CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

6. TV CIE PvdA I antwoorden

Raadsvergadering 14 november 2024, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Programmabegrutting 2025 en mearjierrenrûzing 2026-20284.061 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie

: Johan Feenstra : PvdA

Commissies

: Alle

Datum

: 18 oktober 2024

Agendapunt

:4

Onderwerp

: Begroting 2025 (1)

1.

Vorig jaar is het budget voor ingroei en onderhoud van kapitaalgoederen voor renovaties en vervangingen jaarlijks verhoogd van € 3 miljoen naar € 4 miljoen. Daarnaast zijn de afgelopen jaren ook de onderhoudsbudgetten kapitaalgoederen geïndexeerd. In 2023 is op grond van het onderhoudsbudget structureel € 600.000 beschikbaar gesteld. In 2024 is op grond van een indexatie van 3% ook structureel € 600.000 beschikbaar gesteld. In de begroting 2025 wordt nu een extra bedrag van indexatie geraamd van structureel € 1,3 mln. (pagina 72). A. Hoe hoog is het percentage(s) van indexatie; van welk jaar en waarop gebaseerd. En welk volume is basis voor de berekening? B. De afgelopen jaren is € 600.000 per jaar beschikbaar gesteld. Wij zitten in financieel zeer zwaar weer. Nu wordt € 1,3 mln. extra als uitgaaf opgevoerd? Waar is dit grote verschil door te verklaren gezien ook onze slechte financiële positie. C. U schrijft dat er in de begroting ruimte is voor aanvullende middelen voor indexatie van € 1,3 mln. Gemeenten worden vanuit het rijk geconfronteerd met ravijnjaren. Wij zien in onze begroting met ingang van 2026 alleen maar grote financiële structurele tekorten. Hoe kunt u dan schrijven dat er in de begroting ruimte voor indexatie is gelet op de grote structurele tekorten de komende jaren. Wij zien die ruimte structureel namelijk helemaal niet.

En dan zijn veel nadelige financiële onderwerpen (pagina 12) nog niet eens geraamd. Graag een motivering. Antwoord: A. De indexatie is bepaald aan de hand van de GWW-index (grond-, weg- en waterbouw) van januari 2024 t.o.v. januari 2023: ongeveer 6,5%. Als basis voor de berekening hanteren we het bedrag van € 20 miljoen. Dit is de omvang van de onderhoudsbudgetten binnen kapitaalgoederen, exclusief riolering, schoon (reiniging) en salarissen. B. De afgelopen jaren is de prijsindex van het Rijk gehanteerd: ongeveer 3% (wat resulteert in € 600.000). Echter wijkt dit af van de daadwerkelijke prijsstijgingen die de afgelopen jaren zijn geweest in de GWW-sector. Dit staat ook beschreven in de Programmabegroting van 2025. We merken dat het onderhoud van de kapitaalgoederen onder druk staat en daarmee ook de onderhoudsniveaus die de gemeenteraad heeft vastgesteld in de ‘Nota Openbare Ruimte 2020-2025’. Daarom wordt in de Programmabegroting van 2025 voorgesteld om de GWW-index aan te houden. C. In feite is er ruimte gemaakt om de benodigde indexatie toe te kunnen passen voor de Programmabegroting van 2025 en daarna. Dit is een integrale afweging van autonome ontwikkelingen binnen de gemeente. Zoals hierboven al is aangegeven, staat het onderhoud van de kapitaalgoederen onder druk en worden de achterstanden niet ingelopen als de onderhoudsbudgetten niet voldoende meegroeien.

Dit was wel het concrete doel bij het vaststellen van de ‘Nota Openbare Ruimte 2020-2025’. Uitstel van benodigd onderhoud zorgt

tevens voor hogere kosten in de toekomst. Daarom stelt het college nu voor om de volledige GWW-indexatie toe te passen. Voor de komende jaren worden er kansrijke sporen uitgewerkt, waar het kapitaalgoederenbeheer onderdeel van uitmaakt. 2.

