6. TV CIE VVD I antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener
: Richard Dijk Debbie Kruit Simon de Witte Lianne van der Wal
Fractie
: VVD
Commissievergadering
: DSO / BM / BF
Datum
: 29, 30, 31 oktober
Agendapunt
:4
Onderwerp
: Programmabegroting 2025 en meerjarenraming 20262028
1.
P. 20, punt 3: we gaan door met de weekend- en zomerschool. Hoeveel leerlingen maken gebruik van de weekend- en zomerschool? En waarom is nog niet bekend wat de weekend- en zomerschool ons gaan kosten (P. 166). Antwoord: In 2023 hebben aan zowel de Weekendschool als Zomerschool zo’n 125 leerlingen deelgenomen. In de voorgaande jaren zijn buiten de jaarlijkse subsidie nog extra incidentele subsidies verleend. Daarom zijn we met stichting Weekendschool in gesprek over hoe het gat kunnen verkleinen tussen het gestelde financiële kader vanuit de gemeente en de gevraagde financiële middelen vanuit stichting Weekendschool. Daarbij onderzoeken we onder andere hoe de activiteiten efficiënter georganiseerd kunnen worden en welke andere financieringsmogelijkheden beschikbaar zijn. Omdat er nog gesprekken worden gevoerd over hoe het (financiële) pad er uit ziet, zijn de bedragen in de programmabegroting nog niet definitief ingevuld. Hierover moet nog een besluit worden genomen. Hierbij is de jaarlijkse subsidie het uitgangspunt en daarom staat het bedrag van €118.542 wel benoemd.
2.
P. 23, punt 10: We onderzoeken de behoefte aan een gravelmountainbike-route. Is bekend of wordt onderzocht wat de kosten zijn voor zo’n route? Is er bijvoorbeeld gekeken wat zo’n route kost bij aanleg in een andere gemeente? Antwoord: Het gaat primair eerst om de behoefte te bepalen aan gravel bike routes. In dat kader hebben we contact gezocht met NHL Stenden (studierichtingen Leisure and Events, Ruimtelijke Ontwikkeling en Bedrijfskunde). Referentieonderzoek bij andere gemeenten is daarbij een mogelijkheid. De behoeftepeiling moet nog plaatsvinden.
3.
P. 35, punt 43: We brengen het percentage inwoners dat gebruik maakt van voor hen bestemde regelingen van 40% naar 80%. Bij de toelichting staat: de verwachting is dat we in 2024 uitkomen op circa 5.100 aanvragen (2023: 4.800). We zitten nu op 40%, maar hoeveel aanvragen horen bij deze 40%. De 5.100 aanvragen in 2024 of 4.800 in 2023? Om hoeveel extra aanvragen zou het gaan als het doel van het college van 80% gebruik maken gehaald word?
Antwoord: Het percentage inwoners dat gebruikt maakt van de bestemde regelingen is afhankelijk van twee zaken: De doelgroep, ofwel het totaal aantal inwoners dat in aanmerking komt (< 120% van het minimum) t.o.v. het aantal inwoners dat we bereiken. Uit cijfers van het CBS blijkt dat de doelgroep daalt, terwijl het aantal inwoners dat we bereiken de laatste jaren stijgt. Hierdoor zitten we inmiddels over 2023 op een percentage van ongeveer 64%. We verwachten in 2024 uit te komen op 5.100 aanvragen. Omdat de CBS-cijfers over 2024 nog niet bekend zijn, weten we nog niet tot welk percentage dat leidt. Volgens het CBS waren er in 2023 zo’n 7.500 personen met een inkomen < 120% van het minimum. Wanneer deze cijfers gelijk blijven, zou een bereik van 80% uitkomen op 6.000 aanvragen. Ten opzichte van de verwachting van 5.100 gaat dat dan dus om 900 extra aanvragen. 4.
P. 45, punt 13: Renovatie atletiekbaan Sneek. Gaat het krediet van € 650.000 alleen over het renoveren van de banen of ook voor de rest van de accommodatie? Antwoord: Dit krediet gaat over de totale renovatie van de atletiek accommodatie op Schuttersveld (Sneek). Met de atletiekvereniging AV Horror wordt in november een plan opgesteld wat moet zorgen voor de renovatie welke zal moeten plaatsvinden van 2025 tot 2027. De atletiekunie (KNAU) heeft een aanbevelingsrapport geschreven nav. keuringen van de accommodatie waarin gefaseerd prioriteiten van vervanging zijn aangegeven, Dit rapport is basis voor het volledige renovatieplan.
