7. TV CIE NS - antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: Johan Steenbeek : Nieuw Sociaal
Commissievergadering/Raad
: DSO
Datum
: 2 december 2025
Agendapunt
: 6 ruimtelijke strategie Sneek
Onderwerp
: Ruimtelijke strategie Sneek 2050
1.
Blz. 8 Tekst: “Daarnaast is Sneek de belangrijkste kern in de stedelijke zone van Súdwest-Fryslân (SneekBolsward-IJlst), met een verzorgingsgebied van ruim 150.000 inwoners.” Vraag: Wat is de reden dat IJlst als onderdeel van de stedelijke zone wordt genoemd, gezien het relatief beperkte inwonertal (circa 3.000)?
Antwoord: De reden dat IJlst genoemd wordt ligt onder andere in het feit dat IJlst een grote kern is, zeer dichtbij Sneek ligt en aan het spoor ligt met een eigen station waardoor de reisafstand tussen Sneek centrumzone en IJlst via het spoor minder dan 5 minuten is, en met de fiets binnen tien minuten. Er liggen wijken op grotere afstand van de centrumzone.
2.
Blz. 16 Tekst: “Naast de nieuwbouwopgave ligt er een herstructureringsopgave. Dit geldt met name in de wederopbouwwijken, maar bijvoorbeeld ook op de voormalige AZC-locatie. Hier is sprake van een verouderde woningvoorraad en openbare ruimte, vaak in combinatie met aandachtspunten zoals een groot aandeel particuliere en/of sociale huurwoningen, warmtetransitie, hittestress, funderingsproblematiek, een lagere gezondheid en clustering van kwetsbare groepen.” Vraag: Waar wordt de genoemde funderingsproblematiek door veroorzaakt? Heeft dit verband met de veenweideproblematiek (bodemdaling) of een andere specifieke oorzaak? Antwoord: Bij funderingsproblemen kunnen er meerdere oorzaken zijn. Hier speelt op hoofdlijnen het volgende: • Vooropgesteld: bij funderingsproblemen gaat het met name om woningen met houten palen of met een ondiepe funderingen bij woningen die voor 1970/1971 zijn gebouwd. In onze gemeente gaat het vooral om problematiek met houten palen. De risico’s op schade verschillen daarom per bouwperiode en daarmee per wijk. • Funderingsproblemen komen vaker voor in het veengebied, maar kunnen zich ook in klei- en zandgebied voordoen. • Voor Sneek is er (grofweg) deels sprake van klei- en deels van veengrond (of soms ook beide in verschillende bodemlagen).
Voor veengrond zou (zie ook de vraagstelling) een relatie kunnen worden gelegd met de situatie binnen het Veenweideprogramma. In veengebied kan bodemdaling (versneld) opgetreden door lage peilen t.b.v. het landbouwgebruik. Dit speelt in het landelijk gebied (of aanliggend daaraan). Binnenstedelijk, zoals in Sneek, is een dergelijk verband niet snel aannemelijk. Maar ook zonder nadrukkelijke schommelingen in het peilbeheer kan inklinking van veengrond nog steeds een factor zijn (maar dan wel meer geleidelijk). Zo is bijvoorbeeld bekend dat door extremere weersomstandigheden (soms droger, soms natter) problemen versneld kunnen optreden. • Los van bodemdaling kunnen zowel in het landelijk gebied als binnenstedelijk funderingsproblemen aanvullend ontstaan door andere factoren (of een combinatie daarvan), bijv. bacterievorming in de houten palen, bouwkundige problematiek of verbouwactiviteiten waarbij onvoldoende rekening is gehouden met de funderingsconstructie. • De praktijk wijst uit dat vaak per geval moet worden beoordeeld wat een meer exacte oorzaak van het
probleem is en hoe over herstelmaatregelen kan worden nagedacht.
3.