In de begroting 2024 waren per speerpunt in een tabel de middelen weergegeven die via de actualisatie van de begroting 2023 beschikbaar zijn gesteld. In de begroting 2025 ontbreken deze tabellen. A. Wij zien graag een overzicht van middelen welke met ingang van 2023 e.v. nog beschikbaar zijn. B. We zien graag een overzicht van middelen welke met ingang van 2023 e.v. ten uitvoer zijn gebracht en dus niet meer beschikbaar zijn. Antwoord: Vooraf: Gebleken is dat deze vraag lastig is om te beantwoorden. • Niet ten uitvoer gebracht in 2023, betekent niet altijd dat de middelen nog beschikbaar zijn, want soms zijn bedragen opgegaan in het rekeningresultaat of in de onderuitputting. • Soms zijn bedragen nog niet uitgegeven, maar rust er wel min of meer een verplichting op, (bijvoorbeeld een ingestelde subsidieregeling, of gelijkblijvend beleid). • Sommige bedragen betreffen kapitaallasten. Al is er nog geen ingebruikname of gereedmelding (en lopen de kapitaallasten nog niet), toch zijn de middelen op lange termijn niet (vrij) beschikbaar. En zo zijn er meer zaken die interpretabel zijn. We hebben geprobeerd om zo goed mogelijk antwoord te geven op de vraag, door er ook toelichtingen bij te geven. Daaruit valt af te leiden hoe gedacht is bij het weergeven van wat gebruikt is en wat nog beschikbaar is. Zie hiervoor de bijlage bij deze vraag.

3.

Er is via een amendement bij het vaststellen van de PB 2023 in 2024 € 87.000 oplopend naar structureel € 275.000 in 2026 e.v. extra beschikbaar gesteld voor het verbeteren van de verkeersveiligheid. Hoe worden deze extra middelen concreet ingezet. Antwoord: Deze extra middelen worden ingezet om wat kleinere aanpassingen te kunnen doen die de verkeersveiligheid ter plaatse vergroten. Dit kan zijn op verzoek vanuit de mienskip of vanuit de gemeente wanneer er ergens al andere werkzaamheden worden uitgevoerd. Voor dit budget zijn bijvoorbeeld meerdere verkeersremmers aangelegd bij onder andere scholen en publiek aantrekkende voorzieningen.

4

Hoe staat het met het onderzoek of we fietsers op rotondes voorrang willen geven? (Zie begroting vorig jaar). Antwoord: Er is voor de gemeente een beschouwing gedaan op dit onderwerp. Deze beschouwing wordt nu nader beoordeeld.

5

Vorig jaar stond in de begroting dat: “we de behoefte onderzoeken aan specifieke wandel- en beweegroutes en een gravel-MTB-route en nemen een besluit over het vervolg”. Nu staat in de begroting 2025 opnieuw deze passage. Wat is de stand van zaken? Antwoord: Het gaat primair eerst om de behoefte te bepalen aan gravel bike routes. In dat kader hebben we contact gezocht met NHL Stenden (studierichtingen Leisure and Events, Ruimtelijke Ontwikkeling en Bedrijfskunde). Referentieonderzoek bij andere gemeenten is daarbij een mogelijkheid. De behoeftepeiling moet nog plaatsvinden.

6

Vorig jaar stond in de begroting dat u het onderzoek naar de gratis OV pas af gaat ronden en een besluit neemt. Nu staat deze passage opnieuw in de begroting. Wat is de stand van zaken en wanneer nemen we een besluit? Antwoord: Eén van de onderdelen van de Regiodeal is het bestrijden van vervoersongelijkheid. Door de vervoersongelijkheid tegen te gaan zorgen we voor een betere bereikbaarheid van voorzieningen voor alle inwoners. Vanuit de regiodeal onderzoeken we welke (innovatieve) oplossingen er zijn. Gratis OV pas is één van de mogelijkheden om de vervoersarmoede tegen te gaan. Op dit moment zijn we bezig

met een programmaplan en programmabegroting op te stellen voor de Regiodeal. Er zijn meer ideeën voor projecten dan dat budget beschikbaar is vanuit de regiodeal, dus moeten keuzes gemaakt worden. In januari 2025 stellen de colleges van de 4 overheden het programmaplan vast. 7

Vorig jaar heeft u geschreven dat u kijkt naar de realisatie van 4 buurtcampings in 2024 in onze gemeente. Wat is de stand van zaken? Antwoord: Als onderdeel van het programma Simmer yn Súdwest zijn er in 2024 10 buurtcampings georganiseerd: een viertal in Sneek, twee in Bolsward en daarnaast in Koudum, Witmarsum, Wommels en Workum. Een impressie ziet u hier: Buurtcamping op Instagram

