6. TV CIE PvdA - antwoorden
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener Fractie
: Johan Feenstra : PvdA
Commissievergadering/Raad
: Commissie BF
Datum
: 06-06-2024
Agendapunt
:5
Onderwerp
: Jaarrekening 2023
1.
A. Op 29 mei 2024 zijn tijdens de informatieavond over de jaarrekening diverse afwijkingen toegelicht. Genoemd is dat er sprake is van een nadeel van € 660.000 vanwege een dotatie aan de voorziening voor verlofsparen. De vraag is hoe dit kan? Waarom verloopt dit niet budgettair neutraal voor de gemeente. Immers ambtenaren kopen verlof. De “opbrengst” van de verkoop kan dan gestort worden in de voorziening. Hoe kan hier dan een nadeel voor de gemeente op ontstaan? (zie ook pagina 155 van de rekening 2023). Antwoord: De voorziening verlofsparen is een voorziening die bij de jaarrekening 2022 is ingesteld, omdat vanaf 1 januari 2022 de mogelijkheid tot verlofsparen voor gemeenteambtenaren (op basis van de CAO) is ingevoerd. Door middel van het verlofsparen kunnen medewerk(st)ers huidig verlof omzetten in een recht op verlof in de toekomst. De gemeente is wettelijk verplicht om voor dit recht op verlof in de toekomst een voorziening op te nemen in de jaarrekening. Hoe meer medewerk(st)ers gebruik gaan maken van deze mogelijkheid tot verlofsparen en hoe meer uren zij aan deze ‘pot’ toevoegen, hoe groter de voorziening moet worden. De voorziening verlofsparen representeert immers de salariskosten van het opgespaarde verlof.
Gedurende 2023 is het aantal uren die vallen onder de voorzieningen spaarverlof (zoals verwacht) gegroeid (meer uren toegevoegd dan opgenomen) en daarom is de bijbehorende voorziening in de jaarrekening 2023 ook gestegen met de door u genoemde €660.000. Voor een deel zullen deze extra kosten (van de toevoeging aan de voorziening) gecompenseerd worden door lagere salariskosten in 2023. Dit is het geval indien een medewerk(st)er gekochte IKB uren toevoegt aan zijn/haar ‘pot’ verlofsparen. Zijn/haar salaris in 2023 neemt door deze verlofaankoop af (minder kosten) en daar staat tegenover dat de voorziening verlofsparen stijgt (en dus extra kosten). Echter, deze budgettair-neutrale werking gaat niet altijd op. Het verlofsparen bestaat uit diverse bronnen, zie ook artikel 6.5 lid 3 uit de CAO gemeenten 2024-2025 (zie ook onderstaande link naar het betreffende hoofdstuk van de CAO). Eén van de andere bronnen (naast de hierboven genoemde gekochte IKB-uren) zijn de bovenwettelijke vakantie-uren bij onregelmatig werken. Indien een medewerk(st)er die in 2023 bovenwettelijke uren ontvang vanwege onregelmatige diensten, maar deze uren niet in 2023 opneemt moeten deze opgespaarde uren opgenomen worden in de berekening van de voorziening verlofsparen. Het recht op verlof gaat immers over naar de toekomst.
De kosten voor de toevoeging aan de voorziening verlofsparen in 2023 wordt niet elders in de organisatie gecompenseerd door lagere kosten. Hetzelfde geldt voor bovenwettelijke vakantie-uren die niet in 2023 zijn opgenomen. Ook in dit geval neemt de werkneem(st)er zijn/haar recht op verlof mee naar de toekomst en moet de voorziening verhoogd worden. Zowel gespaarde IKB uren als de gespaarde uren uit onregelmatig werken en de gespaarde bovenwettelijke vakantie-uren zijn in 2023 (t.o.v. 2022) gestegen. Hierdoor is de toevoeging aan de
voorziening verlofsparen in 2023 niet budget-neutraal. Link CAO: https://www.caogemeenten.nl/cao-gemeenten/vakantie-en-verlof 2.
Er wordt een nadeel opgevoerd van € 431.000 voor “knelpunten voor personeel”. Graag een nadere toelichting waarvoor deze middelen precies zijn ingezet? Is dit o.a. voor afvloeiingsregelingen? Antwoord: De middelen voor de “voorziening knelpunten personeel” worden ingezet voor afvloeiingsregelingen en transitievergoedingen. Op basis van de beschikbare informatie is ook een inschatting gemaakt wat de lasten voor 2024 en 2025 kunnen zijn. Een inschatting van deze lasten is ook reeds meegenomen in de voorziening.
3.
A. Er blijft € 326.000 over op het opleidingsbudget. Hoe hoog was de raming in 2023? B. Hoe was dit op begrotings- en rekeningsbasis in 2019, 2020, 2021, 2022? C. Hoeveel geld is er in 2024 geraamd als opleidingsbudget? Antwoord: A. Begroot 2023 € 515.642 B. Begroot 2022 € 432.563, Realisatie 2022 € 318.568 Begroot 2021 € 380.423, Realisatie 2021 € 284.503 Begroot 2020 € 199.464, Realisatie 2020 € 189.691 (Corona jaar) Begroot 2019 € 333.405, Realisatie 2019 € 322.640 C. Begroot 2024 € 377.142
4.
Het aantal doorberekende uren naar projecten is hoger dan verwacht. Er is een voordeel van per saldo € 480.000 t.o.v. de begroting. A. Hoeveel is in de primitieve begroting 2023 hiervoor als opbrengst geraamd? B. Hoe hoog waren de bedragen voor deze post op begrotings- en rekeningsbasis in 2019, 2020, 2021 en 2022? Antwoord: A. Primitief is in 2023 € 1.156.750 begroot B. In onderstaande tabel zijn de bedragen van de afgelopen jaren terug te vinden: