9 en 10. TV CIE NS I antwoorden deel 3
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: :
Jacoline Engelmoer-Leeuwen Nieuw Sociaal
Datum
:
18 september 2023
Agendapunt
:
3 en 4
Onderwerp
:
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân I en II’
Commissievergadering
1. Onder bestimmingsplan buitengebied I staat anders dan in bestimmingsplan II de dagHORECA specifiek genoemd. Dit terwijl in beiden gebieden op dit moment dagHORECA plaatsvindt. Wat is het argument dat de bestemmingsplannen in deze afwijkend zijn? Antwoord: Buitengebied deel I is in 2017 opgesteld en is gebaseerd op de oudbestemmingsplannen van een ander deel van de gemeente. Hieronder lagen oude buitengebiedbestemmingsplannen van de oudgemeenten (Wûnseradiel, Nijefurd en Sneek). Voor Buitengebied deel 2 is hetzelfde gedaan. Het verschil is echter dat het andere oudgemeenten zijn (Wymbritseradiel, Littenseradiel, Bolsward en Boarnsterhim). Elke gemeente hanteerde voorheen andere soort benamingen, onder meer voor de aanduidingen. Bij een harmonisatie van bestemmingsplannen van oudgemeenten komen er verschillende benamingen en definities samen en moet er een keuze worden gemaakt welke worden gehanteerd. Deels schrijft de wet dit tegenwoordig voor, maar deels is dit ook eigen invulling. De term daghoreca werd binnen de woonbestemming niet gebruikt in de oudgemeenten waar Buitengebied deel 2 op ziet. Toevoegen van aanduidingen is alleen nodig als er zaken niet geregeld zijn terwijl er wel bestaande rechten zijn. Voor daghoreca waren er binnen de woonbestemming geen bestaande rechten die buiten de boot zouden vallen en daarom is deze niet opgenomen.
Voor Kootje bij de brug is een bestaande aanduiding gebruikt (theetuin). In het antwoord onder 2 wordt ingegaan waarom die keuze is gemaakt en wat er eventueel als alternatief kan. 2. Wolusumerketting Wat is de reden dat specifiek theetuin en later theeschenkerij wordt benoemd? Wat is de definitive van een theetuin en waarom volstaat (dag)HORECA niet? Daarnaast wordt een verleende HORECA en alcoholvergunning met datum genoemd? Deze vergunning valt tôch buiten het bestemmingsplan? Waarom is het in deze wel noodzakelijk de vergunning en datum te vermelden? Antwoord: In het huidige bestemmingsplan (Buitengebied Wymbritseradiel) heeft het perceel de woonbestemming waarbinnen in artikel 17.1 onder d het volgende is voorgeschreven: 17.1 De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: (...) d. een aan de woonfunctie ondergeschikt kleinschalig dagrecreatief bedrijf gevestigd aan de Wolsumerketting 5 te Wolsum, met dien verstande dat: 1. de bedrijfsmatige exploitatie van ten hoogste 20 vaartuigen, zijnde kano's en/of kleine bootjes is toegestaan; 2. horeca-activiteiten niet zijn toegestaan, met uitzondering van kleinschalige, aan de
verhuur van kano's ondergeschikte horecaactiviteiten; 3. de activiteiten van het aan de woonfunctie ondergeschikt kleinschalig dagrecreatief bedrijf uitsluitend in de periode van 10:00 uur tot 21:30 zijn toegestaan; 4. het parkeren op eigen erf dient plaats te vinden.” In het beoogde nieuwe bestemmingsplan Buitengebied hebben wij binnen de bestemming Wonen vanuit andere oudbestemmingsplannen twee functieaanduidingen in de regels overgenomen (harmonisatie). Dat betreft een theetuin en theeschenkerij. Deze aanduidingen komen min of meer op hetzelfde neer maar omdat ze beide in gebruik waren in de verschillende oud bestemmingsplannen zijn deze overgenomen om daarmee te laten zien dat bestaande rechten onverkort worden overgenomen. Er is voor gekozen de bestaande rechten voor Kootje aan de brug toe te voegen aan een reeds bestaande functieaanduiding (theetuin). In artikel 26.1 (Wonen) staat nu opgenomen: 26.1 De voor “wonen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: (...) g.
