CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

7. TV CIE GL l antwoord

Raadsvergadering 2 februari 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Aktualisaasje Programmabegrutting 20232.670 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie

: :

Idske koopmans GroenLinks

Datum

:

17, 18 en 19 januari 2023

Agendapunt

:

5

Onderwerp

:

Actualisatie Programmabegroting 2023

Commissievergadering/Raad

1.

Op pagina 9 wordt gesproken over een fietsverbinding Exmorra. Welke fietsverbinding betreft dit? Antwoord: Dit betreft de fietsverbinding tussen Exmorra en Bolsward in relatie met de ontwikkeling van de provinciale kruising Marnezijl bij Bolsward–West.

2.

Op pagina 9 lezen wij dat het onderzoek naar voorrang van fietsers op rotondes gericht is op de financiële impact. Los van de financiele impact zijn wij er vooral in geinteresseerd of voorrang van fietsers op rotondes voor meer of juist minder veilige situaties voor fietsers zorgt? Zo laat een onderzoek van DTV Consultants in 2019 zien dat het gemiddeld aantal geregistreerde fietsongevallen (ongevallen waarbij minimaal één fietser betrokken is) in de periode 2015-2018 op de rotondes met fietsers in de voorrang 0,73 was. Op rotondes waar fietsers géén voorrang hebben, was dat 0,18. In totaal zijn 2.448 enkelstrooksrotondes meegenomen in dit onderzoek. -Wat is het achterliggende doel van voorrang van fietsers op rotondes voor onze gemeente? -Op basis van welk(e) onderzoek(en) of overtuigingen wordt de keuze voor ‘voorrang van fietsers op rotondes’ gemaakt? Heeft er al een onderzoek plaatsgevonden of voorrang van fietsers op rotondes zorgt voor meer of juist minder veilige situaties voor fietsers? Zo ja, kunnen wij inzage krijgen in dit onderzoek? Zo nee, gaat dit onderzoek nog plaatsvinden? Bron: https://dtvconsultants.nl/wp-content/uploads/Verkenning-verkeersveiligheid-op-rotondes-inNederland_DTV-Consultants_November-2019.pdf Antwoord: We gaan eerst onderzoek doen of we de fietsers in de voorrang op rotondes binnen de bebouwde kom gaan brengen.

Er zijn namelijk verschillende wetenschappelijke onderzoeken die elkaar tegenspreken omtrent de vraag of het verstandig is om fietsers in de voorang te brengen. Dit onderzoek moet nog plaatsvinden. Mocht dit onderzoek uitwijzen om de fietsers in de voorrang te brengen dan kan daarna de finaciele impact in beeld worden gebracht.

3.

Blz 10, “We streven naar het verkleinen van gezondheidsachterstanden en sociaal-economische verschillen, we handelen daarbij vanuit het model van positieve gezondheid.”…” Uit de gezondheidsmonitor (18 jr. en ouder) blijkt dat we op een aantal indicatoren slechter scoren dan het landelijk of Fries gemiddelde. Dat willen we verbeteren.” -Uit divers onderzoek blijkt dat gezondheidsverschillen ontstaan al vóór de geboorte. Op welke wijze wordt het positieve gezondheidsbeleid verbonden aan het armoedebeleid? -Op welke indicatoren scoort SWF slechter dan het landelijk of Fries gemiddelde? En hoe gaat de gemeente hieraan werken (concreet)?

