CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

9 en 10. TV CIE NS l antwoorden deel 2

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Bestimmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân I’2.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener: Fractie:

Jacoline Engelmoer-Leeuwen Nieuw Sociaal

Commissievergadering DSO Datum:

18 september 2023

Agendapunt:

3 en 4

Onderwerp:

Bestimmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân I en II’

Onderstaande vragen worden gesteld n.a.v. de inspreekavond op 11 september 2023. 1. Van Bentum: Kan de bevestiging worden uitgesproken richting de indiener dat stacaravans jaarrond mogen worden gebruikt zoals voorheen ook het geval. Wat is de reden waarom deze uitspraak niet gedaan kan worden? Antwoord: In de reactienota op de zienswijze staat het volgende (onder meer) opgenomen: “De periode is niet van toepassing bij de aanduiding voor stacaravans en in die zin is een aanpassing niet nodig.” Stacaravans mogen er jaarrond staan. Voor een kleinschalig kampeerterrein is dat anders want binnen deze functieaanduiding is een specifieke periode van het jaar opgenomen dat ze er mogen staan. Deze specifieke periode is niet aangegeven bij de functieaanduiding stacaravans. En omdat er geen specifieke periode bij de functieaanduiding stacaravans is opgenomen, is de periode niet beperkt en kan dit dus jaarrond. De inspreker geeft aan dat er verwarring kan ontstaan omdat beide aanduidingen op het perceel liggen. Wij begrijpen dat het verwarrend kan zijn door de twee aanduidingen, maar zien geen directe noodzaak om de regel te wijzigen om de juridische zekerheid te verkrijgen.

Indien ervoor gekozen wordt om de regel te verduidelijken en de inspreker hierin te volgen kan dat worden bewerkstelligd door een kleine wijziging in de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân II”. Artikel 27.1 onder h is nu: h. bestaande verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van een kleinschalig kampeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kleinschalig kampeerterrein', waarbij: 1. het aantal staanplaatsen voor mobiele kampeermiddelen is beperkt tot het aantal dat is vastgelegd in bijlage 4 'Lijst met aantal kampeermiddelen'; en 2. in de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar geen kampeermiddelen aanwezig mogen zijn; En artikel 27.1 onder h moet dan worden (toevoeging woordje mobiele): h. bestaande verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van een kleinschalig kampeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kleinschalig

kampeerterrein', waarbij: 1 het aantal staanplaatsen voor mobiele kampeermiddelen is beperkt tot het aantal dat is vastgelegd in bijlage 4 'Lijst met aantal kampeermiddelen'; en 2 in de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar geen mobiele kampeermiddelen aanwezig mogen zijn; 2.

Adriaanse/woonark: Heeft de heer Adriaanse recht om daar te blijven met de woonark als hij de passende vergunning heeft zoals hij aangaf in zijn betoog en klopt het dat de vergunning die reeds verleend is voor het bestemmingsplan gaat? Is de hoogte van een woonark (onder waterspiegel) altijd 90cm? Antwoord: De inspreker heeft op 22 juni 2021 een omgevingsvergunning gekregen voor de recreatiewoonark. Hierin staat de volgende passage opgenomen: “De hoogte van de woonark mag niet meer dan 3,5m zijn ten opzichte van het water. Zoals aangegeven in uw mail van 18 juni 2021 zal onder de woonark met een spuitlans ruimte worden gecreëerd en de woonark zal voorzien worden van “ballast” zodat deze op de juiste diepte komt te liggen.” Dit betekent dat als de feitelijke recreatie woonark 4,50 meter is ten opzichte van het water, er niet conform de vergunning gebouwd is. In de vergunning heeft de inspreker aangegeven en aangevraagd dat de reactiewoonark voor zeker 90 cm onder water zal komen te liggen. Hiervoor is ook extra ballast nodig. Dit is niet gebruikelijk. Deze extra diepte wil de inspreker alleen vanwege de extra verdieping die in de recreatiewoonark is gemaakt (van deels een stahoogte van 2 meter). Ook dat is niet standaard bij recreatiewoonarken. Conclusie is dat de recreatiewoonark nu niet conform vergunning is gebouwd/geplaatst.

De vergunning is wel conform het bestemmingsplan (en de standaard regels die wij hanteren voor recreatiewoonarken).

3.