5.
P. 46, punt 17: Cultuur jaarrond. Deze subsidieregeling is nieuw? Het gaat hier om een incidenteel bedrag, is het dan een eenmalige subsidie of is er sprake van een pilot? Antwoord: De subsidieregeling ‘Een jaarrond cultuur’ is geen nieuwe regeling, maar een heropening van een bestaande regeling. Voor 2025 is een incidenteel bedrag van € 200.000 gereserveerd, met de mogelijkheid dat niet-benutte middelen kunnen worden doorgeschoven naar 2026. Hoewel het een eenmalig bedrag betreft, kan de regeling worden gezien als een doorstart van de succesvolle subsidieregeling ‘Een jaarrond cultuur’ uit 2022 en 2023, die toen met additionele steun van het Rijk gefinancierd is en bijdroeg aan het herstel van de lokale culturele infrastructuur na de coronapandemie. In 2024 was er geen budget beschikbaar om de regeling open te houden/stellen. De regeling stimuleert de programmering van culturele activiteiten in de schouderseizoenen, wat ook in de vastgestelde cultuurnota wordt benoemd als beleidsmatige basis. Het in werking laten treden van deze regeling per 2025 is afhankelijk van toekomstige besluitvorming, aangezien de regeling nog formeel moet worden vastgesteld.
6.
P. 69, punt 2: wonen. Er wordt incidenteel € 200.000 gereserveerd om samen met de Mienskip te komen tot gedragen goede plannen of het faciliteren van plannen als wonen op boerenerven. Dit vraagt om extra inzet. Gaat deze € 200.000 dan naar extra ambtelijke inzet? Antwoord: Een deel van de middelen is voor ambtelijke inzet. Maar ook voor onderzoeken voor te ontwikkelen woonlocaties, het faciliteren van de kernenaanpak en inhuur van procesbegeleiding en kennis voor het opstellen van nieuw woonbeleid.
7.
P. 70, punt 5: economie/arbeidsmarkt. Er wordt incidenteel € 200.000 gereserveerd, dit keer voor economie/arbeidsmarkt. Maar in dit kopje is onduidelijk waar deze € 200.000 voor nodig is. Graag meer toelichting. Antwoord: Met de 200.000 euro kunnen we concreet aan de slag met de ambities/acties die we in het economisch actieplan en “meerjarenplan circulaire economie” hebben vastgesteld. Daarmee werken we aan een toekomstbestendige economie met impact in Súdwest. Voor de uitvoering van het plan is na 2024 beperkte dekking. Met dit extra budget kunnen we de ambities/acties die we hebben vastgesteld op het gewenste tempo uitvoeren.
8.
P. 71, punt 6: Gastvrijheidseconomie en punt 7 evenementen. Bij beide kopjes staat precies dezelfde tekst: de middelen vormen een eerste aanzet op de visie te vertalen in concrete acties. We zullen binnen het budget scherpe keuzes moeten maken en nagaan of deze inzet ook structureel kunnen borgen. Dit is erg vaag, kunnen we op beide punten toelichting krijgen wat er met deze 2x € 200.000 incidenteel willen gaan bewerkstelligen. Antwoord: 6. Gastvrijheidseconomie We werken maatregelen uit met de nodige focus op ferdivedaasje voor jongeren en verbreding van het schouderseizoen. De acties waar we aan denken richten zich op versterken van recreatieve infrastructuur, toeristische bebording, ontwikkelen DNA-verhaallijnen, uitwerking Elfsteden concept, vervolg op de herijking van de taken en rollen van de toeristische marketingorganisaties, herijken van het ontwikkelkader voor logiesaccommodaties en het stroomlijnen van de gemeentelijke procedures hiervoor, stimulering van nieuw dagrecreatief-, cultureel-, evenementen- en zakelijk aanbod dat inspeelt op seizoensverbreding, cultuur voor iedereen. 7.
Evenementenvisie We willen de middelen in zetten voor het uitwerken van de visie in een uitvoeringsplan in tijd, menskracht en financiële middelen, een analyse naar mogelijke vormen voor een gewenste hulpstructuur voor evenementenorganisatoren, een minisymposium voor evenementenorganisatoren, uitwerking evenementencirkel tbv harmonisering regelingen en subsidies. Zie ook pag. 56 t/m 58 in de programmabegroting.
9.
