7. TV RAAD PvdA - antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: Johan Feenstra : PvdA
Commissievergadering/Raad
: Raad
Datum
: 18 december 2025
Agendapunt
:7
Onderwerp
: Ruimtelijke strategie Sneek
1.
Verdicht bouwen en meer groen in een relatief verdicht stadscentrum van Sneek lijken niet hand in hand te gaan. Naast waterstad wil Sneek ook een groene stad zijn. Groen om de problemen van klimaatadaptatie te voorkomen, waaronder hittestress. De gemeente Arnhem gaat zelfs gebouwen slopen om de problemen vanwege o.a. hittestress e.d. te voorkomen. Over 4 jaar (2030) zijn er circa 900 woningen toegevoegd aan de spoorzone (pagina 31). “Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen zorgen we voor meer ruimte voor water en groen (netto toename van 20%, volgen van de 3-3—300 vuistregel en de vijf V’s). Op deze manier, ondersteunend door ons mobiliteitsbeleid, hebben we de stad kunnen verdichten en vergroenen”, zo staat op pagina 23 te lezen. Wat wordt verstaan onder “netto toename van 20%, volgen van de 3-3—300 vuistregel en de vijf V’s”, Graag een uitleg wat hiermee wordt bedoeld? Antwoord: - netto toename van 20%: Hiermee wordt gedoeld op de gewenste toename van 20% aan water en groen. - 3-30-300 vuistregel: Deze vuistregel voor een groene en gezonde leefomgeving meet drie dingen. (1) Vanuit elke woning moeten minimaal drie bomen te zien zijn; (2) 30% van een wijk moet in de schaduw van een boom vallen; (3) vanuit elke woning moet op maximaal 300 meter afstand een park of andere grote groene ruimte zijn.
- 5 V’s: Dit heeft betrekking op de vijf v’s ten behoeve van biodiversiteit: voortplanting, veiligheid, voedsel, verbinding en variatie
2.
Kan uitgelegd worden dat problemen van klimaatadaptatie (hittestress, wateroverlast), maar ook problemen vanwege toename van verkeer en parkeren door inbreiden en verdichten worden opgelost? Antwoord: Met deze ‘dubbeldoelstelling’, klimaatadaptatie én een goed toegankelijke stad, willen we bij nieuwe ontwikkelingen verdichten (hoger bouwen in aangewezen zones, meer appartementen), waardoor meer woningen op dezelfde aantal vierkante meters mogelijk zijn. Tegelijkertijd willen we meer ruimte creëren voor groen en water. Voor verkeer en parkeren is het uitgangspunt dat we het STOMP principe hanteren waarbij we wandelen, fietsen, OV gebruik en deelmobiliteit meer willen stimuleren, in die volgorde. Tevens willen we het principe van de parkeerhubs aan de randen van de stad versterken. Bij nieuwe ontwikkelingen willen we zoveel mogelijk inzetten op ondergronds of gebouwd parkeren in plaats van het realiseren van extra parkeerruimte op maaiveld (en dus in de openbare ruimte).
3.
Het gebied Spoorzone is op dit moment al relatief groen. Er wordt gesproken om in dat gebied 900 woningen toe te voegen. Hoe moeten wij dat zien? Op welke wijze wordt daar dan meer ruimte voor water en groen toegevoegd in dat gebied door meer woningen te bouwen? Antwoord: Het groene spoordok maakt onderdeel uit van een Groene Wig. Deze willen we groen (en blauw) houden. Er zal in het proces Spoorzone worden gekeken welke betekenis dit gebied in de toekomstige plannen precies kan krijgen. In het gebied Spoorzone zijn nog veel percelen waar nu gebouwen staan, die te transformeren zijn naar woningen. Daarbij is dit een gebied waar we ook ruimte zien om hoger te bouwen. Bovendien is er ruimte om met functies te schuiven. Bij nieuwe ontwikkelingen worden de bovengenoemde principes gehanteerd.
4.
Inbreiden is vanwege complexere factoren vaak duurder dan nieuwbouw op uitleglocaties. Op dit moment zijn woningen al razend duur en kunnen vooral starters een woning al niet meer betalen. Het is daarom van belang de kostprijs zo laag mogelijk te houden. Hoe gaan we met dit vraagstuk om? Zullen bovenmatige kosten als gevolg van het inbreiden ten laste van het algemeen worden gebracht om de kostprijs voor starters, huurders e.d. zo laag mogelijk te houden? Antwoord: Inbreiden lijkt vaak een duurdere keuze, maar dit ligt genuanceerd. Dit beeld wordt bijvoorbeeld vaak vertekend doordat op uitleglocaties grotere woningen worden gebouwd waar meer marge op zit. Door in te breiden, gaat de stedelijke ontwikkeling niet of minder ten koste landbouw- of natuurareaal, hetgeen ook een waarde vertegenwoordigd. Tevens zit op inbreiden ook een grote maatschappelijke meerwaarde doordat bestaande verouderde bebouwing wordt vernieuwd en dit ook een positief effect heeft op de omliggende bebouwing. Bovendien is het ook nodig om een stad vitaal te houden. Alsmaar uitbreiden naar buiten, terwijl ondertussen het centrum en de wijken verouderen is wat ons betreft geen duurzame optie om de stad leefbaar en vitaal te houden. Voor het realiseren van woningen blijven we ook hier gebonden aan de Woondeal waarin wordt gestuurd op 2/3 betaalbare woningen, zowel koop als huur.
Bij inbreiden moet overigens niet alleen gedacht worden aan het centrum binnen de grachten, maar ook op andere plekken in Sneek. Denk bijvoorbeeld aan de IJlsterkade, het Spoorzonegebied, de huidige azc locatie die vrij komt en het IJlsterplein. Daarbij is ruimte om een goede mix van woningen te realiseren.
5
Hoe is de verhouding van actief grondbeleid t.o.v. passief grondbeleid bij het inbreiden in Sneek. Bij een actief grondbeleid heeft de gemeente zelf de regie om te sturen op de doelen en gaan mogelijke financiële voordelen niet naar projectontwikkelaars. Antwoord: Ons huidige grondbeleid is situationeel. Dit betekent dat we per situatie kijken wat nodig is en het beste werkt. Bij inbreiding is er bijna altijd sprake van dat de gemeente al een deel van de gronden bezit (o.a. bestaand openbaar gebied). Dit betekent in ieder geval dat er een mix van actief en passief grondbeleid van toepassing is. Hierna kunnen we vervolgens zelf de keuze maken hoe de verhouding wordt (actiever of passiever). In beide typen grondbeleid kan regie gepakt worden, maar de regel is hoe actiever hoe steviger de regie. Landelijke ervaringen bij inbreiding laten zien dat er vaak een actievere houding nodig is om een project van de grond te krijgen. In het gebied Spoorzone heeft de gemeente bijvoorbeeld al veel grondposities.