Antwoord: Op welke wijze wordt het positieve gezondheidsbeleid verbonden aan het armoedebeleid? Het gezondheidsbeleid zet in op het versterken van de basisvoorwaarden. We gaan ervan uit dat als iemand zijn basis goed op orde heeft, steviger in zijn schoenen staat en beter om kan gaan met de uitdagingen die het leven met zich meebrengt. Een van deze 5 basisvoorwaarden is financiële gezondheid. Hier gaan het armoedebeleid en gezondheidsbeleid dus hand in hand. Vanuit hier zijn verschillende werkgroepen die zich inzetten op de facetten van financiële gezondheid, oftewel het armoedebeleid. Een voorbeeld is de werkgroep Armoede Onderwijs en Gezondheid die onder andere financiële educatie stimuleert op scholen. In het Gezondheidsbeleid kijken we naar het hele leven, van (voor) de bevruchting tot aan de dood. Juist omdat we weten dat gebeurtenissen in de ene levensfase van invloed (kunnen) zijn op andere fases, dat levensfases met elkaar samenhangen en dat inzet in een bepaalde levensfase, gezondheidswinst oplevert op een later moment. De gezondheid van een kind voor, tijdens en na de geboorte is een belangrijke voorspeller van zowel lichamelijke als mentale problemen op latere leeftijd. De gezondheid van het kind wordt bepaald door achterliggende oorzaken, zoals de sociale en financiële omgeving waar je in opgroeit. Het maakt dus uit waar je wieg staat.

Om te zorgen dat ieder kind een zo goed mogelijke start krijgt, zetten we vol in op het programma Kansrijke Start. Hierbij werken we samen met de geboortezorgketenpartners uit zowel het medisch als een sociaal domein aan een passende ondersteuning voor alle (aanstaande) ouders. We hebben hier samenwerkingsafspraken voor gemaakt. Op welke indicatoren scoort SWF slechter dan gemiddeld? En hoe gaat de gemeente hieraan werken? In het Gezondheidsbeleid zetten we in op de thema’s waarin we de meeste gezondheidswinst en -last verwachten. De onderzoek cyclus van de Gezondheidsmonitor die de GGD uitvoert is verbonden aan de landelijke en lokale beleidscyclus van de Gezondheidsnota. De resultaten uit de monitor gebruiken wij als basis. Op deze manier werken wij datagedreven. Volgens de gezondheidsmonitor 18+ (2020 GGD) scoren we significant slechter op de volgende onderwerpen: • • • • •

Roken: (Friesland 21%, Súdwest-Fryslân 23%) 18-64 jr Zwaar tot overbelaste mantelzorgers: (Friesland 11%, Súdwest-Fryslân 17%) 18-64jr Voldoen aan voedingsnorm fruit/sap: (Friesland 58%, SWF 54%) 65 + jr Zware drinkers: minstens 1x pw 6 (m) of 4 (v) glazen of meer pd: (Friesland: 5% SWF: 7%) 65+ Mantelzorgers: minimaal 3 mnd en/of minimaal 8u pw (Frl 14%, SWF 16%) 65+

Op bovenstaande thema’s wordt met verschillende programma’s ingezet. Denk bijvoorbeeld aan Rookvrije Generatie, Cool Súdwest, de voedselagenda en het mantelzorgbeleid etc. In de loop van 2023 kunnen we middelen via brede spuk aanvragen (middelen van het rijk), de middelen die hieruit beschikbaar komen kunnen we inzetten voor uitvoering van een integraal aanbod op het gebied van preventie, gezondheid, sport, cultuur en sociale basis. 4.

Blz 11, “We denken daarbij aan duurzame structurele oplossingen zoals het informeren en instrueren van sleutelfiguren die iedere dag in de gebieden zijn en onze inwoners ontmoeten.” -Graag concretiseren wie in dezen sleutelfiguren zouden kunnen zijn. -En op welke wijze wordt kennis, ervaring en input van deze sleutelfiguren opgehaald en meegenomen c.q. verwerkt in ons gemeentelijk beleid? Antwoord: Sleutelfiguren kunnen zijn: Gebiedsteammedewerkers, GGD, Sociaal Collectief, Bibliotheek Mar en Fean, Buurtsportcoach, Budgetmaatjes, contactpersonen van woningcorporaties, wijken-en dorpencoördinatoren, leerkrachten. Al deze sleutelfiguren komen samen in het Kernteam Armoede en Schulden. Dit Kernteam zit circa 1x per 6 weken met elkaar om tafel om kennis, ervaring en input uit te wisselen. Onder dit Kernteam hangen diverse werkgroepen die zich met concrete vragen/acties/doelen op bepaalde thema’s (onderwijs, minimaregelingen, ondernemers etc.) bezig houden. Deze input wordt, via het Kernteam, geborgd in het nog te schrijven beleidskader (2023-2027).