P. 78, punt 7: Lokale democratie: In samenwerking met de Kleine Ambassade hebben we een programma voor de kinderen van de basisscholen. Belangrijke onderdelen: Kinderconferentie en Kinderburgemeester. We doen dit nu al een aantal jaar in samenwerking met de Kleine Ambassade. Wat zijn de jaarlijkse kosten van de Kleine Ambassade? Antwoord: In 2024 is er ongeveer € 48.000 is uitgegeven aan de Kleine Ambassade.
10.
P. 97, punt 6: verhoging toeristenbelasting: Dit voorstel is eerder dit jaar terug naar de tekentafel gezonden. Nu staat de verhoging in de programmabegroting. In de discussie was het de vraag of het extra op te halen bedrag zou moeten worden geoormerkt voor toerisme. In dit voorstel komt het gewoon terecht in de begroting en niet specifiek voor toerisme? Antwoord: Toeristenbelasting is naar zijn aard niet een doelbelasting. De inkomsten gaan (net als de OZB) in de algemene middelen van de gemeente. Toch is er in deze begroting aandacht voor recreatie en toerisme. Om opvolging te kunnen geven aan de visies gastvrijheidseconomie (april 2024) en evenementen (juli 2024) wordt in deze begroting voorgesteld om 2x € 200.000 incidenteel voor de uitvoering van beide visies beschikbaar te stellen. Ook het incidentele bedrag van € 200.000 voor Cultuur Jaarrond dient bij te dragen aan de aantrekkelijkheid van onze gemeente, voor eigen inwoners maar ook voor bezoekers van buiten onze gemeente. Hetzelfde geldt voor de voorgestelde bedragen voor het in stand houden van diverse overige voorzieningen (van kapitaalgoederen tot indexeren van subsidies voor theater en musea). In komende begrotingen wordt bekeken in hoeverre de incidentele bedragen kunnen worden omgezet in structurele bedragen.
11.
P. 105, hoofdstuk 2: de leges activiteiten m.b.t. cultureel (daar mist tekst!) zijn 1% kostendekkend en de milieubelastende activiteiten 4%. Graag ontvangen we een toelichting waarom deze zo laag zijn. Antwoord: De kostendekkendheid wordt bepaald door het aantal mensuren (+overhead) dat wordt besteed aan een aanvraag en de leges die voor de betreffende activiteit (mogen) worden geheven. §2.4 Activiteiten m.b.t. cultureel- en werelderfgoed zijn 1 % kostendekkend omdat er in 2024 bijna geen aanvragen zijn ingekomen voor de verbouw of renovatie van (rijks)monumenten. Datzelfde geldt voor § 2.5 Milieubelastende activiteiten. Ook hier was de verwachting dat er meer aanvragen binnen zouden komen dan daadwerkelijk zijn ingediend. De post voor de milieubelastende activiteiten is dit jaar, 2024, nieuw. Onder de oude wetgeving waren de aanvragen met betrekking tot milieubelastende bedrijven legesvrij. Onder de Omgevingswet mogen we leges heffen voor deze activiteiten, maar de regelgeving is ook dusdanig aangepast dat er meer milieubelastende activiteiten onder de meldingsplicht vallen, waar we geen leges voor mogen vragen. Het proces rondom de (rijks)monumenten is een proces van langere adem. In de meeste gevallen is er vooroverleg met de eigenaren van de (rijks)monumenten waarin de plannen, meestal ter plaatse, worden besproken.
De plannen behoeven dan in veel gevallen nog aanpassingen (of bedenktijd) waardoor er nog geen aanvraag volgt. Aan dit proces zit veel voorbereidingstijd waardoor de kosten voor de baten uitlopen. Binnen de Omgevingswet worden veel aspecten voor de vergunningverlening afgewogen. Daar vallen ook milieurapportages onder, waar de gemeente een rol in heeft. De FUMO is echter leidend hierin. Voor de tariefstelling is Friesland breed afgesproken om zoveel mogelijk aan te sluiten op de tarifering die de FUMO hanteert. Middels kruisbestuiving worden de gemeentelijke kosten via de andere tarieven goed gemaakt (de kostendekkendheid van sommige leges is hoger dan van andere).
12.
P. 106, hoofdstuk 3: de leges van seksbedrijven zijn ook 1% kostendekkend. We hebben niet heel veel seksbedrijven in onze gemeente. Hoeveel zijn het er precies en kunt u aangeven waarom de lasten zo hoog zijn? Antwoord: De kostendekkendheid wordt bepaald door het aantal mensuren (+overhead) dat wordt besteed aan een aanvraag en de leges die voor de betreffende activiteit (mogen) worden geheven. Er zijn twee seksbedrijven in de gemeente SWF. Bij vergunningen op dit gebied valt te denken aan het verlengen van een vergunning of interne wijzigingen in het bedrijf, of een nieuwe vergunninghouder waarvoor er een procedure moet worden doorlopen. Daar zit veel tijd in aangezien deze procedure door middel van een inschrijving loopt. Aan laatstgenoemde aanvragen wordt bijvoorbeeld gemiddeld 30 tot 50 uur besteed.
