7. TV RAAD GL - antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener: Fractie:
Idske Koopmans GroenLinks
Raad Datum:
22 september 2022
Agendapunt:
7
Onderwerp:
wijziging gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap
De nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is gewijzigd per 1 juli 2022. Deze wet moet in acht worden genomen bij wijzigingen van lokale gemeenschappelijke regelingen, aldus het raadsvoorstel. Het doel van deze nieuwe Wgr is onder meer om de gemeenteraden niet langer op een informatieafstand te zetten. De uitdaging is, om die betrokkenheid vanaf het eerste moment passend te verankeren. Het voorstel is nu om wijzigingen in twee fasen door te voeren. Deze eerste fase voorziet volgens het raadsvoorstel op technische wijzigingen van de GR. Volgens de aanbiedingsbrief van het AB aan de colleges is het streven dat deze wijzigingen op 1 januari 2023 ingaan. In de aanbiedingsbrief en het raadsvoorstel wordt aangegeven dat de tweede fase in het vierde kwartaal van 2023 aan onze gemeenteraad wordt voorgelegd. Vraag 1. Door de nieuwe Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) "gaan sommige zaken ook direct in” (blz 4 eerst alinea). Graag een overzicht van welke wijzigingen al direct per 1 juli jongstleden zijn gaan gelden. Antwoord: Deelnemers van een gemeenschappelijke regeling hebben tot 1 juli 2024 de tijd om hun regeling in overeenstemming te brengen met de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Deze implementatietermijn is nodig voor de implementatie van de artikelen in de nieuwe Wgr die ruimte voor een eigen invulling geven, zoals het bepalen van de categorieën besluiten waarvoor een zienswijze gevraagd gaat worden en de uittredingsbepaling. Voor andere wijzingen, zoals het eventueel instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie en het uitoefenen van het onderzoeksrecht is geen implementatie nodig. Deze mogelijkheden gelden dus vanaf 1 juli 2022. In de nieuwe wet krijgen gemeenteraden de mogelijkheid bij het treffen of wijzigen van een GR vooraf een zienswijze te geven op het ontwerp daarvan. Dit geldt voor regelingen waaraan colleges of burgemeesters deelnemen. De colleges of burgemeesters zenden het ontwerp van de regeling naar de gemeenteraden. Tot 8 weken na ontvangst kunnen gemeenteraden een zienswijze indienen. Heeft een gemeenteraad geen behoefte aan het indienen van een zienswijze, dan laat hij dat zo snel mogelijk weten aan het college of de burgemeester. Het recht een zienswijze in te mogen dienen vloeit rechtstreeks voort uit artikel 1 Wgr en is van toepassing op alle vormen waarin een GR zich kan voordoen. Vraag 2. Graag een overzicht van alle bevoegdheden/mogelijkheden die de gemeenteraad SWF heeft ten aanzien van het voorliggend raadsvoorstel, alsmede de (juridische en praktische) gevolgen daarvan? Bijv.
heeft de gemeenteraad de bevoegdheid om haar goedkeuring voor wat betreft dit raadsvoorstel te verdagen en voor hoe lang, en welke gevolgen heeft dit voor het tijdspad, het voorliggend raadsvoorstel en de beslissing van andere de gemeenten? 1
En heeft de gemeenteraad de bevoegdheid om een zienswijze naar voren te brengen op deze ontwerp regeling? Zo, ja hoe gaat dit concreet in zijn werk? En welke (juridische en politieke) waarde heeft deze zienswijze? Wat zijn de gevolgen van het indienen van een zienswijze op het raadvoorstel, het tijdspad en de beslissing van de andere gemeenten et cetera? Antwoord: In beginsel heeft de raad de bevoegdheid om niet in te stemmen met het voorstel, of het raadsvoorstel te verschuiven naar een volgende raadsvergadering. Dit houdt in dat dan de wetsbepalingen gelden, plus wat in de huidige GR staat. Wat niet kan is dat de termijn voor zienswijzen verandert (die staan in de wet). Er staan maximale termijnen voor zienswijzen (8 weken) en besluitvorming (13 weken). Voor Súdwest-Fryslân heeft dit gevolgen voor de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen op dit voorstel en op de positie van wethouder De Boer in het AB. Waadhoeke, De Fryske Marren en Harlingen hebben inmiddels ingestemd met het voorstel. Dat houdt in dat er drie van de vier gemeenten ingestemd hebben. Het is natuurlijk het beste dat alle vier raden instemmen met deze eerste, vooral technische wijzigingen. Wanneer de raad deze eerste fase wijziging op 29 september niet vaststelt, kan het voorstel worden geagendeerd voor de eerstvolgende raadsvergadering. Vraag 3.
Wanneer beslissen de andere betrokken gemeenteraden over voorliggend raadsvoorstel? Welke gevolgen heeft dit voor de (beslis)positie van de gemeenteraad SWF? En waarom is gekozen voor deze (beslis)volgorde/wijze? Antwoord: De raden van Waadhoeke en De Fryske Marren hebben reeds toestemming verleend voor de 1ste fase wijziging. Harlingen behandelt het voorstel woensdag 28 september. Dit wijzigt niets aan de positie van Súdwest-Fryslân. Het AB van de GR en de colleges van de vier deelnemende gemeenten hebben gestuurd op een uniform tijdpad in de vier gemeenten, verschillen in besluitdatum ontstaan door de verschillende vergaderschema’s en al dan niet behandeling in raadscommissies. Vraag 4. Is het bijvoorbeeld mogelijk dat de beoogde fase 2 helemaal niet of in gewijzigde vorm aan de gemeenteraden wordt voorgelegd? Welke mogelijkheden/bevoegdheden heeft de gemeenteraad van SWF op dit moment en in de toekomst om haar invloed uit te oefenen op (de inhoud, de vorm, het tijdspad etc. van) fase 2? Antwoord: Fase 2 is nodig omdat anders niet wordt voldaan aan de kaders van de nieuwe Wgr. Zoals hierboven al is aangegeven moet fase 2 uiterlijk 1 juli 2024 door de raden zijn goedgekeurd. Daarvoor hebben we dus nog enige tijd.