8

Meicirculaire en loon- en prijsbijstellingen (pagina 96). A. U schrijft dat de bijstelling van de loon- en prijsbijstelling een taakmutatie betreft. Dit betreft toch geen taakmutatie? Vanuit het accres (wat geen taakmutatie is) dient toch de LPO ontwikkeling bekostigd te worden en is toch heel iets anders dan een taakmutatie. B. Voor loon- en prijsontwikkeling heeft u becijferd dat er structureel € 7,0 mln. voor onze gemeente beschikbaar komt. Wij zien graag de berekening tegemoet met daarin het door het rijk gehanteerde LPO percentage met als uitkomst de € 7,0 mln. C. Hoe verhoudt het van het rijk ontvangen indexcijfer voor LPO (zie bovenstaande vraag) zich met de percentages die de Veiligheisregio raamt? Er is sprake van een hogere bijdrage aan de Veiligheidsregio van € 1,3 mln. structureel. Lopen de indexen die de Veiligheidsregio hanteert, met de percentages in de pas die wij via het gemeentefonds ontvangen? Zo neen: wordt dat achteraf vereffend met de Veiligheidsregio? D. Welke percentages worden in onze begroting gehanteerd aan de uitgaven kant voor de LPO? Antwoord: A. De loon- en prijsbijstelling is inderdaad formeel geen taakmutatie en wordt betaald uit het accres. Wel zien wij de loon- en prijscompensatie als een geoormerkte mutatie. Daarom nemen we die voor het gemak op onder taakmutaties. B. Wij rekenen met constante prijzen (i.p.v. lopende prijzen).

Als je met constante prijzen rekent, komt bij de jaarlijkse meicirculaire voor het aankomende begrotingsjaar T+1 (in dit geval 2025) LPO-compensatie voor de stijging van lonen en prijzen tussen 2024 en 2025 beschikbaar. We berekenen dit bedrag door de uitkeringsfactor te gebruiken. De uitkomst is een fluctuerend bedrag voor elk jaar. Van ruim € 8 miljoen in 2025 aflopend tot ruim € 7 miljoen in 2028. Omdat de kosten structureel gedekt moeten worden, een loon- en prijsstijging wordt immers normaal gezien nooit meer een daling, gaan we uit van het laagste bedrag van € 7 miljoen. Het bedrag moet niet dus niet gezien worden als een vast gegeven, maar geeft, vanwege het fluctuerende karakter een indicatie van de LPO-compensatie die we van het Rijk ontvangen. C. De Veiligheidsregio maakt onderscheid tussen de indexering van de materiele en de indexatie van de loonkosten. De materiele kosten worden achteraf verreikend op basis van de meicirculaire van het lopende jaar. De materiele kosten lopen dus gelijk op met de percentages die we in het gemeentefonds ontvangen. De loonkosten van de Veiligheidsregio lopen niet gelijk op met de percentages uit het gemeentefonds. Die loonkosten zijn namelijk gebaseerd op de werkelijke kosten van de Veiligheidsregio op basis van haar cao. Bovenstaande is vastgelegd in de financiële verordening van de Veiligheidsregio. D.

We hanteren diverse percentages voor diverse onderdelen. Wmo HH Wmo Begeleiding Wmo Taxivervoer Wmo Hulpmiddelen Leerlingenvervoer Jeugd – Inkoop SDF Jeugd – Algemeen

5,00% 3,80% 3,00% 2,00% 3,00% 5,73% 3,00%

Jeugd – GI 3,00% Subsidiebedragen 2,92% (5,3% loonsom; aanname: deel loonsom exploitatie is 55%) Zwembaden 3,70% (CPI, volgens overeenkomst) Ondernemersfonds 2,30% (Bruto Binnenlands Product, volgens overeenkomst) Stichting Sociaal Collectief 5,30% (conform eigen loonsomstijging) Kapitaalgoederen 6,50% (GWW-index) Loonsom 3,30% (+ 2,0% inhaalslag vanuit 2024) Daarnaast ontvangen we bedragen voor Loon- en prijsbijstelling Voogdij 18+ en WSW loon- en prijsindexatie via de Meicirculaire 2024. Die bedragen zetten we door naar deze doelen. We kunnen niet precies achterhalen welke percentages hiermee gemoed zijn, maar voor WSW/beschut werk gaat het om een verhoging van ongeveer 5,7%. 9