Kootje bij de brug/ Wolsum: Deze locatie heeft zover we kunnen nagaan een HORECA vergunning. Geldt in deze dan ook de vergunning voor het bestemmingsplan? Wat gebeurd er met deze locatie als deze wordt verkocht? Kan dit worden toegelicht? Antwoord: Het is juist dat er voor deze locatie een horecavergunning is verleend. Dat is voor de theetuin en de schuur. Om recht te doen aan dit bestaand recht, hebben wij de functieaanduiding die op dit woonperceel ligt (theetuin) dusdanig uitgebreid voor dit perceel dat er wordt verwezen naar de gebruiksmogelijkheden vanuit deze horecavergunning. Een bestemmingsplan regelt alleen het gebruik van gronden, niet WIE deze gronden gebruikt. Dat betekent dan ook dat ook in het geval het perceel aan iemand anders wordt verkocht of de horecavergunning naar iemand anders gaat (dat zal een nieuwe vergunning moeten worden), het gebruik van het deel van het perceel voor horeca geldig blijft. Er is recht gedaan aan de bestaande woonbestemming aangevuld met het bestaande recht vanuit de horecavergunning voor het gebruik van een deel van het perceel.

4.

Oosterhuis/Sandfirden Waarom wordt er gesteld dat er op dit kampeerterrein 1 kampeermiddel mag staan. Is dit een bewuste keuze of feitelijkheid? Ze staan vermeld op bijlage 4, dat is wel of niet correct en waarom? De wens vanuit de indiener is om hier recreatiewoningen te maken. Of dit nu wel of niet op verzoek van gemeente is (kwaliteitsimpuls), de indiener dient toestemming aan te vragen en dit loopt niet via het bestemmingsplan. Klopt dit? Antwoord: Op basis van het huidige bestemmingsplan is er 1 kampeermiddel toegestaan. In de regels staat opgenomen dat er bij de aanduiding kampeerterrein 1 standplaats voor een kampeermiddel is toegestaan. Op basis hiervan is de aanduiding ook in het nieuwe bestemmingsplan opgenomen. In bijlage 4 (lijst met aantal kampeermiddelen) staat deze locatie ook opgenomen waarbij er 1 kampeermiddel is aangegeven. Er is echter in de bestemmingsregels echter geen directe link met deze bijlage gemaakt. Dit is in de

andere bestemmingen zoals agrarisch of wonen-woonboerderij wel standaard gedaan. Het betreft hier echter een bijzondere bestemming, namelijk ‘Natuur-waterrecreatief-medegebruik”. In deze bestemming liggen geen aanduidingen voor kampeerterreinen met uitzondering van dit bestaand recht. Indirect is dus wel duidelijk dat er 1 kampeermiddel mag staan (jaarrond, want het huidige bestemmingsplan geeft geen bepaalde periode in het jaar). Om dit formeel en goed te regelen is aanpassing van artikel 15.1 onder i gewenst. Artikel 15.1 onder i is nu: i. een kleinschalig kampeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kleinschalig kampeerterrein'; Artikel 15.1 onder i moet dan worden (toevoeging in blauw en geel gearceerd): i. een kleinschalig kampeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kleinschalig kampeerterrein', waarbij het aantal staanplaatsen voor kampeermiddelen is beperkt tot het aantal dat is vastgelegd in bijlage 4 'Lijst met aantal kampeermiddelen, kampeergebouwen en trekkershutten' per aanduidingsvlak; Voor het omzetten van een kampeermiddel naar een recreatiewoning is een conceptaanvraag ingediend, maar dat is onwenselijk bevonden mede gelet op het provinciale beleid.

Een dergelijke ontwikkeling kan middels vergunning worden geformaliseerd indien hier wel medewerking aan verleend zou kunnen worden. Opnemen in het bestemmingsplan kan alleen indien dit ruimtelijk is onderbouwd (goede ruimtelijke ordening) en zowel de gemeente als de provincie hiermee akkoord is. Daar is nu geen sprake van. Als nieuwe ontwikkeling kan dit wel in het vergunningenspoor worden onderzocht. 5

