8. TV RAAD VVD - antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: :
Simon de Witte VVD
Datum
:
18 december 2025
Agendapunt
:
8
Onderwerp
:
Grondexploitatie Tijdelijke Woonwijk
Raad
1.
Gemeenten kunnen in hun huisvestigingsverordening regels stellen met betrekking tot woonruimteverdeling. In hoeverre kan onze gemeente volgens de Huisvestigingswet via een voorkeursregeling bepalen hoe zij deze ruimte kan verdelen (pct) tussen mensen met economische, maatschappelijke of een lokale binding? En met name ook in dit project Tijdelijke Woonwijk? Antwoord: De bevoegdheid van gemeenten om te sturen op woonruimteverdeling, bijvoorbeeld door het stellen van regels over voorrang en bindingseisen, is geregeld in de Huisvestingswet. Voordat gemeenten deze instrumenten mogen inzetten (in een Huisvestingsverordening) moet eerst worden aangetoond dat er sprake is van schaarste aan woningen in de gemeente die leidt tot onevenwichtige en onrechtvaardige effecten. Voor de woningmarkt in Súdwest-Fryslân is het lastig om aan te tonen dat er sprake is van een dergelijke schaarste aan woningen. De gemeente heeft daarom geen Huisvestingsverordening waarmee de gemeente (juridisch afdwingbare) bindingseisen kan stellen. Specifiek voor de tijdelijke woonwijk zijn er geen voorwaarden opgenomen in de overeenkomst met betrekking tot eventuele voorrang. De ontwikkelaar heeft aangegeven wel mee te kunnen denken in het opnemen van een eventuele voorrang in hun selectiebeleid. Onderdeel van hun selectie is sowieso het aanleveren van een motivatie om in deze wijk te willen wonen.
Hiermee willen ze borgen dat er ook daadwerkelijk mensen komen te wonen die onderdeel willen zijn van de wijk.
2.
In de beantwoording van de vorige Technische Vraag schrijft het college: ‘van deze 48 tijdelijke woningen dient gemiddeld de helft te worden aangewend voor tijdelijke huisvesting van statushouders’. Wat houdt ‘dient gemiddeld’ in? Antwoord: Hiermee wordt gemiddeld over tien jaar bedoeld. Er wordt per jaar gecontroleerd of de bezetting op orde is. Dit mag op een willekeurig jaar best afwijken, als het over tien jaar gezien maar niet minder dan 24 is.
3.
In de commissievergadering bracht een inspreekster in dat er sprake was van een datalek bij het versturen van een mail vanuit afdeling Vastgoed richting inwoners. Namelijk alle mailadressen waren zichtbaar. Kan het college hier een toelichting op geven en hoe dit afgehandeld is? Antwoord:
Per e-mail en via de inspraak in de commissie DSO is melding gemaakt van een mogelijk datalek. Er is direct contact geweest met inspreekster, maar vervolgcontact is uitgebleven. Dit is in eerste instantie niet goed gegaan. Met excuses voor de verlate reactie heeft de inspreekster en haar
man op 11 december een brief ontvangen met een uitgebreide toelichting op de melding. De gemeente heeft intern onderzoek gedaan naar deze melding. Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is sprake van een datalek. Conform de wetgeving zijn vervolgacties niet aan de orde. Het datalek wordt wel opgenomen in de jaarlijkse rapportage. De inspreker is per brief geïnformeerd, met dank voor het melden van het signaal.
-