6. TV CIE GL - beantwoording
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN (over lopende agendapunten) Naam indiener: Fractie:
Idske Koopmans GroenLinks
Commissie Datum:
15 juni 2022
Agendapunt:
Informerende bijeenkomst Jaarstukken 2021
Onderwerp:
Vragen Jaarstukken 2021
Vraag 1: Vitaloo, Zwembad Op pagina 69 zien we bij de Specifieke uitkering ijsbanen en zwembaden 2021 dat de ontvangen bijdrage van het Rijk à 90.525 niet is betaald aan het zwembad. Kunt u dit nader toelichten? Antwoord: - In 2021 hebben wij over de 1e helft van 2021 een bedrag van € 90.525 ontvangen voor gederfde inkomsten van zwembad Vitaloo. Dit bedrag is gebaseerd op basis van een inschatting van medio augustus 2021. Door de corona is het zwembad deels verplicht dicht geweest waardoor naast derving van inkomsten ook de exploitatielasten lager zijn uitgevallen. In totaliteit is er over het gehele jaar een positief resultaat behaald. Gelet hierop vervalt de rijkscompensatie van € 90.525 en zal dit bedrag terug moeten worden betaald aan het rijk in 2023.
Vraag 2: Pag. 6. Met nog steeds een structurele uitdaging Citaat: “In 2021 zijn we verder gegaan met het invullen en waar mogelijk temperen van deze ombuigingen. Met dit positieve resultaat is de structurele uitdaging nog niet opgelost, omdat de voordelen in deze jaarrekening nagenoeg nagenoeg allemaal incidenteel van aard zijn.” Structurele exploitatieruimte was in 2020 veel positiever 1,50% in plaats van -0,79% en in 2021 4,30% in plaats van 0,68%. Wat zegt dit over de opgenomen kengetallen in de Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 20232025 Begroting en dan met name over de structurele exploitatieruimte 2022 (0,03%), 2023 (0,27%) enzovoort. Graag een nadere toelichting.
Antwoord: - Toelichting op citaat: In de Programmabegroting 2020 zijn structurele ombuigingen opgevoerd, oplopend naar € 10,2 miljoen in 2023. Net als in 2020 is in 2021 een deel van de ombuigingen gerealiseerd. Ook is een deel vervallen. Er is echter ook nog een deel dat ingevuld moet worden in 2022 en 2023. De rapportage hierover vindt plaats in de bestuursrapportages. Het citaat wil zeggen dat een groot deel van het in 2021 gerealiseerde resultaat van € 11,7 miljoen incidenteel van aard is. Dit is te zien aan de vele als incidenteel (I) aangemerkte afwijkingen op de pagina’s 93 t/m 118 van de Jaarstukken 2021. Daardoor biedt het grotendeels incidentele resultaat niet een oplossing voor de structureel nog te realiseren ombuigingen voor 2022 en verder. De structurele exploitatieruimte was in 2020 en 2021 in werkelijkheid inderdaad positiever dan vooraf begroot. Dit is ook wel eens niet zo. In 2019 werd -0,4% begroot, terwijl de werkelijkheid -1,29% was. We kunnen dus niet stellen dat het in werkelijkheid altijd positiever is dan begroot. De structurele exploitatieruimte 2022 is met 0,03% net positief begroot, maar dat is dus inclusief de op begrotingsbasis al structureel begrote ombuigingen. In werkelijkheid moeten die ombuigingen nog gerealiseerd worden. Als die realisatie lukt, en er zouden verder geen afwijkingen zijn, dan zal de werkelijkheid ook op 0,03% uitkomen.
Dit vergt dus nog een inspanning. Dit geldt evenzo voor 2023.