5.

Blz. 12, “…blijkt dat bij 80% van de kinderen die ondersteuning vragen vanuit de jeugdwet sprake is van een echtscheidingssituatie. Daarom ontwikkelen we de preventieve aanpak rondom echtscheiding door en breiden we die uit naar andere kernen. We voeren deze aanpak nu alleen uit in gebieden waar veel echtscheidingen voorkomen.” -Waar bestaat deze preventie aanpak rondom echtscheiding uit, graag meer informatie? Wat zijn de bevindingen van de gemeente op dit moment bij deze aanpak? I -In welke gebieden voert de gemeente deze aanpak op dit moment uit? En naar welke gebieden wil de gemeente uitbreiden en welke cirteria ligt hieraan ten grondslag? -En waarom wordt deze aanpak niet beschikbaar gesteld voor de gehele gemeente? Antwoord: Vanuit de nota Gezondheidsbeleid zetten we in op het versterken van de basisvoorwaarden. Het hebben van waardevolle relaties is een van de basisvoorwaarden. Als mensen dit hebben, dan zijn zij gelukkiger, gezonder en weerbaarder. De eerste relatie die je aangaat is die met jouw ouders. Als ouders een goede band met elkaar hebben, is het voor een kind ook gemakkelijker om waardevolle relaties aan te gaan. Het percentage kinderen dat een scheiding meemaak groeit, ook in onze gemeente. De verwachting is dat dit percentage de komende jaren nog verder zal groeien.

Het meemaken van een scheiding kan invloed hebben op de ontwikkeling van het kind, zeker als dit uitloopt op een vechtscheiding. We weten dat een chronisch conflict tussen ouders grote gevolgen kan hebben voor de ontwikkeling van het kind. Ook laat onderzoek zien dat de groep kinderen met gescheiden ouders meer problemen heeft dan kinderen en jongeren uit intacte gezinnen. Zo zijn scheidingskinderen gemiddeld angstiger en depressiever. Ook presteren ze slechter op school, vertonen ze vaker gedragsproblemen, verliezen ze zich eerder in drank en drugs, en hebben ze meer moeite met vriendschappen en relaties. Deze gevolgen zijn tot ver in de volwassenheid meetbaar. Het grootste deel van de kinderen dat in zorg is bij het gebiedsteam heeft als één van de achterliggende oorzaken een scheiding doorgemaakt. Vanuit verschillende kanten is de afgelopen jaren het dringend signaal aan ons afgegeven; ‘ga preventief aan de slag met het thema echtscheiding’. GGD Fryslân, Stichting Sociaal Collectief en Gemeente Súdwest-Fryslân hebben daarom 2020 een plan gemaakt: Ouders Blij(ven). Deze beweging zet preventief in op verschillende fases van de relatie tussen ouders en is gebaseerd op het landelijk wetenschappelijk programma Scheiden zonder Schade. Dit werd betaald uit tijdelijke middelen.

Met de vaststelling van de nota Gezondheid 2022-2026 is hier voor de huidige periode budget voor gereserveerd. In 2022 is het programma geëvalueerd en zijn we nu bezig met de doorontwikkeling. Het doel van Ouders Blij(ven) is dat ouders zich bewust zijn van de overgang van partnerschap naar ouderschap, zodat er minder scheidingen plaatsvinden en wanneer er sprake is van een scheiding, te investeren in blijvend goed ouderschap. Dit doel wordt bereikt door relatieproblemen te normaliseren, wat leidt tot minder (zware) relatieproblemen en scheidingen, en daarmee ook minder schade voor kinderen. Als ouders toch besluiten te scheiden worden er vroegtijdig hulp en handvatten geboden. Daarnaast worden interventies aangeboden aan kinderen, wat leidt tot minder doorverwijzingen naar (kostbare) psychologische hulp. De aanpak bestaat uit 7 onderdelen: 1. Ouderschapsbelofte: Preventief inzetten op de overgang van partnerschap naar ouderschap door middel van ouderschapsbelofte zodat ouders goed voorbereid zijn op hun veranderende rol. 2. Kos: pedagogische ondersteuning bij een scheiding. 3. KIES: ondersteuning voor kinderen 4. Relatie en ouderschapspunt: inloop voor ouders die vragen hebben over ouderschap en relaties. Hier kunnen ze in gesprek gaan met het sociaal raadsvrouw, de pedagoog en/of gebiedsteammedewerker. 5. Stiefouderplan. Preventieve ondersteuning bij stiefouderschap.

