9 en 10. TV CIE NS l antwoorden deel 1
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener: Fractie:
Jacoline Engelmoer-Leeuwen Nieuw Sociaal
Commissievergadering DSO Datum:
18 september 2023
Agendapunt:
3 en 4
Onderwerp:
Bestimmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân I en II’
Onderstaande vragen worden gesteld n.a.v. de inspreekavond op 7 september 2023. 1.
Er is een indiener die de vraag stelt of het kenmerk “biologisch” agrariër moet worden toegevoegd in het bestemmingsplan. Wat zijn de voor en nadelen hiervan? Antwoord: In het bestemmingsplan wordt geen onderscheid gemaakt in wel of niet biologisch boeren. Het bestemmingsplan staat een grondgebonden agrarisch bedrijf toe (of een intensieve veehouderij). Dit kan ook een biologisch grondgebonden agrarisch bedrijf zijn. Het toevoegen van “biologisch” heeft dus geen meerwaarde (geen voordeel). Het past gewoon in het bestemmingsplan.
2.
Er zijn in de eerste avond (7 september) een aantal insprekers geweest die onduidelijk hebben wat een denkbeeldige rechthoek is. Daarnaast zijn er tevens een aantal vragen om een “nieuwe ontwikkeling” op te nemen in het vast te stellen bestemmingsplan. Hoe wordt er gecommuniceerd richting deze insprekers? Wordt er nog door de ambtenaren een reactie/uitleg gegeven over hoe zij zouden kunnen handelen om een vergunning te verkrijgen? Antwoord: In veel gevallen is al eerder mondeling overleg geweest met (voornamelijk) agrarische bedrijven. Ook is de denkbeeldige rechthoek en nieuwe ontwikkelingen uitgelegd op bijvoorbeeld de informatieavond in Blauwhuis en Easterein. In de begeleidende brief met de definitieve reactie op de zienswijzen zullen wij voor de betreffende insprekers hier nogmaals ingaan op deze aspecten en aangeven dat er ook een gesprek kan plaatsvinden indien hier behoefte aan is.
3.
Als er op een stúk land 2 bedrijven gesitueerd zijn, wanneer blijft de denkbeeldige rechthoek 1,5 hectare en wanneer gaat dit over op 3 hectare? Zouden deze denkbeeldige rechthoeken dan ook direct aangrenzend op elkaar mogen zijn? Antwoord: Er zijn niet veel zogenaamde gemengde bedrijven. In de regel is er sprake van 1 volwaardig (agrarisch) bedrijf en dan is er een denkbeeldige rechthoek van 1,5 Ha welke tot 2 Ha kan worden opgerekt. In het geval van een inspreker is er een bijzondere situatie waarbij er zowel een grondgebonden agrarisch bedrijf aanwezig is en daarnaast een intensieve veehouderij. Voor de intensieve veehouderij en het grondgebonden agrarisch bedrijf geldt dat er binnen het bouwvlak moet worden gebouwd. Wel kan er voor het uitbreiden van het grondgebonden agrarisch bedrijf buiten het bouwvlak worden gebouwd tot een denkbeeldige rechthoek van 2 Ha. Dat is voor de intensieve veehouderij niet toegestaan. Er is dus geen optelling van 2x 1,5 Ha. Dat komt met name doordat het een intensieve veehouderij betreft waarvoor geen denkbeeldige rechthoek geldt maar een bouwvlak (de
uitgangspuntennotitie schijft voor dat er geen uitbreiding van intensieve veehouderijen worden toegestaan tenzij het voor dierenwelzijn is en het aantal dieren niet uitbreid). 4.
Graag een uitleg over het innen van OZB in het geval van Tjalhuizum 5 van de heer de Vries. Is dit “onterecht” innen van OZB terecht? En zo niet kunt u ons dat toelichten. Antwoord: Het innen van OZB is gebaseerd op de belastingwetgeving. Deze belasting wordt geheven op basis van de waarde van onroerende zaken. Deze waarde wel jaarlijks bepaald. Het toegestane gebruik op percelen is geregeld in een bestemmingsplan. Het toegestane gebruik in een bestemmingsplan staat juridisch gezien los van de OZB. Of er daadwerkelijk sprake is van onjuist vaststellen van de waarde van het perceel in relatie tot de OZB, kan niet zomaar beantwoord worden. Mocht dit niet juist zijn (geweest), dan is de juiste weg om hier via het OZB-spoor hier tegen op te komen door de eigenaar.
5
Melkveebedrijf maatschap Bouma – Jukema, locatie Trijehuzen 1 en 2 te Hidaard Rombou/Boonstra geeft namens deze partij aan dat de optelsommen niet juist zijn. Is dit opnieuw bekeken en wat is uw reactie hierop. Klopt het dat denkbeeldige rechthoeken ook over gemeentelijke/provinciale en grond van de buren kunnen lopen? Antwoord: Voor dit bedrijf geldt dat er in het huidige bestemmingsplan sprake is van een bouwvlak van ca. 1,7 Ha. In het beoogde bestemmingsplan krijgt het bedrijf een denkbeeldige rechthoek van 1,5 Ha en de mogelijkheid om bij een uitbreiding naar 2,0 Ha te gaan. Indien de denkbeeldige rechthoek van 2,0 Ha deels over eigendommen van anderen gaan, biedt het bestemmingsplan de flexibiliteit dat de 2,0 Ha niet een rechthoek hoeft te zijn maar ook een iets afwijkende vorm mag hebben waarbij de eigendommen van anderen worden vermeden (artikel 3.4.1 onder a.2). Voor dit bedrijf geldt dus dat er geen afbreuk aan bestaande rechten worden gedaan. Sterker nog, ze kunnen door de denkbeeldige rechthoek naar 2,0 Ha toe in plaats van het bouwvlak waar ze nu niet overheen mogen (in het huidige bestemmingsplan). Hieronder de bedoelde afwijkingsregel in het bestemmingsplan (in dit geval Buitengebied II), waarbij de bedoelde bepaling in blauw is opgenomen. “3.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
lid 3.2, sub b en c onder 2, voor het bouwen van bouwwerken buiten de denkbeeldige rechthoek van 1,5 hectare, mits: 1. de bebouwing ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf wordt gesitueerd binnen een denkbeeldige rechthoek die maximaal 2 ha bedraagt en die gelegen is op en rondom de gronden ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijf'; 2. in afwijking van onderdeel 1 voor zover een denkbeeldige rechthoek wordt voorgeschreven geldt dat de bebouwing tevens mag worden gesitueerd binnen 2 Ha zonder een denkbeeldige rechthoek indien op basis van de eigendomssituatie, danwel andere omstandigheden, geen denkbeeldige rechthoek kan worden gecreëerd; “ Als antwoord op de vraag of denkbeeldige rechthoeken ook over wegen of andermans gronden kunnen lopen, kan worden aangegeven dat dit mogelijk is. Dit hangt namelijk van de feitelijke bedrijfsgebouwen af. Doorgaans zal dit niet over wegen zijn, maar in dit specifieke geval liggen de sleufsilo’s aan de overzijde van de weg. Doorgaans ligt de agrarische bebouwing aan dezelfde kant van de weg. Indien de situering van een denkbeeldige rechthoek deels over andermans gronden is en hierdoor ontstaat er een probleem met het kunnen realiseren van nieuwe bebouwing, kan gebruik worden gemaakt van het genoemde artikel 3.4.1 onder a.2. Het biedt dus een flexibele maatwerkoplossing.