9. TV CIE CDA - bijlage Bedrijventerrein Zuidwest Friesland
Tekst van het document
Ons nummer: r11.000094
*r11.000094* Raadsvoorstel gemeente Súdwest Fryslân O.0000001E
Commissienr. 10
Raadsvergadering van Agendapunt Portefeuillehouder Commissie Commissievergadering van
Afdeling Behandelend ambtenaar Telefoonnummer Onderwerp:
31 maart 2011 7 Leo Pieter Stoel Doarp, Stêd en Omkriten 15 maart 2011 Bespreekstuk Hamerstuk Ontwikkeling M. Huisman 0515-489680 Bedrijventerreinplan Zuidwest-Fryslân
Voorstel: De raad stelt het bedrijventerreinplan Zuidwest-Fryslân vast Inleiding:
Sinds 2008 zet het kabinet in de strijd tegen de verrommeling van het landschap in op een nieuwe aanpak van bedrijventerreinen, conform het advies van de commissie Noordanus. De nieuwe aanpak bestaat, kort samengevat uit: eerst bestaande bedrijventerreinen optimaal benutten (kwaliteit/ herstructurering) en alleen indien hoogst noodzakelijk en op basis van aangetoonde behoefte nieuwe bedrijventerreinen ontwikkelen. convenant Op basis van het advies van de commissie Noordanus heeft het Rijk afspraken gemaakt met provincie en gemeenten over de wijze waarop het bedrijventerreinbeleid in Nederland vorm wordt gegeven. Deze afspraken zijn vastgelegd in het convenant “bedrijventerreinen 2010 – 2020”. Het convenant is ondertekend door de ministers VROM, EZ, het IPO en de VNG. Via de ledenraadpleging door de VNG zijn de “Súdwest-Fryslân gemeenten” in september 2009 akkoord gegaan met dit convenant. Gezien de inzet van het rijk op optimale benutting en modernisering van bestaande bedrijventerreinen is ook de inzet van financiële middelen hierop gericht. In totaal ligt er een rijksopgave van 6500 hectare waarvoor via diverse subsidieregelingen in totaal 403 miljoen beschikbaar is voor herstructurering. In het convenant wordt de uitvoering van de liggende opgave gelegd bij provincies en gemeenten.
De provincies zijn gehouden samen met gemeenten op regiobasis afspraken te maken over herstructurering en uitbreiding van bedrijventerreinen gedurende de convenantsperiode. In de nieuwe Friese provinciale verordening Romte (waaraan bestemmingsplannen worden getoetst) wordt gerefereerd aan afspraken in een regionaal bedrijventerreinenplan. Nieuwe ruimtelijke plannen moeten dus aan deze afspraken voldoen. Op basis van het convenant heeft de provincie in het afgelopen jaar uitvoerig overleg gevoerd met gemeenten/regio’s om te komen tot regionale bedrijventerreinplannen. Voor de regio Zuidwest Fryslân, waar onze gemeente deel vanuit maakt is het voorliggende bedrijventerreinplan opgesteld
2
Doel:
Vaststellen van een regionaal bedrijventerreinenbeleid op basis van de daarover gemaakte afspraken tussen Rijk, provincie en gemeenten in het convenant bedrijventerreinen. Argumenten:
Afspraken provincie Fryslân - regio Zuidwest Fryslân. De provincie Fryslân is op basis van het convenant bedrijventerreinen gesprekken gestart met de Friese gemeenten. Hierbij is in lijn van het convenant gekozen voor een regio-opzet. Voor de regionale benadering is gekozen omdat de bedrijventerreinmarkt een typisch regionale markt is, 90% van de bedrijfsverplaatsingen vindt plaats binnen de regio. Het maken van afspraken op gemeentelijk niveau zou daarom weinig effectief zijn. Door op regionaal niveau afspraken te maken kunnen aanbod en vraag beter op elkaar worden afgestemd en kunnen bedrijven beter worden bediend. De gemeente Súdwest Fryslân maakt onderdeel uit van de regio Zuidwest Fryslân. Naast onze gemeente maken ook de gemeenten Gaasterlân-Sleat, Skarsterlân en Lemsterland hier deel vanuit. De provincie heeft gezamenlijk met de genoemde gemeenten een inventarisatie gemaakt van de herstructureringsopgave, de uitbreidingsbehoefte voor de komende 10 jaar en de plannen die in de “pijplijn” zitten. Hierbij is voor de inventarisatie onder andere aangesloten bij de cijfers van de monitor “Romte foar Wurk”’die in 2010 in onze opdracht door de STEC groep is opgesteld. In deze monitor is een uitgebreid beeld geschetst van de werklocaties in Súdwest Fryslân, zowel qua hectares als qua arbeidplaatsen.