13.
P. 108, punt overige aspecten: Hier staat een tabel met de lasten bij een gemiddelde WOZ-waarde. Op p. 109 staat dat de gemiddelde WOZ-waarde 300.000 is. Wij ontvangen graag dezelfde berekening bij een WOZ-waarde van 180.000, 250.000, 400.000, 500.000 en 750.000. Antwoord: In de tabel op p. 108 staan de woonlasten voor het landelijk gemiddelde. Deze cijfers geven een beeld over hoe de gemiddelde woonlasten landelijk zijn voor een huishouden met een gemiddelde WOZ-waarde. Deze cijfers worden jaarlijks bekend gemaakt door het COELO (Centrum voor onderzoek van de economie van de lagere overheden). De berekening is gemaakt door het COELO en gaat over de gemiddelde lasten landelijk gezien, zoals in de tabel op p. 107, in het rood gekleurd. De tabel geeft inzicht dat de landelijk gemiddelde woonlasten in 2024 met 2% gestegen zijn ten opzichte van 2023. De gemiddelde woonlasten voor een aanslag voor 2025 zijn nog niet bekend, omdat deze tarieven nog niet zijn vastgesteld. Een dergelijke berekening van verschillende WOZwaarden heeft het COELO niet gemaakt.
14.
P. 108, punt Kwijtscheldingsbeleid: Het toekennen van het kwijtschelding ramen we op € 689.824. Hier is de belastingverhoging al in meegenomen? En hoe hoog was het kwijtschelden in de jaren 2020-2024? Antwoord: Het bedrag van de tot nu toe (23-10-2024) verleende kwijtschelding komt uit op € 575.031. De verwachting is dat het totaalbedrag van 2024 voor de verleende kwijtschelding rond € 600.000,- uit zal komen. Hiermee is er naar verwachting voldoende budgettaire ruimte om, ondanks de belastingverhoging, het begrote bedrag voor 2025 niet te verhogen. In de tabel hieronder staan de totaalbedragen weergegeven van de verleende kwijtschelding over de jaren 2020 t/m 2023.
15.
2020
2021
2022
2023
594.000
651.000
585.184
544.612
P. 50, Hoofdtaak Wonen: ‘We zien dat er nu onvoldoende plannen in ontwikkeling zijn om te kunnen voldoen aan de behoefte aan sociale huurwoningen. We kunnen wel voldoen aan de afspraak uit de regionale woondeal (minimaal bruto 660 huurwoningen in 2030) waarbij geen rekening wordt gehouden met sloop.’ Wat is het werkelijke aantal nodig aan sociale huurwoningen? Hoe kan het dat de regionale woondeal geen of te weinig rekening houdt met de werkelijke behoefte? Antwoord: Begin 2024 heeft bureau Companen een geactualiseerd woningmarktonderzoek opgeleverd, waarin de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte geschetst wordt. In het onderzoek wordt bevestigd dat de druk op de sociale huursector hoog is, vooral in Sneek en Bolsward. Op basis van het woningmarktonderzoek gecombineerd met de recente provinciale bevolkingsprognose is de verwachte behoefte aan extra sociale huurwoningen ongeveer 650 in de periode 2022 tot en met 2030. In de voorbereidingen op de Regionale Woondeal (2023) is een inschatting gemaakt van de benodigde sociale huurwoningen en is een minimum aantal opgenomen in de afspraken. Dit voorjaar heeft de provincie actuele demografische prognoses gepubliceerd, met een hogere bevolkings- en huishoudensontwikkeling dan in de eerdere prognoses.
Met deze prognoses en met het woningmarktonderzoek dat begin dit jaar opgeleverd is, hebben we een beeld gekregen van de actuele behoefte. Bij de herijking van de Regionale Woondeal, die begin 2025 verwacht wordt, zullen de afspraken over de aantallen hoogstwaarschijnlijk bijgesteld worden.
16.