De heer Jacobi denkt meer recht te hebben bij het vastleggen van 2 hectare dan de denkbeeldige rechthoek van 1,5 hectare. Klopt zijn redenering? Is deze uitleg ook mondeling gegeven aan de heer Jacobi. Antwoord: Voor de locatie in Westhem is in 2014 een omgevingsvergunning verleend met een zware procedure waarmee er deels buiten het bouwvlak is gebouwd ten behoeve van het agrarisch bedrijf. Deze locatie is nu opgenomen in bestemmingsplan Dorpen midden/Oost (2020). Hierbinnen heeft het perceel een bouwvlak van ca. 1,25 Ha. In het nieuwe bestemmingsplan krijgt het bedrijf een denkbeeldige rechthoek van 1,5 Ha welke naar 2,0 Ha kan worden uitgebreid. De mogelijkheden worden dus veel groter voor het bedrijf. Deze mogelijkheden worden niet groter als er bij recht een bouwvlak van 2,0 Ha wordt opgenomen. Deze mogelijkheden zijn voor wat betreft flexibiliteit van de invulling van de 2,0 Ha zelf minder door een vast en hard bouwvlak. Deze uitleg is ook gegeven maar zal aanvullend ook in de officiële reactiebrief nog eens meegenomen worden.

6

De Friese Meeren camping wil graag ook campings exploiteren met meer dan 25 plaatsen en ook meer dan 35 kampeerplekken. Is het mogelijk voor deze ondernemers om hier een traject voor in gang te zetten? Welke is dit? En past dit wel of niet in het voorliggend bestemmingsplan? De wens voor 60 kampeerplekken past ook niet in het voorliggende besluit in de provincie om kleinschalig kamperen op te rekken naar 35 kampeerplekken. Antwoord Op dit moment kan er geen medewerking worden verleend aan een uitbreiding van plaatsen meer dan 25. Dat komt door het provinciale beleid. Mocht de provincie naar 35 plaatsen gaan, dan kunnen wij met een reguliere vergunning dit tijdelijk mogelijk maken naar de toegestane aantallen plaatsen vanuit de provincie. Dit past dan niet in het bestemmingsplan maar met de relatief simpele (en goedkope) tijdelijke vergunningen lopen wij vooruit op te actualiseren bestemmingsplan (dan omgevingsplan). Deze tijdelijke vergunningen worden dan in de actualisatie van het buitengebied meegenomen. Het groeien naar 60 plaatsen is alleen mogelijk als de provincie dit ook toestaat. Dat kunnen wij als gemeente niet faciliteren als de provincie hier niet mee akkoord is. Op dit moment kunnen de campingeigenaren geen traject in gang zetten voor uitbreiding van het aantal plaatsen wat succesvol doorlopen kan worden. Hiervoor is toestemming van de provincie nodig.

Wel kunnen de campingeigenaren met de provincie in gesprek gaan om te onderzoeken of er een

afwijking op de provinciale verordening mogelijk is (en zo ja onder welke voorwaarden). Los daarvan zullen wij als gemeente ook een standpunt moeten gaan bepalen over welke uitbreiding wij voor deze kleinschalige kampeerterreinen wenselijk vinden. 7

Poppenwier/de Jong Kunt u de vraag beantwoorden? Wat mogen ze nu wel bij recht of bij vergunning of wordt het opgenomen in het bestemmingsplan. (recreatieve appartementen en voor welk deel) Antwoord: In het huidige (en toekomstige) bestemmingsplan heeft het perceel met huisnummer 4 en huisnummer 4a één bestemmingsvlak met de bestemming wonen-woonboerderij. Dit komt doordat de bebouwing van oudsher bij elkaar hoort. In 2021 is er controle geweest in de loods waarbij de huidige eigenaar heeft aangegeven hier te willen wonen en opslag voor zijn voegbedrijf. Ook hebben de eigenaren in 2022 een conceptaanvraag ingediend voor B&B units, expositieruimte, een bedrijfswoning, minicamping, stalling voor eigen onderneming. Op 18 juli 2022 is dit verzoek afgewezen. Op basis van het bestemmingsplan zijn de percelen met de huisnummers 4 en 4a aan elkaar gekoppeld. Binnen in de loods is opslag mogelijk (bijvoorbeeld voor het eigen bedrijf). Er is geen nieuwe woning mogelijk. Dat zou namelijk het toevoegen van een woning in het buitengebied betekenen en dat is in strijd met het provinciale beleid. Ook zijn recreatieappartementen niet mogelijk omdat deze alleen zijn toegestaan (met een afwijking) indien deze als nevenactiviteit van de woonfunctie zijn (moet dus een relatie met huisnummer 4 hebben).

