8. TV CIE NS - antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: Jacoline Engelmoer-Leeuwen : Nieuw Sociaal
Commissievergadering
: DSO
Datum
: 15 april 2025
Agendapunt
:5
Onderwerp
: Voorjaarsnota 2025
1.
Wat is de reden dat er niet als alternatief wordt voorgesteld in te teren in 2026 en 2027 op de algemene reserve? Antwoord: Als er voor gekozen wordt om 2026 en 2027 sluitend te maken met een bijdrage vanuit de Algemene Reserve, maken we deze jaarschijven sluitend met een incidenteel bedrag. De provincie zal dan van oordeel zijn dat onze begroting in deze jaren niet structureel sluitend is. Uitgangspunt voor de provincie is een structureel sluitende begroting voor het komende begrotingsjaar. Wanneer daar sprake van is, dan is de provincie tevreden en zal de provincie in principe de meerjarenraming niet meer beoordelen. Mocht de provincie van oordeel zijn dat het komende begrotingsjaar (2026) niet sluitend is, dan verlegt de provincie de focus naar 2029 (het laatste jaar van de meerjarenraming). De provincie wil dan namelijk zien dat we weer naar een situatie toegroeien waarbij we wel weer structureel in evenwicht zijn. De provincie zal dan 2029 beoordelen of deze structureel sluitend is. In latere jaren mag geen sprake zijn van een opschuivend meerjarenperspectief. Dat betekent dat volgend jaar de provincie dan zal eisen dat 2029 nog steeds structureel sluitend is. Ook moet het nieuwe laatste jaar van de meerjarenraming (dan 2030) ook structureel sluitend zijn. Het jaar daarop geldt hetzelfde. Ook dan minimaal 2029 structureel sluitend plus de twee erop volgende jaren.
Op deze wijze moet de gemeente weer toegroeien naar uiteindelijk de gewenste situatie waarbij het eerste jaar van de begroting structureel sluitend is. Door in te zetten op een structureel sluitende begroting voor 2026 hopen we die situatie meteen te bereiken.
2.
Is het weerstandsvermogen voor de komende jaren inderdaad 9,3 miljoen of zijn er voorziene investeringen die het weerstandsvermogen doen verhogen. Of wijzingen die het weerstandsvermogen doen verlagen? Antwoord: Bij de komende begroting maken we opnieuw een berekening van de benodigde omvang van het weerstandsvermogen. In voorbereiding daarop worden al zaken voorbereid. De indruk nu is dat ons risicoprofiel toeneemt, en er eerder sprake zal zijn van een hoger benodigd weerstandsvermogen dan een lager benodigd weerstandsvermogen.
3.
Is er al iets te zeggen over de onderuitputting over 2024 die invloed kan hebben op de voorjaarsnota. Antwoord: De onderuitputting op kapitaallasten over 2024 is al verwerkt in de Bestuursrapportage juli, augustus, september 2024. Dit zit dus al in het verwachte saldo over 2024. De laatste Bestuursrapportage over 2024 (de Bestuursrapportage oktober, november, december 2024) toont een verwacht saldo over 2024 van € 4,2 miljoen. Dit is een voorlopige inschatting, waarbij een deel van dit verwachte resultaat nog nodig zal zijn voor resultaatbestemmingen. Een eventueel resultaat over 2024 kan een incidenteel voordeel geven voor de Algemene Reserve. Dit is nog niet meegenomen in het verloop van de Algemene Reserve zoals opgenomen op pagina 6 van het Financiële overzicht met de Kansrijke Sporen. Als er een voordeel is, dan is dit een incidenteel voordeel. Het heeft geen effect op het structurele saldo van 2026 of op de meerjarenraming 2027 t/m 2029.