Fase 2 voorziet in aanpassingen van de GR die betrekking hebben op onderwerpen zoals governance, de versterking van de positie van de raad, de passieve en actieve informatieplicht van de GR, regels over uittreding, het instellen van een adviescommissie, afspraken over evaluaties en mogelijk ook regels over participatie. Zoals hiervoor ook omschreven is, kan de raad via zienswijzen invloed uitoefenen op de inhoud van fase 2. We zijn ons op dit moment met de overige gemeenten aan het voorbereiden op fase 2. We beraden ons nog over de wijze waarop de raad c.q. de raden van de vier gemeenten hierin worden meegenomen. Vraag 5. Uit het raadsvoorstel: Artikel 7 lid 1 van de nieuwe (concept) Verordening. "De colleges wijzen elk twee leden en twee plaatsvervangende leden uit hun midden aan tot lid van het Algemeen Bestuur.” " Artikel 9 van de nieuwe (concept) Verordening en op bladzijde 4. van het raadsvoorstel wordt aangegeven dat de stemverhouding in het Algemeen Bestuur wordt gefixeerd conform de verhouding zoals die de afgelopen jaren al was, dus DFM 2 stemmen, Harlingen 1 stem, Súdwest-Fryslân 4 stemmen en De Waadhoeke 2 stemmen. Voordeel hiervan is dat de stemverhouding niet meer jaarlijks hoeft te worden vastgesteld. Voor wat betreft het Dagelijks Bestuur blijft de stemverhouding ongewijzigd, namelijk iedere deelnemer heeft 1 stem.
Welke argumenten liggen (ook alweer) ten grondslag aan: a. de keuze om de leden van het Algemeen Bestuur te vermeerderen? En hoe wordt dit (praktisch) opgelost in Harlingen met slechts drie wethouders? b. de huidige stemverhouding in het Algemeen Bestuur (2-1-4-2), en deze ongewijzigd te laten? 2
c. de huidige stemverhouding in het Dagelijks Bestuur (ieder 1 stem), en deze ongewijzigd te laten? Antwoord: Belangrijkste punt is dat het DB in het AB geen meerderheid mag hebben. Dat was tot voor kort wel zo. Dat kan bewerkstelligd worden door het aantal leden of stemverhoudingen. Voor dat laatste is gekozen. Zo vaardigen alle deelnemende gemeenten 1 lid af in het DB en 2 leden in het AB. De meerderheid in het AB wordt geborgd door genoemde stemverhouding die dus niet wijzigt. Harlingen heeft vier collegeleden (3 wethouders en 1 burgemeester). Vraag 6. Hoe zat het ook alweer: over welke zaken beslist het Algemeen Bestuur van de GR, het Dagelijks Bestuur van de GR, de directie van de NV, het college van SWF, de gemeenteraad van SWF in gezamenlijkheid met de andere gemeenten en alleen? Antwoord: Vuistregel hierbij is dat het DB de belangen van Empatec vertegenwoordigt. Het AB verdedigt de belangen van de individuele gemeenten. Het DB gaat dan vooral over uitvoeringszaken en de aansturing van Empatec. Het AB gaat o.a. over de begroting. Met een knipoog zou je ook kunnen zeggen dat het AB vergelijkbaar is met een gemeenteraad en het DB met het college van B&W. Aan de GR is de taken van de uitvoering van de SW opgedragen.
Het gaat hier om een gemeenschappelijke regeling van vier gemeenten waarbij in gezamenlijkheid taken zijn overgedragen van de vier gemeenten naar Empatec, vanuit efficiencyoverwegingen en in het belang van de doelgroep. Empatec voert deze taken uit, waarvoor de directie verantwoordelijk is. Dit betekent dat besluiten die hierop betrekking hebben in beginsel zijn overgedragen naar het DB en het AB en dus ook in gemeenschappelijkheid van de vier gemeenten zouden moeten worden genomen. Via de constructie van het AB en het DB zou de belangenscheiding duidelijk moeten zijn (zie hiervoor). De uitvoering van de Participatiewet (inclusief beschut Werk) is geen onderdeel van de GR. Daarover kunnen de (afzonderlijke) gemeentebesturen (college en raad) dus zelfstandig besluiten. Vanuit de businesscase wordt wel een onderling commitment gevraagd om naar evenredigheid vanuit de Participatiewet bij te dragen aan het Werkleerbedrijf via opdrachten re-integratie en werkgeverschap Beschut werk. Hierbij gaat het om een basispakket wat uitgebreid kan worden met een pluspakket. Vraag 7.
Wordt het Reglement van Orde gewijzigd en zo ja wanneer? Waarom wel of geen wijziging? En welke invloed heeft de nieuwe Wet gemeenschappelijke regeling en de aanbevelingen in het raadsenquête op het Reglement van Orde? En kan de gemeenteraad dit (concept) Reglement van Orde ontvangen ter informatie? Antwoord: Het reglement van orde is een reglement voor het bestuur van de GR. Het AB stelt deze vast. Dit moet nog worden opgesteld. Indien gewenst kan de gemeenteraad dit Reglement ook ontvangen.
3