Naast de bestaande voorraad zijn ook de plannen die “in de pijplijn” zitten in beeld gebracht. Bij het bepalen van de gewenste uitbreidingsbehoefte voor de komende 10 jaar is overigens van een nieuwe methodiek uitgegaan. Vroeger werden historische uitgiftecijfers naar de toekomst toe geëxtrapoleerd en daarmee was de behoefte aan nieuw terrein onderbouwd. In de nieuwe methodiek wordt een afweging van het bestaande aanbod op bestaande terreinen - inclusief leegstand, mogelijke ruimtewinst en herstructureringsopgaaf - tegen de vraag afgezet. (SER ladder). De vraag wordt bepaald door een afgesproken economisch model, het Transatlantic Market (TM) scenario. Bedrijventerreinplan Zuidwest-Fryslân De kwantitatieve en kwalitatieve analyse van bedrijventerreinen in Zuidwest-Fryslân afgezet tegen de verwachte behoefte hebben geresulteerd in het bedrijventerreinplan ZuidwestFryslân. We volstaan hier met een samenvatting van de belangrijkste afspraken en verwijzen u voor het overige naar het bijgevoegde bedrijventerreinenplan. • Kwalitatief (herstructureringsbehoefte) In de afspraken die in het convenant zijn neergelegd ligt de nadruk op het verbeteren en toekomstbestendig maken van bestaande terreinen. Hiervoor zijn zoals gezegd ook veel Rijksmiddelen vrij gemaakt.
De provincie is in het convenant aangewezen om (in samenwerking met gemeenten) een provinciaal herstructureringsprogramma op te stellen met prioritering. Inmiddels heeft de provincie een dergelijk plan opgesteld. Wanneer gekeken wordt naar de kwaliteit van de bedrijventerreinen in onze gemeente dan blijkt dat het over het algemeen met de veroudering van de bedrijfsterreinen meevalt. In het provinciaal herstructureringsplan is een overzicht gemaakt van de veroudering van
3
terreinen in de regio en van de mate van veroudering. Over het algemeen gaat het (voor onze gemeente) om beperkte oppervlaktes waarbij meestal sprake is van slechts een geringe veroudering. Een tweetal terreinen vormen hierop een uitzondering. Het bedrijventerrein Draeisleat in Heeg en Hearekeunst in Workum zijn vrijwel geheel ernstig verouderd en hebben in het Provinciaal herstructureringsplan de prioriteit hoog gekregen. Bij het beschikbaarstellen van provinciale middelen en het bepalen van tijdsschema’s voor herstructurering verdienen deze terreinen dus voorrang boven andere. In 2011 zullen hierover nadere afspraken met de provincie moeten worden gemaakt. • Kwantitatief (uitbreidingsbehoefte) Naast de kwalitatieve raming is in het bedrijventerreinplan een behoefteraming voor uitbreiding opgenomen voor de komende 10 jaar. Bij deze behoefteraming is uitgegaan van het zogenaamde Transatlantic market scenario (een middenscenario voor economische groei). Bij het bepalen van de raming is verder de SER ladder van belang. Deze gaat uit van het optimaal benutten van bestaande ruimte al dan niet door meervoudig ruimtegebruik voordat aan uitbreiding wordt gedaan. Voor de regio ZWF wordt tot en met 2020 een indicatieve vraag van 175 ha gehanteerd. Er is een bestaande voorraad van 86 ha waardoor een uitbreidingsbehoefte resteert van 99 ha.