P. 50: In tweede helft van 2024 is gestart met het ontwikkelingen van nieuw woonbeleid dat inspeelt op actuele ontwikkelingen….. In de loop van 2025 volgt de besluitvorming over het beleid. Wat zijn de specifieke kernmerken van dit nieuwe woonbeleid? Antwoord: Het nieuwe woonbeleid zal het huidige beleid actualiseren en aanvullen met bijvoorbeeld de verstedelijkingsstrategie 2030-2040, de sturing op de woningbouw en funderingsproblematiek. De raad wordt binnenkort geïnformeerd over de aanpak en planning van dit nieuwe beleid.
17.
P. 51: ‘We sturen op toevoeging van een betaalbaar segment en daarmee sturen we indirect op lagere (grond)prijzen.’ Hoeveel invloed/sturing heeft de gemeente op lagere bouw- en grondprijzen? M.a.w., welke instrumentaria en mogelijkheden heeft de gemeente om lagere bouw- of grondprijzen af te dwingen dan de op dat moment geldende marktprijzen? Antwoord: Op lagere bouwprijzen hebben we als gemeente geen invloed. Wij bepalen namelijk niet wat een groothandel voor hout vraagt of wat een bouwvakker voor loon krijgt. Grondprijzen kunnen alleen marktconform zijn. Dit is vastgesteld in ons grondbeleid. We kunnen echter wel sturen op goedkopere woningen, oftewel een lagere VON-prijs. Met de zin op p. 51 wordt bedoeld dat bij een lagere VON-prijs ook een lagere grondprijs past. Het instrumentarium is voorwaarden hierover opnemen in de (koop)overeenkomsten (privaatrechtelijk) en/of voorwaarden opnemen in de Omgevingsvisie/-programma’s en -plannen (publiekrechtelijk).
18.
P. 62: ‘Enkele concrete projecten uit het Üs PLG 2025 zijn opgestart.’ Kunt u deze concrete projecten ook benoemen? Antwoord: Naar verwachting wordt Ús PLG, Visiedocument Programma Landelijk Gebied SWF, in december 2024 ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Als bijlage bij Ús PLG, zo is nu onze inzet, komt een uitvoeringsagenda voor 2025, waarin beschreven staat, wat we concreet doen in 2025. We werken gebiedsgericht, themagericht en er is sprake van algemene inspanningen/samenhangende aanpak. In de beantwoording van deze vraag benoemen we de projecten, waarvan we verwachten, dat we ze een stap verder zullen brengen in 2025 (zo mogelijk met een versnelling). Deze projecten zitten nu vaak nog in een verkennende fase (initiatieffase) of zijn onderdeel van een al langer lopend gebiedsproces. Een uitgebreidere toelichting bij deze projecten komt in de genoemde uitvoeringsagenda 2025 te staan. Gebiedsgericht: - Kleiweide: eind oktober 2024 ontvangt de raad via actieve informatie de voortgangsrapportage 'Greidhoeke Plus, Mei-inoar foarút op de klaai. Projecten die nog doorlopen in 2025 zijn: o Project Mei-inoar foarút op ‘e klaai. In dit project verkennen we hoe de blauwgroene dooradering in de Greidhoeke kan worden versterkt. o Project Korte ketens.
In het project bekijken we hoe op lokale schaal de logistiek rond korte ketens met veel lokale producenten vorm kunnen geven. De inzet is om eind 2024 een pilot te draaien met het inrichten van een logistieke hub (fase III). Bij een succesvolle pilot is het de bedoeling om vanaf 2025, samen met de ketenspelers, een duurzaam vervolg te geven aan de interventies. o Project Wetter+ . Een pilot waarbij we in twee polders nabij Wommels bekijken wat een andere bedrijfsvoering bij landbouwers doet met de waterkwaliteit. Wetterskip Fryslan is hiervan de trekker. o Programma Bioregio. We laten een verkenning uitvoeren naar de mogelijkheden om in de Greidhoeke een programma Bioregio uit te rollen. In de ontwikkeling van de Bioregio wordt samen met de landbouw, natuur, gezondheidszorg, voeding en onderwijs gewerkt naar een houdbaar systeem waarin deze facetten elkaar bevorderen en versterken. Centraal staat de productie van gezonde voeding en een gezonde leefomgeving voor zowel mens als natuur. - Veenweide: hier richt de inzet vanuit Súdwest-Fryslân zich met name op gebiedsproces Idzegea. De huidige planning gaat uit van een opgesteld Gebiedsplan Idzegea circa eind 2025. Binnen het gebiedsproces worden diverse zaken opgepakt rond verkenning, onderzoek en mogelijke doorvertaling van keuzes rond o.a. peilverhoging.