6. SCHIP: ondersteuning van ouders die uit elkaar gaan. 7. BOR: Begeleide omgangsregeling door Humanitas. Van de 7 onderdelen van Ouders Blij(ven) zijn 5 beschikbaar voor alle inwoners voor Súdwest-Fryslân. Het relatie en ouderschapspunt is fysiek op de plekken waar de meeste een oudergezinnen zijn, maar voor alle ouders in de gemeente toegankelijk. De ouderschapsbelofte wordt nu nog alleen in Sneek en Workum en omgeving uitgedeeld. Dit omdat hier zich de meeste eenoudergezinnen bevinden. Daarnaast is de ouderschapsbelofte nog vrij nieuw en arbeidsintensief. We willen graag eerst ervaring opdoen, voordat we het gebied uitbreiden. Voor de SCHIP-aanpak geldt dat deze vanaf 2023 wordt ingevoerd en dat hiervoor gebiedsteammedewerkers worden opgeleid. 6.

Blz 12, “Het aantal huisartsen waar een praktijkondersteuner POH-GGZ Jeugd werkzaam is gaan we uitbreiden. Door te investeren in deze preventieve ondersteuning, verwachten we dat we besparen op de kosten van de specialistische jeugdhulp. Er zijn tijdelijk extra middelen nodig, daarna kunnen de kosten gedekt worden uit de verschuiving van de middelen specialistische ondersteuning.” -Welke onderbouwing is er voor deze verwachting (‘besparen op de kosten)? En hoe reeel is deze? -Graag ook meer informatie over de voorgenomen verschuiving van de middelen van specialistische ondersteuning. Antwoord: Er is op dit moment een dekking van 85% van de huisartsen. Er zijn een aantal huisartsenpraktijken die hebben aangegeven geen interesse te hebben in een POH Jeugd vanuit de gemeente. Met een andere Huisartsenpraktijk zijn we in gesprek. Daarnaast zijn er een aantal nieuwe huisartsen gestart in onze gemeente, wat kansen biedt. Ook is de workload van de POH’s Jeugd toegenomen. Door deze extra middelen kunnen we de uren van de huidige POH’s uitbreiden, waardoor zij meer jeugdigen kunnen zien. Door de inzet van de POH Jeugd, verminderen we het aantal doorverwijzingen naar zorgaanbieders en dus uitgaven specialistische ondersteuning. Op dat moment kan de uitbreiding inzet POH GGZ Jeugd structureel worden gedekt uit de middelen van de specialistische ondersteuning.

7.

Blz. 12, “Berekend is dat de uitgaven met € 750.000 zouden kunnen toenemen. We stellen daarom voor om de budgetten voor de Jeugdhulp te verhogen met € 500.000 structureel. Dit is lager dan de berekende € 750.000. Door hervormingen in de jeugdzorg hopen we de stijging van de kosten te beperken. Ook komt de nieuwe inkoop er nog aan, zij het een jaar later. We moeten dus afwachten hoe hoog de structurele uitgaven precies gaan worden.“ -De hervormingsagenda Jeugd beslaat meerdere jaren. Hoe verwacht SWF in 2023 hier al een besparing van € 250.000 euro te maken? Antwoord: De berekende € 750.000 is een inschatting van de extra kosten als gevolg van het uitstel inkoop Jeugdhulp. Door ontwikkelingen zoals de hervormingsagenda Jeugd en de inkoop Jeugdhulp per 2024, verwachten we op dit moment dat de structurele kosten lager zullen zijn dan € 750.000. Het budget Jeugdhulp wordt daarom structureel verhoogd met € 500.000. Mocht hierdoor in 2023 een tekort ontstaan dan kunnen we dat incidenteel opvangen.

8.