een theetuin, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - theetuin', waarbij voor Wolsumerketting 5 te Wolsum geldt dat hieronder wordt verstaan het bedrijfsmatig verstrekken van maaltijden en (alcoholhoudende) dranken voor het gebruik ter plaatse in de schuur en het terras aan het water conform de verleende exploitatie- en Alcoholwetvergunning van 15 mei 2013; Er is in het bestemmingsplan geen definitie van theetuin opgenomen en dan wordt er volgens de vaste jurisprudentie teruggevallen op het normaal spraakgebruik. Voor Kootje aan de brug is de benaming van de aanduiding overigens niet van belang, omdat het gebruik van de theetuin (het horecadeel) is uitgebreid met de gebruiksmogelijkheden vanuit de vergunning. In die zin is er geen beperking van de bestaande rechten. Alternatief was geweest om een aanduiding “horeca” vanuit het bestemmingsplan Buitengebied I op het perceel te leggen. Echter ook in dat geval had er een koppeling met de vergunde rechten gemaakt moeten worden om de bestaande rechten vast te leggen maar ook om te voorkomen dat er onverkort daghoreca op dit woonperceel mogelijk is. Zonder koppeling met de vergunde rechten zou er een uitbreiding van de horeca-activiteiten kunnen plaatsvinden zonder dat onderzocht is of dit wel mogelijk is gezien de omliggende woonbestemmingen (qua hinder en bijvoorbeeld parkeervoorzieningen).
Dit terwijl in het huidige (oud)bestemmingsplan heel duidelijk staat omschreven dat het ziet op een aan de woonfunctie ondergeschikt kleinschalig dagrecreatief bedrijf. Indien de wens is om de aanduiding “horeca” op het perceel te leggen, dan zou dit als volgt kunnen worden bewerkstelligd in de regels en de verbeelding. Regels nieuw: Artikel 26.1 onder 9 wordt (deel over Kootje bij de brug wordt verwijderd): g. een theetuin, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - theetuin', Toevoegen van artikel 26.1 onder z: z. daghoreca onder de voorwaarde dat dranken en etenswaren hoofdzakelijk overdag worden verstrekt, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca", waarbij voor Wolsumerketting 5 te Wolsum geldt dat hieronder wordt verstaan het bedrijfsmatig verstrekken van maaltijden en (alcoholhoudende) dranken voor het gebruik ter plaatse in de schuur (50m2) en het terras (57m2) tussen 10.00 en 21.30 uur;” Verbeelding nieuw: Op de verbeelding wordt op het perceel Wolsumerketting 5 te Woldum de functieaanduiding “specifieke vorm van horeca – theetuin” verwijderd en wordt de aanduiding “horeca” toegevoegd op het deel van het perceel waar de horeca-activiteiten zijn vergund (theetuindeel en de schuur).
In dit alternatief wordt de tekst vanuit Buitengebied I aangehouden voor daghoreca, maar wordt deze uitgebreid met de vergunde (en huidige bestemmingsplan)rechten voor het bedrijf (bijvoorbeeld de openingstijden). Er is nu geen directe link met de vergunning (datum) gemaakt maar de rechten vanuit de vergunning (oppervlakten en tijden) zijn opgenomen in de regel. Daarmee wordt recht gedaan aan de wens van de inspreker. Bij verkoop van het perceel blijft dit gebruik mogelijk.
Inhoudelijk en juridisch maakt het overigens geen verschil of de bestaande regel wordt gebruikt of het alternatief. De rechten blijven gelijk aan de vergunde rechten, het is alleen op een andere wijze in het bestemmingsplan opgenomen. Van belang is in ieder geval dat er geen vrijbrief voor daghoreca wordt gegeven en hiermee uitbreidingen toe te staan binnen de locatie vanwege de woonbestemming. Het is bedoeld als nevenactiviteit en niet als hoofdactiviteit. Voor wat betreft het benoemen van de datum van de vergunning (in de huidige regel) komt dit omdat deze vergunning iets mogelijk maakt wat niet past binnen de woonbestemming. Omdat horeca niet past binnen een woonbestemming, is er een aanduiding nodig om dit bestaande recht mogelijk te maken. Dit bestaande recht wordt dan 1-op-1 ingepast op het perceel. De rechten uit de vergunning worden dan ingepast in het bestemmingsplan met de aanduiding. De datum van de vergunning is hierbij van belang omdat daarmee duidelijk is welk gebruik van het perceel is toegestaan (peilmoment). Uitbreiding is dan niet mogelijk. Dat kan ook niet zomaar omdat er dan eerst beoordeeld moet worden of deze uitbreiding wel kan gelet op de goede ruimtelijke ordening en de impact op de omliggende woonbestemmingen bijvoorbeeld. De vergunningen zijn gebaseerd op andere wetgevingen en vallen in die zin buiten het bestemmingsplan.
Echter geven deze vergunningen wel de omvang en locatie van de horeca-activiteiten aan op dat perceel en daarmee wordt het bestaand recht ingepast in het bestemmingsplan. Bij het opnemen van alleen een aanduiding zonder beperking zou er meer mogelijk worden gemaakt dan het bestaande recht. In plaats van het benoemen van de datum van de vergunning had er ook gekozen kunnen worden voor het opnemen van de locatie, de oppervlakten en de eindtijden in de bestemmingsplanregel. Daarmee is het peilmoment (de vergunning) in woord opgenomen in het bestemmingsplan en is de directe koppeling met de vergunning weg. In het beschreven alternatief is dit nu dan ook gedaan.