In samenhang met gebied Aldeboarn De Deelen is voor het gebied Idzegea een concept Compensatiesystematiek Veenweide opgesteld (waar nu een check plaatsvindt of deze regeling voldoet aan normen voor Staatssteun). Er loopt ook voor een flink deel van het gebied een subsidieaanvraag op basis waarvan met Europees landbouwgeld (vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, GLB) de komende vier jaar kan worden geëxperimenteerd met het verhogen van waterpeilen (uitsluitsel over toekenning volgt in november). Er is voor Idzegea ook een Grondtafel ingericht. Themagericht: Veel inspanningen zijn gericht op experimenteren en leren en zijn op dit moment nog niet concreet, bijvoorbeeld: - Nieuwe teelten/verdienmodellen. - Gebiedsderogatie
19.
P. 63, punt 40: De bronnenstrategie wordt verder uitgewerkt en medio 2025 verwachten wij het eerste concept klaar te hebben. In de toezeggingen/acties raadscommissie DSO van 10 september 2024 staat dat notitie aangaande bronnenstrategie na de zomer van 2024 gereed zou zijn. Waardoor is er vertraging opgelopen dat deze notitie bijna een jaar later klaar is? Antwoord: In de genoemde toezegging wordt gesproken over de bronnenmix. Deze toezegging wordt afgedaan via de geplande contourennota energiebronnen. Deze is vertraagd (zie antwoord bij nummer 20).
Extra toelichting begrippen: In de contourennota energiebronnen worden hoofdrichtingen gegeven voor de energietransitie, welke bronnen nodig gaan zijn (bronnenmix op gemeentelijk niveau) en worden beleidsuitgangspunten per bron geformuleerd. De genoemde bronnenstrategie heeft een andere functie: deze is nodig voor het maken van beste bronkeuzes per potentiële warmtenetlocatie (bronnenmix op locatieniveau). De bronnenstrategie wordt lopende 2025 verwacht zoals genoemd op pagina 63, punt 40. De komende periode zal er extra aandacht besteed worden aan eenduidige begrippen en woorden om dergelijke verwarring te voorkomen. 20.
P. 64, punt 41: ‘In kwartaal drie van 2024 van 2024 wordt de nota zonnepanelenbeleid, in samenhang met de contourennota energiebronnen vastgesteld.’ In kwartaal drie van 2024 hebben we als Raad deze nota en contourennota niet vastgesteld, ook is hier geen actieve informatie over geweest. Kunt u deze passage op p. 64 nader verklaren? Antwoord: De contourennota energiebronnen heeft vertraging opgelopen, de LTA is hierop aangepast en de raad is ingelicht over de redenen. Hierbij wordt opgemerkt dat deze vertraging abusievelijk niet meegenomen is in de teksten van de programmabegroting. De contourennota wordt aan de raad aangeboden in januari 2025 met het zonnepanelenbeleid z.s.m. daarna.
21.
P. 98, punt 8: Schoonmaakkosten. Is de conclusie juist dat door Europese aanbesteding de kosten met 14% zijn gestegen, gelet op de zinsnede ‘Hierbij zijn wij geconfronteerd …..’. Waarom was hiervoor Europese aanbesteding nodig en had misschien met gebruikmaking van meerdere lokale partijen niet goedkoper geweest? Antwoord: De CAO salarissen schoonmaakbranche zijn met 14% gestegen, daar hebben we geen invloed op. Het is dus niet zo dat de salarisstijging door de Europese aanbesteding komt. Daarnaast zijn wij als gevolg van Europese aanbesteding geconfronteerd met een prijsstijging, los van de CAO salarisstijging. De partij aan wie het gegund is heeft ingeschreven voor een bepaalde prijs. Dat geldt overigens voor alle deelnemende partijen aan de aanbesteding. Waarom is een Europese aanbesteding nodig ? De drempel wanneer Europees moet worden aanbesteed bij leveringen en diensten bedraagt € 215.000, de totale schoonmaakkosten komen boven deze drempel uit. Dan moet deze dienst Europees worden aanbesteed en kunnen vervolgens partijen in de schoonmaakbranche hier op inschrijven. Dat kunnen ook lokale partijen zijn. Afhankelijk van de aanbestedingseisen komt hier uiteindelijk een partij uit aan wie het gegund wordt, die voldoet aan de inschrijvingsvereisten en gunningscriteria.
22.
