7. Amendement CU, CDA I Havenverordening
Tekst van het document
AMENDEMENT (artikel 30 RvO) Van
:
CU (Gert Schouwstra) CDA (Arjen Doedel)
Aan
:
De voorzitter van de raad
Agendapunt
:
7
Onderwerp
:
Verordening havens en overige wateren gemeente Súdwest-Fryslân 2021.
Datum raadsvergadering
:
29 april 2021
1. Voorgenomen besluit zoals opgenomen in het raadsvoorstel: − De Verordening havens en overige wateren gemeente Súdwest-Fryslân 2021 vast te stellen 2. Voorgesteld wordt het voorgenomen besluit genoemd onder 1. als volgt te wijzigen in: − De Verordening havens en overige wateren gemeente Súdwest-Fryslân 2021 vast te stellen met dien verstande dat de volgende onderdelen van de verordening als volgt worden gewijzigd: Onderdeel A - Artikel 3.18 Uitoefening van een bedrijf 1. Het is verboden zonder ontheffing van het college in de haven een vaartuig te gebruiken voor: a. het uitoefenen van een bedrijf; b. het drijven van handel; c. het houden van een herberg; d. het verlenen en gebruik van huisvesting; e. het houden van vast verblijf; f. het afleveren van koopwaar. 2. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. te wijzigen in: 1. Het is verboden zonder ontheffing van het college een vaartuig op een ligplaats te gebruiken voor: a. het uitoefenen van een bedrijf; b. het drijven van handel; c. het houden van een herberg; d. het verlenen en gebruik van huisvesting; e. het houden van vast verblijf; f. het afleveren van koopwaar. 2.
Het verbod in dit artikel is niet van toepassing op beroepsvaartuigen die ligplaats nemen op voor hen bestemde plaatsen en tevens zijn voorzien van een geldig Certificaat van Onderzoek, afgegeven ingevolge hoofdstuk 3, paragraaf 1 van de Binnenvaartwet. 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij
niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Onderdeel B - Artikel 4.5 Verbod gebruik generatoren 1. 2.
Het is verboden zonder toestemming van de havenmeester of een andere door het college met toezicht belast persoon aan boord van een vaartuig een generator te gebruiken. Het verbod geldt niet wanneer de generator gebruikt wordt voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden voor zover in overeenstemming met artikel 4.8.
te wijzigen in: Artikel 4.5 Verbod gebruik generatoren 1. 2. 3.
Het is verboden zonder toestemming van de havenmeester of een andere door het college met toezicht belast persoon aan boord van een vaartuig een generator te gebruiken. Het college kan gebieden aanwijzen waarvoor dit verbod niet geldt. Het verbod geldt niet wanneer de generator gebruikt wordt voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden voor zover in overeenstemming met artikel 4.8.
En de bijbehorende toelichting te wijzigen in: Artikel 4.5 Verbod gebruik generatoren Het is verboden om op een ligplaats aan boord van een vaartuig een generator te gebruiken. In het kader van het verminderen van overlast en het verbeteren van de lokale luchtkwaliteit worden in de haven bij bepaalde ligplaatsen aansluitingen voor de afname van elektriciteit gerealiseerd. Op het moment dat het voor de elektriciteitsvoorziening meer stroom nodig is dan de walstroomvoorziening kan leveren, kan bijvoorbeeld de havenmeester alsnog toestemming geven. Het college kan gebieden aanwijzen waar het verbod niet geldt. Te denken valt aan ligplaatsen voor beroepsvaart in de industriehavens, of plaatsen waar (nog) geen walstroomvoorzieningen zijn geplaatst. Onderdeel C - Artikel 4.8 Verbod op verrichten van werkzaamheden aan vaartuigen Het is verboden zonder toestemming van de havenmeester aan, buiten boord of onder een vaartuig of aan een voorwerp aan boord van een vaartuig werkzaamheden te verrichten of doen verrichten.
te wijzigen in: Artikel 4.8 Verrichten van werkzaamheden Het is verboden zonder toestemming van de havenmeester of een andere door het college met toezicht belast persoon aan een vaartuig of aan een voorwerp aan boord van een vaartuig werkzaamheden te verrichten of doen verrichten, die verband houden met de bedrijfsgereedheid, aanpassing, het herstel of de verbetering van het vaartuig of het voorwerp, tenzij: a. Het vaartuig ligplaats heeft op of bij een scheepswerf, of: b. de werkzaamheden: 1. geen gevaar, schade of hinder veroorzaken of kunnen veroorzaken; 2. ten minste 25 meter verwijderd zijn van gevaarlijke stoffen of brandbaar materiaal; 3. binnen de boorden van het vaartuig blijven en de kades en/of steigers hiervan geen onderdeel uitmaken; 4. worden verricht en tijdens de werkzaamheden doelmatige brandblusmiddelen en personen die met het gebruik van die middelen bekend zijn, direct beschikbaar zijn, en; 5. geen vonkvorming naar de buitenlucht veroorzaken of kunnen veroorzaken die gevaar, schade of hinder voor de omgeving kunnen opleveren.
En de bijbehorende toelichting te wijzigen in: Artikel 4.8 Verbod op verrichten van werkzaamheden Dit artikel geeft regels over het verrichten van werkzaamheden aan vaartuigen; hieronder vallen ook werkzaamheden die buitenboord of onderwater aan het vaartuig plaatsvinden. Het verbod richt zich tot ‘eenieder’. Grote reparaties aan vaartuigen vinden plaats op of aan een werf of in een dok. Kleine reparaties worden echter vaak aan boord verricht door de eigen bemanning of buitenstaanders en dat is ook toegestaan. Om te voorkomen dat een kleine reparatie buiten een werf of herstelinrichting tot een reparatie van grote omvang uitgroeit zijn er onder sub b voorwaarden opgenomen.
Toelichting op het amendement: Dit betreft een technische wijziging. In de voorgestelde tekst waren een aantal artikelen zo ruim geformuleerd dat ze ernstige beperkingen gaven voor de beroepsvaart zoals die nu wordt uitgevoerd. Ook de artikelen over het voorkomen van (geluids)overlast zijn geherformuleerd, zodat adequate handhaving mogelijk is. Dit amendement is Overgenomen Aangenomen Verworpen
……………………………………………… Griffier
Stemverhouding CDA Voor: Tegen:
PvdA
FNP
VVD
GBTL
GL
CU
D66
De Wind Semplonius
Poiesz Zijlstra
TOTAAL