Hierop is vervolgens nog de SER ladder toegepast. Er is gekeken hoeveel hectare leegstand op bestaande terreinen kan worden “herwonnen”. Uiteindelijk bedraagt de “netto” planningsopgave na deze slag 92 ha. Wanneer alle plannen in ZWF voor bedrijventerreinen tot 2020 naast elkaar worden gelegd (zachte en harde plannen) overschrijdt de plancapaciteit de behoefte met ongeveer 3 ha. Deze cijfers lopen dus vrij goed met elkaar in de pas. Ook voor onze gemeente afzonderlijk geldt dat de bestaande plannen goed in de pas lopen met de behoefteraming. In het bedrijventerreinplan zijn de lopende harde en zachte plannen voor bedrijventerreinen qua locatie benoemd. Dit betekent echter niet dat er hierdoor geen enkele schuifruimte meer is. De afspraak houdt in dat eventuele (locatie-) wijzigingen t.o.v. het bedrijventerreinplan regionaal en met de provincie worden afgestemd. Hierbij geldt dat de wijzigingen in principe binnen de totaalafspraken van het bedrijventerreinplan moeten plaatsvinden. • Segmentatie (soorten bedrijventerreinen) Naast het afstemmen van de kwaliteit en kwantiteit van bedrijventerreinen in de regio wordt in het bedrijventerreinplan ook nadrukkelijk aandacht geschonken aan het soort bedrijventerrein. Bedrijventerreinen worden onderverdeeld naar verschillende kwaliteitsniveaus. (functioneel, modern, hoogwaardig).
Er wordt vanuit gegaan dat ieder bedrijventerreinen aan een zekere basiskwaliteit dient te voldoen (bijvoorbeeld goede bereikbaarheid en voldoende milieuruimte). Bovenop het basisniveau kan een bedrijventerrein meer kwaliteit en faciliteiten bieden. (bijvoorbeeld hoogwaardige beeldkwaliteit of glasvezelinternet). Een goede balans tussen terreinen van verschillende kwaliteit is van groot belang. Bedrijven hebben namelijk niet allemaal dezelfde wensen en mogelijkheden. Door een goede regionale balans tussen de soorten bedrijventerreinen kunnen bedrijven van uiteenlopende aard op een goede manier worden bediend. Naast de verschillende kwaliteiten is ook nog onderscheid gemaakt tussen “natte” en droge bedrijventerreinen. In het bedrijventerreinplan is aangegeven dat de huidige regionale voorraad qua segmentering goed in balans is. Bij nieuw uit te geven terrein zal de (regionale) segmentering en de balans daarin een blijvend
4
punt van aandacht moeten zijn. Uitgifteprotocol In het bedrijventerreinplan is het voornemen opgenomen om in 2011 een regionaal uitgifteprotocol voor bedrijventerrein uit te gaan werken. Het gaat dan om onderwerpen als: bedrijfswoningen (in het algemeen niet wenselijk) kantoorruimte (alleen ten dienste van bedrijvigheid) grenzen strategische reserves (voorwaarden bij reservering) Grondprijzen en fondsvorming: Het hanteren van relatief lage grondprijzen heeft in het verleden relatief lage investeringen ontlokt waardoor bedrijventerreinen veel sneller verouderen dan noodzakelijk. Door de in verhouding lage waarde van grond en opstallen in het voor ondernemers weinig aantrekkelijk om te herinvesteren in de bestaande locatie. Liever verhuizen ondernemers naar een nieuwe locatie. Gelet op de doelstelling van verantwoord ruimtegebruik (SER ladder) ligt het in de rede om kritisch te kijken naar hogere grondprijzen. Hogere grondprijzen kunnen leiden tot: - een betere exploitatie van bedrijventerreinen - beschikbaarheid geld voor beheer - geld beschikbaar voor herstructurering Verder kunnen in de uitgifteprijs duidelijke verschillen worden gehanteerd tussen terreinen van verschillende kwaliteit (zie segmentatie). Hierdoor komen duidelijke prijskwaliteitsverschillen tot stand.