Er is gestart met 5 verkenningen om de Friese IJsselmeerkust te versterken, te verbeteren en te verfraaien. Het rijk zo werd vorig jaar geschreven stelt daar € 13 mln. voor beschikbaar. Wat is de stand van zaken? Antwoord: Het programma Friese IJsselmeerkust is een samenwerkingsprogramma met provincie Fryslân, het Wetterskip en de gemeenten De Fryske Marren en Súdwest-Fryslân. Binnen het programma valt het project Versterken Friese IJsselmeerkust (VFIJ) waarbij de regie bij de provincie ligt. Het rijk heeft geld (€ 13 mln.) beschikbaar gesteld voor het project VFIJ. VFIJ bestaat uit een vijftal deelprojecten die binnen Súdwest-Fryslân en De Fryske Marren worden gerealiseerd. In SúdwestFryslân worden deelprojecten uit VFIJ uitgevoerd bij de Mokkebank, Workum en Hindeloopen. De zwemtrap bij Laaksum is inmiddels gerealiseerd en de werkzaamheden bij de Mokkebank zijn gestart. Voor de deelprojecten in Súdwest-Fryslân bedraagt de bijdrage uit het rijk rond de € 10 mln. Het programma Friese IJsselmeerkust is breder en bestaat onder andere uit de projecten VFIJ en 5 verkenningen die in 2024 worden uitgevoerd. Het resultaat van de verkenningen zal eind 2024 opgeleverd worden, waarna we gaan kijken welke onderdelen uit de verkenningen gerealiseerd kunnen gaan worden. Voor de onderdelen uit de verkenningen is geen bijdrage uit het rijk beschikbaar gesteld.

10

A. Pagina 88. Voor de bestuurlijke samenwerking VNG en VFG wordt € 150.000 structureel extra gevraagd. Wat zijn de gevraagde contributiebedragen per organisatie voor 2025 en wat hebben wij begroot? B. Hoe kan de contributie zo uit de pas lopen met de geraamde bedragen. Zijn de doorgevoerde contributieverhogingen zo extreem? Graag uitleg. Antwoord: A. In 2024 was het contributiebedrag voor de VNG € 145.788,04. In 2024 was het contributiebedrag voor de VFG € 56.347,46. Voor 2023 was er in totaal een bedrag van € 558.306 voor ‘Bestuurlijke Samenwerking’ begroot. De werkelijke kosten waren € 603.550,84. Voor 2024 was er in totaal een bedrag van € 558.306 voor ‘Bestuurlijke Samenwerking’ begroot. De werkelijke kosten waren € 690.567,30. B. De doorgevoerde contributieverhogingen zijn niet extreem, maar nemen in de breedte toe. Sinds 2023 zien we dat er te weinig geraamd is. Er is sprake is van verhoging van de contributie van alle bestuurlijke samenwerkingen waaronder VNG, VFG, vereniging van Waddenzeegemeenten en SNN. In 2023 was er reeds sprake van een tekort van € 45.000,-. Het totale tekort in 2024 bedroeg ongeveer € 132.000. Omdat we verwachten dat de bijdrage voor bestuurlijke samenwerkingen (in totaal) niet zal dalen is er een bedrag van € 150.000 euro structureel extra geraamd.

11

Pag. 88 Lidmaatschap EuropaPact Fryslân. We hebben in het verleden al vaker extra gelden voor lobbywerkzaamheden beschikbaar gesteld. Nu wordt € 100.000 extra structureel gevraagd om meer gelden voor Europese subsidies binnen te halen. Je mag veronderstellen dat dit succesvol is, want