P. 110: Uitgangspunten weerstandsvermogen. De nota weerstandsvermogen en risicomanagement is vastgesteld op 20 september 2012 door de gemeenteraad. Is deze nota na 12 jaar nog steeds actueel? Antwoord: De nota is nog steeds actueel. De regelgeving omtrent weerstandsvermogen en risicomanagement is niet gewijzigd. Bovendien wordt in de paragraaf Weerstandsvermogen twee maal per jaar, bij de begroting en de jaarrekening, gerapporteerd over beleid, risico’s, benodigde weerstandscapaciteit en een oordeel over het weerstandsvermogen. Om deze redenen is het niet nodig geacht om een nieuwe nota aan de raad aan te bieden.
23.
P. 88: samenwerkingsverbanden Kan in een overzicht worden gezet wat de lidmaatschappen van de diverse samenwerkingsverbanden (SNN, EuropaPact, R8, VNG en VFG, etc.) SWF in 2025 kosten (lasten) ten opzichte van de baten, zowel materieel als immaterieel? Antwoord: Er kan een overzicht worden gegeven van de materiële kosten van de lidmaatschappen van de diverse samenwerkingsverbanden in 2024. Deze treft u hieronder aan. De kosten van de
lidmaatschappen in 2025 zijn nog niet bekend. In algemene zin gaan we in op de toegevoegde waarde van de samenwerkingsverbanden. Lasten van de samenwerkingsverbanden: Kosten in 2024 (afgeronde bedragen) SNN Europapact R8 VNG VFG VWG (Ver. van Waddenzee Gem.) Vereniging van Zuiderzee gemeenten
€ 118.000,€ 93.000,- (1,- per inwoner) € 10.000,€ 502.000,€ 56.000,€ 15.000,€ 500,-
Baten van de samenwerkingsverbanden: SNN Binnen Samenwerkingsverband Noord Nederland werken de drie noordelijke provincies en vijf noordelijke gemeenten (Groningen, Assen, Leeuwarden, Emmen en Súdwest-Fryslân) samen. SNN stimuleert, faciliteert en verbindt mensen, ideeën en ambities die bijdragen aan de ontwikkeling van Noord-Nederland. Het lidmaatschap biedt ons de mogelijkheid om het Noord-Nederlandse verhaal te vertellen in Den Haag en Brussel, via de lobbyisten die voor SNN werken. Daarnaast biedt het ons een goed netwerk om te leren van de drie noordelijke provincies én de vier grootste noordelijke gemeentes.
EuropaPact Fryslân EPF is een samenwerkingsverband tussen de Friese gemeenten, de provincie Fryslân en drie kennisinstellingen. EPF biedt ondersteuning op het gebied van Europa en denkt bijvoorbeeld mee bij de ontwikkeling van Europese projecten. Zij verbinden andere Europese regio’s aan Friese partners en dit kan ook Europese subsidie opleveren. Hoeveel is op dit moment lastig in te schatten. De R8 is een kennisnetwerk van gemeenten met eenzelfde karakter. De R8 bevat grote gemeenten die zijn ontstaan uit herindelingen met veel kernen, stedelijkheid, een groot oppervlak en landelijk gebied. De R8 is als samenwerkingsverband in ontwikkeling, maar heeft ons al wel aan tafel gekregen bij het Rijk om het te hebben over bv. Elke Regio Telt. Ook overlappen de uitdagingen van de gemeenten met elkaar vanwege hetzelfde karakter. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is de belangenorganisatie en het kennisplatform voor alle Nederlandse gemeenten. Het doel van de VNG is om de krachten van gemeenten te bundelen en gezamenlijk op te treden in het belang van de lokale overheid en haar inwoners. Dit doet de VNG door invloed uit te oefenen op landelijk niveau en de maatschappelijke opgaven centraal te stellen. Doel is te zorgen voor een sterke en toekomstbestendige lokale overheid.
Vereniging van Friese gemeenten De VFG is de vereniging van de 18 Friese gemeenten, waarbinnen gemeentebestuurders en raadsleden elkaar ontmoeten en kennis delen. De kracht van Friese gemeenten is de bereidheid om op verschillende, gemeentegrensoverschrijdende onderwerpen, samen te werken en de krachten te bundelen. De VFG speelt hierin een coördinerende, faciliterende en verbindende rol. Vereniging van Waddenzee gemeenten De Vereniging van Waddenzeegemeenten (VWG) bestaat uit negen samenwerkende Waddenkustgemeenten en heeft tot doel om in een gezamenlijke overlegstructuur te komen tot een samenhangend beleid voor het Waddenzeegebied. Er is een bestuurlijke en ambtelijke overlegstructuur. Voor deze gemeenten behartigt de VWG de gemeentelijke belangen binnen de nationaal georganiseerde Waddengovernance waarin verschillende ministeries, provincies, waterschappen, gemeentes en belangenorganisaties participeren. Vereniging Zuiderzee gemeenten Het IJsselmeer, de voormalige Zuiderzee, wordt omringd door veel verschillende gemeenten. Om het mooie IJsselmeergebied en het cultureel erfgoed in dit gebied te behouden, slaan 25 gemeenten de handen ineen. Door kennis uit te wisselen en bepaalde uitdagingen samen aan te
gaan, bereiken ze meer rond het IJsselmeer. 24.