Tevens wordt nog gedacht aan het instellen van een provinciaal herstructureringsfonds van waaruit herstructureringen kunnen worden bekostigd. Het bedrijventerreinplan is in zekere zin een dynamisch document. Markten en omstandigheden zijn immers niet statisch. Er wordt daarom na het vaststellen van het plan structureel ambtelijk en waar nodig bestuurlijk overleg gevoerd om de vinger aan de pols te houden. Samengevat Samengevat menen wij dat het regionaal bedrijventerreinplan een goed instrument en kader is om te komen tot een kwantitatief en kwalitatief goed gebalanceerde uitgifte van bedrijventerrein in de komende 10 jaar. De inzet op zorgvuldig (her) gebruik van bestaande terreinen sluit goed aan bij de ambities uit de strategische agenda voor Súdwest Fryslân ten aanzien van het behoud van het open en weids landschap in combinatie met het versterken van de economie. Wij stellen uw raad dan ook voor het bedrijventerreinplan Zuidwest Fryslân vast te stellen. Alternatieven: Risico’s: Wettelijke basis: Financiële aspecten/gevolgen: 5
De nadere financiële gevolgen zitten met name in de uitwerking van herstructurering. In het bedrijventerreinplan is geen planning met financiering opgenomen voor herstructurering. In die zin legt de raad zich nu dus ook geen (financiële) verplichtingen op. Een en ander zal na het vaststellen van het bedrijventerreinplan verder moeten worden uitgewerkt. Het voortouw ligt hiervoor bij de gemeente. In nauw overleg met provincie zal moeten worden bepaald hoe prioriteiten en planning, in relatie tot financiële mogelijkheden van de gemeente worden gelegd. De rijksbijdragen zullen in de vorm van cofinanciering aan gemeenten worden verstrekt. Voor herstructurering zullen gemeenten zelf dus ook financieel moeten bijdragen.
Vervolgproces:
Nadat de raden van de regiogemeenten het plan hebben vastgesteld zal het plan ter vaststelling naar Gedeputeerde Staten van Fryslân worden gestuurd. Na vaststelling door GS zal het plan en de stand van zaken regelmatig ambtelijk en bestuurlijk worden geëvalueerd. Nadere onderdelen, zoals in het voorstel genoemd zullen worden uitgewerkt. Communicatie: Communicatie naar buiten over de vaststelling zal gezamenlijk met de andere regiogemeenten gaan plaatsvinden.
Bijlage(n): Meegezonden: Ter inzage: - Bedrijventerreinplan Zuidwest Fryslân
Burgemeester en wethouders van Súdwest Fryslân. Drs. H.H. Apotheker
Drs. J. Krul
6
, burgemeester.
, gemeentesecretaris.
Agendapunt Onderwerp
7 Bedrijventerreinplan
De raad van de gemeente Súdwest Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 februari 2011; gelet op artikel ; overwegende dat ; Het wenselijk is in regioverband afspraken te maken met de provincie Fryslan over de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkeling van bedrijventerreinen in de periode tot en met 2020.
b e s l u i t:
1. Het bedrijventerreinplan Zuidwest Fryslan vast te stellen
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 31 maart 2011 Drs. H.H. Apotheker
, voorzitter.
Drs. K. Schraagen
, griffier.
3