anders hoef je er niet aan te beginnen. A. Waarom worden deze kosten voor de lobby niet gedekt ten laste van de extra te verwachten subsidiegelden. We hoeven dan onze eigen begroting niet te belasten. B. Welke noordelijke instanties, samenwerkingsverbanden van gemeenten e.d. zijn nu actief op het binnen halen van Europese subsidies. Graag een overzicht en onze rol. C. Wat gebeurt er als we vanwege de ravijnjaren nu afzien van lidmaatschap. Missen we dan subsidiegelden? Zo ja: hoeveel is de inschatting? Antwoord: Het lidmaatschap aan EuropaPact Fryslân werd voorgaande jaren met incidentele middelen betaald. De wens is om dit voor de volgende jaren structureel in de begroting mee te nemen zodat er meer duidelijkheid is over de gemeentelijke financiën. Ook voor EuropaPact Fryslân schept dit dan helderheid. De inzet en ondersteuning die we structureel nodig hebben om succesvol zaken met Europa te doen, worden geboden door een samenhang van EuropaPact Fryslân, SNN en onze eigen ambtelijke adviseurs. Het is een onderdeel van de keten. A. EuropaPact Fryslân heeft niet als opdracht om te lobbyen voor Fryslân. Het EuropaPact Fryslân ondersteunt alle kennisinstellingen, provincie en gemeenten op het gebied van Europa.

Dit doen zij door subsidiekansen te signaleren en door te sturen naar haar partners, informatiesessies over hoe Europa werkt aan te bieden en door als netwerkorganisatie actief te zijn. EuropaPact Fryslân heeft bijvoorbeeld een presentatie gehouden tijdens de informerende bijeenkomst met de gemeenteraad op 27 maart 2024. Het lidmaatschap aan EuropaPact Fryslân kan niet direct gekoppeld worden aan Europese projecten of Europese subsidies en kan daarom niet betaald worden uit ‘mogelijke subsidiegelden’. Daarnaast zijn Europese subsidies bedoeld om Europese projecten uit te voeren en niet voor het bekostigen van samenwerkingsverbanden. De gang naar Europa is niet eenvoudig en snel op middelen en opbrengst te zetten. Vanwege de complexiteit en daarnaast de grote concurrentie op calls en structuurfondsen is het daarnaast niet mogelijk om een inschatting te maken van de verwachte subsidie-inkomsten. B. Alle MBO’s, HBO’s en de Rijksuniversiteit Groningen zijn in Noord-Nederland actief op het binnenhalen van Europese subsidies. In Fryslân gaat het dan specifiek om Firda, NHL Stenden en de RUG Campus. Ook de drie noordelijke provincies en meerdere noordelijke gemeentes zijn actief op het gebied van Europese samenwerking. Daarnaast zijn er meerdere ondernemers in Noord-Nederland actief om ook Europese projecten in te dienen voor Europese samenwerking.

Als laatste is het van veel Noordelijke organisaties niet bekend of zij actief zijn op het gebied van Europese fondsenwerving. C. EuropaPact Fryslân biedt ondersteuning in de breedte op het gebied van Europa. Daarnaast ondersteunen zij bij de ontwikkeling van Europese projecten en bevorderen zij de algemene kennis over Europa in onze ambtelijke organisatie. Ook verbinden zij mogelijke subsidiekansen of Europese projecten aan hun leden binnen Fryslân. Wanneer wij geen lid blijven van EuropaPact Fryslân, hebben we geen recht meer op bovenstaande diensten. Dit beperkt ons enorm in onze ontwikkeling op het gebied van Europa. Er kan geen inschatting gemaakt worden welke kansen op Europese samenwerking er de komende jaren voorbij komen via EuropaPact Fryslân. Er kan dus ook geen inschatting gemaakt worden over hoeveel subsidiegelden we dan mislopen. Er zijn geen signalen dat andere gemeenten twijfelen over hun deelname aan EuropaPact Fryslân. Het is van groot belang dat alle 18 gemeenten samen de gang naar Brussel bewandelen. Als regio kun je een breder verhaal vertellen en heb je meer invloed. Daarbinnen zijn we als Súdwest-Fryslân actief in onze eigen fondsenwerving. 12

Pagina 89. Waar is de 4,4% loonsomstijging nieuwe cao op gebaseerd. Is dit inclusief sociale premiedruk en zo ja hoeveel? Antwoord: De verwachte loonsom stijging is gebaseerd op de CPB-raming februari 2024: Loonvoet sector overheid 4,4% voor 2025; verlenging Cao per april 2025 (9 maanden looptijd in 2025) = 3,3%. De stijging is toegepast op de gehele loonsom.

https://www.cpb.nl/raming-februari-2024-cep-2024. V.w.b. de verwachte sociale premiedruk is deze gebaseerd op de premieprognose 2025 van het ABP, de verwachting is dat deze gelijk blijft. https://www.abp.nl/werkgevers/nieuws/2024/juli/premieprognose2025. 13

