8. TV RAAD Mooi SWF Nieuw Sociaal I antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: :
Pieter Jan Scholtanus / Jacolien Engelmoer Mooi SWF / Nieuw Sociaal
Raad Datum
:
28 september 2023
Agendapunt
:
8
Onderwerp
:
Grûnstoffenbellied
1.
Uit de rapportage “onderzoek afvalbeleid” wordt op pagina 3 aangegeven dat met het aantal respondenten van dik 3000, de representativiteit royaal is behaald. Kan de raad ervan uit gaan dat de uitkomsten van dit onderzoek dan ook leidend zijn voor het grondstoffenbeleid 2023-2027? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Het aantal reacties op de enquête was royaal en daarmee ook representatief en betrouwbaar. De uitkomsten van de enquête gelden als rode draad voor de hoofdkeuzes in het Grondstoffenbeleid 2023-2027. Hiermee worden de aangedragen aandachtspunten van de inwoners meegenomen.
2.
In het grondstoffenbeleid 2023-2027 is sprake van een mogelijkheid om de dekking vanuit de afvalstofheffing van 96% naar 100% te brengen. Wat wordt het gemiddelde tarief per huishouden qua afvalstofheffing bij een dekkingsgraad van 100%? Antwoord: In het Grondstoffenbeleid 2023-2027 is dit scenario opgenomen om een goed financieel toekomstbeeld te kunnen geven. De besluitvorming hierover volgt via de Programmabegroting 2024 en hierin zal het voorstel terugkomen. In het beleidsplan (pagina 24) is opgenomen dat een dekkingsgraad van 100% een stijging van ongeveer € 12,- per meerpersoonshuishouden tot gevolg heeft (exclusief indexatie en mogelijke andere verwachte ontwikkelingen in 2024 en verder). Enkel kijkend naar het effect hiervan zou het tarief voor meerpersoonshuishoudens rond de € 282,- (€ 270,- + € 12,-) uitkomen. De uiteindelijke tarieven zullen hoger uitvallen, doordat de indexatie en andere ontwikkelingen in de kosten meegenomen moeten worden. De besluitvorming hierover volgt bij de vaststelling van de ‘Verordening reinigingsheffingen 2024’ in december 2023.
3.
Op pagina 24 van het grondstoffenbeleid 2023-2027 is sprake van een verhoging van de afvalstofheffing met 34,50 + pro memorie. Dit is in het geval van een dekking van 96% van de afvalstofheffing. Vindt het college dit niet een significante verhoging, zonder naar het provincie gemiddelde te kijken? Zo nee, waarom niet? Antwoord: De afgelopen jaren is de afvalstoffenheffing redelijk stabiel gebleven. Op korte termijn volgt een stijging van de afvalstoffenheffing. Een deel van de stijging is het gevolg van eerdere besluiten van de gemeenteraad: de aanpassing van de milieustraat Sneek en de huisvesting buitendienst in Bolsward. Verder bestaat de stijging uit autonome ontwikkelingen en zijn er nog bestuurlijke besluiten te nemen. Dit staat in beleidsplan verder toegelicht (pagina 24 en 25). Bij de prognose is ook naar andere gemeenten in de provincie gekeken. Uit cijfers blijkt dat SúdwestFryslân een relatief laag tarief heeft, zie ook pagina 30 in het beleidsplan. Daarnaast zullen andere
gemeenten ook te maken krijgen met kostenstijgingen als gevolg van de ontwikkelingen bij Omrin en mogelijke andere ontwikkelingen, afhankelijk van keuzes die zij maken. 4.
De investeringen die moeten worden gedaan met het kenmerk “pro memorie” zijn o.a.: circulair ambachtscentrum, investeren in andere (milieustraat) locaties, extra lasten elektrificatie huisvuilwagens. Deze investeringen zijn niet opgenomen in de afvalstofheffing danwel in de verhoging van 34,50 euro per huishouden. Is er een schatting mogelijk wat dit qua investering voor de gemeente Súdwest-Fryslân (indirect de inwoners) betekent? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Een inschatting van die kosten zijn lastig te maken, want daarvoor zijn er te veel variabelen aanwezig. Kiest Súdwest-Fryslân voor één centraal “sirkulêr ambachtssintrum” waar in de toekomst alle inwoners naartoe moeten en komt die op een bestaande of nieuwe locatie? Blijven kleinere brenglocaties in de toekomst ook van belang? In het beleidsplan wordt in de visie (hoofdstuk 8) indirect antwoord gegeven op deze vragen, maar vervolgens zijn er nog een aantal keuzes te maken. Dit alles heeft invloed op de hoogte van de investeringen en daarmee ook de lasten voor de inwoners. Een correcte invulling hiervan is op dit moment nog niet te maken. Dit volgt tijdens de behandeling van het ‘Uitvoeringsprogramma brenglocaties’, medio 2024.
5.
Hoofdstuk 8 Visie & Ambitie Grondstoffenbeleid staat onder bullet 7 (pag. 13) geschreven: De inzamelstrategieën Diftar en omgekeerd inzamelen hebben op dit moment niet de voorkeur van de inwoners en het bestuur en worden daarom (voorlopig) niet ingevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat inwoners van Súdwest-Fryslân geen Diftar en omgekeerd inzamelen wensen. Het woord “voorlopig” kan zodoende worden verwijderd in combinatie met de woorden Diftar en omgekeerd inzamelen in het grondstoffenbeleid 2023-2027. Zo nee waarom niet? Antwoord: Uit de enquête blijkt inderdaad dat een grote meerderheid van de inwoners geen voorstander is van het invoeren van ‘diftar’ of ‘omgekeerd inzamelen’. Het college onderstreept dat en ziet voor de periode 2023-2027 geen reden om dit in te voeren. Het onderdeel visie en ambitie op pagina 13 heeft betrekking op een langere termijn dan de periode 2023-2027. Na deze periode kan er opnieuw een afweging worden gemaakt, indien de genoemde doelstellingen bijvoorbeeld niet gehaald worden. In dat geval zou gekozen kunnen worden voor een andere inzamelstrategie of het aanpassen van de doelstellingen. Dat volgt dan bij een nieuw of geactualiseerd grondstoffenbeleidsplan, die te allen tijde langs de gemeenteraad gaat. Dit is de reden dat het woordje ‘voorlopig’ (tussen haakjes) is genoemd.
Een eventuele invoering van ‘diftar’ of ‘omgekeerd inzamelen’ is een besluit van de gemeenteraad en is nu dus niet aan de orde.
6.
In het grondstoffenbeleid 2023-2027 staat bij de invoering van de Ja / Ja sticker tussen haakjes “indien mogelijk”. Wat houdt het college tegen om de verspreiding en communicatie hiervan gelijk te starten? Antwoord: Naast ‘indien mogelijk’ in de tabel op pagina 23 staat op pagina 17 van het grondstoffenbeleidsplan aangegeven dat onderzocht wordt of en op welke manier de ja/ja-sticker ingevoerd kan worden. Dit is zo opgeschreven, omdat er bij de invoering van een nieuw systeem voor reclamedrukwerk en huis-aanhuisbladen een aantal keuzes mogelijk zijn waarvan de rechter, bij een aantal gemeenten die het systeem de afgelopen jaren hebben gewijzigd, iets gevonden heeft. Een zorgvuldig invoeringsproces, waarbij er voor alle partijen voldoende tijd is om over te schakelen, hoort daar ook bij. We willen dit alles eerst nader onderzoeken alvorens verdere keuzes te maken. Te zijner tijd komen we daar op terug.