P. 141 Vereniging van Waddengemeenten Bij financieel belang staat: er is gesproken met de betrokken gemeenten en afgesproken dat dit meegenomen gaat worden in de bijdrage voor 2023. Dit betekent dat de bijdrage in 2023 eenmalig verhoogd zal worden. Is deze tekst wel geactualiseerd? Antwoord: De tekst is gelijk aan die van de programmabegroting 2024. Aangezien er in de tussentijd geen nieuwe documenten zijn ontvangen, zijn wij uitgegaan van de meest recente stukken die in ons bezit zijn. Dit zijn de jaarstukken over 2022.
25.
P. 148 Archiefwet vs WOO Als er een goed bijgehouden archief is conform de archiefwet, kan deze informatie ook openbaar toegankelijk zijn, waardoor inwoners hun informatie rechtstreeks kunnen vinden en niet langer via Woo verzoeken, die een enorme belasting geven voor het ambtelijk apparaat. Is er al een plan om te komen tot deze situatie? Antwoord: Voor wat betreft de archieven van de vroegere gemeenten van Súdwest-Fryslân: deze zijn met uitzondering van Wymbritseradiel allemaal op orde tot en met 2010. De indexen zijn te raadplegen op www.detiid.nl/archieven. Wymbritseradiel wordt in het eerste kwartaal van 2025 afgerond. Voor wat betreft het archief van SWF vanaf 2011 is er een plan opgesteld inclusief een inzicht in de daarmee gemoeide kosten. Hiervoor zijn nog geen middelen beschikbaar.
26.
P. 170 Meerjarenoverzicht algemene uitkering 2025-2028 Op welke manier en door wie worden deze cijfers berekend? Er staat namelijk een aantal zaken in, die vraagtekens opwerpen: 1. Afname huishoudens met een laag inkomen (afname 4.664.108 huishoudens) 2. Inwoners met migratieachtergrond (blijft de komende jaren praktisch gelijk) 3. Eenpersoonshuishoudens (afname van zo’n 115.000 huishoudens) Antwoord: Voor het berekenen van onze inkomsten uit het gemeentefonds maken wij gebruik van een webapplicatie van LIAS, met de naam PAUW. PAUW staat voor Product Algemene Uitkering voor het web. Bijna alle gemeenten van Nederland maken gebruik van deze applicatie. De gegevens uit een circulaire (in dit geval de meicirculaire) worden door LIAS-PAUW verwerkt. Achter de bedragen uit bijlage G zit een hele berekening die door de applicatie wordt uitgevoerd. Zoals u kunt zien in die bijlage G bestaat de berekening van de algemene uitkering uit een groot aantal maatstaven. Aan elke maatstaf heeft het ministerie een bedrag gekoppeld per 'eenheid’. De gemeente krijgt dus geld voor bijvoorbeeld iedere inwoner, iedere jongere, het aantal huishoudens enzovoorts. Bij elke circulaire ontvangt u van ons een notitie waarin we uitleg geven over de financiële gevolgen van die betreffende circulaire. In dit geval betreft het de meicirculaire 2024 waarover u via actieve info in week 29 bent geïnformeerd.
Bij die actieve info hebt u ook een uitdraai van de berekening uit de PAUW-applicatie ontvangen. In uw voorbeeld van de afname van het aantal huishoudens ontvangen wij € 4.664.108 minder omdat het bedrag dat we in 2026 per huishouden krijgen lager is dan in 2025. Dit terwijl het aantal huishoudens niet is veranderd. De reden is dat de totale algemene uitkering van alle gemeenten in 2026 veel lager is dan die in 2025. Daarom wordt het jaar 2026 ook wel het ravijnjaar genoemd. Er is dus minder geld te verdelen onder alle gemeenten. En dus ontvangen we voor de meeste maatstaven minder geld per eenheid.