6. TV Raad CDA l antwoorden ll
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: Haye Ketelaar : CDA
Raad
: 14 november 2024
Datum
: 5 november 2024
Agendapunt
:6
Onderwerp
: Programmabegroting 2025
1.
Blz 61: Wij hebben een belangrijke stap gezet als experimenteergemeente: de gemeente is op weg om koplopergebied te worden. Graag nadere duiding hiervan? Wat betekent dit en om wat voor concrete projecten gaat het? Antwoord: Binnen de context van ons landelijk gebied gaan wij er vanuit dat de landbouw een belangrijke rol en positionering heeft en dat dit ook zo zal blijven. Gelet op de stapeling van opgaven voor natuur, water en klimaat roept dit wel de vraag op hoe de sector zich binnen een opzet van ‘nu’, ‘straks’ en ‘later’ kan ontwikkelen. De noodzaak om hier stappen te zetten is urgent. Ontegenzeggelijk vraagt dit om veranderingen. We moeten hier omstandigheden creëren waarin ondernemers, overheden en andere betrokkenen met een open blik naar de toekomst willen en durven kijken en stappen zetten. Het vraagt om koplopers die het voortouw willen nemen, een ‘coalition of the willing’. De gemeente wil hier actief betrokken zijn bij ontwikkelingen en initiatieven ondersteunen. In die zin profileert de gemeente zich als experimenteergemeente. De gemeente gaat hierover in gesprek met ondernemers, gebiedspartners, ect. De afgelopen jaren zag het er naar uit dat ontwikkelingen binnen de sector sterk gelinkt aan Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) zouden plaatsvinden. Met een provinciale doorvertaling (FPLG).
Binnen deze opzet werd vanuit de landbouw en andere gebiedspartners druk gezocht naar mogelijkheden om bijv. met een inzet vanuit middelen uit het Transitiefonds plannen te formuleren. In Fryslân waren we hier goed op weg, bijv. met het opstellen van een ontwerp-Gebiedsprogramma (FPLG). Nu het nieuwe kabinet het NPLG (en het Transitiefonds) heeft geschrapt en ook de provincie (nog) niet duidelijk aangeeft hoe het FPLG-proces verder gaat, bevordert dit niet een dynamisch ontwikkelklimaat om het experiment aan te gaan. Het kabinet komt de komende periode nog met aanvullende informatie over de te volgen koers. Het zal ongetwijfeld nieuwe kansen geven, maar zal ook (weer) vragen oproepen over toepasbaarheid, consequenties en zo verder. Aanvullend geldt dat de afgelopen jaren meerdere innovaties binnen de landbouwsector uiteindelijk qua doelbereik minder effectief bleken te zijn dan eerder voorzien (bijv. emissiereductie stalvloeren, etc). Ook is er nog veel discussie rond de effectiviteit van te behalen doelen voor natuur, water en klimaat, de kosteneffectiviteit hiervan en het tempo van te behalen resultaten. Ook dit roept vragen op rond experimenten. Vanwege deze complexiteit is het, ook in Súdwest-Fryslân, zoeken naar ruimte die ondernemers wel zien en die bovendien passen binnen een ontwikkelpad dat helpt om de opgaven voor natuur, water en klimaat te realiseren.
Ook moeten we zoeken naar financiering (o.a. Europese gelden, nationale middelen, etc) en zien we als gemeente kansen om financiële middelen naar ons toe te halen. Om hier als gemeente, gelet op de urgentie van vraagstukken, ook mede een inzet op te plegen is een gemeentelijk ‘Ús PLG’ opgesteld. Binnen de, op onderdelen, soms bescheiden speelruimte die de
gemeente heeft, wordt wél het grote belang gezien én de mogelijkheid, om gezamenlijk, integraal en gebiedsgericht stappen te zetten. Binnen de context van Ús PLG is ook een uitvoeringsaanpak 2025 opgesteld. Bij de beantwoording van een eerdere vraag vanuit de VVD-fractie is inzicht gegeven in de diverse zaken die in zowel het veenweide- als het kleiweidegebied worden opgepakt. In meer of mindere mate gaat het hier om acties die binnen de inzet als experimenteergemeente onze aandacht hebben. Deels gaat het verkenningen die pas in een later stadium op basis van een meer concrete inzet een experimenteerstatus kunnen krijgen, maar waarbij wel een voorbereidingstraject essentieel is. Kortheidshalve wordt aanvullend naar de beantwoording van de vraag vanuit de VVD-fractie verwezen (TV CIE VVD, vraag 18). 2.
Blz 73: Structureel tekort van 256.000 voor bedrijfsmiddelen openbaar groen. Dit graag nader duiden? Antwoord: De uitsplitsing van het bedrag is als volgt te maken: Belastingen Duurzame goederen Overige goederen Onderhoud Motorbrandstoffen Kapitaallasten
-16.000 41.000 -9.000 -27.000 -69.000 -176.000 -256.000
Zie ook het antwoord op de vervolgvraag van de PvdA over dit onderwerp (TV CIE PvdA deel II, vraag 4) 3.
Blz 157: In het investeringsprogramma is opgenomen bijna 2,8 mln euro voor bedrijfsmiddelen openbaar groen. Waar is die 2,8 mln uit opgebouwd? Antwoord: De € 2,8 miljoen is als volgt opgebouwd: