7. TV RAAD VVD I antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN
(over lopende agendapunten) Naam indiener: Fractie:
Debbie Douwes VVD
Commissievergadering/Raad Datum:
4 maart 2021
Agendapunt:
7
Onderwerp:
Meewerken haalbaarheidsonderzoek vestiging Regionale Opvanglocatie
Vraag: Eigenlijk hadden wij graag een complete evaluatie gehad over de periode waarin het AZC gevestigd is in Sneek. Kan het college hiervoor zorgen en zo ja, op welke termijn? Antwoord: In de huidige overeenkomst tussen gemeente en COA is voor de verlenging die nu aan de orde is, geen afzondelijke evaluatie afgesproken. Wel is sprake van structurele overlegvormen tussen gemeente, COA en de buurt (de klankbordgroep), waarin de samenwerking tussen wijk/buurt en het AZC doorlopend aan de orde komt. Ook de wijkagent neemt hieraan deel. Zoals de wethouder bij de behandeling met de commissie al aangaf is dit een vorm van permanente evaluatie. Overigens zullen wij bij het haalbaarheidsonderzoek als voorwaarde stellen een onafhankelijk draagvlakonderzoek uit te voeren, waarbij ook teruggekeken wordt op de periode vanaf 2016. Voor de goede orde delen wij u nog mee dat in 2017 een draagvlakonderzoek is uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam. Dat werd zowel in Sneek als in Witmarsum uitgevoerd. De belangrijkste bevindingen waren: •
Overgrote meerderheid staat positief dan wel neutraal ten opzichte van asielzoekers in de
•
Overgrote meerderheid ervaart geen (90%) of nauwelijks (7%) overlast van asielzoekers;
•
Weinig draagvlak voor grote opvanglocaties (600) in eigen buurt;
•
Ongeveer een derde ziet komst asielzoekers als een bedreiging voor de Nederlandse cultuur;
•
Meerderheid (60%) geeft aan dat hun mening over asielzoekers in de gemeente niet is veranderd
omgeving en het AZC in Sneek;
sinds start opvang. Vraag: Zijn er meldingen bij de gemeente / politie / handhaving geweest met betrekking tot overlast en/of onrust van de bewoners van het AZC in de periode van de opening tot op heden? Antwoord: Wij hebben van de leiding van het AZC een overzicht gekregen van de meldingen die vanuit de buurt bij haar zijn binnengekomen. Een geanonimiseerde versie hiervan treft u als bijlage 1 aan.
Daarnaast hebben wij de politie ook gevraagd naar feiten. In bijlage 2 treft u een overzicht aan van de meldingen die door de politie zijn geregisteerd in alle wijken in Sneek. Het gaat in deze politierapportage om zowel misdrijven (strafbare feiten) als om incidenten. We leiden hieruit af dat de cijfers over de jaren redelijk constant blijven. Uit de rapportage is niet af te leiden wat toe te rekenen is aan specifieke groepen, zoals het AZC. Ook Team Handhaving Publieke Domein kent vanaf 2017 een registratiesysteem. Daaruit konden we in ieder geval drie meldingen halen die gerelateerd konden worden aan het AZC: één i.v.m. algemeen ervaren overlast, één i.v.m. ervaren geluidsoverlast en één melding i.v.m. zorg na de Corona-uitbraak in 2020. BOA’s noteren daarnaast ook voorvallen die relevant zijn voor hun werk. Deze variëren van het nuttigen van alcohol in de openbare ruimte tot hondenpoep en van het gebruik van softdrugs tot het fietsen op een voetpad. Deze worden geregistreerd aan de hand van de straat waar het voorval plaatsvond, in dit specifieke geval de Jancko Douwamastraat. In totaal gaat het in de periode vanaf 2017 tot nu toe om 118 registratieregels. Meerdere regels kunnen betrekking hebben op één unieke melding. Het gaat dus niet om 118 unieke meldingen! Vrijwel nooit kan o.b.v.
de omschrijving een rechtstreekse relatie met het AZC worden gelegd, met uitzondering van de registratieregel ‘APV, Overlast algemeen, Door asielzoekers’. Daarvan zijn 13 registratieregels aangetroffen. Bijlage 3 geeft dit overzicht. Naast de gegevens uit dit registratiesysteem is er ook een overzicht van de winkelverboden die zijn opgelegd aan bewoners van het AZC over de jaren 2017 t/m 2021. In totaal gaat het om 261 winkelverboden in Sneek, waarvan 47 aan bewoners uit het AZC Sneek. Deze gegevens treft u aan in bijlage 4. In het algemeen constateren onze BOA’s in de Noorderhoek niet méér overlast dan in andere wijken in Sneek. De beleving van de buurt zal onderdeel zijn van het haalbaarheidsonderzoek. Vraag: Zo ja, wat voor meldingen waren dit? Graag een compleet en gespecificeerd overzicht. Antwoord: Zie de bijlagen. Vraag: Is er vanaf de opening een stijging geweest van overlast in de Noorderhoek of elders in de gemeente, veroorzaakt door de mensen uit het AZC? Heeft de gemeente kennis gekregen van het gevoel van onveiligheid dat door een aantal inwoners van de Noorderhoek wordt aangegeven, eerder dan op het verzoek per brief van de gemeente, dat onlangs is uitgestuurd? Antwoord: Een gevoel van onveiligheid is een moeilijk te vatten begrip. Wat de een als onveilig ervaart, ervaart een ander niet zo.
