9. TV CIE CDA l antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (Over lopende agendapunten)
Naam indiener: Fractie:
Samantha Joustra CDA
Commissievergadering BM Datum:
17 maart 2021
Agendapunt:
5
Onderwerp:
Keuzedocument “Voor iedereen een zinvol leven” - visie op de Participatie(wet) in Fryslân-West
Vraag 1: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt gesproken bij punt 7 over “onderschrijven dat de GR, na overleg met de NV, een bedrijfsplan/businesscase maakt op basis van de in hoofdstuk 9 van bijgaande notitie aangegeven kaders en de hiervoor onder 1 t/m 5 genoemde punten”. Wat is de rol van de raad hierin? Wordt het bedrijfsplan/businesscase voorgelegd aan de raad? Antwoord: Met dit keuzedocument geeft de raad voldoende kaders voor de businesscase. Het opstellen van de businesscase is een co-creatie van gemeenten en NV Empatec, in opdracht van de GR en met externe begeleiding. Uiteraard zullen colleges raden tussentijds informeren. In het keuzedocument wordt aangegeven dat eens per 3 maanden een update wordt gegeven.
Vraag 2: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt gesproken bij het punt Communicatie “In het plan van aanpak voor het vervolgproces wordt een communicatieparagraaf opgenomen”. Is dit hetzelfde als het bedrijfsplan? Zo niet, wat zal dit plan van aanpak behelsen? Wie is hier verantwoordelijk voor en zullen hierin ook deadlines worden opgenomen? Antwoord: Nee dit is niet hetzelfde. Met het plan van aanpak wordt bedoeld een overzicht van de stappen die gezet moeten worden in de besluitvorming. Dit stuk wordt ambtelijk voorbereid en bekrachtigd door de (bestuurlijke) stuurgroep. Bedoeld wordt dus een procesplan.
Vraag 3: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt gesproken bij aanvullende opmerkingen bij punt 4 “Omdat niet alle categorieën via het Werkleerbedrijf begeleid worden, zullen gemeenten voor die groepen inwoners eigen beleid maken en uitvoeren”. Wat zijn hier de financiële gevolgen van? Antwoord: Gemeenten hebben zorgplicht voor alle inwoners. Doelgroepen die niet via het Werkleerbedrijf begeleid worden, worden begeleid door de gebiedsteams. Dat is nu ook het geval. Er wordt gewerkt binnen de financiële kaders die uw raad stelt. Vraag 4: In het bijbehorende raadvoorstel wordt wat betreft alternatieven alleen “geen samenwerking bij uitvoering van de Participatiewet” genoemd. Hoe verhoudt zicht tot de alternatieven die enkel summier worden benoemd in het Keuzedocument?
Antwoord: In het keuzedocument wordt voorgesteld de huidige samenwerking te bestendigen en om te vormen naar vorm van samenwerking die past bij voorzienbare ontwikkelingen; waarbij het SW bedrijf wordt omgevormd tot een sociaal ontwikkelbedrijf dat past bij de maatschappelijke ontwikkelingen en de behoeften van onze inwoners. De alternatieve modellen: sociale onderneming en fusieorganisatie zijn uitgebreid toegelicht in de brede verkenning die in juli 2019 is voorgelegd aan uw raad. Helemaal niet meer samenwerken zou betekenen dat ook de taken die nu belegd zijn bij Empatec, niet meer voor de gemeente worden gedaan. Als de GR daartoe besluit is dit in beginsel mogelijk, zonder besluit van de GR zou dit alleen kunnen als de gemeente SWF een eigen weg inslaat.
Vraag 5: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt voor risico’s verwezen naar het keuzedocument. In het keuzedocument wordt echter enkel verwezen naar de factoren die een risico kunnen opleveren en niet de daadwerkelijke risico’s die de keuze tot een werkleerbedrijf met zich meebrengt en wordt aangegeven dat een risico-analyse pas wordt gedaan bij de businesscase. Is er duidelijk welke concrete risico’s deze keuze met zich meebrengt en kan hier duidelijkheid in verschaft worden? Antwoord: In de Brede Verkenning zijn de 3 basismodellen: sociale ondernemeing, werkleerbedrijf en fusieorganisatie tegen elkaar afgewogen. Het werkleerbedrijf levert de minste risico’s op. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de Brede Verkenning Vraag 6: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt bij het kopje risico’s aangegeven dat er geen zicht is op eventuele wetswijzigingen. Is daarbij ook rekening gehouden met de initiatiefnota van het CDA en de SP “Aan de slag in het Sociaal Ontwikkelbedrijf” en wat is de verwachte impact van deze nota op de voorgelegde keuze? Antwoord: In de presentatie wordt hier op ingegaan. Deze initiatiefnota van CDA en SP sluit inhoudelijk heel goed aan bij de voorgestelde keuzes in het keuzedocument.