Blz. 12, “We indexeren de bedragen uit het investeringsprogramma onderwijshuisvesting met 12% aangezien de bouwkosten fors zijn gestegen.” -Hoe is de hoogte van deze indexatie tot stand gekomen (ad 12 %)? Antwoord: In eerste instantie was rekening gehouden met een stijging van 5%. Bij een recente aanbesteding bleek dat de bouwkosten door ontwikkelingen (stijgende gasprijzen, personeelstekort, leveringsproblemen) met 30% zijn gestegen (2022 ten opzichte van 2021). Uit een recent landelijk gepubliceerd onderzoek, van kenniscentrum ruimte OK, blijkt dat de prijzen voor onderwijshuisvesting in anderhalf jaar tijd zo’n 12% zijn gestegen. Gezien de fluctuaties in onze economie is daarom gekozen om de trend uit het landelijk gepubliceerd onderzoek van 12% aan te houden.

9.

Blz. 15, “ In 2022 heeft onze gemeente met de overige Friese gemeenten de Intentieverklaring Friese Norm ondertekend, met als doel om de komende jaren als Friese overheid in gezamenlijkheid aan de slag te gaan. De gemeente wil hier structurele formatie op inzetten: bewustzijn verhogen, signalen zorgvuldig en eenduidig oppakken, (bestuurlijk) instrumentarium op orde brengen/inzetten en het bevorderen van toezicht/handhaving. Met de Wet Bibob kunnen we onze vergunningen, aanbestedingen en opdrachten beschermen tegen misbruik. Meer specialistische inzet op de wet Bibob is gewenst om te voorkomen dat we ongewild criminele activiteiten faciliteren, we willen hier structurele formatie op inzetten.” -Waar kunnen we deze structurele formatie in de bedragen terugvinden? Antwoord: Alle benodigde extra formatie voor het uitvoeren van de diverse voorstellen, is opgenomen in het totaalbedrag van € 1,7 miljoen (pagina 17 van de notitie).

10. Blz. 17, “De druk heeft tot gevolg dat het ziekteverzuim stijgt, wat weer leidt tot en een (ongewenst) hoge externe inhuur. Hiermee raakt de verhouding tussen vast personeel en externe inhuur uit balans, waarmee zowel de kwaliteit als de kwantiteit van onze dienstverlening richting de inwoners verder onder druk komt te staan.” -Hoe hoog is het ziekteverzuim (langdurig en kortdurend) de afgelopen jaren (zijnde de jaren voor, tijdens en na Corona)? En hoe verhoudt zich deze tot andere gemeenten en het landelijk gemiddelde? -Hoe is de verhouding op dit moment qua vast personeel en externe inhuur de afgelopen jaren (wat is de tendens)? En hoe verhoudt zich dit tot andere gemeenten en het landelijk gemiddelde? -Welke factoren spelen bij onze gemeente (naast ziekte) nog meer een rol waardoor de zgn verhouding tussen vast en inhuur niet meer in balans is? Antwoord: Ziekteverzuim:

Personeelmonitor A&O Personeelsmonitor A&O Verzuim (%) Gemeente Súdwest-Fryslân (50.000 - 100.000 inwoners) (alle gemeenten) 2020 3,9% 5,5% 5,5% 2021 4,1% 5,8% 5,8% 2022 5,7% n.n.b. n.n.b. Verhouding externe inhuur t.o.v. vast personeel:

Personeelmonitor A&O Personeelsmonitor A&O Inhuur (%) Gemeente Súdwest-Fryslân (50.000 - 100.000 inwoners) (alle gemeenten) 2020 12,8% 17,5% 18,4% 2021 14,7% 17,1% 16,5% 2022 18,2%* n.n.b. n.n.b. * Voorlopig percentage; dit is nog niet het definitieve inhuurpercentage en wijzigt waarschijnlijk nog. Andere belangrijke factoren die in het algemeen invloed hebben op inhuur zijn; onverwachte stijging van vraag personeel door bijvoorbeeld crisis of bijzondere gebeurtenissen = piek en speciale tijdelijke ambities/projecten die gerealiseerd moeten worden maar waar we de kennis niet zelf voor in huis hebben = specifiek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12384704/1