Dat blijkt ook uit de opmerkingen die de afgelopen weken, na het per brief informeren van de buurt, bij ons binnen komen en die wij naar de raad hebben doorgestuurd. Vandaar dat wij hechten aan een goede opsomming van de feiten en een open en transparant overleg tussen het AZC, de buurt en de gemeente. Ook in de verlengingsperiode zullen we daarop aandringen. Bij de structurele overlegvormen komt dit aan de orde. Bovendien beschikt het AZC zelf over een beveiligingsdienst. Vraag: Klopt het dat er in plaats van de door het COA beloofde gezinnen inmiddels veel meer (alleenstaande) mannen en jongens in het AZC gehuisvest worden? Antwoord: Van de bijeenkomst in het Schuttersveld in 2015 is een verslag gemaakt. De raadsleden hebben dat
gekregen n.a.v. de vragen van raadslid Van der Hoek. Bij die bijeenkomst zijn destiijds ook vragen gesteld over wie er opgevangen zou kunnen worden. Ook tijdens de diverse overlegmomenten na die avond kwam dit regelmatig aan de orde. Het COA heeft altijd aangegeven dat men de wens van de buurt begreep, maar dat daarover geen harde garanties konden worden afgegeven of toezeggingen konden worden gedaan. In het licht van de toenmalige vluchtelingenstroom is het volgende aangegeven en in het verslag van de bijeenkomst in het Schuttersveld opgenomen: “Het gaat om mannen en de zogenoemde na-reizigers. Dit zijn de gezinnen van de mannen. Het gaat niet alleen om Syriërs, maar ook om mensen uit Eritrea. 10% van de mensen die komen zijn basisschoolkinderen, 10% gaat naar het voortgezet onderwijs. De rest gaat om gezinnen (ook baby’s en peuters).” Vraag: Kan het AZC zelfstandig en zonder overleg met de gemeente besluiten andere asielzoekers te vestigen (bijvoorbeeld ook kansarme of criminele asielzoekers)? Antwoord: Bij de totstandkoming van het AZC en de gesloten contracten is steeds het uitangspunt geweest dat de gemeente de grond verhuurt en dat het COA gaat over het gebruik en de samenstelling van het AZC, met de nodige overleg- en informatieafspraken. Daarbij is wat in 2015 is afgesproken uitgangspunt geweest. Van toepassing is artikel 5 van de overeenkomst.
Daarin staat het volgende:
Artikel 5. 1. Het type Opvanglocatie is een regulier asielzoekerscentrum waar bewoners zoveel mogelijk voor zichzelf zorgen en begeleiding krijgen gericht op de fase waarin zij in de asielprocedure zitten, zoals oriëntatie op de Nederlandse samenleving, voorinburgering of de voorbereiding van de terugkeer. 2. Partijen streven naar een evenwichtige samenstelling van de bewonersgroep voor wat betreft herkomst, geslacht, leeftijd en gezinssituatie. 3. Indien de landelijke instroom leidt tot een onevenwichtige samenstelling op het AZC dan gaan Partijen met elkaar in overleg. 4. De Overlegcommissie, zoals bedoeld in artikel 12, wordt geïnformeerd over de uitkomsten van het overleg als bedoeld in lid 3. 5. Het COA zorgt door middel van onder meer de evenwichtige bezetting van de Opvanglocatie, eventuele spanningen binnen de Opvanglocatie en mogelijke overlast voor de omgeving tegen te gaan, weg te nemen of te beperken. 6. De gemeente en het COA voeren periodiek overleg over de omvang en eventuele knelpunten en oplossingen ten aanzien van de instroom, spanningen en overlast. 7. Het COA informeert de gemeente tijdig en schriftelijk over eventuele ontruiming van een vreemdeling, zodat de gemeente over haar medewerking ter zake zo nodig een eigenstandig besluit kan nemen, waarbij partijen de vigerende wet- en regelgeving in acht zullen nemen.
Het COA neemt bij dit schriftelijk informeren van de gemeente omtrent de ontruiming een termijn van tenminste twee weken in acht. Vraag: Kan de gemeente het COA aanspreken op het niet nakomen van gemaakte afspraken? Antwoord: Zie bij het vorige antwoord. Vraag: Als het inderdaad zo is dat er steeds meer mannen en jongens in het AZC gehuisvest zijn, kan de gemeente of het COA dan verklaren waarom deze niet bereid zijn activiteiten te ondernemen met en voor de buurt? Wordt hier in het belang van de integratie niet op gestuurd?
Antwoord: Hier kunnen wij nu geen antwoord op geven. Met de invoering van de nieuwe Wet Inburgering wordt dit een verantwoordelijkheid van de gemeente. In dat licht zullen wij de inburgering van de kansrijke asielzoekers al starten zodra ze in het AZC zijn aangekomen. Vrijwilligerswerk uitvoeren zal daarvan een onderdeel zijn.