7. TV Raad Mooi SWF I antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: :
Pieter Jan Scholtanus Mooi SWF
Datum
:
18 september 2025
Agendapunt
:
7.
Onderwerp
:
Nota openbare ruimte 2026-2030
Raad
1.
Hoe realistisch is deze financiële planning gezien de huidige begrotingssituatie, en wat gebeurt er concreet als deze middelen tijdens de begrotingsbehandeling niet beschikbaar blijken te zijn? Antwoord: Deze financiële planning is realistisch en past binnen de conceptprogrammabegroting 2026. Als aanvullende middelen niet beschikbaar blijken te zijn, gaat dat invloed hebben op de prestaties (kwaliteit/beschikbaarheid) en risico’s (veiligheid) van onze assets in de openbare ruimte. Benodigd onderhoud en vervangingen worden dan namelijk verder uitgesteld en de achterstanden nemen toe (bulldozereffect). Concreet betekent dit dat bepaalde wegen en kademuren niet op tijd aangepakt kunnen worden en de situatie verslechtert met mogelijk afsluitingen tot gevolg.
2.
Welke concrete criteria hanteert het college om te bepalen welke wegen, kademuren en andere infrastructuur prioriteit krijgen, en hoe wordt transparant gecommuniceerd naar inwoners waarom hun wijk mogelijk minder aandacht krijgt? Antwoord: In de basis wordt de prioritering gemaakt op basis van de technische staat van onze assets. De technische staat wordt bepaald door regelmatig te inspecteren. Een weg of kademuur die het einde van zijn technische levensduur heeft bereikt, dient aangepakt te worden. Zeker als de risico’s toenemen. Gezien de grote opgave in de infrastructuur maken we gebruik van een van de instrumenten van assetmanagement: de risicomatrix. Hierbij vindt een afweging plaats tussen onder andere veiligheid, beschikbaarheid, impact, kwaliteit leefomgeving en betaalbaarheid. Andere opgaven kunnen ook invloed hebben op de prioritering. De communicatie met inwoners verloopt veelal via de stads-, dorp- en wijkcoördinatoren. Regelmatig wordt er informatie verstrekt aan plaatselijke belangen over de meerjarenplanningen. Zodra werkzaamheden concreet op de planning staan, vindt communicatie plaats met de directe omgeving.
3.
Welke concrete meetbare indicatoren gaat het college hanteren om te monitoren of het gekozen scenario daadwerkelijk wordt gerealiseerd, en op welke momenten wordt de raad geïnformeerd over eventuele bijsturing van het beleid als de doelstellingen niet worden gehaald? Antwoord: Het college hanteert een aantal meetbare indicatoren om te monitoren, te weten: • de kwaliteitsniveaus per onderdeel op basis van periodieke inspecties;
• het verloop van de hoeveelheid achterstallig onderhoud; • resultaten van een inwonersenquête. De gemeenteraad wordt hierover jaarlijks geïnformeerd via de ‘Paragraaf Kapitaalgoederen’ in de jaarrekening en indien nodig via de bestuursrapportages.