzedocument, terug te vinden. De keuzes uit 2019 lijken als vaststaand gegeven te zijn overgenomen. Is er nog een aanvullende analyse beschikbaar die antwoord geeft op bovengenoemd uitgangspunt? Antwoord: Dit uitgangspunt past bij onze visie “Veerkracht in het sociaal domein”. Met het vaststellen van de position paper is richting gegeven; in de brede verkenning is in 2019 verder ingezoomd op de 3 hoofdmodellen en de taakverdeling tussen lokaal en samen. Dit heeft geleid tot de variant werkleerbedrijf zoals uitgewerkt in het keuzedocument. Vraag 2: Op pagina 13 worden als uitgangspunt de 3 categorieën uit de WsW en Participatiewet verdeeld over de gemeenten en de publieke organisatie.
Waar is de onderbouwing voor deze taakverdeling, uitgaand van het eerdere principe dat lokaal altijd prevaleert als dat mogelijk is? Antwoord: Deze vraag betreft politieke keuzes. De vraag wordt tijdens de commissievergadering beantwoord. Vraag 3: Op pagina 15 wordt keuze 1 (lokaal of regionaal) uitgewerkt, waarbij vooral nog veel open wordt gelaten (“is mogelijk, zou kunnen, een zekere omvang, het is noodzakelijk….”) Hoe kan deze nogal vage tekst gewogen worden vanuit het eerder genoemde criterium van doeltrefendheid en doelmatigheid? Antwoord: Lokaal maatwerk blijft mogelijk. Nadere uitwerking volgt in de businesscase. Vraag 4: Op blz 17 wordt gesteld dat de bedrijfseconomische risico’s bij een werkleerbedrijf lager zijn dan bij de andere modellen. Op andere plekken in de visie wordt gesteld dat financieringstekorten zeker zijn.
Betekent dit de andere modellen die meer risico’s met zich meebrengen daardoor tevens meer mogelijkheden bieden om de tekorten te compenseren?
Antwoord: Deze vraag is beantwoord. Neen, de risico’s zijn daar eerder groter dan kleiner. De financieringstekorten komen voort uit het afsluiten van de instroom in het SW bedrijf. Vraag 5: Op blz 17 staat: “Eerder hebben de gemeenten binnen de GR Fryslân-West aangegeven deze koers niet wenselijk te vinden.” Wanneer en door wie (op welk bestuursniveau) is dit aangegeven? Graag onderbouwen door het betreffende besluit bij te voegen. Antwoord: Dit is op basis van het rapport van Iroko, dat gepresenteerd is aan de raden. Vraag 6: Er is een groep gemeenten die gebruik maakt van artikel 2, lid 2 van de WSW en artikel 7, lid 4 van de Participatiewet om de wettelijke taken zonder openbare aanbesteding rechtstreeks aan een privaatrechtelijke partij op te dragen. De 80/20 regel geeft daarnaast de mogelijkheid om 20% bovenwettelijke taken aande opdracht toe te voegen zonder aanbestedingsplicht. Dit staat zo in een advies van AKD geschreven in 2019 door prof Mr. P.H.L.M. Kuypers en Mr. M.J. Vidal. Waarom is dit model niet opgenomen in het keuzedocument? Kan dit alsnog gebeuren? Antwoord: Bij het opstellen van het keuzedocument is uitgegaan van de wens in de verschillende raden om in de huidige constructie verder te werken. Artikel 2, lid 2 van de Wsw geeft toestemming om de uitvoering te beleggen bij een openbaar lichaam.
In het geval van Sudwest is dat overgedragen aan de GR.Ditzelfde staat in artikel 4, participatiewet (mandateren aan bestuursorganen.) De NV is een private partij; daarvoor gelden de aanbestedingsregels zoals tijdens de informerende bijeenkomst toegelicht. Vraag 7: Op de informatieavond is aangegeven dat gebruik van artikel 2, lid 2 van de WSW en artikel 7, lid 4 van de Participatiewet geen optie is, omdat we voornemens zijn om meer dan 20% aan bovenwettelijke taken toe te voegen, terwijl in het keuzedocument alleen maar gesproken wordt over de wettelijke taken. Welke extra taken verwacht het college aan de GR toe te voegen en waarom? Antwoord: Bij de informatieavond is aangegeven dat de NV vlak aan de grens van 20% inkomsten uit marktpartijen zit, en daarmee het risico groter wordt dat de wet Markt en Overheid wordt overtreden. Er is geen sprake van bovenwettelijke taken; voor de opdrachten die buiten de WSW vallen ( en daarvan zal het volume toenemen); gelden de wettelijke aanbestedingsregels. Rechtstreeks opdrachtverlening aan de NV Empatec is mogelijk bij quasi-inbesteden. Daarvoor moet worden voldaan aan het toezichtscriterium en het merendeelcriterium (80/20) zoals tijdens de informatieve bijeenkomst toegelicht. Vraag 8: Welke adviseur is de auteur van de Position Paper en het Keuzedocument? Antwoord: Deze stukken zijn ambtelijk voorbereid door meerdere medewerkers.
Uw raad ontvangt de stukken van het college. Vraag 9: De in 2019 vastgestelde Position Paper is leidend geweest voor het opstellen van het Keuzedocument. Maar in 2020 kwamen grote tekorten aan het licht, gevolgd door een vertrouwenscrisis, waarbij een bestuurder en een directeur die grote invloed hadden gehad op de Position paper het veld moesten ruimen. En inmiddels is de GR onder financieel toezicht van de Provincie geplaatst. Hoe kan de raad te weten komen of de Position paper nog valide is, danwel achterhaald, danwel mogelijk vanuit een tunnelvisie opgesteld?
Deze vraag heeft betrekking op politieke keuzes. De vraag wordt beantwoord tijdens de commissievergadering.
Vraag 10: De rekenkamer heeft voor gemeente De Waadhoeke en commentaar geleverd op de visie en vooral stevige vragen gesteld over de governance. Levert dit nog nieuwe inzichten op die verwerkt zouden moeten worden in het stuk? Deze vraag heeft betrekking op politieke keuzes. De vraag wordt beantwoord tijdens de commissievergadering.
Vraag 11: Op blz 11 wordt een stevige financiele onzekerheid ingebouwd vanwege keuzes die de gemeenten zelf nog mogen maken (“minder aandacht voor….”). Is het logisch om zo’n voorbehoud te maken binnen een keuzedocument met een gezamenlijke visie van alle gemeenten op ons werkleerbedrijf? Door dit voorbehoud lijkt het commitment van de gemeenten zich te beperken tot de wettelijk verplichte onderdelen. Is dat ook de intentie? Het is toch de bedoeling dat er nu juist keuzes worden gemaakt? Ontkrachten we met deze disclaimer niet de visie dat we onze inwoners zoveel mogelijk willen faciliteren en ondersteunen, zoals in de 1e alinea van H4 staat? Deze vraag heeft betrekking op politieke keuzes. De vraag wordt beantwoord tijdens de commissievergadering.
Vraag 12: Op blz 26 wordt in de derde alinea aangegeven dat de keuze voor de werkleerbedrijf absuluut gevolgen gaat hebben voor de gemeentelijke formatie. Er komen meer en nieuwe taken die allemaal nog in beeld gebracht moeten worden en in de uitwerking moeten worden meegenomen. Zijn de extra formatie- en uitvoeringskosten die voor de gemeente worden verwacht marginaal of substantieel? Kunt u ze kwantificeren in een ordegrootte? Antwoord: Deze vraag is beantwoord tijdens de informatie-avond. Taken tussen werkleerbedrijf en gebiedsteams worden in beeld gebracht en verdeeld. Ook bij de andere deelnemende gemeenten wordt dit in beeld gebracht. Lokaal zijn er op dit moment verschillen tussen de gemeenten. Voor onze gebiedsteams verwachten we geen grote verschuivingen; de gebiedsteams doen de brede vraagverheldering en houden regie. Dat blijft zo. Voor re-integratie werken we nu ook samen met andere partijen, waaronder Empatec maar ook andere aanbieders. Die taken hebben we nu aanbesteed. Op basis van het keuzedocument willen we die opdrachten zo veel mogelijk beleggen bij Empatec.