Pagina 73. Er wordt veel geld extra gevraagd voor de bedrijfsmiddelen openbaar groen. Er moet structureel extra € 256.000 opgehoest worden. A. Graag een uitsplitsing naar onderhoud, brandstof en belastingen van € 256.000. B. Hoeveel is op dit moment aan bedrijfsmiddelen openbaar groen geraamd? C. Graag een overzicht van de bedrijfsmiddelen openbaar groen en de jaren van aanschaf? D. Hoe vindt de aanschaf van nieuwe voertuigen altijd plaats, is dat een openbare aanbesteding? Antwoord: A. De uitsplitsing is als volgt te maken: Belastingen Duurzame goederen Overige goederen Onderhoud Motorbrandstoffen Kapitaallasten

-16.000 41.000 -9.000 -27.000 -69.000 -176.000 -256.000

In de jaarrekening van jaar 2022 is een tekort op deze post gemeld van € 227.000. De afwijking is derhalve als structureel beoordeeld. B. In de begroting 2025 is een bedrag van € 1.527.566 geraamd. C. Zie bijlage. D. Aanbestedingen vinden plaats conform Inkoop- & aanbestedingsbeleid, levering en diensten. Dit hoeft niet altijd via openbare aanbesteding te zijn. 14

Op pagina 97 schrijft u dat in de meicirculaire 2020 een indexatie aangegeven is van 2,3%. A. Is dit jaartal van 2020 wel juist? B. Waar staat het gebruikte indexpercentage in de meicirculaire van (?) wel vermeld. Graag met pagina verwijzing. Antwoord: A. Dit jaartal is niet juist. Het moet zijn de Meicirculaire 2024. B. In de Meicirculaire op pagina 42 staat de volgende tabel:

Zie de regel Prijs bruto binnenlands product (pbbp). Voor 2025 is de ingeschatte waarde 2,3%. 15

Op pagina 52 is geschreven dat doorstroming op de woningmarkt cruciaal is, met name ook voor “jongere ouderen” die lastig kunnen doorstromen naar geschikte levensloop bestendige woningen. Volgens onderzoek zo schrijft u, is er minder behoefte aan 2-onder-1-kap woningen als ouderen doorstromen. Dan komen er meer woningen in deze categorie beschikbaar voor jongere huishoudens. Ook wij krijgen veelvuldig van “jongere ouderen” de vraag waar in onze gemeente grond gebonden

senioren/levensloopbestendige woningen worden gebouwd zodat zij vanuit hun eigen “grotere” huis kunnen doorstromen. De woningen die men dan o.a. voor ogen heeft zijn kleinere woningen met slaap en douchegelegenheid op de begane grond. U ziet in de praktijk dat de doorstroming van ouderen ook niet ideaal is. In de LC van 15 oktober jl. stond ook nog een interessant artikel met als titel: “Tekort aan geschikte ouderenwoningen blijft groot”. A. Vaak is het een ook een kwestie van vraag en aanbod. Of te wel: aanbod kweekt vraag. Waar biedt u op dit moment grond gebonden senioren/levensloopbestendige woningen aan. B. Hoeveel woningen in de categorie “grond gebonden senioren/levensloop bestendig” zijn er de afgelopen 10 jaren per jaar gebouwd zodat mensen de kans kregen te verhuizen. C. Kan de oorzaak zijn dat de verhuisgeneigdheid laag is, omdat er in onze gemeente te weinig aantrekkelijke grond gebonden senioren/levensloopbestendige woningen worden gebouwd? Graag motivering. D. Welke andere woningen (bijvoorbeeld appartementen / seniorenhofjes) zijn er voor de “oudere jongeren” momenteel beschikbaar? Antwoord: A. De huidige sturing is vooral gericht op het realiseren van betaalbare woningen. Dat betekent voor de categorie ‘levensloopbestendige woningen’ dat met name appartementen gerealiseerd worden.

