7. TV Semplonius CU FNP - antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener:
Klaas Jan Semplonius, Geartsje Horjus Sicco Rypma
Fractie:
Semplonius, CU, FNP
Commissievergadering Datum:
BF 9 december 2021
Agendapunt:
6
Onderwerp:
Verordening op de heffing en invordering van OZB 2022
Vraag: Eerder (29 juni 2021) zijn er schriftelijke vragen gesteld over het ondernemersfonds. In reactie op deze vragen verwijst het college bij een groot aantal vragen naar het onderzoek van de Rekenkamer. Inmiddels is ook bekend dat dit onderzoek anders dan de aanvankelijke planning pas het eerste kwartaal 2022 wordt opgeleverd. Binnenkort vraagt uw college de raad de OZB vast te stellen voor het belastingjaar 2022. Daarbij zal de raad ook worden gevraagd te besluiten over de opslag op de OZB t.b.v. het ondernemersfonds. Het is voor de raad daarom belangrijk te beschikken over de antwoorden op voornoemde schriftelijke vragen ten einde tot een weloverwogen besluit te kunnen komen. Namens het college heeft wethouder Dam eerder aangegeven daarvoor een oplossing te zoeken. Kunt u ons meenemen in de oplossing die het college voor ogen heeft opdat de raad tijdig en uiterlijk voor de commissie van 9 december a.s. over alle antwoorden op de gevraagde antwoorden beschikt? Antwoord: U heeft op 29 juni 2021 een aantal vragen gesteld ten aanzien van het ondernemersfonds. Een aantal vragen is op dat moment reeds beantwoord. Een aantal vragen (3,4 en 5) ging concreet over de heffing OZB en de procedure daaromtrent. Daarover kan nu het onderstaande worden gemeld. Inmiddels heeft de heffingsambtenaar (vanuit zijn specifieke bevoegdheid) alle ingediende bezwaren ongegrond verklaard.
Kort samengevat komt het er op neer dat – naar de mening van de heffingsambtenaar - de belastingrechter in de zaak-Teylingen niet bevoegd was om over de retributieregeling te oordelen. De belastingrechter kan alleen oordelen of de belastingheffing juist is. De retributieregeling betreft geen belastingheffing. Er is in feite geen sprake van het teruggeven van belastinggeld, omdat het ondernemersfonds niet bevoegd is tot het teruggeven van OZB, want er is geen OZB aan het ondernemersfonds betaald. Het ondernemersfonds ontvangt van de gemeente een subsidie vanuit de algemene middelen van de gemeente. De gemeente kan deze subsidie verlenen omdat uw raad de OZB voor niet-woningen heeft verhoogd. Het fonds geeft de verkregen subsidie op twee verschillende manieren aan de eigenaren en gebruikers van niet-woningen: • •
In deelnemende kernen in de vorm van dienstverlening aan de kern in zijn geheel In niet-deelnemende kernen in de vorm van een individuele financiële vergoeding
Beide manieren betreffen geen teruggave van belastinggelden. Tegen deze uitspraak van de heffingsambtenaar hebben 17 belanghebbenden beroep aangetekend bij de rechtbank Noord-Nederland.
Tot dit moment heeft de heffingsambtenaar nog geen verzoek ontvangen van de rechtbank voor het indienen van een verweerschrift. Deze procedure loopt dus nu nog. Op dit moment is er voor het college geen aanleiding om ten aanzien van het ondernemerfonds een ander standpunt in te nemen. Onderzoek Rekenkamer We hebben op de vragen van 29 juni j.l. op een aantal vragen antwoord gegeven op grond van de ons bekende feiten. Daarbij is tevens verwezen naar het onderzoek van de Rekenkamer. Vanuit de gedachte dat daarin naar verwachting ook dezelfde vraagstukken aan de orde zullen komen. We waren en zijn van mening dat het verstandig zou zijn om de Rekenkamer de ruimte te geven om het verzoek van de raad om onderzoek te doen naar het ondernemersfonds goed uit te voeren. De raad heeft zelf dit instrument willen inzetten om scherpte te krijgen in het functioneren van het ondernemersfonds. We vinden het jammer dat de planning van dit onderzoek naar achteren is geschoven, maar we hebben daar als college verder geen invloed op.