Daar komt bij dat als er in de loods mogelijkheden worden geboden, dit invloed heeft op de mogelijkheden van huisnummer 4. Insprekers hebben aangegeven dat ze een loods hebben gekocht. Dat is juist. Bestemmingsplantechnisch is het een loods en kan deze ook als opslagloods worden gebruikt. Indien de loods wordt verkocht aan de eigenaar van huisnummer 4, dan kan deze eigenaar van huisnummer 4 de loods wel eventueel gebruiken voor nevenactiviteiten bij de woonfunctie van huisnummer 4.

8

Geerlings/ Jutrijp Kan wanneer de silo is afgebroken de denkbeeldige rechthoek worden verplaatst (meer naar het water)? Is de heer Geerlings met zijn vraag op de juiste plek als we nu het bestemmingsplan bespreken. Antwoord: De denkbeeldige rechthoek wordt gemaakt aan de hand van de feitelijk aanwezige bebouwing. Maar deze denkbeeldige rechthoek komt in het nieuwe bestemmingsplan te vervallen omdat de heer Geerlings heeft verzocht om de agrarische bestemming om te zetten naar een wonen-woonboerderij bestemming (staat van wijzigingen C.6 Buitengebied II). Het bestemmingsvlak dat bij een dergelijke omzetting wordt gebruikt is het feitelijke erf. Dus de nu bestaande bebouwing. Als raad kan dit vlak groter of kleiner worden gemaakt, alleen wordt er dan wel afgeweken van de standaard werkwijze in andere gevallen. De beoogde uitbreidingslocatie valt hier nu niet binnen. Voor deze locatie geldt echter ook dat de oeverstrook door de provincie als Natuur is bestempeld en de locatie aan de westzijde ook valt binnen het weidevogelgebied. Indien de provincie (en de gemeente) de ontwikkeling wenselijk zouden vinden, dan kan hiervoor een apart traject opgestart worden. Het is namelijk een nieuwe ontwikkeling waarvoor een onderbouwing moet worden geschreven (goede ruimtelijke ordening).

De beantwoording van de vraag van de heer Geerlings moet niet bij de behandeling van het bestemmingsplan beantwoord worden maar in een separaat traject.

9

Zeldenrust/divers De heer Zeldenrust geeft aan dat hij graag ziet dat in het bestemmingsplan een locatie voor mantelzorg wordt gecreëerd. Klopt het dat dit wel mogelijk is (maatwerk), echter niet past in het bestemmingsplan (het is iets tijdelijk) en dat daar een tijdelijke vergunning voor aan is te vragen? In zijn betoog sprak de heer Zeldenrust over een enorme kostenpost van 15.000 tot 25.0000 euro. Is dat een juiste aanname? En waar kan men de kosten terugvinden? Antwoord: Mantelzorg is in veel gevallen vergunningvrij gemaakt door de landelijke wetgever. Daar komt bj dat mantelzorg altijd tijdelijk is. De zorgbehoefte is alleen aanwezig als er iemand is die zorg nodig heeft. Vaak de ouders. Er moet een persoonlijke relatie tussen de verlener en de ontvanger van mantelzorg zijn.

Omdat het vaak vergunningvrij kan worden geplaatst en het voorziet in een tijdelijke behoefte, worden mantelzorgunits ook niet in een bestemmingsplan geregeld (bestemmingsplan voorziet in permanente behoefte). Indien de mantelzorgunit niet vergunningvrij kan worden geplaatst, dan kan er met een vergunning alsnog relatief eenvoudig medewerking worden verleend. Voor deze procedure is geen ruimtelijke onderbouwing van 15.000-25.000 euro nodig zoals de heer Zeldenrust aangeeft. Daar is bij mantelzorg geen sprake van omdat het met een reguliere vergunning kan (los van dat de kosteninschatting erg hoog is). De kosteninschatting ziet op de gemeentelijke leges voor meewerken aan een grote afwijking op het bestemmingsplan en het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing door een adviesbureau zoals de heer Zeldenrust. Dat is hier echter niet van toepasing. Los daarvan zijn de kosten voor een ruimtelijke onderbouwing ook wel afhankelijk van het soort project (waar gaat het over) en welk bureau dat uitvoert.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13166221/2