Blz. 21 Tekst: “De staande mastenroute (Geeuw tot en met Houkesloot) vormt als internationale vaarroute de hoofdader van het waterfront van Sneek. Ze is bepalend voor het imago en de gastvrijheid, en is aan weerszijden voorzien van openbare en toegankelijke oevers en kades en voorkanten. Nieuwe bebouwing heeft een hoge beeldkwaliteit en vertelt het verhaal van waterstad Sneek.” Vragen: a)
Wat verstaat het college onder ‘hoge beeldkwaliteit’ in deze context?
b)
Langs de IJlsterkade is al veel nieuwe bebouwing (appartementen) gerealiseerd, er is echter ook nog sprake van verouderde en ook verpauperde bedrijfs(panden). Hoe wil het college hier zo snel mogelijk tot herontwikkeling of vervangende nieuwbouw komen (pagine 31 tevens)?
c)
Welke mogelijkheden ziet het college om deze gebiedsontwikkeling te versnellen? Wordt strategische grondaankoop, zoals genoemd op blz. 41, daarbij als optie beschouwd?
Antwoord: a. Het college verstaat onder een hoge beeldkwaliteit onder architectuur gebouwde, unieke gebouwen met een eigen identiteit, passend bij de historie van de stad. Uitgevoerd met kwalitatief hoogwaardige materialen en aandacht voor detaillering. Daaronder vallen dus geen ‘standaard’ woongebouwen die meermaals gekopieerd worden in het gebied. b. Deze panden maken deels uit van het project IJlsterkade en het sleutelgebied Lemsterweg. Met het project IJlsterkade zijn we bezig met het opstellen van de kaders welke we op termijn aan de gemeenteraad zullen voorleggen. c. Zie b. Ze maken of onderdeel uit van een lopend project, of van een sleutelgebied, die nog aan bod komt. Prioritering van de sleutelgebieden volgt na vaststelling door de raad. Strategische grondaankoop kan hierbij een optie zijn.
4.
Blz. 29 Tekst: “Onderzoeken van een directe wegverbinding met Leeuwarden (inclusief tracékeuze).” Vraag: Eerder (2017) is ook gesproken over een mogelijke nieuwe wegverbinding tussen Sneek en Leeuwarden. Wat is destijds aan onderzoek verricht, en in hoeverre kunnen de resultaten uit die eerdere onderzoeken worden gebruikt in een nieuw onderzoek? https://www.omropfryslan.nl/nl/nieuws/695467/plan-voor-nieuwe-weg-tussen-leeuwarden-en-sneek & https://www.omropfryslan.nl/nl/nieuws/713510/provincie-wil-geen-nieuwe-weg-tussen-leeuwarden-ensneek Zijn er de afgelopen zaken erg veranderd waardoor dit nu mogelijk nu wél haalbaar wordt geacht (op provinciaal niveau)? Antwoord: Een snellere wegverbinding met Leeuwarden is een wens van de gemeente. Door deze als ambitie vast te leggen in onze omgevingsvisie, kunnen we er ook naar verwijzen wanneer we het gesprek aangaan met andere partijen die nodig zijn voor de realisatie van dit plan. Na 2017 heeft de provincie, gemeente SWF en gemeente Leeuwarden een studie uitgevoerd. De Provinciale Staten hebben opgedragen alleen een studie te doen naar het bestaande tracé, er mochten geen nieuwe tracés worden onderzocht. De studie is in 2022 afgerond. Na het onderzoek in 2022 is er geen vervolg geweest.
Wel hebben de Provinciale Staten een amendement aangenomen die opdraagt om in het kader van het provinciale Regionale MobiliteitsPlan hier een vervolg aan te geven. Provincie is hier nog niet mee gestart.
5.
Blz. 31 Tekst: “Inpassen van circa 5.000 woningen in de volgende fase van planvorming binnen de stedelijke zone Sneek-Bolsward-IJlst, waarvan het merendeel in Sneek. (…) We zien ook kansen en een uitwerkingsopgave voor ontwikkeling in IJlst en Bolsward, als onderdeel van de stedelijke zone SneekBolsward-IJlst.” Vraag: Welke locaties of ruimtelijke mogelijkheden ziet het college concreet voor woningbouw of gebiedsontwikkeling in IJlst? Antwoord: We hebben hierbij nog geen concrete locaties voor ogen. Deze zullen volgen uit behoefte- en locatieonderzoek. We zijn bezig met de herontwikkeling van de locatie Nij Ylostins en het voormalig
gemeentekantoor van IJlst.