6. TV RAAD PvdA - antwoorden deel 2
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener: Fractie:
Johan Feenstra PvdA
Raadsvergadering Datum:
10 november 2022
Agendapunt:
6
Onderwerp:
Begroting 2023
Vragen: Pagina 57 Afbouw toerekening kosten aan projecten 500.000 euro structureel. In de beantwoording van onze vragen eerder dit onderwerp is onder vraag 1 punt B gesteld dat in de begroting 2017 het bedrag aan toe te rekenen salariskosten aan projecten € 1,8 mln. is. Dat is o.i niet juist. In de begroting 2017 staat op pagina 69 dat de toerekening naar een realistisch bedrag is teruggebracht naar € 1,6 mn. Dat scheelt maar liefst € 200.000 structureel. 1. Waarom wordt in de beantwoording van vorige week geschreven dat in de begroting 2017 sprake is € 1,8 mln. terwijl dat in die begroting niet staat. Daar staat € 1,6 mln. (pagina 69). 2. Als nu daadwerkelijk in de begroting 2022 een bedrag van € 1,8 mln. staat om toe te rekenen, op welke wijze, wanneer e.d. is dat bedrag verhoogd met € 200.000 naar € 1,8 mln. 3. Het meer toerekenen aan kosten van € 200.000 aan projecten dan eerder vermeld op welke wijze heeft de gemeenteraad daartoe besloten? 4. Wat is er met de extra middelen van € 200.000 gedaan? Immers voor het “afboeken” worden algemene middelen gevraagd. Dan zou bij het “opboeken” dit ten gunste van de algemene middelen moeten komen. Antwoord: 1. In de Programmabegroting 2017 is in de jaarschijf 2017 het toe te rekenen bedrag verlaagd van € 2,9 miljoen naar € 1,8 miljoen.
Volgens de meerjarenraming van die begroting zou het bedrag verder worden verlaagd naar € 1,6 miljoen. Het gaat dan niet om € 200.000, maar om een verdere verlaging met € 150.000. 2. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2018 is de verdere verlaging naar € 1,6 miljoen niet verwerkt. Wij hebben geen verklaring waarom dat zo is. Waarschijnlijk is er een menselijke fout gemaakt. 3. Zie antwoord op vraag 2. Er is abusievelijk iets fout gegaan, waar niemand over heeft besloten. 4. In de Programmabegroting 2018 hadden we te maken met “Administratieve verwerking (verschillen)”. De oorzaak van deze verschillen konden we destijds niet traceren. Dit zal één van de verklaringen zijn waarom we in 2018 een bedrag van € 153.000 over hadden. Via voorstel c8 in de Programmabegroting 2018 zijn de bedragen die over waren weer beschikbaar gesteld in de Programmabegroting 2018. Pagina 22 Meerjarenperspectief programma Sociaal. Bovenaan pagina 22 is een overzicht gegeven van de meerjarenraming. Daarbij vallen een paar zaken op.
1. De kosten van lichte ondersteuning zijn in 2022 € 42 mln en in 2023 € 60 mln. Hoe is de stijging van € 18 mln. financieel/beleidsmatig te verklaren? 2. In 2023 is het budget voor lichte ondersteuning € 60 mln. In 2026 is het € 53 mln. Een daling van € 7 mln. structureel. Hoe is dit verschil financieel/beleidsmatig te verklaren? 3. In 2022 is het budget van specialistische ondersteuning € 45 mln. In 2023 is dit een bedrag van € bijna € 23 mln. Hoe is deze daling van € 22 mln. financieel/beleidsmatig te verklaren? Antwoord: 1. Er heeft een landelijke wijziging van taakvelden plaatsgevonden in de taakvelden van Programma Sociaal. a. Vervallen zijn de taakvelden: Wijkteams, Maatwerkdienstverlening 18+, Maatwerkdienstverlening 18-, Geëscaleerde zorg 18+, Geëscaleerde zorg 18- en Begeleide participatie. b. Nieuw zijn de taakvelden: Toegang en eerstelijnsvoorzieningen, Hulp bij het huishouden (WMO); Begeleiding (WMO); Overige maatwerkarrengementen (WMO), Jeugdhulp begelieding, Pleegzorg, WSW en beschut werk, Dagbesteding (WMO), Beschermd wonen (WMO), Maatschappelijke- en vrouwenopvang, Jeugdhulp dagbesteding, Jeugdhulp zonder verblijf overig, Jeugdhulp met verblijf overig, Gezinsgericht, Jeugdhulp crisis/LTA/GGZverblijf, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Soms (Wijkteams en Begeleide participatie) is het alleen een naamswijziging.
In veel andere gevallen is er een heel andere indeling. Aan de hand van de omschrijvingen van het IV3-informatievoorschrift zijn onze posten zo goed mogelijk ondergebracht in de nieuwe taakvelden en zijn de nieuwe taakvelden ondergebracht in de hoofdtaakvelden. Deze nieuwe toedeling heeft tot verschuivingen geleid tussen lichte en specialistische ondersteuning. Lichte ondersteuning is gestegen, gespecialiseerde ondersteuning is gedaald. Er wordt onderzocht of we voor alle Friese gemeenten kunnen komen tot een uniforme indeling van de taakvelden. Met name door de gezamenlijke inkoop op het gebied van jeugdhulp lijkt dit wenselijk. Dit kan als gevolg hebben dat de indeling nog wijzigt. 2. De daling van het budget voor lichte ondersteuning is grofweg te verklaren door drie ontwikkelingen: a. De effecten van de lumpsum van inkoop wmo begeleiding met daarin de gerealiseerde ombuigingen P2 (prestatieafspraak gebiedsteams, deels) en P3 (inkoop en contracten), € 1,9 miljoen. b. De afname van de landelijke jeugdmiddelen in combinatie met de landelijke afspraken om de kosten voor jeugdhulp te verminderen, € 4,5 miljoen. c. De verwachte daling van de vraag naar huishoudelijke hulp als gevolg van de afschaffing van het abonnementstarief, € 0,5 miljoen. 3. Zie antwoord onder punt 1.