De bouw van grondgebonden levensloopgeschikte woningen is duur waardoor deze woningen in het hogere segment liggen. Op dit moment worden geen grondgebonden levensloopgeschikte woningen aangeboden. In enkele projecten wordt echter wel gewerkt aan een programma met (deels) dit type woningen. Wij zien overigens dat vooral 60 plussers zich bewegen op de reguliere woningmarkt. Vaak zoeken ze een kleinere woning met een minder grote tuin. Vaak verhuist deze groep inwoners ook naar een grotere kern, met meer voorzieningen. Op basis van ons Omgevingsprogramma Wonen & Zorg richten wij ons vooral op de categorie 70-plussers, die te maken krijgen met een ondersteuningsvraag/zorgvraag. Dan gaat het niet alleen om een geschikte woning, maar ook om goede voorzieningen en zorgaanbod. We zien dat 70-plussers pas dan gaan verhuizen naar een geschikte woning/grotere kern met voorzieningen indien er zich een ondersteuningsvraag/zorgvraag aandient. Het gaat niet om grote aantallen. Slechts 2%-4% van de 70 plussers verhuist. B. Er zijn geen cijfers beschikbaar over de bouw van grondgebonden levensloopgeschikte woningen, omdat dit niet als aparte categorie geregistreerd wordt. C. De verhuisgeneigdheid onder ouderen is laag. Dat geldt niet alleen voor Súdwest-Fryslân, maar is ook landelijk te zien.

Veel ouderen zijn tevredenheid met het eigen huis en de omgeving, waarbij het directe netwerk van belang is. Het dus niet te zeggen of de oorzaak van de lage verhuisgeneigdheid in onze gemeente komt, omdat er weinig aantrekkelijke grond gebonden senioren/levensloopbestendige woningen worden gebouwd. Daarnaast nemen ouder wordende inwoners vaak zelf maatregelen om hun (eigen)woning geschikt te maken. Omdat dergelijke aanpassingen voor het overgrote deel niet vergunningsplichtig zijn, is daarbij geen betrokkenheid van de gemeente bij. Het zicht daarop ontbreekt. D. Er zijn vooral appartementen beschikbaar voor de ‘oudere jongeren’, maar in de ontwikkeling van nieuwe woningbouwplannen krijgt het concept van een hofje meer aandacht. In de sociale huursector is de slaagkans van senioren (55+) relatief groot, omdat een deel van de sociale woningvoorraad een label 55+ heeft, en dus alleen voor die doelgroep open staat. 55+ is een categorie die over het algemeen nog helemaal niet op zoek is naar een levensbestendige woning. Dat vraagstuk speelt vooral bij 70 plussers met een ondersteunings/zorgvraag. In ons beleid Wonen & Zorg richten wij ons op de 70 plussers. Het is al een uitdagende opgave om deze vaak kwetsbare worden groep inwoners naar de toekomst toe goed te kunnen bedienen.

Met hierbij de nuancering dat veel huiseigenaren zélf al vaak initiatieven nemen tot het geschikt maken van de eigen woning. Belangrijk punt is niet alleen de geschiktheid van de woning, maar zeker ook het aanbod van welzijn en zorg. Dit is voor de oudere inwoners (70+) met een zware zorgvraag op een goede wijze te organiseren in de negen grotere kernen in onze gemeente (conform het omgevingsprogramma Wonen & Zorg).

16

In Sneek is er nog bouwgrond voor handen in Harinxmaland (ring tot aan Uitvaartcentrum). A. Welke gronden zijn er verder nog beschikbaar voor woningbouw in Sneek? B. Voor woningbouw is het van belang om een meerjarige visie te hebben en gronden vroegtijdig strategisch aan te kopen. U schrijft dat er meer regie nodig is. Graag nadere uitleg. C. Liggen er (strategische) plannen om gezien de blijvende woningtekorten tot meer woningbouw locaties / uitbreiding in Sneek te komen. Graag uitleg. Antwoord: A. Er zijn in Sneek geen gronden beschikbaar die reeds een uit te werken woonbestemming hebben, zoals op Harinxmaland geldt. B. Als we in de gelegenheid komen om strategisch gronden te kopen, is accuraat handelen van belang. Hiervoor is duidelijkheid nodig binnen de gemeentelijke organisatie over taken en verantwoordelijkheden, de wijze van verantwoording, de inzet en mogelijke reservering van financiële middelen en afspraken tussen de raad en het college. Dit vraagt meer regie. C. De afgelopen jaren is hard gewerkt. Daarom zijn er op dit moment genoeg (strategische) plannen, voldoende om de komende vijf jaar te kunnen voldoen aan de woningbouwvraag. Het uitgangspunt is dat private partijen ook een aandeel van de vraag invullen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14727401/2