Ook in de initiatiefnota wordt uitgegaan van een doorontwikkeling van het SW bedrijf tot ontwikkelbedrijf gericht op toeleiding naar werk bij reguliere werkgevers voor wie dat kan. Qua impact verwachten we een goede ansluiting.
Vraag 7: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt voor de financiële gevolgen verwezen naar het keuzedocument en in het keuzedocument wordt gesproken over een transitiebudget. Wordt een eventueel transitiebudget aan de raad voorgelegd, hoe vindt de evenredigheid ten aanzien van de GR hierop plaats en valt de inhuur van experts, over bijvoorbeeld aanbestedingsrecht, ook binnen dit transitiebudget? Antwoord: Een transitiebudget zal nodig zijn om de eenmalige kosten voor de doorontwikkeling te dekken. Dit budget is nodig om de implementatie van het werkleerbedrijf mogelijk te maken. Kosten van externe adviseurs kunnen daarin worden begrepen. Voorzover inzet en hoogte van dit budget buiten door uw raad gestelde kaders vallen, zal dit apart aan uw raad worden voorgelegd. Gebruikelijk is de kosten onder de deelnemende gemeenten te verdelen naar rato van het aantal SWers.
Vraag 8: In het bijbehorende raadsvoorstel wordt ten aanzien van het vervolgproces aangegeven dat er een projectorganisatie wordt gevormd. Hoe gaat deze projectorganisatie er uit zien en wordt deze organisatie gefinancierd door het transitiebudget? Antwoord: Over de inrichting van de projectorganisatie wordt goed overlegd tussen de NV en gemeenten. Daarin worden vaste medewerkers betrokken, aangevuld met kennis en expertise van externen. Deze kosten vallen buiten het transitiebudget
Vraag 9: Wat zijn de exacte financiële gevolgen van de keuze voor het Werkleerbedrijf of zijn deze pas bekend na het uitwerken van de business case? Antwoord: Dat wordt duidelijk na het uitwerken van de businesscase Vraag 10: Wat is de reden dat de financiële gevolgen van de andere opties, waaronder de sociale onderneming, niet mee genomen zijn in de besluitvorming en/of het keuzedocument? Antwoord: In juli 2019 is aan uw raad voorgelegd dat geopteerd werd voor een werkleerbedrijf als meest passend model en het bestuur van de GR deze optie verder wilde uitwerken/onderzoeken. Vraag 11: Op pagina 9 van het keuzedocument wordt gesproken over regie en coördinatie, wat is het verschil hier tussen? Antwoord: Dit wordt uitgelegd in de presentatie. Vraag 12: Op pagina 14 van het keuzedocument wordt aangegeven dat de intake de verantwoordelijkheid is van de gemeente, maar er wordt ook gesproken over samenwerking met de consulenten van de publieke organisatie. Wat is precies de rol van die consulenten en vallen die consulenten op dat moment onder de verantwoordelijkheid van de gemeente? Antwoord: Dit is uitgelegd in de presentatie. Vraag 13: Op pagina 27 van het keuzedocument wordt aangegeven dat er ten aanzien van lokale successen moet worden onderzocht hoe dergelijke projecten een rol kunnen spelen.
In hoeverre wordt dit meegenomen in de business case en/of door de projectorganisatie? Antwoord: Dit wordt meegenomen in de businesscase. Vraag 14: Op pagina 28 van het keuzedocument wordt gesproken over de aanbevelingen in het rapport van KokxDeVoogd en dat deze mee worden genomen in het vervolg op het keuzedocument en dat dit wordt uitgewerkt door de projectorganisatie en daarnaast wordt aangegeven dat dit mee zal worden genomen in aparte besluitvorming. In hoeverre zal dit onderdeel zijn van de business case en wat wordt wanneer en hoe aan de raad voorgelegd? Antwoord: Dit wordt uitgelegd in de presentatie. Een actieve info met planning van stukken is inmiddels aangeboden aan de griffie.
Vraag 15: er wordt in het keuzedocument meermaals verwezen naar “conform de position paper” of “in de position paper is vastgesteld”, terwijl dit document door enkele raden binnen de GR enkel ter kennis is aangenomen. Hoe kan er dan sprake zijn van vaststelling? Antwoord: Dit is een politieke vraag die elk college voor zich kan beantwoorden. Vraag 16: Waarom wordt in het keuzedocument de raad niet geadviseerd over keuzen en waarom worden geen keuzen ter besluitvorming voorgelegd? Bijvoorbeeld alternatieven over de verdeling van taken tussen de gemeente en het werkleerbedrijf. Antwoord: De taakverdeling is een uitwerking van de keuzes gemaakt in de position paper.
Vraag 17: Wat is het gevolg als één of meerdere raden dit keuzedocument niet vaststellen en hoe kan hier mee worden omgegaan? Antwoord: De vraag heeft betrekking op politieke keuzes. De vraag zal tijdens de commissievergadering worden beantwoord.